Rechtbank Den Haag, voorlopige voorziening vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:21630

Op 30 July 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een voorlopige voorziening procedure behandeld op het gebied van vreemdelingenrecht, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is NL24.29485, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:21630. De plaats van zitting was Middelburg.

Soort procedure:
Instantie:
Zaaknummer(s):
NL24.29485
Datum uitspraak:
30 July 2026
Datum publicatie:
3 August 2026

Indicatie

Verzoek om een voorlopige voorziening bij beroep afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.29485

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster] , verzoekster

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J.A. Pieters),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Procesverloop

In het besluit van 24 juli 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het doel ‘verblijf als familie- of gezinslid’ afgewezen.

Verzoekster heeft bij verweerder bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Verweerder heeft het bezwaar van verzoekster in het besluit van 25 juli 2025 ongegrond verklaard. Verzoekster heeft daartegen beroep (NL25.39459) ingesteld. Op grond van artikel 8:81, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt het verzoek gelijkgesteld met een verzoek hangende dit beroep.

De voorzieningenrechter doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. In de uitspraak van vandaag in de zaak met nummer NL25.39459 heeft de rechtbank beslist op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Een voorlopige voorzienig is daarom niet meer nodig. Om die reden wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan op 30 juli 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.