Rechtbank Den Haag, voorlopige voorziening vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:26404

Op 2 July 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een voorlopige voorziening procedure behandeld op het gebied van vreemdelingenrecht, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is NL26.18879, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:26404. De plaats van zitting was Utrecht.

Soort procedure:
Instantie:
Zaaknummer(s):
NL26.18879
Datum uitspraak:
2 July 2026
Datum publicatie:
11 September 2026

Indicatie

Vovo bij NL26.18878.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.18879

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster

(gemachtigde: mr. K. Taha),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. G.T. Cambier).

Procesverloop

Procesverloop

1. Verzoekster heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 30 maart 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

1.1.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep met zaaknummer NL26.18878, op 12 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, G. Ogbamichael als tolk en de gemachtigde van de minister.

Overwegingen

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.18878, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2.1.

De voorzieningenrechter ziet, gelet op de inhoud van de uitspraak op het beroep, aanleiding te bepalen dat verzoekster een vergoeding krijgt van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 934,-.

Beslissing

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

- veroordeelt de minister tot betaling van een bedrag van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 2 juli 2026

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.