Rechtbank Den Haag, voorlopige voorziening vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:6646
Op 25 March 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een voorlopige voorziening procedure behandeld op het gebied van vreemdelingenrecht, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is NL25.36247, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:6646. De plaats van zitting was Utrecht.
Indicatie
Vovo bij zaaknummer NL25.36246
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. J.A. Neslo),
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: M. Meijning).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening dat verzoeker heeft ingediend nadat de minister hem een terugkeerbesluit heeft opgelegd. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. Hij heeft daartegen ook beroep ingesteld.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Procesverloop
2. Verzoeker heeft op 22 juli 2025 een terugkeerbesluit van de minister gekregen. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.1.
Partijen zijn per brief van 12 september 2025 gevraagd of zij nog mondeling op een zitting willen worden gehoord. De minister heeft de voorzieningenrechter medegedeeld toestemming te geven de zaak af te doen buiten zitting. Bij het uitblijven van een reactie van verzoeker heeft de voorzieningenrechter daarom afgezien van een zitting. (Voetnoot 1)
Overwegingen
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.36246, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
25 maart 2026
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Voetnoot
Voetnoot 1
Op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht.