Rechtbank Den Haag, eerste aanleg - enkelvoudig aanbestedingsrecht

ECLI:NL:RBDHA:2025:26090

Op 23 December 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van aanbestedingsrecht, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is C/09/694132 / KG ZA 25-1088, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2025:26090. De plaats van zitting was Den Haag.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
C/09/694132 / KG ZA 25-1088
Datum uitspraak:
23 December 2025
Datum publicatie:
7 January 2026

Indicatie

Kort geding. Aanbestedingsprocedure. De aanbestedende dienst was niet gehouden om te toetsen of inschrijvers ten tijde van de inschrijving voldeden aan de eisen en voorwaarden van het Programma van Eisen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: C/09/694132 / KG ZA 25-1088

Vonnis in kort geding van 23 december 2025

in de zaak van

[eiseres] B.V. te [vestigingsplaats],

eiseres,

advocaat mr. M.G.G. van Nisselroij te Venlo,

tegen

TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT te Delft,

gedaagde,

advocaat mr. M.J. de Meij te Amsterdam.

met als tussenkomende partij:

DIVERSITY TRAVEL LIMITED te Manchester, Verenigd Koninkrijk,

interveniënt,

advocaat mr. J.I. Kohlen te Den Haag

Partijen zullen hierna [eiseres], de TU en Diversity genoemd worden.

1
De procedure
1.1.

[eiseres] heeft een dagvaarding in kort geding laten betekenen aan de TU en ingediend, met twee producties. Namens de TU is voorafgaand aan de zitting een conclusie van antwoord toegezonden, ook met twee producties. Vervolgens heeft [eiseres] een akte wijziging van eis toegezonden en producties 3 en 4.

1.2.

Op 16 december 2025 heeft Diversity de rechtbank, [eiseres] en de TU bericht dat zij in deze procedure wenst tussen te komen. Zij heeft een incidentele vordering tot tussenkomst, althans voeging toegezonden voorafgaand aan de mondelinge behandeling.

1.3.

De mondelinge behandeling vond plaats op 17 december 2025. Daarbij waren namens [eiseres] aanwezig de heer [naam 1] (senior manager commercie) en mevrouw [naam 2] (senior manager operations) met mr. Van Nisselroij. Namens de TU was mevrouw [naam 3] (inkoper) aanwezig met mrs. De Meij en Verberne. Namens Diversity was aanwezig de heer [naam 4] (CFO) met mrs. Koole en Beetstra.

1.4.

[eiseres] en de TU hebben desgevraagd te kennen gegeven dat zij geen bezwaar hebben tegen de tussenkomst van Diversity. De voorzieningenrechter heeft de (primaire) vordering van Diversity tot tussenkomst daarom toegestaan.

1.5.

Tijdens de mondelinge behandeling hebben de drie partijen hun standpunten verder toegelicht, mede aan de hand van spreekaantekeningen, en vragen van de voorzieningenrechter beantwoord.

1.6.

Na de mondelinge behandeling volgt dit vonnis.

2
De feiten
2.1.

De TU heeft in maart 2025 een aanbestedingsprocedure gehouden voor een reisagent die buitenlandse dienstreizen voor de TU gaat organiseren.

In de ‘Uitnodiging tot Inschrijven’ is de opdracht en de procedure beschreven. In de inleiding staat daarover onder meer:

Hoofdstuk 2 geeft inzicht in het doel, het voorwerp en de omvang van de aanbesteding.

De te volgen procedure en de planning zijn in hoofdstuk 3 beschreven evenals de gunning en beoordelingssystematiek.

Hoofdstuk 4 gaat in op de selectiecriteria en behandelt de uitsluitingsgronden en de geschiktheidseisen voor Inschrijvers. Hoofdstuk 5 gaat in op de aanvullende voorwaarden met betrekking tot de opdracht (Programma van Eisen).

Met het oog op de gunningbeslissing en de uiteindelijke contractsluiting komt in hoofdstuk 6 het Programma van Wensen aan bod dat ingaat op de kwaliteitsaspecten van de aanbesteding, als onderdeel van het gunningcriterium ‘Beste prijs-kwaliteitverhouding’. Hoofdstuk 7 is gewijd aan het element ‘Prijs’ als onderdeel van het gunningcriterium.

2.2.

In hoofdstuk 3 van de Uitnodiging tot Inschrijven staat over het selectieonderzoek (3.6) onder meer:

3.6.1

Toets op compleetheid

Eerst beoordeelt de aanbestedende dienst of de ingediende inschrijvingen compleet zijn. De selectiecommissie verifieert of de geüploade documenten en voorgeschreven formats volledig en volgens de geldende procedure zijn ingediend.

3.6.2.

Controle op de selectiecriteria (algemene selectiecriteria)

Vervolgens controleert de aanbestedende dienst of de Inschrijver voldoet aan het gestelde in hoofdstuk 4 ‘Uitsluitingsgronden en selectiecriteria (geschiktheidseisen)’.

3.6.3

Beoordeling van het Programma van Elsen

Vervolgens beoordeelt de aanbestedende dienst of de Inschrijver voldoet aan het gestelde in hoofdstuk 5 ‘Programma van Eisen’. Indien de inschrijving niet voldoet aan het Programma van Eisen wordt de inschrijving ongeldig verklaard en komt niet in aanmerking voor verdere beoordeling.

2.3.

In hoofdstuk 5 van de Uitnodiging tot Inschrijven staat onder meer:

5
Programma van Eisen

Naast in het vorige hoofdstuk gestelde uitsluitingsgronden en selectiecriteria, formuleert de aanbestedende dienst een aantal uitvoerings- en/of aanvullende voorwaarden dat betrekking heeft op de uitvoering van de opdracht en de begeleidende omstandigheden.

5.1

Specifieke eisen met betrekking tot het voorwerp van aanbesteding

De Inschrijver gaat akkoord met de onderstaande eisen:(…)

R Boeken van Reizen

(…)

R8 Opdrachtgever beschikt over een contract met de Nederlandse home carrier (nu AF/KLM) om door de TU Delft mogelijke onderhandelde route-deals en andere overeengekomen voordelen te kunnen aanbieden.

(…)

O Online Booking Tool (OBT)

(…)

O6 Het is mogelijk reisregels (reisbeleid) en eventuele prijsafspraken en contracten van de TU Delft in de OBT te configureren en deze toekomstig aan te passen.(…)

5.6

Akkoordverklaring ‘Programma van Eisen’

De Inschrijver moet op het Mercell platform aangeven dat akkoord wordt gegaan met het gestelde in hoofdstuk 5: ‘Programma van Eisen'. Ontbreken van de akkoordverklaring kan leiden tot uitsluiting van deelname aan de aanbestedingsprocedure.

2.4.

[eiseres] en Diversity hebben een inschrijving gedaan.

2.5.

Bij brief van 12 september 2025 berichtte de TU aan [eiseres] dat de opdracht niet aan haar, maar (voorlopig) is gegund aan Diversity omdat Diversity de economisch meest voordelige inschrijving deed.

2.6.

Op 3 november 2025 schreef de TU aan [eiseres]:

Op verzoek van [eiseres] heeft de TU Delft navraag gedaan bij AF/KLM Nederland (de heer [naam 5]) inzake het eerder ingenomen standpunt van AF/KLM Nederland voor wat betreft het niet kunnen voldoen aan de eisen O6 en R8 door Diversity Travel.

Inmiddels hebben we van AF/KLM Nederland (de heer [naam 5]) vernomen dat Diversity Travel per 1 januari 2026 kan voldoen aan de eisen O6 en R8.

Tevens heeft Diversity Travel nogmaals bevestigd, ondersteund door een bericht van AF/KLM UK, dat zij kunnen voldoen aan de eisen O6 en R8.

Voor de goede orde willen wij benadrukken dat wij de eisen O6 en R8 kwalificeren als uitvoeringseisen, die opdrachtnemer tijdens uitvoering van de opdracht dient uit te kunnen voeren. Gelet op de inhoud van de eisen staat het vast dat het niet gaat om geschiktheidseisen, omdat het eisen betreffen die gaan over uitvoering van de opdracht.

Wij hebben dan ook, op basis van zorgvuldig, grondig en objectief onderzoek, meerdere verklaringen, bewijsdocumenten en informatie die wij hebben ontvangen, geen redenen om aan te nemen dat Diversity Travel tijdens uitvoering niet kan voldoen aan (een van) de uitvoeringseisen en wij zien daarom geen reden om niet definitief te gunnen aan Diversity Travel.

3
Het geschil
3.1.

[eiseres] vordert na vermeerdering van eis dat de voorzieningenrechter, uitvoerbaar bij voorraad:

primair

de TU verbiedt uitvoering te geven aan het gunningsvoornemen van 12 september 2025 althans de TU verbiedt de opdracht te gunnen aan Diversity;

de TU gebiedt het voornemen tot gunning van 12 september 2025 in te trekken;

de TU verbiedt, voor zover zij de opdracht wenst te gunnen, de opdracht aan een ander te gunnen dan aan [eiseres];

dit alles op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 1.000.000;

subsidiair

5. de TU verbiedt uitvoering te geven aan het gunningsvoornemen van 12 septemer 2025, althans de TU verbiedt de opdracht te gunnen aan Diversity;

6. de TU gebiedt het voornemen tot gunning van 12 september 2025 in te trekken;

7. de TU verbiedt, voor zover zij de opdracht wenst te gunnen, de opdracht aan een ander te gunnen dan aan [eiseres];

meer subsidiair

een voorziening treft die recht doet aan de belangen van [eiseres];

en – primair, subsidiair en meer subsidiair – de TU veroordeelt in de proceskosten.

3.2.

[eiseres] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat de TU de inschrijving van Diversity ongeldig had moeten verklaren op grond van artikel 3.6.3 van de Uitnodiging tot Inschrijven, omdat Diversity op het moment van de inschrijving niet voldeed aan de eisen die zijn verwoord in O6 en R8 van het Programma van Eisen.

3.3.

De TU voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.4.

Diversity concludeert als tussenkomende partij eveneens tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] en zij vordert dat de voorzieningenrechter de TU gebiedt om de opdracht definitief te gunnen aan (geen ander dan) Diversity, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.5.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van belang, verder ingegaan worden.

Overwegingen

4
De beoordeling
4.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat de TU voor de te gunnen opdracht eisen heeft gesteld waaraan Diversity niet voldeed op het moment van inschrijving. Volgens [eiseres] kan de opdracht daarom niet aan Diversity worden gegund. Dat is door de TU gemotiveerd weersproken; volgens de TU ging het om eisen die worden gesteld aan de uitvoering van de opdracht. Omdat Diversity per 1 januari 2026 aan die eisen voldoet, was er geen reden om de opdracht niet aan haar te gunnen.

4.2.

Uit de stukken die door partijen zijn overgelegd en hun toelichting daarbij komt het volgende naar voren. Diversity is een Ierse vennootschap. Diversity beschikt (in elk geval op het moment van inschrijven) niet over een Nederlandse licentie van de International Air Transport Association (IATA). Volgens [eiseres] worden alleen reisintermediairs met een Nederlands IATA-nummer door AF/KLM toegestaan om contracttarieven en route-deals voor opdrachtgevers zoals de TU te intermediëren en voldoet Diversity dus niet voldoen aan eis R8 en daarmee ook niet aan eis O6. Partijen zijn het erover eens dat eis R8 ertoe strekt dat het spaarprogramma van de TU bij AF/KLM kan worden voortgezet en dat route-deals kunnen worden gemaakt, dat zijn kortingsafspraken op routes die relatief veel worden geboekt door de TU. Op grond van eis O6 moet een reisagent eventuele prijsafspraken en het reisbeleid van de TU kunnen opnemen in de online bookingstool, zodat medewerkers van de TU die kunnen zien.

Toen [eiseres] de TU daarop wees naar aanleiding van de voorlopige gunningsbeslissing en de TU daarop reageerde dat onderzoek is gedaan en voldoende duidelijk is dat Diversity wel kan voldoen aan eisen R8 en O6, heeft een medewerker van AF/KLM, [naam 5], [eiseres] desgevraagd schriftelijk bevestigd dat een buitenlandse reisagent zonder IATA-nummer in Nederland niet aan alle onderdelen van het Programma van Eisen van de TU kan voldoen, waaronder aan de eisen met betrekking tot de route-deals. [eiseres] vroeg de TU uiteindelijk om zelf contact op te nemen met [naam 5] omdat zijn verklaring heel anders was dan de informatie die de TU kennelijk herhaaldelijk van Diversity en/of KLM/AF had ontvangen. De TU deed dat en meldde toen aan [eiseres] dat duidelijk was en ook door [naam 5] was bevestigd dat Diversity per 1 januari 2026 aan de gestelde eisen kan voldoen. Dat is niet (langer) tussen partijen in geschil. De voorzieningenrechter begrijpt de stellingen van partijen zo, dat evenmin in geschil is dat Diversity op het moment van haar inschrijving niet aan eisen R8 en O6 kon voldoen.

4.3.

Het gaat nu om de vraag of uit de aanbestedingsstukken, in dit geval de Uitnodiging tot Inschrijven, volgt dat inschrijvers die ten tijde van de inschrijving niet (kunnen) voldoen aan eisen R8 en O6 van het Programma van Eisen, van gunning moeten worden uitgesloten.

4.4.

De TU heeft terecht aangevoerd dat de Uitnodiging tot Inschrijven zo is ingedeeld, dat in hoofdstuk 4 de uitsluitingsgronden en selectiecriteria zijn opgenomen en in hoofdstuk 5 de uitvoerings- en aanvullende voorwaarden die betrekking hebben op de uitvoering van de opdracht. De eisen R8 en O6 staan in hoofdstuk 5 getiteld ‘Programma van Eisen’ en hebben duidelijk betrekking op de uitvoering van de opdracht. Alleen als op voorhand duidelijk is dat een inschrijver niet aan de uitvoeringseisen kan voldoen en de opdracht niet volgens het Programma van Eisen kan uitvoeren, is dat grond om de inschrijving ongeldig te verklaren.

4.5.

Anders dan [eiseres] betoogt, volgt uit 3.6.3 van de Uitnodiging tot Inschrijven niet dat inschrijvers ten tijde van de inschrijving aan alle uitvoeringseisen moeten kunnen voldoen, ook al staat daar ‘Vervolgens beoordeelt de aanbestedende dienst of de Inschrijver voldoet aan het gestelde in hoofdstuk 5 ‘Programma van Eisen’. Een inschrijver of inschrijving voldoet immers aan het Programma van Eisen als de opdracht volgens de in het Programma van Eisen gestelde voorwaarden wordt uitgevoerd. Dat kan niet op voorhand worden vastgesteld.

4.6.

Uit de formulering van 3.6.3 volgt niet dat de TU – zoals [eiseres] stelt – zichzelf heeft opgelegd om te onderzoeken of de inschrijver op het moment van inschrijving voldoet aan alle eisen die in hoofdstuk 5 van de Uitnodiging tot Inschrijven zijn gesteld. Aan veel van de uitvoeringseisen kan immers pas door de opdrachtnemer voldaan worden nadat de opdracht is gegund of zelfs als de opdracht is beëindigd, zoals (eis A4) het kosteloos meewerken aan de overdracht aan een eventuele opvolgend opdrachtnemer. De TU heeft toegelicht dat de beoordeling die in 3.6.3 is bedoeld, ziet op de vaststelling dat de inschrijver akkoord gaat met alle eisen uit het Programma van Eisen. Zij wijst erop dat uit de aanhef van 5.1 van de Uitnodiging tot Inschrijven blijkt dat van de inschrijvers wordt verwacht dat zij akkoord gaan met alle daar onder uitgewerkte eisen. Op grond van 5.6 moet dat akkoord online worden ingevoerd. Daar staat ook bij dat als die akkoordverklaring ontbreekt, dat kan leiden tot uitsluiting van deelname van de aanbestedingsprocedure. Dat sluit volgens de TU aan bij wat staat in 3.6.3. [eiseres] is het daarmee niet eens en zij wijst erop dat ongeldig verklaren van de inschrijving niet hetzelfde is als een inschrijver uitsluiten van deelname. Dat is strikt genomen juist, maar betekent niet dat [eiseres] in haar uitleg van 3.6.3 van de Uitnodiging tot Inschrijven moet worden gevolgd. De TU was niet gehouden om te toetsen of inschrijvers ten tijde van de inschrijving voldeden aan de eisen en voorwaarden van het Programma van Eisen.

4.7.

Uit hetgeen door [eiseres] in dit kort geding is aangevoerd volgt ook niet dat Diversity de opdracht niet volgens het Programma van Eisen zal kunnen uitvoeren. Zij heeft dan ook niet voldoende aannemelijk gemaakt dat de TU de inschrijving van Diversity ongeldig had moeten verklaren en de opdracht niet aan Diversity mag gunnen.

4.8.

Er is ook geen grond om – zoals door [eiseres] meer subsidiair gevorderd – een andere voorziening te treffen. [eiseres] heeft geen feiten en omstandigheden aangedragen die de conclusie rechtvaardigen dat de aanbestedingsprocedure niet eerlijk en/of voldoende transparant is geweest en de TU niet zorgvuldig tot haar gunningsvoornemen is gekomen.

De vorderingen van [eiseres] moeten daarom worden afgewezen.

4.9.

Nu de TU voornemens is de opdracht ook definitief te gunnen aan Diversity, brengt voormelde beslissing mee dat Diversity geen belang heeft bij toewijzing van haar vorderingen, zodat deze worden afgewezen. Ondanks de afwijzing moet [eiseres] in haar verhouding tot Diversity worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij. Het doel van Diversity was immers te bewerkstelligen dat de (voorlopige) gunningsbeslissing van 12 september 2025 in stand blijft. Dat doel is bereikt. [eiseres] zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten van Diversity.

De proceskosten van Diversity worden begroot op:

- griffierecht € 714,00

- salaris advocaat € 1.107,00

- nakosten € 178,00 (plus verhoging bij betekening)

Totaal € 1.821,00

4.10.

[eiseres] wordt in de proceskosten veroordeeld omdat zij in deze procedure in het ongelijk wordt gesteld. De proceskosten van de TU worden begroot op:

- griffierecht € 714,00

- salaris advocaat € 1.107,00

- nakosten € 178,00 (plus verhoging bij betekening)

Totaal € 1.821,00

4.11.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

Beslissing

5
De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen van [eiseres] af;

5.2.

wijst de vorderingen van Diversity af;

5.3.

veroordeelt Diversity voor wat betreft de door haar ingestelde vorderingen tegen de TU in de kosten van de TU, die worden begroot op nihil;

5.4.

veroordeelt [eiseres] in de overige proceskosten van zowel de TU als Diversity van ieder € 1.821,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiseres] € 92,00 extra aan de betreffende partij betalen, plus de kosten van betekening;

5.5.

veroordeelt [eiseres] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;

5.6.

verklaart de veroordelingen onder 5.4 en 5.5 uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2025. (Voetnoot 1)

Voetnoot

Voetnoot 1

type:

coll: