Rechtbank Den Haag, eerste aanleg - enkelvoudig arbeidsrecht

ECLI:NL:RBDHA:2025:23416

Op 17 July 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van arbeidsrecht, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is 11763692 RL EXPL 25-11573, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2025:23416. De plaats van zitting was Den Haag.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
11763692 RL EXPL 25-11573
Datum uitspraak:
17 July 2025
Datum publicatie:
9 December 2025

Indicatie

FNV moet worden toegelaten tot de onderhandelingen over de nieuwe cao Technische Groothandel

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Den Haag

PV/DN/d

Rolnr.: 11763692 RL EXPL 25-11573

Datum: 17 juli 2025

Vonnis van de kantonrechter ex artikel 254 Rv in de zaak van:

FEDERATIE NEDERLANDSE VAKBEWEGING,

gevestigd te Utrecht,

eisende partij,

hierna te noemen: FNV,

gemachtigden: mrs. J. Ipenburg en J. van Overdam,

tegen

VERENIGING “WERKGEVERS TECHNISCHE GROOTHANDEL”,

gevestigd te ‘s-Gravenhage,

gedaagde partij,

hierna te noemen: WTG,

gemachtigden: mr. R.AJ. Nieuwmans en mr. A. Hiebendaal.

1
Procedure
1.1.

De kantonrechter heeft kennis genomen van:

dagvaarding van 27 juni 2025 met producties genummerd 1 tot en met 16;

de conclusie van antwoord met producties genummerd 1 tot en met 12;

de aanvullende producties genummerd 17 tot en met 19 van FNV;

de aantekeningen van de mondelinge behandeling van 3 juli 2025 en de schriftelijke spreekaantekeningen die tijdens die behandeling door de gemachtigden van partijen zijn overhandigd.

1.2.

Op 7 juli 2025 heeft de kantonrechter in verband met de spoedeisendheid van de zaak een zogenaamd kop-staartvonnis gewezen waarin alleen de beslissing is opgenomen. In dit vonnis volgt de motivering van die beslissing.

2
Feiten
2.1.

FNV is een vereniging die als doel heeft de belangen te behartigen van haar leden,

van werknemers, of groepen van werknemers, waaronder werknemers in de sector technische groothandel. WTG is een werkgeversorganisatie die zich richt op de belangenbehartiging van werkgevers binnen diezelfde sector.

2.2.

De collectieve arbeidsvoorwaarden van werknemers die werkzaam zijn bij werkgevers in de technische groothandel zijn vastgelegd in de cao Technische Groothandel. De huidige cao Technische Groothandel heeft als looptijd 1 oktober 2023 tot en met 30 september 2025 (cao 2023-2025).

WTG heeft deze cao afgesloten met de werknemersorganisaties CNV, De Unie en RMU. FNV is geen partij bij deze cao, en was dat ook niet bij de voorlaatste cao die liep van 1 oktober 2022 tot en met 30 september 2023 (cao 2022-2023). Eerder was FNV wel partij bij de cao’s voor de periodes 2008-2010, 2010-2011, 2011-2012, 2014-2015, 2015-2016, 2016-2018 en 2019-2022.

2.3.

Op 3 april 2020 heeft NRC een artikel gepubliceerd met de titel “Achter de schermen bij moeizaam cao-overleg: ‘Zoals we al vreesden: ze laten ons in de steek’”. Het artikel gaat over de cao-onderhandelingen voor de cao Technische Groothandel, die sinds mei 2018 plaatsvonden. Volgens het artikel keek NRC bijna twee jaar lang mee bij FNV in een cao-traject vol wantrouwen tegenover werkgevers en de andere vakbonden. In het artikel staat onder meer het volgende:

“(…) De patstelling is nog niet voorbij als zich in november 2018 een vierde vakbond meldt voor de cao-gesprekken. De werkgever hebben gevraagd of (…) (AVV) wil aanschuiven, (…) door FNV’ers consequent „nepvakbond" genoemd. (…)

De werkgevers komen met een voorstel dat de vakbonden verdeelt. Er moet toch echt

bezuinigd worden op de toeslagen, zeggen de werkgevers. Wel willen ze onderzoeken of die versobering allen voor nieuwe werknemers kan gaan gelden. De rechten van het huidig

personeel blijven dan behouden, of worden langzamer afgebouwd.

„Daar gingen onze broeders van CNV en De Unie al snel in mee", zegt Kleijer [destijds onderhandelaar namens FNV, toev. ktr.] na afloop in een telefonische vergadering met de kaderleden. „Zoals we al vreesden: ze laten ons in de steek."

„We zijn voor dertig zilverlingen verraden door het CNV", zegt haar collega Henk van der Wal. „En door De Unie, nog voor de haan gekraaid heeft. (…)"

2.4.

Begin 2021 hebben WTG, FNV, CNV, AVV en De Unie – de partijen bij de toen geldende cao Technische Groothandel – bureau X-stra ingeschakeld vanwege belemmeringen in het cao-overleg. Doel was om de verhoudingen tussen de vakbonden en WTG te normaliseren en werkbaar te maken. In februari 2021 heeft X-stra een Plan van Aanpak uitgebracht. In het afsluitend advies van het Plan van Aanpak staat dat geconstateerd is dat de aangetroffen situatie zeer ernstig is en dat sprake is van verstoringen van alle aspecten van de cao-onderhandelingen: proces, inhoud en personen, die – met onderbrekingen – al zeer lang voortduren. Ter oplossing van de situatie heeft X-stra in het Plan van Aanpak een aantal concrete aanbevelingen gedaan.

2.5.

Op 22 november 2021 heeft een vergadering plaatsgevonden tussen de betrokken cao-partijen. Tijdens deze vergadering heeft WTG medegedeeld dat zij enthousiast is over het door De Unie ontwikkelde systeem DigiC (Voetnoot 1) en wil onderzoeken of er bij haar achterban draagvlak is om dit systeem te gebruiken. Naar aanleiding hiervan heeft FNV gevraagd: “Stel dat de WTG groen licht krijgt van de achterban en er zijn 2 gesprekspartners van de TGH [Technische Groothandel, toev. ktr.] positief, maar 2 andere gesprekspartners van de TGH niet, wat gebeurt er dan?”. WTG heeft hierop geantwoord: “De WTG geeft aan dat als de leden hier voor kiezen, dat de WTG dan met dit systeem de komende cao onderhandelingen wil voeren en dan nodigt ze daar iedereen bij uit die dit ook wil en niet de partijen die dit niet willen.”

2.6.

Begin en medio 2022 hebben WTG, FNV, CNV, De Unie en AVV naar aanleiding van het Plan van Aanpak van X-stra een aantal afspraken gemaakt. Deze zijn vastgelegd in het document “Definitieve afspraken n.a.v. aanbevelingen rapport X-stra”. De afspraken betroffen onder meer de rol en bevoegdheden van de procesbegeleider, evenals de delegaties voor de cao-onderhandelingen. Op basis van het advies en de gemaakte afspraken is mevrouw Klijnhout aangesteld als nieuwe procesbegeleider en heeft FNV de samenstelling van haar onderhandelingsdelegatie gewijzigd. Verder zijn er afspraken gemaakt over het onderlinge contact en de wijze van communicatie tussen de betrokken partijen:

“(…) Advies 3 Informeel contact

Advies: informele contacten tussen de delegaties te onderhouden. Informeel contact speelt vaak een belangrijke rol in het voorbereiden en daarmee versoepelen van formele gesprekken en onderhandelingen. Hoe beter betrokkenen met elkaar 'door een deur kunnen’ hoe beter het informele overleg functioneert. Het zou goed zijn de informele kanalen te herstellen en open te houden, ook als het 'spannend' wordt. De procesbegeleider kan hier een rol in spelen (…) maar direct informeel contact verdient de voorkeur.

Afspraken:

• Informeel contact moet weer in de steigers gezet worden.

• Plannen van informele sessies waarin partijen met de benen op tafel zitten. Procesbegeleider initieert, maar dit moet uiteindelijk overgenomen worden door partijen

zelf.

• Partijen geven prioriteit aan deze benen-op-tafel sessies.

Advies 4 De hygiëne in contacten

Advies: partijen fatsoensnormen naar elkaar in acht nemen en elkaar op het niet naleven

daarvan aan te spreken. De procesbegeleider heeft hier vanzelfsprekend een rol in. Het is verstandig dat als iemand zich onheus bejegend voelt, hij of zij direct vraagt waarom iets is gezegd of wat er met een waargenomen non-verbale reactie bedoeld wordt.

Afspraken:

• Lijkt een open deur, maar is het niet. De afspraak is gemaakt om direct aan te spreken als

iets gezegd of gedaan wordt wat verkeerd valt.

• Non-verbale communicatie speelt hierbij een even grote rol als verbale communicatie.

• Aanspreken gebeurt met respect naar de ander.

Advies 5 Elkaars “mores” begrijpen

Advies: tijd en energie in het begrijpen van elkaars mores te steken. Daarbij hoeft

men geen begrip vóór elkaar mores te hebben, het ermee eens zijn, mar het is wel nodig dat men het snapt. Spreken over elkaars mores en uitleg ervan kan daaraan bijdragen. Als de wil hiertoe ontbreekt dan moet men op zijn minst de mores van anderen accepteren. Dat is niet hetzelfde als ermee instemmen maar het is wel nodig. De mores van anderen zijn immers een gegeven. Ze veranderen uitsluitend als die ander dat wil.

Afspraken:

• De mores zijn op een prettige wijze besproken en er is aangegeven hoe processen werken

bij elke partij en ook hoe de bovenbannen bij vakbonden werken.

• Vakbonden zeggen toe dat als de punten bekend zijn voor de cao, de WTG daar ook inzage in kan krijgen; dat is geen verborgen agenda.

• Zonder vakbond is er geen cao; we hebben elkaar nodig.

• De afspraak is dat partijen zich blijven inspannen om elkaar te begrijpen en dat betekent

niet dat partijen het met elkaar eens hoeven te zijn. Elke partij heeft hetzelfde

gezamenlijke belang; namelijk komen tot een goede cao. (…)

Advies 6 Representativiteit

Advies: Beide zijden van de onderhandelingstafel onder leiding van de procesbegeleider toelichten hoe zij tegen hun eigen representativiteit aankijken en dat met elkaar delen en bespreken. (…)

Afspraken: Representativiteit kan gekoppeld worden aan het aantal lidmaatschappen of het aantal mensen die mogen meebeslissen. Representativiteit is in het van een eventuele enquête op dit moment niet makkelijk om daar afspraken over te maken. Besloten wordt om dit punt even te parkeren.

Advies 7 Communicatie

Advies: X-stra adviseert in navolging van andere CAO’S dat partijen elkaar vooraf ter informatie persberichten toesturen, zodat iedereen weet wat er gepubliceerd gaat worden en er eventueel vóór publicatie nog op kan reageren. Samen met de procesbegeleider zou bezien kunnen worden of en wanneer gezamenlijke persberichten mogelijk zijn, eventueel met de vermelding dat partijen afzonderlijk nadere informatie zullen verstrekken. Dat vereist echter ook herstel van wederzijds vertrouwen wat de nodige tijd zal kosten. De site technischegroothandel.org lijkt het aangewezen kanaal voor gezamenlijke communicatie. Voor zowel afzonderlijke persberichten als voor sociale media geldt dat enig spiegelen tijdens het opstellen geen kwaad kan. Daarmee wordt bedoeld dat er in de formulering rekening mee wordt gehouden hoe de tekst kan vallen bij andere partijen. Ongecontroleerde berichtgeving op sociale media is niet goed te voorkomen, als het platform de mogelijkheid biedt te reageren. Hierdoor kan een (virtueel) “gesprek” ongewenste uitlatingen bevatten waar partijen niet verantwoordelijk voor kunnen zijn.

Afspraken:

• Voorkeur heeft het om een gezamenlijk persbericht te maken en vervolgens kan elke partij communiceren.

• Vakbonden willen de ruimte blijven houden om gebruik te kunnen maken van de media;

dat kan soms een drukmiddel zijn.

• Afspraak is dat de partijen elkaar in ieder geval informeren als zij een persbericht gaan

publiceren; niet ter goedkeuring, maar ter informatie.

• Als er gecommuniceerd wordt, dan niet op de man spelen en daarbij altijd rekening

houden met de gemaakte afspraken. M.a.w. met respect voor wie we zijn en voor wat we

aan het doen zijn en verspreidt niet bewust onwaarheden (hygiënische communicatie).

• Vast laatste agendapunt opvoeren tijdens vergaderingen: Gaan we communiceren en zo

ja, wat gaan we dan communiceren. (…)

Advies 10 Feiten, geruchten, emoties en meningen

X-stra adviseert dat partijen erkennen dat feiten, geruchten, emoties en meningen soms door elkaar kunnen lopen. Door door te vragen kunnen de harde feiten – die iedereen als zodanig (h)erkent - worden onderscheiden zodat er een gedeeld beeld over ontstaat. Daarna staat het iedereen vrij om er een mening over te vormen, maar dat zijn dan ook meningen en geen feiten. Wees altijd voorzichtig om geruchten zonder meer als feiten aan te merken! Overigens is het niet zinvol allerlei gebeurtenissen uit het verleden te herbeoordelen, maar zeker wel om toekomstige gebeurtenissen te bezien, te bespreken en te beoordelen en eerst samen vast te stellen wat er echt gebeurt, wat er bijgehaald is, welke emoties dat oproept en zo een gefundeerde mening te vormen.

Afspraken:

• Partijen zijn het er mee eens; Het lijkt op een open deur, maar wel belangrijk dat partijen

zich hierop blijven challengen.

Advies 11 Vertrouwen

X-stra adviseert dat partijen en personen aan de cao-tafel met elkaar afspreken dat ze serieus aan het herstel van vertrouwen gaan werken. Dat is wat met "in de steigers zetten" wordt bedoeld. Het gezamenlijk oppakken van de lange lijst van belemmeringen kan daar al een belangrijk bijdrage aan zijn. Daarna kan onder leiding van de procesbegeleider op verschillende manieren aan vertrouwen gewerkt worden. Wellicht hebben partijen zelf ook

voorstellen om aan vertrouwen te bouwen.

Afspraken:

• Vertrouwen ligt aan de basis, maar dat vertrouwen moet groeien.

• Sessies verlopen goed, maar mailverkeer werkt dit soms tegen. Moet aan gewerkt

worden; Voordat de mail verstuurd wordt, kijk nog even of die realiseert wat je beoogt.

• Informeel overleg moet in de steigers gezet worden; Data een jaar vooruit plannen, zodat

overleggen vast staan. (…)”

2.7.

Op 15 juni 2022 heeft er opnieuw een cao-vergadering plaatsgevonden. Tijdens deze vergadering hebben FNV en CNV aangegeven niet deel te nemen aan het DigiC-traject en heeft WTG kenbaar gemaakt dat AVV niet meer zal worden uitgenodigd voor vervolggesprekken over de cao, omdat “het systeem van AVV” volgens WTG niet naast het DigiC-systeem van De Unie kan bestaan.

2.8.

Op 30 november 2022 heeft WTG een eindvoorstel gedaan in het kader van de toen lopende onderhandelingen voor de cao Technische Groothandel 2023-2025. Hierop heeft FNV op 8 december 2022 aan WTG per brief verklaard uitonderhandeld te zijn en een ultimatum gesteld tot 10 december 2022. Dit ultimatum hield in dat WTG akkoord moest gaan met een loonsverhoging van minimaal 10% per januari 2023 en nadien aanpassing aan het afgeleide CPI-cijfer van oktober 2022 (16,7%). Daarbij heeft FNV aangekondigd dat zij tot acties als werkonderbrekingen en stakingen zal overgaan bij het uitblijven van voldoening aan deze eis. In dezelfde brief heeft FNV ook bezwaren geuit tegen het gebruik van het DigiC-systeem. Op 9 december 2022 heeft WTG FNV vervolgens bericht dat zij van mening is dat het ingezette proces voor een nieuwe cao eerst moet worden afgerond met de stemming bij de vakbonden over het eindvoorstel van 30 november 2022 en haar opgeroepen om weer deel te nemen aan dit proces. Op 12 december 2022 heeft FNV laten weten dat zij vanaf het begin duidelijk heeft gemaakt niet met het DigiC-systeem te zullen werken en verwezen naar de eisen in het ultimatum. De overige vakbonden (CNV, De Unie en RMU) zijn akkoord gegaan met het eindvoorstel van WTG.

2.9.

Op 16 december 2022 heeft FNV een artikel gepubliceerd met de titel “FNV constateert onregelmatigheden in stemming door werkgever Technische Groothandel en De Unie”. Het artikel gaat erover dat het DigiC-systeem ertoe leidt dat werknemers worden uitgesloten van het stemproces rond de cao-onderhandelingen. In het artikel wordt onder meer gesproken over stemfraude en verkondigd dat een groot deel van de werknemers niet zou kunnen stemmen omdat veel bedrijven in de sector niet met DigiC werken.

2.10.

Op 27 maart 2023 heeft mevrouw Klijnhout, naar aanleiding van een vraag van FNV naar de uitnodiging voor het cao-overleg, laten weten dat FNV niet is uitgenodigd voor de onderhandelingen voor volgende cao. Op 29 maart 2023 heeft WTG de reden voor de niet-toelating aan FNV als volgt toegelicht:

“(…) In onze e-mail van 24 februari 2023 hebben wij al duidelijk gemaakt dat de uitwerking van de diverse thema's uit de lopende CAO is voorbehouden aan de partijen die onderdeel zijn van diezelfde CAO. Gisteren hebben CAO-partijen concrete afspraken gemaakt over de uitwerking van deze thema's. De FNV heeft er zelf voor gekozen om geen CAO-partij meer te zijn en kan hierbij dus niet betrokken zijn.

Vanwege schending door de FNV van de in de mediation gemaakte afspraken zullen wij de FNV niet uitnodigen voor de onderhandelingen over een volgende CAO. (...)”

2.11.

Op 4 april 2023 heeft FNV hierop als volgt gereageerd:

“(…) Wie stelt die bewijst. Wij zijn niet gediend van dit soort loze aantijgingen die kant nog wal raken. Wij kunnen ons best voorstellen dat onze kritische houding of onze werkwijze niet altijd in goede aarde valt, maar de FNV wenst geen speelbal te zijn van de hersenspinsels van het bestuur van de WTG. Als de FNV deze cao wel had ondertekend was deze beschuldiging ons bespaard gebleven en waren wij wel uitgenodigd zoals in eerdere mail(s) aangegeven door de WTG; daarmee haalt de WTG haar eigen beschuldiging dus onderuit. De behoefte om ons op deze manier te willen ondermijnen en in een kwaad daglicht te willen stellen geeft wederom aan dat het mediation traject niet het beoogde effect heeft gehad op de zienswijze van de WTG. Het is een teken aan de muur dat de WTG liever van cao naar cao hobbelt zonder daadwerkelijk stappen te willen zetten voor de verduurzaming en kwalitatieve verbeteringen van arbeidsvoorwaarden binnen de sector; een zo breed mogelijk draagvlak onder sociale partners en de toegevoegde waarde en positie van de FNV binnen de sector kan alleen maar leiden tot de conclusie dat de grootste vakbond van de sector een plek aan de onderhandelingstafel toekomt.

Mocht de WTG op enig moment haar excuses willen aanbieden of onder voortschrijdend inzicht terug willen komen op deze dwaling dan staat onze deur natuurlijk open.

Tot die tijd zit ervoor ons helaas niets anders op dan werkgevers binnen de sector, waar ook de leden van de WTG onderdeel van zijn, met onze vasthoudendheid en inzet ervan te overtuigen dat de FNV als volwaardige onderhandelingspartner moet worden erkend in het belang van medewerkers in het algemeen en onze leden in het bijzonder. (…)”

2.12.

Op 9 oktober 2023 heeft FNV WTG opnieuw gevraagd wanneer zij een uitnodiging voor de cao-onderhandelingen kan verwachten. In reactie hierop heeft WTG op 12 oktober 2023 verwezen naar het eerder ingenomen standpunt in haar e-mail van 29 maart 2023.

2.13.

Op 1 februari 2024 heeft FNV een artikel gepubliceerd met de titel “FNV roept werkgevers Technische Groothandel op tot rigoureus ingrijpen in cao-proces”. Het artikel gaat over dat WTG haar eindbod heeft ingetrokken wegens onvoldoende mandaat van haar achterban. In het artikel roept FNV werkgevers op om in te grijpen bij WTG en de AWVN in te schakelen voor professionele ondersteuning en begeleiding bij het cao-proces.

2.14.

Op 5 maart 2024 heeft FNV een nieuwsbrief aan haar leden uitgebracht, met daarin een stemadvies over DigiC. In de nieuwsbrief staat, voor zover relevant, het volgende:

“(…) Omdat de cao voor de Technische Groothandel op het punt staat op een dubieuze manier tot stand dreigt te komen, roepen wij onze leden massaal op om tegen de peiling te stemmen die door de WTG/De Unie via Digi-C wordt uitgezet.

De WTG respecteert niet de regels zoals wij in Nederland gewend zijn om tot een eerlijke cao te komen. In plaats daarvan is er sprake van zware inmenging in het cao-proces door de werkgevers waar De Unie zich als gele vakbond voor laat gebruiken en betalen.

(…)

Stem tegen, stem voor rechtvaardigheid

Stem tegen, stem voor onafhankelijkheid en transparantie

Stem tegen, tegen de collaboratie van De Unie met de WTG (…)”

2.15.

Op 28 februari 2025 heeft FNV (samen met AVV) schriftelijke bedenkingen geuit tegen de algemeenverbindendverklaring van een bepaling uit de cao Fonds Technische Groothandel (althans de statuten van het fonds) (Voetnoot 2) omdat – kort gezegd – deze bepaling zich niet leent voor algemeenverbindendverklaring. FNV was geen partij was bij deze cao. Bij besluit van 19 mei 2025 heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de bedenkingen van FNV (en AVV) afgewezen.

2.16.

Op 22 mei 2025 heeft FNV WTG per brief verzocht om een uitnodiging voor de onderhandelingen over de nieuwe cao Technische Groothandel. Bij deze brief heeft FNV haar voorstellen voor de nieuwe cao gevoegd. Eén van deze voorstellen betreft een structurele loonsverhoging van 7% per 1 oktober 2025. Op 28 mei 2025 heeft WTG in haar reactie verwezen naar het standpunt zoals geuit in de e-mail van 29 maart 2023.

3
Vordering, grondslag en verweer
3.1.

FNV vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, bij wijze van voorlopige voorziening (verkort en anders weergegeven):

A. WTG te veroordelen om FNV onvoorwaardelijk (vanaf de start van de onderhandelingen) toe te laten tot alle onderhandelingen met betrekking tot de cao Technische Groothandel (nieuwe cao, eventuele tussentijdse wijzigingen, verlengingen en andere arbeidsvoorwaardelijke onderwerpen, inclusief de fonds-cao);

WTG te veroordelen om FNV tijdíg, althans binnen een in goede justitie te bepalen termijn, schriftelijk te informeren over de data van de cao-onderhandelingen en afschriften te versturen van alle daarop betrekking hebbende correspondentie (zoals – maar niet uitstuitend – de agenda, de voorstellenbrief en het tijdspad);

een en ander op straffe van een dwangsom,

WTG te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2.

FNV legt aan deze vordering – samengevat – het volgende ten grondslag. WTG handelt onrechtmatig jegens FNV door haar uit te sluiten van de onderhandelingen voor de cao Technische Groothandel, die op 8 juli 2025 van start gaan. FNV is de grootste werknemersvereniging met de meeste leden in de branche, zowel absoluut als relatief ten opzichte van CNV, De Unie en RMU. Van alle georganiseerde werknemers in de sector is 71,64% aangesloten bij FNV, tegenover 18,60% bij CNV en 9,76% bij De Unie. Als meest representatieve vakbond heeft FNV recht op deelname aan de cao-onderhandelingen. Bovendien zijn de belangen van FNV en haar leden bij toelating tot het cao-overleg dusdanig groot en urgent, dat die belangen zwaarder wegen dan eventuele belangen van WTG bij niet-toelating. Uitsluiting van het overleg betekent dat FNV haar leden niet effectief kan vertegenwoordigen, terwijl de cao ook belangrijke gevolgen heeft voor die leden als FNV geen partij is. Het recht op collectief onderhandelen weegt in deze zwaarder dan de contractsvrijheid. Het is van belang dat er breed draagvlak is, wat mede wordt vergroot door deelname van FNV. Door FNV als meest representatieve vakbond te weren van de onderhandelingstafel, handelt WTG onrechtmatig, omdat zij daarmee het collectieve onderhandelingsrecht van FNV op ontoelaatbare wijze beperkt.

3.3.

WTG concludeert tot afwijzing van de vordering van FNV, met veroordeling van FNV in de proceskosten. Volgens WTG ontbreekt het FNV allereerst aan een spoedeisend belang. FNV heeft er eerder namelijk bewust voor gekozen om geen partij te willen zijn bij de huidige cao, en FNV wist al op 28 mei 2025 dat zij niet zou worden toegelaten tot de onderhandelingen voor de komende cao. Deze onderhandelingen zijn inmiddels gestart; op 3 juni 2025 hebben De Unie, RMU en CNV hun voorstellen neergelegd en verwacht wordt dat op of rond 8 juli 2025 overeenstemming zal worden bereikt over een nieuwe cao. WTG betwist dat FNV representatiever is dan de huidige onderhandelingspartijen. FNV vertegenwoordigt slechts 5,9% van de werknemers in de sector. Ook De Unie, CNV en RMU zijn representatief. Bovendien werkt De Unie met DigiC, een democratisch systeem waarmee alle werknemers worden betrokken. Volgens WTG is de vertegenwoordiging van werknemers door de huidige partijen daarmee voldoende geborgd. Verder voert WTG aan dat zij zwaarwegende belangen heeft om FNV van het overleg uit te sluiten. Sinds 2019 heeft FNV zich volgens WTG structureel destructief opgesteld, onder meer door het organiseren van stakingen, het stellen van onrealistische looneisen, het zaaien van onrust, het beschuldigen van WTG van fraude en het boycotten van het DigiC-systeem. Mediation heeft hierin geen verbetering gebracht. De gerechtvaardigde verwachting bestaat dan ook dat FNV het lopende onderhandelingsproces ernstig zal frustreren De belangen van FNV wegen volgens WTG dan ook niet op tegen het belang van WTG en de betrokken vakbonden bij een ordentelijk en voortvarend cao-traject. Inmenging van FNV zou enkel leiden tot vertraging, terwijl haar eisen volgens WTG geen realistische kans van slagen hebben.

Overwegingen

4
Beoordeling

FNV heeft een spoedeisend belang

4.1.

De vordering in kort geding kan alleen worden toegewezen als FNV daarbij een spoedeisend belang heeft. Naar het oordeel van de kantonrechter is dat hier het geval, gezien de aard van de vordering. FNV wil op korte termijn worden toegelaten tot (verdere) cao-onderhandelingen die op 8 juli 2025 plaatsvinden, en dit kan alleen via een spoedprocedure worden bereikt. Dat FNV eerder heeft gekozen om weg te lopen bij de onderhandelingen over de huidige cao — wat zij overigens betwist — en dat zij al op 28 mei 2025 wist dat zij niet zou worden toegelaten tot de cao-onderhandelingen, zoals WTG stelt, doet hieraan niets af.

Beoordeeld moet worden of de vordering van FNV in een bodemprocedure zou slagen

4.2.

Voorop moet worden gesteld dat voor toewijzing van de vordering eerst plaats is, indien er sprake is van een grote mate van waarschijnlijkheid dat die toewijzing in overeenstemming zal zijn met een oordeel in een bodemprocedure. De kantonrechter dient daarom te beoordelen of de vordering van FNV in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat vooruitlopend daarop de toewijzing reeds nu gerechtvaardigd is. Daarbij zij opgemerkt dat voor nader onderzoek naar bepaalde feiten en omstandigheden of voor bewijslevering door bijvoorbeeld getuigen is dit kort geding in beginsel geen plaats is. Dat moet gebeuren in een eventuele bodemprocedure. De beoordeling in dit kort geding is een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.

Een representatieve vakbond heeft in beginsel recht op toelating tot (lopende) cao-

onderhandelingen over een nieuwe cao

4.3.

Bij de beoordeling van dit geschil neemt de kantonrechter tot uitgangspunt dat het in het algemeen aan contractspartijen zelf is om te bepalen of zij een ander tot hun collectieve arbeidsvoorwaardenoverleg toelaten. De contractsvrijheid wordt evenwel beperkt door het in internationale verdragen erkende recht van vakbonden op collectieve onderhandelingen in die zin dat een (in absolute en relatieve zin) representatieve vakbond in beginsel recht heeft op toelating tot (lopende) cao-onderhandelingen over een nieuwe cao (dan wel over aanpassing van een cao waarbij die vakbond partij is geweest).

4.4.

Dit uitgangspunt geldt niet in gelijke mate als het gaat om toelating van een representatieve vakbond tot overleg over aanpassing van een reeds bestaande cao waarbij die vakbond geen partij is. Voor de laatstbedoelde situatie geldt dat de weigering tot toelating onder omstandigheden onrechtmatig kan zijn. Hierbij komt het aan op een belangenafweging. Dit alles volgt uit het zogenaamde AbvaKabo-arrest. (Voetnoot 3) In het TUI-arrest wordt dit uitgangspunt door de Hoge Raad nog eens bevestigd. (Voetnoot 4)

4.5.

Vooropgesteld wordt dat het in dit geval gaat om toetreding tot (lopende) cao-onderhandelingen over een nieuwe cao. Dat is tussen partijen ook niet in geschil.

Dit betekent dat, gelet op het hiervoor genoemde uitgangspunt, een uitsluiting van een representatieve vakbond om deel te nemen aan de (lopende) onderhandelingen over de nieuwe cao, van zwaarwegende belangen aan de zijde van de resterende partij(en) moet worden voorzien met een zorgvuldige motivering, omdat uitsluiting anders onrechtmatig zal zijn.

FNV is representatief

4.6.

De kantonrechter is met FNV van oordeel dat FNV representatief is. Daarvoor is het volgende redengevend.

4.7.

WTG heeft niet weersproken dat FNV ruim 70% van de georganiseerde werknemers in de sector Technische Groothandel vertegenwoordigt ten opzichte van ruim 18% door CNV en bijna 10% door De Unie. Niet bekend is hoeveel leden RMU vertegenwoordigt, maar FNV heeft onweersproken toegelicht dat RMU in algemene zin een relatief kleine vakbond is Daarmee heeft FNV ten opzichte van de andere vakbonden de hoogste organisatiegraad. Anders dan WTG heeft aangevoerd, wordt dit niet anders omdat alle werknemers in de sector (óók de werknemers die geen lid zijn) via het zogenaamde DigiC-systeem van De Unie vertegenwoordigd zijn. Een dergelijke benadering zou immers de facto inhouden dat alle vakbonden, met uitzondering van De Unie, tot de cao-onderhandelingen kunnen worden geweigerd, nu De Unie door DigiC in theorie een vertegenwoordiging van 100% bereikt. Het recht van vakbonden op collectieve onderhandelingen zou daarmee illusoir worden.

4.8.

Voor zover WTG nog heeft aangevoerd dat partijen ten aanzien van de uitleg van het vereiste van representativiteit tijdens de mediation andere, afwijkende afspraken hebben gemaakt, gaat de kantonrechter hieraan voorbij (zie onder 2.6. “Advies 6”). Uit de tekst van de afspraken volgt slechts dat over representativiteit is gesproken in het kader van een te houden enquête. De relevantie van deze gestelde afspraken, waarover bovendien staat vermeld dat “besloten wordt om dit punt even aan te houden”, ontgaat de kantonrechter dan ook.

Geen zwaarwegende belangen aan de zijde van WTG en de overige vakbonden die zich verzetten tegen toelating

4.9.

FNV heeft als (meest) representatieve vakbond belang bij toelating tot de cao-onderhandelingen. De weigering van WTG om FNV toe te laten tot de onderhandelingen over de nieuwe cao is in beginsel reeds daarom onrechtmatig. Dat kan eerst anders zijn, indien WTG gemotiveerd stelt dat zwaarwegende belangen zich tegen toelating van de FNV verzetten. WTG heeft in dat kader het volgende aangevoerd.

a. FNV niet betrokken bij eerdere cao-onderhandelingen

Vaststaat dat FNV tot en met de cao van 2019-2022 partij is geweest bij de cao. FNV is wel betrokken geweest bij de onderhandelingen voor de cao 2022-2023, maar geen partij omdat de leden het onderhandelingsresultaat hebben weggestemd. FNV was niet betrokken en geen partij bij de cao 2023-2025.

Ontbreken vertrouwen

Sinds 2019 hebben zich verschillende incidenten voorgedaan die de verhoudingen tussen WTG en FNV ernstig hebben verstoord.

Partijen konden op enig moment niet meer op constructieve wijze met elkaar communiceren, hetgeen in 2021 heeft geleid tot tussenkomst van een mediator. Partijen hebben toen afspraken gemaakt over, kort gezegd, vertrouwen en professionaliteit. FNV heeft deze afspraken met voeten getreden.

Destructieve houding FNV

FNV heeft zich in het verleden destructief opgesteld door het entameren van stakingen, het stellen van onrealistische looneisen, het zaaien van onrust, het doen van aantijgingen en onterechte beschuldigingen en het boycotten van het DigiC-systeem.

4.10.

De kantonrechter is van oordeel dat genoemde omstandigheden, in hun onderlinge samenhang beschouwd, niet dusdanig zwaarwegend zijn dat deze zich tegen toelating van FNV tot de cao-onderhandelingen verzetten. Daarvoor is redengevend dat WTG voornamelijk teruggrijpt naar gebeurtenissen uit het verleden. Het is de kantonrechter duidelijk dat partijen elkaar over en weer allerlei verwijten maken en daarmee dus beiden debet zijn aan de verstoorde verhoudingen. Alleen daarom al kunnen de gebeurtenissen uit het verleden er niet toe leiden dat WTG met succes FNV de toegang tot de onderhandelingstafel kan ontzeggen. Dat WTG tijdens de mondelinge behandeling heeft erkend dat FNV weer tot de onderhandelingen wordt toegelaten als zij publiekelijk excuses maakt en afstand doet van haar uitlatingen in het verleden, onderschrijft dat de weigerachtige houding van WTG voornamelijk is ingegeven door ‘oud zeer’ en niet zozeer is gebaseerd op steekhoudende juridische argumenten.

4.11.

Nu FNV een representatieve vakbond is, heeft WTG de aanwezigheid van FNV aan de onderhandelingstafel voor de nieuwe cao dan ook te dulden. Dat FNV een activistische vakbond is die stevig opkomt voor haar leden en daarbij niet schuwt om actie te voeren, is evenmin een rechtvaardiging om FNV te weren.

4.12.

De kantonrechter benadrukt dat het aan beide partijen is om een nieuwe start te maken en het verleden achter zich te laten. FNV heeft door het vernieuwen van de samenstelling van twee van de drie personen in de onderhandelingsdelegatie een stap in de goede richting gezet en daarmee laten zien dat zij (één van de adviezen van) de mediation ter harte heeft genomen.

4.13.

Daar komt bij dat niet is gebleken dat door toelating van FNV het lopende cao-onderhandelingsproces ernstig zal worden verstoord. WTG heeft op 22 mei 2025 de voorstellenbrief van FNV ontvangen. Behalve het verschil in looneis (7% van FNV tegenover 4% van de andere vakbonden) heeft WTG niet onderbouwd dat FNV thans onrealistische eisen stelt. De stelling van WTG, dat de onderhandelingen zich al in een zodanig stadium bevinden dat toetreding van FNV het bereiken van overeenstemming op korte termijn zal frustreren, heeft WTG op geen enkele wijze onderbouwd. Sterker nog, zij heeft niet weersproken dat uit de door FNV aangehaalde agenda met het tijdspad voor de cao-onderhandelingen volgt dat de onderhandelingen eerst op 8 juli 2025 starten.

4.14.

De conclusie is dan ook dat voldoende aannemelijk is dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat WTG jegens FNV onrechtmatig handelt in de zin van artikel 6:162 BW door haar de toegang tot de onderhandelingen over de nieuwe cao te weigeren. De kantonrechter wijst de vordering van FNV om WTG te veroordelen haar toe te laten tot de cao-onderhandelingen daarom toe.

Geen belang bij overige vorderingen

4.15.

Voor zover de vordering tevens ziet op toelating tot onderhandelingen over het fonds-cao, eventuele tussentijdse wijzigingen in de lopende cao, een verlenging van de cao en andere onderwerpen die de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden betreffen van in de branche werkzame werknemers, wijst de kantonrechter dit deel van de vordering af. FNV heeft onvoldoende onderbouwd welk spoedeisend belang zij bij deze vorderingen heeft. Bovendien is de vordering prematuur. Indien de gesprekken c.q. onderhandelingen over deze onderwerpen (weer) gaan spelen, is het in de eerste plaats aan FNV om WTG te verzoeken om tot die gesprekken c.q. onderhandelingen te worden toegelaten (mocht WTG FNV daarvoor niet uit zichzelf uitnodigen). Dat FNV ten aanzien van deze onderwerpen een dergelijk verzoek al heeft gedaan en dat verzoek door WTG is afgewezen, is gesteld noch gebleken.

4.16.

Ook de vordering tot veroordeling van WTG tot het verstrekken van, samengevat, de agenda, de voorstellenbrief en tijdspad van de cao-onderhandelingen wijst de kantonrechter af. FNV heeft tijdens de mondelinge behandeling immers aangegeven dat zij reeds over deze stukken beschikt. FNV heeft bij dit deel van haar vordering daarom geen belang (meer).

Geen dwangsom

4.17.

De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan de veroordeling van WTG een dwangsom te verbinden. FNV heeft ook niet onderbouwd dat bij haar de gerechtvaardigde verwachting bestaat dat WTG niet vrijwillig aan het vonnis van de kantonrechter gehoor zal geven.

De proceskosten komen voor rekening van WTG

4.18.

WTG zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van

deze procedure. De proceskosten aan de zijde van FNV worden als volgt begroot:

griffierecht € 135,00

explootkosten € 147,92

salaris gemachtigde € 1.086,00

nakosten € 135,00 (vermeerderd met de kosten van

betekening zoals in de beslissing vermeld)

Totaal € 1.503,92

Beslissing

5
Beslissing

De kantonrechter in kort geding:

5.1.

veroordeelt WTG om FNV onvoorwaardelijk toe te laten tot de onderhandelingen over de nieuwe cao Technische Groothandel,

5.2.

veroordeelt WTG in de proceskosten van € 1.503,92, (bestaande uit € 135,00 aan griffierecht, € 147,92 aan explootkosten, € 1.086,00 aan gemachtigdensalaris en € 135,00 aan nakosten) te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als WTG niet tijdig aan één van de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet WTG ook de kosten van betekening betalen,

5.3.

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. D. Nobel en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 juli 2025.

Voetnoot

Voetnoot 1

In haar conclusie van antwoord heeft WTG uiteengezet wat DigiC inhoudt: DigiC is een aanpak waarbij vakbond en de werkgever worden ondersteund door een extern onafhankelijk onderzoeksbureau om te komen tot goede afspraken over de arbeidsvoorwaarden. In deze aanpak krijgen alle medewerkers (je hoeft geen lid te zijn van een vakbond) de gelegenheid om mee te praten én mee te beslissen over hun nieuwe cao. (…).

Over het verloop van het DigiC proces staat in de conclusie van antwoord het volgende: Het proces start met panelgesprekken. Daarvoor kan iedereen zich bij het onderzoeksbureau opgeven. In die gesprekken zal een panelleider met de deelnemers in gesprek gaan over arbeidsvoorwaarden. Waar liggen de voorkeuren? Welke thema's zijn van belang? Etc. De uitkomsten van de panelgesprekken worden met de cao-partijen gedeeld en besproken. Daarna maakt het onderzoeksbureau een vragenlijst (enquête) gebaseerd op deze uitkomsten en verstuurt deze aan alle medewerkers. Iedereen kan nu zijn mening geven over de thema’s die in de panels naar voren zijn gekomen. De uitkomsten van de enquête worden uiteraard met iedereen gedeeld en staan centraal in de gesprekken over de nieuwe cao. Uiteraard kunnen vakbonden daarnaast hun eigen leden raadplegen om zo tot een goede inzet te komen. Zodra er aan de onderhandelingstafel een onderhandelingsresultaat wordt bereikt zal dit resultaat ook weer aan alle medewerkers worden voorgelegd. Ook deze peiling wordt uitgevoerd door het onderzoeksbureau. De uitslag wordt gedeeld met de cao tafel. Voor vakbond De Unie zal de uitkomst van deze peiling lijdend zijn bij het besluit om de cao definitief te maken.”

Voetnoot 2

Luidende: Eveneens eindigt het lidmaatschap casu quo het plaatsvervangend lidmaatschap van het bestuur ten aanzien van een bestuurslid indien en zodra de betrokken organisatie(s) die hem/haar als bestuurslid van de stichting heeft/hebben benoemd, geen partij meer is/zijn bij de geldende Arbeidsvoorwaarden-cao en/of zelf uit het overleg voor de nieuwe arbeidsvoorwaarden cao is/zijn gestapt.

Voetnoot 3

ECLI:NL:HR:2007:BA4118 (AbvaKabo/Bvok).

Voetnoot 4

ECLI:NL:HR:2024:673 (FNV/TUI).