Rechtbank Den Haag, eerste aanleg - enkelvoudig civiel recht overig

ECLI:NL:RBDHA:2026:17728

Op 24 June 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van civiel recht overig, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is C/09/702144 / KG ZA 26-318, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:17728. De plaats van zitting was Den Haag.

Soort procedure:
Instantie:
Zaaknummer(s):
C/09/702144 / KG ZA 26-318
Datum uitspraak:
24 June 2026
Datum publicatie:
30 June 2026
Advocaat:
mr. S.H van Santen;mr. E. de Jongh

Indicatie

erfdienstbaarheid van overpad: introductie betaald parkeren belemmering daarvan?

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel - voorzieningenrechter

Zaaknummer: C/09/702144 / KG ZA 26-318

Vonnis in kort geding van 24 juni 2026

in de zaak van

1
[bewoner 1] ,

2. [bewoner 2],

3. [bewoner 3],

4. [bewoner 4],

5. [bewoner 5],

6. [bewoner 6],

7. [bewoner 7],

8. [bewoner 8], allen te [woonplaats]

eisers,

advocaat: mr. S.H. van Santen,

tegen

[gedaagde] B.V. te [vestigingsplaats] ,

gedaagde,

advocaat: mr. E. de Jongh.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de Bewoners’ en ‘ [gedaagde] ’.

1
De procedure
1.1.

De voorzieningenrechter heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling kennisgenomen van de volgende stukken:

- de dagvaarding van 27 maart 2026, met producties 1 tot en met 22;

- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 9;

- de aanvullende producties 23 tot en met 25 van de Bewoners.

1.2.

De zaak is mondeling behandeld ter zitting van 10 april 2026. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht aan de hand van een pleitnota. Van hetgeen voor het overige aan de orde is gekomen heeft de griffier zakelijke aantekeningen gehouden. Aan het slot van de zitting heeft de voorzieningenrechter de behandeling van de zaak aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen hun geschil alsnog in onderling overleg op te lossen.

1.3.

Bij bericht van 7 mei 2026 heeft [gedaagde] de voorzieningenrechter verzocht een datum te plannen voor een voortzetting van de mondelinge behandeling. Daarbij heeft zij te kennen gegeven dat zij niet langer voornemens is het in de dagvaarding en de conclusie van antwoord beschreven parkeersysteem in te voeren, maar in plaats daarvan een alternatief parkeersysteem wil realiseren. Bij bericht van 8 mei 2026 hebben de Bewoners aangegeven de noodzaak van een voortzetting van de mondelinge behandeling niet in te zien en verzocht een datum te bepalen waarop vonnis wordt gewezen.

1.4.

Bij bericht van 13 april 2026 in namens de voorzieningenrechter aan partijen medegedeeld dat zij in staat worden gesteld om zich bij akte uit te laten over de werking van het door [gedaagde] voorgestelde alternatieve parkeersysteem en over de bezwaren van de Bewoners tegen dat alternatieve parkeersysteem. [gedaagde] heeft zich bij akte van 27 mei 2026 uitgelaten en daarbij de aanvullende producties 10 tot en met 14 overgelegd. De Bewoners hebben zich bij akte van 10 juni 2026 uitgelaten en daarbij de aanvullende producties 26 en 27 overgelegd.

1.5.

Bij bericht van 12 juni 2026 is namens de voorzieningenrechter aan partijen medegedeeld dat vonnis is bepaald op vandaag.

2
De feiten
2.1.

[gedaagde] is eigenaar van een perceel in de [gemeente] , waarop zich een doodlopende weg bevindt (hierna: ‘de Weg’). Restaurantketen ‘ [restaurant] ’ huurt een aan het begin van de Weg gelegen restaurantruimte van [gedaagde] . [gedaagde] is tevens eigenaar van het aan de noordzijde van de Weg grenzende perceel waarop door [gedaagde] parkeerplaatsen zijn gerealiseerd waarvan een deel voor de bezoekers van [restaurant] is bedoeld.

2.2.

De Bewoners zijn eigenaren van de aan de zuidzijde van de Weg grenzende percelen. De percelen kunnen uitsluitend via de Weg worden bereikt. Op de Weg is ten gunste van de percelen van de Bewoners een erfdienstbaarheid van uitweg gevestigd. In de aktes van levering is het volgende bepaald:

TE VESTIGEN ERFDIENSTBAARHEDEN

Artikel 8

Ter uitvoering van hetgeen partijen dienaangaande zijn overeengekomen

worden bij deze gevestigd, verleend en aanvaard, alles onder de hiervoor

vermelde ontbindende voorwaarden:

(…)

II. ten behoeve van het verkochte, als heersend erf, en ten laste van de aan verkoper in eigendom toebehorende weg, grenzend aan het verkochte, kadastraal bekend [kadastraal kenmerk] , als dienend erf:

de erfdienstbaarheid van uitweg om met alle particuliere verkeer en bedrijfsmatig verkeer ten behoeve van het particulier gebruik van de kavels, zoals bijvoorbeeld een verhuiswagen, bouwverkeer ten behoeve van verbouwingen, verkeer (ten behoeve) van hoveniersbedrijven en dergelijke te komen van en te gaan naar de openbare weg, de [straatnaam] te [gemeente] , onder bepaling dat het onderhoud van gemelde weg voor drie/eenhonderd drieëntwintigste (3/123ste) aandeel komt voor rekening van koper als eigenaar van het verkochte, en voorts onder bepaling dat de weg waarover de erfdienstbaarheid wordt uitgeoefend, nimmer mag worden gebruikt voor parkeerdoeleinden, opslag van materialen en/of andere belemmeringen.

Alle voormelde erfdienstbaarheden zullen ook gelden indien een kavel alleen heersend erf danwel alleen dienend erf is en zullen moeten worden uitgeoefend op de voor de dienende erven minst bezwarende wijze en zullen blijven bestaan, ook indien de heersende erven door opbouw, aanbouw of vernieuwing enige verandering mochten ondergaan en ongeacht de bestemming welke te eniger tijd aan de heersende of dienende erven mocht worden gegeven.”

2.3.

[gedaagde] is voornemens om betaald parkeren in te voeren op de parkeerplaatsen op het perceel aan de noordzijde van de Weg en de parkeerplaats van [restaurant] en daarvoor een slagboom te plaatsen aan het begin van de Weg. [gedaagde] heeft de werking van het parkeersysteem in de akte van 27 mei 2026 uiteengezet. Samengevat houdt het systeem in dat bij de inrijdterminal vóór de slagboom een keuze moet worden gemaakt tussen betaald parkeren en toegang met een digitale toegangscode. Bij de keuze voor betaald parkeren opent de slagboom, wordt het kenteken geregistreerd en kan na betaling van het geldende parkeertarief worden uitgereden. Bij invoering van een digitale toegangscode opent de slagboom zonder dat een betalingsverplichting ontstaat en kan met dezelfde toegangscode kosteloos worden uitgereden. Aan iedere woning wordt een aantal digitale toegangscodes verstrekt dat overeenkomt met het aantal parkeerplaatsen op het eigen terrein van de betreffende bewoner. Elke digitale toegangscode kan voor één voertuig tegelijk worden gebruikt. Het systeem bevat daartoe een zogenoemde Anti Pass Back-functie, waardoor dezelfde code niet opnieuw kan worden gebruikt zolang het voertuig dat met die code is ingereden het terrein nog niet heeft verlaten. Een bewoner kan een digitale toegangscode ook aan een bezoeker of derde ter beschikking stellen; gedurende dat gebruik is die code niet beschikbaar voor een ander voertuig. Er is geen app, portal of papieren kaart nodig. De toegang en het uitrijden verlopen via de in- en uitrijdterminal met behulp van de digitale toegangscode.

3
Het geschil
3.1.

De Bewoners vorderen – zakelijk weergegeven – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

primair

I. [gedaagde] gebiedt de Bewoners op elk moment en zonder telkens afhankelijk te zijn van de directe medewerking van [gedaagde] , de erfdienstbaarheid van uitweg over de Weg te verlenen om met alle particuliere verkeer en bedrijfsmatig verkeer ten behoeve van het particulier gebruik van de kavels van de Bewoners te komen van en te gaan naar de openbare weg en [gedaagde] verbiedt de uitoefening van deze erfdienstbaarheid van uitweg te belemmeren al dan niet door het invoeren van het Parkeersysteem met slagboom of een ander vergelijkbaar parkeersysteem, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.250,00 per dag, waarbij een gedeelte van een dag geldt als een hele dag, met een maximum van € 100.000,00;

II. [gedaagde] beveelt om binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis de bebording bij de ingang van de Weg te verwijderen en verwijderd te houden op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.250,00 per dag, waarbij een gedeelte van een dag geldt als een hele dag, met een maximum van € 100.000,00;

subsidiair

III. [gedaagde] gelast om vóór invoering van het Parkeersysteem, dan wel indien het Parkeersysteem reeds is ingevoerd binnen vierentwintig uur na betekening van het vonnis kosteloos een toegangscode en toegangssleutel aan de Bewoners ter beschikking te stellen, zodat de Bewoners onbelemmerde toegang houden tot de Weg conform de erfdienstbaarheid van uitweg, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.250,00 per dag, waarbij een gedeelte van een dag geldt als een hele dag, met een maximum van € 100.000,00;

IV. [gedaagde] gelast kosteloos per bewoner een onbeperkt aantal kentekennummers in het parkeersysteem te registreren, zodat de slagboom voor deze voertuigen automatisch opent en deze voertuigen vrij in en uit kunnen rijden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.250,00 per dag, waarbij een gedeelte van een dag geldt als een hele dag, met een maximum van € 100.000,00;

V. [gedaagde] beveelt om binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis de bebording bij de ingang van de Weg aan te passen op zodanige wijze dat deze bebording geen onjuiste of misleidende indruk wekt omtrent de toegankelijkheid van de Weg ten behoeve van de uitoefening van de erfdienstbaarheid van uitweg door toevoeging bij elke paal van de bebording de volgende tekst op te nemen: “uitgezonderd bestemmingsverkeer woningen [straatnaam] [huisnummers] ”;

primair en subsidiair

VI. [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de Bewoners, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van de Bewoners, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de Bewoners in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

Overwegingen

4
De beoordeling
4.1.

De vorderingen van de Bewoners strekken er primair toe te voorkomen dat [gedaagde] het recht van erfdienstbaarheid beperkt door de invoering van een parkeersysteem waarbij gebruik wordt gemaakt van een slagboom, gelijk aan of vergelijkbaar met het door haar voorgestelde alternatieve parkeersysteem. De Bewoners hebben hun bezwaren tegen dit alternatieve parkeersysteem uiteengezet in hun akte van 10 juni 2026. Uit deze akte volgt dat hun voornaamste bezwaar tegen het alternatieve parkeersysteem is gelegen in de omstandigheid dat zij voor hun woning meerdere parkeercodes zouden moeten beheren, waardoor zij bij wisselend bezoek moeten bijhouden welke code aan welke bezoeker is verstrekt.

4.2.

De voorzieningenrechter hanteert bij zijn beoordeling het volgende toetsingskader. Een eigenaar van een erf is op grond van artikel 5:48 BW bevoegd zijn erf af te sluiten. Die bevoegdheid bestaat ook als dit erf is belast met een erfdienstbaarheid van uitweg. Deze bevoegdheid impliceert dat beperking van het recht van erfdienstbaarheid is toegestaan. De vraag is echter hoever de eigenaar van het dienende erf mag gaan bij de wijze van afsluiting. In HR 23 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AW6598 heeft de Hoge Raad daartoe het volgende uitgangspunt geformuleerd: “Maakt hij van die bevoegdheid gebruik, dan dient hij ervoor te zorgen dat de eigenaar van het heersend erf onbelemmerde toegang behoudt tot het dienend erf teneinde de erfdienstbaarheid uit te oefenen. In de regel zal dit betekenen dat de eigenaar van het dienend erf de eigenaar van het heersend erf de mogelijkheid biedt zich op elk moment en zonder telkens afhankelijk te zijn van de directe medewerking van de eigenaar van het dienend erf, de toegang tot het erf te verschaffen ter uitoefening van de erfdienstbaarheid. In concreto betekent dit in een geval als het onderhavige, waarin het dienend erf met een hek is afgesloten, dat de eigenaar van het dienend erf aan de eigenaar van het heersend erf permanent een sleutel ter beschikking stelt waarmee, tot het zojuist genoemde doel, het hek kan worden geopend.”

4.3.

De Bewoners hebben herhaaldelijk gesteld dat er parkeersystemen beschikbaar zijn die voor hen minder bezwarend zijn en hebben daartoe ook verschillende alternatieven aangedragen. De vraag die voorligt is echter niet of het door [gedaagde] voorgestelde parkeersysteem voor de Bewoners het minst bezwarende systeem is, maar of dit systeem voldoet aan de norm zoals geformuleerd onder 4.2. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dat het geval. Uit de door de Hoge Raad geformuleerde norm volgt dat in de regel sprake is van onbelemmerde toegang tot het dienend erf indien de eigenaar van het heersend erf op elk moment toegang kan verkrijgen, zonder daarbij telkens afhankelijk te zijn van de directe medewerking van de eigenaar van het dienend erf. Uit deze norm volgt dus niet dat de eigenaar van het heersend erf in het geheel geen ongemak mag ondervinden als gevolg van een beperking van de uitoefening van de erfdienstbaarheid.

4.4.

Ten aanzien van de Bewoners geldt dat zij zich eenvoudig toegang tot het dienend erf kunnen verschaffen door op het scherm van de inrijdterminal één van de aan hun perceel gekoppelde toegangscodes in te voeren, dan wel door één van deze codes aan hun kenteken te koppelen, zodat de slagboom door middel van kentekenherkenning automatisch opent. Ook bezoekers kunnen te allen tijde toegang verkrijgen, zonder dat zij daarvoor telkens afhankelijk zijn van medewerking van [gedaagde] . Voor kortdurende bezoeken van minder dan twintig minuten, zoals door taxidiensten en pakketbezorgers, geldt dat zij bij de inrijdterminal kunnen kiezen voor betaald parkeren en vervolgens binnen die termijn kosteloos kunnen uitrijden. Bezoekers die langer dan twintig minuten aanwezig zijn, zoals vrienden, familie of de in de leveringsakte genoemde hoveniers en bouwvakkers, kunnen – net als de Bewoners – een aan het perceel van de betreffende bewoner gekoppelde toegangscode invoeren op de inrijdterminal. Hiervoor is weliswaar vereist dat de Bewoners de betreffende toegangscode vooraf aan hun bezoekers verstrekken, maar deze handeling levert geen zodanige hinder op dat niet langer kan worden gesproken van onbelemmerde toegang tot het dienend erf.

4.5.

De Bewoners hebben aangevoerd dat het gebruikelijk is dat zij bij grotere aantallen bezoekers, bijvoorbeeld tijdens feestjes, gebruikmaken van parkeerruimte op de percelen van hun buren. Volgens de Bewoners belemmert het voorgestelde parkeersysteem deze praktijk, omdat zij in dat geval onderling toegangscodes moeten uitwisselen en moeten bijhouden welke code aan welke bezoeker is verstrekt. Bovendien, zo voeren de bewoners aan, kan een uitgeleende code gedurende die periode niet door de uitlenende bewoner zelf worden gebruikt. De voorzieningenrechter volgt de Bewoners hierin niet. Het voorgestelde parkeersysteem laat de mogelijkheid om gebruik te maken van de parkeerruimte van buren onverlet. Weliswaar zullen de Bewoners daarvoor onderling toegangscodes moeten uitwisselen, maar dat levert naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen zodanige belemmering op dat niet langer kan worden gesproken van onbelemmerde toegang tot het dienend erf. Daarbij weegt mee dat het gebruik van elkaars parkeerruimte ook in de huidige situatie enige onderlinge afstemming zal vergen. Ook de omstandigheid dat een uitgeleende toegangscode tijdelijk niet door de uitlenende bewoner kan worden gebruikt, leidt niet tot een ander oordeel. Die beperking hangt immers samen met het feit dat de aan die code gekoppelde parkeerplaats op dat moment door een ander wordt gebruikt.

4.6.

De voorzieningenrechter volgt de Bewoners wel in hun bezwaar tegen de wijze waarop in het voorstel van [gedaagde] wordt bepaald hoeveel toegangscodes aan ieder perceel worden gekoppeld. [gedaagde] gaat daarbij uit van het aantal (formeel) gerealiseerde parkeerplaatsen op het betreffende perceel. Daarmee wordt echter onvoldoende rekening gehouden met de feitelijke parkeercapaciteit van de percelen. Ook garages en andere delen van het erf waarop feitelijk kan worden geparkeerd, zonder dat deze specifiek als parkeerplaats zijn ingericht, dienen daarbij te worden betrokken. De voorzieningenrechter begrijpt dat [gedaagde] het aantal toegangscodes wil begrenzen om te voorkomen dat meer voertuigen toegang krijgen tot het terrein dan op de betreffende percelen kunnen worden geparkeerd, met als gevolg dat alsnog - zonder betaling - gebruik wordt gemaakt van de betaalde parkeerplaatsen. Dat belang rechtvaardigt echter niet dat slechts wordt gekeken naar de formeel aangelegde parkeerplaatsen. Duidelijk is dat op in ieder geval een deel van de percelen met gemak meer auto’s kunnen worden geparkeerd dan het aantal daarvoor specifiek ingerichte parkeerplaatsen. Bij de vaststelling van het aantal toegangscodes zal daarom moeten worden aangesloten bij het aantal auto’s dat, gelet op de inrichting en het normale gebruik van het perceel, daarop redelijkerwijs kan worden geparkeerd.

4.7.

Gelet op het voorgaande zullen de vorderingen ten aanzien van het door [gedaagde] in te voeren parkeersysteem worden afgewezen.

4.8.

Ook de vorderingen die betrekking hebben op de bebording worden afgewezen. De Bewoners hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de huidige bebording daadwerkelijk tot verwarring leidt. Daar komt bij dat [gedaagde] tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard bereid te zijn mee te denken over een oplossing indien de bebording toch blijkt te leiden tot verwarring bij bezoekers. Gelet op deze omstandigheden ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om op dit punt in te grijpen door middel van het treffen van een voorlopige voorziening.

4.9.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vorderingen van de Bewoners worden afgewezen. Omdat de Bewoners (overwegend) in het ongelijk zijn gesteld moeten zij de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:

- griffierecht

735,00

- salaris advocaat

1.177,00

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.101,00

4.10.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4.11.

De kostenveroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als één bewoner (een deel) betaalt, hoeven de anderen dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

Beslissing

5
De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen van de Bewoners af,

5.2.

veroordeelt de Bewoners hoofdelijk in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als de Bewoners niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.3.

veroordeelt de Bewoners hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskosten- en renteveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.