RECHTBANK Den Haag
Vonnis van 4 februari 2026
in de zaak met zaak- en rolnummer: C/09/629158 / HA ZA 22-405 van
REVITI TRADING B.V., te Eindhoven,eiseres,hierna te noemen: Intriangle c.s. advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer,tegenIMPORTACIONES MA&RU SL, tevens handelend onder de naam Estudio Marcas, te Barcelona (Spanje),gedaagde,hierna te noemen: Estudio Marcas,advocaat: mr. M.J. Odink,
in de zaak met zaak- en rolnummer C/09/664754 / HA ZA 24-334 van
IMPORTACIONES MA&RU SL, tevens handelend onder de naam Estudio Marcas, te Barcelona (Spanje),
eiseres,
hierna te noemen: Estudio Marcas,
advocaat: mr. M.J. Odink
1
INTRIANGLE SOLUTIONS LIMITED,
te Harrow, Middlesex (Verenigd Koninkrijk),
hierna te noemen: Intriangle,2. CONSULTAANT LIMITED,
te Richmond-Upon-Thames (Verenigd Koninkrijk),
hierna te noemen: Consultaant,
gedaagden,
hierna samen te noemen: Intriangle c.s.,
niet verschenen.
1
Waar gaan deze zaken over?
1.1.
Deze zaken betreffen een vrijwaringsprocedure tussen Reviti en Estudio Marcas (hierna: de vrijwaringsprocedure) en een ondervrijwaringsprocedure tussen Estudio Marcas en Intriangle c.s. (hierna: de ondervrijwaringsprocedure). In de hoofdzaak tussen Calvin Klein Trademark Trust (hierna: Calvin Klein) en onder meer Reviti hebben partijen een schikking getroffen. Al deze zaken gaan over boxershorts. Calvin Klein is houdster van een aantal Unie- en Beneluxmerken, die onder meer worden aangebracht op boxershorts. Reviti, Estudio Marcas en Intriangle c.s. handelen in (onder meer) boxershorts. Een partij boxershorts voorzien van Calvin Klein-merken is via Intriangle c.s. aan Estudio Marcas en vervolgens aan Reviti verkocht, waarna Reviti de boxershorts heeft doorverkocht aan derden. In de vrijwaringsprocedure verwijt Reviti Estudio Marcas non-conforme boxershorts te hebben geleverd, omdat de geleverde boxershorts namaak zijn terwijl ze authentieke Calvin Klein-producten mocht verwachten. Reviti vordert in de vrijwaringsprocedure onder meer betaling van Estudio Marcas van de bedragen die zij in de schikking aan Calvin Klein heeft betaald. In de ondervrijwaringsprocedure vordert Estudio Marcas onder meer een veroordeling van Intriangle c.s. tot vergoeding van hetgeen zij in de vrijwaringsprocedure aan Reviti moet betalen.
1.2.
De rechtbank wijst de vorderingen van Reviti in de vrijwaringsprocedure af. Niet is komen vast te staan dat de geleverde boxershorts namaak zijn, waardoor niet is gebleken dat Estudio Marcas non-conforme producten heeft geleverd. Doordat geen sprake is van een veroordeling van Estudio Marcas in de vrijwaringsprocedure, wijst de rechtbank ook de vorderingen van Estudio Marcas in de ondervrijwaringsprocedure af, met uitzondering van een vordering gebaseerd op een vrijwaringsovereenkomst. Ten aanzien van die vordering acht de rechtbank zich niet bevoegd. Hierna legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot dit oordeel is gekomen.
2.1.
Het procesdossier in de vrijwaringsprocedure bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding in vrijwaring van Reviti van 6 april 2022 met producties EP01 t/m EP12;
- de incidentele conclusie van Estudio Marcas tot oproeping in vrijwaring van Intriangle c.s. van 29 november 2023 met producties GP01 t/m GP09;
- het bericht van Reviti aan de rechtbank van 20 december 2023 waarin zij heeft medegedeeld zich in het incident te refereren aan het oordeel van de rechter;
- het extract uit het audiëntieblad van de openbare terechtzitting van de rechtbank Den Haag, gehouden op 17 januari 2024, waarin Estudio Marcas is toegestaan Intriangle c.s. in vrijwaring op te roepen;
- de conclusie van antwoord van Estudio Marcas van 28 februari 2024 met productie GP01 t/m GP7;
- de akte wijziging van eis van Reviti van 26 november 2025 met producties EP13 t/m EP24,
- de aanvullende producties GP08 en GP09 (proceskostenoverzichten) van de zijde van Estudio Marcas.
2.2.
Het procesdossier in de ondervrijwaringsprocedure bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaardingen in vrijwaring van 19 maart 2024 met producties EP01 t/m EP16;
- de rolbeslissing van 24 april 2024 en de daarin genoemde stukken;
- de rolbeslissing van 8 mei 2024 en de daarin genoemde stukken;
- de op 14 augustus 2024 overgelegde betekeningsstukken van de nieuwe oproeping van Intriangle c.s.;
- de rolbeslissing van 28 augustus 2024 waarbij verstek is verleend tegen Intriangle c.s.;
- de akte houdende overlegging producties van Estudio Marcas van 29 november 2025 met producties EP17 t/m EP24.
2.3.
Op 9 december 2025 heeft de mondelinge behandeling van de zaken plaatsgevonden.
3.1.
Reviti is een Nederlandse onderneming die actief is in de internationale handel van consumentenartikelen. Reviti richt zich in het bijzonder op producten die door fabrieken, distributeurs en groothandelaars als voorraadoverschot worden aangeboden.
3.2.
Estudio Marcas is een Spaanse onderneming die gespecialiseerd is in het leveren aan (online) retailers en groothandelaren van diverse goederen. Estudio Marcas koopt regelmatig grote (rest)voorraden in, om deze door te verkopen aan haar klanten.
3.3.
Intriangle en Consultaant voeren gezamenlijk, althans beide, de (handels)naam “Tagelite”. Intriangle c.s. is een Brits bedrijf dat zich profileert als een distributeur van authentieke designerkleding, -schoenen en -accessoires.
Calvin Klein en haar merken
3.4.
Calvin Klein is houdster van onder meer de volgende merken:
- het op 1 april 1978 ingeschreven Benelux-beeldmerk met nummer 347401 voor waren in meerdere klassen, waaronder klasse 25 voor onder meer kledingstukken;
- het op 1 april 1998 ingeschreven Benelux-beeldmerk met nummer 615779 voor waren in meerdere klassen, waaronder klasse 20 voor kledingstukken;
- het op 27 oktober 1998 ingeschreven Uniebeeldmerk met nummer 000079707 voor waren in onder meer klasse 25 voor onder meer dames-, heren- jongens- en meisjeskleding;
- het op 27 oktober 1998 ingeschreven Uniebeeldmerk met nummer 005502018 voor waren in klasse 25 voor onder meer (mannen)ondergoed, inclusief boxers;
- het op 29 januari 1999 ingeschreven Uniebeeldmerk met nummer 006710081voor waren in klasse 25 voor onder meer (mannen)ondergoed, inclusief boxers.
De hiervoor weergegeven merken van Calvin Klein worden hierna gezamenlijk aangeduid als de Calvin Klein-merken.
3.5.
De Calvin Klein-merken worden onder meer aangebracht op boxershorts.
De vrijwaringsovereenkomst tussen Intriangle c.s. en Estudio Marcas
3.6.
Tussen Estudio Marcas en Intriangle c.s. is op 6 mei 2019 een overeenkomst tot stand gekomen, waarin Intriangle c.s. aan Estudio Marcas de authenticiteit garandeert van door Intriangle c.s. aan Estudio Marcas geleverde boxershorts voorzien van Calvin Klein-merken (hierna: de Vrijwaringsovereenkomst). De Vrijwaringsovereenkomst bepaalt, voor zover relevant, als volgt:
De door Reviti van Estudio Marcas gekochte boxershorts
3.7.
Reviti heeft medio 2020 in totaal 8.112 boxershorts voorzien van Calvin Klein-merken gekocht van Estudio Marcas. Zowel op de pakbon als op de facturen ten aanzien van deze boxershorts staat: “Goods are 100% original and free of sales in EU”.
3.8.
De heer [naam 1] namens Reviti heeft Estudio Marcas herhaaldelijk gevraagd naar de juridische status en het papierwerk van de boxershorts. In reactie op dit verzoek heeft de heer [naam 2] namens Estudio Marcas bij e-mail van 19 mei 2020 onder meer gestuurd: “Please….if you think that I sell fake products our relationship finish today and now. Ok?”.
3.9.
Bij e-mail van 20 mei 2020 heeft [naam 2] , ter onderbouwing van de paper trail van de partij boxershorts, onder meer een factuur gestuurd die gericht was aan [bedrijf] (hierna: [bedrijf] ), waarop bovenaan het logo van Calvin Klein en Calvin Klein Europe B.V. opgenomen staat, alsmede een pakbon van [bedrijf] aan Estudio Marcas.
3.10.
Reviti heeft vervolgens de boxershorts aan haar afnemers verkocht, onder meer aan de aan haar gelieerde vennootschappen Timco Trading B.V. (hierna: Timco) en Contraso B.V. (hierna: Contraso), alsmede Kidji SL. Contraso heeft een aantal boxershorts vervolgens doorverkocht aan Deka Supermarkten B.V. (hierna: Deka).
De aanleiding tot de hoofdzaak
3.11.
In november 2020 heeft Calvin Klein geconstateerd dat Timco boxershorts voorzien van Calvin Klein-merken aanbood. Bij brief van 1 december 2020 heeft Calvin Klein Timco erop gewezen dat Timco daarmee inbreuk maakte op de Calvin Klein-merken, nu volgens Calvin Klein sprake was van namaakproducten. Calvin Klein heeft Timco verzocht de inbreuk te staken, de boxershorts ter vernietiging af te geven, schadevergoeding te betalen en openheid van zaken te geven.
3.12.
Bij brief van 7 december 2020 heeft Timco hierop gereageerd. Daarin heeft zij betwist dat sprake is van namaakproducten en gewezen op de factuur aan [bedrijf] met daarop het logo van Calvin Klein.
3.13.
Op 9 december 2020 heeft Calvin Klein ook Reviti gesommeerd om de inbreuk op de Calvin Klein-merken te staken, nu uit de facturen gebleken was dat Reviti de boxershorts voorzien van de Calvin Klein-merken aan Timco had verkocht.
3.14.
Calvin Klein heeft op 30 augustus 2021 Reviti, Timco, Contraso, Deka en Kidji SL gedagvaard op grond van merk- en auteursrechtinbreuk wegens verhandeling van boxershorts waarop zonder toestemming de Calvin Klein-merken waren aangebracht. Deze procedure was aanhangig bij deze rechtbank onder zaak- en rolnummer C/09/619455 HA ZA 21/928 (hierna: de hoofdzaak).
3.15.
Vervolgens is Reviti de (onderhavige) vrijwaringsprocedure gestart tegen Estudio Marcas. Estudio Marcas is op haar beurt de (eveneens onderhavige) ondervrijwaringsprocedure gestart tegen Intriangle c.s. Verder is Deka een vrijwaringsprocedure gestart tegen Contraso. Deze procedure was aanhangig bij deze rechtbank onder zaak- en rolnummer C/09/619496 HA ZA 21-932 (hierna: de Deka-Contraso vrijwaringsprocedure).
De schikkingen in de hoofdzaak en de Deka-Contraso vrijwaringsprocedure
3.16.
Tussen Reviti, Timco en Contraso enerzijds en Calvin Klein anderzijds is op 11 november 2025 een schikking overeengekomen, die is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst van dezelfde datum (hierna: de Vaststellingsovereenkomst). In het kader van deze schikking heeft Reviti op 20 november 2025 een bedrag van € 45.000 aan Calvin Klein betaald. De Vaststellingsovereenkomst (waarin Reviti, Timco en Contraso worden aangeduid als Timco e.a.) bepaalt, voor zover relevant, als volgt:
“Timco e.a. betwisten dat zij inbreuk hebben gemaakt op de rechten van Calvin Klein.”
3.17.
Deka heeft eerder een schikking met Calvin Klein getroffen voor een bedrag van € 10.000. In het verlengde van die schikking heeft Contraso op 21 november 2025 met Deka een schikking getroffen, in verband met een door Contraso aan Deka verstrekte verklaring authentiek product, op grond waarvan zij gehouden was om bepaalde juridische kosten van Deka te vergoeden. Uit hoofde van die schikking heeft Contraso een bedrag van € 15.000 aan Deka betaald, bestaande uit een schikkingsbedrag van € 11.000 en een bedrag van € 4.000 exclusief btw aan advocaatkosten. Al eerder, te weten op 2 mei 2022, betaalde Contraso een bedrag van € 14.614,43 exclusief btw aan Deka ter vergoeding van advocaatkosten.
3.18.
Als gevolg van voornoemde schikkingen hebben partijen verzocht om doorhaling van de hoofdzaak en de Deka-Contraso vrijwaringsprocedure. Deze zaken zijn op 10 december 2025 doorgehaald.
In de vrijwaringsprocedure
4.1.
Reviti vordert – na wijziging van eis – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, dat de rechtbank Estudio Marcas zal veroordelen:
I. aan Reviti te betalen een bedrag van € 45.000,-, te verhogen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 november 2025 tot de dag der algehele voldoening;
II. aan Reviti te betalen een bedrag van EUR 11.000,-, te verhogen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 november 2025 tot de dag der algehele voldoening;
III. aan Reviti te betalen een bedrag van € 18.614,43 te vermeerderen met btw, waarvan een bedrag van € 14.614,43 te vermeerderen met btw dient te worden verhoogd met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2022 tot aan de dag der algehele voldoening en een bedrag van € 4.000,- te vermeerderen met btw dient te worden verhoogd met de wettelijke rente vanaf 25 november 2025 tot de dag der algehele voldoening;
IV. aan Reviti te betalen een bedrag van € 32.052,50 exclusief btw, te vermeerderen met btw en te verhogen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van deze akte tot de dag der algehele voldoening; en
V. Estudio Marcas te veroordelen in de kosten van het geding in deze vrijwaring.
4.2.
Reviti legt daaraan – samengevat – het volgende ten grondslag. De door Estudio Marcas aan Reviti geleverde boxershorts bezaten niet de eigenschappen die Reviti op grond van artikel 7:17 BW (Voetnoot 1) had mogen verwachten. Mede gezien de mededelingen van Reviti dat de producten “100% original and free of sales in EU” waren, had Reviti mogen verwachten dat de geleverde boxershorts authentieke Calvin Klein-producten zouden zijn. De geleverde boxershorts zijn echter namaakproducten gebleken. Door het leveren van non-conforme producten is Estudio Marcas tekortgekomen in de nakoming van haar verbintenis met Reviti. als gevolg waarvan Reviti schade heeft geleden. Deze schade omvat de gelden die Reviti heeft betaald in het kader van de schikking tussen Calvin Klein en Reviti, Timco en Contraso (vordering I), de gelden die Contraso aan Deka heeft betaald in het kader van de schikking tussen die partijen (vorderingen II en III) en de door Reviti in het kader van de hoofdzaak en (onderhavige) vrijwaringsprocedure betaalde advocaatkosten (vordering IV). Voor deze schade is Estudio Marcas vergoedingsplichtig.
4.3.
Estudio Marcas voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Reviti met veroordeling van Reviti in de kosten van het geding.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
In de ondervrijwaringsprocedure
Estudio Marcas vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Intriangle en Consultaant hoofdelijk, althans subsidiair ieder voor zich, te veroordelen om binnen 10 werkdagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis aan Estudio Marcas een bedrag te betalen gelijk aan het totaalbedrag waartoe Estudio Marcas wordt veroordeeld in de vrijwaringsprocedure, met inbegrip van eventuele proceskosten en nakosten, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de veertiende dag na betekening van het vonnis tot aan de dag van voldoening door Intriangle en/of Consultaant;
Intriangle en Consultaant hoofdelijk, althans subsidiair ieder voor zich, te veroordelen om binnen 10 werkdagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, de door Estudio Marcas gemaakte juridische kosten, voorlopig begroot op € 37.410,38, te vergoeden, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de veertiende dag na betekening van het vonnis tot aan de dag van voldoening door Intriangle en/of Consultaant;
3. Intriangle en Consultaant te veroordelen in de redelijke en evenredige proceskosten en de nakosten van dit geding, met bepaling dat deze kosten binnen 10 werkdagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis dienen te worden voldaan, waarna zij worden vermeerderd met de wettelijke rente tot aan de dag der algehele voldoening.
4.5.
Estudio Marcas legt daaraan – samengevat – het volgende ten grondslag. Indien en voor zover komt vast te staan dat de geleverde producten niet-authentieke producten betreffen, is Intriangle c.s. tekortgekomen in de nakoming van haar verbintenis met Estudio Marcas. De boxershorts bezaten in dat geval niet de eigenschappen die Estudio Marcas had mogen verwachten als gevolg waarvan zij schade heeft geleden. Intriangle c.s. is tevens tekortgekomen in de nakoming van haar contractuele verplichtingen op grond van de Vrijwaringsovereenkomst.
4.6.
Tegen Intriangle c.s. is verstek verleend.
Overwegingen
In de vrijwaringsprocedure
5.1.
Op grond van artikel 8 lid 2 van Brussel I bis-Vo (Voetnoot 2) kan een partij in vrijwaring worden opgeroepen voor het gerecht waarvoor de oorspronkelijke vordering aanhangig is gemaakt. In onderhavig geval is de hoofdzaak aanhangig gemaakt bij deze rechtbank (en was deze ook nog aanhangig toen Estudio Marcas door Reviti in vrijwaring werd opgeroepen). Daarmee is deze rechtbank het gerecht dat bevoegd is kennis te nemen van de (onderhavige) vrijwaringsprocedure. Dat de rechtbank in de hoofdzaak geen uitspraak zal doen omdat de hoofdzaak inmiddels is geschikt, doet hieraan niet af.
5.2.
Partijen hebben ter zitting een rechtskeuze gemaakt voor Nederlands recht, met uitsluiting van het Weens Koopverdrag (Voetnoot 3).
Beoordeling in de vrijwaringszaak
5.3.
Reviti heeft in deze vrijwaringsprocedure een contractuele vordering ingesteld, die erop gebaseerd is dat de door Estudio Marcas geleverde boxershorts non-conform zijn, omdat ze namaak zijn terwijl ze authentieke Calvin Klein-producten mocht verwachten. Omdat Reviti zich baseert op de rechtsgevolgen van de stelling dat de producten namaak zijn, rust op haar de stelplicht en bewijslast van die stelling.
5.4.
Voor de onderbouwing van haar stelling dat sprake is van namaak verwijst Reviti naar het standpunt van Calvin Klein in de hoofdzaak, namelijk dat onderzoek van Calvin Klein heeft uitgewezen dat deze boxershorts niet van haar afkomstig zijn en afwijken van de originele Calvin Klein-boxershorts. Aan deze standpunten heeft Reviti toegevoegd dat [bedrijf] al eerder wegens inbreuk op de merkrechten van Calvin Klein is veroordeeld en daarbij verwezen naar een vonnis van deze rechtbank van 18 september 2024. (Voetnoot 4) Omdat zij de kansen om de hoofdzaak te winnen gering achtte, heeft zij op goede en redelijke gronden een schikking met Calvin Klein getroffen, aldus Reviti.
5.5.
Estudio Marcas heeft betwist dat sprake is van namaak en daarvoor verwezen naar het verweer van Reviti in de hoofdzaak. Zij heeft hieraan toegevoegd dat zij de authenticiteit van de boxershorts voorafgaand aan de verkoop aan Reviti uitgebreid heeft onderzocht en dat niets erop wees dat het om niet-authentieke producten zou gaan. Haar leverancier Intriangle c.s. heeft de authenticiteit van de producten bovendien gegarandeerd. Ook Reviti betwist blijkens de Vaststellingsovereenkomst nog steeds dat sprake is van inbreuk. Zelfs al zou de factuur van [bedrijf] (zie r.o. 3.9) vervalst zijn, dan betekent dat niet automatisch dat de geleverde producten ook namaak zijn, aldus Estudio Marcas.
5.6.
De rechtbank oordeelt als volgt. Reviti heeft voor haar onderbouwing van haar stelling dat sprake is van namaak hoofdzakelijk verwezen naar stellingen van Calvin Klein in de hoofdzaak. Een partij die stellingen en feiten uit een andere procedure wil inroepen, dient dit op een zodanige wijze te doen dat voor de rechter duidelijk is wat hem als grondslag voor de vordering of het verweer ter beoordeling wordt voorgelegd, en voor de wederpartij waarop hij zijn verdediging dient af te stemmen. (Voetnoot 5) Reviti heeft in de onderhavige vrijwaringsprocedure niet voldoende duidelijk gemaakt waarom de door Estudio Marcas geleverde boxershorts volgens haar namaak zijn. De enkele stelling dat Calvin Klein zegt dat sprake is van namaak is hiervoor niet voldoende. Gezien de gemotiveerde betwisting van die stelling door Estudio Marcas, had van Reviti verwacht mogen worden dat zij haar stelling dat sprake is van namaak nader zou onderbouwen. Zo had van haar verwacht mogen worden dat zij kenmerken zou noemen van de geleverde boxershorts die – in vergelijking met authentieke Calvin Klein-boxershorts – ontbreken, afwijken en/of anderszins erop duiden dat sprake is van namaak en dergelijke stellingen zou onderbouwen met stukken waaruit dit blijkt en/of die dit onderschrijven. Dit heeft zij niet gedaan. Het enkele feit dat [bedrijf] eerder wegens inbreuk op de merkrechten van Calvin Klein is veroordeeld, vormt onvoldoende onderbouwing voor de stelling dat de in deze procedure in het geding zijnde boxershorts namaak zijn. Niet alleen is [bedrijf] in de betreffende zaak niet verschenen, maar ook ging het in die procedure om andere partijen boxershorts.
5.7.
De conclusie uit het voorgaande is dat Reviti ten aanzien van de stelling dat de geleverde producten namaak zijn niet aan haar stelplicht heeft voldaan. De rechtbank ziet in wat Reviti heeft aangevoerd ook geen aanknopingspunten voor bewijslevering. Aldus is niet komen vast te staan dat sprake is van namaak. Daardoor is niet gebleken dat de geleverde producten non-conform zijn en evenmin dat Estudio Marcas is tekortgekomen in de nakoming van haar verbintenis met Reviti. Estudio Marcas is dus niet schadeplichtig jegens Reviti en daardoor niet gehouden de door Reviti betaalde schikkingsbedragen en advocaatkosten aan Reviti te voldoen. De hierop gebaseerde vorderingen van Reviti zullen worden afgewezen.
5.8.
Reviti is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Estudio Marcas heeft proceskostenoverzichten overgelegd op grond van artikel 1019h Rv (Voetnoot 6). De onderhavige procedure betreft echter een contractueel geschil en ziet niet op handhaving van intellectueel eigendomsrechten als bedoeld in artikel 1019 Rv. De advocaatkosten van Estudio Marcas zullen daarom conform het toepasselijke liquidatietarief worden begroot. De proceskosten van Estudio Marcas worden begroot op:
- griffierecht € 676,-
- salaris advocaat € 3.858,- (twee punten conform tarief V)
- nakosten € 178,- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 4.712,-
In de ondervrijwaringsprocedure
5.9.
Intriangle en Consultaant zijn beide gevestigd in het Verenigd Koninkrijk. De bevoegdheid moet dus worden beoordeeld aan de hand van het Rv. De onderhavige procedure betreft een ondervrijwaringsprocedure. Nu deze rechtbank rechtsmacht heeft ten aanzien van de vrijwaringsprocedure en er sprake is van voldoende samenhang tussen de vorderingen in de vrijwarings- en ondervrijwaringsprocedure, is de rechtbank ook bevoegd ten aanzien van de vorderingen in de ondervrijwaringsprocedure op grond van artikel 7 lid 2 Rv, met uitzondering van het volgende. Estudio Marcas baseert haar vorderingen onder meer op de Vrijwaringsovereenkomst. In de Vrijwaringsovereenkomst zijn partijen een forumkeuze voor de rechter in Barcelona, Spanje overeengekomen (zie 3.6 hiervoor, onder punt 4). Een dergelijke forumkeuze sluit de rechtsmacht van deze rechtbank uit ten gunste van de rechter in Barcelona (artikel 8 lid 2 Rv). De rechtbank is dus niet bevoegd voor zover de vorderingen van Estudio Marcas gebaseerd zijn op de Vrijwaringsovereenkomst.
5.10.
Ter zake van vordering 1 vordert Estudio Marcas dat de rechtbank Intriangle c.s.
veroordeelt tot betaling van datgene waartoe Estudio Marcas wordt veroordeeld in de vrijwaringsprocedure, met inbegrip van eventuele proceskosten en nakosten en vermeerderd met wettelijke rente. Ter zake van vordering II vordert Estudio Marcas vergoeding van € 37.410,38 aan juridische kosten voor zowel de vrijwaringsprocedure als de ondervrijwaringsprocedure.
5.11.
De rechtbank zal (zoals hiervoor in 5.7 en 5.8 overwogen) de vorderingen van Reviti in de vrijwaringsprocedure afwijzen en Reviti veroordelen in de proceskosten. Dat betekent dat er geen veroordeling is van Estudio Marcas in de vrijwaringsprocedure waarvoor Intriangle c.s. Estudio Marcas kan vrijwaren. Daarom zal vordering I van Estudio Marcas in de ondervrijwaringsprocedure worden afgewezen, evenals vordering II voor zover die vordering niet is gebaseerd op de Vrijwaringsovereenkomst.
5.12.
In het kader van vordering II heeft Estudio Marcas nog betoogd dat Intriangle c.s. zich er op grond van de Vrijwaringsovereenkomst toe verbonden heeft alle kosten van Estudio Marcas te vergoeden die voortvloeien uit aanspraken waarin een derde de authenticiteit van de producten in twijfel trekt, en dus dat deze vordering toewijsbaar is ongeacht de uitkomst van de authenticiteitsvraag in de vrijwaringszaak. Zoals hiervoor in 5.9 overwogen, is de rechtbank echter niet bevoegd ten aanzien van de Vrijwaringsovereenkomst, en dus niet bevoegd om over deze vordering 2 (voor zover gebaseerd op die overeenkomst) te beslissen.
5.13.
Estudio Marcas is in deze ondervrijwaringsprocedure in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. (Voetnoot 7) De kosten aan de kant van Intriangle c.s. worden echter begroot op nihil, aangezien zij niet in de procedure is verschenen en dus geen kosten heeft gemaakt.
Beslissing
in de vrijwaringsprocedure
6.1.
wijst de vorderingen af;
6.2.
veroordeelt Reviti in de proceskosten van € 4.712,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Reviti niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
verklaart de in 6.2 uitgesproken veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
In de ondervrijwaringsprocedure
6.4.
verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de vorderingen voor zover gebaseerd op de Vrijwaringsovereenkomst;
6.5.
wijst de vorderingen voor het overige af;
6.6.
veroordeelt Estudio Marcas in de proceskosten, aan de zijde van Intriangle c.s. begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.B.J. Hoefnagel en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026.