Rechtbank Den Haag, wraking civiel recht overig
ECLI:NL:RBDHA:2026:3807
Op 24 February 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een wraking procedure behandeld op het gebied van civiel recht overig, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is C/09/699728 / KG RK 26-282, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:3807. De plaats van zitting was Den Haag.
Indicatie
Wraking. Verzoeker wordt in zijn wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat in de hoofdzaak al einduitspraak is gedaan.
Uitspraak
Rechtbank den haag
wrakingnummer 2026/11
zaak- /rekestnummer: C/09/699728 / KG RK 26-282
Beslissing van 24 februari 2026
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
(de vervangende rechter van) mr. A.J. Japenga,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
1.1.
Het schriftelijke wrakingsverzoek is gedaan op 14 februari 2026.
1.2.
De wrakingskamer heeft de beschikking over het dossier in de hoofdzaak.
2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer
11957726 \ RL EXPL 25-21126 tussen Infomedics B.V. als eisende partij en verzoeker als gedaagde partij (hierna: de hoofdzaak). In de hoofdzaak heeft op 13 februari 2026 een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Na de behandeling van de zaak heeft de rechter direct mondeling uitspraak gedaan. Deze mondelinge uitspraak is op schrift gesteld. Na de uitspraak heeft verzoeker de rechter gewraakt.
Overwegingen
3.1.
Verzoeker heeft aangevoerd dat er sprake is geweest van een verandering van rechter en dat deze rechter de zitting is begonnen zonder te vermelden dat zij de vervanger is van mr. A.J. Japenga (hierna: mr. Japenga).
3.2.
Het is de wrakingskamer uit het dossier in de hoofdzaak echter gebleken dat geen sprake is geweest van een rechterswisseling. Mr. Japenga heeft de hoofdzaak ter zitting behandeld en ook de mondelinge uitspraak gedaan. De wrakingskamer gaat er, als gevolg daarvan, van uit dat het wrakingsverzoek ziet op de wraking van mr. Japenga.
3.3.
Het wrakingsverzoek is gedaan nadat de rechter einduitspraak heeft gedaan in de zaak van verzoeker (de hoofdzaak). De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het wrakingsverzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.
Beslissing
4.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek;
4.2.
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:
• de verzoeker;
• de wederpartij in de hoofdzaak;
• de rechter.
Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en S.M. Westerhuis-Evers, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.