3.4.
De vader vordert:
primair
A. de vorderingen van de moeder, zowel primair als subsidiair, af te wijzen;
B. de moeder te veroordelen in de kosten van deze procedure;
C. het te wijzen vonnis, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren;
subsidiair (voor zover de voorzieningenrechter van oordeel is dat enige voorziening dient te worden getroffen);
D. een voorziening te treffen met inachtneming van de vereiste terughoudendheid bij ingrijpende beslissingen, waarbij wordt voorkomen dat onomkeerbare stappen worden gezet zonder voldoende onderbouwing en zonder afronding van het reeds lopende traject;
E. te bepalen dat aan een eventuele voorziening geen dwangsom wordt verbonden;
F. te bepalen dat de moeder niet zelfstandig en zonder toestemming van de vader een keuze kan maken uit de voorgestelde zorg-onderwijsvoorzieningen;
G. te bepalen dat eerst nadere informatie wordt verstrekt over de inhoud en geschiktheid van de voorgestelde voorzieningen en/of gezamenlijke bezoeken plaatsvinden, alvorens een definitieve keuze wordt gemaakt;
H. de zaak, indien nodig, voor korte termijn aan te houden, althans een beslissing te nemen die aansluit bij het reeds geplande overleg en de verdere gezamenlijke beoordeling;
I. althans een beperkte en tijdelijke voorziening te treffen die:
1. niet neerkomt op een definitieve keuze voor één van de voorgestelde opties;
2. ruimte laat voor heroverweging op korte termijn;
3. en gericht is op stabilisatie, rust en een zorgvuldige toeleiding naar een passende voorziening voor de minderjarige;
J. althans een zodanige voorziening te treffen als de voorzieningenrechter in goede justitie passend acht;
K. met veroordeling van de moeder in de kosten van de procedure;
L. en het te wijzen vonnis, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.