[de jong-meerderjarige] ,
de jong-meerderjarige, hierna ook: [de jong-meerderjarige] ,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: R. van Venetiën in Alphen aan den Rijn.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift;
het F9-formulier van 18 juni 2025, met bijlagen, van de moeder.
het verweerschrift, van de vader;
het F9-formulier van 29 juli 2025, van de vader.
het F9-formulier van 31 juli 2025, van de moeder.
het F9-formulier van 6 oktober 2025, van de jong-meerderjarige.
het F9-formulier van 7 oktober 2025, van de vader.
het F9-formulier van 13 februari 2026, met bijlagen, van de jong-meerderjarige.
het F9-formulier van 16 februari 2026, met bijlagen, van de moeder.
het F9-formulier van 17 februari 2026, met bijlagen, van de jong-meerderjarige.
het F9-formulier van 20 februari 2026, met bijlagen, van de jong-meerderjarige.
het F9-formulier van 23 februari 2026, met bijlagen, van de vader.
Op 26 februari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
de advocaat van de jong-meerderjarige.
de vader, bijgestaan door zijn advocaat.
De jong-meerderjarige is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Van de zijde van de vader zijn pleitnotities overgelegd.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt:
- te bepalen dat de vader met ingang van 13 mei 2025, althans met ingang van datum indiening verzoekschrift, een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van
€ 634,- per maand dan wel een andere passende bijdrage aan de moeder dient te betalen, welke bijdrage bij vooruitbetaling dient te worden voldaan;
- deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De jong-meerderjarige heeft de moeder gemachtigd om namens hem alle noodzakelijke handelingen te verrichten met betrekking tot de onderhoudsbijdrage van zijn vader.
De vader voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Hierbij verzoekt hij zelfstandig – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad –:
primair: de verzoeken van de moeder af te wijzen;
subsidiair:
te bepalen dat de bijdrage aan [de jong-meerderjarige] voldaan moet worden;
de behoefte te berekenen aan de hand van de daadwerkelijke, met bewijsstukken
onderbouwde, (studie)kosten minus de bijdrage die [de jong-meerderjarige] gezien zijn inkomen
redelijkerwijs zelf kan leveren ter dekking van die kosten en minus de bijdrage van de moeder.
Overwegingen
Beoordeling
Ontvankelijkheid
Volmacht
De rechtbank verwerpt het verweer van de vader dat de volmacht van [de jong-meerderjarige] geen werking zou hebben na het bereiken van de leeftijd van 18 jaar, omdat hij vanaf dat moment zelf volledige juridische verantwoordelijkheid heeft. Het verzoek is door de moeder aanhangig gemaakt voordat [de jong-meerderjarige] 18 jaar was en gedurende de procedure heeft [de jong-meerderjarige] de leeftijd van 18 jaar bereikt. In een dergelijk geval staat het hem vrij zijn moeder te machtigen om namens hem in rechte op te treden. Bovendien heeft [de jong-meerderjarige] zich in deze procedure ook zelf laten bijstaan door een advocaat, die het verzoek van de moeder heeft ondersteund. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de overgelegde volmacht, waarin [de jong-meerderjarige] de moeder machtigt om namens hem alle noodzakelijke handelingen te verrichten met betrekking tot de onderhoudsbijdrage van zijn vader, wel degelijk toereikend is om hem in deze procedure rechtsgeldig te vertegenwoordigen.
Wijziging omstandigheden
Tussen partijen is niet in geschil dat sprake is van een wijzigingsgrond. In het ouderschapsplan is vastgelegd dat de ouders kort voordat [de jong-meerderjarige] 18 jaar wordt, samen met hem afspraken zullen maken over de kosten van zijn levensonderhoud en studie. Dit is hen echter niet gelukt.
Gelet op het voorgaande, zal de rechtbank de moeder ontvangen in haar verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
Ingangsdatum
De rechtbank ziet aanleiding eerst de ingangsdatum te behandelen.
De rechtbank zal als ingangsdatum hanteren de datum waarop [de jong-meerderjarige] 18 jaar is geworden, zijnde [datum 3] 2025. Het verzoek van de moeder ziet weliswaar op de periode vanaf 13 mei 2025, maar tot aan de periode van de (jong-)meerderjarigheid van [de jong-meerderjarige] hadden de ouders reeds afspraken in het ouderschapsplan gemaakt. De moeder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom deze afspraken voor de laatste dertien dagen vóór het bereiken van de 18-jarige leeftijd van [de jong-meerderjarige] zouden moeten worden gewijzigd.
Behoefte [de jong-meerderjarige]
Partijen zijn het niet eens over de behoefte van [de jong-meerderjarige] . Op de zitting is gebleken dat [de jong-meerderjarige] volledig bij de moeder woont en momenteel de VAVO opleiding niveau VMBO-TL volgt. In het verzoekschrift van de moeder heeft zij de behoefte van [de jong-meerderjarige] in eerste instantie vastgesteld conform de Trema-normen (Tabel eigen aandeel kosten van kinderen), op basis van de inkomensgegevens van de ouders in 2023. Hieruit volgt een behoefte van € 937,-. Ter zitting is aangevoerd dat dat bedrag te laag is, en dat nu [de jong-meerderjarige] jong-meerderjarig is, zijn behoefte dient te worden bepaald aan de hand van de werkelijke uitgaven, wat uitkomt op € 2.433,- per maand. Dit bedrag is gebaseerd op een opgave van structurele en buitengewone kosten die de moeder voor haar rekening neemt (€ 1.765,-), vermeerderd met het bedrag dat de vader stelt aan [de jong-meerderjarige] bij te dragen (€ 667,-).
De rechtbank gaat niet mee in het standpunt van de moeder en [de jong-meerderjarige] . Uitgangspunt is, conform de aanbevelingen uit het Rapport Alimentatienormen (paragraaf 3.2.10), om voor een jong-meerderjarige die niet studeert, aan te sluiten bij het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud uit de WSF (Wet studiefinanciering), meer in het bijzonder voor een thuiswonende MBO-student. De rechtbank ziet geen aanleiding om daarvan af te wijken, nu de door de moeder overgelegde kosten overzichten niet concreet onderbouwd zijn en deze de rechtbank buitensporig voorkomen. Dat [de jong-meerderjarige] ten tijde van het huwelijk van de ouders een hoge welstand gewend was, maakt dat oordeel niet anders. Ook kan niet zonder meer worden aangesloten bij de tabel eigen aandeel kosten van kinderen (zie eveneens Rapport Alimentatienormen).
De rechtbank sluit derhalve aan bij de WSF-norm voor een thuiswonende MBO-student, vastgesteld op € 779,- per maand. Bij de vaststelling van deze normbedragen wordt er vanuit gegaan dat de student een zorgtoeslag ontvangt, waardoor de rechtbank deze hierop niet in mindering zal brengen. Nu [de jong-meerderjarige] recht heeft op een basistoelage tegemoetkoming scholieren van € 147,-, zal de rechtbank dit bedrag wel in mindering brengen op het bovenstaande normbedrag. Vervolgens vermeerdert de rechtbank dit bedrag ambtshalve met € 100,- per maand voor vervoerskosten, omdat [de jong-meerderjarige] – anders dan een MBO-student – geen ov-kaart heeft. Daarmee stelt de rechtbank de aanvullende behoefte van [de jong-meerderjarige] vast op € 732,- per maand.
De moeder en [de jong-meerderjarige] hebben een aparte behoefteberekening gemaakt voor de situatie waarin [de jong-meerderjarige] een MBO BOL-opleiding zou gaan volgen. Het is echter nog onzeker of [de jong-meerderjarige] dit jaar zijn VAVO opleiding zal afronden en ook staat hij nog niet ingeschreven voor een vervolgopleiding. Nu de MBO BOL-opleiding een onzekere toekomstige gebeurtenis betreft, kan de rechtbank hiermee geen rekening houden en zal (enkel) worden uitgegaan van de hiervoor vastgestelde behoefte.
Draagkracht
Vervolgens is de vraag in welke verhouding de ouders in deze aanvullende behoefte moeten bijdragen. De moeder en [de jong-meerderjarige] hebben niet weersproken dat de vader reeds kosten van [de jong-meerderjarige] voor zijn rekening neemt ter hoogte van € 667,- per maand (waaronder de premie zorgverzekering, premie andere verzekeringen, schoolgeld, studieboeken, laptop en telefoonabonnement). Gelet op de aanvullende behoefte van € 732,- voldoet de vader daarmee, ook indien hij – zoals de moeder stelt en de vader weerspreekt – bruto bijna twee keer zoveel verdient als de moeder, reeds ruimschoots aan zijn onderhoudsverplichting jegens [de jong-meerderjarige] .
Dat de vader deze bijdrage niet rechtstreeks overmaakt naar een bankrekening waarover [de jong-meerderjarige] zelf de beschikking heeft, maakt dit niet anders. Zowel de vader als de moeder hebben namelijk op zitting aangegeven dat het gelet op de problematiek van [de jong-meerderjarige] , die gepaard gaat met verkwisting, niet de bedoeling is dat de vader de verzochte bijdrage aan [de jong-meerderjarige] betaalt. Nu [de jong-meerderjarige] de moeder gemachtigd heeft, houdt de rechtbank het ervoor dat [de jong-meerderjarige] hier ook achter staat.
Het vorenstaande leidt ertoe dat de rechtbank het verzoek afwijst.