Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift, met bijlagen, namens de moeder;
de brief van 5 februari 2026, met aanvullend verzoek en bijlagen, namens de moeder;
de brief van 4 maart 2026, met bijlagen, namens de moeder;
het verweerschrift, met zelfstandige verzoeken en bijlagen, namens de vader;
de brief van 9 maart 2026, met bijlagen, namens de moeder;
de brief van 10 maart 2026, met bijlagen, namens de vader.
De minderjarige [minderjarige] heeft in een gesprek met de kinderrechter zijn mening over de verzoeken kenbaar gemaakt.
Op 11 maart 2026 is de zaak op zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat en de vader met zijn advocaat.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt – na wijziging – vervangende toestemming te verlenen die de toestemming van de vader vervangt:
om diagnostisch onderzoek en behandeling van ASS, ofwel door mevrouw [naam 1] of [naam 2] , bij [minderjarige] ;
om hulpverlening te starten, uitgevoerd door ofwel [naam 2] of [naam 1] voor de duur zo lang als de behandeling volgens de deskundige noodzakelijk is;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. De vader verzoekt zelfstandig:
- uitsluitend als de rechtbank vervangende toestemming verleent voor diagnostisch onderzoek en behandeling van ASS, te bepalen dat deze toestemming ziet op een breed ontwikkelingsonderzoek bij [minderjarige] , waarbij ASS (autisme) niet als uitgangspunt geldt maar als onderdeel wordt meegenomen en waarbij meerdere informatiebronnen naast beide ouders worden geraadpleegd (zoals school en de huisarts);
vervangende toestemming te verlenen om observaties van [minderjarige] in de klas op school door GZ-psycholoog mevrouw [naam 3] te laten uitvoeren, haar het gesprek met [minderjarige] aan te laten gaan (bij voorkeur op school) en om haar toe te staan om ouders over de mogelijk te zetten vervolgstappen te adviseren;
vervangende toestemming te verlenen om cardiologisch onderzoek door een cardioloog van het Erasmus MC in Rotterdam bij [minderjarige] te laten uitvoeren en, voor zover nodig, hiervoor een doorverwijzing bij de huisarts te vragen;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Tijdens de zitting heeft de vader zijn verzoek aangepast in die zin dat hij een breed ontwikkelingsonderzoek voor [minderjarige] verzoekt, uitgevoerd door GGZ Delfland.
Overwegingen
Beoordeling
Wettelijk kader
Op grond van het eerste lid van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen hierover op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
De moeder stelt zich op het standpunt dat uit onderzoek van [instelling] , de betrokken psycholoog, de huisarts en ook school naar voren komt dat bij [minderjarige] vermoedelijk sprake is van ASS. Zij wenst dat onderzoek plaatsvindt naar de mogelijke aanwezigheid van een autismespectrumstoornis bij [minderjarige] .
De vader onderkent dat er zorgen zijn over [minderjarige] maar wat de vader betreft is een breder persoonlijkheidsonderzoek aangewezen waarbij ASS als mogelijke diagnose wordt onderzocht maar welk onderzoek daar niet toe beperkt is.
Inhoudelijke beoordeling
Uit de stukken en dat wat op zitting is besproken komt naar voren dat de ouders de zorgen over [minderjarige] delen. Zij zien beiden dat [minderjarige] moeite heeft met onverwachte sociale situaties, het aangaan van vriendschappen, voor zichzelf opkomen en emotieregulatie en dat hij een laag zelfbeeld heeft. Ook heeft [minderjarige] sinds begin 2025 last van zijn gehoor. De ouders hebben hiervoor bij meerdere instanties hulp gezocht, waaronder de huisarts, psycholoog [naam 3] , en audiologisch centrum [instelling] . Ook is er nauw contact met school omtrent de zorgen om [minderjarige] . De ouders hebben geen geschil over het feit dat er zorgen zijn over [minderjarige] , maar wel over hoe verder om te gaan met de zorgen. Het geschil tussen de ouders spitst zich toe op de vraag of het belang van [minderjarige] er het meest mee is gediend dat er onderzoek wordt gedaan naar de aanwezigheid van een autismespectrumstoornis, zoals de moeder voorstaat, of dat er een breder onderzoek meer passend is, zoals de vader wenst.
De rechtbank overweegt als volgt. De ouders hebben zich in de eerste helft van 2025 in verband met de gehoorproblemen van [minderjarige] en het mogelijke verband daarmee met de kenmerken van autisme gewend tot [instelling] . Uit het onderzoeksverslag van [instelling] volgt dat geen sprake is van duidelijke aanwijzingen voor gehoorverlies maar wordt aangeraden [minderjarige] aan te melden voor passende hulp en eventueel een breder ontwikkelingsonderzoek, waarbij ook wordt beoordeeld of er sprake is van ASS. In de verwijsbrief van de huisarts van 11 november 2025 wordt hierbij aangesloten en wordt [minderjarige] doorverwezen voor een breed ontwikkelingsonderzoek. Tenslotte heeft ook de schoolmaatschappelijk werker de ouders een aantal adviezen gegeven die [minderjarige] zouden kunnen helpen waaronder het helpen bij het verkrijgen van een verwijzing voor specialistische geestelijke gezondheidszorg voor bijvoorbeeld nader onderzoek. Gelet op deze recente adviezen acht de rechtbank het in het belang van [minderjarige] dat er eerst een breed diagnostisch onderzoek plaatsvindt en op dit moment het onderzoek niet wordt beperkt tot een onderzoek naar ASS. Op basis van de informatie en adviezen die de afgelopen jaren zijn ingewonnen kan ASS geenszins worden uitgesloten maar is het evenmin een uitgemaakte zaak dat hier bij [minderjarige] sprake van is. Om die reden acht de rechtbank een breed onderzoek waarbij nadrukkelijk ook de mogelijkheid van ASS wordt onderzocht, aangewezen. Naar aanleiding van de resultaten van dit onderzoek kan er besloten worden om wel of niet passende hulpverlening op te starten. Op de zitting is gebleken dat [minderjarige] inmiddels door de ouders en na spoedverwijzing door de huisarts is aangemeld bij de GGZ Delfland voor onderzoek. De rechtbank zal het aangepaste verzoek van de vader voor vervangende toestemming voor een breed ontwikkelingsonderzoek bij de GGZ Delfland toewijzen. De rechtbank benadrukt dat niks de ouders in de weg staat om in de periode in aanloop naar het onderzoek door de GGZ Delfland, in samenspraak met school, [naam 3] als psycholoog te vragen opnieuw observaties te doen, zoals met de ouders tijdens de zitting is besproken.
Zoals ook op de zitting besproken zou het [minderjarige] kunnen helpen als de ouders ervoor zorgen dat zij in de nabije toekomst soortgelijke geschilpunten met elkaar bespreken en in het belang van [minderjarige] samen een oplossing zoeken. De wijze waarop zij op dit moment zaken omtrent [minderjarige] met elkaar bespreken kenmerkt zich door het feit dat zij vooral vasthouden aan hun eigen oorspronkelijke idee, niet naar elkaar luisteren en alleen oog hebben voor adviezen die aansluiten bij hun eigen ideeën. Hulp voor [minderjarige] is belangrijk maar als de ouders op deze manier voortgaan blijft een belangrijke oorzaak van de problemen waar [minderjarige] mee kampt in stand en dat zouden de ouders zich moeten aantrekken.
Ook het door de vader verzochte cardiologisch onderzoek bij het Erasmus MC acht de rechtbank in het belang van [minderjarige] . De rechtbank overweegt als volgt. Uit de brief van het Erasmus MC blijkt dat in de familie van de vader van [minderjarige] een erfelijke hartafwijking voorkomt en dat kinderen vanaf het tiende tot twaalfde levensjaar in aanmerking komen voor cardiologisch onderzoek bij het vermoeden van een erfelijke vorm van een bicuspide aortaklep. Deze leeftijd heeft [minderjarige] nu. Daarnaast heeft de vader waargenomen dat [minderjarige] hijgt wanneer hij de trap op loopt, meer dan bij zijn leeftijd hoort volgens de vader. Ook is [minderjarige] na een incident tijdens de zwemles bij de spoedeisende hulp geweest waarbij er mogelijk iets met [minderjarige] zijn hart aan de hand was. De moeder stelt dat [minderjarige] bij dit recente bezoek aan de spoedeisende hulp is onderzocht aan zijn hart en er toen geen indicatie was dat er sprake is van hartproblemen. Daar gaat de rechtbank aan voorbij aangezien een gespecialiseerd onderzoek door een cardioloog naar een mogelijke hartafwijking veel verder gaat dan een onderzoek op de spoedeisende hulp. Bovendien is het algemeen bekend dat voor aandoeningen aan het hart geldt dat het heel belangrijk is om daar in een zo vroeg mogelijk stadium op te kunnen anticiperen. Het voorgaande maakt dat de rechtbank het in het belang van [minderjarige] acht dat er gericht cardiologisch onderzoek bij hem wordt gedaan en indien nodig preventieve maatregelen genomen kunnen worden. De rechtbank zal het verzoek van de vader voor vervangende toestemming voor een cardiologisch onderzoek bij het Erasmus MC toewijzen.
Beslissing
Beslissing
De rechtbank:
*
verleent de vader vervangende toestemming voor een breed diagnostisch ontwikkelingsonderzoek, waaronder ook onderzoek naar de mogelijkheid van een autismespectrumstoornis, bij GGZ Delfland van [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] ;
*
verleent de vader vervangende toestemming om door een cardioloog van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam bij [minderjarige] cardiologisch onderzoek te laten uitvoeren zoals aangegeven in de familiebrief van het Erasmus Medisch Centrum (productie 13 van de zijde van de vader) en, voor zover nodig, hiervoor een doorverwijzing bij de huisarts te vragen;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, kinderrechter, bijgestaan door mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 14 april 2026.