Rechtbank Den Haag, eerste aanleg - enkelvoudig personen- en familierecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:25495

Op 4 August 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van personen- en familierecht, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is C/09/707365 / KG ZA 26-677, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:25495. De plaats van zitting was Den Haag.

Soort procedure:
Instantie:
Zaaknummer(s):
C/09/707365 / KG ZA 26-677
Datum uitspraak:
4 August 2026
Datum publicatie:
4 September 2026

Indicatie

Kort geding.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/707365 / KG ZA 26-677

Vonnis in kort geding van 4 augustus 2026

in de zaak van

[de vrouw] te [woonplaats 1],

eiseres,

advocaat mr. J.I. Dierkx te Amsterdam,

tegen:

[de man] te [woonplaats 2],

gedaagde,

advocaat mr. M.S. Polat te Rijswijk.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de vrouw’ en ‘de man’.

1
De procedure
1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de door de man overgelegde conclusie van antwoord, tevens houdende een eis in reconventie, met producties;

- het bericht van 20 juli 2026 van de man, tevens houdende een aanvullende productie.

1.2

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 21 juli 2026, waarbij zijn verschenen de vrouw, bijgestaan door haar advocaat, en de man, bijgestaan door zijn advocaat. Namens de vrouw zijn pleitnotities overgelegd. Tijdens de zitting is vonnis bepaald op heden.

2
De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1

Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2013 tot [datum 2] 2026.

2.2

Zij zijn de ouders van het minderjarige kind: [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats]. De man heeft [minderjarige] erkend. Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige].

2.3

Bij beschikking van deze rechtbank van 10 september 2025 – voor zover hier van belang – :

- is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken;

- is bepaald dat [minderjarige] haar hoofdverblijfplaats bij de man zal hebben;

- is bepaald dat de man de vrouw eenmaal per maand per e-mail informatie zal verschaffen over de ontwikkeling en het welzijn van [minderjarige] en daarbij zal voegen een kopie van het laatste schoolrapport en een goed gelijkende recente kleurenfoto van [minderjarige];

- is de verdeling van de algehele gemeenschap van goederen als volgt vastgesteld:

- met betrekking tot de woning, gelegen aan de [adres] te [plaats] en de daaraan gekoppelde hypothecaire geldleningen bij Lloyds Bank:

1) de woning wordt toebedeeld aan de man op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:

a) voor zover partijen het niet eens worden over de keuze voor een onafhankelijke makelaar-taxateur dient de vrouw aan de man binnen één week na de datum van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand dríe onafhankelijke makelaar-taxateurs voor te stellen die bereid en in staat zijn de woning te taxeren, waaruit de man er vervolgens binnen één week één kiest. Partijen verstrekken vervolgens binnen één week een gezamenlijke opdracht aan deze makelaar-laxateur tot taxatie van de woning. Deze makelaar-taxateur zal tussen partijen bindend de waarde vaststellen waartegen de man de woning zal overnemen;

b) de man dient binnen twee maanden na de taxatie aan de vrouw aan te tonen dat hij de woning tegen de getaxeerde waarde kan overnemen met ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldleningen;

c) de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de getaxeerde waarde, te vermeerderen met de waarde van de aan de woning gekoppelde polissen ten tijde van de overdracht, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldleningen ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de makelaar-taxateur;

d) de kosten van de notariële overdracht worden door de man, als kosten koper, voldaan;

e) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning,

2) indien de man de woning niet kan overnemen onder bovengenoemde

voorwaarden dan wordt de woning verkocht en geleverd aan een derde op de

volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:

a) partijen dienen binnen één week nadat de onder 1) genoemde termijn is verstreken of nadat de man kenbaar heeft gemaakt de woning niet te kunnen overnemen aan de onder 1) genoemde makelaar-taxateur een gezamenlijke opdracht verstrekken tot verkoop van de woning aan een derde, Deze makelaar-taxateur zal — als partijen het niet eens zijn — partijen bindend adviseren over de vast te stellen vraag- en laatprijs van de woning;

b) de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de verkoopopbrengst van de woning, te vermeerderen met de waarde van de aan de woning gekoppelde polissen ten tijde van de overdracht, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldleningen ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de verkoop en de overdracht, waaronder de kosten van de makelaar-taxateur;

c) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;

- met betrekking tot de bankrekeningen:

ieder behoudt zijn/haar eigen persoonlijke en zakelijke bank- en

spaarrekeningen, onder verrekening van de saldi bij helfte van deze rekeningen per peildatum;

- is bepaald dat de man jegens de vrouw bevoegd is de bewoning van voornoemde woning voort te zetten gedurende zes maanden na de inschrijving van deze beschikking.

2.4

Op 23 maart 2026 heeft Frisia Makelaars te ‘s-Gravenhage een taxatierapport van de woning opgemaakt. Het rapport vermeldt een taxatiewaarde van € 270.000,-.

3
Het geschil

in conventie

3.1

De vrouw vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

- primair: de vrouw te machtigen tot het door middel van verkoop te gelde maken van de onroerende zaak gelegen aan de [adres] te [plaats], met uitsluiting van de man, en voorts te bepalen dat de daaropvolgende eigendomsoverdracht tegen een door Frisia Makelaars vastgestelde verkoopprijs van € 270.000 zal plaatsvinden, en het vonnis dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte strekkende tot ondertekening door gedaagde van de koopovereenkomst, alsmede tot het notarieel transport van de gezamenlijke woning;

subsidiair:

- de man te veroordelen om binnen één week na dit vonnis zijn volledige medewerking te verlenen aan de verkoop en overdracht van de woning gelegen aan de [adres] te [plaats], tegen de taxatiewaarde van tenminste € 270.000,- via Frisia Makelaars, waarbij onder verkoop moet worden begrepen het aanstellen van Frisia Makelaars, het laten plaatsvinden van bezichtigingen en het tekenen van het koopcontract door partijen, zulks onder verbeurte van een dwangsom van € 1000,- met een maximum van

€ 100.000,- althans een door de rechter te bepalen bedrag, voor elke dag dat de man in gebreke zal blijven om aan de veroordelingen te voldoen;

- te bepalen dat, indien de man niet meewerkt aan hetgeen hiervoor is gevorderd, dit vonnis in de plaats zal treden van de instemmende wilsverklaring van de man voor een opdracht tot dienstverlening aan Frisia Makelaars, inhoudende vervangende toestemming voor verkoop zoals hiervoor is omschreven;

- de vrouw vervangende toestemming te verlenen voor hetgeen waartoe gedaagde hiervoor is veroordeeld, indien hij niet op het eerste verzoek van eiseres zijn medewerking verleent, en te bepalen dat dit vonnis mede in de

- plaats zal treden van de door de notaris op te stellen akte van levering met betrekking tot de woning, voor zover het betreft het verlenen van toestemming van de man tot die levering;

- de man te veroordelen tot nakoming van de op hem rustende informatieplicht, hetgeen met zich brengt dat de man verplicht is om eenmaal per maand, zulks op de eerste dag van iedere maand, de vrouw per e-mail informatie zal verschaffen over de ontwikkeling en het welzijn van [minderjarige] en daarbij telkens een goed gelijkende recente kleurenfoto van haar zal voegen, alsmede een kopie van het laatste schoolrapport, althans een door de rechter te bepalen dag waarop de man aan zijn informatieplicht moet voldoen;

- de man te veroordelen om inzage te geven in zijn zakelijke rekeningen van zijn

onderneming met rekeningnummer: [rekeningnummer], zulks vanaf 1 juni 2023 tot en met 23 december 2023, althans een door U.E.A. in goede justitie te bepalen periode voorafgaande aan de peildatum 23 december 2023;

- de man te veroordelen in de voldoening van de kosten van deze procedure en de

nakosten, inclusief de kosten voor betekening van de dagvaarding.

3.2

Ten aanzien van de verdeling van de woning voert de vrouw – samengevat – het volgende aan. Uit de beschikking van 10 september 2025 volgt dat de man binnen twee maanden na de taxatie aan de vrouw had moeten aantonen dat hij de woning kan overnemen tegen de getaxeerde waarde van € 270.000,-, onder ontslag van de vrouw uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid. De man beschikt niet over een bindend hypotheekaanbod en heeft dus niet tijdig aan voornoemde verplichting voldaan. Daarom dient de woning te worden verkocht en geleverd aan een derde partij. Zolang de woning onverdeeld blijft, kan de vrouw haar aandeel in de overwaarde niet gebruiken om een eigen woning te kopen.

3.3

Met betrekking tot de informatieplicht stelt de vrouw – samengevat – dat de man de afgelopen periode wel aan zijn informatieplicht heeft voldaan, maar dat hij hierin in het verleden is tekortgeschoten. Een rechterlijke veroordeling met dwangsom is noodzakelijk om structurele nakoming te waarborgen.

3.4

Ten aanzien van de inzage in de bankrekening van de man voert de vrouw – samengevat – het volgende aan. De vrouw heeft een sterk vermoeden dat de man voorafgaand aan de peildatum de huwelijksgemeenschap heeft benadeeld door gelden van zijn zakelijke rekening te onttrekken (rekeningnummer [rekeningnummer]). Het saldo op de peildatum – zijnde 21 december 2023 – van € 865,33 is volgens haar namelijk te laag om een goedlopend loodgietersbedrijf te kunnen bedrijven.

3.5

Tot slot voert de vrouw ten aanzien van de proceskosten – samengevat – het volgende aan. De vrouw heeft getracht bovengenoemde kwesties in onderling overleg op te lossen. Dit is niet gelukt. Ondanks meerdere verzoeken aan de man, heeft hij geweigerd aan zijn verplichtingen te voldoen uit de beschikking van 10 september 2025. Daarnaast heeft de vrouw kosten moeten maken, nu de man tot op heden zijn medewerking niet heeft verleend aan de verkoop van de woning.

3.6

De man voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

in reconventie

3.7

De man vordert, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

- de vrouw te veroordelen in de werkelijke kosten van deze procedure, het honorarium van de advocaat alsmede het griffierecht daaronder begrepen.

3.8

Daartoe voert de man – samengevat – het volgende aan. De vrouw heeft de man nodeloos in deze procedure betrokken. De man heeft de vrouw vóór het uitbrengen van de dagvaarding uitvoerig geïnformeerd over de voortgang van het financieringstraject voor de woning. De vrouw heeft de procedure vervolgens onnodig uitgebreid met vorderingen tot nakoming van een informatieplicht en tot inzage in de zakelijke bankrekeningen van de man. Ten aanzien van de informatieplicht erkent de vrouw dat de man haar de laatste tijd tijdig en volledig informeert over [minderjarige]. Ten aanzien van de gevorderde inzage heeft de man begin 2026 al aan de vrouw kenbaar gemaakt dat hij niet bereid was om inzage te verstrekken in zijn zakelijke bankafschriften.

3.9

De vrouw voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

Overwegingen

4
De beoordeling van het geschil

in conventie en in reconventie

4.1

Gezien de samenhang tussen de vorderingen over en weer zullen deze hierna gezamenlijk worden besproken.

De verdeling van de woning

4.2

Het spoedeisend belang van de vrouw bij de vordering tot verkoop van de woning vloeit voort uit haar vordering tot nakoming van voornoemde beschikking, waarin aan de man een termijn van twee maanden is gesteld om aan te tonen dat hij de woning kan overnemen. Nu deze termijn is verstreken en de vrouw aanspraak maakt op nakoming van de daarin opgenomen verplichtingen, is haar spoedeisend belang voldoende gegeven.

4.3.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat uitgangspunt is dat ex-echtgenoten zich jegens elkaar naar redelijkheid en billijkheid dienen te gedragen. In dit geval brengt dat met zich dat de vordering van de vrouw niet kan slagen. Daarbij is allereerst van belang dat door de vrouw is erkend dat de aan de man gestelde termijn van twee maanden om aan te tonen dat hij de woning kan overnemen, gelet op zijn positie als ondernemer, (te) kort is. Daarbij komt dat door de vrouw onvoldoende is onderbouwd dat de man de afwikkeling opzettelijk heeft vertraagd of de vrouw heeft willen treiteren. De man heeft immers een e-mail van de hypotheekverstrekker van 7 juli 2026 overgelegd, waaruit volgt dat uit de NHB-beheertoets is gebleken dat de hypotheek voor hem haalbaar is. Voorts heeft de man een e-mail van de notaris van 25 juni 2026 en een brief van 17 juli 2026, met daarbij een conceptakte van verdeling, in het geding gebracht. Uit deze stukken blijkt dat de notaris in afwachting is van de door partijen aan te leveren stukken alvorens de conceptakte kan worden afgerond. Deze conceptakte is vervolgens noodzakelijk voor de verdere afronding van de financieringsaanvraag door de bank. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de door de man overgelegde stukken voldoende bewijs opleveren voor zijn stelling dat hij de woning kan overnemen, onder ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de vrouw. Dat de man thans nog geen bindend hypotheekaanbod heeft overgelegd, doet aan dit oordeel niet af, nu uit de e-mail van de notaris blijkt dat de afronding van het hypotheektraject afhankelijk is van de conceptakte van verdeling. Zoals ter zitting al is besproken, acht de voorzieningenrechter het op basis van de overgelegde stukken voldoende aannemelijk dat de financiering daadwerkelijk kan worden afgerond zodra de benodigde stukken volledig bij de notaris zijn aangeleverd. Gelet op de gemiddelde wachttijden bij de notarissen, zal het gehele (leverings)traject naar verwachting niet al half augustus kunnen worden afgerond. Weliswaar verloopt dan de termijn die de man heeft gekregen voor voortgezet gebruik van de woning, maar dat maakt het oordeel niet anders. Dat klemt te meer nu de vrouw zelf ook een aandeel heeft in de (lichte) vertraging in het traject. Zij heeft immers de benodigde stukken voor de akte van verdeling, ondanks verzoek daartoe, nog niet aangeleverd bij de notaris. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat onder de gegeven omstandigheden van de vrouw kan worden gevergd dat zij de afronding van het traject afwacht. Naar voorlopig oordeel heeft de man zich voldoende ingespannen om het financieringstraject rond te krijgen, en is voorshands aannemelijk dat die financiering ook daadwerkelijk rondkomt. Daarom brengt de redelijkheid en billijkheid mee dat de man nog de gelegenheid wordt geboden het traject af te ronden. Daarvoor is te meer reden nu de man de woonlasten van de woning volledig voor zijn rekening neemt en de vrouw haar huurkosten, in ieder geval vanaf augustus, met haar nieuwe partner kan delen, waardoor haar eigen woonlasten aanzienlijk zullen verminderen. Tot slot weegt de voorzieningenrechter het belang van [minderjarige] zwaar mee. Omdat zij volledig bij de man woont, acht het de voorzieningenrechter het ook in haar belang dat de man nog enige tijd wordt gegund om de overname van de woning en het daarmee samenhangende financieringstraject positief af te ronden.

4.4.

De voorzieningenrechter benadrukt nogmaals dat het van belang is dat partijen de akte van verdeling zo spoedig mogelijk compleet maken door de benodigde stukken bij de notaris aan te leveren, waarna partijen gezamenlijk de notaris opdracht dienen te geven de akte van verdeling te passeren. Nu ter zitting is gebleken dat andere verrekenposten niet in geschil zijn (daarvan bestaat volgens partijen al een overzicht), zijn er geen verdere geschillen die aan het spoedig opmaken van de akte van verdeling en het definitief regelen van de hypotheek in de weg staan.

4.5.

De slotsom is dat de vorderingen van de vrouw, die zien op de verkoop van de woning aan een derde, zullen worden afgewezen.

De informatieregeling

4.6.

De verplichting voor de man tot het voldoen aan een informatieregeling is in de beschikking van 10 september 2025 vastgelegd. Er is niet gebleken dat de man de laatste tijd deze regeling niet correct nakomt. Evenmin is onderbouwd dat de man voornemens is die verplichting niet langer na te komen. Het enkele feit dat de man eenmalig (kort na de beschikking) geen foto aan de vrouw heeft gestuurd is daarvoor volstrekt onvoldoende, zeker nu de man ter zitting heeft uitgelegd dat [minderjarige] zich aanvankelijk daar zeer tegen verzette. De voorzieningenrechter ziet daarom geen reden om de man daar in dit vonnis nader toe te veroordelen en zal de vordering van de vrouw tot nakoming van de informatieplicht bij gebrek aan belang afwijzen.

Inzage in de (zakelijke) bankrekening

4.7.

Vast staat dat de man aan de vrouw inzage heeft gegeven in het saldo van zijn zakelijke rekeningen per peildatum. De rechtbank heeft in de beschikking van 10 september 2025 overwogen dat zij geen aanleiding ziet om aan te nemen dat de eenmanszaak van de man meer waarde vertegenwoordigt dan het saldo van de liquide middelen dat op de peildatum op zijn zakelijke bankrekening(en) staat. Onder die omstandigheden is er voor de voorzieningenrechter in kort geding geen rol weggelegd. Het kort geding kan niet dienen als een verkapt hoger beroep tegen voornoemde beschikking. Deze vordering van de vrouw zal daarom afgewezen.

Proceskosten

4.8.

Uitgangspunt in een geschil als het onderhavige is dat in de omstandigheid dat partijen ex-echtgenoten zijn, aanleiding wordt gevonden om te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten betaalt. Voor afwijking van dit uitgangspunt, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding.

4.9.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vrouw deze procedure niet volstrekt nodeloos heeft opgestart. De man is de in de beschikking van 10 september 2025 opgenomen termijn van twee maanden immers niet nagekomen. De vraag of de man in dit geval alsnog meer tijd dient te krijgen om de woning over te nemen is geen onbegrijpelijke en/of volstrekt nodeloze vraag en het staat de vrouw dan ook vrij die vraag aan de voorzieningenrechter voor te leggen. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding om de vrouw te veroordelen in de proceskosten.

4.10.

Slotsom is dat de proceskosten zullen worden gecompenseerd en zal worden bepaald dat iedere partij (zowel in conventie als in reconventie) de eigen kosten draagt.

Beslissing

5
De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie en reconventie

5.1

wijst de vorderingen af;

5.2

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Hoekstra – van Vliet en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2026.

SN