Rechtbank Den Haag, eerste aanleg - enkelvoudig personen- en familierecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:26341

Op 11 August 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van personen- en familierecht, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is C/09/709039 / KG ZA 26-798, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:26341. De plaats van zitting was Den Haag.

Soort procedure:
Instantie:
Zaaknummer(s):
C/09/709039 / KG ZA 26-798
Datum uitspraak:
11 August 2026
Datum publicatie:
11 September 2026

Indicatie

Gebruiksrecht woning, toevertrouwing/zorgregeling, uniform hulpaanbod, medewerking verkoop woning, gebruiksvergoeding, proceskosten

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/709039 / KG ZA 26-798

Vonnis in kort geding van 11 augustus 2026

in de zaak van

[eiseres] te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. K. Beumer te Middelharnis,

tegen:

[gedaagde] te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. A.J. Waaijers - de Graaf te Dordrecht.

Partijen worden in het navolgende respectievelijk de vader en de moeder genoemd.

1
De procedure
1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de door de gedaagde overgelegde conclusie van antwoord met eis in reconventie met producties;

- de brief van 23 juli 2026 van de zijde van de moeder;

- de brief van 23 juli 2026 van de zijde van de moeder met producties;

1.2

De zaak is op 28 juli 2026 behandeld, daarbij zijn beide partijen met hun advocaten verschenen. De advocaat van de moeder is waargenomen door mr. R.A.C.M. Jansen, kantoorgenoot van mr. K. Beumer.

1.3.

Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2
De feiten in conventie en in reconventie

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1

Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Zij zijn de ouders van de minderjarige kinderen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats];

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats];

- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2022 te [geboorteplaats].

Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over deze kinderen.

2.2.

Partijen hebben op 22 september 2022 een samenlevingsovereenkomst gesloten. Partijen hebben in mede-eigendom de woning staande en gelegen aan de [adres] te [plaats]. Partijen verblijven op dit moment nog samen in de woning met de kinderen.

3
Het geschil

in conventie

3.1

De moeder vordert - zakelijk weergegeven - om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. te bepalen dat de moeder bij uitsluiting van de vader gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de woning, gelegen aan de [adres] te [plaats], en de tot die woning behorende inboedel, met het bevel dat de vader deze woning dient te verlaten en niet verder mag betreden bij machtiging aan de moeder dit vonnis ten uitvoer te doen leggen met behulp van de sterke arm van politie en justitie;

II. de minderjarigen: [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats], [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats] en [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2022 te [geboorteplaats], voorlopig aan de moeder toe te vertrouwen.

3.2

Daartoe voert de moeder – samengevat – het volgende aan:

In verband met de onhoudbare situatie tussen partijen, waarbij sprake is van controlerend gedrag, verbaal en fysiek geweld van de vader richting haar, heeft zij de relatie beëindigd. Eveneens beschuldigt de vader de moeder van het hebben van een buitenechtelijke relatie ten overstaan van de kinderen. De moeder acht het geen veilige en verantwoorde situatie om gezamenlijk in de woning te verblijven, alsook de invloed van de vader op de kinderen zo groot te houden. De moeder heeft op 17 juni 2026 aangifte gedaan bij de politie, waarvan de politie een melding heeft gemaakt bij Veilig Thuis. De moeder acht het in het belang van de kinderen dat zij samen met de kinderen in de woning kan blijven en de kinderen aan haar toevertrouwd worden. Zij acht (onbegeleide) omgang tussen de kinderen en de vader niet in het belang van de kinderen.

3.3.

De vader voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

in reconventie

3.4.

De vader vordert - zakelijk weergegeven - om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. te bepalen dat de minderjarige kinderen voorlopig aan de vader worden toevertrouwd;

II. te bepalen dat de voorlopige regeling over de verdeling van de zorg- en opvoedtaken van de minderjaren zal zijn als volgt:

a. De kinderen zijn de even weken van maandag 17 tot vrijdag 17 uur bij de vader en van vrijdag 17 uur tot maandag 17 uur bij de moeder;

b. De kinderen zijn de oneven weken van maandag 17 uur tot woensdag 17 uur bij de vader, van woensdag 17 uur tot vrijdag 17 uur bij de moeder en van vrijdag 17 uur tot maandag 17 uur bij de vader.

Dan wel een regeling te bepalen zoals de Voorzieningenrechter in goede justitie meent te moeten bepalen;

III. partijen, met het oog op de nog op te starten bodemprocedure betreffende het hoofdverblijf en de zorgverdeling voor de kinderen te verwijzen naar hulpverlening via het Uniform Hulpaanbod met betrekking tot ouderschapsbemiddeling en coaching voor kinderen in een scheidingssituatie of kinderen uit de knel;

IV. te bepalen dat de vader bij uitsluiting van de moeder voorlopig gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de woning zoals voornoemd en de tot die woning behorende inboedel, met het bevel dat de moeder deze woning dient te verlaten en niet verder mag betreden bij machtiging aan de vader dit vonnis ten uitvoer te leggen met behulp van de sterke arm van politie en justitie,

subsidiair te bepalen dat de vader bij uitsluiting van de moeder voorlopig gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de woning en inboedel gedurende de tijd dat de kinderen volgens de zorgverdeling bij hem verblijven;

V. (als voorwaardelijke eis) te bepalen dat de moeder aan de vader, in het geval zij de woning voorlopig volledig met uitsluiting van de vader zal gebruiken, maandelijks een gebruiksvergoeding dient te voldoen gelijk aan de helft van de hypothecaire rente, overige eigenaarslasten en kosten van onderhoud,

subsidiair te bepalen dat de moeder, in het geval zij de woning voorlopig volledig met uitsluiting van de vader zal gebruiken, alle kosten van de woning en bewoning voor haar rekening dient te nemen, waaronder de hypothecaire rente, overige eigenaarslasten en kosten van onderhoud;

VI. de moeder te veroordelen om binnen 14 dagen na het door de Voorzieningenrechter te wijzen vonnis, haar medewerking te verlenen aan het taxeren van de woning gelegen aan het adres [adres] te [plaats] door een taxateur van [makelaarskantoor] te Wassenaar, waarbij de taxatie binnen 14 dagen na betekening van onderhavig vonnis dient plaats te vinden, waarbij zij de taxateur toegang verleent tot de woning voor taxatie en duldt dat de taxateur de woning volledig opneemt, bezichtigt, inspecteert, meet, fotografeert en overige werkzaamheden uitvoert die noodzakelijk zijn om de taxatie uit te voeren,

alsmede

de moeder te veroordelen haar medewerking te verlenen om de woning in de verkoop te laten zetten door een nog nader aan te geven NVM- makelaar, hoogstwaarschijnlijk [makelaarskantoor] te Wassenaar, dan wel een door de Voorzieningenrechter aan te wijzen NVM-Makelaar, binnen 14 dagen na betekening van het vonnis in deze, door het geven van een opdracht tot verkoop aan desbetreffende makelaar en alle adviezen en aanwijzingen van de makelaar van partijen op te volgen, waaronder de actuele geadviseerde verkoop- en laatprijs, alsmede het plaatsen van een verkoopbord in de voortuin van de woning, alsmede de woning open te stellen voor bezichtigingen van potentieel kopers en daartoe een sleutel van de woning aan de makelaar ter beschikking te stellen en af te geven, niet aanwezig te zijn bij de bezichtigingen in de woning en geen contact op te nemen met potentiële kopers en haar medewerking te verlenen aan de oplevertermijn en de woning tijdig te verlaten alsmede mee te werken aan het notarieel transport van de woning op het eerste verzoek de vader;

VII. te bepalen dat als de moeder niet aan het onder punt VI gevorderde voldoet, het in deze te wijzen vonnis in de plaats treedt van de ontbrekende wilsverklaring en handtekening van de moeder benodigd voor het laten taxeren van de woning alsmede in de verkoop plaatsen van de woning alsmede het verkopen van de woning, de koopovereenkomst en leveringsakte;

VIII. de moeder te veroordelen in de proceskosten van dit geding, waaronder de griffierechten en de kosten van de advocaat conform het liquidatietarief.

3.5.

Daartoe voert de vader – samengevat – het volgende aan.

De vader betwist dat er sprake is van intieme terreur en een voor de moeder en de kinderen gevaarlijke situatie. De relatie van partijen kent, volgens de vader, al vanaf het begin veel spanningen. De vader is van mening dat de berichten die zijn ingediend door de moeder een onvolledig beeld geven en de juiste context mist. De vader wenst zich op de toekomst te richten en zaken te gaan regelen. De vader acht het in het belang van de kinderen dat hij voorlopig het uitsluitend gebruik van de woning krijgt en er een zorgregeling komt tussen de kinderen en de moeder, dan wel dat partijen gaan birdnesten. Ook is de vader van mening dat de woning zo snel mogelijk verkocht dient te worden, zodat partijen naar andere woonruimtes kunnen gaan zoeken.

3.6.

De moeder voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

Overwegingen

4
De beoordeling van het geschil

in conventie en reconventie

4.1

Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie, zal de voorzieningenrechter de vorderingen gezamenlijk behandelen.

4.2.

In dit kort geding dient verder te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen dan wel of de vorderingen van partijen in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening. Daarbij dient de voorzieningenrechter uit te gaan van de feiten met een beperkte toetsing daarvan, omdat de aard van een kort geding zich niet leent voor nader feitenonderzoek en nadere bewijslevering. Het oordeel in deze procedure is dan ook niet meer dan een voorlopige ordemaatregel.

Het gebruiksrecht van de woning en de voorlopige zorgregeling

4.3.

Zowel de vader als de moeder vorderen het uitsluitend gebruiksrecht van de woning. Partijen zijn gezamenlijk eigenaar van de onroerende zaak en zijn in gelijke mate gerechtigd tot het gebruik van de woning. Bij het antwoord op de vraag welke partij voorlopig het uitsluitend gebruiksrecht van de woning toegewezen krijgt, gaat het om een belangenafweging waarbij alle omstandigheden van het geval dienen te worden meegewogen. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter in dit geval ook de belangen van de kinderen en de door de vader gevorderde voorlopige zorgregeling, die sterk afhankelijk is van de vraag wie in de woning mag verblijven. Zowel de vader als de moeder hebben een spoedeisend belang bij hun vorderingen met betrekking tot de woning en de zorgregeling.

4.4.

De moeder heeft haar belang bij het gevorderde exclusieve gebruiksrecht als volgt onderbouwd. Volgens de moeder is er sprake van ernstig en structureel partnergeweld van de vader jegens de moeder. Er is sprake van een patroon van controle, dwang, drukuitoefening, verbaal en fysiek geweld, hetgeen zij kwalificeert als grensoverschrijdend. Zij is bang voor de vader en houdt de huidige situatie niet langer vol. Ook heeft zij, anders dan de vader, geen alternatieve mogelijkheden om ergens te verblijven. Daarbij meent de moeder dat het in het belang van de kinderen is dat zij in de woning kunnen blijven. Dit betreft immers hun vertrouwde omgeving en zij verzoekt om de kinderen ook aan haar toe te vertrouwen.

4.5.

De vader heeft aangevoerd dat zijn belang om de woning met uitsluiting van de moeder te mogen gebruiken zwaarder weegt dan dat van de moeder. Hij verwacht dat de moeder zo lang mogelijk in de woning wil blijven en de verkoop wil rekken, omdat zij de woning niet kan bekostigen of de vader uit kan kopen. De vader maakt zich er ook zorgen over dat – indien de moeder de woning met uitsluiting van hem zal gebruiken – de woning verwaarloosd wordt en er achterstallig onderhoud zal ontstaan aan de woning en de tuin. Daarnaast maakt de vader zich er zorgen over dat de moeder haar nieuwe relatie(s) of derden in de woning zal toelaten waarmee voor de kinderen een ingewikkelde situatie kan ontstaan. De vader heeft naar voren gebracht dat hij het grootste deel van de zorg van de kinderen op zich neemt en dichtbij huis werkt.

4.6.

De moeder heeft een beeld naar voren gebracht dat er sprake is van intieme terreur dan wel een patroon van dwingende controle door de vader. De vader heeft dit betwist. Het uitgangspunt is dat ouders ook na het eindigen van een huwelijk of een relatie een gelijkwaardige zorgverdeling hebben. Indien de voorzieningenrechter van oordeel zou zijn dat er sprake is van intiem terreur of dwingende controle, dan heeft dat invloed op de vast te stellen zorgregeling. De voorzieningenrechter acht het aannemelijk dat er begin 2025 tijdens een verblijf van de ouders in [land] door de vader geweld is gebruikt jegens de moeder. De moeder heeft hierover namelijk kort daarna een derde geappt en de vader heeft per Whatsapp spijt betuigd dat hij een grens over is gegaan bij de moeder. Ook is het de voorzieningenrechter gebleken dat de vader via berichten de moeder heeft uitgescholden. Hij heeft dit ook erkend. Daar staat tegenover dat de moeder buitenshuis werkt, zij economisch in potentie onafhankelijk is van de vader en zij activiteiten onderneemt zonder de vader. De voorzieningenrechter is al met al van oordeel dat er onvoldoende aanleiding is om in dit kort geding intieme terreur / dwingende controle aannemelijk te achten.

4.7.

Beide partijen geven aan een groter deel van de zorg voor de kinderen voor hun rekening te hebben genomen dan de ander tijdens de relatie. De voorzieningenrechter acht het, gezien hetgeen op de zitting is besproken en gezien het feit dat beide ouders meerder dagen per week werken, aannemelijk dat zij het ouderschap tijdens de relatie min of meer gelijkwaardig verdeelden. Dit dient ook het uitgangspunt te blijven. Beide ouders hebben aangegeven geen concreet uitzicht te hebben op een andere woning, maar in het geval dat de ander in de woning zou mogen blijven bij familie te gaan overnachten. Een gelijkwaardige omgangsregeling voor de vertrekkende ouder met de kinderen is in dat geval niet mogelijk. De kinderen lijken in twee kampen verdeeld, waarbij de jongste twee partij voor vader lijken te hebben gekozen en de oudste partij voor moeder. Een achterblijven van één van de ouders met de kinderen in de woning en een beperkte zorgregeling met de vertrekkende ouder zou die situatie niet verbeteren, maar eerder verslechteren. Daar komt bij dat de voorzieningenrechter het in het belang van de kinderen acht dat zij, totdat er duidelijkheid is waar de ouders gaan wonen na verkoop van de woning, zoveel mogelijk op hun vertrouwde plek kunnen blijven. Ook is het in het belang van de kinderen dat de ouders zo snel mogelijk niet meer samen in de woning verblijven, gelet op de onderlinge spanningen. Al met al ligt een gelijkwaardige verdeling van de zorg waarbij de kinderen op hun plaats blijven het meest voor de hand, zodat de voorzieningenrechter een birdnestregeling beslist. De voorzieningenrechter acht het in het belang van de kinderen dat zij één vast adres hebben waar zij om en om met de ouders verblijven. De wisseling van de ouders in de woning zal plaats vinden op de zondagavond om 19:00 uur, dan wel een door hen in overleg te bepalen moment.

De voorlopige toevertrouwing van de kinderen

4.8.

Beide partijen hebben gevorderd dat de kinderen aan hen toevertrouwd worden.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat partijen geen belang hebben bij een oordeel hierover nu een birdnestregeling wordt beslist, zodat de vorderingen over en weer worden afgewezen.

Uniform Hulpaanbod

4.9.

De vader heeft gevorderd dat partijen, met het oog op de nog op te starten bodemprocedure betreffende het hoofdverblijf en de zorgverdeling voor de kinderen, te verwijzen naar hulpverlening via het Uniform Hulpaanbod met betrekking tot ouderschapsbemiddeling en coaching voor kinderen in een scheidingssituatie of kinderen uit de knel.

4.10.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat nu de moeder heeft aangegeven dat zij hiermee niet instemt en zij een inzet van dergelijke trajecten te vroeg acht gezien de huidige spanningen, deze vordering afgewezen dient te worden. Beide partijen moeten immers open staan voor het uniform hulpaanbod. Bovendien is ook de voorzieningenrechter, samen met de Raad, van oordeel dat een dergelijk traject op dit moment mogelijk meer slecht doet dan goed.

Medewerking verkoop woning

4.11.

. De vader heeft het standpunt ingenomen dat de woning zo snel mogelijk getaxeerd en verkocht moet worden verkocht en dat de moeder daaraan haar medewerking moet verlenen. De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling in deze procedure bevestigd dat ook wat haar betreft de woning te koop moet worden aangeboden nu overname voor beiden niet haalbaar is. Wat de moeder betreft moeten hier onderling afspraken over worden gemaakt en dient de woning nu niet stel op sprong verkocht te worden. Te meer omdat de vader meent nog een forse vordering op haar te hebben en partijen hierover in overleg zullen moeten treden.

4.12.

De voorzieningenrechter heeft ter zitting uitdrukkelijk gevraagd of partijen het erover eens zijn dat de woning moet worden verkocht. Partijen hebben dit bevestigd. De advocaat van de moeder heeft aangegeven dat haar kantoorgenoot, die de zaak behandeld, na haar vakantie contact opneemt met de advocaat van de vader voor het plannen van een gesprek voor de verdere afwikkeling. Op dit moment hebben partijen nog geen kans gekregen om dit in overleg te regelen en is van onwil van de moeder om mee te werken aan de verkoop van de woning niet gebleken.

4.13.

Bij deze stand van zaken wijst de voorzieningenrechter de vordering van de vader om te bepalen dat de woning moet worden verkocht, bij een gebrek aan spoedeisend belang af. Bovendien wordt het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning niet aan één van partijen toegewezen, maar dienen partijen voorlopig te birdnesten.

4.14.

Datzelfde geldt voor de vordering van de vader tot veroordeling van de moeder tot medewerking aan de verkoop van de woning volgens de door hem beschreven ‘spoorboekje’. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat partijen hun toezegging de woning spoedig in overleg te zullen treden over de verkoop van de woning gestand zullen doen, nu zij daar ook beiden persoonlijk en/of financieel belang bij hebben.

Gebruiksvergoeding

4.15.

De vader heeft voorwaardelijk gevorderd dat indien de moeder het voorlopig gebruik van de woning, met uitsluiting van de vader krijgt, hij van mening is dat hier tegenover een gebruiksvergoeding dient te staan.

4.16.

Het uitgangspunt is dat beide partijen bevoegd zijn tot gebruik van de gemeenschappelijke woning. Dit volgt uit artikel 3:169 BW. Dit artikel heeft eveneens tot strekking dat de partij die met uitsluiting van de ander de woning gebruikt, verplicht is de ander schadeloos te stellen, bijvoorbeeld door het betalen van een gebruiksvergoeding. De voorzieningenrechter wijst deze vordering af. De vader heeft geen belang bij deze (voorwaardelijke) ordemaatregel, omdat de moeder niet uitsluitend gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning.

Proceskostenveroordeling

4.17.

De vader heeft gevorderd om de moeder in de proceskosten te veroordelen. Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de voorzieningenrechter de proceskosten compenseren als hierna vermeld. De voorzieningenrechter zal bepalen dat iedere ouder de eigen proceskosten draagt in conventie en reconventie.

Beslissing

5
De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie en reconventie

5.1

bepaalt als voorlopige zorgregeling voor de minderjarigen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats];

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats];

- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2022 te [geboorteplaats],

Dat zij:

- De ene week bij de moeder en de andere week bij de vader zijn, waarbij zij verblijven in de echtelijke woning en de ouders wisselen op zondag om 19:00 uur, dan wel een ander tijdstip door hen in overleg te bepalen;

5.2.

bepaalt dat de vader bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] te [plaats]:

- gedurende de tijd dat de kinderen volgens de voorlopige zorgregeling bij de vader zijn;

bepaalt dat de moeder bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] te [plaats]:

- gedurende de tijd dat de kinderen volgens de voorlopige zorgregeling bij de moeder zijn;

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Boot en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2026.

SB