Rechtbank Den Haag, eerste aanleg - enkelvoudig personen- en familierecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:4140

Op 20 January 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van personen- en familierecht, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is C/09/695149 / KG ZA 25-1164, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:4140. De plaats van zitting was Den Haag.

Soort procedure:
Instantie:
Zaaknummer(s):
C/09/695149 / KG ZA 25-1164
Datum uitspraak:
20 January 2026
Datum publicatie:
2 March 2026

Indicatie

Volgt

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/695149 / KG ZA 25-1164

Vonnis in kort geding van 20 januari 2026

in de zaak van

[de vader] te [woonplaats 1] , [land 1] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. L. Lagerwerf te ’s-Gravenhage.

tegen:

[de moeder] te [woonplaats 2] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. mr. N. Groen te ’s-Gravenhage.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de vader’ en ‘de moeder’.

1
De procedure
1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de conclusie van antwoord met producties;

- de door de vader overgelegde producties van 30 december 2025;

- de door de vader overgelegde producties van 2 januari 2026.

1.2.

Op de zitting zijn verschenen: de vader via videoverbinding, zijn advocaat en de moeder bijgestaan door haar advocaat. Na afloop van de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2
De feiten in conventie en in reconventie

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2021 tot [datum 2] 2024.

2.2.

Zij zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] .

2.3.

De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit over [minderjarige] .

2.4.

Bij beschikking van 23 september 2024 van deze rechtbank is de echtscheiding uitgesproken en zijn het echtscheidingsconvenant en het ouderschapsplan aan de beschikking gehecht. In het ouderschapsplan is opgenomen dat [minderjarige] haar hoofdverblijfplaats heeft bij de moeder. Omdat de vader in [land 2] woont en [minderjarige] in Nederland zijn de ouders overeengekomen dat [minderjarige] ten minste 6 weken per jaar de vader ziet voor een vakantie of bezoek, waarbij het bezoek en de locatie ten minste twee maanden van tevoren tussen de ouders wordt besproken. Verder is [minderjarige] om het jaar tijdens kerst en Pasen bij de vader en is er tweemaal per week contact via videobellen. Als [minderjarige] bij de vader is dan zal zij niet naar de opvang gaan en zodra zij drie jaar oud is kan de vader [minderjarige] zien buiten Nederland. De vader brengt dan [minderjarige] terug naar de moeder na een vakantie.

3
Het geschil

in conventie

3.1.

De vader vordert – zakelijk weergegeven – om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. een (voorlopige) zorgregeling waarbij conform zijn werkschema en middels een opbouw wordt toegewerkt naar een regeling waar hij [minderjarige] op zijn vrije dagen kan zien, te weten één keer per maand vier dagen en één keer per maand vijf dagen inclusief overnachtingen;

II. dat hij en [minderjarige] ten minste drie keer per week videobellen op zondag, woensdag en vrijdag tussen 16:30-19:00 uur zodat de vader aan [minderjarige] een verhaaltje voor het slapen gaan kan voorlezen, waarbij in onderling overleg naast de drie momenten extra contact kan plaatsvinden.

III. de moeder te veroordelen in de kosten van het geding.

3.2.

De moeder voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

in reconventie

3.3.

De moeder vordert – zakelijk weergegeven – om de vader te veroordelen om voor de duur van de bodemprocedure, iedere keer zijn werkschema per e-mail door te sturen naar de moeder, zodat aan de hand daarvan in onderling overleg tussen de ouders de opbouwregeling kan worden vastgesteld in lijn met het ouderschapsplan, danwel door de rechtbank in goede justitie een andere voorlopige zorgregeling vast te stellen in lijn met het ouderschapsplan. Daarnaast vordert de moeder de vader te veroordelen in de proceskosten.

3.4.

De vader voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

Overwegingen

4
De beoordeling van het geschil

Spoedeisendheid

4.1.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze zaak een spoedeisend karakter heeft omdat [minderjarige] drie jaar oud is en weinig contact heeft met de vader. De voorzieningenrechter zal daarom de vorderingen van de vader en de moeder inhoudelijk behandelen.

4.2.

Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie, zullen deze gezamenlijk worden behandeld.

4.3.

Op de zitting is duidelijk geworden dat [minderjarige] en de vader elkaar sinds begin december niet meer hebben gezien. De periode daarvoor was er alleen sprake van sporadisch contact omdat het de ouders niet lukt om zelf invulling te geven aan het ouderschapslan. De ouders willen beiden duidelijkheid ten aanzien van de zorgregeling maar verschillen daarvan van mening hoe de regeling moet worden vormgegeven.

4.4

Onder regie van de voorzieningenrechter hebben de ouders op de zitting afspraken gemaakt over een voorlopige zorgregeling. Via een opbouw zal toegewerkt worden naar een regeling waarbij [minderjarige] en de vader om de veertien dagen contact met elkaar hebben. Vanaf het moment dat de vader een eigen woning heeft of een airbnb kan huren met een aparte slaapkamer voor [minderjarige] , zullen er ook overnachtingen plaatsvinden. Daarnaast hebben de ouders afgesproken dat de vader en [minderjarige] iedere woensdag en zondag zullen videobellen om 18:15 uur (Nederlandse tijd).

4.4.

Gelet op de tussen de ouders gemaakte afspraken ten aanzien van de voorlopige zorgregeling en het telefonisch contact tussen de vader en [minderjarige] beschouwt de voorzieningenrechter de andersluidende vorderingen van de ouders als ingetrokken, zodat daarover niet meer hoeft worden beslist.

4.5.

In de omstandigheid dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, wordt aanleiding gevonden te bepalen dat iedere partij (zowel in conventie als in reconventie) de eigen proceskosten draagt.

Beslissing

5
De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie en in reconventie

5.1.

bepaalt – met wijziging in zoverre van het aan de beschikking van 23 september 2024 aangehechte ouderschapsplan – dat de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] als volgt contact heeft met de vader:

zaterdag 17 januari 2026 en zaterdag 18 januari 2026 van 10:00 uur tot 13:00 uur, in aanwezigheid van de moeder bij [winkelcentrum] in [plaats];

vrijdag 6 februari 2026 en zaterdag 7 februari 2026 gedurende vijf uur per dag, waarbij de moeder op vrijdag 6 februari 2026 het eerste uur aanwezig is;

zondag 22 februari 2026 en maandag 23 februari 2026 van 09:00 uur tot 17:00 uur;

zaterdag 14 maart 2026 en zondag 15 maart 2026 van 09:00 uur tot 17:00 uur;

vrijdag 3 april 2026 en zaterdag 4 april 2026 van 09:00 uur tot 17:00 uur;

vanaf zondag 19 april 2026 en onder voorwaarde dat de vader een eigen woning heeft of een airbnb kan huren met aparte slaapkamer voor [minderjarige] :

- afhankelijk van het werkschema van de vader; twee dagen per veertien dagen van 09:00 uur tot de volgende dag 17:00 uur inclusief overnachting;

5.2.

bepaalt dat de vader en [minderjarige] iedere woensdag en zondag om 18:15 uur (Nederlandse tijd) met elkaar videobellen;

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.M. Boone en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026.

AIK