RECHTBANK DEN HAAG
Zaaknummer: C/09/700560 / JE RK 26-346
Datum uitspraak: 20 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
de Raad voor de Kinderbescherming,
'sGravenhage,
hierna te noemen: de Raad,
[de minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. B.S. van Haeften uit Den Haag,
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.
1
Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 2 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder met haar advocaat;
- [naam 1] namens de Raad;
- [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.
De kinderrechter heeft [partner van de vader] , de partner van de vader, en [partner van de moeder] , de partner van de moeder, bijzondere toestemming verleend om als toehoorder bij de zitting aanwezig te zijn.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft geen mening gegeven.
2.1.
[de minderjarige] is gedurende het huwelijk van de vader en de moeder geboren.
2.2.
Het huwelijk van de vader en de moeder is door echtscheiding ontbonden.
2.3.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.4.
[de minderjarige] verblijft sinds najaar 2025 op vrijwillige basis bij een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, te weten bij Jeugdformaat; daaraan voorafgaand verbleef zij sinds 29 september 2025 op een crisisplek van Jeugdformaat.
3.1.
De Raad verzoekt [de minderjarige] onder toezicht te stellen tot aan haar meerderjarigheid. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd en ter zitting nader toegelicht. [de minderjarige] kampt al lang met ernstige suïcidale klachten, spanningsklachten, paniekaanvallen, een aanhoudend gevoel van innerlijke onrust, en een vol hoofd. [de minderjarige] heeft moeite met slapen en kan (verbale) agressie tonen naar zichzelf en haar moeder. Door haar klachten is de ontwikkeling van [de minderjarige] op meerdere gebieden gestagneerd. Zo gaat [de minderjarige] al langdurig niet naar school en heeft zij geen structurele dagbesteding. Ook heeft [de minderjarige] moeite met het vinden en behouden van aansluiting bij leeftijdsgenoten. [de minderjarige] kijkt mogelijk met angst naar de wereld en dit kan een grote impact hebben op haar leven. Ondanks de langdurige betrokkenheid van hulpverlening, zijn de zorgen over [de minderjarige] toegenomen. [de minderjarige] erkent dat zij hulp moet aannemen, maar heeft moeite met het opbouwen van een vertrouwensrelatie en lijkt in de weerstand te gaan op moeilijke momenten. [de minderjarige] kan daarbij zelfbepalend en manipulerend gedrag laten zien richting de hulpverlening en haar moeder. Gelet op de naderende meerderjarigheid van [de minderjarige] is het noodzakelijk dat op korte termijn duidelijk wordt wat [de minderjarige] nodig heeft om zich veilig en stabiel te kunnen ontwikkelen. Zonder passende specialistische diagnostiek en behandeling blijft het risico bestaan op verdere psychische ontregeling en suïcidaliteit, waarbij [de minderjarige] mogelijk een gevaar is voor zichzelf of anderen. Er is momenteel sprake van een acuut veiligheidsrisico. De vader en de moeder (h)erkennen de zorgen, maar het is hen met hulpverlening in het vrijwillig kader niet gelukt om de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige] weg te nemen. Het is noodzakelijk dat [de minderjarige] langer op de woongroep verblijft. De thuissituatie bij de moeder is niet langer passend of veilig voor [de minderjarige] vanwege de escalaties die hebben plaatsgevonden en doordat de moeder overvraagd is. Gedurende de uithuisplaatsing moet er duidelijkheid komen over het woonperspectief van [de minderjarige] en er moet gewerkt worden aan haar zelfstandigheidsvaardigheden.
4.1.
Door en namens de moeder is ingestemd met het verzochte. De moeder voelt zich machteloos. Zij realiseert zich dat in de korte tijd tot aan de meerderjarigheid van [de minderjarige] niet alle door de Raad benoemde doelstellingen behaald kunnen worden, maar hoopt dat er met hulpverlening wel zoveel mogelijk bereikt kan worden. De huidige vrijwillige plaatsing van [de minderjarige] bij Jeugdformaat staat onder druk doordat [de minderjarige] een groot beroep doet op de hulpverlening. [de minderjarige] heeft een vertrouwensband met haar coach van Jeugdformaat die meer betrokken is dan dat zij normaal zou zijn. [de minderjarige] heeft ook regelmatig het Crisis Interventie Team (CIT) en de huisartsenpost gebeld. Verder heeft de moeder benoemd dat [de minderjarige] een keer naar therapie is gegaan en zich de week erna heeft afgemeld vanwege ziekte, terwijl anderen niet merkten dat zij ziek was.
4.2.
De vader stemt ook in met het verzochte. De vader heeft benoemd dat [de minderjarige] ook als zij meerderjarig is nog hulp nodig zal hebben en het lijkt de vader goed als [de minderjarige] een begeleid wonen traject gaat volgen. Voor [de minderjarige] is het erg belangrijk om een vertrouwensband met een hulpverlener op te bouwen en het verschilt hoelang dit duurt. Verder heeft de vader benadrukt dat hij niet achter een gesloten plaatsing zou staan.
4.3.
De gecertificeerde instelling ziet dat [de minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd, maar twijfelt of een ondertoezichtstelling een passende maatregel is. Het is niet realistisch dat binnen zes maanden de door de Raad gestelde doelen behaald zullen worden. Daarnaast zal een ondertoezichtstelling betekenen dat er een nieuwe persoon betrokken raakt bij [de minderjarige] , die als [de minderjarige] meerderjarig is haar ook weer zal moeten overdragen naar het vrijwillige kader. Bovendien kan [de minderjarige] niet gedwongen worden tot behandeling. De gecertificeerde instelling denkt wel dat het belangrijk is om nu te kijken naar een vervolgplek waar [de minderjarige] ook na haar meerderjarigheid kan blijven. Mogelijk moet er ook worden gekeken naar het aanvragen van een mentor of een zorgmachtiging.
Overwegingen
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. (Voetnoot 1) Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. (Voetnoot 2) De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt ernstig bedreigd. Al vanaf jonge leeftijd kampt [de minderjarige] met ernstige suïcidale gedachten en spanningsklachten. Als gevolg van haar problematiek volgt [de minderjarige] al jaren geen onderwijs meer en momenteel heeft zij ook geen dagbesteding. Hierdoor is onder meer haar cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling gestagneerd. De moeder en de vader hebben in het vrijwillige kader met tal van soorten hulpverlening geprobeerd om de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige] weg te nemen, maar dit is niet gelukt. Dit wordt mede veroorzaakt doordat [de minderjarige] bij aanvang van een hulpverlenings- of behandeltraject vaak aangeeft gemotiveerd te zijn voor hulpverlening, maar ermee stopt zodra het moeilijk wordt. Gelet op haar aanstaande meerderjarigheid is het noodzakelijk dat er op zeer korte termijn een jeugdbeschermer in het kader van een ondertoezichtstelling betrokken raakt die de vader en de moeder ontlast en regie gaat voeren over de noodzakelijke hulpverlening en behandeling. Daarnaast is een machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk, omdat het niet veilig is voor [de minderjarige] om in de thuissituatie bij de moeder te verblijven. Tot aan de meerderjarigheid van [de minderjarige] moet er in ieder geval voor worden gezorgd dat zij verblijft in een beschermende woonomgeving waar zij begeleid wordt. Daarnaast moet er een woonplek met begeleiding worden gezocht voor na haar meerderjarigheid. Verder moet zo snel mogelijk onderzocht worden welke therapie [de minderjarige] nodig heeft en hoe zij gestimuleerd kan worden om therapie en hulpverlening duurzaam te accepteren. Mocht het niet lukken om [de minderjarige] te motiveren voor passende hulpverlening, dan kan de gecertificeerde instelling onderzoeken welke andere maatregelen er mogelijk zijn.
5.3.
De ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing zijn daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [de minderjarige] onder toezicht en verleent een machtiging tot uithuisplaatsing tot aan [de minderjarige] ’s meerderjarigheid, te weten tot [datum] 2026.
5.4.
De beslissing tot ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. (Voetnoot 3)
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.