3.3.
Gebruikte bewijsmiddelen
De rechtbank heeft hierna opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2023296674, van de politie eenheid Den Haag, Opsporing Team Verkeer, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 15).
1. Het proces-verbaal aanrijding misdrijf, opgemaakt op 9 november 2023, voor zover inhoudende (p. 1-4):
Locatie ongeval
Datum : 21 september 2023Adres : VeerlaanPlaats : HaastrechtGemeente : Krimpenerwaardop de kruising metAdres : Jaagpad
Vermoedelijke toedracht
Betrokkene 1: [betrokkene] , bestuurde een fiets
Verdachte: [verdachte] bestuurde een bestelauto voorzien van kenteken [kenteken] .
Verdachte reed over de hefbrug vanaf de Veerstraat de Veerlaan op en was direct hierna voornemens rechtsaf te slaan het Jaagpad op. Betrokkene 1 reed op het Jaagpad en was vermoedelijk voornemens linksaf de Veerlaan op te rijden of rechtdoor het Jaagpad te volgen. Verdachte gaf aan dat hij betrokkene 1 niet zag en rechtsaf sloeg. Hierbij verleende verdachte geen voorrang aan betrokkene 1 en reed met de rechtervoorzijde tegen de rechterzijde van de betrokkene 1 waardoor betrokkene 1 ten val kwam. Betrokkene 1 is in zorgelijke toestand naar het Erasmus Medisch Centrum te Rotterdam vervoerd.
2. Het proces-verbaal van verhoor verdachte, opgemaakt op 21 november 2023, voor zover inhoudende (p. 5-8):
V: Wat had u voorafgaand aan het verkeersongeval gedaan?
A: Ik kwam vanaf de brug Veerlaan en ik wilde naar rechts en ik hoefde de bocht niet te maken en het ongeluk was gebeurd. Ik weet niet uit welke richting de mevrouw.
V: Hoe was uw bekendheid op de plaats van het verkeersongeval?
A: Ik ken die plek heel goed en elke dag kom ik daar.
V: In hoeverre of welke wijze werd uw zicht belemmerd en hoe bent u daarmee omgegaan? (obstakels, begroeiing, beslagen ruiten, dode hoek, etc.)
A: Het was heel grauw en regen. Ik zit in de hoog bus.
3. Een geschrift, te weten een letselbeschrijving, opgemaakt op 5 januari 2024 door K.E. van den Hondel, forensisch arts KNMG van GGD Hollands Midden, omtrent [betrokkene] , voor zover inhoudende (p. 13);
1. Onderzoek, waargenomen letsel en behandeling
Informatie ontvangen van Erasmus MC over opname van 21-09-2023 t/m 26-09-2023 op de IC vanwege een craniectomie rechts bij aSDH (hersenoperatie waarbij een stuk schedel verwijderd wordt om een bloeding te verwijderen zodat de druk op de hersenen kan dalen en daardoor de zuurstoftoevoer in de hersenen niet meer bedreigd is). Op CT-scan was een breuk zichtbaar van de achterkant van de schedel links met een bloeding rechtsvoor. Tevens een stolsel.
2. Genezing en genezingsduur
Niet in te schatten.
3. Conclusie
Er was sprake van een traumatische hersenbloeding waarvoor met spoed een hersenoperatie heeft plaatsgevonden. Het is onbekend hoe de situatie nu is.
3.4.
Bewijsoverwegingen
Schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994
De rechtbank stelt voorop dat het bij de vraag of sprake is van schuld aan een verkeersongeval in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) aankomt op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Daarbij geldt dat niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin. Van schuld in de zin van dit artikel is pas sprake in het geval van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Dit betekent echter niet dat schuld in de zin van artikel 6 WVW in geen geval kan worden bewezen verklaard als de gedraging van de verdachte die heeft geleid tot het ongeval, haar aanleiding vindt in uitsluitend een enkel moment van onoplettendheid. De omstandigheden van het geval – waartoe ook de aard van de verkeerssituatie kan worden gerekend – kunnen immers zodanige aandacht vergen dat ook een kort moment van onoplettendheid als zeer onvoorzichtig kan worden aangemerkt.
Deze zaak
Op grond van de bewijsmiddelen staat vast dat de verdachte in zijn bestelauto en [betrokkene] op haar fiets met elkaar in botsing zijn gekomen op de kruising van de Veerstraat met het Jaagpad te Haastrecht, gemeente Krimpenerwaard. De vraag die aan de rechtbank voorligt, is of dit aan de schuld van de verdachte is te wijten. De rechtbank stelt het volgende vast.
De verdachte is met zijn bestelauto de kruising genaderd. Hij reed over de hefbrug vanaf de Veerstraat de Veerlaan op en sloeg rechtsaf het Jaagpad op. De verdachte heeft zijn bestelauto daarbij niet eerst tot stilstand gebracht, maar is direct rechts afgeslagen. De verdachte heeft geen voorrang verleend aan [betrokkene] en is met de rechtervoorzijde van zijn bestelauto tegen de rechterzijde van [betrokkene] op haar fiets aangekomen, waardoor [betrokkene] ten val is gekomen. Naar het oordeel van de rechtbank had de verdachte bij het oprijden van de kruising beter moeten kijken naar de weg die hij wilde inslaan om zich ervan te verzekeren dat doorrijden op die weg veilig was. De verkeersituatie was overzichtelijk geregeld met slagbomen en verkeersborden. Het zicht op de kruising werd niet gehinderd door objecten langs de weg. De verdachte had het latere slachtoffer dus kunnen zien als hij voldoende had gekeken.
Door geen vaart te minderen, terwijl hij komend van een bruggetje een kruising opreed en direct rechts afsloeg, heeft de verdachte zijn gedrag onvoldoende afgestemd op de situatie ter plaatse. De verdachte heeft aldus niet de nodige voorzichtigheid in acht genomen en heeft onvoldoende aandacht gehad voor het verkeer en de verkeerssituatie ter plaatse. Naar het oordeel van de rechtbank was daarbij niet slechts sprake van een kort moment van onoplettendheid, zoals door de raadsman is bepleit. Bij dat oordeel betrekt de rechtbank ook dat de verdachte zelf heeft verklaard dat hij elke dag op de plaats van het ongeval reed, dat hij hoog in zijn bestelauto zat en dat het die dag grauw en regenachtig was. Juist onder die omstandigheden had de verdachte zich er vóór het afslaan van moeten vergewissen dat hij veilig rechtsaf kon slaan, hetgeen de verdachte heeft nagelaten. De rechtbank acht dit handelen van de verdachte in de gegeven omstandigheden en gelet op de aard en ernst van de verkeersovertreding aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend. Daarom is sprake van schuld aan het ongeval in de zin van artikel 6 WVW.
Letsel
De rechtbank is van oordeel dat het letsel dat bij het slachtoffer is veroorzaakt, te weten breuken in de schedel en een traumatische hersenbloeding waaraan het slachtoffer geopereerd diende te worden, gelet op de aard en de gevolgen daarvan, kan worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel
Conclusie
De rechtbank acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
3.5.
De bewezenverklaring
De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
hij op 21 september 2023 te Haastrecht, gemeente Krimpenerwaard, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), daarmede rijdende over de weg, de Veerstraat en het Jaagpad, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend te handelen als volgt:
verdachte- is al rijdend op de Veerstraat de kruising met het Jaagpad genaderd en is naar rechts in de richting van het Jaagpad afgeslagen,- heeft (daarbij) zijn aandacht niet voortdurend op het overige verkeer op voornoemde wegen en kruising gehad engehouden,- heeft (aldus rijdende) niet tijdig opgemerkt dat een voor hem, verdachte, van rechts komende fietsster voornoemde kruising was genaderd,- heeft die fietsster niet laten voorgaan,- heeft zijn, verdachtes, voertuig niet tijdig tot stilstand gebracht binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien enwaarover deze vrij was en - is (vervolgens) met die fietsster in botsing gekomen,waardoor een ander (genaamd [betrokkene] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten:- breuken in de schedel en- een traumatische hersenbloeding,
werd toegebracht.