vrijspraak
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder dagvaarding II feit 2 (parketnummer 09-238506-25), III (parketnummer 09-090433-26) en VII primair (parketnummer 09-232753-25) ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
bewezenverklaring
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder dagvaarding I, II primair, IV, V, VI en VII subsidiair laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven in paragraaf 3.4 bewezen is verklaard en kwalificeert dit als:
ten aanzien van dagvaarding I - 09-252621-25
diefstal voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd door twee of meer verenigde personen;
ten aanzien van dagvaarding II - 09-238506-25
feit 1: het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;
ten aanzien van dagvaarding IV - 09-150653-25
diefstal door twee of meer verenigde personen;
ten aanzien van dagvaarding V - 09-231499-25
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
ten aanzien van dagvaarding VI - 09-297814-25
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
ten aanzien van dagvaarding VII - 09-232753-25 subsidiair:
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;
straf en maatregel
veroordeelt de verdachte tot:
een jeugddetentie voor de duur van 120 (HONDERDTWINTIG) DAGEN;
beveelt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, te weten 75 (vijfenzeventig) dagen, bij de tenuitvoerlegging van deze jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht;
bepaalt, dat een gedeelte van die straf, zijnde 45 (vijfenveertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
1. zich gedurende een door de jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
2. gedurende de proeftijd zal meewerken aan behandeling en diagnostiek van de Waag of een soortgelijke instelling op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven, zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
3. meewerkt aan de inzet van een coach vanuit E25 of een soortgelijke instantie;
4. zich gedurende de proeftijd inzet voor het verkrijgen en behouden van een zinvolle dagbesteding, alles in overleg met de jeugdreclassering;
geeft opdracht aan William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert om toezicht te houden op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen
aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld
in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden
toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek
van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de
jeugdreclassering, zo vaak en zo lang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht,
daaronder begrepen;
beveelt dat de bovengenoemde voorwaarden en het – op grond van artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht – uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;
legt de veroordeelde op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de
duur van twee jaar, inhoudende dat de veroordeelde wordt bevolen:
- zich te onthouden van direct of indirect contact met [benadeelde 2] (geboren op [geboortedatum 2] 2011), na het onherroepelijk worden van dit vonnis;
met bevel dat, voor het geval de veroordeelde niet aan de maatregel voldoet, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast;
bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende jeugddetentie wordt toegepast voor de duur van een week, met een totale duur van ten hoogste zes maanden;
beveelt dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] en de schadevergoedingsmaatregel (dagvaarding II -09-238506-25)
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij geheel toe tot een bedrag van € 500,- en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente daarover van 10 februari 2025 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [benadeelde 2] ;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededader de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 500,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 februari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader, tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] (dagvaarding III -09-090433-26)
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;
bepaalt dat deze vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] en de schadevergoedingsmaatregel
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij geheel toe tot een bedrag van € 90,- en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente daarover van 15 februari 2025 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [benadeelde 3] ;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededader(s) de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 90,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader(s), tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4] en de schadevergoedingsmaatregel
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij geheel toe tot een bedrag van € 750,- en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente daarover van 23 juli 2025 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [benadeelde 4] ;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk ten aanzien van de overige gevorderde materiële schade;
bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 750,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 juli 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6]
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;
bepaalt dat deze vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
de inbeslaggenomen goederen
gelast de teruggave aan de rechthebbende van de op de beslaglijst onder 1 en 2 genummerde voorwerpen, te weten:
1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: Roze, merk: Apple) – goednummer: 3392180
1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: Rood, merk: Apple) – goednummer: 3392177
het bevel tot voorlopige hechtenis
heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de veroordeelde.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. C.M. Koole, kinderrechter, voorzitter,
mr. A.M.A. Keulen, kinderrechter,
en mr. R.J. Wortelboer, kinderrechter,
in tegenwoordigheid van mr. E.M.C. Mulders, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 mei 2026.
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
Dagvaarding I - 09-252621-25
hij op of omstreeks 24 september 2025 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een Iphone 13, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:- die [benadeelde 1] te duwen en/of op de grond te gooien en/of- die [benadeelde 1] meermalen, althans eenmaal te slaan tegen het lichaam en/of- die [benadeelde 1] meermalen, althans eenmaal te schoppen/trappen tegen het lichaam.
Dagvaarding II - 09-238506-25
1hij op of omstreeks 10 februari 2025 te 's-Gravenhage openlijk, te weten, in/bij het fietsenrek van het [school] aan de [straatnaam] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [benadeelde 2] , door- een taser tegen het lichaam van die [benadeelde 2] aan te houden en/of te drukken en/of die taser aan te zetten;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:hij op of omstreeks 10 februari 2025 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [benadeelde 2] heeft mishandeld door een taser tegen het lichaam van die [benadeelde 2] aan te houden en/of te drukken en/of die taser aan te zetten;
2hij op of omstreeks 10 februari 2025 te ’s-Gravenhage, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie II onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht te weten een taser en/of stroomstootwapen, voorhanden heeft gehad.
Dagvaarding III - 09-090433-26
hij op of omstreeks 12 maart 2026 te 's-Gravenhage [benadeelde 2] heeft mishandeld, door die [benadeelde 2] te trappen en/of schoppen tegen het been en/of hoofd, althans tegen het lichaam.
Dagvaarding VI - 09-150653-25
hij op of omstreeks 15 februari 2025 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een boordcomputer en/of een startknop, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Dagvaarding V - 09-231499-25
hij op of omstreeks 23 juli 2025 te 's-Gravenhage een bromfiets (kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 4] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen bromfiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak/verbreking.
Dagvaarding VI - 09-297814-25
hij op of omstreeks 26 augustus 2025 te Rijswijk, een scooter, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 5] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking.
Dagvaarding VII - 09-232753-25
hij op of omstreeks 4 september 2025 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een scooter, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 6] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen scooter onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:hij op of omstreeks 4 september 2025 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een scooter, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.