Rechtbank Den Haag, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBDHA:2026:17681

Op 30 June 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 09/013634-26, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:17681. De plaats van zitting was Den Haag.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
09/013634-26
Datum uitspraak:
30 June 2026
Datum publicatie:
30 June 2026

Indicatie

Malieveldrellen 20 september 2025. Veroordeling voor het teweegbrengen van een ontploffing (artikel 157 Sr) in een politieauto, door een flair/fakkel te ontsteken en dit in een politieauto te gooien, en tweemaal openlijke geweldpleging (artikel 141 Sr). Gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk. Toewijzing vorderingen tot schadevergoeding.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/013634-26

Datum uitspraak: 30 juni 2026

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres] te [woonplaats] ,

op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting [plaats] , locatie [locatie] .

1
Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 2 en 16 juni 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. R.P. Tuinenburg en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. R. Schreudering naar voren is gebracht.

2
De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1

(Malieveld en omgeving)hij op of omstreeks 20 september 2025 te 's-Gravenhage op/aan (de omgeving van)A12, het Malieveld, Koekamp, Koekamplaan, althans in 's-Gravenhage,in elk geval openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meerpersonen, te weten politieambtenaren, welk in vereniging gepleegde geweldbestond uit het:- opdringen,- gooien van harde voorwerpen, ((gevulde) blikjes, balken/latten/palen/stokken,glaswerk, stenen, en/of straatmeubilair) en/of (ontstoken) fakkel/flair/vuurwerken/of- slaan en trappentegen en/of in de richting van die politieambtenarenen/oftegen een of meer goederen, te weten een hekwerk (van een hertenweide) en/ofpolitievoertuig(en) en/of (politie)paarden, welk in vereniging gepleegde geweldbestond uit het:- lostrekken van latten/palen van dat hekwerk,- staan en/of springen op een politievoertuig,- omgooien van een politievoertuig en/of- gooien van harde voorwerpen, ((gevulde) blikjes, balken/latten/palen/stokken,glaswerk, stenen, en/of straatmeubilair en/of (ontstoken)fakkel/flair/vuurwerken/of- slaan en/of trappenin, in de richting van en/of tegen die/dat politievoertuig(en) en/of (politie)paarden.

2hij op of omstreeks 20 september 2025 te 's-Gravenhage tezamen en in verenigingmet een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht en/of een ontploffing teweeg heeft gebracht, door een flair/fakkel te ontsteken, althans een brandbaar voorwerp in brand te steken, en dit in een politieauto (kenteken [kenteken] ) te leggen/gooien, terwijl daarvan gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten zich in die politieauto bevindende uitrusting en/of goederen (zware-/veiligheidsvesten, AED, afzetlint, drager, pionnen, CO-meter, zwemvesten, rugzak met inhoud) te duchtenwas.

3(Plein)hij op of omstreeks 20 september 2025 te ’s-Gravenhage op/aan (de omgeving van)Plein, Herenstraat, Korte Poten, Lange Poten, althans in 's-Gravenhage,in elk geval openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meerpersonen, te weten politieambtenaren en/of tot op heden onbekend geblevenpersonen, welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit het:- gooien van harde voorwerpen, (eieren, (gevulde) blikjes, glaswerk, kratten, stenen,stokken en/of terrasmeubilair),- opdringen en/of- slaan en trappentegen en/of in de richting van die politieambtenaren en/of tot op heden onbekendgebleven personen,en/oftegen een of meer goederen, te weten politievoertuig(en) en/of terrasmeubilair,welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit:- het trappen en/of slaan- gooien van harde voorwerpen, ((gevulde) blikjes, eieren, glaswerk, stenen, stokkenen/of terrasmeubilair)tegen en/of in de richting van die politievoertuigen en/of dat terrasmeubilair.

Beslissing

3
De bewijsbeslissing
3.1.

Inleiding

Op 20 september 2025 werd op het Malieveld in Den Haag een demonstratie georganiseerd door sociale media-persoonlijkheid [naam 1] . Met deze demonstratie wilde zij de aandacht vestigen op het asiel- en migratiebeleid in Nederland. Om 13.00 uur ging de demonstratie op het Malieveld van start. Er was een podium, waar verschillende sprekers zouden spreken. Er waren toen ongeveer vijfduizend demonstranten aanwezig. Rond 13.30 uur splitste een groep van ongeveer vijftienhonderd – veelal in het zwart geklede en gezichtsbedekking dragende – personen zich af van het publiek rond het podium op het Malieveld. Deze groep rende vervolgens de A12 op, waar zij een blokkade opwierpen. Dit bleek het startsein van een explosie van geweld tegen politieambtenaren, journalisten, politiepaarden en politievoertuigen die zich verspreidde over de omgeving van het Malieveld. Er werd onder andere gegooid en geslagen met stenen, vuurwerk, stokken, ijzeren staven, vlaggenstokken, houten balken, blikjes, glas, fietsen, hekken en met verkeersborden. Meerdere politieambtenaren, politiepaarden en politievoertuigen werden geraakt, belaagd, in het nauw gedreven, raakten gewond, werden vernield of raakten beschadigd. Op verschillende momenten is door de politie de waterwerper en traangas ingezet en zijn door de Mobiele Eenheid charges uitgevoerd om de rust te doen wederkeren. Iets na 14.30 uur is de demonstratie vanwege het aanhoudende geweld door de burgermeester beëindigd. Rond 15.00 uur heeft een groep van ongeveer 600 personen zich afgesplitst en zich naar het centrum van Den Haag begeven, waar verschillende vernielingen werden gepleegd bij horecagelegenheden en waar onder andere geweld is gepleegd tegen tot op heden onbekend gebleven personen.

De beelden van dit massale geweld werden al snel wijd verspreid via de (sociale) media. Het beeldbepalende moment van deze rellen werd dat van een politieauto aan de Koekamplaan die volledig in vlammen opgaat. De verdachte wordt beschuldigd van het in brand zetten van die auto en van deelname aan het geweld op de A12 en op het Plein in het centrum van Den Haag.

3.2.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle drie de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

3.3.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft namens de verdachte vrijspraak van alle drie de tenlastegelegde feiten bepleit.

3.4.

Gebruikte bewijsmiddelen

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het onderzoeksnummer DHRAB25005, onderzoek ECHO25 / DHRAB25005 van de politie eenheid Den Haag, Team Grootschalige Opsporing, met bijlagen, doorgenummerd en bestaande uit de volgende dossiers:

Algemeen dossier – pagina 1 t/m 276 (hierna: dossier I);

Persoonsdossier – pagina 1 t/m 410 (hierna: dossier II);

De bewijsmiddelen worden, ook in hun onderdelen, slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

Ten aanzien van feit 1, 2 en 3

1. De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzittingen van 2 en 16 juni 2026, voor zover inhoudende:

Ik was op 20 september 2025 in Den Haag om te protesteren. Ik ben door station Den Haag Centraal gelopen. Het zou kunnen dat ik toen een flesje water bij mij had.

Daarna ben ik naar het Malieveld gegaan. Tijdens de demonstratie ben ik op en rond het Malieveld geweest. Ik herken mijzelf op de foto’s op pagina 24 van het persoonsdossier en de camerabeelden van dit moment. Ik had gezichtsbedekking bij mij en heb dit ook opgedaan.

Vervolgens ben ik met de menigte meegelopen naar het Plein. Toen we het Plein opliepen, zag ik dat er op het terras een klein opstootje ontstond. Ik heb toen een trap tegen een tafel gegeven. Ik herken mijzelf op de camerabeelden van het Plein. Ik ben de persoon die tegen de tafel trapt.

2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 21 oktober 2025, voor zover inhoudende (p. 8-19) (dossier II):

NN45 was zichtbaar op beeldmateriaal, gemaakt op zaterdag 20 september 2025, op en in de nabijheid van de rellen te ’s-Gravenhage.

Bestandsnaam: [bestandsnaam 1].

Om 00:29 nam ik NN45 voor het eerst waar. Ik herkende NN45 aan zijn signalement:- man;- blank;- zwarte pet met lichtgekleurd geel/goud logo;- zwarte jas met capuchon;- zwarte broek;- zwarte Adidas schoenen met wit logo.Ik zag dat NN45 richting de camera liep. Ik herkende het logo op de pet van NN45 van het merk Lyle & Scott.

3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 10 november 2025, voor zover inhoudende (p. 20) (dossier II):

Op 5 november ontving het onderzoeksteam, naar aanleiding van het tonenvan afbeeldingen in de media, via het online tipformulier op politie.nl, een tip over de mogelijke identiteit van NN45 . De letterlijke inhoud van het bericht betrof:" NN45 [verdachte] uit [woonplaats] ” Op 9 november 2025 ontving het onderzoeksteam, via het meldpunt tips Wout, een online tipformulier met daarin een tip over de mogelijke identiteit van NN45 . De letterlijke inhoud van het bericht betrof: “Ik herken de foto van verdachte 45 van rellen Malieveld als iemand die [verdachte] heet. Uit onderzoek in de beschikbare politiesystemen is gebleken dat het mogelijk gaat om:[verdachte]Geboren [geboortedatum] 1999 (26) te [geboorteplaats] (Nederland)[adres] [woonplaats]

4. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 29 januari 2026, voor zover inhoudende (p. 101-131) (dossier II):

NN70 was zichtbaar op beeldmateriaal, gemaakt op zaterdag 20 september 2025, op en in de nabijheid van het Malieveld 's-Gravenhage. Ik zag dat NN70 in beeld kwam en een roodkleurige flare vasthield. Ik zag dat NN70 een pet op had en gezicht bedekkende kleding droeg. Ik zag dat NN70 een donkerkleurige broek aanhad. Ik zag dat NN70 zwarte schoenen droeg met witte strepen op de zijkant en een wit vlak/streep op de hiel van de schoenen. Ik zag dat NN70 een lichtgekleurd voorwerp in zijn kontzak had zitten sterkgelijkend op een plastic waterflesje. Ik zag NN70 rennen vanuit de Koekamplaan ter hoogte van het brandende politie voertuig naar het Malieveld. Ik zag dat NN70 een iets stevig postuur had. Ik zag dat NN70 een klein lichtgekleurd logo op zijn zwarte pet had. Ik kon niet zien welk logo dit betrof. Ik zag dat NN70 een zwarte nekwarmer als gezicht bedekkende kleding droeg welke hij achter op zijn hoofd hoog had opgetrokken en voor zijn gezicht onder zijn neus hield. Ik kon zien dat de neus van NN70 boven de gezichtsbedekking uitstak. Ik zag dat het logo vermoedelijk een geel witte kleur had. Ik zag dat de mouwen van de jas van NN70 een andere tint kleur hadden als de romp van zijn jas. Ik zag dat de romp zwart was en de mouwen een blauw/grijze tint hadden. Ik zag NN70 verder rennen in de richting van het Malieveld te 's-Gravenhage. Ik zag dat het voorwerp in de rechter kontzak van NN70 een plastic flesje betrof met een blauwe dop.

Ik zag dat meerder personen op het malieveld en de binnenstad van 's-Gravenhage zwarte Adidas schoenen met wit logo (witte strepen) en een witte streep op de hiel droegen, maar de combinatie met het overige signalement waren NN70 en [verdachte] de enige met dit signalement. Ook zag ik dat [verdachte] en NN70 de enige op de beelden waren met een jas met een andere tint mouwen en met een flesje in hunkontzak.

Ik zag op de beelden van Den Haag centraal station dat [verdachte] een plastic fles in zijn kontzak had zitten. In proces verbaal 'AMB.598' zag ik op de OSINT beelden met de bestandsnaam: "Demonstratie loopt uit de hand politieauto in brand.mp4" dat [verdachte] hier ook een plastic flesje in zijn kontzak had zitten. Ik zag dat dit flesje een blauwe dop had.Ik zag op de beelden van de verkenningseenheid in bestand ' [bestandsnaam 2] ' welke in dit proces verbaal beschreven zijn dat NN70 een plastic flesje met een blauwe dop in kontzak had zitten. Ik zag op de beelden van camera toezicht op C052 omstreeks 14:00:00 uur welke in dit proces verbaal beschreven zijn dat NN70 een plastic flesje in zijn kontzak had zitten.

5. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 29 januari 2026, voor zover inhoudende (p. 61-78) (dossier II):

[verdachte] was op 20 september 2025 aanwezig bij de rellen in ’s-Gravenhage. Ik kon het signalement van [verdachte] als volgt omschrijven:- man;- blank;- zwarte pet met lichtgekleurd lyle & scott logo;- zwarte jas met capuchon met donkerblauwe mouwen;- zwarte broek;- zwarte Adidas schoenen met wit logo (witte strepen).Hieronder heb ik ter referentie een losse afbeelding van [verdachte] bijgevoegd waarop het signalement goed te zien is. Verdere opvallende details op het signalement van [verdachte] was dat op de rechterzijde van zijn zwarte Lyle & Scott pet hij een metalen verstelklip heeft en daar naast een pit puntje te zien is. Ookheeft [verdachte] op de naad van zijn zwarte spijkerbroek drie zilverkleurige jeansspijkers en een losse jeansspijker op zijn rechter broekzak. De jas van [verdachte] was ook opvallend door de zwarte kleur en de grijze tint in zijn mouwen vanaf de naad ter hoogte van zijn schouders.

Beelden Den Haag Centraal De video is afkomstig van de beveiligingscamera's op den Haag Centraal van 20 september 2025. Ik zag [verdachte] lopen in de centrale hal van Den Haag centraal. Ik herkende [verdachte] aan zijn signalement:- man;- blank;- iets stevig postuur;- zwarte pet- zwarte jas met capuchon met een andere tint mouwen;- zwarte broek;- zwarte Adidas schoenen met wit logo (witte strepen).Ik zag dat [verdachte] een voorwerp vasthield wat ik herkende als een flesje water. Ik zag dat [verdachte] het flesje in zijn linker kontzak stak. Ik zag dat [verdachte] twee langwerpige voorwerpen in zijn rechterhand vasthoudt. Ik zag [verdachte] lopen voor de in- en uitgang van Den Haag centraal. Ik zag dat het flesje in de kontzak van [verdachte] een blauwe dop had. Ik herkende [verdachte] aan zijn eerdergenoemde signalement.

OSINT Beelden vlog [naam 2] Ik zag dat [verdachte] op de A12 stond ter hoogte van het Malieveld te

's-Gravenhage. Ik herkende [verdachte] aan zijn zwarte pet met de metalen gesp met het witte puntje op de rechterzijde van de pet. Ook herkende ik de jas van [verdachte] aan het kleurverschil op de mouwen en de romp van de jas vanaf de naad van de mouwen. Ik herkende de spijkerbroek van [verdachte] aan de drie zilverkleurige jeansspijkers op de naad van de broek en de jeansspijker op de rechter broekzak van[verdachte] . Ik zag dat [verdachte] gezicht bedekkende kleding droeg. Ik zag dat de neus van [verdachte] niet onder de gezicht bedekkende kleding zat omdat deze daar bovenuit stak. Ik zag dat [verdachte] een flare in zijn rechterhand vasthield. Ik zag dat de flare een oranje/rode kleur had. Ik zag dat de flare een oranje handvat had. Ik zag dat [verdachte] een wit doorzichtig flesje met een blauwe dop in de rechter kontzak van zijn broek had zitten.Ik zag dat [verdachte] de rode flare naar achteren hield. Ik zag dat [verdachte] zijn linkerbeen naar voren zetten en met zijn bovenlichaam naar achteren leunde. Ik zag hierdoor dat de rechterbroekspijp van [verdachte] omhoog kwam. Ik zag dat op de hiel van zijn schoen een witte rand zat. Ik zag dat [verdachte] een gooiende beweging maakte. Ik zag aan de vlam uit de flare dat [verdachte] de flare met snelheid naar voren bewoog. Ik kon de drie Adidas strepen op de rechterschoen van [verdachte] goed zien. Ik zag dat de vlam van de flare ongeveer een diameter had van 80 tot 100 centimeter. Ik zag dat andere demonstranten moesten uitwijken en bukken voor de vlam. Ik zag een aantal omstanders uit beeld verdwijnen door de vlam. Ik kon door de rook die van de flare afkomstig was niet zien of mensen werden geraakt door de vlam. Ik zag dat [verdachte] de flare richting een opvallend politievoertuig van de mobiele eenheid gooide. Ik zag dat de flare een laaghangende tak van een boom tussen [verdachte] en het opvallende politievoertuig raakte. Ik zag dat de flare naar beneden viel.

Beelden VE Malieveld Ik zag [verdachte] op de beelden op het malieveld staan. Ik herkende [verdachte] aan zijn signalement:- man;- blank;- zwarte pet;- zwarte jas met capuchon;Ik zag dat de er op de jas van [verdachte] een naad had op beide armen. Ik zag dat de romp van de jas en de armen van de jas een andere stof betrof. Ik zag dit aan het kleur verschil. Ik zag op de achterkant van de pet van [verdachte] een metaal verstelklipje. Rechts op de pet zag ik een wit puntje. Ik zag ook dat [verdachte] een iets stevig figuur had.Ik zag dat [verdachte] een nekwarmer gelijkend voorwerp omhoog trok over zijn gezicht, zijnde gezicht bedekkende kleding. Ik zag dat [verdachte] een donkere/zwarte spijkerbroek aanhad. Ik zag ook dat de mouwen van de jas van [verdachte] een kleurverschil had. Ik zag dat [verdachte] zwarte schoenen aanhad met drie witte strepen. Ik herkende de schoenen als Adidas schoenen. Ik zag dat de zwarte broek van [verdachte] was voorzien van drie zilverkleurige jeansspijkers op de rechternaad van de broek en nog een losse zilveren jeansspijker op de hoek van de rechter broekzak. Ik zag dat [verdachte] richting de camera liep. Ik herkende het logo op de pet van [verdachte] van het merk Lyle & Scott.

6. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 8 december 2025, voor zover inhoudende (p. 79-89) (dossier II):

De brand van het politievoertuig was zichtbaar op beeldmateriaal, gemaakt op 20 september 2025, op en in de nabijheid van het Malieveld 's-Gravenhage en het centrum van de binnenstad van Den Haag.

Bron: Camera C054 Ik zag een politievoertuig op de Koekamplaan staan, nabij het Malieveld. Ik zag dat dit politievoertuig geparkeerd stond. Ik zag om 13:57 uur op camera C054 dat een menigte naar het geparkeerde politievoertuig rende.

Bron: Camera C054 Ik zag dat camera C054 verder draaide en ik had geen zicht meer op het geparkeerdepolitievoertuig. Ik zag dat camera C054 om 14:01 uur weer terugdraaide naar het geparkeerde politievoertuig. Ik zag toen dat het geparkeerde politievoertuig in de brand stond. Ik kon hieruit opmaken dat de hierna beschreven camerabeelden, verkregen uit openbare bronnen, tussen 13:57 uur en 14:01 uur afspeelden.

Bron: [bestandsnaam 3] Ik zag dat de alarmlichten van het politievoertuig nu knipperden en ik hoorde een alarm loeien. Ik zag verschillende verdachten tegen het politievoertuig slaan en schoppen. Ik zag een rookwolkje uit het raam aan de achterzijde komen en ik zag dat het achterraam en de beide ramen bij de achterbank kapot waren.

Bron: [bestandsnaam 2] Ik zag geen rook en geen vuur bij het voertuig. Ik zag vervolgens een groep personen naar het geparkeerde politievoertuig rennen en tegen het voertuig slaan en schoppen, met en zonder voorwerpen. Ik zag vanaf links in beeld een persoon met een rode fakkel aan komen rennen richting het politievoertuig. Ik zag een ander persoon op de motorkap klimmen. Ik zag de persoon met de fakkel richting het passagiersraam rennen. Ik zag behalve de rode fakkel geen vuur in of bij het politievoertuig. Ik zag rook van de rode fakkel komen. Ik zag dat de rode fakkel in het politievoertuig werd gegooid. Ik zag dat tot dat moment er geen vuur of rook in het voertuig was of vanuit het politievoertuig kwam. Ik zag dat het beeld nog continue doorging. Ik zag een brand ontstaan in het politievoertuig welke afkomstig was van de gegooide rode fakkel. Ik zag op meerdere verschillende camerabeelden dat het politievoertuig steeds heviger in de brand stond.

7. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 26 januari 2026, voor zover inhoudende (p. 90-100) (dossier II):

NN70 was zichtbaar op beeldmateriaal, gemaakt op 20 september 2025, op en in denabijheid van het Malieveld 's-Gravenhage. Hierop was te zien dat NN70 eenbrandende fakkel in een politievoertuig gooide, welke hierna vlam vatte en in brand stond.

Bij aanvang van het tweede bestand ( [bestandsnaam 2] ) zag ik het politievoertuig aan de Koekamplaan staan (zie afbeelding 8).Ik zag dat er een vijftal personen met takken en stokken op het politievoertuig af kwamen rennen. Ik zag dat deze personen vanaf links in beeld, tegenover de camera, vanuit de richting van het Malieveld kwamen. Ik zag dat ze sloegen tegen het voertuig. Ik zag geen rook of vuur in of nabij het politievoertuig op dit moment.Ik zag meer personen naar het politievoertuig rennen. Ik zag één (1) persoon met een grijs-witte capuchon of petje, naar links kijken. Ik zag op hetzelfde moment een rode gloed vanaf links op de weg verschijnen. Ik zag een persoon met een langwerpig voorwerp waarvan een rode gloed kwam, het uiteinde brandde en rookte, naar het politievoertuig rennen en het voorwerp, vermoedelijk eenfakkel, in het politievoertuig steken. Ik zag de rode gloed en rook verplaatsen naar de binnenkant van het politievoertuig. Ik zag de persoon die de vermoedelijke fakkel vasthield wegduiken naar links op het beeld, vanuit de richting waarvan deze persoon vandaan kwam. Ik zag dat het zicht op deze persoon, hierna NN70 genoemd, door een ander geparkeerd voertuig, dat ik als een BMW herkende,werd geblokkeerd. Ik zag dat er een flesje met dop uit de rechter broekzakstak. Ik zag dat de rode gloed binnenin de wagen zich uitbreidde. Ik zag rook door de kapotte ruiten naar buiten waaien en ik zag dat de rode gloed feller werd en rook dikker.Ik zag in het derde bestand en de achtereenvolgende beschikbare beelden waarop het politievoertuig brandend te zien was, dat de vlammen alleen maar heviger waren.Ik zag om 14:00 uur op camera C052 een persoon wegrennen vanuit de richting van waar het politievoertuig geparkeerd stond. Ik zag dat deze persoon volledig voldeed aan het signalement van NN70 , die ik zag met een vermoedelijke fakkel. Ik zag dat de handen, de schoenen, de pet en de gezichtsbedekking overeen kwamen. Ik zag dat de persoon een vermoedelijk plastic flesje in zijn of haar rechter achterzak had. Ik zag dat de manier van bewegen sterk leek op met wat ik had waargenomen bij het politievoertuig ten tijde van de brandstichting.

8. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 22 september 2025, voor zover inhoudende (p. 9-15) (dossier I):

Ik was op 20 september ingezet als pelotonscommandant van de mobiele eenheid van Politie eenheid Den Haag. Op het moment dat de demonstratie formeel begon, liep een groot deel van de harde kern supporters en Defendgroepen het Malieveld op. Er werden fakkels afgestoken en ik kon meerdere harde knallen van vuurwerk horen ter hoogte van het Koekamp. Ik zag dat deze groep plots de rijbanen van de A12 betrad. Ik hoorde via de verbindingen dat er collega's ernstig in het nauw zaten rondom de A12, dat de beredenen belaagd werden met ijzeren staven en stokken en dat er stenen gegooid werden. Ik zag dat op het moment dat mijn peloton uit de voertuigen stapte, er een regen van stenen, blikjes en flessen werd gegooid vanaf de demonstranten op de A12 en het Malieveld in de richting van mijn peloton. Ik zag dat deze projectielen ook doel troffen. Ik zag dat de relschoppers terug werden gedreven door de ME naar het Malieveld. Ik zag dat hier behoorlijke tegenstand op zat, er werden stenen gegooid en er werd fysiek tegengewerkt. Ook zag en hoorde ik dat er zeer zwaar vuurwerk naar de ME gegooid werd. Ik zag dat er meerdere zware stukken vuurwerk in de directe nabijheid van de ME linie ontploften. Hierbij heeft minimaal één groepslid van mijn peloton gehoorschade opgelopen. Ik hoorde dat palen door de relschoppers als een speer richting de linie van de ME werden gegooid. Op dat moment zagen wij vanuit ons commandovoertuig dat er op de Koekamplaan, nabij de skatebaan, een surveillancevoertuig in brand stond. Een groot deel van mijn peloton had grote angst gehad (zwaar) gewond te raken als gevolg van de gegooide stenen en houten balken (met punt). Ik ben met mijn peloton en ondersteuning naar de skatebaan gereden ten einde de relschoppers daar richting het Malieveld te drijven. Op het moment dat wij aankwamen en uitstapten werden wij wederom zwaar bekogeld met stenen, palen, stalen pijpen en zeer zwaar vuurwerk. Dit kwam allemaal uit de groep die zich op de Koekamplaan bevond. Ik zag dat een deel van deze groep fysiek de confrontatie met de ME linie aan wilde gaan. Groepen stortten zich letterlijk massaal op de linie van de ME. Men ging fysiek de confrontatie aan met individuele ME’ers, er werden stenen en zwaar vuurwerk gegooid en er werden houten stokken en stalen pijpen als slagwapens gebruikt. Ik zag dat zij zich een stuk terugtrokken het Malieveld op en ik zag dat zij daar alle hoge hekwerken lostrokken. Tijdens de korte debriefing kwam het bericht dat grote groepen relschoppers de binnenstad ingetrokken waren en dat zij probeerden het Binnenhof op te komen en vernielingen aan het aanrichten waren. Op het Plein werden vernielingen gepleegd en werd met het meubilair van de terrassen richting de ME gegooid.

9. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 25 september 2025, voor zover inhoudende (p. 17-21) (dossier I):

Op 20 september 2025 was ik als sectiecommandant belast met de aansturing van een sectie ME-ruiters. De ruiters vertelden geconfronteerd te zijn geweest met extreem geweld waarbij zij bekogeld werden met stenen, dikke takken, palen met verkeersborden eraan en ijzeren staven. Een van de ruiters vertelde met een stok op haar rug geslagen en even later ook met een vlaggenstok op haar helm was geslagen en één ruiter was door een steen op haar rug geraakt. Tevens werd mij verteld dat het dienstpaard van de commandant gewond was geraakt. Ik zag dat de demonstranten probeerden dichtbij de ruiters te komen kennelijk met doel hen van het paard te trekken. Buiten dat zag ik dat er dreigend met stokken werd gezwaaid en er veel stenen richting de ruiters werden gegooid. Hierbij is er door demonstranten gericht met glaswerk gegooid. Het glaswerk spatte hierbij tussen twee ruiters uiteen en heeft de ruiters en paarden wel geraakt.

10. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 16 oktober 2025, voor zover inhoudende (p. 101-106) (dossier I):

Op zaterdag 20 september 2025 vanaf 15:05 uur werden er op het Plein te 's-Gravenhage door een groep van zo'n 500 relschoppers meerdere gedragingen gepleegd namelijk: vernielingen, mishandeling(en) en openlijke geweldpleging tegen personen en goederen. Er was te zien dat op verschillende plekken het terrasmeubilair van verschillende horecagelegenheden op straat werd gegooid.Om 15:14 uur was te zien dat een vrouw op het terras van horecagelegenheid [naam gelegenheid] door drie personen werd belaagd, zie afbeelding 3. Ik zag dat geprobeerd werd om de telefoon, waarmee de vrouw vermoedelijk de voorbijlopende relschoppers aan het filmen was, uit de handen van de vrouw te pakken. Ik zag dat door vermoedelijk een beveiliger, een man welke op het terras zat en twee vrouwen geprobeerd werd de drie personen te doen stoppen. Ik zag dat er een vierde persoon aansloot. Ik zag dat er door één van de personen tegen een tafel getrapt werd, dat er door één vande personen een stoel naar de vrouw gegooid werd en dat de vermoedelijke beveiliger door drie van de vier personen werd geslagen en getrapt. Ik zag dat de vier personen hierna doorliepen.

11. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] namens Politie Nederland, opgemaakt op 22 september 2025, voor zover inhoudende (p. 123-125) (dossier I):

Op 20 september 2025 waren collega's van Nijmegen Noord ter ondersteuningvan de politie Den haag, bij een demonstratie op het Malieveld. Zij zijn daar naar toe gereden met een opvallend dienstvoertuig voorzien van kenteken[kenteken] . Gedurende de inzet elders in de omgeving, is het dienstvoertuig vernield, in brand gestoken en uiteindelijk zelfs op zijn kop gegooid. Het voertuig is, nadat het gecontroleerd is uitgebrand, niet meer inzetbaar en total loss verklaard. In het dienstvoertuig is een standaard-inventarisatie aanwezig, waaronder bijvoorbeeld zware vesten, een AED, afzetlint, drager, pionnen etc. Naast deze standaard-inventarisatie lagen er ook nog een CO-meter in het voertuig, 2 Alpha-3d-neon-zwemvesten en 1 extra zwaar veiligheidsvest.Naast de inventarisatie van het voertuig, lag er ook privé eigendommen van collega[naam 3] in het voertuig in een rugzak. In die rugzak zaten:- een werklaptop, met lader en bluetooth-muis.- een tri-fold bluetooth toetsenbordje- 1 powerbank- zaklamp-lader- Serenity-set (originele blauwe koffer, serienr: 2406CY0CM)De privé-eigendommen van de collega:- een oplader USB naar USB-c van het merk Samsung- 1 powerbank- een Rabo-reader- een leesbril- een zonnebril, Ray-ban type onbekend.

3.5.

Bewijsoverwegingen

Openlijke geweldpleging

De rechtbank stelt voorop dat van het "in vereniging" plegen van geweld sprake is, indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt is niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die "in vereniging" geweld pleegt. Beoordeeld zal moeten worden of de door de verdachte geleverde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is.

De rechtbank stelt op grond van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting de navolgende feiten en omstandigheden vast.

Feit 1: openlijk geweld op het Malieveld

Op 20 september 2025 zijn er grootschalige ongeregeldheden uitgebroken op en rondom het Malieveld en in de binnenstad van Den Haag. Het staat vast dat de verdachte op het Malieveld aanwezig is geweest, nu hij dit heeft bekend. De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat de verdachte de persoon is die in het dossier NN45 en NN70 wordt genoemd en die op de A12 een brandende fakkel richting een politievoertuig heeft gegooid en op een later moment een brandende fakkel in een geparkeerde politieauto heeft gegooid.

De rechtbank komt tot die conclusie op basis van de uiterlijke kenmerken van NN45 en NN70 en die van de verdachte. Op de camerabeelden genaamd ‘[bestandsnaam 4] heeft de verdachte zichzelf herkend in een persoon die vanaf 5 minuut 47 seconden in de richting van de camera kijkt. Zoals ook is beschreven in het proces-verbaal van bevindingen op pagina 61 van dossier II draagt de verdachte een zwarte pet met lichtgekleurd lyle & scott logo, een zwarte jas met capuchon met donkerblauwe mouwen en een zwarte broek. Op de camerabeelden is kort daarvoor, vanaf 5 minuten 45 seconden, te zien dat dezelfde persoon, de verdachte, gezichtsbedekende kleding van zijn gezicht trekt. Op 5 minuten en 46 seconden is te zien dat de pet van verdachte een metalen verstelklip heeft en dat daarnaast een wit puntje te zien is op de rechterzijde van de pet. Ook is te zien dat op de naad van de zwarte spijkerbroek van verdachte drie zilverkleurige jeansspijkers zitten en op zijn rechter broekzak een losse jeansspijker, zoals ook is beschreven in het hiervoor genoemde proces-verbaal. Ten slotte is te zien dat de verdachte een enigszins gezet postuur heeft.

Op de camerabeelden is verder vanaf minuut 1 te zien dat een persoon op de A12 een brandende fakkel richting politieambtenaren/een politievoertuig gooit. Zoals ook is beschreven in het proces-verbaal van bevindingen op pagina 68 van dossier II is te zien dat deze persoon een zwarte pet draagt met een metalen verstelklip met een wit puntje op de rechterzijde van de pet. Verder draagt deze persoon gezichtsbedekkende kleding, een zwarte broek, een zwarte jas met capuchon met een kleurverschil tussen de mouwen en de romp van de jas vanaf de naad van de mouwen. Op de zwarte spijkerbroek van deze persoon zijn drie zilverkleurige jeansspijkers op de naad van de broek te zien en een jeansspijker op de rechter broekzak. De rechtbank overweegt dat de uiterlijke kenmerken van deze persoon volledig overeenkomen met die van de verdachte, zoals hierboven weergegeven. Daarbij is op de beelden te zien dat deze persoon in de achterzak van zijn broek een doorzichtig flesje met een blauwe dop heeft zitten, hetgeen overeenkomt met de beelden die zijn gemaakt op het Centraal Station waarop ook is te zien dat een persoon met precies dezelfde uiterlijke kenmerken een flesje met een blauwe dop in zijn achterzak draagt. De rechtbank komt op basis van deze gelijkenissen in uiterlijke kenmerken tot de conclusie dat de verdachte de persoon is die op de beelden een brandende fakkel in de richting van een politievoertuig gooit. Dat volgens de verdediging op de beelden is te zien dat de schoenen van deze persoon witte strepen hebben, terwijl is gesteld dat de schoenen die de verdachte op die dag aanhad een beige, een lichtbruine en een groene streep hebben, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel, nu – voor zover al vast zou komen te staan dat de verdachte de gestelde schoenen droeg op de betreffende dag – het verschil in perceptie van kleur kan worden verklaard door de manier waarop licht op de strepen valt.

Op de camerabeelden is verder vanaf 3 minuut 18 seconden te zien dat een persoon een fakkel in een politievoertuig gooit. Zoals ook is beschreven in het proces-verbaal van bevindingen vanaf pagina 115 in dossier II is op de camerabeelden te zien dat enkele seconden daarna één persoon wegrent vanuit de richting van het politievoertuig over het Malieveld. Op de beelden is te zien dat de persoon die de fakkel in het politievoertuig gooit en vervolgens wegrent een zwarte broek, een jas met een kleurverschil tussen de mouwen en de romp van de jas vanaf de naad van de mouwen, zwarte schoenen met witte/lichte strepen op de zijkant, een zwarte pet met een geel/wit logo en zwarte gezichtsbedekking draagt. Verder heeft deze persoon een gezet postuur en is te zien dat deze persoon een doorzichtig flesje met een blauwe dop in de achterzak van zijn broek heeft zitten. De rechtbank concludeert op basis van deze gelijkenissen in uiterlijke kenmerken dat het ook hier gaat om de verdachte. Hierdoor komt de rechtbank tot de conclusie dat het de verdachte is geweest die de brandende fakkel in het politievoertuig heeft gegooid.

Met zijn handelingen heeft de verdachte een significante bijdrage geleverd aan het groepsgeweld. Er was sprake van een groepsdynamiek waarbij individuele personen mee gingen doen aan de gewelddadigheden. Er ontstond een sfeer van agressie en ontremming, waarin het gewelddadige gedrag van de één het gewelddadige gedrag van de ander bevorderde. Naar het oordeel van de rechtbank kan het geweld dan ook worden aangemerkt als één geheel van geweldshandelingen dat in vereniging is gepleegd. Tegen die achtergrond is niet vereist dat de verdachte zelf alle geweldshandelingen heeft gepleegd om tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde openlijke geweldpleging te komen.

De slotsom is dat de verdachte niet enkel de groep getalsmatig heeft versterkt, maar dat hij door te handelen als hiervoor vermeld, opzet heeft gehad op de ten laste gelegde geweldshandelingen en daaraan een voldoende significante bijdrage heeft geleverd. Daarmee komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde openlijk geweld.

Feit 3 : openlijk geweld op het Plein

Nadat de burgemeester iets na 14.30 uur de demonstratie door het aanhoudende geweld had beëindigd, is rond 15.00 uur een groep van ongeveer 600 personen richting de binnenstad van Den Haag getrokken. Uit het dossier komt naar voren dat door meerdere personen geweld is gebruikt richting personen en goederen door het gooien van terrasmeubilair en het slaan/trappen tegen personen en goederen. Op de camerabeelden ‘[bestandsnaam 4] is te zien dat de verdachte hierbij betrokken is geweest. Op de camerabeelden is te zien dat de verdachte tegen terrasmeubilair trapt. De verdachte heeft verklaard dat hij tegen het terrasmeubilair heeft getrapt, omdat een vrouw op het terras van horecagelegenheid [naam gelegenheid] een taser in haar handen zou hebben gehad en deze zou hebben gebruikt tegen een voorbijganger. Buiten het feit dat de rechtbank niet kan vaststellen of de vrouw inderdaad een taser vast heeft gehouden en gebruikt, doet dit ook niet af aan het feit dat het handelen van de verdachte ook hier kan worden gekwalificeerd als openlijke geweldpleging. Er was sprake van een groepsdynamiek waarbij individuele personen mee gingen doen aan de gewelddadigheden op het Plein en meer specifiek op het terras van [naam gelegenheid]. Op de camerabeelden is tevens te zien dat de verdachte, en de andere personen die bij [naam gelegenheid] geweld hebben gepleegd, weglopen en verderop in de straat met elkaar contact maken. Met zijn handelingen, zoals hiervoor beschreven, heeft de verdachte zonder meer een significante bijdrage geleverd aan het groepsgeweld.

De rechtbank komt daarmee tot de conclusie dat de verdachte niet enkel de groep getalsmatig heeft versterkt, maar dat hij door te handelen als hiervoor vermeld, opzet heeft gehad op de ten laste gelegde geweldshandelingen en daaraan een voldoende significante bijdrage heeft geleverd. Daarmee komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het onder 3 ten laste gelegde openlijk geweld.

Feit 2: brandstichting politievoertuig

De rechtbank ziet zich thans voor de vraag gesteld of de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan brandstichting van een politievoertuig door het gooien van een brandende fakkel in dat politievoertuig. Zoals eerder besproken acht de rechtbank bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 ten laste gelegde openlijke geweldpleging, waar het gooien van een brandende fakkel in het politievoertuig deel van uitmaakt. Door het gooien van de brandende fakkel in het politievoertuig is er brand ontstaan. Deze brand is het directe gevolg geweest van het handelen van de verdachte.

Daarmee komt de rechtbank tot bewezenverklaring van de onder 2 ten laste gelegde brandstichting.

3.6.

De bewezenverklaring

De rechtbank is met betrekking tot de onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde feiten van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend zijn bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

1

(Malieveld en omgeving)hij op 20 september 2025 te 's-Gravenhage op de A12, het Malieveld, Koekamp, Koekamplaan, in elk geval openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen, te weten politieambtenaren, welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit het:- opdringen,- gooien van harde voorwerpen, gevulde blikjes, balken/latten/palen/stokken, glaswerk, stenen, straatmeubilair en ontstoken fakkel/flair/vuurwerken- slaan en trappentegen en in de richting van die politieambtenarenentegen goederen, te weten een hekwerk van een hertenweide en politievoertuigen en politiepaarden, welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit het:- lostrekken van latten/palen van dat hekwerk,- staan en springen op een politievoertuig,- omgooien van een politievoertuig en- gooien van harde voorwerpen, gevulde blikjes, balken/latten/palen/stokken, glaswerk, stenen, straatmeubilair en ontstoken fakkel/flair/vuurwerken- slaan en trappenin de richting van en tegen die politievoertuigen en politiepaarden.

2hij op 20 september 2025 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk brand heeft gesticht, door een flair/fakkel te ontsteken en dit in een politieauto (kenteken [kenteken] ) te gooien, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten zich in die politieauto bevindende uitrusting en goederen (zware-/veiligheidsvesten, AED, afzetlint, drager, pionnen, CO-meter, zwemvesten, rugzak met inhoud) te duchten was.

3(Plein)hij op 20 september 2025 te ’s-Gravenhage op het Plein, althans in 's-Gravenhage, in elk geval openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen, te weten tot op heden onbekend gebleven personen, welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit het:- gooien van terrasmeubilair,- opdringen en- slaan en trappentegen en in de richting van die tot op heden onbekend gebleven personen,entegen een of meer goederen, te weten terrasmeubilair, welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit:- het trappen en slaan- gooien van terrasmeubilairtegen en in de richting van dat terrasmeubilair.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4
De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5
De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6
De strafoplegging
6.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 8 maanden voorwaardelijk.

6.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken. De verdediging heeft de rechtbank bij bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten verzocht om een straf conform voorarrest en aanvullend enkel nog een voorwaardelijke straf op te leggen.

6.3.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De ernst van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het tweemaal in vereniging openlijk geweld plegen tegen personen en goederen en brandstichting van een politievoertuig. Deze geweldshandelingen zijn gepleegd in de context van grootschalige rellen, die door de NCTV zijn betiteld als extreemrechts geweld en die volgden op een demonstratie die plaatsvond op het Malieveld in Den Haag. Deze rellen zijn uitgemond in een totale veldslag waardoor enorme risico’s op ernstig letsel zijn ontstaan. Uit de verschillende processen-verbaal van politieambtenaren komt naar voren dat zij zelden of nooit zijn geconfronteerd met deze mate van geweld. Niet alleen de politie heeft moeten vrezen voor hun veiligheid en gezondheid, maar ook omstanders. Daarnaast is het beeld van de uitgebrande politieauto, dat uitgebreid in de media is getoond, een indringend beeld geweest voor de samenleving.

Door zijn handelen heeft de verdachte een aandeel gehad in de ernstige overlast en enorme schade die het massale geweld in Den Haag heeft veroorzaakt. Zijn gedrag is niet alleen aan te merken als een onderdeel van antidemocratisch geweld, maar de verdachte heeft ook het grondrecht van anderen om vreedzaam te demonstreren in ernstige mate verstoord. Het gedrag van de verdachte getuigt bovendien van een volkomen gebrek aan respect voor politieambtenaren of hun materieel. Geweld tegen de politie, in welke vorm dan ook, is onaanvaardbaar. Feiten als de onderhavige versterken bovendien de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Een en ander rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan.

Het strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 4 juni 2026, waaruit volgt dat hij niet eerder voor geweldsfeiten is veroordeeld.

De persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van de persoonlijke omstandigheden die de verdachte ter terechtzitting naar voren heeft gebracht. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden geen reden om een lagere straf op te leggen.

De straf

De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht bij wat in vergelijkbare zaken doorgaans wordt opgelegd.

In dit geval acht de rechtbank strafverhogend dat de verdachte actief heeft bijgedragen aan dit grootschalige geweld, dat hij doelbewust naar Den Haag is gekomen en voorbereidingen heeft getroffen door het meenemen van fakkels en het dragen van gezichtsbedekkende kleding. Daarnaast weegt de rechtbank in strafverhogende zin mee dat de verdachte – die zijn betrokkenheid bij het geweld steeds en in weerwil van het beschikbare beeldmateriaal heeft ontkend – geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen. Bij elkaar genomen maakt dit dat de rechtbank van oordeel is dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt.

De rechtbank acht, alles overwegende een gevangenisstraf van vierentwintig maanden passend, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Het voorwaardelijk strafdeel heeft tot doel om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

7
De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel

Veertien benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. De meeste vorderingen zijn eenvoudig van aard en beperkt van omvang. Omdat een groot deel van de vorderingen van de benadeelde verbalisanten onderling samenhangend zijn zal de rechtbank de vorderingen in drie categorieën opdelen. Uiteraard worden de vorderingen wel afzonderlijk beoordeeld.

Categorie 1

Namens de navolgende benadeelde partijen is telkens een hoofdelijke veroordeling tot schadevergoeding van € 550,- aan immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, op grond van aantasting in de persoon op andere wijze dan door lichamelijk letsel. Het gaat om:

[benadeelde 1] (aanvullend algemeen dossier aangiften, p. 211);

[benadeelde 2] (aanvullend algemeen dossier aangiften, p. 219);

[benadeelde 3] (aanvullend algemeen dossier aangiften, p. 234);

[benadeelde 4] (aanvullend algemeen dossier aangiften, p. 19);

[benadeelde 5] (aanvullend algemeen dossier aangiften, p. 181);

[benadeelde 6] (aanvullend algemeen dossier aangiften, p. 199);

[benadeelde 7] (aanvullend algemeen dossier aangiften, p. 204);

[benadeelde 8] (aanvullend algemeen dossier aangiften, p. 186).

Categorie 2

Namens de navolgende benadeelde partijen is telkens een hoofdelijke veroordeling tot schadevergoeding van € 970,- aan immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Zij vorderen naast een immateriële schadevergoeding wegens aantasting in de persoon op andere wijze ook een immateriële schadevergoeding op grond van opgelopen (licht) lichamelijk letsel. Het gaat om:

[benadeelde 9] (aanvullend algemeen dossier aangiften, p. 270);

[benadeelde 10] (aanvullend algemeen dossier aangiften, p. 263);

[benadeelde 11] (aanvullend algemeen dossier aangiften, p. 165);

[benadeelde 12] (aanvullend algemeen dossier aangiften, p. 177).

Categorie 3: overige vorderingen

Namens de benadeelde partij [benadeelde 13] (aanvullend algemeen dossier aangiften p. 156) is een hoofdelijke veroordeling tot schadevergoeding van € 2.000,- aan immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Hij vordert naast een immateriële schadevergoeding wegens aantasting in de persoon op andere wijze ook een immateriële schadevergoeding op grond van opgelopen lichamelijk letsel, bestaande uit onder meer gehoorschade.

De Nationale Politie (algemeen dossier p. 123) heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een hoofdelijke veroordeling tot schadevergoeding van € 34.340,- aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, voor zover de verdachte niet wordt vrijgesproken, gepleit om de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen, omdat niet is voldaan aan de eisen die uit de wet en jurisprudentie volgen. Uit de stukken is namelijk niet gebleken van lichamelijk letsel of schade in de eer of goede naam.

Ten aanzien van de benadeelde partij [benadeelde 13] heeft de raadsman verzocht om het schadebedrag te matigen, nu in jurisprudentie naar voren komt dat er verschillende waarderingen van gehoorschade zijn.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Groepsaansprakelijkheid en hoofdelijkheid

Gelet op wat is overwogen ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 1, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van groepsaansprakelijkheid in de zin van artikel 6:166 BW. Geweld van een groep tegen personen en goederen brengt de aanmerkelijke kans met zich dat aan die personen en goederen letsel en schade wordt toegebracht, omdat de ene geweldpleger zich gesterkt voelt door de andere geweldplegers en er dus gemakkelijk escalatie optreedt. De schade zoals deze zich heeft verwezenlijkt bij een dergelijk groepsoptreden is redelijkerwijs te voorzien. Dit had de verdachte behoren te weerhouden van zijn gedragingen in groepsverband. Omdat de verdachte wist of behoorde te weten dat het groepsoptreden de kans schiep op de verwezenlijkte schade, kunnen de gedragingen hem worden toegerekend. Daarom kan hij gehouden worden tot vergoeding van de schade veroorzaakt door de groep en is hij daarvoor hoofdelijk aansprakelijk.

Aantasting in de persoon op andere wijze

De politieambtenaren die ter plaatse waren bij de openlijke geweldpleging en een vordering tot schadevergoeding hebben ingediend, hebben allemaal aangevoerd dat zij nadelige (psychische) gevolgen hebben ondervonden van het bewezenverklaarde openlijk gepleegde geweld. Naar het oordeel van de rechtbank brengt de aard en de ernst van de normschending door de verdachte en zijn mededaders mee dat de nadelige (psychische) gevolgen daarvan voor de politieambtenaren zo voor de hand liggen, dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze dan door lichamelijk letsel of aantasting in hun eer of goede naam. Dit betekent dat een vergoeding van immateriële schade op zijn plaats is.

De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder in aanmerking de duur en intensiteit van het gepleegde geweld. De verbalisanten spreken over een explosie van geweld die zij niet eerder in deze mate hebben meegemaakt waarbij zij vreesden voor hun eigen leven en dat van hun collega’s. Waar burgers in dergelijke situaties de mogelijkheid hebben om zichzelf in veiligheid te brengen, is de politie gehouden een stap vooruit te doen. In dit geval was deze stap vooruit om bijvoorbeeld collega’s in het nauw bij te staan soms zelfs niet mogelijk omdat aan alle kanten versterking nodig was.

Categorie 1

De rechtbank stelt vervolgens aan de hand van de aangiftes en de toelichting op de vorderingen vast dat de benadeelde partijen genoemd in categorie 1 ten tijde van de openlijke geweldpleging op de plaats daarvan aanwezig waren. De schade staat in een voldoende rechtstreeks verband met het bewezenverklaarde, zodat sprake is van schade die rechtstreeks is toegebracht door het bewezenverklaarde feit 1. De gevorderde schadevergoeding van € 550,- per persoon acht de rechtbank in alle gevallen billijk. De veroordeling van de verdachte tot vergoeding van de schade zal steeds hoofdelijk worden opgelegd.

Nu de vorderingen worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met de vordering hebben gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.

Categorie 2

Van de benadeelde partijen genoemd in categorie 2 stelt de rechtbank aan de hand van de aangiftes en toelichting op de vorderingen vast dat zij aanwezig waren ten tijde van de openlijke geweldpleging. Daarnaast is in alle gevallen een onderbouwing van het lichamelijke letsel overgelegd. De schade staat in een voldoende rechtstreeks verband met het bewezenverklaarde, zodat sprake is van schade die rechtstreeks is toegebracht door het bewezenverklaarde feit 1. De vorderingen zijn, voor zover deze betrekking hebben op het lichamelijk letsel door/namens de verdachte, niet of onvoldoende gemotiveerd betwist. Omdat de benadeelde partijen naast de aantasting in de persoon eveneens licht lichamelijk letsel hebben opgelopen, acht de rechtbank een vergoeding van een bedrag van in totaal

€ 970,- per persoon billijk. De veroordeling van de verdachte tot vergoeding van de schade zal steeds hoofdelijk worden opgelegd.

Nu de vorderingen worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met de vordering hebben gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.

Categorie 3

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij [benadeelde 13] rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door de openlijke geweldpleging. Een medische onderbouwing van het lichamelijke letsel is overgelegd. Het gaat om de aanwezigheid van tinnitus en gehoorschade. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van aantasting in de persoon op andere wijze zoals hiervoor is overwogen. De gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank op grond van wat hiervoor is overwogen in het kader van groepsaansprakelijkheid toewijsbaar. De veroordeling van de verdachte tot vergoeding van de schade zal hoofdelijk worden opgelegd.

Vordering Nationale Politie

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan naar het oordeel van de rechtbank worden vastgesteld dat de benadeelde partij de Nationale Politie rechtstreeks materiële schade heeft geleden door de openlijke geweldpleging. Het politievoertuig en de inbouwapparatuur zijn vernield als gevolg van het bewezenverklaarde feit 2. Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering voldoende duidelijk en is geen nadere onderbouwing of nader onderzoek nodig om tot het vaststellen van de hoogte van de schade over te gaan. Behandeling van deze vordering tot schadevergoeding vormt dus geen onevenredige belasting voor het strafgeding.

De rechtbank overweegt verder dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het openlijk in vereniging plegen van geweld dat uiteindelijk tot de totale vernieling van de politieauto heeft geleid. In dat kader is hij dus ook medeverantwoordelijk voor de totale schade aan die auto. Kortheidshalve verwijst de rechtbank naar hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de groepsaansprakelijkheid.

De rechtbank zal - gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen - de vordering hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 34.340,-.

Wettelijke rente

De rechtbank heeft alle vorderingen tot schadevergoeding geheel toegewezen en zal daarbij tevens de vordering tot betaling van de wettelijke rente toewijzen vanaf 20 september 2025, de dag dat de schadeveroorzakende gebeurtenis heeft plaatsgevonden.

Schadevergoedingsmaatregelen

De verdachte zal voor de onder 1 tot en met 3 bewezenverklaarde strafbare feiten worden veroordeeld, waardoor hij tegenover de benadeelde partijen aansprakelijk is voor schade die door deze feiten aan hen is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte telkens hoofdelijk de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen het per benadeelde partij toegewezen bedrag.

8
De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen en maatregelen gegrond op de artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 60a, 141, 157 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

9
De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.6 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen;

ten aanzien van feit 2:

medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;

ten aanzien van feit 3:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 8 (acht) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

de vordering van de benadeelde partijen;

wijst de vorderingen tot schadevergoeding van de navolgende benadeelde partijen toe tot de hierna te noemen bedragen, en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om deze bedragen, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 20 september 2025 tot de dag waarop deze vorderingen zijn betaald, te betalen aan de benadeelde partijen:

€ 550,-

[benadeelde 1];

[benadeelde 2];

[benadeelde 3];

[benadeelde 4];

[benadeelde 5];

[benadeelde 6];

[benadeelde 7];

[benadeelde 8];

€ 970,-

[benadeelde 9];

[benadeelde 10];

[benadeelde 11];

[benadeelde 12];

wijst eveneens de vorderingen tot schadevergoeding van de navolgende benadeelde partijen toe tot de hierna te noemen bedragen, en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om deze bedragen, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 20 september 2025 tot de dag waarop deze vorderingen zijn betaald, te betalen aan de benadeelde partijen:

[benadeelde 13] : € 2.000,-

de Nationale Politie: € 34.340,-

veroordeelt de verdachte tevens hoofdelijk in de proceskosten van de benadeelde partijen, bij de hiervoor genoemde toegewezen vorderingen begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden;

bepaalt dat als een van de mededaders de toegewezen schadevergoeding deels of geheel aan de benadeelde partij heeft betaald de verdachte niet meer verplicht is om dat deel te betalen of te voldoen;

de schadevergoedingsmaatregelen;

legt aan de verdachte hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat van de voornoemde bedragen voor zover het vorderingen betreft die in het overzicht betreffende gijzeling hieronder zijn vermeld, vermeerderd met de wettelijke rente daarover met ingang van de voornoemde data tot aan de dag van de algehele voldoening;

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt – onder handhaving van voormelde verplichting – gijzeling kan worden toegepast voor navolgende duur:

[benadeelde 1] : 5 dagen

[benadeelde 2] : 5 dagen

[benadeelde 3] : 5 dagen

[benadeelde 4] : 5 dagen

[benadeelde 5] : 5 dagen

[benadeelde 6] : 5 dagen

[benadeelde 7] : 5 dagen

[benadeelde 8] : 5 dagen

[benadeelde 9] : 9 dagen

[benadeelde 10] : 9 dagen

[benadeelde 11] : 9 dagen

[benadeelde 12] : 9 dagen

[benadeelde 13] : 20 dagen

de Nationale Politie: 172 dagen,

waarbij de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichtingen niet opheft;

bepaalt dat als een van de mededader(s) de toegewezen schadevergoeding deels of geheel aan de benadeelde partij heeft betaald en/of de betalingsverplichting aan de Staat deels of geheel heeft voldaan, de verdachte niet meer verplicht is om dat deel te betalen of te voldoen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.L.E. Bakels, voorzitter,

mr. L.K. van Zaltbommel, rechter,

mr. J. Schaaf, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. I.C. Melieste, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 juni 2026.