Rechtbank Den Haag, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBDHA:2026:20032

Op 14 July 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 09/083873-26, 10/253854-25, 10/299981-25 en 09/133, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:20032. De plaats van zitting was Den Haag.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
09/083873-26, 10/253854-25, 10/299981-25 en 09/133
Datum uitspraak:
14 July 2026
Datum publicatie:
20 July 2026

Indicatie

Voorwaardelijke ISD-maatregel met bijzondere voorwaarden voor de duur van twee jaren voor diefstallen, belediging, bedreigingen, wederspannigheid en het niet voldoen aan een ambtelijk bevel.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummers: 09/083873-26, 10/253854-25, 10/299981-25 en 09/133244-26 (ttz. gev.)

Datum uitspraak: 14 juli 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteland] ,

BRP-adres: [adres 1] ,

op dit moment uit anderen hoofde gedetineerd in de penitentiaire inrichting [plaats] .

1
Het onderzoek op de terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 30 juni 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. B.A.C. Looijestein en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. W.J. van Bel naar voren is gebracht.

2
De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

parketnummer 09/083873-26 (dagvaarding I):

hij op of omstreeks 19 maart 2026 te ’s-Gravenhage een blik bier en/of een zak snoep, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Jumbo Supermarkten BV, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

parketnummer 10/253854-25 (dagvaarding II):

1

hij op of omstreeks 27 september 2025 te Rotterdam, opzettelijk een ambtenaar, te weten [naam 1] (BOA domein IV Openbaar Vervoer), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: 'racist' en/of 'mafkees', althans woorden

van gelijke beledigende aard en/of strekking;

2

hij op of omstreeks 27 september 2025 te Rotterdam, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een of meer ambtena(a)r(en), [naam 1] (BOA domein IV Openbaar Vervoer) en/of [naam 2] (BOA domein IV Openbaar Vervoer) en/of [naam 3] (BOA domein IV Openbaar Vervoer) en/of [naam 4] (hoofdagent bij Eenheid

Rotterdam) en/of [naam 5] (hoofdagent bij Eenheid Rotterdam) en/of [naam 6] (hoofdagent bij Eenheid Rotterdam), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, te weten ter staandehouding en/of aanhouding van verdachte

door meermalen, althans eenmaal

- in de richting van die [naam 1] te slaan,

- zijn lichaam aan te spannen,

- zich los te rukken,

- de bekabeling van de portofoon van die [naam 1] kapot te trekken en/of

- te proberen om in de arm van die [naam 1] te bijten;

3

hij op of omstreeks 27 september 2025 te Rotterdam, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel 55e Wetboek van Strafvordering, gedaan door een ambtenaar, te weten [naam 4] , belast met de uitoefening van enig toezicht en/of belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar hem had bevolen of van hem had gevorderd medewerking te verlenen aan een onderzoek uitgeademde lucht, hieraan geen gevolg te geven;

parketnummer 10/299981-25 (dagvaarding III):

1

hij op of omstreeks 9 november 2025 te Dordrecht, [naam 7] , [naam 8] en/of [naam 9] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [naam 7] , [naam 8] en/of [naam 9] dreigend de woorden toe te voegen "Ik prik je in je nek." en/of "Ik ga je prikken" en daarbij stopte hij, verdachte, zijn

hand in zijn schoudertasje en/of door die [naam 7] dreigend de woorden toe te voegen: "Mijn tasje is kapot en ik ga dat meisje pakken.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2

hij op of omstreeks 9 november 2025 te Dordrecht, tonijn, verkensschnitzel, bami, bier en/of hotdogs, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Dirk van den Broek, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

3

hij op of omstreeks 9 november 2025 te Dordrecht, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel artikel 55d Wetboek van Strafvordering, gedaan door een ambtenaar, te weten, [naam 10] , belast met de uitoefening van enig toezicht en/of belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar hem had bevolen medewerking te verlenen aan een onderzoek uitgeademde lucht en/of speeksel hieraan geen gevolg te geven;

parketnummer 09-133244-26 (dagvaarding IV):

hij op of omstreeks 7 mei 2026 te 's-Gravenhage [naam 11] (politieambtenaar) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [naam 11] dreigend de woorden toe te voegen "jij gaat dood als ik je tegenkom" en/of ''ik maak je dood'', althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Beslissing

3
De bewijsbeslissing
3.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezenverklaard.

3.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3.

Opgave van bewijsmiddelen (dagvaarding I)

De rechtbank zal voor het onder dagvaarding I ten laste gelegde volstaan met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. De verdachte heeft dit bewezen verklaarde feit namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsman geen vrijspraak bepleit.

De officier van justitie heeft met betrekking tot dit feit eveneens gerekwireerd tot bewezenverklaring.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2026095716, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 34).

De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:

1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 30 juni 2026;

2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] namens Jumbo Supermarkten B.V., opgemaakt op 19 maart 2026 (p. 5 en 8).

3.4.

Gebruikte bewijsmiddelen (dagvaarding II, III en IV)

De rechtbank heeft in bijlage I opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring van het onder dagvaarding II, III en IV ten laste gelegde redengevende feiten en omstandigheden.

3.5.

De bewezenverklaring

De rechtbank is met betrekking tot de onder dagvaarding I tot en met IV ten laste gelegde feiten van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend zijn bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

parketnummer 09/083873-26 (dagvaarding I):

hij op 19 maart 2026 te ’s-Gravenhage een blik bier en een zak snoep, die aan Jumbo Supermarkten BV toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

parketnummer 10/253854-25 (dagvaarding II):

1

hij op of omstreeks 27 september 2025 te Rotterdam, opzettelijk een ambtenaar, te weten B. [naam 1] (BOA domein IV Openbaar Vervoer), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: 'racist' en 'mafkees';

2

hij op of omstreeks 27 september 2025 te Rotterdam, zich met geweld heeft verzet tegen ambtenaren [naam 1] (BOA domein IV Openbaar Vervoer) en [naam 2] (BOA domein IV Openbaar Vervoer) en [naam 3] (BOA domein IV Openbaar Vervoer) en [naam 4] (hoofdagent bij Eenheid

Rotterdam) en [naam 5] (hoofdagent bij Eenheid Rotterdam) en [naam 6] (hoofdagent bij Eenheid Rotterdam), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening,

door

- in de richting van die [naam 1] te slaan,

- zijn lichaam aan te spannen,

- zich los te rukken,

- de bekabeling van de portofoon van die [naam 1] kapot te trekken en

- te proberen om in de arm van die [naam 1] te bijten;

3

hij op 27 september 2025 te Rotterdam, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel 55e Wetboek van Strafvordering, gedaan door een ambtenaar, te weten [naam 4] , belast met het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar hem had bevolen medewerking te verlenen aan een onderzoek uitgeademde lucht, hieraan geen gevolg te geven;

parketnummer 10/299981-25 (dagvaarding III):

1

hij op 9 november 2025 te Dordrecht, [naam 7] , [naam 8] en [naam 9] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door die [naam 7] , [naam 8] en [naam 9] dreigend de woorden toe te voegen "Ik ga je prikken" en daarbij stopte hij, verdachte, zijn

hand in zijn schoudertasje en door die [naam 7] dreigend de woorden toe te voegen: "Mijn tasje is kapot en ik ga dat meisje pakken.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2

hij op 9 november 2025 te Dordrecht, tonijn, varkensschnitzel, bami, bier en hotdogs, die aan de Dirk van den Broek toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

3

hij op 9 november 2025 te Dordrecht, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel 55d Wetboek van Strafvordering, gedaan door een ambtenaar, te weten [naam 10] , belast met het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar hem had bevolen medewerking te verlenen aan een onderzoek uitgeademde lucht en speeksel hieraan geen gevolg te geven;

parketnummer 09-133244-26 (dagvaarding IV):

hij op 7 mei 2026 te 's-Gravenhage [naam 11] (politieambtenaar) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [naam 11] dreigend de woorden toe te voegen "jij gaat dood als ik je tegenkom" en ''ik maak je dood''.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4
De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5
De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6
De strafoplegging
6.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd, zo begrijpt de rechtbank, dat aan de verdachte wordt opgelegd een voorwaardelijke maatregel tot plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaar, met een proeftijd van twee jaar en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

6.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht een voorwaardelijke gevangenisstraf (primair) of een voorwaardelijke maatregel tot plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders (subsidiair) op te leggen.

6.3.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden maatregel is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee diefstallen bij supermarkten, belediging van een buitengewoon opsporingsambtenaar van de NS, verzet met geweld tegen buitengewone opsporingsambtenaren van de NS en politieagenten, twee weigeringen om mee te werken aan een onderzoek naar het gebruik van alcohol en/of drugs, bedreiging van medewerkers van een supermarkt en bedreiging van een politieagent. Daarmee heeft de verdachte inbreuk gemaakt op het eigendom en de persoonlijke en lichamelijke integriteit van anderen. Daarnaast heeft de verdachte daarmee laten zien het openbaar gezag niet te respecteren. De rechtbank rekent dit de verdachte aan. Weliswaar bevat het dossier aanwijzingen dat de verdachte in één geval niet op een respectvolle manier is benaderd, maar het kan de verdachte worden aangerekend dat hij ook niet op een respectvolle manier heeft gereageerd en zich in plaats daarvan zelfs schuldig heeft gemaakt aan een bedreiging.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 28 mei 2026. Daaruit blijkt dat de verdachte herhaaldelijk eerder is veroordeeld voor diefstal en andere strafbare feiten. Ook blijkt daaruit dat de verdachte tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis opnieuw met politie en justitie in aanraking is gekomen. De rechtbank weegt dit in het nadeel van de verdachte mee.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 10 juni 2026. Daaruit volgt dat de reclassering het recidiverisico als hoog inschat in verband met het drugs- en alcoholgebruik, de pro-criminele houding en de financiële situatie van de verdachte en met het ontbreken van huisvesting en van een structurele dagbesteding. Daarnaast volgt uit het reclasseringsadvies dat de verdachte tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis een andere houding heeft laten zien en gemotiveerd(er) lijkt om zijn leven te veranderen. De reclassering adviseert bij veroordeling van de verdachte hem op te leggen een voorwaardelijke maatregel tot plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel), met de bijzondere voorwaarden van een meldplicht, een gedragsinterventie, een verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang en het meewerken aan het aflossen van schulden en aan het beheersen van het middelengebruik. De opsteller van het reclasseringsrapport heeft op de terechtzitting toegelicht dat dit advies ook geldt als de verdachte wordt veroordeeld voor de ten laste gelegde feiten onder dagvaarding II, III en IV waarop het rapport geen betrekking heeft. De verdachte heeft op de terechtzitting verklaard dat hij zijn leven wil veranderen en dat hij zich daarom aan de door reclassering geadviseerde voorwaarden wil houden.

Voorwaardelijke ISD-maatregel

De rechtbank stelt vast dat aan de wettelijke vereisten voor het opleggen van een ISD-maatregel is voldaan. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat de verdachte valt onder de definitie van stelselmatige dader uit de Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers. De rechtbank acht het opleggen van de ISD-maatregel in dit geval ook passend gezien de ernst van de bewezenverklaarde feiten, de grote hoeveelheid eerdere veroordelingen van de verdachte, het alcohol- en drugsgebruik en de overige problemen van de verdachte, het hoge recidiverisico en de hoge mate van overlast en schade die de verdachte met het begaan van strafbare feiten veroorzaakt. Overeenkomstig het advies van de reclassering, de vordering van de officier van justitie en het subsidiaire verzoek van de verdediging, legt de rechtbank die maatregel voorwaardelijk op met de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Daarmee krijgt de verdachte een laatste kans om te laten zien dat hij daadwerkelijk gemotiveerd is zijn leven te veranderen en is tegelijkertijd de samenleving voldoende beschermd tegen recidive van de verdachte. Als de verdachte zich niet houdt aan één of meer van de hieronder genoemde algemene of bijzondere voorwaarden, kan de ISD-maatregel met een duur van twee jaar alsnog ten uitvoer worden gelegd. Dit brengt met zich dat de rechtbank het primaire verzoek van de verdediging tot het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf afwijst, omdat het belang van de samenleving bij het voorkomen van recidive op dit moment zwaarder weegt dan het belang van de verdachte bij het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf.

7
De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 38m, 38n, 38p, 57, 63, 180, 184, 266, 267, 285 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

8
De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder dagvaarding I, II, onder 1, 2 en 3, III, onder 1, 2 en 3, en IV ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van dagvaarding I:

diefstal;

ten aanzien van dagvaarding II onder 1:

eenvoudige belediging, aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

ten aanzien van dagvaarding II onder 2:

wederspannigheid, meermalen gepleegd;

ten aanzien van dagvaarding II onder 3:

opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar belast met het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten;

ten aanzien van dagvaarding III onder 1:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, meermalen gepleegd;

ten aanzien van dagvaarding III onder 2:

diefstal;

ten aanzien van dagvaarding III onder 3:

opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar belast met het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten;

ten aanzien van dagvaarding IV:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

legt de verdachte op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (TWEE) JAREN;

bepaalt dat die maatregel niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ter vaststelling van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd meldt bij GGZ Reclassering Fivoor op door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zolang deze de reclassering dat noodzakelijk acht. Voor de eerste afspraak meldt de veroordeelde zich binnen 5 dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij GGZ reclassering Fivoor op het adres [adres 2] ;

- gedurende de proeftijd deelneemt aan de gedragsinterventie Leefstijl 24/7 van de reclassering of aan een andere gedragstraining die gericht is op verslaving/ middelengebruik, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de training nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer;

- gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering, en zich houdt aan de huisregels en het dagprogramma dat deze instelling in overleg met de reclassering opstelt;

- meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsrege-lingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;

- gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik

en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs), en lijst II (softdrugs) en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek of ademonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;

geeft opdracht aan GGZ Reclassering Fivoor tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. C. Beuze, voorzitter,

mr. C.M. Zandbergen, rechter,

mr. M.S. Verboom, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. A.J.M. Dries, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 juli 2026.