Rechtbank Den Haag, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBDHA:2026:28731

Op 29 September 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 09/140821-21, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:28731. De plaats van zitting was Den Haag.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
09/140821-21
Datum uitspraak:
29 September 2026
Datum publicatie:
29 September 2026

Indicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het telen, bereiden, bewerken, verwerken en aanwezig hebben van hennep. Oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met een proeftijd van twee jaren, mede gelet op het tijdsverloop sinds het bewezenverklaarde feit.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/140821-21

Datum uitspraak: 29 september 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres 1] .

1
Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 14 augustus 2025 en 20 januari 2026 (alle pro forma) en 15 september 2026 (inhoudelijke behandeling).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. B.R.D. Hoebeke en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw mr. D. Schaddelee naar voren is gebracht.

2
De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 mei 2019 tot en met 9 juni 2020 te Voorhout, gemeente Teylingen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 2] ) een hoeveelheid hennep, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte] en/of een of meer (onbekend gebleven) personen op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 mei 2019 tot en met 9 juni 2020 te Voorhout, gemeente Teylingen met elkaar, althans één van hen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan [adres 2] een hoeveelheid hennep, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 mei 2019 tot en met 9 juni 2020 te Voorhout, gemeente Teylingen, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die [medeverdachte] en/of onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen.

Beslissing

3
De bewijsbeslissing
3.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde.

3.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft namens de verdachte vrijspraak van het primair tenlastegelegde bepleit en heeft zich met betrekking tot het subsidiair tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3.

Gebruikte bewijsmiddelen

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2020027552, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 1565).

1. De verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 15 september 2026, voor zover inhoudende:Ik heb de woning op mijn naam genomen. Zo is het begonnen.. Ik moest [medeverdachte] aansturen.

2
Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij, opgesteld op 11 juni 2020 (p. 27-30);Op 9 juni 2020 traden wij de tussenwoning aan de [adres 2] binnen.Het bleek dat op genoemd adres in twee separate ruimtes een in werking zijnde

hennepkwekerij met planten aanwezig was. Kweekruimte A bevond zich op de eerste etage van de woning. Wij zagen daar 353 hennepplanten. Kweekruimte B bevond zich op de zolder van de woning. Wij zagen daar 240 hennepplanten. Wij, verbalisanten, constateerden op grond van onze kennis en ervaring, opgedaan bij eerdere ontmantelingen van hennepkwekerijen, dat het hennepplanten waren.

Op de le verdieping, in een voormalige slaapkamer, zagen wij 2 gebruikte, vervuilde, cannacutters met hennepresten, 12 gebruikte, vervuilde, knipschaartjes met hennepresten, meerdere zwarte strijkzakken en 1 vervuilde strijkbout met hennepresten

3. Het proces-verbaal van bevindingen data onderzoek, opgesteld op (p. 425-429, 435):

In het onderzoek is er op dinsdag 9 juni 2020 een mobiele telefoon in beslaggenomen. Deze telefoon is eigendom van [medeverdachte] . Ik deed onderzoek in de veiliggestelde data en ben begonnen met de zaakgerelateerde Whatsapp en Facebook Messenger gesprekken.

Deelnemer: [verdachte] [telefoonnummer] .

Bij raadplegen van de politiesystemen bleek de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] [verdachte] te zijn.

Voorblad 2: Het gesprek begint op 8-12-2019 en de einddatum is 6-6-2020.

De naam [naam 1] komt veelvuldig voor in deze chat. Het is aannemelijk dat de naam [naam 1] gebruikt wordt als codewoord voor hennep, dan wel hennepplanten.

Pagina 3: [verdachte] : Ok morge beter toch dan kan je daarna [naam 1] ete geve

[medeverdachte] : Ok get them to bring the black strip for the door

[verdachte] : Ok is goed ga hem zegge

Pagina 79: [medeverdachte] : Next time [naam 2] comes get him to bring a voltmeter got a light out on the middle floor

[verdachte] : Ok is goed

Pagina 83: [verdachte] : Hoe is het met [naam 1] en hoe is het met jou. En de Corona

Pagina 85: [medeverdachte] : All god here / [naam 1] got fleas

[verdachte] : Is het vee / Veel

Pagina 86: [verdachte] : Dan stuur ik hem nu om te spuiten / Of morge. Wat is beter

[medeverdachte] : Morgen I have no medicine to spray with

[verdachte] : Ik kom zowiezo vanavond kijke. / Maar is het erg veel

Pagina 87: [medeverdachte] : Enough that there are condoms on some plants

[verdachte] : Ik kom vanavond eve schoonamke met de hand / heb je pak daar

[medeverdachte] : I have e used one

Pagina 92: [medeverdachte] : Clipping ons Wednesday and going to dry it here

[verdachte] : Wat zegje

Pagina 98: [verdachte] : Heb jij veel take Root nog

[medeverdachte] : Yes I have lots enough for 3 years

[verdachte] : Ik haal morge 1

Opmerking verbalisant:

TAKE ROOT heeft een groei stimulerende werking en wordt in het beginstadium van het kweken gebruikt.

Voorblad 8:

Pagina 3: Op 7-5-2019 stuurt [medeverdachte] : All moved in to my new place now

Pagina 4+7+8: Op 11-5-2019 Stuurt [medeverdachte] in totaal 5 foto's.

Opmerking verbalisant:

Ik, verbalisant, herken de woning/tuin op de foto's als de woning/tuin aan de [adres 2] .

3.4.

Bewijsoverwegingen

Medeplegen

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de verdachte heeft verklaard dat hij betrokken is geweest bij de hennepkwekerij, maar dat de vraag is welke rol hij daarbij heeft vervuld. Volgens de raadsvrouw blijkt uit het berichtenverkeer en het dossier niet dat de verdachte degene was die achter de hennepkwekerij zat. Uit het berichtenverkeer blijkt volgens haar dat door verdachte steeds boodschappen werd doorgegeven aan een andere persoon, voor wie hij in opdracht werkte en een oogje in het zeil hield bij de hennepkwekerij. De rol van de verdachte heeft volgens de raadsvrouw bestaan uit het ter beschikking stellen van de woning aan [medeverdachte] , het doorgeven van berichten aan [medeverdachte] die in de kwekerij werkte, en het af en toe gaan bekijken van de kwekerij. De verdachte heeft niet zelf gekweekt of geknipt en heeft daarom volgens de raadsvrouw geen actieve rol gehad, laat staan dat hij heeft samengewerkt met [medeverdachte] .

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat daarbij sprake is geweest van nauwe en bewuste samenwerking. De intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachte aan het delict moet daarbij van voldoende gewicht zijn.

De rechtbank volgt de raadsvrouw niet in haar standpunt dat de verdachte geen actieve rol heeft gehad in de hennepkwekerij. Uit het berichtenverkeer tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] blijkt dat de verdachte contact onderhield over de werkzaamheden in de hennepkwekerij en daarbij zaken regelde. Er werd veelvuldig gesproken over de gezondheid en verzorging van de planten. De verdachte gaf berichten en verzoeken door aan anderen en regelde dat benodigdheden zouden worden meegenomen. Zo informeerde hij naar de voorraad groeimiddel en gaf hij aan dit mee te zullen nemen. Toen zich een probleem voordeed met betrekking tot de toestand van de oogst, gaf de verdachte aan iemand te zullen sturen en ook zelf naar de woning te zullen komen.

De rechtbank volgt de raadsvrouw evenmin in haar standpunt dat uit het berichtenverkeer blijkt dat de verdachte steeds terugkoppelde aan een persoon aan wie hij ondergeschikt was. De rechtbank stelt op basis van het berichtenverkeer vast dat de verdachte opdrachten en verzoeken doorgaf aan anderen en zaken via anderen regelde. Daarbij blijkt niet van aansturing van bovenaf, in tegendeel. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een slechts passieve of ondergeschikte rol.

Gelet op deze gedragingen, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat de bijdrage van de verdachte aan het geheel van voldoende gewicht is geweest en dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en, in ieder geval, medeverdachte [medeverdachte] . Dat de verdachte niet alle uitvoeringshandelingen zelf heeft verricht maakt dat niet anders.

3.5.

De bewezenverklaring

De rechtbank is van oordeel dat het primair tenlastegelegde feit wettig en overtuigend is bewezen.

De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

hij in de periode van 7 mei 2019 tot en met 9 juni 2020 te Voorhout, gemeente Teylingen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk heeft geteeld en bereid en bewerkt en verwerkt en opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 2] ) een hoeveelheid hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4
De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5
De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6
De strafoplegging
6.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van twee jaren.

6.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht bij de strafoplegging aansluiting te zoeken bij de LOVS-oriëntatiepunten en, gelet op het tijdsverloop, de rol van de verdachte en de gevolgen die de zaak voor hem heeft gehad, een voorwaardelijke taakstraf op te leggen.

6.3.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken.

De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van het feit

De verdachte heeft zich gedurende een langere periode samen met een of meer anderen schuldig gemaakt aan het telen, bereiden, bewerken en verwerken en het aanwezig hebben van hennep. Hennepteelt draagt bij aan de instandhouding van het illegale circuit rond de productie van en handel in softdrugs. Dit circuit gaat veelal gepaard met andere vormen van criminaliteit en veroorzaakt schade en overlast voor de samenleving. De verdachte heeft met zijn handelen hieraan bijgedragen.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 9 juli 2025.

Persoon van de verdachte

De rechtbank houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze ter zitting naar voren zijn gekomen. Daarbij neemt de rechtbank in overweging dat verdachte zich bewust is van de foute keuze die hij heeft gemaakt, sindsdien zijn leven gebeterd heeft en een vaste baan heeft.

De op te leggen straf

De rechtbank heeft acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met het tijdsverloop sinds het bewezenverklaarde feit en met de gevolgen die de strafzaak voor de verdachte heeft gehad.

Alles afwegende acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstaf voor de duur van 4 maanden passend en geboden.

7
De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 14 a, 14b, 14c, 47, 55 van het Wetboek van Strafrecht;

- 3, 11 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst II.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

8
De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1, primair:

de eendaadse samenloop van

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

en

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 4 (VIER) MAANDEN;

bepaalt dat straf niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaar vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door

mr. B.J. van de Griend, voorzitter,

mr. J. Keltjens, rechter,

mr. C. Hofman, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. S.F. Schippers, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 september 2026.