verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling;
verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig (24) MAANDEN;
bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
de vordering van de benadeelde partij [aangever];
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij deels toe tot een bedrag van € 2.000,-- en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 10 oktober 2024 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [aangever];
bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;
veroordeelt de verdachte tevens hoofdelijk in de proceskosten van de benadeelde partij [aangever], begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden;
de schadevergoedingsmaatregel;
legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.000,-. vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 10 oktober 2024 tot de dag waarop dit bedrag is betaald, ten behoeve van [aangever];
bepaalt dat, als de verdachte niet het volledige bedrag betaalt en/of niet het volledige bedrag op hem kan worden verhaald, gijzeling zal worden toegepast voor de duur van 20 dagen. Het toepassen van gijzeling ontslaat de verdachte niet van zijn betalingsverplichting aan de Staat;
bepaalt dat als een van de mededaders de toegewezen schadevergoeding deels of geheel aan de benadeelde partij heeft betaald en/of de betalingsverplichting aan de Staat deels of geheel heeft voldaan, de verdachte niet meer verplicht is om dat deel te betalen of te voldoen;
bepaalt dat als de verdachte de toegewezen schadevergoeding deels of geheel aan de benadeelde partij heeft betaald, de verdachte niet verplicht is om dat deel te betalen aan de Staat en dat als de verdachte het toegewezen bedrag deels of geheel aan de Staat heeft betaald, de verdachte niet verplicht is om dat deel aan de benadeelde partij te betalen;
de inbeslaggenomen goederen;
gelast de teruggave aan van de op de beslaglijst vermelde voorwerpen, te weten:
1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: DHRAB24002 850086 Mobiele telefoon, licht grijs hoesje, iPhone13, Grijs, merk: Apple Iphone);
1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: OHRAB24002_850095 Mobiele telefoon, iPhone 6, rood hoesje, Apple Iphone);
1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: DHRAB24002_850106 Roze Blackberry Curve met roze/rood plastic hoesje Beslagene [naam 1]
Geboortedatum [geboortedatum 2]1982 roze);
1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: DHRAB24002_850119 Rode lphone, achterzijde ernstig beschadigd);
1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: DHRAB24002_850111 Samsung in roze hoesje, achterzijde van de telefoon zat een sticker warsi tel & computers Beslagene [naam 1] [geboortedatum 2]1982 Date: [naam 2], model A510, Samsung);
de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling;
wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe en gelast dat het gedeelte van de vrijheidsstraf dat als gevolg van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd alsnog geheel moet worden ondergaan, te weten 743 dagen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. E.C. Kole, voorzitter,
mr. R. Wieringa, rechter,
mr. A.J. Nederhoed, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. M.F. van Straaten, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 januari 2026.
hij op of omstreeks 10 oktober 2024 te Ter Aar en/of Papenveer, gemeente Nieuwkoop, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
[aangever] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door
- op dreigende wijze te verzoeken een identiteitsbewijs te overhandigen, en/of
- middels een afgeschermd telefoonnummer met de accountsnaam ‘[accountsnaam]’ contact op te
nemen met die [aangever] en op te dragen naar een bepaald adres te komen en/of bepaalde
instructies op te volgen, en/of
- te verzoeken plaats te nemen in een voertuig, en/of
- een hand van die [aangever] vast te pakken/houden, en/of
- die [aangever] (dreigend) mede te delen ‘hun spul terug te geven’, althans soortgelijke woorden, en/of
- een (vuur)wapen tevoorschijn te halen, althans een soortgelijk wapen, en/of (vervolgens) de loop van dit wapen in de mond van die [aangever] te stoppen, en/of
- die [aangever] toe te voegen dat ‘hij nu de lul was’ en ‘dit een waarschuwing was’ en/of de namen en gegevens van de vrouw en/of dochter van die [aangever] te noemen, en/of
- die [aangever] mede te delen dat hij ’s avonds terug moest komen met het spul en het moest
oplossen.