Rechtbank Den Haag, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBDHA:2026:853

Op 21 January 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 09.189979-24, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:853. De plaats van zitting was Den Haag.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
09.189979-24
Datum uitspraak:
21 January 2026
Datum publicatie:
21 January 2026

Indicatie

Aanwezigheid en strafbare voorbereidingshandelnigen ten aanzien van MDMA. Aanwezigheid (en invoer) van grote hoeveelheid pillen (geneesmiddelen), zoals Tamoll-X en Nervigesic. Geen handelsvergunning voor geneesmiddelen. Medeplegen/medeplichtigheid. Opiumwet. Geneesmiddelenwet. Gevangenisstraf 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/189979-24

Datum uitspraak: 21 januari 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats],

BRP-adres: [adres 1], [postcode] te [woonplaats].

1
Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 17 december 2025 (inhoudelijke behandeling) en is (enkelvoudig) gesloten op 7 januari 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S.F. Heslinga en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. D.R. Kops naar voren is gebracht.

2
De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij, op of omstreeks 11 december 2023 in een pand gelegen aan de [adres 2] teZoetermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijkaanwezig heeft gehad:- een roze geperst blok met een gewicht van 586 gram en/of,- roze brokken met een gewicht van in totaal 214 gram en/of,- een emmer met daarin een roze vloeistof van 190 milliliter en/of,in elk geval (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA, zijnde amfetamine en/of MDMA, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen Krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:

een of meerdere onbekend gebleven persoon/personen op of omstreeks 11 december 2023 in een pand gelegen aan de [adres 2] te Zoetermeer, opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad:- een roze geperst blok met een gewicht van 586 gram en/of,- roze brokken met een gewicht van in totaal 214 gram en/of,- een emmer met daarin een roze vloeistof van 190 milliliter en/of,in elk geval (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA, zijnde amfetamine en/of MDMA, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen Krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op 11 december 2023 in Zoetermeer en/of Den Haag, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft, door aan die onbekend gebleven persoon/personen (meermalen) zijn, verdachtes, gehuurde pand ter beschikking te stellen.

2.

hij, op of omstreeks 11 december 2023 in een pand gelegen aan de [adres 2] te Zoetermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijkom een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, en/of- het opzettelijk vervaardigen van amfetamine en/of MDMA, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,- voorwerpen, vervoermiddelen en/of stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door- 560 kilogram BMK-glycidezuur en/of- 550 kilogram aan natriumzout van BMK-glycidezuur en/of- 525 kilogram dimethylsulfon (MSM) en/of- 480 liter fosforzuur en/of- 880 liter aceton en/of- 20 liter monomethylamine en/of,- diverse benodigdheden voor de productie van synthetische drugs, te weten een persframe, logoplaten, een persmal, drukplaten en een hydraulische potkrik voor handen te hebben.

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:

een of meerdere onbekend gebleven persoon/personen op of omstreeks 11 december 2023 in een pand gelegen aan de [adres 2] te Zoetermeer, opzettelijk om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, en/of- het opzettelijk vervaardigen van amfetamine en/of MDMA, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen vandat feit heeft getracht te verschaffen,- voorwerpen, vervoermiddelen en/of stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door- 560 kilogram BMK-glycidezuur en/of,- 550 kilogram aan natriumzout van BMK-glycidezuur en/of,- 525 kilogram dimethylsulfon (MSM) en/of,- 480 liter fosforzuur en/of,- 880 liter aceton en/of,- 20 liter monomethylamine en/of,- diverse benodigdheden voor de productie van synthetische drugs, te weten een persframe, logoplaten, een persmal, drukplaten en een hydraulische potkrik voor handen te hebben, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 11 december 2023 in Zoetermeer en/of Den Haag, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft, door aan die onbekend gebleven persoon/personen (meermalen) zijn, verdachtes, gehuurde pand ter beschikking te stellen.

3.

hij, op of omstreeks 11 december 2023 te Zoetermeer, in een pand gelegen aan de [adres 2], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk één of meer geneesmiddel(en) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub b van de Geneesmiddelenwet en waarvoor geen handelsvergunning geldt, te weten 810.000 pillen, in elk geval een hoeveelheid Nervigesic, bevattende een hoeveelheid pregabaline, in voorraad heeft gehad.

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

een of meerdere onbekend gebleven persoon/personen op of omstreeks 11 december 2023 te Zoetermeer, in een pand gelegen aan de [adres 2], al dan niet opzettelijk één of meer geneesmiddel(en) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub b van de Geneesmiddelenwet en waarvoor geen handelsvergunning geldt, te weten 810.000 pillen, in elk geval een hoeveelheid Nervigesic, bevattende een hoeveelheid pregabaline, in voorraad heeft gehad.bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 11 december 2023 in Zoetermeer en/of Den Haag, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft, Door aan die onbekend gebleven persoon/personen (meermalen) zijn, verdachtes, gehuurde pand ter beschikking te stellen.

4.

hij, op of omstreeks 6 december 2023 op Schiphol, in de gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk zonder vergunning van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, één of meer andere geneesmiddelen dan geneesmiddelen voor onderzoek, te weten 989.500 pillen Tamoll-X 225 mg en/of 454.900 pillen Pregacare 300 mg heeft ingevoerd.

5.

hij, op of omstreeks 6 december 2023 op Schiphol, in de gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht 989.500 pillen Tamoll-X 225 mg, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende tapentadol, zijnde tapentadol een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Beslissing

3
De bewijsbeslissing
3.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 en 5 tenlastegelegde.

3.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 en 5 tenlastegelegde. De raadsman heeft hiertoe ten aanzien van de eerste drie feiten gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde medeplegen. Voor wat betreft de onder 4 en 5 tenlastegelegde feiten heeft de raadsman gesteld dat de verdachte niet als medepleger kan worden gekwalificeerd, maar eerder als medeplichtige. Medeplichtigheid is ten aanzien van deze feiten echter niet ten laste gelegd.

De raadsman heeft zich met betrekking tot het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en 3 subsidiair gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3.

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank heeft in de bijlage opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

3.4.

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van feiten 1 en 2

De raadsman heeft verweer gevoerd inhoudende dat de verdachte niet kan worden aangemerkt als medepleger.

Op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast. De verdachte was de huurder van het bedrijfspand aan de [adres 2] te Zoetermeer waar op 11 december 2023 een drugslaboratorium is aangetroffen. Op de begane grond in de loods en op de bovenverdieping zijn diverse goederen en chemicaliën aangetroffen die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging van synthetische drugs en/of het bewerken daarvan, namelijk:

- 560 kilogram BMK-glycidezuur en- 550 kilogram aan natriumzout van BMK-glycidezuur en- 525 kilogram dimethylsulfon (MSM) en- 480 liter fosforzuur en- 880 liter aceton en,- diverse benodigdheden voor de productie van synthetische drugs, te weten een persframe, logoplaten, een persmal, drukplaten en een hydraulische potkrik.

Ook zijn een geperst roze blok met een gewicht van 586 gram, roze brokken met een gewicht van in totaal 214 gram en een emmer met daarin een roze vloeistof van 190 milliliter aangetroffen. Deze roze substantie bevatte difenhydramine, amfetamine, MDMA en coffeïne.

De verdachte heeft verklaard dat hij het bedrijfspand en een heftruck heeft gehuurd op verzoek van een derde, wiens naam de verdachte niet wil noemen. Deze persoon zou hem de huurprijs plus 250 euro extra betaald hebben. Hij gebruikte het bedrijfspand naar eigen zeggen zelf niet en wist niet waarvoor het bedrijfspand gebruikt werd. De verdachte is wel een aantal keer in het bedrijfspand geweest. De door hem gehuurde heftruck is mede door hemzelf gebruikt voor het in- en uitladen van jerrycans met doodskopjes erop. Verder heeft hij op verzoek van degene voor wie hij de loods en de heftruck huurde, hand- en spandiensten verricht. De verdachte wist dat het niet in de haak was. Zo vond het in- en uitladen plaats in de nacht en zodanig dat niemand kon zien wat er in- en uitgeladen werd en communiceerde hij met degene voor wie hij de loods zegt te hebben gehuurd met behulp van een cryptotelefoon. De verdachte hield het bedrijfspand dagelijks via een door hem geplaatste camera in de gaten en wist dat er een pers stond.

Gezien de verklaring van de verdachte dat hij het bedrijfspand dagelijks in de gaten hield via een camera, dat hij daar een pers heeft gezien en het feit dat hij meerdere malen geholpen heeft bij het in- en uitladen van (onder meer) jerrycans met doodskopjes erop, staat vast dat de verdachte de eerdergenoemde druggerelateerde goederen heeft gezien. Nu hij verder heeft verklaard dat hij wist dat het niet in de haak was en bovendien ook gebruik maakte van een cryptotelefoon, staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat de verdachte wist of op zijn minst ernstige reden had om te vermoeden dat deze goederen bestemd waren voor het bereiden, bewerken, verwerken en/of vervaardigen van synthetische drugs zoals amfetamine en/of MDMA.

De rol die de verdachte bij het drugslab heeft gehad, is naar het oordeel van de rechtbank substantieel genoeg om hem als medepleger te kunnen aanmerken. De verdachte heeft immers het bedrijfspand aan de [straatnaam 1] gehuurd en toegestaan dat daarin van alles werd neergezet. Het feit dat de verdachte er een kantoortje had ingericht wijst erop dat hij – in tegenstelling tot wat hij heeft verklaard – zelf ook gebruik maakte van het pand. Daarnaast heeft de verdachte een heftruck gehuurd en heeft hij meerdere malen actief meegewerkt aan het in- en uitladen van goederen, waaronder chemicaliën. Opvallend is dat dit in- en uitladen vooral plaatsvond in de late avond en nacht, waaruit de rechtbank afleidt dat nauwe afstemming over deze taken tussen de verdachte en zijn mededader(s) vereist is geweest. Ook wijst het feit dat de verdachte – nota bene met behulp van een cryptotelefoon – in contact stond met degene voor wie hij de loods huurde, eerder op een bewuste en nauwe samenwerking tussen hen dan op een ondergeschikte rol als medeplichtige. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verdachte als medepleger de aangetroffen roze substanties met difenhydramine, amfetamine, MDMA en coffeïne en de eerdergenoemde druggerelateerde goederen aanwezig heeft gehad.

De rechtbank acht gezien het voorgaande de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 3

Uit de bewijsmiddelen volgt dat in het door de verdachte gehuurde bedrijfspand aan de [adres 2] te Zoetermeer op 11 december 2023 810.000 pillen, in elk geval een hoeveelheid Nervigesic, bevattende een hoeveelheid pregabaline, zijn aangetroffen. De rechtbank stelt vast dat deze pillen voldoen aan het begrip geneesmiddel zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b van de Geneesmiddelenwet (hierna: Gw) en dat dit geneesmiddel niet valt onder de uitzonderingsbepalingen van artikel 40 derde lid Gw, zodat voor het verhandelen of in voorraad hebben van deze pillen een vergunning vereist is. Tot slot stelt de rechtbank vast dat de verdachte geen vergunning had om dit geneesmiddel te verhandelen of in voorraad te hebben.

De rechtbank overweegt dat de onder 3 primair tenlastegelegde gedraging krachtens artikel 2 van de Wet op de Economische Delicten (hierna: WED) voor zover opzettelijk begaan als economisch misdrijf strafbaar is gesteld. Voor zover dit economische delict geen misdrijf is, is dit een overtreding. De rechtbank dient dan ook te beoordelen of bij de verdachte opzet aanwezig was.

De rechtbank stelt voorop dat uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat voor opzet in de zin van artikel 2 WED niet vereist is dat de verdachte opzet had op het niet-naleven van een wettelijke (vergunnings)verplichting. Het opzet hoeft derhalve enkel gericht te zijn op de strafbaar gestelde gedraging en de omstandigheden waaruit het wederrechtelijke karakter van de gedraging volgt. Uit de verklaring van de verdachte dat hij aan anderen opdracht heeft gegeven de pillen van zijn ene bedrijfslocatie (aan de [straatnaam 2]) naar het door hem gehuurde bedrijfspand aan de [adres 2] te vervoeren en dat hij daartoe de sleutels van de bedrijfspanden en bedrijfsbusjes ter beschikking heeft gesteld, volgt dat hij de wil heeft gehad om de pillen te ontvangen en in bezit te hebben. Hiermee staat het opzet van de verdachte op het in voorraad hebben van de pillen vast. De rechtbank is dan ook van oordeel dat sprake is van de opzettelijke variant van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 40, tweede lid Gw.

Anders dan de verdediging heeft aangevoerd is de rechtbank van oordeel dat de verdachte als medepleger heeft gehandeld. De verdachte heeft een actieve en doorslaggevende rol gehad in het in voorraad krijgen van de pillen. Zonder de opdracht van de verdachte om de pillen te vervoeren naar het door hem gehuurde bedrijfspand aan de [adres 2] en daartoe de benodigde middelen ter beschikking te stellen was het plegen van dit delict niet mogelijk. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte dan ook gehandeld in een bewuste en nauwe samenwerking met zijn mededader(s).

De rechtbank acht gezien het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 primair ten laste gelegde feit opzettelijk en in vereniging met (een) ander(en) heeft gepleegd.

Ten aanzien van feiten 4 en 5

De verdediging heeft vrijspraak van de onder 4 en 5 ten laste gelegde feiten bepleit, omdat de intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachte aan deze feiten van onvoldoende gewicht zou zijn geweest om van een nauwe en bewuste samenwerking te kunnen spreken. De rol die de verdachte heeft gespeeld zou volgens de verdediging wellicht kunnen passen bij het opzettelijk behulpzaam zijn in de zin van medeplichtigheid door zijn bedrijfsgegevens ter beschikking te stellen, maar dit is niet aan de verdachte ten laste gelegd.

De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat de bedrijfsgegevens van het bedrijf van de verdachte door de niet bij name genoemde persoon “die achter de [straatnaam 1] in Zoetermeer zat”, zijn misbruikt teneinde deze pillen in te voeren of binnen Nederland te brengen. Deze persoon zou de pillen hebben besteld en in strijd met de waarheid aan de verdachte hebben verteld dat het om vitaminesupplementen ging. De verdachte heeft vervolgens vanuit zijn bedrijf opdracht gegeven voor de inklaring van deze pillen en het vervoer daarvan naar het vestigingsadres van zijn bedrijf in Den Haag.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de pillen op naam van [bedrijfsnaam] BV zijn besteld en dat de verdachte de enige eigenaar is van dit bedrijf. Dat de verdachte – zoals hij heeft verklaard – zijn bedrijfsgegevens aan een ander ter beschikking heeft gesteld en dat die ander vervolgens de pillen heeft besteld volgt op geen enkele wijze uit het dossier. De verdachte heeft de naam van de door hem bedoelde persoon niet willen noemen, zodat zijn verklaring ook niet kan worden geverifieerd. Het dossier wijst bovendien in een andere richting; uit chats die in de telefoon van de verdachte zijn aangetroffen, volgt dat de verdachte samen met een werkneemster van zijn bedrijf afspraken heeft gemaakt over de aflevering van medicijnen bij zijn bedrijfspand aan de [straatnaam 2]. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de door de verdachte gegeven verklaring niet geloofwaardig. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat het de verdachte zelf is geweest die de pillen op naam van zijn bedrijf heeft besteld. Hoewel het dossier aanwijzingen bevat dat de verdachte samen met zijn werkneemster betrokken was bij de invoer van (genees)middelen, ontbreekt ten aanzien van de onder 4 en 5 ten laste gelegde feiten het bewijs daartoe. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van het aan hem onder die feiten ten laste gelegde medeplegen.

De rechtbank dient te beoordelen of de verdachte (in het geval van feit 4: kleurloos) opzet had op de invoer van de in de tenlastelegging onder feit 4 en 5 genoemde middelen.

Nu de rechtbank wettig en overtuigend bewezen acht dat de verdachte de in de tenlastelegging onder feit 4 en 5 genoemde pillen zelf heeft besteld, is voldaan het opzetvereiste voor strafbaarheid onder zowel artikel 2 Ow als artikel 2 WED.

De rechtbank acht gezien het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 4 en 5 ten laste gelegde feiten (alleen) heeft gepleegd.

3.5.

De bewezenverklaring

De rechtbank is met betrekking tot de onder 1 primair, 2 primair en 3 primair, 4 en 5 ten laste gelegde feiten van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend zijn bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

1.

hij, op 11 december 2023 in een pand gelegen aan de [adres 2] teZoetermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijkaanwezig heeft gehad:- een roze geperst blok met een gewicht van 586 gram en- roze brokken met een gewicht van in totaal 214 gram en- een emmer met daarin een roze vloeistof van 190 milliliter enbevattende amfetamine en MDMA, zijnde amfetamine en MDMA, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij, op 11 december 2023 in een pand gelegen aan de [adres 2] te Zoetermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijkom een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden, te weten- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, en - het opzettelijk vervaardigen van amfetamine en MDMA, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, - zich en/of een ander gelegenheid en middelen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,- voorwerpen, vervoermiddelen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door- 560 kilogram BMK-glycidezuur en- 550 kilogram aan natriumzout van BMK-glycidezuur en- 525 kilogram dimethylsulfon (MSM) en- 480 liter fosforzuur en- 880 liter aceton en,- diverse benodigdheden voor de productie van synthetische drugs, te weten een persframe, logoplaten, een persmal, drukplaten en een hydraulische potkrik voorhanden te hebben;

3.

hij, op 11 december 2023 te Zoetermeer, in een pand gelegen aan de [adres 2], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk een geneesmiddel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub b van de Geneesmiddelenwet en waarvoor geen handelsvergunning geldt, te weten 810.000 pillen, in elk geval een hoeveelheid Nervigesic, bevattende een hoeveelheid pregabaline, in voorraad heeft gehad;

4.

hij, op 6 december 2023 op Schiphol, in de gemeente Haarlemmermeeropzettelijk zonder vergunning van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, andere geneesmiddelen dan geneesmiddelen voor onderzoek, te weten 989.500 pillen Tamoll-X 225 mg en 454.900 pillen Pregacare 300 mg heeft ingevoerd;

5.

hij, op 6 december 2023 op Schiphol, in de gemeente Haarlemmermeeropzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht 989.500 pillen Tamoll-X 225 mg, bevattende tapentadol, zijnde tapentadol een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4
De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5
De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6
De strafoplegging
6.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarden hetgeen de reclassering heeft geadviseerd.

6.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte op te leggen, althans niet langer dan voor de duur die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht (i.c. twaalf dagen).

6.3.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van het feit

De verdachte heeft zich samen met zijn mededader(s) schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van 800 gram en 190 milliliter MDMA en aan strafbare voorbereidingshandelingen met betrekking tot MDMA. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan het invoeren van 989.500 pillen Tamoll-X 225 mg (vermeld op Lijst I van de Opiumwet). Ook heeft de verdachte 810.000 pillen Nervigesic, waarvoor in Nederland geen handelsvergunning aan hem was afgegeven, in voorraad gehad, terwijl hij ook geen groothandelsvergunning had. Tot slot heeft de verdachte 454.900 pillen Pregacare 300 mg ingevoerd zonder dat hij daarvoor een vergunning had.

De toelating, kwaliteit en werkzaamheid van geneesmiddelen en het voorschrijven en verhandelen daarvan worden streng bewaakt door het vergunningenstelsel in de Geneesmiddelenwet. De verdachte heeft zich aan het toezicht daarop onttrokken en daardoor heeft hij de volksgezondheid in gevaar gebracht.

Voor zover het betreft het aanwezig hebben van de genoemde pillen Tamoll-X 225 mg, de hoeveelheid MDMA en de strafbare voorbereidingshandeling met betrekking tot MDMA, overweegt de rechtbank dat deze middelen harddrugs zijn en dat ze, zeker als deze worden geproduceerd in een illegaal drugslab, een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid van de gebruikers vormen. De verdachte heeft door zijn handelen de volksgezondheid dan ook ernstig in gevaar gebracht.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 13 november 2025 waaruit blijkt dat de verdachte eerder (recent) met justitie in aanraking is gekomen en een geldboete opgelegd heeft gekregen. De rechtbank ziet hierin geen straf verhogende en ook geen straf verminderde omstandigheid, omdat deze veroordeling niet een zelfde soort misdrijf betrof als het onderhavige.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 2 mei 2025. De reclassering adviseert aan de verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht en een behandeling bij forensische polikliniek De Waag. De genoemde behandeling wordt geadviseerd vanwege het door de reclassering bij de verdachte ingeschatte psychosociaal functioneren dat aan het delictgedrag ten grondslag zou hebben gelegen (impulsief handelen, naïviteit, beïnvloedbaarheid). De verdachte heeft verklaard dat hij openstaat voor behandeling met betrekking tot deze problematiek.

De verdachte heeft op de terechtzitting verklaard dat hij kostwinner is van het gezin bestaande uit zijn vriendin, zijn driejarige dochter en zijn stiefdochter en dat zijn vriendin kampt met psychische problemen. De oplegging van een gevangenisstraf zou grote gevolgen hebben voor de financiële situatie van het gezin en de woonsituatie.

Op te leggen straf

Hoewel de rechtbank nadrukkelijk acht heeft geslagen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de ernst van de bewezenverklaarde misdrijven, niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt. De rechtbank wijst erop dat uit de LOVS-oriëntatiepunten alleen al ten aanzien van de invoer van de hiervoor genoemde hoeveelheid pillen Tamoll-X 225 mg (die zijn opgenomen in Lijst I van de Opiumwet) een oriëntatiepunt volgt van 60 maanden gevangenisstraf. Ook voor de andere door de verdachte gepleegde misdrijven volgen uit de LOVS-oriëntatiepunten lange gevangenisstraffen. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte maken naar het oordeel van de rechtbank wel dat een lichtere straf op zijn plaats is. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de eendaadse samenloop van feit 4 en 5. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het passend en geboden is om een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden op te leggen waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarden hetgeen de reclassering heeft geadviseerd.

7
De inbeslaggenomen voorwerpen
7.1.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om teruggave van het inbeslaggenomen horloge van de verdachte (genoemd op pagina 286 van het dossier), te weten: een Rolex.

7.2.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot teruggave van het horloge, mits hier geen conservatoir beslag op ligt. Na de terechtzitting heeft het openbaar ministerie laten weten dat hierop geen conservatoir beslag ligt.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

Nu het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal de rechtbank de teruggave aan de verdachte gelasten van het inbeslaggenomen horloge.

8
De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 14 a, 14b, 14c, 47, 55, 57, 63 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2, 10, 10 a, 13a van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I;

- 18, 40 van de Geneesmiddelenwet;

- 1, 2 en 6 van de Wet op de Economische Delicten.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

9
De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1 primair, 2 primair en 3 primair, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 primair:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2 primair:

medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

ten aanzien van feit 3 primair:

medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 40, tweede lid, van de Geneesmiddelenwet, opzettelijk begaan;

ten aanzien van feit 4:

overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 18, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet, meermalen gepleegd, opzettelijk begaan;

ten aanzien van feit 5:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 6 (zes) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

zich gedurende de proeftijd meldt bij de Reclassering Nederland, Marconistraat 2 te Rotterdam, op door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zolang deze de reclassering dat noodzakelijk acht;

zich gedurende de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, laat diagnosticeren en behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, door de reclassering te bepalen, waarbij de verdachte zich houdt aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;

geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarde(n) en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen.

gelast de teruggave aan de verdachte van het op pagina 286 van het dossier genoemde (inbeslaggenomen) voorwerp, te weten: een horloge (met doos) van het merk Rolex.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.G. Bruinsma voorzitter,

mr. E. Rabbie, rechter,

mr. I.C. Kranenburg, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. J.M. Molenaar, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 januari 2026.