Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 19 januari 2026 te 's-Gravenhage, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
twee, althans één, sixpack(s) bier in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele
aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen;
2
hij op of omstreeks 19 januari 2026 te 's-Gravenhage, althans in Nederland,
in het besloten lokaal aan de [adres 2] bij de Albert Heijn,
althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik
wederrechtelijk is binnengedrongen
immers was hem, verdachte, met ingang van 8 oktober 2025 schriftelijk de
toegang tot die Albert Heijn ontzegd voor de duur van 12 maanden
7
De toepasselijke wetsartikelen
De op te maatregel is gegrond op de artikelen:
- 38 m, 38n, 38p, 57, 63, 138 en 310 van het Wetboek van Strafrecht;
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.
8. De beslissing
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen;
verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
legt de verdachte op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren;
bepaalt dat die maatregel niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
1. zich gedurende de proeftijd meldt bij de GGZ Reclassering Fivoor [adres 3] op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zolang deze de reclassering dat noodzakelijk acht;
2. zich gedurende de proeftijd, of zoveel korter als zijn behandelaars dat in overleg met de reclassering nodig achten, laat opnemen in en behandelen door een nader door de reclassering te bepalen instelling. De opname start zo spoedig mogelijk nadat de proeftijd is gestart en zodra de plaatsing mogelijk is. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling, die op de psychische problematiek, verslavingsproblematiek, agressiesbeheersing, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, schuldenproblematie, woonoverlast en/of andere problematiek van de veroordeelde is gericht. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de veroordeelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van deze instelling worden gegeven. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling van begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt de veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing;
3. zich - indien dat tijdens de proeftijd noodzakelijk is - laat behandelen voor zijn psychische problematiek, verslavingsproblematiek, agressiesbeheersing, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, schuldenproblematiek, woonoverlast en/of andere problematiek door een forensische polikliniek, te bepalen door de reclassering. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Indien daartoe aanleiding is, zoals bij een terugval in middelengebruik, bij overmatig middelengebruik of in geval van ernstige zorgen over het psychiatrische toestandsbeeld, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende klinische opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert zal, nadat dit door de rechter is bevolen, de verdachte zich laten opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De kortdurende klinische opname duurt 7 weken of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt;
4. zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
5. zich verplicht mee te werken aan controle van het gebruik van alcohol en verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs) van de Opiumwet. om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel de veroordeelde wordt gecontroleerd;
6. meewerkt aan de begeleiding door een nader te bepalen organisatie die gericht is op de begeleiding van de veroordeelde bij het wonen;
geeft opdracht aan GGZ Reclassering Fivoor tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarde(n) en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
7. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
8. medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen.
beveelt dat bovengenoemde bijzondere voorwaarden en het - op grond van artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht - uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;
Dit vonnis is gewezen door
mr. A.W. Duijnstee, voorzitter,
mr. C.W. de Wit, rechter,
mr. I. Jadib, rechter,
in tegenwoordigheid van B.J. van der Sterre, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 april 2026.