[betrokkene] , hierna betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats] ,
verblijvende in [kliniek] ,
(hierna: de kliniek).
Raadsman: mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat in Hoofddorp.
Procedure
Betrokkene is op 15 november 2023 bij vonnis van de rechtbank Gelderland veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Deze maatregel is ingegaan op 12 januari 2024.
Bij vordering van 10 december 2025, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken:
- het adviesrapport van de kliniek van 11 november 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren;
- een afschrift van de wettelijke aantekeningen.
Ter zitting van 23 januari 2026 zijn gehoord:
- betrokkene;
- zijn raadsman mr. D.W.H.M. Wolters;
- deskundige J.A. Thomsen, hoofd behandeling en GZ-psycholoog;
- deskundige S.J.M. Cras, psycholoog/behandelcoördinator, en
- de officier van justitie, mr. B. Veelders.
Overwegingen
De beoordeling
Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege poging tot doodslag. Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De maatregel is dus niet gemaximeerd.
Stoornis
Uit het rapport van de kliniek blijkt dat betrokkene lijdt aan een borderline persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken, schizofrenie en ernstige stoornissen in het gebruik van amfetamine, cocaïne en alcohol en in mindere mate een stoornis in het gebruik van cannabis. De stoornissen zijn dus nog altijd aanwezig.
Verloop van de maatregel
Betrokkene verblijft sinds 1 oktober 2024 op een reguliere behandelafdeling binnen de kliniek. Bij binnenkomst was hij rustig, gemotiveerd en hij neemt deel aan de aangeboden werkblokken en opstart van therapieën. Hij is gestart met psychodiagnostisch onderzoek om mogelijke trauma’s en de oorsprong van psychotische symptomen te verhelderen. Hij werkt hier gepast aan mee. Bij systeemtherapie was hij in eerste aanleg niet gemotiveerd, maar doordat de therapeut herhaaldelijk initiatief heeft genomen, is er langzaam sprake van verdieping en ontstaan er meer inhoudelijke gesprekken. Middelengebruik door middel van blowen blijft een aandachtspunt. Het verschil in functioneren met of zonder gebruik is groot: bij abstinentie functioneert betrokkene beter, is hij vriendelijker in contact en meer gemotiveerd voor therapie en dagbesteding. Betrokkene heeft herhaaldelijk de wens uitgesproken te willen stoppen met blowen, maar hij slaagt er nog niet in om zich hier voor langere periodes aan te committeren. Voor de komende periode wordt op basis van de delictanalyse, diagnostiek en de hieruit voortkomende risicofactoren de behandeling verder vormgegeven, voortbouwend op het ingezette beleid rond middelengebruik en de reeds gestarte therapieën.
Recidivegevaar
Bij een (voorwaardelijke) beëindiging van de huidige maatregel wordt de kans op recidive als hoog ingeschat. Bij het wegvallen van het tbs-dwangkader krijgt betrokkene niet langer de professionele ondersteuning die hij nodig heeft. Hij zal moeilijk in staat zijn met potentiële problemen of spanningen om te gaan. Zonder professionele hulpverlening of ondersteuning is het risico verhoogd dat betrokkene terugvalt in middelengebruik en/of (crimineel) gewelddadig gedrag. De leefomstandigheden zijn instabiel en er is sprake van onvoldoende adequate emotionele en materiële ondersteuning.
Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling onverminderd groot is.
Conclusie
De rechtbank overweegt dat betrokkene aan het begin staat van een intensief behandeltraject. Hoewel betrokkene een goede start heeft gemaakt, heeft er nog onvoldoende behandeling plaatsgevonden. Gezien de ernst en de complexiteit van de aanwezige problematiek is het de verwachting dat een langdurige behandeling noodzakelijk is om tot een vermindering van het recidiverisico te komen.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom, overeenkomstig de vordering en de adviezen, met twee jaren verlengen.