Rechtbank Gelderland, beschikking strafrecht overig

ECLI:NL:RBGEL:2026:1131

Op 6 February 2026 heeft de Rechtbank Gelderland een beschikking procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 05/298460-22, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBGEL:2026:1131.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
05/298460-22
Datum uitspraak:
6 February 2026
Datum publicatie:
16 February 2026

Indicatie

TBS met dwangverpleging, verlenging met 2 jaar. Eerste verlenging. Betrokkene staat aan het begin van een intensief behandeltraject en er heeft nog onvoldoende behandeling plaatsgevonden. Ernstige en complexe problematiek waarvoor naar verwachting langdurige behandeling nodig is.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats: Arnhem

Parketnummer: 05-298460-22

Datum uitspraak: 6 februari 2026

Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[betrokkene] , hierna betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats] ,

verblijvende in [kliniek] ,

(hierna: de kliniek).

Raadsman: mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat in Hoofddorp.

Procedure

Betrokkene is op 15 november 2023 bij vonnis van de rechtbank Gelderland veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Deze maatregel is ingegaan op 12 januari 2024.

Bij vordering van 10 december 2025, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.

De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken:

- het adviesrapport van de kliniek van 11 november 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren;

- een afschrift van de wettelijke aantekeningen.

Ter zitting van 23 januari 2026 zijn gehoord:

- betrokkene;

- zijn raadsman mr. D.W.H.M. Wolters;

- deskundige J.A. Thomsen, hoofd behandeling en GZ-psycholoog;

- deskundige S.J.M. Cras, psycholoog/behandelcoördinator, en

- de officier van justitie, mr. B. Veelders.

De standpunten

De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaren gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Zij heeft aangevoerd dat betrokkene aan het begin van zijn behandeling staat en er nog tijd nodig zal zijn om de behandeling vorm te geven.

De raadsman van betrokkene heeft zich niet verzet tegen verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaren.

Overwegingen

De beoordeling

Indexdelict

De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege poging tot doodslag. Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De maatregel is dus niet gemaximeerd.

Stoornis

Uit het rapport van de kliniek blijkt dat betrokkene lijdt aan een borderline persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken, schizofrenie en ernstige stoornissen in het gebruik van amfetamine, cocaïne en alcohol en in mindere mate een stoornis in het gebruik van cannabis. De stoornissen zijn dus nog altijd aanwezig.

Verloop van de maatregel

Betrokkene verblijft sinds 1 oktober 2024 op een reguliere behandelafdeling binnen de kliniek. Bij binnenkomst was hij rustig, gemotiveerd en hij neemt deel aan de aangeboden werkblokken en opstart van therapieën. Hij is gestart met psychodiagnostisch onderzoek om mogelijke trauma’s en de oorsprong van psychotische symptomen te verhelderen. Hij werkt hier gepast aan mee. Bij systeemtherapie was hij in eerste aanleg niet gemotiveerd, maar doordat de therapeut herhaaldelijk initiatief heeft genomen, is er langzaam sprake van verdieping en ontstaan er meer inhoudelijke gesprekken. Middelengebruik door middel van blowen blijft een aandachtspunt. Het verschil in functioneren met of zonder gebruik is groot: bij abstinentie functioneert betrokkene beter, is hij vriendelijker in contact en meer gemotiveerd voor therapie en dagbesteding. Betrokkene heeft herhaaldelijk de wens uitgesproken te willen stoppen met blowen, maar hij slaagt er nog niet in om zich hier voor langere periodes aan te committeren. Voor de komende periode wordt op basis van de delictanalyse, diagnostiek en de hieruit voortkomende risicofactoren de behandeling verder vormgegeven, voortbouwend op het ingezette beleid rond middelengebruik en de reeds gestarte therapieën.

Recidivegevaar

Bij een (voorwaardelijke) beëindiging van de huidige maatregel wordt de kans op recidive als hoog ingeschat. Bij het wegvallen van het tbs-dwangkader krijgt betrokkene niet langer de professionele ondersteuning die hij nodig heeft. Hij zal moeilijk in staat zijn met potentiële problemen of spanningen om te gaan. Zonder professionele hulpverlening of ondersteuning is het risico verhoogd dat betrokkene terugvalt in middelengebruik en/of (crimineel) gewelddadig gedrag. De leefomstandigheden zijn instabiel en er is sprake van onvoldoende adequate emotionele en materiële ondersteuning.

Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling onverminderd groot is.

Conclusie

De rechtbank overweegt dat betrokkene aan het begin staat van een intensief behandeltraject. Hoewel betrokkene een goede start heeft gemaakt, heeft er nog onvoldoende behandeling plaatsgevonden. Gezien de ernst en de complexiteit van de aanwezige problematiek is het de verwachting dat een langdurige behandeling noodzakelijk is om tot een vermindering van het recidiverisico te komen.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom, overeenkomstig de vordering en de adviezen, met twee jaren verlengen.

Beslissing

De beslissing

De rechtbank:

verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met twee jaren.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.E. Snijders, als voorzitter, mr. W. Bruins en mr. Y. Rikken, als rechters in tegenwoordigheid van mr. A.I. Warringa, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 februari 2026.