Rechtbank Gelderland, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBGEL:2025:11772

Op 3 December 2025 heeft de Rechtbank Gelderland een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 05/286923-24, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBGEL:2025:11772.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
05/286923-24
Datum uitspraak:
3 December 2025
Datum publicatie:
10 February 2026

Indicatie

5 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05.286923.24

Datum uitspraak : 3 december 2025

Verstek

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1987 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1
De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 30 december 2023 te Velp, gemeente Rheden, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijfopzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres] ), (ongeveer) 1409, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs  (Voetnoot 1)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

Beoordeling door de rechtbank

Aantreffen hennepkwekerij

Op 30 december 2023 is in een pand aan [adres] een hennepkwekerij

aangetroffen. De kwekerij bestond uit twee kweekruimtes. In de eerste kweekruimte stonden 709 hennepplanten en in de tweede kweekruimte 700. Deze planten waren 110 tot 150 centimeter lang en volgroeid en er is vastgesteld dat het hennep betrof. Beide kweekruimtes waren voorzien van twee geschakelde kweektenten van zes bij drie meter, twintig lampen, vier koolstoffilters, armaturen van elk 1031 watt met gekoppelde trafo’s, een centraal bevloeiingssysteem, isolatie, een aan- en afzuigingsinstallatie en verwarming. Ook werden er speciaal verrijkte aarde, biologisch bestrijdingsmiddel en vangplaatjes tegen vliegjes aangetroffen. Naast de kweektenten bevonden zich nog een wateropslag met dompelpomp en een schakelbord, voorzien van tijdschakelaars, die zo stonden ingesteld dat de kweekruimtes om en om verlicht waren. Verder zijn er hennepplantresten, op kalk gelijkende afzetting op verschillende materialen, stof op de koolstoffilters en andere voorwerpen, een droognet met resten van hennepplanten, gebruikt potgrond en wortelresten aangetroffen. (Voetnoot 2)

Medeplegen telen van hennepplanten

[benadeelde] heeft verklaard dat zij sinds 1 april 2023 het pand aan [adres] verhuurde aan verdachte. (Voetnoot 3) In het dossier bevindt zich een huurovereenkomst waaruit volgt dat verdachte sinds 1 april 2023 het pand huurde. (Voetnoot 4)

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat verdachte haar had benaderd voor het huurcontract. Zij is met verdachte mee geweest om het pand te bezichtigen. Ook heeft zij verklaard dat verdachte veel aanwezig was in het pand en dat hij zich met niks anders bemoeide dan wat er achter de blauwe deur zat, waar hij de sleutel van had. Hij ging meteen naar achter. Ze zag verdachte ook met dozen naar binnen lopen, naar achteren. (Voetnoot 5)

Uit het proces-verbaal van de uitgekeken camerabeelden blijkt dat verdachte in de periode van 12 juli 2023 en 2 november 2023 acht keer is gezien in en bij het pand, een aantal keer ook samen met (één van) de medeverdachten. Daarnaast is te zien dat verdachte op 24 oktober 2023 het pand betreedt en dat tien Aziatisch uitziende personen uit een busje worden gelaten door medeverdachte [medeverdachte 2] en dat deze personen het pand betreden. De volgende dag worden deze personen weer opgehaald en samen met verdachte in het busje gelaten. (Voetnoot 6)

In de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] zijn de volgende chatberichten met ‘ [naam] ’ uit de periode 1 juli 2023 tot en met 31 januari 2024 aangetroffen:

[medeverdachte 1] : "Kan je AUB contact opnemen met [naam] ?"

' [naam] ': "Je houd water in de gaten daar he".

Verdachte [medeverdachte 1] : "Was gister al daar. Tank gevuld. Morgen ff verder schoonmaken. Ik ga ook al jou spullen deruit halen tools etc. Niks van jou. Safer voor je."

' [naam] ': "Oké kleren oom.

' [naam] ': "Probeer zo min mogelijk hier over te spreken en namen te noemen".

Het telefoonnummer van contact ‘ [naam] ’ is in het politiesysteem gekoppeld aan verdachte. (Voetnoot 7)

Nadat verdachte was aangehouden en de hulpofficier van justitie aan hem had uitgelegd dat hij onder andere verdacht werd van het telen en bereiden van softdrugs (hennep) antwoordde verdachte ongevraagd: "Ik doe toch hetzelfde als jullie? Jullie telen en verkopen het ook, dus ik doe niets illegaals." of woorden van gelijke strekking. (Voetnoot 8)

Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat verdachte een substantieel aandeel heeft gehad in de hennepkwekerij en dat er een nauwe en bewuste samenwerking is geweest tussen verdachte en zijn medeverdachten bij het telen van de hennepplanten. Van ontlastende feiten en omstandigheden is – mede doordat verdachte zich bij de politieverhoren in reactie op gestelde vragen steeds op zijn zwijgrecht heeft beroepen, tijdens de terechtzitting in deze zaak van 3 oktober 2025 geen inhoudelijke verklaring heeft afgelegd en niet is verschenen op de terechtzitting van 19 november – niet gebleken.

Eerdere oogst; beroeps- of bedrijfsmatige teelt

In de hennepkwekerij zijn hennepplantresten, op kalk gelijkende afzetting en stof op

verschillende voorwerpen, het droognet, de gebruikte potgrond en de wortelresten aangetroffen. Hiervoor is beschreven dat er ook beelden zijn van personen die in de nacht van 24 op 25 oktober 2023 met een busje arriveren bij de hennepkwekerij en daags erna weer in een busje vertrekken. Een en ander leidt tot de conclusie dat er (die nacht) sprake is geweest van een oogst.

Dit, in verband en samenhang met de aangetroffen hoeveelheid hennepplanten en de professionele inrichting van de kweekruimtes, leidt ertoe dat de rechtbank ook wettig en overtuigend bewezen acht dat er in die kwekerij beroeps- of bedrijfsmatig is geteeld.

Pleegdatum 30 december 2023

Verdachte is, zoals hiervoor uiteengezet, verscheidene malen waargenomen bij en/of in de hennepkwekerij. Op 24 oktober 2023 was hij erbij toen er een oogst plaatsvond. Niet is vast te stellen dat verdachte op 30 december 2023 in het pand aanwezig was. Toen op 30 december 2023 de hennepkwekerij werd ontdekt, waren de hennepplanten volgroeid. Uitgaande van een kweekcyclus van ongeveer tien weken, en op grond van de vaststellingen dat verdachte vaak en zowel in de periode voorafgaand als in de periode tussen de laatste oogst en de ontdekking van de hennepkwekerij in het pand aanwezig was, dat er geen aanwijzingen zijn dat verdachte in de tussentijd is gestopt of dat deze hennepplanten (uitsluitend) door anderen dan verdachte zijn geteeld, leidt dit alles tot de slotsom dat verdachte zich (ook) op 30 december 2023 schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het telen van de toen aangetroffen hennepplanten.

Conclusie

Op basis van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het beroeps- of bedrijfsmatig telen van 1409 hennepplanten op 30 december 2023.

3
De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 30 december 2023 te Velp, gemeente Rheden, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijfopzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres] ), (ongeveer) 1409, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4
De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

5
De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6
De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Overwegingen

7
De overwegingen ten aanzien van de straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het in de uitoefening van een

beroep of bedrijf telen van een groot aantal hennepplanten in een door hem gehuurd pand. Het is algemeen bekend dat grootschalige hennepteelt en de organisatie daaromheen leiden tot grote nadelige gevolgen voor de volksgezondheid en de maatschappij, zoals zware criminaliteit en

ondermijning van de samenleving. Daarnaast hebben Liander en Vitens geconstateerd dat de

illegaal afgenomen elektriciteit en water gevaar opleverden voor personen en/of goederen. De

rechtbank merkt daarbij op dat het gehuurde pand toebehoorde aan een particulier die

aanzienlijke schade heeft geleden door toedoen van de hennepkwekerij. Deze risico's en

nadelige gevolgen hebben verdachte er niet van weerhouden om dit feit te plegen.

Uit het strafblad van verdachte van 30 oktober 2025 blijkt dat verdachte op 19 december 2023 is veroordeeld voor het in vereniging vervaardigen van hennep tot een taakstraf van 120 uren. Verdachte had deze taakstraf niet verricht en maakte bezwaar tegen omzetting van de taakstraf tot hechtenis. Op 10 juli 2024 heeft de politierechter bepaald dat de resterende taakstraf van 84 uren alsnog moet worden voltooid.

De reclassering heeft geen rapport kunnen opstellen, omdat verdachte heeft aangegeven niet mee te willen werken aan reclasseringsadvies.

De rechtbank heeft bij de strafoplegging acht geslagen op wat rechters in vergelijkbare gevallen vaak opleggen, en heeft daarbij onder meer gekeken naar de zogenaamde ‘oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS)’. Die geven weer dat voor een hennepkwekerij met 500 tot 1000 hennepplanten gemiddeld een taakstraf van 180 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden passend kan zijn. Voor de onderhavige hoeveelheid hennepplanten, die boven die categorie uitstijgt, is geen oriëntatiepunt voorhanden.

De rechtbank is in deze zaak van oordeel dat het opleggen van een taakstraf geen recht doet aan het aandeel van verdachte in, en de ernst van, het bewezenverklaarde feit. Ook weegt de rechtbank mee dat sprake is van recidive. Nu er geen persoonlijke omstandigheden naar voren zijn gebracht of anderszins gebleken zijn die zouden moeten leiden tot een lichtere of andere straf, is een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf naar het oordeel van de rechtbank de enige passende, en geboden, reactie.

Alles overwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf van 5 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, passend en geboden.

8
De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [benadeelde] heeft in verband met het tenlastegelegde feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 27.250,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De overweging van de rechtbank

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.

De schadeposten zijn voldoende onderbouwd en komen de rechtbank redelijk voor. Van het schadebedrag is een schatting gemaakt door een schade-expert van Achmea. De rechtbank sluit voor haar schatting van de schade aan bij de schatting zoals gemaakt door de schade-expert.

Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering ter hoogte van € 27.250,00 kan worden toegewezen.

Verdachte is vanaf 30 december 2023 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.

De rechtbank overweegt dat verdachte en zijn medeverdachte(n) ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

9
De beoordeling van het beslag

Op basis van het dossier en tijdens het onderzoek ter terechtzitting is onduidelijk gebleven of er nog beslag ligt op de Apple iPhone die onder verdachte in beslag is genomen. Zekerheidshalve zal de rechtbank de teruggave van de Apple iPhone (goednummer PL0600-2023598999-3221492) aan de rechthebbende gelasten, omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.

10
De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:

- 14 a, 14b, 14c, 36f, en 47 van het Wetboek van Strafrecht;

- 3 en 11 van de Opiumwet.

Beslissing

11
De beslissing

De rechtbank:

? verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

? verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

? verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

? verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

? veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden;

? bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 2 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;

? veroordeelt verdachte in verband met het bewezen verklaarde feit hoofdelijk tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde] van € 27.250,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 december 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

? veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde] , een bedrag te betalen van € 27.250,00 aan materiële schade, wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 december 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 171 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

? bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;

? gelast de teruggave van de Apple iPhone (goednummer PL0600-2023598999-3221492) aan de rechthebbende.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.S.M. van Bergen (voorzitter), mr. A. Tegelaar en mr. M.W.R. Koch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.J. Schoen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 december 2025.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoot

Voetnoot 1

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2023599183, gesloten op 9 september 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

Voetnoot 2

Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij PL0600-2023598999-1, p. 8 t/m 14 van een aanvullend procesdossier van 14 pagina’s; het proces-verbaal van bevindingen PL0600-2023598999-52, p. 2 van een aanvullend procesdossier van 14 pagina’s; ruimlijst hennep, p. 148.

Voetnoot 3

Het proces-verbaal van verhoor getuige [benadeelde] , p. 36

Voetnoot 4

huurovereenkomst kantoorruimte, p. 150 t/m 154.

Voetnoot 5

Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 240, 246, 247

Voetnoot 6

Het proces-verbaal van bevindingen PL0600-2023598999-51, p. 4 en 5 van een aanvullend procesdossier van 14 pagina’s.

Voetnoot 7

Het proces-verbaal van bevindingen, p. 157 t/m 159.

Voetnoot 8

Het proces-verbaal van voorgeleiding na aanhouding, p. 212.