Rechtbank Gelderland, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBGEL:2025:6099

Op 10 June 2025 heeft de Rechtbank Gelderland een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 05.056623.24.vs, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBGEL:2025:6099.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
05.056623.24.vs
Datum uitspraak:
10 June 2025
Datum publicatie:
25 July 2025

Indicatie

De rechtbank veroordeelt een man voor poging tot doodslag tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden en legt aan hem een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op. De benadeelde partij wordt niet ontvankelijk in de vordering verklaard omdat de vordering niet aan de formele vereisten voldoet.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05.056623.24

Datum uitspraak : 10 juni 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1991 in [geboorteplaats] (Polen),

wonende aan de [adres 1] , [postcode] in [woonplaats] .

Raadsvrouw: mr. W. van Nunen, advocaat in Breda.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1
De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 17 februari 2024 te [plaats] , in elk geval in Nederland,ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om[slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven,een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp, in de arm(en) en/of het hoofd, in elk geval in het lichaam van die [slachtoffer] heeft gestoken/gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 17 februari 2024 te [plaats] , in elk geval in Nederland, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meerdere blijvende littekens, heeft toegebracht, door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp, in de arm(en) en/of het hoofd, in elk geval in het lichaam van die [slachtoffer] te steken/te snijden;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 17 februari 2024 te [plaats] , in elk geval in Nederland,ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf omaan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengeneen mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp, in de arm(en) en/of het hoofd, in elk geval in het lichaam van die [slachtoffer] heeft gestoken/gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs  (Voetnoot 1)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit omdat het (voorwaardelijk) opzet niet bewezen kan worden. Ook voor het subsidiair ten laste gelegde moet vrijspraak volgen omdat er geen sprake is van zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer. Ten aanzien van het meer subsidiair ten laste gelegde feit refereert de raadsvrouw zich aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Aangifte [slachtoffer]

heeft verklaard dat [getuige] en [verdachte] (de rechtbank begrijpt - zo volgt uit het dossier - dat dit getuige [getuige] en verdachte [verdachte] betreffen) op 16 februari 2024 uur thuis kwamen aan de [adres 2] in [plaats] . Aldaar woonden zij met zijn drieën gezamenlijk, via het uitzendbureau waar zij alle drie voor werkten. [getuige] en verdachte hebben een relatie met elkaar. Er werd een fles Jack Daniëls neergezet en er werd gedronken. Aangever is nog naar de winkel geweest om een nieuwe fles te halen en ook daar werd uit gedronken. Verdachte begon opeens te praten over “het feit dat als iemand zijn vrouw zou afpakken, hij diegene dan met een mes in de rug zou steken”. Aangever zag dat verdachte “gek in zijn hoofd werd”. Verdachte ging even naar boven en op het moment dat hij terug beneden was, was aangever in gesprek met [getuige] . Op dat moment ontstond er een ruzie, verdachte beschuldigde aangever ervan dat hij [getuige] aan het versieren was. Aangever hoorde dat [getuige] het voor hem opnam, maar verdachte zei: “Nee, nee, ik maak hem dood”.

Aangever voelde hoe verdachte hem begon te slaan en schoppen. Dit deed hij met gebalde vuisten en aangever voelde pijn. Toen zag hij hoe verdachte een mes uit de keuken pakte en zei: “Ik maak dood”. Aangever vluchtte vervolgens naar buiten. Hij zag en hoorde hoe verdachte achter hem aan kwam. Ze hebben rondjes gerend om een auto heen. Uiteindelijk kreeg verdachte hem te pakken en voelde aangever hoe hij hem stak of sneed met het mes. Hij zag dat verdachte een stekende beweging maakte richting zijn hoofd en voelde gelijk hele erge pijn. Ze renden weer achter elkaar aan en verdachte kreeg hem voor een tweede keer te pakken. Hij stak aangever toen in zijn linker onderarm. Er kwam meteen veel bloed uit en hij voelde weer een stekende pijn. De derde keer dat verdachte aangever te pakken kreeg maakte hij met het mes een hakkende beweging in zijn richting. [getuige] kwam tussenbeide en probeerde aangever te beschermen. Aangever zag hoe verdachte in zijn rechter onderarm stak. Hij voelde dat dit de ergste van de drie was, en voelde dat hij dood zou gaan. Aangever heeft verklaard dat hij doodsangsten uitstond.

In de minuten daarna zat verdachte nog steeds achter hem aan. Een buurman had inmiddels de politie gebeld. Tijdens het rondrennen riep verdachte “ik maak je dood”. (Voetnoot 2)

Verklaring [getuige]

heeft verklaard dat zij alle drie twee whisky cola’s hadden gedronken, en dat verdachte daarvoor nog een halve liter blik Heineken op had. [getuige] ging even naar boven en toen zij weer beneden kwam, zag ze hoe verdachte slachtoffer aan het wurgen was. Zij heeft ze toen uit elkaar gehaald en tegen slachtoffer gezegd dat hij het beste het huis kon verlaten. Dat deed slachtoffer. Verdachte pakte daarop een mes en rende achter slachtoffer aan. Het mes was een keukenmes en het was een scherp mes dat verdachte net geslepen had op zijn werk.

[getuige] rende achter de mannen aan om te helpen. Toen zij buiten kwam, zag zij dat slachtoffer zich wilde verstoppen en dat verdachte achter hem aan rende. Slachtoffer bloedde toen al. [getuige] heeft haar trui uit gedaan en die om de arm van slachtoffer gebonden om het bloeden te stoppen. (Voetnoot 3)

Camerabeelden

Van het incident zijn camerabeelden beschikbaar. Dit betreffen beelden van ringdeurbellen van de woningen [adres 3] , [adres 4] en [adres 5] . Op deze beelden is kort samengevat te zien hoe verdachte steeds achter slachtoffer aan gaat en hoe slachtoffer steeds probeert om bij hem weg te blijven.

Op de beelden van [adres 4] is om 04:37:23 uur (komt niet overeen met de werkelijke tijd) te zien hoe slachtoffer, terwijl hij al bloedt, probeert verdachte te ontwijken, terwijl verdachte een steekvoorwerp in zijn handen heeft. (Voetnoot 4)

Op de beelden van [adres 3] is omstreeks 02:46:29 uur te zien en te horen hoe verdachte met zijn rechterarm omhoog, met in zijn rechterhand een voorwerp vast, bij de personenauto staat en tegen slachtoffer zegt “You are a thief. I kill you motherfucker”. (Voetnoot 5)

Op de beelden van de [adres 5] is te zien dat verdachte, slachtoffer en [getuige] uit de brandgang vanaf de achterzijde van [adres 2] de straat op komen. Vanaf dat moment begint de achtervolging. Ook is te zien dat de politie arriveert. Tussen deze twee momenten zit een half uur tijd. (Voetnoot 6)

Verklaring verdachte ter terechtzitting

Verdachte kan zich weinig meer herinneren van het feit. Van die avond herinnert hij zich slechts nog flitsen. Hij kan zich niet herinneren of, en zo ja hoeveel, alcohol hij heeft gedronken. Hij verklaart dat hij zich nadat hij thuis kwam niets meer kan herinneren en dat het voelt alsof iemand toen de stekker eruit trok. Verdachte vermoedt dat hij gedrogeerd is, want hij is psychisch gezond en zou zich anders nooit zo gedragen.

Verdachte herinnert zich nog wel dat hij heeft gezien dat slachtoffer [getuige] probeerde te verkrachten. Slachtoffer probeerde [getuige] van achteren te benaderen en [getuige] probeerde zich los te krijgen. Daarop heeft hij slachtoffer weggeduwd.

Letsel

Slachtoffer heeft de volgende letsels opgelopen:

- Een steekwond op de rand van de rechter onderkaak. Deze wond is gehecht met twee hechtingen. De wond was ongeveer 20 mm lang. (Voetnoot 7)

- Een snijwond aan de binnenzijde van de rechterarm, onder de elleboog. Deze wond is gehecht met vijf hechtingen. De wond was ongeveer 65 mm lang. (Voetnoot 8) De GGD-arts meldt dat hij in de medische informatie van de behandelaar heeft gelezen dat hier sprake was van een slagaderlijke bloeding en dat de slagader was doorgesneden. (Voetnoot 9) De politie verbaliseert dat de verpleegkundige van het Slingeland ziekenhuis over deze wond liet weten dat hij ruim 5 cm diep was geweest en moeilijk te hechten was. (Voetnoot 10)

- Een steekwond aan de binnenzijde van de linker onderarm, boven de pols. Deze wond is gehecht met één hechting. De huid onder de wond was opgezwollen. De wond was ongeveer 40 mm lang. De GGD-arts meldt dat hij in de medische informatie van de behandelaar heeft gelezen dat hier sprake was van een aderlijke bloeding. (Voetnoot 11)

Beide verwondingen op de beide armen waren behandeld met een drukverband. (Voetnoot 12) Daarnaast had slachtoffer nog een bloeduitstorting aan de pols van de linker onderarm en een ontvelling aan de binnenzijde van de oogkas van het linker oog. (Voetnoot 13)

Toxicologisch rapport NFI

In het bloed van verdachte is een concentratie van 2,3 mg/ml (= promille) aan ethanol (alcohol) gemeten. (Voetnoot 14)

Pro Justitia Rapport

Psychiater dr. T.W.D.P. van Os concludeert in zijn rapport dat er bij verdachte sprake is van een stoornis in het gebruik van alcohol en een psychotische stoornis. Uit de geraadpleegde stukken concludeert Van Os dat verdachte psychotisch was. (Voetnoot 15)

De rechtbank stelt vast dat verdachte onder invloed van alcohol slachtoffer meerdere malen met een mes heeft geraakt, tengevolge waarvan slachtoffer diverse letsels heeft opgelopen.

Opzet

De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden, is of verdachte opzet heeft gehad op de dood van het slachtoffer.

Verdachte heeft verklaard dat hij zag hoe [slachtoffer] zijn vriendin, [getuige] , probeerde te verkrachten. Zowel [slachtoffer] , als [getuige] zelf ontkennen dat dit werkelijk zo is gebeurd en daar is verder ook geen enkel bewijs voor. Desondanks zal de rechtbank aannemen dat verdachte, in zijn psychose en onder invloed van een grote hoeveelheid alcohol, blijkbaar tot die (verkeerde) conclusie is gekomen. Het is om die reden dat de ruzie ontstond en verdachte uiteindelijk het mes uit de keuken pakte en achter slachtoffer aanging. Dit was een scherp keukenmes dat net door verdachte zelf geslepen was.

Uit de verklaringen en de (beschrijving van de) camerabeelden blijkt dat verdachte gedurende ongeveer een half uur het slachtoffer achtervolgd heeft met het mes en zich niet liet tegenhouden door [getuige] . Gedurende die tijd riep verdachte zinnen als “ik maak je dood” en “I kill you motherfucker”. Verdachte riep deze zinnen niet alleen, hij gedroeg zich daar ook naar. Zijn handelingen waren naar hun uiterlijke verschijningsvorm gericht op de dood van slachtoffer. Uit de aard van het letsel blijkt dat verdachte slachtoffer meermaals heeft gesneden of gestoken, en dat hij niet zomaar heeft rondgezwaaid met het mes waarbij slachtoffer toevallig is geraakt. Verdachte heeft slachtoffer meermaals ‘te pakken gekregen’ terwijl slachtoffer hem probeerde te ontwijken en aan hem probeerde te ontkomen. Een van de steekwonden bevond zich op de rand van de kaak, dicht bij de hals en dus dicht bij vitale delen als bijvoorbeeld de halsslagader. De wond op de rechterarm was bijzonder diep en heeft daar een slagader geraakt. Het is een feit van algemene bekendheid dat een slagaderlijke bloeding dodelijk kan zijn als die niet snel gestopt wordt. Ook slachtoffer zag dat gevaar. Hij bond tijdens de achtervolging zijn armen af met kledingstukken. Medisch professionals hebben, toen zij uiteindelijk ter plaatse kwamen, aan beide armen een drukverband moeten aanleggen.

Hoewel - zoals de raadsvrouw betoogt - niet geheel duidelijk is geworden hoe verdachte precies gestoken heeft, doet dat niet af aan het feit dat verdachte bovenstaand letsel heeft toegebracht, en dat dat letsel (en het handelen van verdachte) daadwerkelijk tot de dood had kunnen leiden. Dat dat gevolg niet is ingetreden, is niet aan verdachte te danken maar is een gelukkige omstandigheid waarin waarschijnlijk het adequate medisch ingrijpen een grote rol heeft gespeeld. Het had die nacht net zo goed heel anders kunnen aflopen.

Gelet op bovenstaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte opzet had op het doden van slachtoffer. Verdachte wilde dat dat gevolg intrad en handelde daar ook naar. Het handelen van verdachte heeft niet tot het doel, de dood van [slachtoffer] geleid, en daarom acht de rechtbank een strafbare poging tot doodslag wettig en overtuigend bewezen.

3
De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 17 februari 2024 te [plaats] , in elk geval in Nederland,ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om[slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven,een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp, in de arm(en) en/of het hoofd, in elk geval in het lichaam van die [slachtoffer] heeft gestoken/gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4
De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Poging tot doodslag

5
De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6
De strafbaarheid van de verdachte

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar dient te worden verklaard.

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar dient te worden verklaard. De raadsvrouw verwijst daarbij naar het Pro Justitia rapport van 9 mei 2025.

Psychiater dr. T.W.D.P. van Os heeft in dat rapport geadviseerd verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren, omdat bij verdachte sprake is van een ernstige stoornis in gebruik van alcohol, verslavingsgevoeligheid en een psychotische stoornis. Deze stoornissen waren ook aanwezig tijdens het ten laste gelegde feit. Zeer waarschijnlijk werd de psychose geluxeerd door het forse alcoholgebruik van verdachte. Verdachte had niet het inzicht in het ongeoorloofde van het plegen van het ten laste gelegde en hij had niet het sturingsvermogen om het ten laste gelegde te laten.

De rechtbank leest in het rapport dat verdachte in het verleden onder behandeling was bij een psychiater om af te kicken van drugs. Hij had zichzelf daar aangemeld omdat hij ‘gek’ werd in zijn hoofd, stemmen hoorde en doorzichtige figuren zag. Toen verdachte eenmaal afgekickt was van de drugs begon hij grote hoeveelheden alcohol te drinken. Ondanks een toename van de psychotische problemen bleef hij doorgaan met het gebruik van alcohol totdat hij begon te minderen omdat hij stemmen hoorde en beelden zag. In die tijd kwam verdachte tot het door hem begane feit.

Verdachte wist dus dat fors alcoholgebruik leidde tot het horen van stemmen en het zien van beelden en hij had daarom ook besloten om te minderen. Verdachte had in het verleden al aangetoond langere tijd zonder alcohol te kunnen en ook tijdens de schorsing de afgelopen maanden is verdachte abstinent geweest. De psychiater veronderstelt dat verdachte enige mate van keuzevrijheid had om het alcoholgebruik te laten.

Desondanks dronk hij op de avond van 17 februari 2024 een grote hoeveelheid alcohol, resulterend in een promillage van 2,3 mg/ml. Verdachte verklaart dat hij zich niet kan herinneren dat hij alcohol heeft gedronken en dat hij vergiftigd moet zijn, maar daarvoor is geen enkele aanwijzing gevonden. Er is bijvoorbeeld geen drugs in zijn bloed aangetroffen, anders dan de drugs toegediend door het medische personeel Bovendien gaat dat in tegen de verklaringen van de aanwezige getuigen, [getuige] en [slachtoffer] die vertellen over de aanzienlijke alcoholinname door verdachte. De rechtbank schuift die verklaring van verdachte op dit punt daarom terzijde.

Hoewel verdachte volgens het rapport niet wist dat hij door het gebruik van alcohol zichzelf in zodanige toestand kon brengen dat iets ergs als het ten laste gelegde kon plaatsvinden, rekent de rechtbank hem dat wel aan. Onderzochte wist immers wel dat hij psychotisch werd van zijn vele alcoholgebruik, zo rapporteert de psychiater.

Verdachte verkeerde dan ook ten tijde van het ten laste gelegde in een psychose, maar hij is zelf verantwoordelijk voor het ontstaan van die toestand. De rechtbank zal de psychiater dus niet volgen in zijn advies om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Overwegingen

7
De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van de tijd reeds in voorlopige hechtenis doorgebracht. Tevens vraagt de officier van justitie om oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. Verder dient aan verdachte een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel te worden opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou moeten worden opgelegd, en bij een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van niet langer dan 8 maanden. De raadsvrouw voert daartoe aan dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar kan worden geacht, dat het risico op recidive niet hoog en beheersbaar is, en dat de persoonlijke omstandigheden van verdachte zich verzetten tegen een nieuwe detentie. De verdediging verzet zich niet tegen oplegging van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft het strafblad van verdachte bekeken en stelt vast dat verdachte in de afgelopen vijf jaren niet is veroordeeld wegens strafbare feiten.

Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 15 mei 2025 en het Pro Justitia rapport van 9 mei 2025. Hieruit volgt dat de reclassering een straf zonder de oplegging van bijzondere voorwaarden adviseert omdat verdachte niet gemotiveerd is voor behandeling. De onderzoeker van Pro Justitia acht behandeling van de stoornis in gebruik van alcohol, die inmiddels in langdurige remissie is, niet opportuun. Onderzoeker adviseert wel een langdurig toezicht door middel van een Gedragsbeïnvloedende en Vrijheidsbeperkende Maatregel zodat de reclassering – mocht zij dat nodig achten – verdachte in een forensisch kader kan blijven ondersteunen, begeleiden en monitoren.

Uit het Pro Justitia rapport volgt de conclusie dat er aanwijzingen zijn voor lichte cognitieve problemen. Onderzoeker gaat uit van zwakbegaafdheid en niet van een verstandelijke beperking omdat verdachte zich goed weet te redden in het dagelijks leven. Het meest op de voorgrond staat bij verdachte dat er sprake is van een verslavingsgevoeligheid. Verder is er sprake van een psychotische kwetsbaarheid die met name lijkt samen te hangen met drugs- en alcoholgebruik. Alles overziend kan gesteld worden dat het risico op gewelddadig gedrag afhangt van het gebruiken van alcohol of drugs.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag. Hij heeft het slachtoffer gedurende lange tijd achternagezeten met een mes. Hoewel slachtoffer probeerde te ontkomen en de getuige verdachte probeerde tegen te houden, heeft verdachte het slachtoffer meermaals weten te steken of snijden met het mes. Dit kat-en-muisspel speelde zich af op de openbare weg en buurtbewoners hebben dit waargenomen of werden zelfs bij het incident betrokken. Dit bevordert dat gevoelens van onveiligheid bij de burgers toenemen, hetgeen tot gevoelens van onrust leidt in de samenleving. Gelet op de aard van de verwondingen van slachtoffer, had het incident zomaar fataal af kunnen lopen. Dat dat niet is gebeurd, is niet aan verdachte zelf te danken.

Verdachte heeft daarmee een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het slachtoffer heeft (blijvende) littekens aan het handelen van verdachte overgehouden en zal hierdoor altijd worden herinnerd aan hetgeen er is gebeurd. De rechtbank rekent verdachte dit zwaar aan. Tijdens de rechtszitting heeft verdachte verklaard dat hij zich niet verantwoordelijk kan voelen voor het letsel van slachtoffer omdat hij zich niet kan herinneren dat hij dat heeft toegebracht. Hij lijkt daarmee zijn eigen handelen niet onder ogen te willen zien, ook niet nadat hij nadrukkelijk en herhaaldelijk met het letsel van het slachtoffer wordt geconfronteerd.

Bij dit soort ernstige feiten, waarbij verdachte het slachtoffer had kunnen doden, past alleen een gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Door een lichtere straf zou de ernst van het feit worden miskend. Bij het bepalen van de hoogte van de straf weegt de rechtbank mee dat verdachte zijn delicten heeft gepleegd onder invloed van alcohol.

De rechtbank zal naast een gevangenisstraf van aanzienlijke duur, in navolging van het advies van de deskundigen, aan verdachte de Gedragsbeïnvloedende en Vrijheidsbeperkende Maatregel opleggen als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht. Naar het oordeel van de rechtbank dient de oplegging van deze maatregel het belang van de bescherming van de veiligheid van anderen dan wel dat van de algemene veiligheid van personen of goederen. Mede gelet op de inschatting van de deskundigen en de reclassering, is de rechtbank van oordeel dat er een noodzaak bestaat verdachte langdurig onder toezicht te stellen om het recidiverisico in de toekomst te kunnen blijven terugdringen.

Alles overziend, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden passend en geboden. De tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht wordt daarop in mindering gebracht. De rechtbank ziet geen aanleiding een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen, nu het recidivegevaar voornamelijk wordt ingegeven door eventueel toekomstig alcoholgebruik. Verdachte wil geen hulp en begeleiding om dit risico te beteugelen, zodat een voorwaardelijke straf in dat opzicht geen meerwaarde zal hebben. Verder zal de rechtbank aan verdachte, zoals gevorderd, een Gedragsbeïnvloedende en Vrijheidsbeperkende Maatregel opleggen.

De voorlopige hechtenis van verdachte is sinds ongeveer 8 maanden geschorst. Gedurende die tijd heeft verdachte zich goed gedragen en zich aan de voorwaarden gehouden. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding voor acuut recidivegevaar en heeft geen reden om aan te nemen dat de situatie van verdachte nu anders is dan ten tijde van de beslissing tot schorsing. De rechtbank zal de schorsing van de voorlopige hechtenis daarom niet opheffen.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

8
De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met het feit een formulier met de titel ‘Verzoek tot schadevergoeding’ ingediend. De benadeelde partij heeft hierin alleen zijn naam en het strafbare feit ingevuld. De benadeelde partij heeft geen schadeposten ingediend of enige onderbouwing van schade gegeven. Hij heeft het formulier ook niet ondertekend.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering als niet ingediend moet worden beschouwd. De raadsvrouw sluit zich daarbij aan.

Overweging van de rechtbank

De vordering voldoet niet aan de formele vereisten die gesteld worden aan een vordering tot schadevergoeding. De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering verklaren.

9
De beoordeling van het beslag

De rechtbank zal het mes, met behulp waarvan het feit is begaan of voorbereid, verbeurd verklaren.

De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

10
De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 33, 33a, 38z, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

11
De beslissing

De rechtbank:

? verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

? verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

? verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

? verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

? veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden;

? beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

? legt een gedragsbeïnvloedende/vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht op;

? verklaart verbeurd het mes;

? verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade/smartengeld;

? wijst af de vordering tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. van Breevoort-de Bruin (voorzitter), mr. J.S.W. Lucassen en mr. C.L.A. van der Veeken, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Dams, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 juni 2025.

Mr. Breevoort-de Bruin en mr. M.J.A. Dams zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoot

Voetnoot 1

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024075504, gesloten op 5 april 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

Voetnoot 2

Aangifte door [slachtoffer] , p. 73-75.

Voetnoot 3

Verhoor van [getuige] , p. 158-159.

Voetnoot 4

Proces-verbaal van bevindingen, p. 173.

Voetnoot 5

Proces-verbaal van bevindingen, p. 182.

Voetnoot 6

Proces-verbaal van bevindingen, p. 165, 168.

Voetnoot 7

Letselrapportage, p. 124.

Voetnoot 8

Letselrapportage, p. 130.

Voetnoot 9

Letselrapportage, p. 121.

Voetnoot 10

Proces-verbaal van bevindingen, p. 135.

Voetnoot 11

Letselrapportage, p. 121.

Voetnoot 12

Proces-verbaal forensisch onderzoek persoon, p. 97.

Voetnoot 13

Letselrapportage, p. 129, 134.

Voetnoot 14

Rapport Snelle Toxicologische Screening van het NFI, p. 1.

Voetnoot 15

Psychiatrisch onderzoek Pro Justitia, p. [adres 4] -23.