Rechtbank Gelderland, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBGEL:2026:1767

Op 4 March 2026 heeft de Rechtbank Gelderland een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 05/296777-25, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBGEL:2026:1767. De plaats van zitting was Arnhem.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
05/296777-25
Datum uitspraak:
4 March 2026
Datum publicatie:
9 March 2026

Indicatie

Gevangenisstraf van 16 maanden voor de diefstal met verbreking en met valse sleutel van 13 elektrische fietsen. Verdachte maakte gebruik van een loper en moersleutel. Vorderingen benadeelde partijen deels afgewezen omdat alleen de dagwaarde van de fiets voor vergoeding in aanmerking komt.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05.296777.25

Datum uitspraak : 4 maart 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] ,

op dit moment gedetineerd in de P.I. [plaats] .

Raadsvrouw: mr. M.A.J. van Dam, advocaat in Gouda.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1
De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 3 juli 2025 te Dinxperlo, gemeente Aalten een elektrische fiets (merk: Gazelle, type: Grenoble C8 Hmb, framenummer: [nummer] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen elektrische fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en / of een valse sleutel, door met een loper, althans enig voorwerp, zonder toestemming van de rechthebbende, het slot van die fiets te

openen;

2.

hij op of omstreeks 16 mei 2025 te Aalten een elektrische fiets (merk: Gazelle, type: Arroyo C8 Hmb Elite, framenummer: [nummer] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen elektrische fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en / of een valse sleutel, door met een loper, althans enig voorwerp, zonder toestemming van de rechthebbende, het slot van die fiets te openen;

3.

hij op of omstreeks 27 juni 2025 te 's-Heerenberg, gemeente Montferland een elektrische fiets (merk: Gazelle, type Grenoble C7+, framenummer: [nummer] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen elektrische fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en / of een valse sleutel, door met een loper, althans enig voorwerp, zonder toestemming van de rechthebbende, het slot van die fiets te openen;

4.

hij op of omstreeks 18 juli 2025 te Aalten een elektrische fiets (merk: Gazelle, type: Grenoble C380 Hmb L57 Ex Accu, framenummer: [nummer] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 4] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen elektrische fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en / of een valse sleutel, door met een loper, althans enig voorwerp, zonder toestemming van de rechthebbende, het slot van die fiets te openen;

5.

hij op of omstreeks 22 juli 2025 te Aalten een (elektrische)fiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 5] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen

(elektrische)fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en

/ of een valse sleutel, door met een loper, althans enig voorwerp, zonder toestemming van de rechthebbende, het slot van die fiets te openen;

6.

hij op of omstreeks 24 juni 2025 te Groenlo, gemeente Oost Gelre een elektrische fiets (merk: Gazelle, type: Grenoble C8, framenummer: [nummer] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 6] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen

elektrische fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en / of een valse sleutel, door met een loper, althans enig voorwerp, zonder toestemming van de rechthebbende, het slot van die fiets te openen;

7.

hij op of omstreeks 26 juli 2025 te Dinxperlo, gemeente Aalten een elektrische fiets (merk: Gazelle, type: Grenoble C8, framenummer: [nummer] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 7] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen elektrische fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en / of een valse sleutel, door met een loper, althans enig voorwerp, zonder toestemming van de rechthebbende, het slot van die fiets te openen;

8.

hij op of omstreeks 31 juli 2025 te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre een elektrische fiets (merk: Gazelle, type: Grenoble C8 Hmb, framenummer: [nummer] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 8] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen elektrische fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en / of een valsel sleutel, door met een loper, althans enig voorwerp, zonder toestemming van de rechthebbende, het slot van die fiets te openen;

9.

hij op of omstreeks 15 augustus 2025 te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre elektrische fiets (merk: Gazelle, type: Grenoble C8, framenummer: [nummer] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 9] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen elektrische fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en / of valse sleutel, door

met een loper, althans enig voorwerp, zonder toestemming van de rechthebbende, het slot van die fiets te openen;

10.

hij op of omstreeks 17 oktober 2025 te Dinxperlo, gemeente Aalten een elektrische fiets (merk: Gazelle, type: orange C7+ Hmb, framenummer: [nummer] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 10] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen elektrische fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en / of een valse sleutel, door met een loper, althans enig voorwerp, zonder toestemming van de rechthebbende, het slot van die fiets te openen;

11.

hij op of omstreeks 22 oktober 2025 te Aalten elektrische fiets (merk: Gazelle, type: Grenoble C8 Hmb, framenummer: [nummer] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 11] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om

het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen elektrische fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en / of een valse sleutel, door met een loper, althans enig voorwerp, zonder toestemming van de rechthebbende, het slot van die fiets te openen;

12.

hij op of omstreeks 30 oktober 2025 te Dinxperlo, gemeente Aalten elektrische fiets (merk: Gazelle, type: Orange C7+ Hmb, framenummer [nummer] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 12] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen elektrische fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en / of een valse sleutel, door met een loper, althans enig voorwerp, zonder toestemming van de rechthebbende, het slot van die fiets te openen;

13.

hij op of omstreeks 5 augustus 2025 te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre een elektrische fiets (merk: Gazelle, type: Grenoble C7+ Hmb, framenummer: [nummer] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 13] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft wegenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen elektrische fietsen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en / of een valse sleutel, door met een loper, althans enig voorwerp, zonder toestemming van de rechthebbende, het slot van die fiets te openen.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs  (Voetnoot 1)

Ten aanzien van feiten 1, 2, 4 en 6 t/m 13

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen feit 1:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , p. 15-16;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 22-23, 27-28;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 18 februari 2026.

Bewijsmiddelen feit 2:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , p. 91-92;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 94, 97-98;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 18 februari 2026.

Bewijsmiddelen feit 4:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] , p. 102-103;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 104-105, 108-109;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 18 februari 2026.

Bewijsmiddelen feit 6:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 6] , p. 79-80;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 82-83, 85, 87-88;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 18 februari 2026.

Bewijsmiddelen feit 7:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 7] , p. 122 en 124;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 125-126, 129;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 18 februari 2026.

Bewijsmiddelen feit 8:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 8] , p. 132-133;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 135-136; 138-139;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 18 februari 2026.

Bewijsmiddelen feit 9:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 9] , p. 150 en 153;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 158-160, 166;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 18 februari 2026.

Bewijsmiddelen feit 10:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 10] , p. 172;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 174-176, 181;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 18 februari 2026.

Bewijsmiddelen feit 11:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 11] , p. 184-185;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 188, 190-191;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 18 februari 2026.

Bewijsmiddelen feit 12:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 12] , p. 192-193;

- het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [aangever 12] , p. 194-195;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 196 en 201;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 18 februari 2026.

Bewijsmiddelen feit 13:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 13] , p. 140 en 142;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 145-146;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 18 februari 2026.

Ten aanzien van feit 3 en 5

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat ook wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde onder feit 3 en 5, met dien verstande dat verdachte de elektrische fietsen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en een valse sleutel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde onder feit 3. Verdachte stelt dat hij niet degene is die deze diefstal heeft gepleegd. De camerabeelden zijn van onvoldoende kwaliteit en bevatten onvoldoende specifieke

kenmerken om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat verdachte degene is die op de beelden te zien is. Daarnaast past het wegnemen van het kettingslot niet bij de werkwijze van verdachte bij de andere feiten.

Ook van het tenlastegelegde onder feit 5 dient verdachte volgens de raadsvrouw te worden vrijgesproken, omdat verdachte stelt dat hij niet degene is geweest die deze diefstal heeft gepleegd en omdat niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat verdachte deze fiets heeft gestolen. De camerabeelden zijn onscherp en de omschrijvingen van de politie en getuige [aangever 4] komen niet overeen met het uiterlijk van verdachte.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van feit 3

Namens rechthebbende [aangever 3] is op 28 juni 2025 digitaal aangifte gedaan van diefstal van een elektrische fiets van het merk Gazelle, type Grenoble C7+, met framenummer [nummer] . Uit de aangifte volgt dat de fiets afgesloten bij de Jumbo in ’s-Heerenberg stond en daar op 27 juni 2025 is weggenomen. (Voetnoot 2)

De politie heeft de camerabeelden van de Jumbo in ’s-Heerenberg uitgekeken en beschreven. Op 27 juni 2025 omstreeks 15:23:51 uur loopt een man naar de fietsen die geparkeerd staan bij de ingang van de Jumbo. De man bukt zich over één van de fietsen en voert handelingen uit aan het slot en onder het zadel. Ook voert hij handelingen uit aan het voorwiel van de fiets, dat voorzien is van een (ketting)slot. Vervolgens stopt de man het grote kettingslot onder de snelbinders, haalt de fiets naar achteren en fietst ermee weg. De politie omschrijft de man als 1.75-1.80 meter lang, met een normaal postuur, een lichte huidskleur, een rond gezicht met rimpels, een grote neus en lichte korte haren met inhammen. Hij droeg onder meer een lichte lange spijkerbroek voorzien van gaten en rafels, een lichte groene blouse en donkere gympen voorzien van een brede witte zool. (Voetnoot 3)

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de fietsen die hij gestolen heeft van het slot heeft gehaald met behulp van een loper en een moersleutel. De loper past op vaste ringsloten van het merk AXA. (Voetnoot 4)

De bewegende camerabeelden zijn ter terechtzitting bekeken. De rechtbank heeft geconstateerd dat het kettingslot waarmee het voorwiel van de fiets afgesloten was een insteekslot van het merk AXA betreft. Dit insteekslot zat in het vaste ringslot van de fiets. (Voetnoot 5)

Op basis van het voorgaande constateert de rechtbank dat het signalement van de man die de fiets heeft weggenomen in ’s-Heerenberg overeenkomt met de uiterlijke kenmerken van verdachte, in het bijzonder zijn haren (kort kapsel met inhammen) en (grote) neus. (Voetnoot 6) De weggenomen fiets betreft bovendien eenzelfde soort fiets als de fietsen waarvan verdachte ter terechtzitting heeft bekend dat hij ze in dezelfde periode op andere plekken in het oosten van Gelderland heeft weggenomen. Verder is het feit gepleegd in de periode waarin verdachte ter terechtzitting bekend heeft in die omgeving fietsen gestolen te hebben. Ook betreft het kettingslot een insteekslot van het merk AXA, hetzelfde merk als de vaste sloten waarvan verdachte heeft verklaard dat hij deze kan openen met een loper. Daarmee kan naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte ook de onder feit 3 ten laste gelegde diefstal heeft begaan.

Ten aanzien van feit 5

De rechtbank komt ook ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde feit tot een bewezenverklaring. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

[aangever 5] heeft op 22 juli 2025 digitaal aangifte gedaan van diefstal van een elektrische fiets van het merk Gazelle, type Grenoble C8hmb Connect. Uit de aangifte volgt dat de fiets op 22 juli 2025 tussen 9:10 en 9:15 uur is gestolen aan de Admiraal de Ruyterstraat 10 in Aalten. (Voetnoot 7)

De politie heeft de camerabeelden van de Jumbo, gelegen aan de Admiraal de Ruyterstraat 10 in Aalten, uitgekeken en beschreven. Op 22 juli 2025 vanaf omstreeks 08:54 uur loopt een man een aantal keren langs het pand van de Jumbo. Enkele minuten later komt de man weer in beeld en stopt bij een fiets in het fietsenrek voor de ingang. Hij gaat met beide handen richting het slot en is daar met zijn handen bezig. Vervolgens fietst de man met de fiets weg. Volgens de beschrijving van de politie heeft de man een aanwezige neus en (donker)blond kort haar en droeg hij onder meer zwarte Adidas-sneakers met een witte zool. (Voetnoot 8)

[aangever 4] , aangeefster van het tenlastegelegde onder feit 4, is in deze zaak door de politie als getuige gehoord. Zij heeft als volgt verklaard. Op 22 juli 2025 ging ze naar de Jumbo in Aalten om boodschappen te doen. Ze was meer alert dan normaliter, omdat haar eigen elektrische fiets enkele dagen eerder op deze locatie was weggenomen. Aan de zijkant van de Jumbo zag ze een blauwe Volkswagen Caddy staan met het kenteken [kenteken] . [aangever 4] zag dat een manspersoon een fiets in het busje zette. Zij omschrijft deze man als een opvallende man van 40 à 50 jaar oud en 1.80-1.85 meter lang, met kort blond haar waarvan de zijkanten en de achterkant waren opgeschoren. Op één arm had hij een tatoeage. Nadat [aangever 4] boodschappen had gedaan, zag ze een mevrouw zoekend rondkijken. De vrouw zei dat haar fiets was weggenomen. (Voetnoot 9)

Daarnaast betrekt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden bij de bewezenverklaring. Op 5 augustus 2025 werd aangifte gedaan van een fietsendiefstal gepleegd bij de Jumbo in Lichtenvoorde. Aangever [aangever 13] zag na de diefstal een blauwe Volkswagen Caddy de parkeerplaats van de Jumbo afrijden. Op de camerabeelden van de Jumbo was te zien dat een man de fiets in de Caddy tilde en vervolgens wegreed. (Voetnoot 10) Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij deze diefstal – die aan hem ten laste is gelegd onder feit 13 – heeft gepleegd en dat hij op de beelden te zien is. (Voetnoot 11)

Op 5 november 2025 is verdachte door de politie aangehouden bij de Jumbo in Dinxperlo. Bij zijn aanhouding werd een autosleutel aangetroffen, behorend bij een Volkswagen Caddy. Diezelfde dag werd door de politie op een parkeerplaats aan de Gelderseweg in Suderwick, Duitsland - 200 meter over de grens met Nederland - een blauwe Volkswagen Caddy aangetroffen. Op de Caddy zat een vals Nederlands kenteken ( [kenteken] ). In de auto werden de originele Poolse kentekenplaten van de auto aangetroffen. (Voetnoot 12)

De politie heeft [naam] , tenaamgestelde en eigenaar van een blauwe Volkswagen Caddy met kenteken [kenteken] , als getuige gehoord. [naam] heeft verklaard dat hij in augustus 2025 een bekeuring had ontvangen voor een overtreding begaan in Duitsland. Bij de verkeersboete was een foto gevoegd waarop een voor [naam] onbekende bestuurder te zien was, rijdend in een andere Volkswagen Caddy dan die van hem. Enkel de kentekenplaat van de auto kwam overeen met de auto van [naam] . [naam] denkt dat de bestuurder een vals kenteken op de auto had gezet. (Voetnoot 13) De politie heeft de blauwe Volkswagen Caddy van [naam] vergeleken met de Volkswagen Caddy op de beelden van de fietsendiefstal bij de Jumbo in Lichtenvoorde. Aan de hand van de kleur en de gril van de voertuigen is door de verbalisant geconstateerd dat het niet om hetzelfde voertuig gaat. Uit de bekeuring die [naam] heeft ontvangen, volgt dat de overtreding in Duitsland is begaan op 21 juli 2025. Op de foto’s is de verdachte te zien als bestuurder van de auto. (Voetnoot 14)

Gelet op al het voorgaande constateert de rechtbank dat het signalement van de man die de fiets op 22 juli 2025 in Aalten heeft weggenomen, zoals omschreven door de politie en getuige [aangever 4] , overeenkomt met de uiterlijke kenmerken van verdachte, in het bijzonder zijn (aanwezige/forse) neus, haardracht (kort) en de tatoeage op zijn arm. (Voetnoot 15)

Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat de Volkswagen Caddy die door getuige [aangever 4] op de parkeerplaats van de Jumbo in Aalten is gezien, hetzelfde voertuig betreft als de Caddy waarin verdachte reed bij de door hem bekende fietsendiefstal in Lichtenvoorde op 5 augustus 2025 en die op 5 november 2025 – de dag van de aanhouding van verdachte – net over de grens met Duitsland is aangetroffen. Eén dag voor de diefstal in Aalten is verdachte bovendien in Duitsland gefotografeerd terwijl hij in de betreffende Caddy een verkeersovertreding beging.

De werkwijze van verdachte bij het wegnemen van de fiets in Lichtenvoorde op 5 augustus 2025 komt bovendien overeen met de wijze waarop de fiets van [aangever 5] in Aalten is weggenomen op 22 juli 2025. Ook hier geldt dat de weggenomen fiets eenzelfde soort fiets betreft als de fietsen waarvan verdachte ter terechtzitting heeft bekend dat hij ze heeft weggenomen.

Gelet op al het voorgaande kan naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte de onder feit 5 ten laste gelegde diefstal heeft begaan.

3
De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 3 juli 2025 te Dinxperlo, gemeente Aalten, een elektrische fiets (merk: Gazelle, type: Grenoble C8 Hmb, framenummer: [nummer] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen elektrische fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en / of een valse sleutel, door met een loper, althans enig voorwerp, zonder toestemming van de rechthebbende, het slot van die fiets te

openen;

2.

hij op of omstreeks 16 mei 2025 te Aalten een elektrische fiets (merk: Gazelle, type: Arroyo C8 Hmb Elite, framenummer: [nummer] ), in elk geval enig goed,, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen elektrische fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en / of een valse sleutel, door met een loper, althans enig voorwerp, zonder toestemming van de rechthebbende, het slot van die fiets te openen;

3.

hij op of omstreeks 27 juni 2025 te 's-Heerenberg, gemeente Montferland, een elektrische fiets (merk: Gazelle, type Grenoble C7+, framenummer: [nummer] ), in elk geval enig goed,, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen elektrische fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en / of een valse sleutel, door met een loper, althans enig voorwerp, zonder toestemming van de rechthebbende, het slot van die fiets te openen;

4.

hij op of omstreeks 18 juli 2025 te Aalten een elektrische fiets (merk: Gazelle, type: Grenoble C380 Hmb L57 Ex Accu, framenummer: [nummer] ), in elk geval enig goed,, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 4] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen elektrische fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en / of een valse sleutel, door met een loper, althans enig voorwerp, zonder toestemming van de rechthebbende, het slot van die fiets te openen;

5.

hij op of omstreeks 22 juli 2025 te Aalten een (elektrische)fiets, in elk geval enig goed,, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 5] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen

(elektrische)fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en

/ of een valse sleutel, door met een loper, althans enig voorwerp, zonder toestemming van de rechthebbende, het slot van die fiets te openen;

6.

hij op of omstreeks 24 juni 2025 te Groenlo, gemeente Oost Gelre, een elektrische fiets (merk: Gazelle, type: Grenoble C8, framenummer: [nummer] ), in elk geval enig goed,, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 6] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen

elektrische fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en / of een valse sleutel, door met een loper, althans enig voorwerp, zonder toestemming van de rechthebbende, het slot van die fiets te openen;

7.

hij op of omstreeks 26 juli 2025 te Dinxperlo, gemeente Aalten, een elektrische fiets (merk: Gazelle, type: Grenoble C8, framenummer: [nummer] ), in elk geval enig goed,, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 7] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen elektrische fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en / of een valse sleutel, door met een loper, althans enig voorwerp, zonder toestemming van de rechthebbende, het slot van die fiets te openen;

8.

hij op of omstreeks 31 juli 2025 te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre, een elektrische fiets (merk: Gazelle, type: Grenoble C8 Hmb, framenummer: [nummer] ), in elk geval enig goed,, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 8] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen elektrische fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en / of een valsel sleutel, door met een loper, althans enig voorwerp, zonder toestemming van de rechthebbende, het slot van die fiets te openen;

9.

hij op of omstreeks 15 augustus 2025 te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre, elektrische fiets (merk: Gazelle, type: Grenoble C8, framenummer: [nummer] ), in elk geval enig goed,, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 9] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen elektrische fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en / of valse sleutel, door

met een loper, althans enig voorwerp, zonder toestemming van de rechthebbende, het slot van die fiets te openen;

10.

hij op of omstreeks 17 oktober 2025 te Dinxperlo, gemeente Aalten, een elektrische fiets (merk: Gazelle, type: orange C7+ Hmb, framenummer: [nummer] ), in elk geval enig goed,, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 10] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen elektrische fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en / of een valse sleutel, door met een loper, althans enig voorwerp, zonder toestemming van de rechthebbende, het slot van die fiets te openen;

11.

hij op of omstreeks 22 oktober 2025 te Aalten elektrische fiets (merk: Gazelle, type: Grenoble C8 Hmb, framenummer: [nummer] ), in elk geval enig goed,, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 11] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om

het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen elektrische fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en / of een valse sleutel, door met een loper, althans enig voorwerp, zonder toestemming van de rechthebbende, het slot van die fiets te openen;

12.

hij op of omstreeks 30 oktober 2025 te Dinxperlo, gemeente Aalten, elektrische fiets (merk: Gazelle, type: Orange C7+ Hmb, framenummer [nummer] ), in elk geval enig goed,, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 12] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen elektrische fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en / of een valse sleutel, door met een loper, althans enig voorwerp, zonder toestemming van de rechthebbende, het slot van die fiets te openen;

13.

hij op of omstreeks 5 augustus 2025 te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre, een elektrische fiets (merk: Gazelle, type: Grenoble C7+ Hmb, framenummer: [nummer] ), in elk geval enig goed,, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 13] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft wegenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen elektrische fietsen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en / of een valse sleutel, door met een loper, althans enig voorwerp, zonder toestemming van de rechthebbende, het slot van die fiets te openen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4
De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 t/m 13, telkens:

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en valse sleutels.

5
De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6
De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Overwegingen

7
De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 26 maanden, met aftrek van de tijd die door verdachte reeds in voorarrest is doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat het onvoorwaardelijke strafdeel zoveel mogelijk wordt beperkt tot maximaal één jaar gevangenisstraf. Daarnaast kan een voorwaardelijk deel worden opgelegd als stok achter de deur. Ook kan een taakstraf worden opgelegd, zodat verdachte bij invrijheidstelling een nuttige dagbesteding heeft.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

De ernst van het feit

Verdachte heeft zich in de periode van mei tot en met oktober 2025 schuldig gemaakt aan diefstal van 13 elektrische fietsen. Terwijl de slachtoffers boodschappen deden, haalde verdachte hun fietsen met een loper en moersleutel in een mum van tijd van het slot en fietste ermee weg of zette ze in een Volkswagen Caddy-busje en reed met het busje weg. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij zocht naar elektrische fietsen met een bepaald type slot. Met zijn handelen heeft verdachte een grove inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de slachtoffers. Dergelijke feiten zorgen voor veel schade, overlast en ergernis. Dit geldt temeer nu het elektrische fietsen betreft, die duur zijn in aanschaf. Verdachte heeft bij het plegen van deze feiten alleen rekening gehouden met zijn eigen gewin en niet stilgestaan bij de gevolgen voor anderen.

Verdachte heeft de feiten in eerste instantie ontkend en zich toen grotendeels op het zwijgrecht beroepen. Ter terechtzitting heeft hij (deels) openheid van zaken gegeven en spijt betuigd. Ook heeft hij zich bereid verklaard de schade van de slachtoffers te vergoeden.

De persoon van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte. Daaruit volgt dat verdachte in de afgelopen jaren vaker is veroordeeld voor (soortgelijke) strafbare feiten. In 2023 is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van een jaar, onder meer voor het medeplegen van meerdere fietsendiefstallen waarbij gebruik werd gemaakt van valse sleutels.

Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het rapport van de reclassering van 28 december 2025. Daaruit volgt dat verdachte bij de reclassering heeft ontkend dat hij de diefstallen heeft gepleegd. In algemene zin is gebleken dat verdachte als arbeidsmigrant in Nederland verblijft en dat hij in de periode rond het overlijden van zijn moeder in oktober 2025 overmatig alcohol heeft geconsumeerd. Hij zou dagelijks twee tot circa drie flessen wodka hebben gedronken op dagen wanneer hij niet werkzaam was. Vanwege de ontkennende houding van verdachte kon de reclassering niet tot duiding van mogelijke (delictgerelateerde) criminogene factoren en/of het opstellen van een plan van aanpak komen. Verdachte beheerst de Nederlandse taal niet en heeft geen vaste verblijfsadres in Nederland. De reclassering acht reclasseringsbemoeienis daarom niet geïndiceerd en adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden.

De op te leggen straf

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank verder gekeken naar de oriëntatiepunten voor de rechtspraak en straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Daarom komt de rechtbank tot oplegging van een lagere straf dan door de officier van justitie is gevorderd. Gelet op het grote aantal feiten, in combinatie met het gegeven dat verdachte al eerder is veroordeeld voor fietsendiefstal, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één jaar – zoals bepleit door de verdediging - in dit geval te laag en dus evenmin niet passend. Ook ziet de rechtbank geen aanknopingspunten voor een voorwaardelijk strafdeel.

Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden passend en geboden. Zij zal deze dan ook opleggen. De tijd die verdachte al in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zal in mindering worden gebracht op de straf.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

8
De beoordeling van de civiele vorderingen

De volgende benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd en een vordering tot schadevergoeding ingediend:

[aangever 1] vordert een bedrag van € 571,- aan materiële schade in verband met feit 1;

[aangever 3] vordert een bedrag van € 3.112,90 aan materiële schade in verband met feit 3;

[aangever 4] vordert een bedrag van € 1.500,- aan materiële schade in verband met feit 4;

[aangever 6] vordert een bedrag van € 522,- aan materiële schade en vordert immateriële schade, gesteld op p.m., in verband met feit 6;

[aangever 8] vordert een bedrag van € 3.916,- aan materiële schade in verband met feit 8;

[aangever 10] vordert een bedrag van € 1.000,- aan materiële schade in verband met feit 10;

[aangever 12] vordert een bedrag van € 2.794,- aan materiële schade in verband met feit 12;

[aangever 13] vordert een bedrag van € 3.314,- aan materiële schade in verband met feit 13;

telkens vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Ook [aangever 2] heeft een verzoek tot schadevergoeding ingediend in verband met feit 2. In de vordering zijn geen schadebedragen ingevuld.

Het standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van de vordering van [aangever 3] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, omdat niet is komen vast te staan dat zij als klant van Lease-a-bike zelf schade heeft geleden.

Ten aanzien van de vordering van [aangever 6] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de verhoging van de verzekeringspremie ten bedrage van € 152,- niet voor toewijzing in aanmerking komt.

Ten aanzien van de vordering van [aangever 12] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de vordering toewijsbaar is tot een bedrag van € 2.644,-, bestaande uit het bedrag dat op de aankoopbon van de fiets staat vermeld en het gevorderde bedrag voor de fietstassen. Omdat niet is gebleken dat de benadeelde partij daadwerkelijk een nieuwe fiets heeft aangeschaft voor het gevorderde bedrag van € 2.749,-, dient zij voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Ten aanzien van de vordering van [aangever 2] heeft de officier van justitie geen standpunt ingenomen.

Voor het overige heeft de officier zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen voldoende zijn onderbouwd en toewijsbaar zijn, met toekenning van de wettelijke rente vanaf het moment dat de betreffende fiets is weggenomen en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, met het bijbehorende aantal dagen gijzeling.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van alle vorderingen in het algemeen op het standpunt gesteld dat de schadebedragen dienen te worden berekend op basis van de waarde van de fiets op het moment van de diefstal (de dagwaarde), waarbij rekening wordt gehouden met de afschrijving sinds het moment van aanschaf van de fiets. Primair heeft de verdediging bepleit dat daarbij een afschrijvingspercentage van 30% in het eerste jaar en 12,5% per opvolgend jaar moet worden gehanteerd. Subsidiair heeft de verdediging de rechtbank verzocht om de schattingsbevoegdheid te gebruiken bij het bepalen van de dagwaarde van de gestolen fietsen.

Ten aanzien van de vorderingen van [aangever 1] en [aangever 10] heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat deze dienen te worden afgewezen, omdat in beide gevallen de volledige aankoopwaarde van de fiets – en daarmee ook de dagwaarde – blijkens de vordering al vergoed is door verzekering.

Ten aanzien van de vordering van [aangever 3] heeft de verdediging aangevoerd dat deze dient te worden afgewezen, omdat er sprake is van een leaseconstructie. Blijkens de vordering krijgt lessee Stichting Sensire de beschikking over de fiets. De bijgevoegde factuur staat ook op naam van Sensire. Daarmee lijkt de lessee de belanghebbende, en niet [aangever 3] .

Ten aanzien van de vordering van [aangever 4] heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat deze kan worden toegewezen tot een bedrag van € 1.203,13 en voor het overige niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Daartoe is aangevoerd dat de fiets op 6 maart 2021 is gekocht voor een bedrag van € 2.750,- en op 18 juli 2025 is gestolen. Met inachtneming van de afschrijving van 30% in het eerste jaar en 37,5% voor de opvolgende drie jaren resteert een dagwaarde van € 1.203,13.

Ten aanzien van de vordering van [aangever 6] heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, omdat de volledige aankoopwaarde van de fiets – en daarmee ook de dagwaarde – reeds volledig is vergoed door de verzekering. De andere opgevoerde schadeposten, te weten een nieuw kettingslot en de verhoging van de verzekeringspremie, betreft geen (rechtstreekse) schade die voor vergoeding in aanmerking komt.

Ten aanzien van de vordering van [aangever 8] is betoogd dat deze kan worden toegewezen tot een bedrag € 1.911,53. Daartoe is aangevoerd dat de fiets op 19 oktober 2022 is aangeschaft voor een bedrag van € 3.641,- en dat deze op 31 juli 2025 is gestolen. Met inachtneming van de afschrijving van 30% in het eerste jaar en 25% voor de opvolgende twee jaren resteert een dagwaarde van € 1.911,53. De gevorderde kosten voor aanpassing van het stuur en het setje van de schoonheidsspecialist zijn niet onderbouwd met stukken. De verdediging verzoekt de rechtbank om de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.

Ten aanzien van de vordering van [aangever 12] heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen tot een bedrag van € 1.364,48. Daartoe is aangevoerd dat de gestolen fiets op 28 mei 2022 is aangeschaft voor een bedrag van € 2.599,- en dat de fiets op 30 oktober 2025 is weggenomen. Met inachtneming van de afschrijving van 30% in het eerste jaar en 25% voor de opvolgende twee jaren resteert een dagwaarde van € 1.364,48. De schadepost van de fietstassen is niet nader onderbouwd met stukken. De verdediging verzoekt de rechtbank om de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.

Ten aanzien van de vordering van [aangever 13] heeft de verdediging betoogd dat de vordering kan worden toegewezen tot een bedrag van € 2.029,83 en voor het overige niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Daartoe is aangevoerd dat de fiets op 14 oktober 2023 is aangekocht voor een bedrag van € 3.314,-. De fiets is op 5 augustus 2025 weggenomen. Met inachtneming van de afschrijving van 30% in het eerste jaar en 12,5% in het tweede jaar resteert een dagwaarde van € 2.029,83.

Ten aanzien van de vordering van [aangever 2] heeft de verdediging de rechtbank verzocht om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, omdat daarin de schadebedragen ontbreken.

Overwegingen van de rechtbank

Algemene opmerking over de bepaling van de waarde van de fiets

Voor alle benadeelde partijen die zich in deze strafzaak hebben gevoegd geldt dat hun fiets is gestolen en dat zij verdachte willen aanspreken tot vergoeding van de geleden schade. De vorderingen zien veelal op vergoeding van de aanschafwaarde van de gestolen fiets, dan wel de kosten van een nieuw aangeschafte fiets.

Bij diefstal van goederen geldt echter als uitgangspunt dat de schade wordt begroot aan de hand van de waarde die het goed – in dit geval de fiets – had op de dag van de diefstal, oftewel de dagwaarde van de fiets. Deze dagwaarde wordt bepaald door van de oorspronkelijke aanschafwaarde van de fiets een bedrag af te trekken voor de inmiddels opgetreden waardevermindering als gevolg van het gebruik van de fiets, de ‘afschrijving’. De kosten die gemaakt zijn voor de aanschaf van een nieuwe fiets, komen niet voor vergoeding in aanmerking.

De rechtbank zal de schade begroten met inachtneming van een jaarlijks afschrijvingspercentage van 10%.

Ten aanzien van de benadeelde partijen [aangever 1] en [aangever 10]

Uit de bewezenverklaarde gedragingen van verdachte en het onderzoek ter terechtzitting volgt dat de aankoopwaarde van de gestolen fietsen – en daarmee ook de dagwaarde van de fietsen – reeds is vergoed door de verzekeraars. De gevorderde bedragen zien op het verschil tussen de aankoopwaarde van de gestolen fiets en de kosten van de aanschaf van een nieuwe fiets. Zoals hiervoor reeds opgemerkt, komen deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank zal de vorderingen daarom afwijzen.

Ten aanzien van de benadeelde partij [aangever 3]

De benadeelde partij [aangever 3] heeft een vordering ingediend van in totaal € 3.112,90 aan materiële

schade in verband met de diefstal van een elektrische fiets. De vordering is onderbouwd met een

leaseovereenkomst, ondertekend door Stichting Sensire als lessee van de fiets. De rechtbank kan op basis van de stukken niet vaststellen dat [aangever 3] degene is geweest die financiële schade heeft geleden door de diefstal en zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

Ten aanzien van de benadeelde partij [aangever 4]

Uit de bewezenverklaarde gedragingen van verdachte en het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

[aangever 4] heeft een vordering ingediend van in totaal € 1.500,-, bestaande uit de dagwaarde van de gestolen fiets. Uit de bijgevoegde factuur volgt dat de fiets op 6 maart 2021 is aangekocht voor een bedrag van € 2.750,-. De fiets is op 18 juli 2025 gestolen. Met inachtneming van de afschrijving over vier jaren zal de rechtbank het gevorderde bedrag van

€ 1.500,- geheel toewijzen.

Verdachte is over het toegewezen bedrag wettelijke rente verschuldigd vanaf 18 juli 2025 2025.

Ten aanzien van de benadeelde partij [aangever 6]

Uit de bewezenverklaarde gedragingen van verdachte en het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

[aangever 6] heeft een vordering ingediend van in totaal € 522,- aan materiële schade, bestaande uit:

€ 152,- voor de verhoging van de verzekeringspremie voor de nieuwe fiets;

€ 20,- voor het gestolen tweede slot;

€ 300,- voor de aanschaf van een nieuwe fiets;

€ 50,- voor een nieuw extra slot.

Uit de vordering volgt dat de aankoopwaarde van de gestolen fiets – en daarmee ook de dagwaarde van de fiets – reeds is vergoed door de verzekering. Het gevorderde bedrag van € 300,- ziet op het verschil tussen de aankoopwaarde van de gestolen fiets en de kosten van de aanschaf van een nieuwe fiets. Zoals hiervoor reeds opgemerkt, komen deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank zal de vordering op dit punt afwijzen.

Het bedrag van € 20,- voor het gestolen tweede slot is voldoende onderbouwd en komt de rechtbank redelijk voor, zodat de rechtbank het gevorderde bedrag zal toewijzen. Daarmee is de schade voor het gestolen tweede slot gedekt. Het daarnaast gevorderde bedrag van € 50,- voor de aanschaf van een nieuw extra slot zal derhalve worden afgewezen.

Het gevorderde bedrag voor de verhoging van de verzekeringspremie voor de nieuwe fiets is niet onderbouwd. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren ten aanzien van dit deel in de vordering.

Ten aanzien van de immateriële schade is geen schadebedrag gevorderd. De rechtbank zal de benadeelde partij op dit punt niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

Verdachte is over het toegewezen bedrag van in totaal € 20,- wettelijke rente verschuldigd vanaf 24 juni 2025.

Ten aanzien van de benadeelde partij [aangever 8]

Uit de bewezenverklaarde gedragingen van verdachte en het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

[aangever 8] heeft een vordering ingediend van in totaal € 3.916,- aan materiële schade, bestaande uit:

€ 3.641,- voor de aankoopwaarde van de gestolen fiets;

€ 100,- voor de aanpassing van het stuur aan de gestolen fiets;

€ 175,- voor het setje van schoonheidsspecialiste dat zich in de fietstas van de gestolen bevond ten tijde van de diefstal.

Uit de bij de vordering gevoegde factuur volgt dat de gestolen fiets op 19 oktober 2022 is aangekocht voor een bedrag van € 3.641,40. De fiets is gestolen op 31 juli 2025. Met inachtneming van de afschrijving over drie jaren resteert een dagwaarde van € 2.548,91. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen en het gevraagde bedrag van € 3.641,- voor het overige afwijzen.

De kosten voor aanpassing van het stuur zijn naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd met een foto van het aangepaste stuur en zijn toewijsbaar. De rechtbank zal de kosten naar maatstaven van billijkheid schatten op het gevorderde bedrag van € 100,-.

De gevorderde kosten voor het setje van de schoonheidsspecialiste zijn voldoende onderbouwd met de bijgevoegde factuur gedateerd op de dag van de diefstal. De rechtbank zal het gevraagde bedrag van € 175,- toewijzen.

In totaal zal de rechtbank een bedrag toewijzen van € 2.823,91 aan materiële schade. Verdachte is over het toegewezen bedrag wettelijke rente verschuldigd vanaf 31 juli 2025.

Ten aanzien van de benadeelde partij [aangever 12]

Uit de bewezenverklaarde gedragingen van verdachte en het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

[aangever 12] heeft een vordering ingediend van in totaal € 2.794,00 aan materiële schade, bestaande uit:

€ 2.749,- voor de aanschafwaarde van een vervangende fiets;

€ 45,- voor de gestolen dubbele fietstassen.

Uit de bijgevoegde factuur volgt dat de gestolen fiets op 28 mei 2022 is aangekocht voor een bedrag van € 2.599,-. De fiets is gestolen op 30 oktober 2025. Met inachtneming van de afschrijving over drie jaren resteert een dagwaarde van € 1.819,30. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen en het gevraagde bedrag van € 2.749,- voor het overige afwijzen.

Uit de beschreven camerabeelden in het dossier volgt dat de dubbele fietstassen op de fiets zaten toen deze werd gestolen. Het gevraagde bedrag van € 45,- komt de rechtbank bovendien redelijk voor, zodat dit bedrag geheel zal worden toegewezen.

In totaal zal de rechtbank een bedrag toewijzen van € 1.864,30 aan materiële schade. Verdachte is over het toegewezen bedrag wettelijke rente verschuldigd vanaf 30 oktober 2025.

Ten aanzien van de benadeelde partij [aangever 13]

Uit de bewezenverklaarde gedragingen van verdachte en het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

[aangever 13] heeft een vordering ingediend van in totaal € 3.314,- aan materiële schade, bestaande uit de aanschafwaarde van de gestolen fiets. Uit de bijgevoegde factuur volgt dat de fiets op 14 oktober 2023 is aangekocht voor een bedrag van € 3.314,-. De fiets is gestolen op 5 augustus 2025. Met inachtneming van de afschrijving over drie jaren resteert een dagwaarde van € 2.319,80. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen en het gevorderde bedrag voor het overige afwijzen.

Verdachte is over het toegewezen bedrag van in totaal € 2.319,80 wettelijke rente verschuldigd vanaf 5 augustus 2025.

Ten aanzien van de benadeelde partij [aangever 2]

In de schadevordering ingediend door de benadeelde partij [aangever 2] ontbreekt een schadebedrag en informatie om de schade te kunnen vaststellen. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen voor de toegewezen bedragen.

9
De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

10
De beslissing

De rechtbank:

? verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

? verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

? verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

? verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

? veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden;

? beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 1]

? wijst de vordering tot materiële schade van de benadeelde partij [aangever 1] af;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 2]

? verklaart de benadeelde partij [aangever 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 3]

? verklaart de benadeelde partij [aangever 3] niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 4]

veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 4 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 4] van € 1.500,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 juli 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 4] , een bedrag te betalen van € 1.500,- aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 juli 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 15 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 6]

veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 6 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 6] van € 20,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 juni 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

? verklaart de benadeelde partij [aangever 6] niet-ontvankelijk in de vordering tot betaling van schadevergoeding van € 152,- aan materiële schade (de verhoging van de verzekeringspremie voor de nieuwe fiets);

? wijst de vordering tot materiële schade voor het overige af;

? verklaart de benadeelde partij [aangever 6] niet-ontvankelijk in de vordering tot smartengeld;

legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 6] , een bedrag te betalen van € 20,- aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 juni 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kan één (1) dag gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 8]

veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 8 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 8] van € 2.823,91 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

? wijst de vordering tot materiële schade voor het overige af;

legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 8] , een bedrag te betalen van € 2.823,91 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 28 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 10]

? wijst de vordering tot materiële schade van de benadeelde partij [aangever 10] af;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 12]

veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 12 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 12] van € 1.864,30 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 oktober 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

? wijst de vordering tot materiële schade voor het overige af;

legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 12] , een bedrag te betalen van € 1.864,30 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 oktober 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 18 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 13]

veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 13 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 13] van € 2.319,80 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 augustus 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

? wijst de vordering tot materiële schade voor het overige af;

legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 13] , een bedrag te betalen van € 2.319,80 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 augustus 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 23 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. van Leeuwen (voorzitter), mr. S.W. van Kasbergen en mr. T.M.A. Arts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.K. Verberkt, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 maart 2026.

Voetnoot

Voetnoot 1

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025370949, gesloten op 4 november 2025, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

Voetnoot 2

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , p. 67-68.

Voetnoot 3

Het proces-verbaal van bevindingen, p. 69-70, 74-8.

Voetnoot 4

De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting op 18 februari 2026.

Voetnoot 5

De waarneming van de rechtbank ter terechtzitting op 18 februari 2026.

Voetnoot 6

De processen-verbaal van bevindingen, p. 33, p. 36, p. 135; p. 196, p. 82.

Voetnoot 7

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 5] , p. 110.

Voetnoot 8

Het proces-verbaal van bevindingen, p. 115.

Voetnoot 9

Het proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 4] , p. 112

Voetnoot 10

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 13] , p. 140.

Voetnoot 11

De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting op 18 februari 2026.

Voetnoot 12

Het proces-verbaal van bevindingen, p. 62.

Voetnoot 13

Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam] , p. 18-20.

Voetnoot 14

Het proces-verbaal van bevindingen, p. 38, 45-46.

Voetnoot 15

De processen-verbaal van bevindingen, p. 33, p. 82.