Rechtbank Gelderland, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBGEL:2026:4929

Op 23 June 2026 heeft de Rechtbank Gelderland een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 05.216282.25, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBGEL:2026:4929. De plaats van zitting was Zutphen.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
05.216282.25
Datum uitspraak:
23 June 2026
Datum publicatie:
23 June 2026

Indicatie

De rechtbank veroordeelt een 54-jarige man voor het aanwezig hebben van een enorme hoeveelheid cocaïne tot een gevangenisstraf van 5 jaar.

In de loods die de man huurde stond 1587 kilo cocaïne opgeslagen. De man opende de roldeur van de loods, waarna 2 voertuigen naar binnen reden. De voertuigen kwamen geladen met de dozen met cocaïne weer naar buiten.

De rechtbank veroordeelde eerder de medeverdachten voor het vervoeren van de cocaïne tot gevangenisstraffen van 30 maanden (waarvan 6 maanden voorwaardelijk) tot 7 jaar.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05.216282.25

Datum uitspraak : 23 juni 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1972 in [geboorteplaats] (Marokko),

wonende aan [adres 1] in [woonplaats] ,

op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfplaats] .

Raadsman: mr. R.D.A. van Boom, advocaat in Utrecht.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1
De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 8 juli 2025 te Lelystad, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 1587 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en/of een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 8 juli 2025 te Lelystad, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft/hebben afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad, ongeveer 1587 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 8 juli 2025 te Lelystad, opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door aan die [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] het pand aan de [adres 2] te Lelystad ten behoeve van voornoemd misdrijf ter beschikking te stellen.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs  (Voetnoot 1)

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 8 juli 2025 heeft een observatieteam van de politie om 13.54 uur waargenomen dat een Ford Transit met het kenteken [kenteken 1] met daarin de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] bij het bedrijf Multibox, gevestigd op het adres [adres 3] in Gorinchem, naar binnen reed. Een medewerker van Multibox verklaarde dat de Ford Transit op de eerste etage bij de opslagbox met nummer 62 stond, dat de roldeur van de box was geopend en dat de Ford Transit met geopende deuren van de laadruimte dicht bij de box stond geparkeerd. Op videobeelden zag verbalisant dat een elektrische palletwagen bij de laadruimte van de Ford Transit stond en dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] dozen en cilindervormige verpakkingen uit de Ford Transit haalden en de box in droegen. Omstreeks 14:18 uur kwam een andere man aanlopen, die door het observatieteam werd herkend als medeverdachte [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] maakte gebruik van een Iveco met het kenteken [kenteken 2] . [medeverdachte 2] ging naar box 62 en sprak met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] , die verder gingen met uitladen. [medeverdachte 1] haalde twee zwart- en cilindervormige objecten uit de laadruimte van de Ford Transit en liep daarmee naar de voorzijde van de Ford Transit. De cilindervormige pakketten leken rollen verpakkingsfolie. Omstreeks 14.23 uur liep [medeverdachte 2] weg in de richting van waar hij was aan komen lopen. Omstreeks 14.27 uur stapten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] in de Ford Transit, waarna de Ford Transit het pand verliet. (Voetnoot 2)

Het observatieteam heeft op 8 juli 2025 om 16.29 uur waargenomen dat [medeverdachte 2] met de Iveco en [medeverdachte 1] met de Ford Transit stopten op de [adres 2] in Lelystad. Beide auto’s reden vervolgens om 16.51 uur naar een groene roldeur aan de voorzijde van het pand. De groene roldeur werd geopend door [verdachte] (verdachte). De Iveco en de Ford Transit reden het pand in, waarna de groene roldeur werd gesloten. Om 17.09 uur opende verdachte de roldeur, waarna de Ford Transit naar buiten reed en voor de groene roldeur bleef staan. De Ford Transit reed korte tijd later weg. Om 17.14 uur verliet de Iveco het pand via de groene roldeur. In de laadklep stonden drie pallets met dozen die waren afgedekt met zwart plastic. (Voetnoot 3)

De bestuurder van de Ford Transit met het kenteken [kenteken 1] is om 18:16 uur aangehouden voor het toegangshek van Multibox in Gorinchem. De bestuurder van de Iveco met het kenteken [kenteken 2] is om 18:21 uur aangehouden in Hoogblokland. (Voetnoot 4)

In de laadbak van het voertuig met het kenteken [kenteken 2] (de Iveco) stonden drie pallets met op iedere pallet 20 gelijkende dozen. In 59 dozen zaten in ieder 20 pakketten met diverse opdrukken met daarin een witgekleurd blok en in één doos zaten veertien pakketten met diverse opdrukken met daarin een witgekleurde blok. Het totaal aantal pakketten bedroeg 1194 stuks. Netto na berekening bedroeg de totale inhoud van alle 1194 pakketten samen 1188925.50 gram, de rechtbank begrijp 1.188,93 kilogram. (Voetnoot 5) Verbalisanten merkten bij de pakketten aangetroffen in de laadbak van dit voertuig op dat ze gekoeld en nattig aanvoelden en naar vis roken. (Voetnoot 6)

In de laadruimte van het voertuig met kenteken [kenteken 1] (de Ford Transit) lagen 20 gelijkende wit gekleurde dozen met daarin in iedere doos 20 pakketten met diverse stempels en opdrukken met daarin wit gekleurde blokken. Het totaal aantal pakketten bedroeg 400 stuks. Netto na berekening bedroeg de totale inhoud van alle 400 pakketten samen 398300,00 gram, de rechtbank begrijpt 398,3 kilogram. (Voetnoot 7)

Van de pakketten die in beide voertuigen zijn aangetroffen, zijn monsters genomen. Deze monsters zijn positief getest op cocaïne. (Voetnoot 8) De lading van de Ford Transit en de Iveco betrof in totaal netto 1.587 kilogram cocaïne. (Voetnoot 9)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Hij heeft ten aanzien van het primair tenlastegelegde betoogd dat bewijs ten aanzien van een samenwerking met de medeverdachten ontbreekt. Ook kan niet worden gesteld dat verdachte de verdovende middelen in zijn machtssfeer heeft gehad dan wel dat verdachte wetenschap had van de verdovende middelen of de aanmerkelijke kans daarop. De raadsman heeft ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde betoogd dat er geen bewijs is dat verdachte behulpzaam is geweest of middelen heeft verschaft. Verdachte heeft zijn loods ter beschikking gesteld, maar bewijs dat sprake is geweest van opzet op het aanwezig hebben van cocaïne ontbreekt.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank stelt op grond van de vaststaande feiten vast dat op 8 juli 2025 in een opslagbox van Multibox, gevestigd in Gorinchem, bedrijvigheid is waargenomen waarbij een Ford Transit met het kenteken [kenteken 1] en een Iveco met het kenteken [kenteken 2] betrokken waren. Deze voertuigen zijn omstreeks 14.27 uur vertrokken vanaf Multibox en zijn omstreeks 16.29 uur aangekomen bij het pand op de [adres 2] in Lelystad. Beide voertuigen zijn via een groene roldeur die door verdachte werd geopend het pand binnen gereden. Omstreeks 17.14 uur zijn beide voertuigen weer vertrokken, waarbij verdachte opnieuw de roldeur opende. Nadat de bestuurders van beide voertuigen waren aangehouden bleek dat de voertuigen pakketten vervoerden met daarin verpakkingen met cocaïne, in totaal 1587 kilogram.

De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of verdachte betrokken is geweest bij het vervoeren dan wel aanwezig hebben van de aangetroffen cocaïne.

De rechtbank is van oordeel dat het dossier geen bewijs bevat voor betrokkenheid van verdachte bij het vervoeren van de cocaïne, zodat verdachte daarvan wordt vrijgesproken.

Ten aanzien van het aanwezig hebben van de cocaïne overweegt de rechtbank als volgt.

Uit de vaststaande feiten kan worden afgeleid dat de Ford Transit en de Iveco zonder lading bij het pand op de [adres 2] in Lelystad aankwamen en dat de roldeur door verdachte werd geopend. Verdachte heeft verklaard dat hij het pand aan de [adres 2] in Lelystad huurde en dat hij de enige gebruiker was. (Voetnoot 10) Uit de voornoemde observaties blijkt dat de beide voertuigen met een lading vertrokken zijn vanaf de [adres 2] in Lelystad en dat de roldeur toen opnieuw door verdachte is geopend. De lading van beide voertuigen bestond, naar later bleek, uit in totaal 1.587 kilogram cocaïne. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat de beide voertuigen moeten zijn geladen in de loods van verdachte en dat de cocaïne in zijn loods opgeslagen heeft gestaan. Verdachte heeft de roldeur geopend om beide voertuigen binnen te laten in zijn loods en om beide voertuigen uit de loods te laten vertrekken. Niet gesteld is en evenmin is gebleken dat verdachte in die tussentijd de loods heeft verlaten. De rechtbank is daarom van oordeel dat verdachte bij het laden van de beide voertuigen aanwezig is geweest.

Vervolgens staat de rechtbank stil bij de vraag of verdachte wetenschap heeft gehad van de cocaïne die in de dozen was verpakt.

Onder verdachte is op 9 juli 2025 een telefoon in beslag genomen, te weten een Samsung Galaxy S24 Ultra. Op het toestel werd ten aanzien van Google, Gmail, Outlook en Odido gebruik gemaakt van de username “ [e-mailadres] ” en in het toestel werden diverse afbeeldingen aangetroffen waarop verdachte was te zien. Verder bleek uit de politiesystemen dat de roepnaam van verdachte ‘ [verdachte] ’ is. (Voetnoot 11) De rechtbank leidt daaruit af dat de telefoon bij verdachte in gebruik was.

Uit onderzoek van de telefoon blijkt dat op 8 juli 2025 om 23.23 uur is gezocht op “Gorinchem 112”. Uit de telefoon blijkt verder dat op 8 juli 2025 geen contact is geweest met de medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] of [medeverdachte 2](Voetnoot 12)

Toen verdachte op 29 november 2025 werd aangehouden, zijn onder hem twee telefoons in beslag genomen, waaronder een Samsung A16 5G. In de telefoon werden selfies van verdachte en een foto van zijn paspoort aangetroffen. De telefoon bleek actief vanaf 10 juli. (Voetnoot 13) De rechtbank leidt hieruit af dat de telefoon vanaf 10 juli 2025 bij verdachte in gebruik was, temeer omdat op 9 juli 2025 zijn telefoon in beslag was genomen.

In de telefoon is een foto aangetroffen van diverse zwarte pakketjes. Deze pakketjes leken overeen te komen met de pakketten die in de Ford Transit en de Iveco zijn aangetroffen. Ook is een gesprek aangetroffen met het contact “ [alias] ” waarin verdachte zegt dat in de op 9 juli 2025 in beslag genomen telefoon alleen ‘normale’ contacten stonden. (Voetnoot 14) De rechtbank kan op grond hiervan niet uitsluiten dat verdachte ook gebruik heeft gemaakt van een telefoon waarin mogelijk criminele activiteiten werden besproken dan wel geregeld.

De rechtbank overweegt dat er een grote hoeveelheid cocaïne van ruim 1.500 kilo in de loods van verdachte opgeslagen is geweest, met een straatwaarde van vele miljoenen euro’s. Niet aannemelijk is dat criminelen een dusdanig hoeveelheid cocaïne bij verdachte zouden hebben opgeslagen als verdachte niets van de inhoud van de pakketten zou hebben geweten. Algemeen bekend is dat criminelen in de cocaïnehandel, waarbij sprake is van dergelijke grote hoeveelheden, geen gebruik maken van onwetende derden. Daarbij lijkt het tekstbericht dat in de in beslag genomen telefoon alleen maar ‘normale’ contacten stonden erop te wijzen dat verdachte wel wist dat er cocaïne in zijn loods lag opgeslagen. De rechtbank acht daarbij verder van belang dat op 9 juli 2025 omstreeks 00.26 uur een doorzoeking van het pand aan de [adres 2] in Lelystad heeft plaatsgevonden (Voetnoot 15). Verdachte had een uur daarvoor al, op 8 juli 2025 om 23.23 uur, als zoekterm “Gorinchem 112” ingevoerd. Circa vijf uur daarvoor waren de medeverdachten in Gorinchem en Hoogblokland aangehouden met de drugs, maar daarover had de politie nog niets over gecommuniceerd. (Voetnoot 16) Dit wijst erop dat verdachte wist van de inhoud van de lading en de mogelijkheid dat de medeverdachten daarmee zouden worden opgepakt.

De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de cocaïne in zijn loods. Bovendien was de cocaïne in zijn machtssfeer nu hij huurder en de enige gebruiker van de loods was. Verdachte heeft toen de Ford Transit en de Iveco arriveerden, de roldeur geopend om beide voertuigen toegang te verlenen tot zijn loods en is bij het laden van de voertuigen aanwezig geweest. Daarna heeft hij de roldeur geopend om beide voertuigen, die inmiddels waren geladen met de cocaïne, te laten vertrekken uit zijn loods.

De rechtbank acht op basis van het voorgaande bewezen dat verdachte opzettelijk cocaïne in zijn loods aanwezig heeft gehad.

De rechtbank ziet geen bewijs voor medeplegen van het aanwezig hebben van de cocaïne.

Het door verdachte geschetste alternatieve scenario, dat een bekende van hem vroeg om pallets te lossen die na een uur weer zouden worden opgehaald, is op geen enkele wijze onderbouwd en acht de rechtbank niet aannemelijk. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat verdachte hier pas ter terechtzitting voor het eerst over heeft verklaard, waardoor onderzoek van het alternatieve scenario niet mogelijk was. Daarnaast kan verdachte niet verklaren waarom de koelwagen die de pallets zou hebben afgeleverd, niet direct door is gereden naar de kennelijke opslagplaats in Gorinchem. Verdachte heeft verder verklaard dat er schapenvet in de pakketten zou hebben gezeten, maar heeft geen onderzoek daarnaar gedaan. Ook vindt de rechtbank het bevreemdend dat verdachte niets had afgesproken over een vergoeding voor de tijdelijke opslag, maar er wel vanuit ging dat hij daarvoor een vergoeding zou ontvangen. De rechtbank acht verder nog van belang dat het pand van verdachte in het verleden meerdere keren is doorzocht vanwege de verdenking van betrokkenheid bij illegale praktijken. In dat licht bezien is het niet logisch dat hij pallets met dozen in zijn loods laat opslaan zonder nader onderzoek naar de inhoud te doen. Ook de verklaring van verdachte dat hij in de loods was omdat hij vis heeft gesneden en bewerkt voor een klant in België is niet aannemelijk. Zijn verklaring vindt geen steun in de bevindingen van de verbalisanten. Zij troffen bij de doorzoeking niets aan dat wijst op activiteiten in die zin. Wel bemerkten verbalisanten dat één van de drie koelcellen wat koeler was en dat er condenswater op de grond lag. (Voetnoot 17) Bovendien is geconstateerd dat de pakketten die op de Iveco waren geladen gekoeld en nattig aanvoelden en naar vis roken. De rechtbank kan dan ook niet uitsluiten dat de betreffende koelcel wel aan is geweest en dat (een deel van) de cocaïne in die koelcel opgeslagen is geweest.

De rechtbank verwerpt gelet op het voorgaande het alternatieve scenario.

De rechtbank acht het primair tenlastegelegde bewezen.

3
De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 8 juli 2025 te Lelystad, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 1.587 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4
De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

5
De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6
De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Overwegingen

7
De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven jaar met aftrek van het voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft een gevangenisstraf bepleit die gelijk is aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte een blanco strafblad heeft. Ook heeft hij verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en heeft daartoe mede gewezen op door hem overgelegde stukken, waaronder een toelichting van de echtgenote van verdachte en stukken over zijn zoontje.

De beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in zijn loods aanwezig hebben van een grote hoeveelheid cocaïne, te weten 1587 kilogram. Hij heeft de medeverdachten vervolgens toegang tot zijn loods verleend, waarna de medeverdachten de cocaïne hebben vervoerd naar Gorinchem, dan wel in de omgeving van Gorinchem. Deze hoeveelheid cocaïne vertegenwoordigde een straatwaarde van vele miljoenen euro’s. Gezien de grote hoeveelheid was de cocaïne bestemd voor verdere verspreiding en grootschalige (internationale) handel. Door zijn handelen heeft verdachte een forse bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit. Harddrugs vormen een ernstige bedreiging van de volksgezondheid. Met de handel in cocaïne wordt veel geld verdiend en de hele keten van productie, transport en verkoop gaat gepaard met ondermijnende criminaliteit. Daarbij wordt het gebruik van geweld vaak niet geschuwd. Verdachte heeft zich niet laten weerhouden door deze negatieve gevolgen voor de maatschappij en had alleen oog voor eigen financieel gewin.

Gezien de grote hoeveelheid cocaïne die verdachte aanwezig heeft gehad, ligt wat de rechtbank betreft een forse gevangenisstraf in de rede. Deze straf beoogt niet alleen te voorkomen dat verdachte opnieuw een dergelijk feit pleegt, maar is er ook op gericht anderen ervan te weerhouden zich in te laten met het criminele drugscircuit.

De rechtbank heeft in aanmerking genomen de justitiële documentatie, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Alles afwegend, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren passend en geboden. Dat is lager dan de officier van justitie heeft gevorderd, omdat de rechtbank de straf heeft afgezet tegen de straffen die aan de medeverdachten zijn opgelegd.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

De raadsman heeft zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat de voorlopige hechtenis zo spoedig mogelijk moet worden opgeheven. De rechtbank ziet hiertoe geen aanleiding gelet op de door haar opgelegde gevangenisstraf.

8
De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

Beslissing

9
De beslissing

De rechtbank:

? verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

? verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

? verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

? verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

? veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren;|

beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

wijst af het verzoek om opheffing van de voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. O. El Kadi (voorzitter), mr. J.S.W. Lucassen en

mr. W.H.S. Duinkerke, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C.M. Althoff, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 juni 2026.

Mr. Lucassen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoot

Voetnoot 1

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600_BVH_2025197434 (onderzoek Basgitaar), gesloten op 29 januari 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

Voetnoot 2

Proces-verbaal van bevindingen, p. 48-49.

Voetnoot 3

Proces-verbaal van observatie, p. 58-61.

Voetnoot 4

Proces-verbaal van observatie, p. 61.

Voetnoot 5

Proces-verbaal van bevindingen, p. 126.

Voetnoot 6

Proces-verbaal van bevindingen, p. 68.

Voetnoot 7

Proces-verbaal van bevindingen, p. 126.

Voetnoot 8

Rapporten NFiDENT, p. 151,152.

Voetnoot 9

Proces-verbaal van bevindingen, p. 69.

Voetnoot 10

Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 278.

Voetnoot 11

Proces-verbaal van bevindingen, p. 207-208.

Voetnoot 12

Proces-verbaal van bevindingen, p. 212, 209.

Voetnoot 13

Proces-verbaal van bevindingen, p. 300.

Voetnoot 14

Proces-verbaal van bevindingen, p. 302, 312.

Voetnoot 15

Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p. 71.

Voetnoot 16

Proces-verbaal van relaas, p. 41.

Voetnoot 17

Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p. 72.