RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer : 12126166 BM VERZ 26-1132
dossiernummer : BM 389276datum : 27 maart 2026
beschikking tot ontslag van de bewindvoerder en benoeming van een opvolgend bewindvoerder
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] , [geboortedatum] 1959,
wonende te [woonplaats] , [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
met als bewindvoerder Restart Bewindvoering B.V.,
correspondentieadres: Postbus 22, 6200 AA Maastricht,
hierna te noemen: Restart Bewindvoering dan wel [naam bestuurder] (zijnde de bestuurder van Restart Bewindvoering).
2.1.
Op 1 augustus 2023 ontving de rechtbank Limburg een e-mail van de rechtbank Rotterdam met daarin de volgende tekst:
‘Onderstaande bewindvoerder is telefonisch niet bereikbaar, geen voicemail. Op zijn mobiel wel een voicemail, maar heel kort ‘ik kan net opnemen’…. Via Toezicht ook een bericht gestuurd, geen reactie ontvangen en de boedel in de betreffende zaak is niet tijdig ontvangen. De oude bewindvoerder heeft de eindRv opgestuurd om te laten beoordelen, maar kreeg ook al geen enkele respons. We hebben nog 1 ander dossier van deze bewindvoerder lopen en daarin is hij ook te laat met het indienen van de RV over 2022. Als ik in Toezicht kijk heeft hij 26 dossiers en 19 verslagen achterstand. Hij belde terwijl ik dit mailtje typ wel terug. Hij heeft verlof en reageert een beetje vreemd als ik aangeef dat hij achterstand heeft, zegt ook geen contact met de betreffende cliënte te krijgen. Al met al ik krijg niet veel vertrouwen in deze bewindvoerder.’
2.2.
Per 16 september 2023 is Restart Bewindvoering benoemd als bewindvoerder van de betrokkene in de zaak BM12847. Bij verzoek van 25 oktober 2023 vroeg betrokkene om opheffing van het bewind, omdat er nog geen enkele keer leefgeld was overgemaakt, er geen intake had plaatsvonden, de communicatie niet goed verliep, er geen beheerrekening was en betalingsverplichtingen niet werden voldaan, waardoor schulden ontstonden.
2.2.1.
Vanwege het uitblijven van een reactie heeft een medewerker van de rechtbank [naam bestuurder] gebeld. Deze verklaarde toen dat hij een reactie had verzonden, maar die heeft de rechtbank nooit ontvangen.
2.2.2.
Op de mondelinge behandeling, op 4 december 2023, heeft betrokkene verklaard al drie maanden aan haar lot te zijn overgelaten. Ze zou zelf rekeningen hebben betaald en zelf de post krijgen. Ze is extra gaan werken en heeft de BSO gestopt om geld te besparen. Nog altijd was er geen intakegesprek geweest.
Restart heeft de beschuldigingen weersproken. Het bewind is wel opgeheven, omdat de kantonrechter de grondslag niet meer aanwezig achtte. De beslissing laat de verwijten onbesproken.
2.2.3.
Op 29 januari 2025 is een mondelinge behandeling ingepland vanwege het niet tijdig indienen van de eindrekening en -verantwoording in deze zaak, ondanks meerdere herinneringen. Betrokkene nam regelmatig contact op met de rechtbank hierover. Een eerdere mondelinge behandeling, op 9 januari 2025, was niet doorgegaan. Bij e-mail van 28 januari 2025 meldde [naam bestuurder] zich weer af:‘Via deze mail wil ik u op de hoogte stellen dat ik niet aanwezig kan zijn bij de zitting morgen 29-01-2025 om 12:00 van mevrouw (…) 11415992 BT VERZ 24-10732 vanwege een zitting die al eerder gepland was op dezelfde dag.
Daarom zou ik het fijn vinden als er een nieuwe datum ingepland kan worden’
2.2.4.
Bij e-mail van dezelfde dag is op dit verzoek als volgt gereageerd door een gerechtsjurist:
‘De kantonrechter wijst uw verzoek om uitstel af. Dit omdat deze zaak al eerder van zitting is gehaald en omdat u zo kort voor de zitting het verzoek/bericht doet.
Het betreft immers het niet indienen van de eindrekening en –verantwoording in een bewind welk al op 1 januari 2024 is opgeheven en u verzuimd om deze in te dienen/te overleggen aan de betrokkene.’
2.2.5.
[naam bestuurder] is op de mondelinge behandeling van 29 januari 2025 verschenen en heeft een exemplaar van de eindrekening en -verantwoording overhandigd. De originele deadline stond op 1 maart 2024.
2.3.
Bij brief van 15 januari 2024 heeft [naam bestuurder] aan de rechtbank laten weten dat hij zijn werkzaamheden als bewindvoerder weer volledig heeft opgepakt.
2.3.1.
Op 18 januari 2024 is [naam bestuurder] verschenen op een mondelinge behandeling die was gepland vanwege achterstanden met het inleveren van verslagen. Hij gaf aan dat er op zich niets aan de hand was, maar dat er privé van alles speelde, met de toezegging dat voor 1 februari/maart 2024 alsnog alle verslagen zouden worden ingediend.
2.4.
Op 27 februari 2024 heeft de betrokkene in de zaak BM399472 een verzoek voor opheffing bewind gedaan. In dat verzoek staat onder meer het volgende:
‘Bij de huidige bewindvoerder is er van alles misgelopen, o.a. dat er rekeningen niet tijdig zijn betaald, en dat de uitkering is gestopt, hetgeen voor de nodige stress zorgt.
Door deze ervaringen heb ik geen vertrouwen meer in bewindvoering. Ik wil graag weer mijn eigen geldzaken gaan beheren. Ik heb geen schulden, bovendien kan mijn zoon mij helpen indien nodig. Daarom vraag ik om opheffing van het bewind.’
2.4.1.
Restart Bewindvoering heeft voor zover van belang het volgende aangevoerd tegen het verzoek:
‘Mevrouw (…) geeft bij ieder gesprek voortdurend aan dat ze het bewind wil opheffen. Wij merken dat ze minimale vertrouwen heeft in ons en hierdoor kunnen wij ons werk niet goed uitvoeren. Zij geeft ook aan dat ze ondersteuning gaat ontvangen van haar zonen. Natuurlijk is het aan u om hier een besluit in te nemen.’
2.5.
Op 13 augustus 2024 ontving de kantonrechter een verzoek van de betrokkenen in de zaken BM401873 en BM401874 om over te stappen van bewindvoerder, met als motivering onder meer:
‘• Gebrek aan overzicht en transparantie, wij onvtvangen geen duidelijk overzicht van onze
financiële situatie, waaronder een actueel overzicht van onze schulden. Dit maakt het
voor ons onmogelijk om inzicht te krijgen in onze financiële situatie.
• Te late betalingen van rekeningen. Er zijn meerdere rekeningen die te laat worden
betaald, ondanks dat wij ervanuit gaan dat er genoeg geld beschikbaar was om deze
tijdig te voldoen.
• Het vorige punt bevestigt dat er nog steeds post bij ons thuis binnenkomt. Wij worden
hier enorm nerveus van. Medewerkers van Omnis Cura, die ambulante hulpverlening bij
ons doen, hebben ook een paar keer de post bij de bewindvoerder afgegeven.
• Gebrekkig communicatie. Er is geen duidelijke communicatie met belangrijke
dienstverleners. Bijvoorbeeld de orthodontist van onze zoon is niet geïnformeerd over
onze financiële situatie, ze hebben meerdere malen geprobeerd contact te krijgen met
de bewindvoerder maar de communicatie verloopt heel moeizaam, wat heeft geleid tot
verwarring en mogelijke betalingsproblemen.
• Wij hebben het gevoel dat niet met alle schudeisers afspraken over onze schulden zijn
gemaakt.
Vanwege deze problemen zijn onze vertrouwen in onze huidige bewindvoerder ernstig geschaad en wij zijn van mening dat het in onze belang is om een nieuwe bewindvoerder aan te stellen.
2.5.1.
Restart Bewindvoering heeft voor zover van belang als volgt gereageerd:
‘(…) hebben wij destijds de beslissing genomen om ons te concentreren op de bewindvoering en de zorgverlening aan een andere partij over te laten. Dit besluit was ingegeven door de overtuiging dat wij niet effectief zouden kunnen bijdragen in beide hoedanigheden. En ook dat het niet ethisch verantwoord is.
Op dit moment is er een discussie ontstaan met mijn compagnon, de medebestuurder
van ons zorgbedrijf Omnis cura Zorggroep. Dit heeft helaas geleid tot een situatie waarin een constructieve samenwerking niet langer mogelijk is. Uit zorg voor het welzijn van mijn klanten en om escalatie te voorkomen, ben ik genoodzaakt mij terug te trekken als bewindvoerder in deze casus.
Het is van belang te benadrukken dat mijn relatie met de klanten onveranderd positief is, en dat ervanuit hun kant geen aanleiding is voor beëindiging van het bewind. Echter, gezien de gespannen situatie binnen ons zorgbedrijf, acht ik het in het belang van de klanten om deze casus over te dragen aan een andere bewindvoerder.’
2.5.2.
De kantonrechter heeft Restart Bewindvoering ontslagen als bewindvoerder en een nieuwe bewindvoerder benoemd.
2.6.
Per brief van 4 september 2024 aan de rechtbank heeft [naam bestuurder] zich ziekgemeld.
2.7.
Op 16 oktober 2024 heeft een gesprek plaatsgevonden met [naam bestuurder] . Dit gesprek vond plaats naar aanleiding van zijn ziekmelding, de ontslagzaken die hiervoor onder 2.5. zijn genoemd, waarbij mogelijk sprake was van belangenverstrengeling, en klachten van een medebestuurder van Omnis Cura en haar partner. [naam bestuurder] heeft zich verweerd tegen alle punten en sloot af met de mededeling dat hij de indruk heeft dat er een soort van heksenjacht is op zijn kantoor.
2.8.
Op 25 oktober 2024 heeft de betrokkene in de zaak BM403171 een verzoek gedaan om over te stappen van bewindvoerder. In het verzoekschrift staat voor zover van belang het volgende:
‘Sinds 16-7-2024 sta ik onder bewind bij Restart Bewindvoering BV.
Direct vanaf het begin van het bewind liepen zaken al niet goed. Ik kreeg nauwelijks
contact met mijn bewindvoerder, ik ontving geen overzichten, en bleef mails ontvangen
van crediteuren over openstaande nota’s.
Reden waarom ik contact heb gezocht met (...), mijn voormalige
bewindvoerder, die mij verwees naar [naam 1] (als zijn opvolger(…)
Diezelfde dag, 26 augustus, kwam [naam 1] bij mij op huisbezoek geweest. Zij
gaf aan dat het bewind nog pas erg kort liep, en opstart bewind altijd wat tijd kost.
Zij gaf mij het advies om de onduidelijkheden te bespreken met Restart en hun nog een
kans te geven. Dit advies heb ik opgevolgd (…)
De situatie met Restart is er echter niet beter op geworden. Thans is mijn
contactpersoon ziek, en wordt er op zijn telefoonnummer niet opgenomen, dan wel niet
gereageerd op de app. Overzichten krijg ik nog altijd niet. Toezeggingen over verhoging
leefgeld worden pas 3 weken later nagekomen, en nadat ik hier weer over hem moeten
mailen.
Verder ontvang ik nog steeds aanmaningen van crediteuren (zie bijgevoegd de einde
levering van Sepagreen vanwege wanbetaling, de aanmaning van Ododi en KPN).
Deze week heb ik een bericht ontvangen Woonpunt dat er ruim 1.000,00 achterstand is
en zij geen contact krijgen met Restart. [naam 1] heeft hierop contact opgenomen
met Woonpunt en kreeg te horen dat er bij meerdere cliënten bij Restart een
huurachterstand was ontstaan.
Ik ben van mening dat ik Restart voldoende tijd heb gegeven om mijn budget op te
starten, en zoals ik het nu ervaar, zijn mijn financiële problemen alleen maar groter
geworden sinds aanvang bewind.
(…). [naam 1] heeft tevens geprobeerd contact op te nemen met Restart om
deze eventuele overname te bespreken. Echter ook zij krijgt geen contact.’
2.8.1.
Betrokkene heeft als bijlage een brief van [naam 1] toegevoegd, waarin onder meer het volgende staat:
‘Eind augustus ben ik door mw (...) benaderd omdat zij niet tevreden was over Restart. Zij kreeg nauwelijks contact en gemaakte afspraken werden niet nagekomen. Ik heb mw (…) toen bezocht en haar uitgelegd dat opstart bewind altijd een tijd duurt en haar geadviseerd haar bezwaren met Restart te bespreken en duidelijke afspraken te maken. Dit heeft mevrouw ook gedaan. Vorige week heeft mw (…) opnieuw contact met mij opgenomen omdat zij volledig het vertrouwen heeft verloren in Restart. Ik heb mevrouw vandaag opnieuw bezocht. Mevrouw heeft een telefoonnummer van Restart waar zij op kan bellen/appen en verder een mailadres. De telefoon wordt nagenoeg niet opgenomen en op apps en mails wordt slechts heel af en toe gereageerd. Verder wordt mw (…) thans overstelpt door aanmaningen van o.a. Woonpunt, Sepagreen, Clean Energy, KPN en Odido. Met Woonpunt heb ik contact opgenomen en de medewerker daar gaf aan dat er bij meer clienten van Restart een huurachterstand was ontstaan. (…) Ik heb getracht telefonisch contact op te nemen met Restart maar kreeg geen gehoor. De medewerker van Woonpunt heeft mij ook aangegeven geen contact te krijgen met Restart. Met de informatie waar ik thans over beschik ben ik van mening dat de financiële problemen van mw (…) groter zijn geworden sinds aanvang bewind. (…). Gezien de vele aanmaningen vraag ik u dit verzoek met spoed te behandelen.’
2.8.2.
Vervolgens is er nog een e-mail binnengekomen van [naam 1] op 3 december 2024 waarin staat dat de situatie van betrokkene steeds schrijnender wordt, dat ze die week geen leefgeld heeft ontvangen, dat telefonisch contact met [naam bestuurder] niet mogelijk is en dat ook niet wordt gereageerd op mail of appjes.
2.8.3.
Restart Bewindvoering heeft, na rappel en op de laatste dag van de rappeltermijn (11 december 2024), het volgende aangevoerd als verweer:
‘Op dit moment zie ik geen aanleiding om wijzigingen door te voeren in de bewindvoering.
Aangezien (…) nog niet zo lang onder bewind staat, zijn we nog bezig met het
stabiliseren van zijn/haar financiële situatie. Ik ben ervan overtuigd dat de huidige werkwijze bijdraagt aan deze stabilisatie en dat voortzetting van het bewindvoeringstraject in het belang van cliënte is. Uiteraard blijf ik beschikbaar om eventuele vragen te beantwoorden of om veranderingen in de situatie van (…) te bespreken. Aarzel niet om contact met mij op te nemen indien u aanvullende vragen of verzoeken heeft.
Ik wil u bedanken voor uw samenwerking en zie ernaar uit om (…) ook in de
toekomst zo goed mogelijk te blijven ondersteunen.’
2.8.4.
Restart Bewindvoering is ontslagen als bewindvoerder bij beschikking van 11 februari 2025. In de beschikking staat voor zover van belang het volgende:
‘De mondelinge behandeling heeft uiteindelijk plaatsgevonden op 3 februari 2025.(…)
[naam bestuurder] , de huidige bewindvoerder, heeft zich per e-mail van 2 februari 2025 afgemeld voor de zitting.
(…)
Aangezien er sprake is van enige spoed en de bewindvoerder zich voor de tweede keer alleen in algemene bewoordingen voor de zitting heeft afgemeld, heeft de kantonrechter besloten om het verzoek toch ter zitting te behandelen en uitspraak te doen. Vanzelfsprekend is het schriftelijk verweer van de bewindvoerder meegenomen in de beoordeling. Gezien het bovenstaande, dat niet althans onvoldoende concreet door de bewindvoerder is weersproken, is voldoende aannemelijk dat sprake is van gewichtige redenen om de bewindvoerder te ontslaan.’
2.9.
Op 20 november 2024 heeft de rechtbank Restart Bewindvoering op niet-benoembaar gesteld vanwege de afwijzing van het handhavingsverzoek over 2023. Dit handhavingsverzoek is afgewezen, met als motivering onder meer dat de continuïteit van Restart Bewindvoering gevaar loopt en dat niet wordt voldaan aan artikel 8 lid 2 van het Besluit Kwaliteitseisen Curatoren, Bewindvoerders en Mentoren.
2.10.
Bij verzoek van 14 november 2024 heeft de betrokkene in de zaak BM400437 verzocht om ontslag van Restart Bewindvoering. In het verzoekschrift staat onder meer het volgende:
‘(…) Helaas ervaar ik al enige tijd problemen in de samenwerking met mijn huidige bewindvoerder, wat mijn vertrouwen in de ondersteuning heeft aangetast. Graag licht ik de volgende punten toe:
1. De communicatie verloopt zeer moeizaam. Mijn bewindvoerder reageert vaak niet op e mails en berichten, waardoor ik regelmatig zonder benodigde informatie zit. Telefoontjes
blijven veelal onbeantwoord, en wanneer ik wel een reactie ontvang, biedt deze geen
concreet antwoord op mijn vragen.
2. Ik heb geen inzicht in mijn financiële situatie. Zo ontvang ik geen overzicht van stortingen,
afschrijvingen en de hoogte van mijn bestaande schulden en maandelijkse vaste lasten. Ik
heb meerdere malen om een overzicht gevraagd, maar hier krijg ik geen reactie op.
3. Bij communicatie met andere betrokken instanties reageert mijn bewindvoerder soms niet,
of vaak op een onvriendelijke manier, wat mijn belangen schaadt.
4. Ik beschik over bewijs van deze communicatieproblemen, waaronder e-mails van de
Kredietbank en berichten die ik zelf heb gestuurd via WhatsApp. (…)’
Het verzoek is onderbouwd met een reeks aan whatsappberichten en e-mails, van niet alleen betrokkene, maar ook allerlei instanties die aangeven geen contact te krijgen met de bewindvoerder, zoals de Kredietbank Limburg, de ambulant begeleider van Relim Maastricht en de casemanager Trajectmanagement.
2.10.1.
Restart Bewindvoering heeft ingestemd met het ontslag, dus het verzoek is bij beschikking van 25 februari 2025 toegewezen.
2.11.
Bij verzoek van 26 november 2024 heeft betrokkene in de zaak BM395961 een verzoek tot opheffing van het bewind ingediend. Het verzoek zag inhoudelijk echter niet zozeer op opheffing van het bewind maar op het functioneren van de Restart Bewindvoering. Betrokkene voerde aan dat hij geen contact kon krijgen met [naam bestuurder] , dat die telefonisch niet bereikbaar was, dat er geen inzicht in de financiën werd gegeven en geen overzichten van schulden en aflossingen werden verstrekt en dat er doordat [naam bestuurder] geen reactie geeft de kans bestaat dat zijn uitkering wordt ingetrokken.
2.11.1.
[naam bestuurder] heeft als verweer aangevoerd dat er geen aanleiding bestaat om wijzigingen door te voeren en dat het zijn doel is om te werken aan stabilisatie en verbetering van de financiële situatie.
2.11.2.
Op 29 januari 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. In de spreekaantekeningen hiervan staat onder meer het volgende:
‘Bwv: Ik ben niet eens met opheffing. (…) Ik ben afgelopen vier vijf maanden ziek geweest.
(…) Terugkomend op verwijten. Drie maanden geleden ben ik ziek geworden, wil ik niet bij waarnemer neerleggen die heeft mijn 25 klanten erbij gekregen en daar heb ik geen klachten gekregen. Naar mijn mening zit daar geen fout in. Communicatie heb ik benoemd, altijd goed contact. Gebeld geappt, heeft het er nooit over gehad. Naar mijn mening houd ik me aan afspraken.
(…)
Rhb: (…) Die jongen die jou vervangt doet helemaal niks. (…) Ik heb fout geparkeerd 260 euro. Ik hoor niks en nu krijg ik brief dat opgelopen was naar 860 euro omdat ze niks van jou niet hebben gehoord. Dit was eind vorig jaar.
(…)
Ktr: Ik wil dat u officieel verzoek doet voor overstap. Opheffing bewind gaan we niet doen en u gaat op papier zetten wat er in afwezigheid is gebeurd zodat dhr. [naam bestuurder] kan reageren.
Rhb *reageert zwaar geërgerd: Ja maar dat gaat tijd weer kosten.
Ktr: Wet zegt gegronde redenen. Uw voorbeeld als dat klopt is niet goed alleen meneer [naam bestuurder] moet wel gelegenheid krijgen om te reageren.
(…)
Rhb *boos: Ik wil helemaal niet meer terugkomen om te zeggen wat jij fout hebt gedaan. Waarom moet jij tegen mij vechten of tegen rechter.
Ktr: U ziet wat het doet met meneer. Zegt u ik wil het uitgezocht hebben of zegt u gezien wat het teweegbrengt bij meneer geef hem zijn zin maar.
Bwv: Ik laat het aan u over rechter maar als u aan mij vraagt zie ik meerwaarde niet van overstap. (…)
Rhb loopt boos zittingzaal uit.’
2.11.3.
Het opheffingsverzoek is afgewezen. In augustus 2025 heeft de betreffende betrokkene alsnog een wijzigingsverzoek ingediend, dat wel is toegewezen (zie hieronder bij 2.19).
2.12.
Bij verzoek van 3 januari 2025 heeft betrokkene in de zaak BM399686 een verzoek tot opheffing van bewind ingediend. In het verzoekschrift schrijft zij onder meer het volgende:
‘(…) voor zover ik weet had ik geen schulden meer toen ik bij de Bewindvoerder: (…) [naam bestuurder] kwam. In het begin waren er (…) opstartproblemen en alles wat ik kreeg stuurde ik meteen door naar hem (…) Soms gebeurde dat het facturen te laat werden betaald en waarop ik hem dan ook op aansprak. Hij heeft dan als nog betaald. (…) Het communicatie ging af en toe wat stroef maar het had ook wel goede momenten bij. Als ik weer een boete kreeg of aanmaning omdat het niet op tijd was betaald, dan was ik teleurgesteld maar ook boos.’
2.12.1.
[naam bestuurder] heeft op het verzoek gereageerd via e-mail van 13 januari 2025 met de boodschap dat per 1 februari 2025 samen met cliënt een afbouwtraject van drie maanden is afgesproken.
2.12.2.
Bij e-mail van 25 mei 2025 heeft betrokkene haar verzoek aangevuld. Ze schrijft onder meer het volgende:
‘Het loopt nog niet soepel tussen Meneer [naam bestuurder] en mij. Hij betaald Rekening soms niet op tijd waardoor ik boete krijg. Vorige week donderdag 15 mei kreeg ik bericht van me energie over achterstallige betaling. Ik heb hun gelijk gebelt hier over en medegedeeld ik onder bewind stond. Ze zouden hem mailen en of ik Meneer [naam bestuurder] app wou sturen hij spoedig contact met hun op wou zoeken ivm met achterstallige betalingen. Dit heb ik gelijk gedaan Naar Meneer [naam bestuurder] op tyd hun kantoor nog open was. Deze is van Maandag t/m donderdag van 9 uur tot 12 uur open. Maar mijn ervaring is ze me apjes pas na 3 a 4 dagen lezen. Op mail krijg ik ook geen reactie van bewind. Bellen wordt telefoon niet op genomen. Pas als ik een boos appje stuur reageert Meneer [naam bestuurder] . 23 Mei kreeg ik post me gsm rekening die heb ik maar zelf betaald had nog wat leefgeld staan. Maar zat ook post bij van Incassco bureau Flanderijn dat CAK ook al tijdje niet betaald was 110,20 Euro. Heb die meteen gebelt en die zouden proberen via mail contact te krijgen met bewindvoerder. Dit heb ik Meneer [naam bestuurder] ook meteen door geappt en brief door gestuurd via whatsapp. Heb Flanderijn succes gewenst want uit eigen ervaring is communicatie met Meneer [naam bestuurder] niet zoals je van bewindvoerder zou verwachten Dit is mijn ervaring. Ben 66 Jaar en heb nog nooit met incasso te maken gehad. Ook nooit boete gehad of aanmaningen voor te laat betalingen. Maar zins ik bij bewind zit heb ik er al verschillende gehad. En dit maak me boos omdat ik zuinig leeft. Heb nu gevoel ik geld verlies door toedoen van bewindvoerder wat niet nodig is. Ik heb zelf 2 maanden wat rekeningen betaald moest van Meneer [naam bestuurder] zodat jullie bewijs hadden ik dit kan zei hij. Maar voor hij het voor mij deed heb ik altijd na overlijden van man alles op tijd betaald of betaal regeling afgesproken. Ik hoop ik dan ook gauw van u te horen ik er uit mag want deze situatie breng toch stress bij me op. Vertrouwen is er nog amper en soms heb ik het idee hij met smoesjes komt. B.V. Mail komt niet altijd binnen bij hem of had lang weekend. Me vertrouwen is afgebrokkeld. In mijn ogen is er in de 2 jaar tijd dingen fout gegaan mijn geld gekost heeft wat niet had gehoeven als alles gewoon op tijd betaald zoals ik zelf ook altijd deed.’
2.12.3.
Bij beschikking van 3 juni 2025 heeft de kantonrechter het bewind opgeheven. In de beschikking staat onder meer het volgende:
‘De bewindvoerder is verzocht om over het verloop van [het afbouwtraject]de kantonrechter voor 16 mei 2025 te informeren.
De kantonrechter stelt vast dat de bewindvoerder deze termijn niet is nagekomen.’
2.13.
Op 15 januari 2025 heeft [naam bestuurder] via e-mail meegedeeld dat hij zijn werkzaamheden weer volledig heeft opgepakt.
2.14.
Op 29 januari 2025 heeft de betrokkene in de zaak BM394957 een verzoek ingediend tot ontslag van Restart Bewindvoering. Hij voerde onder meer het volgende aan:
‘Ondanks dat mijn inkomen stabiel is, heeft mijn bewindvoerder drie maanden geen huur
betaald aan woningstichting Servatius. Hier is ook geen andere aanwijsbare reden voor om
de huur niet te betalen. Zo zijn er al meer onregelmatigheden in mijn dossier geconstateerd
door Servatius, sociale zaken en de kredietbank. Deze 3 instanties hebben aangestuurd op
een overstap naar een andere bewindvoerder.’
2.14.1.
Ondanks dat [naam bestuurder] de verwijten heeft weersproken (volgens hem is de huur gewoon betaald en voor zover niet zou dat komen door telkens wisselen van werk en inkomen) stemde hij in met zijn ontslag, dat bij beschikking van 27 maart 2025 is uitgesproken.
2.15.
Op 3 juni 2025 is er een rappelgesprek gevoerd met [naam bestuurder] omdat er achterstanden waren met het aanleveren van verslagen.
2.16.
Op 10 juli 2025 was er weer een mondelinge behandeling gepland wegens het niet indienen van stukken, sommige ondanks meerdere rappels. [naam bestuurder] is hierbij niet verschenen. De griffier heeft hem dezelfde dag een aangetekende brief gestuurd, met onder meer de volgende inhoud:
‘onderwerp verslagen meerderjarigenbewind
opmerking
laatste waarschuwing
(…)
Als bewindvoerder heeft u in meerdere dossiers nog niet voldaan aan uw verplichting om de gevraagde verslagen in te dienen. Hiervoor is reeds een herinnering aan u verstuurd en bent u opgeroepen tot een gesprek met een van onze gerechtsjuristen. Tot op heden heeft de kantonrechter de verslagen niet ontvangen en bent u niet verschenen op het gesprek.
Een lijst met de nog in te dienen overschreden verslagen is bijgevoegd.
U wordt in de gelegenheid gesteld hiervoor alsnog zorg te dragen uiterlijk voor 7 augustus 2025.
Dient u het verslag alsnog niet in zal de kantonrechter u oproepen voor een zitting. Tijdens deze zitting zal u mogelijk worden ontslagen als bewindvoerder.’
Op de bijgevoegde lijst stonden de volgende zaken:
BM403461 – boedelbeschrijving
BM401880 – ERV
BM401874 – ERV
BM401873 – ERV
BM400629 – ERV
BM400437 – ERV
BM394957 – ERV
BM400630 – RV
BM403404 – RV
BM389276 – RV
BM401658 – RV
BM394071 – RV
BM394070 – RV
BM402149 – RV
BM399469 – RV
BM399470 – RV
BM392328 – TEM
2.16.1.
Op 27 oktober 2025 was weer een mondelinge behandeling ingepland wegens het niet indienen van stukken, maar die is niet doorgegaan.
2.17.
Op 6 augustus 2025 heeft [naam bestuurder] een e-mail aan de rechtbank gestuurd, met de volgende inhoud:
‘Naar aanleiding van uw brief d.d. 10 juli 2025 met kenmerk Bm.nr: 403461, wil ik graag mijn reactie geven.
Helaas moet ik constateren dat er verslagen zijn waarvan de termijn is overschreden. Dat is niet goed te praten, en ik begrijp de ernst van deze situatie volledig. Tegelijkertijd wil ik u graag toelichting geven over de omstandigheden die hebben geleid tot deze vertragingen.
De afgelopen periode heb ik persoonlijke tegenslagen gekend op het gebied van mijn gezondheid. Aangezien ik een eenmanspraktijk voer, heeft dit voor extra druk gezorgd. Ook zijn er recent meerdere cliënten tegelijk vertrokken, en is één cliënt helaas overleden, wat extra belasting met zich meebracht.
Daarnaast wil ik opmerken dat de vertraging niet altijd volledig aan mij persoonlijk toe te schrijven is. In de praktijk zijn wij voor het opstellen van verslagen regelmatig afhankelijk van derden, zoals instanties die noodzakelijke stukken moeten aanleveren. Ook hebben wij incidenteel te maken met technische problemen in het digitale dossier in Onview, waardoor soms verdere vertraging ontstaat.
Dat neemt echter niet weg dat de uiteindelijke verantwoordelijkheid bij mij ligt – en dat besef ik mij terdege. Om herhaling te voorkomen, ben ik momenteel bezig om een administratief medewerker aan te nemen die mij structureel zal ondersteunen. Zo verwacht ik de verslaglegging en het indienen voortaan tijdig en stabiel te kunnen waarborgen.
Het ontvangen van een waarschuwingsbrief heb ik als confronterend ervaren, maar ik neem deze serieus en zie het als een belangrijk leermoment. Mijn inzet is volledig gericht op verbetering.
Volgens mijn administratie zijn inmiddels alle verslagen ingediend, of zijn er nog openstaande vragen richting de rechtbank uitgezet. Mocht dit niet volledig zijn, dan verzoek ik u vriendelijk mij daarover schriftelijk te informeren of een afspraak met mij in te plannen.’
2.18.
Op 6 augustus 2025 heeft Restart Bewindvoering een eindrekening en verantwoording ingediend in de zaak BM400437; 2,5 maand na de in de ontslagbeschikking bepaalde datum en dus te laat en met overschrijding van de op 22 mei 2025 gegeven rappeltermijn tot 6 juni 2025. Op 25 augustus 2025 is Restart Bewindvoering verzocht te reageren op de opmerkingen van de opvolgend bewindvoerder, die niet akkoord was met de eindrekening en -verantwoording wegens missende bankafschriften, opgenomen maar niet bestaande schulden, niet-opgenomen maar wel bestaande schulden en verzekeringen die niet afgesloten zouden zijn. Op 26 augustus 2025 heeft [naam bestuurder] aangegeven inmiddels te hebben gereageerd. Op 26 september 2025 heeft de griffier van de rechtbank laten weten geen reactie en geen eindrekening en -verantwoording te hebben ontvangen. Op 7 november 2025 heeft de opvolgend bewindvoerder laten weten nog altijd geen reactie te hebben ontvangen. Op 15 januari 2026 is [naam bestuurder] uitgenodigd op een mondelinge behandeling. [naam bestuurder] heeft zich per brief afgemeld voor deze zitting, maar had op 14 januari 2026 alsnog een nieuwe eindrekening en verantwoording ingediend, waaruit blijkt dat er inderdaad geen inboedel- en aansprakelijkheidsverzekering was afgesloten voor betrokkene.
2.18.1.
De mondelinge behandeling zou alsnog plaatsvinden op 26 februari 2026, maar [naam bestuurder] heeft zich ook hiervoor afgemeld in eerste instantie volgens eigen zeggen via e-mail en vervolgens op 24 en 25 februari 2026 via digitaal bericht. Hij zei last te hebben van psychosomatische klachten en wilde op advies van zijn huisarts drie weken volledige rust nemen.
2.18.2.
De bespreking van de eindrekening en -verantwoording is opnieuw op zitting gepland en wel op 19 maart 2026, maar ook hiervoor heeft hij zich afgemeld.
2.19.
Bij verzoek, binnengekomen op 22 augustus 2025, heeft de betrokkene in de zaak BM395961 (dezelfde betrokkene die eerder een opheffingsverzoek had gedaan, zie 2.11. en 2.11.1 hiervoor) de rechtbank verzocht Restart Bewindvoering te ontslaan als bewindvoerder. In het verzoek staat onder meer het volgende:
‘Huidige bewindvoerder behartigt mijn belangen niet goed. Ik kan nauwelijks contact krijgen via telefoon of whatsapp.
Gedurende de periode juni 2025 is bewindvoerder opgehouden met het betalen van wekelijks
leefgeld. Door acties vanuit gemeente Gennep heb ik mijn bijstand op een andere wijze moeten ontvangen.
Gemeente Gennep (vakspecialist [naam 2] ) adviseert een andere bewindvoerder. Ook de
gemeente krijgt geen enkele informatie zoals die nodig zijn bij heronderzoeken of andere
aanvragen. Op schriftelijke verzoeken wordt geen actie door bewindvoerder genomen.
Ik ben voornemens om een aanvraag schuldsanering in te stellen. Hiervoor heb ik de hulp nodig van een bewindvoerder die mijn zaken op orde heeft. Ik heb geen vertrouwen meer in Restart.’
2.19.1.
Betrokkene heeft een brief van de opvolgend bewindvoerder bijgevoegd, waarin onder meer het volgende staat:
‘Wij hebben getracht om contact te leggen met de huidige bewindvoerder. Dat is niet gelukt. Dit komt geheel overeen met wat we van de Gemeente Gennep vernemen: geen contact mogelijk en dus hun advies om een wijziging aan te vragen.’
2.19.2.
Bij beschikking van 18 november 2025 is dit verzoek toegewezen, omdat [naam bestuurder] , ondanks hiertoe in de gelegenheid te zijn gesteld, niet had gereageerd.
2.20.
Op 22 september 2025 is het handhavingsverzoek 2024 door het Landelijk Kwaliteitsbureau afgewezen, met als motivering onder meer dat er reden tot twijfel is omtrent de continuïteit van Restart Bewindvoering.
2.21.
Bij brief van 29 augustus 2025 heeft de betrokkene in de hiervoor genoemde zaak BM399686 (zie 2.12) een klacht ingediend tegen Restart Bewindvoering/ [naam bestuurder] , met voor zover van belang de volgende inhoud:
‘(…) Via maatschappelijk werk van de heer [naam bestuurder] die ook een soort bewindvoerderskantoor Restart Bewindvoering heeft, het ene bedrijf van hem stuurt klanten door naar zijn andere bedrijf, kwam ik onder zijn bewind.
Na een tijd meegemaakt te hebben van het onbereikbaar zijn van de heer [naam bestuurder] , ontvangen van aanmaningen en het te boek staan als wanbetaler, omdat de heer [naam bestuurder] de rekeningen niet betaalde, alhoewel er voldoende inkomsten zijn en saldo op mijn rekening staat, heb ik gevraagd om het bewind op te heffen.
Ik heb problemen met mijn verzekeringsmaatschappij gekregen omdat de premies niet werden betaald, ik stond te boek als wanbetaler. Met veel moeite heb ik dat recht gezet want ik liep onverzekerd rond.
Bij CZ ca 700 euro schuld gemaakt
Ook de WMO heeft hij niet betaald, waardoor ik in de problemen ben gekomen. Van de gemeente kreeg ik te horen dat de heer [naam bestuurder] bekend stond en dat veel mensen slachtoffer zijn van hem.
En al die instanties bellen de heer [naam bestuurder] waarom hij de betalingen niet doet, maar hij is onbereikbaar.
Ik heb betalingsregelingen moeten afsluiten. Bij de Belastingdienst heb ik ook een schuld opgelopen. Ik heb inmiddels bijna alle achterstand ingelopen die door hem is opgebouwd.
Met de bank heb ik zelf moeten regelen dat ik weer mijn bankrekening ter beschikking kreeg.
Ik zou u daarom willen verzoeken de heer [naam bestuurder] niet meer als bewindvoerder bij anderen aan te stellen, want dan wordt voorkomen dat hij nog meer slachtoffers maakt.’
2.21.1.
Bij brief van 20 oktober 2025 heeft ze haar klacht aangevuld:
‘(…) Nu blijkt dat (…) Restart Bewind schijnbaar niet heef afgesloten en dus nog mijn post krijg. Hierdoor heb ik nu een probleem met Belastingkantoor en me internet provider. (…) Heb als zins Februari geen contact meer met (…) [naam bestuurder] . Hij reageer niet meer op mijn. Ik hoop jullie me kunnen helpen voor ik nog meer problemen krijg door hem.’
2.21.2.
[naam bestuurder] is door de rechtbank drie keer in de gelegenheid gesteld om te reageren op de klachten, maar heeft dat niet gedaan. Tevens is hij uitgenodigd voor een mondelinge behandeling op 10 december 2025, maar daar is hij zonder bericht niet verschenen. Blijkens de zittingsaantekeningen heeft betrokkene onder meer het volgende verklaard:
‘daar [ktr: dat [naam bestuurder] niet zou reageren op de klacht] was ik al bang voor, dat deed hij destijds ook niet. (…) Hij betaalde geen rekeningen. (…) Mijn oudste zoon (…) heeft gebeld, geappt en gemaild maar geen reactie ontvangen. Ik heb het kantoor van de bwv gebeld (huilt) en de medewerkster zou hem gaan appen. Hij heeft ook goede dingen gedaan, maar mijn gezondheid gaat eraan onderdoor. (…) Ik had geen schulden. Tweemaal in de week heb ik gebeld met de bank om een bankrekening te krijgen. Dat is uiteindelijk gelukt. Er bleek dat van alles niet was betaald. Mijn aansprakelijkheids- en inboedelverzekering was stopgezet en is stond als wanbetaler geregistreerd. Ik ben onder bewind uit gekomen met schulden. Gelukkig had ik veel op de rekening staan omdat ik zuinig heb geleefd, dus heb ik bepaalde dingen in een keer betaald en andere dingen op afbetaling. (…) Ik heb helemaal niks meer van dhr. [naam bestuurder] gehoord. Hij reageert ook op nergens op. Eenmaal heeft hij gebeld toen ik zei dat ik een officiële klacht zou indienen. De bank zei dat hij niets had doorgegeven. De gemeente krijgt hem ook niet te pakken. Mijn zoon en ik is het ook niet gelukt. (…) Ik heb ook 2x boete moeten betalen voor onroerend goed, ziekenfonds, omdat rekeningen niet werden betaald. (…) Vanaf februari had hij niet meer betaald. Dat zag ik nadat het bewind was opgeheven. Het meeste heb ik weggewerkt. (…) ‘
2.22.
Op 25 november 2025 ontving deze rechtbank een e-mail van het Landelijk Kwaliteitsbureau CBM, waarin staat dat [naam bestuurder] van Restart Bewindvoering op 22 september 2025 is geïnformeerd dat zijn handhavingsverzoek over 2024 is afgewezen en dat Restart Bewindvoering sinds die datum op de landelijke lijst staat geregistreerd als ‘Niet benoembaar – tijdelijk’. Het LKB vraagt of er inmiddels een beoordeling heeft plaatsgevonden over de benoembaarheid van Restart Bewindvoering.
2.23.
Op 19 december 2025 stond een gesprek tussen [naam bestuurder] , een kantonrechter en een gerechtsjurist gepland naar aanleiding van voorstaande email van het Landelijk Kwaliteitsbureau. Voor dit gesprek heeft [naam bestuurder] zich, voor zover de rechtbank heeft kunnen achterhalen, de dag ervoor afgemeld door een brief af te geven bij de Centrale Balie. Hij stelt in die brief al op 10 december per post een afmeldingsbrief te hebben verzonden, maar die heeft de rechtbank niet ontvangen.
2.24.
Op 19 januari 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden vanwege de niet ingediende rekening en verantwoording 2024 in de zaak BM403404. De rekening en verantwoording 2024 is uiteindelijk op 19 januari 2026, dus de dag van de mondelinge behandeling, ingediend. Dit terwijl de originele deadline 1 mei 2025 was, er 2 mei 2025 is gerappelleerd en er al twee keer eerder mondelinge behandelingen waren ingepland, te weten op 3 juni 2025 en 27 oktober 2025, waarvoor [naam bestuurder] zich beide keren de dag ervoor had afgemeld, met overigens, zo lijkt het in ieder geval, legitieme redenen (een uitvaart en ziekte).
2.25.
Op 29 januari 2026 is weer een gesprek ingepland met [naam bestuurder] , een kantonrechter en een gerechtsjurist. Ondanks twee eerdere e-mails (van 29 december 2025 en 9 januari 2026) met het verzoek te bevestigen dat hij zal komen, moest een medewerker van de rechtbank hem bellen om de bevestiging te krijgen. Dat telefonische contact kwam pas tot stand toen de betreffende medewerker de waarnemer van Restart Bewindvoering belde, die vervolgens [naam bestuurder] erop heeft geattendeerd dat de rechtbank contact zocht. [naam bestuurder] gaf aan dat hij de e-mails niet gezien had vanwege een storing met de software of iets dergelijks, maar dat hij e-mails van klanten wel gewoon ontvangt en beantwoordt.
In het gesprek gaf [naam bestuurder] aan dat één van zijn bedrijven failliet is, maar dat hijzelf geen schulden heeft. De kantonrechter confronteerde hem ermee dat uit de afwijzingen van de handhavingsverzoeken blijkt dat hij wel schulden heeft. Hierop antwoordde [naam bestuurder] dat dat klopt, maar dat hij één van zijn huizen kan verkopen om die in te lossen. Hij benadrukt: ‘Ik heb geen geld van deze mensen genomen of besteed.’
Verder gaf hij per dossier een reactie op de klachten. Deze reactie kwam er in grote lijnen op neer dat hij een moeilijke doelgroep heeft, dan hij veel meer voor zijn klanten heeft gedaan dan van een bewindvoerder verwacht mag worden (bijvoorbeeld tuin opknappen, contant geld cadeau doen, boodschappenbonnen uitdelen, speelgoed van de speelgoedbank halen et cetera), maar dat ze desondanks boos op hem zijn.
Toen hem werd gevraagd naar zijn veelvuldige – en laattijdige – afmeldingen of het niet reageren dan wel niet verschijnen zonder afmelding gaf hij aan dat hij bang was om te komen, omdat mensen al het goede wat hij doet in twijfel trekken.
Toen hem werd gezegd dat het de rechtbank niet lukt om in contact te komen met hem, antwoordde hij dat de rechtbank zijn privénummer heeft, maar desondanks steeds zijn zakelijke nummer belt. Hij geeft aan dat hij vermoedt dat een andere bewindvoerder hem probeert zwart te maken.
2.26.
Naar aanleiding van dit gesprek heeft de kantonrechter op 17 februari 2026 een brief gestuurd aan Restart Bewindvoering en haar klanten, waarin het voornemen staat om Restart Bewindvoering te ontslaan als bewindvoerder vanwege achterstanden, gebrekkige communicatie en klachten van (voormalig) klanten en opvolgende bewindvoerders. De klanten is gevraagd om een nieuwe bewindvoerder te zoeken en zijn erover geïnformeerd dat als er geen bereidverklaring komt van een opvolgende bewindvoerder de rechtbank zelf een bewindvoerder zal kiezen.
2.27.
Betrokkene heeft [naam bewindvoerder] h.o.d.n. [handelsnaam]
correspondentieadres: [correspondentieadres] , voorgedragen als opvolgend bewindvoerder en daarvan een bereidverklaring overgelegd.
Overwegingen
3.1.
Op grond van artikel 1:448 lid 2 BW kan een kantonrechter een bewindvoerder ambtshalve ontslaan wegens gewichtige redenen. De vraag is of hiervan sprake is.
3.2.
Wat blijkt uit voorgaande? Dat Restart Bewindvoering regelmatig deadlines mist en stukken pas maanden of zelfs (bijna) een jaar na dato inlevert, soms nadat (meerdere) rappels zijn verstuurd/mondelinge behandeling zijn ingepland (zie hiervoor 2.1, 2.2.3., 2.3.1., 2.8.3., 2.12.3., 2.15., 2.16., 2.16.1., 2.18. en 2.24.), geregeld zich daags voor de zitting afmeldt (zie 2.2.3., 2.2.5., 2.8.3., 2.23. en 2.24.) en soms zonder afmelding niet op zitting verschijnt (zie 2.16. en 2.21.2.). Verder blijkt dat de handhavingsverzoeken van de afgelopen twee jaar zijn afgewezen (zie 2.9. en 2.20.) en dat er vele klachten worden geuit over het functioneren van [naam bestuurder] . Hoewel hij een en ander weerspreekt, constateert de kantonrechter dat de klachten van verschillende betrokkenen onderling zodanig consistent zijn (zie 2.2., 2.4., 2.5., 2.8., 2.10., 2.11., 2.12., 2.14., 2.19., 2.21. en 2.21.1) en bovendien worden bevestigd door derden (zie 2.5., 2.8.1., 2.8.2., 2.10., 2.14., 2.19., 2.19.1. en 2.21) dat aan het enkele woord van [naam bestuurder] weinig waarde wordt gehecht. Hierbij komt dat – voor zover hij op de klachten heeft gereageerd, wat niet altijd zo is, ondanks dat hij hiertoe wel altijd in de gelegenheid is gesteld – hij zich vaak in algemene bewoordingen verweert en meermaals niet inhoudelijk op de afzonderlijke klachten ingaat (zie 2.4.1., 2.5.1., 2.8.3., 2.11. en 2.14.1.) en sowieso zijn verweren niet onderbouwt met stukken. Voorts geldt dat de rechtbank sommige verwijten ook herkent uit haar eigen (pogingen tot) contact met de bewindvoerder (zie 2.1., 2.2.1., 2.19.2., 2.21.2., en 2.25). Hierbij volstaat niet dat de rechtbank [naam bestuurder] op zijn privénummer kan bereiken (zie 2.25.), want [naam bestuurder] moet niet alleen voor de rechtbank bereikbaar zijn, maar ook voor zijn klanten en die hebben geen toegang tot zijn privénummer. Bovendien is niet aannemelijk dat [naam bestuurder] net de twee e-mails van de rechtbank heeft gemist (zie 2.25.), maar alle berichten van zijn klanten wel ontvangt (en beantwoordt). Dit alles is ruim voldoende voor het oordeel dat sprake is van gegronde redenen voor ontslag.
3.3.
Aanvullend is nog het volgende op te merken. Alleen al de omvang van het aantal zaken waarbij interventie van de kantonrechter is gevraagd/nodig was is een teken aan de wand gelet op de – zeer – beperkte omvang van het klantenbestand van Restart Bewindvoering: te weten op dit moment 15 lopende bewinden in dit arrondissement en 5 bij andere arrondissementen en 9 bewinden in afronding dan wel vervanging. En het is niet dat het aantal bewinden kort geleden nog aanzienlijk hoger lag, want volgens eigen zeggen had [naam bestuurder] in januari 2025 een klantenbestand van 25 onderbewindgestelden (zie 2.11.2).
3.4.
Hierbij komt dat Restart Bewindvoering in concrete zaken per post en e-mail blijft communiceren in plaats van digitaal (zie 2.18., 2.18.1. en 2.23.), met het risico dat stukken kwijtraken (zie 2.2.1. en 2.23.) terwijl makkelijk en foutloos gecommuniceerd kan worden via het digitale systeem.
3.5.
Verder blijkt dat in de zaak BM400437 er geen inboedel- en aansprakelijkheidsverzekeringen waren afgesloten (zie 2.18.) wat uiteraard zeer grote en nadelige gevolgen zou kunnen hebben gehad voor betrokkene als er wat gebeurd zou zijn.
3.6.
Samengevat zijn er voldoende gegronde redenen voor ontslag van Restart Bewindvoering in alle zaken. Gelet op artikel 1:448 lid 5 BW en hoe het eerder is gelopen met het indienen van (eind-)rekeningen en verantwoordingen en verslagen (zie 2.2.3., 2.2.5., 2.3.1., 2.15., 2.16., 2.16.1., 2.18., 2.18.1., 2.18.2. en 2.24.) zal de kantonrechter bepalen dat geen verdere rekening en verantwoording behoeft te worden afgelegd. Dit betekent dat aan Restart Bewindvoering geen décharge zal worden verleend en dat Restart Bewindvoering geen recht heeft op beloning voor het opmaken van de eindrekening en verantwoording zoals opgenomen in artikel 3 lid 5 onder d. van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.
3.7.
Naast dat blijkt van gegronde redenen, staat ook in rechte vast dat Restart Bewindvoering is tekortgeschoten in de zorg van een goed bewindvoerder, zonder dat kan worden vastgesteld dat die tekortkomingen hem niet kunnen worden toegerekend. Dit betekent dat Restart Bewindvoering aansprakelijk is jegens betrokkene (artikel 1:444 BW). De vraag is dan of en welke schade dit oplevert voor betrokkene. Immers mag de kantonrechter bij een tekortschieten van een bewindvoerder ambtshalve de schade vaststellen (artt. 1:445 lid 5 en 1:362 BW). Sowieso is dat de aanvangsbeloning die betrokkene zal moeten betalen aan de opvolgende bewindvoerder. Immers, zou Restart Bewindvoering niet zijn tekortgeschoten dan zou ze niet zijn ontslagen in alle zaken en had betrokkene deze kosten niet hoeven maken. De kantonrechter stelt daarom vast dat Restart Bewindvoering in ieder geval het bedrag van de aanvangsbeloning zal moeten vergoeden aan betrokkene en haar tot betaling hiervan veroordelen.
3.8.
Nu gelet op de informatie die is te vinden bij de feiten en in 3.5. er aanwijzingen zijn dat er mogelijk ook dossierinhoudelijke fouten zijn gemaakt – met kans op schade – zal de kantonrechter de opvolgend bewindvoerder opdragen hiernaar onderzoek te doen. De opvolgend bewindvoerder mag, mits gespecificeerd wordt aangegeven welke tijd er is besteed aan het onderzoek, een verzoek doen om extra beloning bij betrokkene in rekening te mogen brengen. Als dat verzoek wordt toegewezen, zal Restart Bewindvoering ook het hiermee gemoeide bedrag dienen te vergoeden aan betrokkene. Nu nog niet kan worden vastgesteld of, en zo ja tot welk bedrag, zo een beloning zal worden vastgesteld, zal deze veroordeling vooralsnog niet worden uitgesproken. Hierover zal, indien daartoe aanleiding bestaat, te zijner tijd een beslissing worden genomen.
ontslaat met onmiddellijke ingang als bewindvoerder Restart Bewindvoering B.V., Postbus 22, 6200 AA Maastricht;
bepaalt dat zij geen verdere rekening en verantwoording behoeft af te leggen,
- benoemt met onmiddellijke ingang tot bewindvoerder [naam bewindvoerder] h.o.d.n. [handelsnaam] , [correspondentieadres] ;
- bepaalt dat de opvolgend bewindvoerder voor de (aanvangs)werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven, ten laste van het vermogen van betrokkene mag brengen;
veroordeelt Restart Bewindvoering tot betaling van de kosten voor de voornoemde aanvangswerkzaamheden aan betrokkene binnen twee weken nadat zij hiertoe door de opvolgend bewindvoerder is aangeschreven;
verklaart voor zover nodig voornoemde veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
draagt de opvolgend bewindvoerder op om te onderzoeken of Restart Bewindvoering schade heeft berokkend aan betrokkene en zo ja, hoeveel;
draagt de opvolgend bewindvoerder op om binnen 4 maanden na de ingangsdatum van diens benoeming verslag te doen aan het team Toezicht van dit onderzoek, inclusief indien een verzoek tot aanvullende beloning wordt gedaan een gespecificeerd overzicht van de aan dit onderzoek bestede uren, en, indien schade is geconstateerd, een onderbouwde schadeberekening;
bepaalt dat de opvolgend bewindvoerder binnen 4 maanden na de ingangsdatum van diens benoeming een afschrift van de beschrijving van de aan het bewind onderworpen goederen aan het team Toezicht overlegt.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.M. Drenth, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.