3.3.
verzoekt de deskundigen een onderzoek in te stellen en een deskundigenbericht uit te brengen met betrekking tot de volgende vragen:
1. Hoe is de persoonlijkheid en het functioneren van de ouders te beschrijven?
- op basis van klinische impressies;
- op basis van psychologisch testonderzoek.
2. Hoe kan het verstandelijke vermogen van de ouders beschreven worden?
- op basis van klinische impressies;
- op basis van psychologisch testonderzoek.
3. Zijn er aanwijzingen voor een psychiatrische stoornis die een onderzoek door een psychiater noodzakelijk maakt om de verdere vraagstelling te kunnen beantwoorden?
4. Hoe is de relatie tussen de ouders op ouderniveau? Is er een herkenbaar patroon in de wijze waarop zij met elkaar omgaan/omgingen? Welke belemmeringen worden hierbij geconstateerd en welke mogelijkheden zijn er om tot een verbetering daarvan te komen?
5. Zijn er (contra)-indicaties voor opvoeding en verzorging van de kinderen in de thuissituatie bij de vader en/of de moeder, mede gelet op eventuele psychische en/of psychiatrische problematiek bij de vader en/of de moeder en/of kinderen?
6. Wat is er te zeggen over de relatie tussen de vader en de kinderen - op basis van klinische impressie - eventueel op basis van de observaties tijdens de interactieobservaties?
In hoeverre werken eventuele psychiatrische dan wel psychische problemen belemmerend in het pedagogisch en affectief handelen van de vader ten opzichte van de kinderen en in zijn mogelijkheden om mee te werken aan contact tussen moeder en de kinderen dan wel de kinderen te stimuleren in het contact met hun moeder?
7. Wat zijn de ontwikkelingsbehoeftes van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ?
8. Zijn er mogelijkheden tot contact herstel en indien ja, is hulpverlening dan aangewezen? Zo ja, voor wie, in welke vorm, waar dient deze op gericht te zijn? Is er daarbij nog verschil te maken tussen de kinderen onderling?
9. In hoeverre kunnen de vader en de moeder een zorgregeling met de kinderen vormgeven en hanteren? Zijn er in dat verband contra-indicaties en verschilt dit per kind?
10. In hoeverre kunnen de vader en de moeder de kinderen ondersteunen in de zorgregeling met de andere ouder? Is hulpverlening hierbij aangewezen?
11. Wat zijn (contra)indicaties op het gebied van hulpverlening, begeleiding en behandeling? - indien er indicaties zijn voor hulpverlening, begeleiding en behandeling: aan welke vorm wordt hierbij gedacht?
- op wie zou deze hulpverlening, begeleiding en behandeling gericht moeten zijn?
- wat zou de doelstelling van deze hulpverlening, begeleiding en behandeling moeten zijn?
- in hoeverre zijn de ouders in staat en bereid van hulpverlening te profiteren?
12. In hoeverre behoort parallel ouderschap tot de mogelijkheden?
13. Wat moet er gebeuren om de ontwikkelingsbedreiging van de kinderen op te heffen?
14. In hoeverre komen er uit het onderzoek bevindingen naar voren die niet aan de orde zijn gekomen in de onderzoeksvragen, maar wel van belang zijn met betrekking tot de ontwikkeling en opvoeding van de kinderen en/of bij eventueel te nemen beslissingen?