Rechtbank Limburg, bodemzaak verbintenissenrecht

ECLI:NL:RBLIM:2026:5481

Op 20 May 2026 heeft de Rechtbank Limburg een bodemzaak procedure behandeld op het gebied van verbintenissenrecht, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is 11577427 CV EXPL 25-829 (E), bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBLIM:2026:5481. De plaats van zitting was Breda.

Soort procedure:
Instantie:
Zaaknummer(s):
11577427 CV EXPL 25-829 (E)
Datum uitspraak:
20 May 2026
Datum publicatie:
5 June 2026

Indicatie

Managemantovereenkomst schip. Vordering tot betaling van facturen in conventie. Vordering tot schadevergoeding wegens tekortkomingen in reconventie. Vordering in conventie grotendeels toegewezen, in reconventie afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: 11577427 \ CV EXPL 25-829

Vonnis van 20 mei 2026

in de zaak van

SEACHEL GROEP B.V.,

te Stadskanaal,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: Seachel,

gemachtigde: mr. H.C. Bol,

tegen

1
SHIPMAN (NL) B.V.,

te Werkendam,2. NAIRA SHIPPING B.V.,

te Voorschoten,

gedaagde partijen in conventie,

eisende partijen in reconventie,

hierna samen te noemen: Shipman c.s.,

hierna ieder afzonderlijk te noemen: Shipman en Naira Shipping,

gemachtigde: mr. H.T. Kernkamp.

1
De zaak in het kort
1.1.

Seachel stelt dat zij met Shipman c.s. managementovereenkomsten is aangegaan ten behoeve van het management van een schip. Seachel heeft Shipman c.s. hiervoor meerdere facturen gestuurd en vordert in conventie betaling van deze facturen. Shipman c.s. hebben een deel van de facturen onbetaald gelaten omdat Seachel volgens hen is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. In reconventie eisen Shipman c.s. van Seachel een schadevergoeding wegens die tekortkomingen. De kantonrechter wijst de vordering in conventie grotendeels toe en wijst de vordering in reconventie af. Hierna wordt dit oordeel uitgelegd.

2
De procedure
2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 24 februari 2025 met producties;

- de akte overlegging producties aan zijde van Seachel;

- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties;

- het tussenvonnis van 6 augustus 2025 en de daarin genoemde processtukken;

- de brief waarin de mondelinge behandeling is bepaald;

- de conclusie van antwoord in reconventie tevens wijziging van eis met producties;

- de akte overlegging producties aan de zijde van Seachel;

- de akte overlegging producties aan de zijde van Shipman c.s.;

- de mondelinge behandeling van 24 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3
De feiten
3.1.

Seachel beheert binnenvaartschepen.

3.2.

Shipman verleent diensten op het gebied van scheepsmanagement. Shipman heeft het management gevoerd voor het binnenvaartschip [het schip] (hierna: het schip).

3.3.

Het schip is in eigendom van Naira Shipping.

3.4.

De bestuurder van zowel Shipman als Naira Shipping is [persoon] .

3.5.

In januari 2024 zijn partijen managementovereenkomsten aangegaan met betrekking tot het schip. Op grond van deze overeenkomsten heeft Seachel het schip in beheer genomen en het scheepsmanagement gevoerd.

3.6.

In de 'Management Quotation' is bepaald dat voor het voeren van algemeen

management van het schip een vergoeding van € 2.400,00 per maand is verschuldigd. De kapitein is op € 470,00 per dag geïndiceerd en een matroos is op € 200,00 per dag geïndiceerd. Voor overige kosten is een bedrag van € 1.000,00 per maand verschuldigd. Het totaal van deze kosten bedraagt € 19.270,00. Voor variërende kosten kon Shipman een keuze maken om een vast bedrag van € 250,00 of de werkelijk gemaakte kosten overeen te komen. Het totaalbedrag per maand inclusief het vaste bedrag van € 250,00 bedraagt € 19.520,00.

3.7.

Onderaan de Management Quotation is het volgende vermeld:

We, as Seachel Management B.V., offer you the above amounts on a monthly basis with due consideration that we consult with you as a client once a year to see whether the stated amounts need adjustments due to increases in wages, inflation etc.”

3.8.

In de ‘Agreement’ is, voor zover relevant, het volgende opgenomen:

“Providing services ;

1) Delivery of full crew (1 skipper + 1 sailor) for the amounts agreed in the quotation,

including all fees stated therein. (€16870,=) Ship visits at the discretion of the staff and ship.

2) Delivery of a complete management package (maintenance program for the [schip]

, visits on board to assess the maintenance and condition of the ship, discussing

and planning maintenance and repairs with the owner and repair companies) Discussing travel plans with the charterer and owner. (€2400,= (€250,=) (…)”

3.9.

De ‘Personal Agreement’ bepaalt het volgende:

“1) Personnel coast will be charged to the owner on a one-to-one basis. The price included in the Quotation is a guidline. This can be deviated from where necessary in the event of ilness, absenteeism or change, if this is the case, this will be done in close consutation whit the owner. 2) Costs for menage, work clothing and travel expenses will also be charged to the owner. We charge a fixed fee of €1000,=. If more or further travel is required or more days sailing than stated in the quotation, we will increase these costswhen necessary. (…)”

3.10.

In de ‘Management Agreement’ is het volgende bepaald:

“Providing Services ;

1 )We will do all activities regarding crew, maintenance, travels and order on behalf of the owner. We will always take the financial interest into account, discuss high expenses whit the owner, and try tp persue the profit objective.

2) We charge a fixed rate of €2400,= for ship management. Once a year we will review the costs in consultation with the owner. This is to cover rising costs.(…)”

3.11.

Seachel heeft in de brief van 26 maart 2024 ontbinding van de overeenkomst ingeroepen. In deze brief staat onder meer:

“Dear relation,

06-01-2024 we closed Seachel Management B.V. an agreement with you for complete

management for your ship " [het schip] ”. We have entered into this agreement for a period of at least two years, subject to a notice period of 30 days on both sides.

We hereby inform you that we will stop the continuation of our cooperation and hereby terminate the agreement, signed on 06-01-2024, and I invoke the stated notice period. With the termination of this agreement, the contract made for the on-board telephone also automatically expires.

This means that our work and our cooperation will stop on April 26, 2024.

We at Seachel Management B.V. will ensure the transfer and change of contact details for all parties that have us as a contact person in their system. And we will pass on the correct

information to them.

At the time of the notice period, we will continue the work in the same way as you are used to from us. (…)”

4
Het geschil

in conventie

4.1.

Seachel vordert – samengevat - om bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis,

Naira Shipping en Shipman hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan Seachel van € 24.290,42 (bestaande uit € 20.789,12 aan hoofdsom, € 2.518,41 aan verschenen wettelijke rente en € 982,89 aan buitengerechtelijke incassokosten), de tot aan de dag van dagvaarding verschenen rente daarbij inbegrepen - maar voor zover dat wordt toegewezen het toegewezen bedrag te beperken tot € 25.000;

Naira Shipping en Shipman hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan Seachel van de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van dagvaarding, tot aan de dag van algehele voldoening;

Naira Shipping en Shipman hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan Seachel van de proceskosten en nakosten.

4.2.

Seachel legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Volgens Seachel zijn Shipman c.s. tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst door de facturen niet te betalen. Omdat Seachel de overeenkomst heeft ontbonden, ontstaan ongedaanmakingsverbintenissen. De verbintenissen jegens Shipman c.s. zijn reeds uitgevoerd en niet ongedaan te maken. Daarom zijn Shipman c.s. gehouden om schadevergoeding te betalen voor de door Seachel uitgevoerde werkzaamheden en voorschotten. Haar schade bedraagt de hoogte van de facturen.

4.3.

Shipman c.s. voeren verweer en voeren het volgende aan. Shipman c.s. hoeven de facturen niet te betalen wegens tekortkomingen aan de zijde van Seachel. Bovendien zijn de facturen niet onderbouwd en komen de bedragen niet overeen met hetgeen is bepaald in de overeenkomst.

in reconventie

4.4.

Shipman c.s. vorderen - samengevat - voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Seachel tot betaling aan Shipman van € 25,000.00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van indiening van de eis in reconventie, tot aan de dag van algehele voldoening en betaling van de proceskosten.

4.5.

Shipman c.s. leggen aan hun vordering het volgende ten grondslag. Shipman c.s. hebben € 25.000,00 schade geleden als gevolg van het feit dat Seachel het financiële rendement bij de exploitatie niet tot uitgangspunt heeft genomen en de verliezen heeft laten oplopen.

4.6.

Seachel betwist dat er sprake is van wanprestatie. De schade is volgens Seachel bovendien niet onderbouwd.

4.7.

Op de stellingen van partijen zowel in conventie als in reconventie wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

Overwegingen

5
De beoordeling in conventie en in reconventie
5.1.

Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze vorderingen gezamenlijk worden behandeld.

Naira Shipping is contractspartij bij de overeenkomst

5.2.

Partijen zijn in geschil over de vraag of Naira Shipping partij is bij de overeenkomt. Seachel stelt dat zij de overeenkomst met zowel Shipman als met Naira Shipping is aangegaan en dat dit ook zo is afgesproken. Bovendien is het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat ook met Naira Shipping een overeenkomst is gesloten, aldus Seachel. Zo is Naira Shipping op iedere overeenkomst vermeld en hebben partijen afgesproken dat een deel van de facturen aan Naira Shipping wordt gestuurd.

5.3.

Volgens Shipman c.s. is het sturen van de facturen aan Naira Shipping enkel een administratieve afhandeling en kan daaruit niet worden afgeleid dat Naira Shipping partij is bij de overeenkomst. Bovendien zijn alle overeenkomsten getekend door Shipman en niet door Naira Shipping. Verder stellen Shipman c.s. dat de verwijzing naar Naira Shipping in de overeenkomsten enkel is opgenomen om het onderwerp van de overeenkomst aan te duiden.

5.4.

De kantonrechter overweegt als volgt. De vraag of Naira Shipping partij is bij de overeenkomst, is afhankelijk van hetgeen partijen jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden. Tot de relevante omstandigheden behoort de kenbare hoedanigheid van partijen en de context waarin partijen optraden. Ook gedragingen, verklaringen en andere omstandigheden die hebben plaatsgevonden nadat de overeenkomst is gesloten, kunnen van belang zijn (Hoge Raad 29 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1615). De overeenkomsten zijn weliswaar ondertekend door Shipman en niet door Naira Shipping, maar op iedere overeenkomst zijn linksboven de naam en gegevens van Naira Shipping vermeld. Verder staat vast dat er is gefactureerd aan Naira Shipping. Seachel had hieruit mogen afleiden dat zij de overeenkomsten ook met Naira Shipping is aangegaan. De kantonrechter oordeelt daarom dat Naira Shipping contractspartij is bij de overeenkomst.

De gestelde tekortkomingen aan de zijde van Seachel

5.5.

Shipman c.s. voeren als verweer dat Seachel is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst en dat zij de facturen daarom niet hoeven te betalen. De grootste tekortkoming is volgens Shipman c.s. het feit dat Seachel niet genoeg heeft gedaan om de financiële exploitatie van het schip te waarborgen. Daarop wordt hierna eerst ingegaan. Vervolgens worden de overige door Shipman c.s. gestelde tekortkomingen behandeld.

Financiële exploitatie geen kernverplichting

5.6.

Volgens Shipman c.s. is Seachel als scheepsmanager een dienstverlener die al datgene doet wat strekt tot een goede winstgevende exploitatie van het schip. Het economisch winstgevend exploiteren van het schip betreft de kernprestatie van de scheepsmanager en Seachel moet zich daarvoor pro actief inzetten. Seachel heeft volgens Shipman c.s. niet, zoals zij wel overeengekomen zijn, het financiële rendement bij de exploitatie tot uitgangspunt genomen en heeft de verliezen laten oplopen, zonder de maatregelen te nemen die van een goed opdrachtnemer konden worden verwacht. Er is geen commerciële planning opgesteld voor het succesvolle management van het schip en een dergelijk plan is nooit uitgevoerd. Er zijn slechts vier korte reizen gemaakt gedurende de periode dat het schip onder management van Seachel was in een looptijd van tweeëneenhalve maand. In zijn algemeenheid was Seachel niet geïnteresseerd in economische indicatoren, berekeningen en manieren om het schip economisch te exploiteren. Dit levert wanprestatie op, aldus Shipman c.s.

5.7.

Seachel betwist dat zij de verplichting op zich heeft genomen om het financiële rendement en exploitatie van het schip te waarborgen. Volgens Seachel ontbreekt in de overeenkomsten een grondslag voor een dergelijke verplichting of garantie. Shipman c.s. hebben de gestelde verplichting onvoldoende onderbouwd, aldus Seachel.

5.8.

De kantonrechter overweegt als volgt. Bij de beantwoording van de vraag of de winstgevende exploitatie van het schip een kernprestatie betreft, is van belang wat partijen van elkaar mochten verwachten op grond van de overeenkomst. Uit de tekst van de overeenkomst blijkt niet dat een dergelijke resultaatsverbintenis is overeengekomen. In de ‘Management Agreement’ is het volgende opgenomen: “We will always take the financial interest into account, discuss high expenses whit the owner, and try tp persue the profit objective.” De tekst van de overeenkomst duidt hiermee op een inspanningsverplichting, waardoor het uitblijven van de winstgevende exploitatie van het schip op zichzelf niet als tekortkoming kan worden aangemerkt. Ook zijn er geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken waaruit kan worden afgeleid dat partijen een dergelijke afspraak zijn overeengekomen. Daarnaast is door Shipman c.s. onvoldoende onderbouwd in welke zin die inspanningsverplichting niet zou zijn nagekomen. Dat er bijvoorbeeld een plan zou moeten worden gemaakt en uitgevoerd voor het succesvolle management van het schip, blijkt nergens uit. Gelet op het voorgaande betreft de winstgevende exploitatie van het schip geen resultaatsverbintenis en dit kan dan ook geen tekortkoming opleveren.

Het sluiten van vervoersovereenkomsten volgt niet uit de overeenkomst

5.9.

Een andere tekortkoming is volgens Shipman c.s. dat Seachel geen vervoersovereenkomsten heeft gesloten en dat wel had moeten doen. Shipman c.s. voeren aan dat Seachel als manager de verantwoordelijkheid voor onder andere het boeken van lucratieve reizen en het sluiten van vervoersovereenkomsten heeft aanvaard. Seachel betwist dit en voert aan dat de verantwoordelijkheid voor het boeken van reizen of het sluiten van vervoersovereenkomsten niet blijkt uit de overeenkomsten.

5.10.

De kantonrechter overweegt als volgt. In de ‘Agreement’ is over het sluiten van vervoersovereenkomsten het volgende opgenomen: “Delivery of a complete management package (maintenance program for the [schip], visits on board to assess the maintenance and condition of the ship, discussing and planning maintenance and repairs with the owner and repair companies) Discussing travel plans with the charterer and owner.” De kantonrechter leidt hieruit af dat de taken van Seachel beperkt zijn tot de dagelijkse operationele en organisatorische werkzaamheden en omvatten daarmee niet het sluiten van vervoersovereenkomsten. Als partijen de intentie hadden gehad om dit wel onder de overeenkomst te laten vallen, had dit expliciet in de overeenkomst moeten worden opgenomen.

5.11.

Shipman c.s. hebben nog aangevoerd dat Seachel in de dagvaarding zelf heeft gesteld dat het sluiten van vervoersovereenkomsten onderdeel uitmaakt van de overeenkomst. Seachel heeft dit echter gemotiveerd betwist door aan te voeren dat haar rol beperkt was tot die van een tussenpersoon. De kantonrechter volgt Seachel in dat standpunt. De vervoersovereenkomsten werden immers niet door Seachel zelf maar uitdrukkelijk, zoals ook opgenomen in de dagvaarding, ‘namens Shipman c.s.’ gesloten. Hiermee fungeerde Seachel enkel als tussenpersoon en niet als contractspartij bij die vervoersovereenkomsten.

5.12.

Zelfs indien op Seachel wel een verbintenis zou rusten om vervoersovereenkomsten te sluiten, is niet gesteld of onderbouwd dat zij daarin is tekortgeschoten. Shipman c.s. hebben immers niet aangevoerd dat er te weinig vervoersovereenkomsten zijn gesloten en dat de te tegenvallende winst daarvan het gevolg is. Ook om deze reden kan het verweer niet slagen.

De overige tekortkomingen zijn onvoldoende onderbouwd

5.13.

Shipman c.s. hebben in het e-mailbericht van 20 juni 2024 een aantal klachten kenbaar gemaakt aan Seachel. Het gaat om gestelde tekortkomingen betreffende de bemanning, technisch beheer en commercieel management. Seachel hebben deze tekortkomingen betwist. Hoewel Shipman c.s. deze tekortkomingen in hun conclusie van antwoord hebben aangehaald, zijn deze niet nader uitgewerkt en zijn daar geen concrete conclusies aan verbonden. Voor zover Shipman c.s. toch hebben beoogd deze tekortkomingen ten grondslag te leggen aan hun verweer, overweegt de kantonrechter het volgende.

5.14.

Ten aanzien van de bemanning stellen Shipman c.s. dat er hogere bedragen in rekening gebracht zijn voor de matroos en kapiteins dan overeengekomen. Daarnaast zouden kapiteins soms aan boord zijn gebleven zonder dat het schip voer of operationeel was, was de eerste matroos incompetent en was de bemanning niet gemotiveerd. Ook ging de opzegging in op 26 april 2024 maar was de kapitein al op 28 maart 2024 van schip gehaald en de matroos al op 8 april 2024. Ten aanzien van het technisch beheer stellen Shipman c.s. dat Seachel schade heeft veroorzaakt doordat er na de opzegging een nieuwe certificering van het schip noodzakelijk was. Daarnaast zouden benodigdheden willekeurig en incompleet zijn besteld waardoor Shipman c.s. deze zelf moesten ophalen en aan boord afleveren. Ook zouden de veiligheidsapparatuur en documentatie niet zijn bijgewerkt en voerde de reddingsboot van het schip bij het einde van de overeenkomst nog de oude naam van het schip. Verder zou Seachel, in strijd met de overeenkomst, de mobiele telefoon en werkkleding hebben verwijderd. De kantonrechter oordeelt hierover als volgt. Shipman c.s. hebben de stelling dat het voorgaande tekortkomingen oplevert aan de zijde van Seachel, onvoldoende onderbouwd. Omdat Shipman c.s. niet hebben voldaan aan hun stelplicht, kunnen deze punten niet als tekortkoming worden aangemerkt.

5.15.

Ten aanzien van het commercieel / chartering management stelt Seachel dat de kapiteins geen duidelijke orders of reisinstructies ontvingen van Seachel en dat Shipman c.s. in diverse gevallen geen charterpartijen of voorwaarden van de charters ontvingen. Ook zou Seachel hebben nagelaten om aan Shipman c.s. rapportages van de kapitein of manager toe te zenden. De kantonrechter oordeelt dat uit de inhoud van de overeenkomst of anderszins niet is gebleken dat het voorgaande is overeengekomen. Aangezien er geen contractuele verplichting was voor Seachel, kunnen deze punten geen tekortkomingen opleveren.

Hoogte facturen

5.16.

Naast de tekortkomingen willen Shipman c.s. de facturen niet betalen omdat deze niet de overeengekomen bedragen bevatten en omdat de facturen onvoldoende zijn onderbouwd. Shipman c.s. hebben daarom een 'Final Statement of Accounts' opgemaakt. Dit overzicht sluit op een bedrag van € 3.961,71, welk bedrag Shipman c.s. al hebben betaald, aldus Shipman c.s.

5.17.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Shipman c.s. hebben hun stelling dat de facturen van Seachel onjuist zijn, onvoldoende onderbouwd. Shipman c.s. hebben, tegenover de gemotiveerde betwisting door Seachel, met hun eigen overgelegde overzicht niet voldoende onderbouwd waarom de overeengekomen bedragen voor de managementkosten, de variërende en overige kosten niet (volledig) verschuldigd zouden zijn. Dat niet alle kosten in rekening gebracht kunnen worden omdat Seachel is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst, treft op hetgeen hiervoor is overwogen geen doel. Verder hebben Shipman c.s. nagelaten om met stukken te onderbouwen op welke grond de factuurbedragen lager zouden moeten uitvallen dan in de overeenkomsten is overeengekomen. Bovendien weegt de kantonrechter mee dat niet is gebleken dat Shipman c.s. tijdens de uitvoering van de werkzaamheden door Seachel hebben geprotesteerd tegen de gehanteerde tarieven. Het lag op de weg van Shipman c.s. om dit eerder kenbaar te maken aan Seachel. Nu zij dit niet hebben gedaan, mocht Seachel er redelijkerwijs op vertrouwen dat Shipman c.s. instemden met de gehanteerde tarieven.

5.18.

Wat betreft de ingangsdatum van de overeenkomst volgt de kantonrechter Shipman c.s. in het standpunt dat de ingangsdatum van de overeenkomst 6 januari 2024 betrof. Shipman c.s. hebben echter in het door hen overgelegde overzicht niet inzichtelijk gemaakt welk specifieke deel van de facturen hierdoor niet voor vergoeding in aanmerking zou moeten komen. Dat dit onduidelijk blijft, komt voor rekening van Shipman c.s. Daarom worden de facturen van Seachel volledig toegewezen.

Verzuim

5.19.

Omdat op de door Seachel verzonden facturen een betalingstermijn van zeven dagen na dagtekening van toepassing is, verkeren Shipman c.s. al geruime tijd in verzuim. Bovendien heeft Seachel Shipman c.s. in gebreke gesteld. Seachel heeft daarmee voldaan aan het verzuimvereiste.

Ontbinding of opzegging?

5.20.

In geschil is de vraag of de brief van 26 maart 2024 gekwalificeerd moet worden als een ontbinding of als een opzegging. Seachel stelt dat sprake is van ontbinding en vordert op grond daarvan schadevergoeding. Shipman c.s. voeren aan dat de brief een opzegging behelst waarbij de opzegtermijn is geschonden.

5.21.

De kantonrechter overweegt dat de juridische kwalificatie van de brief in het midden kan blijven. Voor de betalingsverplichting van Shipman c.s. maakt dit namelijk geen verschil. Ook indien de brief van 26 maart 2024 niet als een rechtsgeldige ontbinding zou worden aangemerkt maar als een opzegging (al dan niet met inachtneming van de juiste termijn), ontslaat dit Shipman c.s. niet van haar betalingsverplichting voor de reeds verrichte werkzaamheden. Vaststaat dat Shipman c.s. Seachel moeten betalen voor de overeengekomen uitgevoerde werkzaamheden. Indien sprake is van een ontbinding zijn Shipman c.s. op grond van artikel 6:272 BW een waardevergoeding verschuldigd voor de reeds ontvangen prestaties. Is er sprake van opzegging, dan volgt de betalingsverplichting rechtstreeks uit de overeenkomst. Shipman c.s. moeten daarom onverkort de facturen betalen.

Conclusie

5.22.

Omdat Shipman c.s. tekortgeschoten zijn in de nakoming van de overeenkomst en omdat hun verweer niet slaagt, moeten zij de facturen van in totaal € 20.789,12 aan Seachel betalen.

De vordering in reconventie wordt afgewezen

5.23.

Volgens Shipman c.s. hebben zij schade geleden als gevolg van het feit dat Seachel de verliezen van het schip heeft laten oplopen, zonder de maatregelen te nemen die van een goed opdrachtnemer konden worden verwacht. Uit het e-mailbericht van 20 juni 2024 blijkt dat tegenover in rekening gebrachte managementkosten van circa € 70.000,00 een opbrengst aan binnenkomende vracht van € 38.000,00 stond. Dit is volgens Shipman c.s. niet het resultaat dat zij op grond van de aanprijzingen en de tekst van de overeenkomst konden verwachten. Shipman c.s. stellen de schade die zij hebben geleden vast op € 25.000,00.

5.24.

Seachel betwist de door Shipman c.s. gestelde schade. De schade blijkt nergens uit en wordt niet verder onderbouwd. Bovendien zou eventuele schade niet toe te rekenen zijn aan Seachel, omdat geen sprake is van wanprestatie. Shipman c.s. hadden een schadebeperkingsplicht en treffen eigen schuld aan hun schade.

5.25.

De kantonrechter is het met Seachel eens. Zoals hiervoor is overwogen zijn er geen tekortkomingen aan de zijde van Seachel. De grondslag voor schadevergoeding ontbreekt dan ook. Bovendien hebben Shipman c.s. het vereiste causale verband tussen de gestelde tekortkomingen en de schade, alsmede de hoogte van de schade, onvoldoende onderbouwd. De vordering in reconventie wordt daarom afgewezen.

De wettelijke rente

5.26.

In conventie eist Seachel wettelijke rente over het bedrag van € 24.290,42. Shipman c.s. zijn bij niet tijdige betaling op grond van het bepaalde in artikel 6:119 BW de wettelijke rente over de facturen verschuldigd steeds vanaf de dag van opeisbaarheid daarvan. De wettelijke rente over de hoofdsom van € 20.789,12 zal als onweersproken en als op de wet gegrond worden toegewezen, met dien verstande dat de gevorderde wettelijke rente over de verschenen rente op grond van artikel 6:119 lid 2 BW zal worden afgewezen.

De buitengerechtelijke incassokosten

5.27.

De vordering in conventie moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat Seachel voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen op de wijze zoals hierna vermeld.

De proceskosten

5.28.

Shipman c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom in conventie en in reconventie de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Seachel in conventie worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

122,35

- griffierecht

1.461,00

- salaris gemachtigde

1.154,00

(2 punten × € 577,00)

- nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.881,35

5.29.

De proceskosten van Seachel in reconventie worden, vanwege de samenhang met de vordering in conventie, begroot op € 288,50 (0,5 punt × € 577,00).

Uitvoerbaarheid bij voorraad

5.30.

Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Dit betekent dat deze uitspraak geldt, totdat in een eventueel hoger beroep anders is beslist.

Beslissing

6
De beslissing

De kantonrechter

in conventie

6.1.

veroordeelt Shipman c.s. hoofdelijk om aan Seachel te betalen een bedrag van € 23.307,53, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 20.789,12, vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling,

6.2.

veroordeelt Shipman c.s. hoofdelijk om aan Seachel te betalen een bedrag van € 982,89 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,

6.3.

veroordeelt Shipman c.s. in de proceskosten van € 2.881,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

in reconventie

6.4.

wijst de vorderingen van Shipman c.s. af,

6.5.

veroordeelt Shipman c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 288,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

in conventie en in reconventie

6.6.

veroordeelt Shipman c.s. hoofdelijk tot betaling van de kosten van betekening als Shipman c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,

6.7.

verklaart dit vonnis wat betreft de onder 6.1, 6.2, 6.3, 6.5 en 6.6 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,

6.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Badal en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.