Rechtbank Limburg, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBLIM:2026:2528

Op 6 March 2026 heeft de Rechtbank Limburg een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 03.311160.24, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBLIM:2026:2528. De plaats van zitting was Maastricht.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
03.311160.24
Datum uitspraak:
6 March 2026
Datum publicatie:
17 March 2026

Indicatie

Veroordeling voor het medeplegen van oplichting, door middel van bankhelpdeskfraude, van veertien bejaarde personen en de daarmee verband houdende diefstallen tot een gevangenisstraf van 32 maanden. Een deel van de vorderingen van de benadeelde partijen is toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03.311160.24

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 6 maart 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] 2005,

wonende te [adres 1] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. M.J.R. van Walsem, advocaat te Rotterdam.

1
Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 20 februari 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

De benadeelde partij [slachtoffer 1] is op de terechtzitting gehoord. Namens de benadeelde partij [slachtoffer 2] zijn haar zoon en dochter op de terechtzitting gehoord.

2
De tenlastelegging

De tenlastelegging – na wijziging ter terechtzitting – is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte in de periode van 11 augustus 2023 tot en met 20 september 2023:

Feit 1:

samen met anderen zestien mensen (zaken A tot en met P) heeft opgelicht;

Feit 2:

samen met anderen geldbedragen van veertien van de onder feit 1 genoemde personen heeft gestolen door geld te pinnen met onrechtmatig verkregen bankpassen, creditcards en pincodes;

Feit 3:

samen met anderen betaalpassen, sieraden en contante geldbedragen heeft gestolen in de woningen van drie van de onder feit 1 genoemde personen terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels.

Overwegingen

3
De beoordeling van het bewijs
3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de feiten 1, 2 en 3, behalve ten aanzien van [slachtoffer 2] (zaak D) en [slachtoffer 3] (zaak P), omdat – gelet op de niet op de verdachte passende signalementen – uit het dossier onvoldoende blijkt dat de verdachte degene is die bij hen aan de deur is geweest. Ten aanzien van [slachtoffer 4] (zaak G) heeft de officier van justitie met betrekking tot het onder 2 tenlastegelegde gerekwireerd tot bewezenverklaring van een geldbedrag ter hoogte van € 750,- en tot vrijspraak voor de overige € 700,-, aangezien uit het dossier onvoldoende blijkt dat de verdachte degene was die dit laatste bedrag heeft gepind.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair verzocht de verdachte integraal vrij te spreken, omdat hij geen opzet had op het inzetten van oplichtingsmiddelen met als doel het bewegen van een ander tot afgifte van goederen en evenmin op het wegnemen van de tenlastegelegde bedragen door middel van valse sleutels. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat de verdachte weliswaar bij de slachtoffers langs de deur is gegaan en daar bankpasjes en sieraden in ontvangst heeft genomen en dat hij vervolgens geld van hun rekeningen heeft gepind en het geld heeft afgestaan aan iemand op een parkeerplaats, maar dat de verdachte er in de tenlastegelegde periode niet van op de hoogte was dat hij met zijn handelen een rol in oplichting/ bankhelpdeskfraude speelde en zich er ook niet bewust van was dat wat hij deed strafbaar was. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de verdachte integraal vrij te spreken, omdat de rol van de verdachte slechts die van loopjongen was en hij een onvoldoende wezenlijke (intellectuele en materiële) bijdrage heeft geleverd om tot een bewezenverklaring van medeplegen te komen. Ten aanzien van [slachtoffer 2] (zaak D) heeft de raadsman meer subsidiair verzocht de verdachte vrij te spreken, omdat uit het dossier onvoldoende blijkt dat de verdachte in die zaak aan de deur is geweest en evenmin dat hij heeft gepind. Ten aanzien van [slachtoffer 4] (zaak G) en [slachtoffer 3] (zaak P) heeft de raadsman meer subsidiair verzocht de verdachte vrij te spreken, omdat hij weliswaar heeft gepind, maar, gelet op de in die zaken gegeven signalementen, niet degene is die aan de deur is geweest. In de overige zaken refereert de raadsman zich meer subsidiair aan het oordeel van de rechtbank.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Inleiding

In augustus en september 2023 werd door zestien oudere mensen aangifte gedaan van oplichting, waarbij – kort gezegd – gebeld werd door iemand die zich voordeed als bankmedewerker of medewerker van de politie, die zei dat er verdachte handelingen waren verricht met de bankrekeningen van deze mensen en dat er daarom een koerier zou worden gestuurd om hun bankpassen en eventueel sieraden en contante geldbedragen op te halen. Vervolgens kwam er iemand aan de deur aan wie de bankpassen, en in voorkomende gevallen sieraden en soms contante geldbedragen werden meegegeven. Terwijl de bankmedewerker aan de telefoon bleef, werd er kort daarna met de afgegeven passen bij een geldautomaat geld van de bankrekeningen opgenomen.

Partiële vrijspraak

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat de verdachte degene is die bij [slachtoffer 2] (zaak D) aan de deur is geweest of dat hij zich op een andere wijze schuldig heeft gemaakt aan het in die zaak onder 1 tenlastegelegde. In zoverre zal de verdachte daarom daarvan worden vrijgesproken.

Dit geldt, naar het oordeel van de rechtbank, ook voor de zaak van aangever [slachtoffer 5] (zaak F), nu het signalement dat [slachtoffer 5] geeft van de man die bij haar aan de deur kwam niet bij de verdachte past en uit het dossier verder ook niet blijkt dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in die zaak onder 1 tenlastegelegde. In zoverre zal de verdachte daarom ook daarvan worden vrijgesproken.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier blijkt dat de verdachte degene is die met de bankpas van [slachtoffer 4] (zaak G) € 750,- heeft gepind, maar dat hieruit onvoldoende blijkt dat de verdachte ook de overige onder 2 tenlastegelegde € 700,- heeft gepind met de bankpas van [slachtoffer 4] of zich op een andere wijze schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de diefstal van die € 700,-. In zoverre zal de verdachte daarom daarvan worden vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde.

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat de verdachte degene is die bij [slachtoffer 3] (zaak P) aan de deur is geweest of dat hij zich op een andere wijze schuldig heeft gemaakt aan het in die zaak onder 1 tenlastegelegde. De verdachte daarom worden vrijgesproken van dit feit.

Overweging met betrekking tot het bewijs

De rechtbank is van oordeel dat het namens de verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde, behalve ten aanzien van de onderdelen waarover de rechtbank hiervoor heeft overwogen dat de verdachte al dan niet partieel zal worden vrijgesproken, wordt weersproken door de bewijsmiddelen, zoals deze hieronder zijn uitgewerkt. De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Bewijsmiddelen  (Voetnoot 1)

Door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen, waarbij ieder bewijsmiddel, ook op onderdelen, telkens slechts wordt gebezigd voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft:

Zaak A ( [slachtoffer 6] )

1. Het proces-verbaal van aangifte (pagina’s 34 tot en met 38), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van [slachtoffer 6] :

Plaats delict : Reuver

Pleegdatum : 11 augustus 2023

Ik doe aangifte van oplichting.

Op 11 augustus 2023 om 17.30 uur ging de telefoon over. Ik heb opgenomen. Ik hoorde de man zeggen dat hij van de Rabobank was. Hij gaf aan dat er was geprobeerd om geld van mijn rekening af te schrijven. Dit zou gaan om een bedrag van ongeveer 1700 euro. De man gaf aan dat er dringend actie ondernomen moest worden voordat het bedrag daadwerkelijk afgeschreven zou worden. Mijn pasjes zouden geblokkeerd zijn. Hij gaf aan dat het verstandig was dat ik aan de telefoon zou blijven en dat alles eerlijk ging. De man vroeg of ik nog andere rekeningen had. Ik gaf aan dat ik nog een creditcard had. Ik kreeg vervolgens de opdracht om de pasjes in een envelop te doen. Ik heb in de envelop mijn bankpasje en mijn creditcard gedaan. Rechtsboven op de envelop moest ik een code zetten. De man aan de telefoon gaf aan dat ik een nieuwe pinpas zou krijgen. Ik antwoordde hierop dat ik graag mijn pincode wilde behouden. De man aan de telefoon gaf aan dat ik mijn pincode in moest spreken na een pieptoon. Hij gaf aan dat hij door de pieptoon de pincode niet zou horen. Ik heb vervolgens mijn pincode ingesproken. De man aan de telefoon vroeg of ik nog sieraden thuis had liggen. Deze sieraden moest ik in een envelop doen en zouden zolang bewaard worden in een kluis. Dit moest voor de verzekering. Ik heb 21 sieraden in de envelop gedaan. Op deze envelop heb ik ook de code gezet. Ik moest vervolgens aan de telefoon blijven totdat de persoon de enveloppen op kwam halen. De persoon die de 2 enveloppen kwam ophalen zag er als volgt uit: Het was een jonge man rond de leeftijd van 25 jaar. Hij was licht getint. Hij had geen gezichtshaar. Hij droeg een donkerkleurige broek en een donkerkleurig shirt. Hij had een telefoon in zijn hand en verder niks opvallends. Hij belde aan en de man aan de telefoon gaf aan dat ik de man om een code moest vragen die de man aan de telefoon eerder aan mij had doorgegeven. De jongen noemde de code op. Vervolgens is de jongen weggelopen. Ik moest aan de telefoon blijven. Op enig moment gaf de man aan de telefoon aan dat de pincode niet klopte. Ik antwoordde hierop dat meneer de pincode niet kon weten, omdat zij de ingesproken code niet zouden horen. Hier antwoordde de man niet op. Hierna mocht ik de verbinding verbreken.

Uit het contact met de Rabobank is gebleken dat er gepind is bij de geldautomaat Sint Jansplein 1 te Swalmen. Dit was op 11 augustus 2023 om 18.36.09 uur. Dit geld is van mijn creditcard afgeschreven. Kortom, mijn bankpas en creditcard zijn gestolen. Tevens zijn mijn sierraden weggenomen. Ook is er 500 euro van de creditcard afgeschreven.

2. Het proces-verbaal van bevindingen van 28 september 2023 (pagina’s 42 tot en met 45), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als relaas van de verbalisant:

Naar aanleiding van een oplichting werd door de aangever aangifte gedaan van bankpasfraude. Wij hebben hierna de camerabeelden gevorderd. Ik was belast met het bekijken en beschrijven van camerabeelden. De camerabeelden zijn gefilmd met een camera van de geldautomaat bij de geldmaat Sint Jansplein 16 te Swalmen.

beelden 2 (110823 18.35u)

00:02: Ik zie dat de verdacht het beeld in komt gelopen met een telefoon in zijn hand. Ik zie dat de verdachte een zwartkleurige broek en een zwartkleurig shirt aan heeft en een wit oordopje in zijn oor heeft.

00:42: Ik zie dat de verdachte een pinpas in de geldautomaat stopt.

01:00: Ik zie dat de verdachte iets intypt op de geldautomaat.

01:04: Ik zie dat de verdachte iets op het scherm van de geldautomaat aanklikt.

01:08: Ik zie dat de verdachte de pinpas uit de geldautomaat neemt.

01:25: Ik zie dat de verdachte een stapel biljetten van 50 euro uit de automaat neemt.

01:30: Ik zie dat de verdachte de stapel briefjes dubbelvouwt en achter in zijn rechter achterzak van zijn broekzak stopt.

3. Het proces-verbaal van verhoor verdachte (pagina’s 589 tot en met 594), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van de verdachte:

V: vraag verbalisant

A: antwoord verdachte

V: We gaan het hebben overeen bankhelpdeskfraude zaak, gepleegd op 11 augustus 2023 bij een woning in Reuver. Bij deze zaak in Reuver is er door een van de daders gepind bij een geldautomaat aan het Sint Jansplein 1 in Swalmen. Van deze pintransactie(s) bij deze geldautomaat zijn de beelden opgevraagd en de dader staat hierop. We laten je nu foto’s zien. Wie is de persoon op deze foto’s?

A: Dat ben ik

V: Ook het signalement dat door het slachtoffer werd gegeven, van de bankmedewerker die bij de woning was, komt redelijk overeen met jouw signalement. Het volgende signalement werd opgegeven:

- rond de 25 jaar oud

- licht getinte huidskleur

- geen gezichtshaar

- donkere broek en shirt

Je blijft er bij dat jij dat bent op de foto’s?

A: Ik ben dit

V: Dit betekent dus, dat je niet alleen de pinner bent geweest, maar vermoedelijk ook bij het slachtoffer aan de deur bent geweest om de goederen op te halen.

A: Ja dat heb ik verklaard.

Zaak B ( [slachtoffer 7] )

4. Het proces-verbaal van aangifte, inclusief de als bijlagen bijgevoegde screenshots van de Rabobank-app (pagina’s 85 tot en met 92), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van [naam 1] namens aangever [slachtoffer 7] :

Pleegdatum : 14 augustus 2023

Woonplaats aangever : Swalmen

Ik doe aangifte van bankpasfraude.

Op 14 augustus 2023, omstreeks 15.00 uur, werd ik gebeld namens de Rabobank. Er werd tijdens dit telefoongesprek aan mij verteld dat mijn bankrekening geblokkeerd was wegens fraude. Er werd aangegeven dat zij de oude bankpas kwamen ophalen en ook een nieuwe bankpas thuis zouden brengen.

Op 14 augustus 2023, stond er bij mij een persoon aan de deur. Ik maakte de deur open en zag een jongeman staan. Ik schatte hem rond de 20 à 25 jaar. Ik heb mijn bankpas afgegeven aan deze persoon. Deze bankpas zat in een hoesje. Ook zat hier een briefje met mijn pincode in.

Mijn zoon zag dat er vier keer geld van de rekening is afgehaald, van in totaal 1250 euro. Ik heb print screens van deze afschrijvingen bij me.

In de bijlagen:

Tegenrekening naam

Geldmaat Sint Jansplei Swalmen

Bedrag

€ -800,00

Datum & tijd

14 augustus 2023 – 18:08

Transactie details

Tegenrekening naam

Geldmaat Sint Jansplei Swalmen

Bedrag

€ -200,00

Datum & tijd

14 augustus 2023 – 18:09

Transactie details

Tegenrekening naam

Geldmaat Sint Jansplei Swalmen

Bedrag

€ -150,00

Datum & tijd

14 augustus 2023 – 18:10

Transactie details

Tegenrekening naam

Geldmaat Sint Jansplei Swalmen

Bedrag

€ -100,00

Datum & tijd

14 augustus 2023 – 18:11

5. Het proces-verbaal van bevindingen van 13 september 2023 (pagina’s 93 tot en met 95), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als relaas van de verbalisant:

Op 14 augustus 2023 heeft er een fraude/oplichting dan wel diefstal door valse sleutel plaatsgevonden waarbij er van een kwetsbaar slachtoffer de pinpas is afgenomen waarmee op dezelfde dag tussen 18:06:09 uur en 18:12 uur, zesmaal is geprobeerd te pinnen, waarvan vier pogingen zijn gelukt, middels de Geldmaat op het Sint Jansplein 16 te Swalmen.

In dit onderzoek zijn de camerabeelden van de bewuste frauduleuze pintransactie gevorderd, door mij onderzocht en in dit proces-verbaal omschreven.

Eerste pintransactie:

Op de beelden is te zien dat een man op tijdstip 18:07:57 uur weer in beeld komt. Op tijdstip 18:07:59 uur is te zien dat de man een pintransactie voldoet. Opnieuw kijkt de verdachte op zijn smartphone. Op tijdstip 18:08:46 uur is te zien dat de man met zijn rechterhand meerdere briefjes van 50 euro uit de Geldmaat pakt.

Tweede pintransactie:

Op tijdstip 18:08:58 uur is te zien dat de man een pintransactie voldoet. Op tijdstip 18:09:37 uur is te zien dat de man opnieuw met zijn rechterhand meerdere briefjes van 50 euro uit de Geldmaat pakt.

Derde pintransactie:

Op tijdstip 18:09:59 uur is te zien dat de man met de pinpas gebruik maakt van de Geldmaat om een pintransactie te voldoen. Op tijdstip 18:10:30 uur is te zien dat de man de pinpas uit de Geldmaat pakt. Op tijdstip 18:10:41 uur is te zien dat de man één of meerdere briefjes van 50 euro uit de Geldmaat pakt.

Vierde pintransactie:

Op tijdstip 18:10:51 uur is te zien dat de man een vierde pintransactie voldoet. Op tijdstip 18:11:22 uur is te zien dat de man de pinpas uit de Geldmaat neemt. Op tijdstip 18:11:34 uur is te zien dat de man één of meerdere briefjes van 50 euro uit de Geldmaat pakt.

6. Het proces-verbaal van verhoor verdachte (pagina’s 596 tot en met 598), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van de verdachte:

V: vraag verbalisant

A: antwoord verdachte

V: We gaan het hebben over een bankhelpdeskfraude zaak, gepleegd op 14 augustus 2023 bij een woning in Swalmen. Bij deze zaak in Swalmen is er door een van de daders gepind bij een geldautomaat aan het Sint Jansplein 1 in Swalmen. Van deze pintransactie(s) bij deze geldautomaat zijn de beelden opgevraagd en de dader staat hierop. We laten je nu weer foto's zien. Wie is de persoon op deze foto’s?

A: Dat ben ik

V: Bij deze zaak stond er op enig moment een persoon van 20 à 25 jaar aan de deur van aangeefster om de spullen op te halen. Hosam, jij bent in deze zaak in ieder geval de pinner. Je staat op de camerabeelden.

A: Als ik op de foto van het pinnen sta, dan betekent het ook dat ik bij de bewoner(s) aan de deur ben gegaan.

Zaak C ( [slachtoffer 9] )

7. Het proces-verbaal van aangifte (pagina’s 111 tot en met 113), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van [slachtoffer 9] :

Plaats delict : Horn

Pleegdatum : 15 augustus 2023

Ik doe aangifte van oplichting.

Op 15 augustus 2023 werd ik omstreeks 17.00 uur gebeld op mijn thuisnummer door een man genaamd [naam 2] . Meneer [naam 2] zei dat hij werkzaam was bij de Rabobank Herten. Meneer [naam 2] zei dat hij bericht had ontvangen vanuit de Rabobank in Nijmegen dat mogelijk 1200 euro zou worden afgeschreven van mijn bankrekening. Meneer [naam 2] zei dat ik daarom mij pinpas in een envelop moest doen en dat iemand die straks kwam ophalen. Meneer [naam 2] zei tegen mij dat als ik sieraden of juwelen had, dat ik deze ook in de envelop moest doen.

Omstreeks 18.00 uur belde een man aan bij mijn woning. Ik vroeg wat de naam van deze man was, deze zei dat hij [naam 3] was. Ik liet de man binnen en deze zei dat hij de envelop kwam halen. Ik gaf hem de envelop met daarin mijn pinpas, drie ringen en twee kettingen. Meneer [naam 3] zei dat hij deze envelop mee nam en in een kluis zou doen. Meneer [naam 3] ging toen weer weg. Signalement van de man:

- Licht getinte man

- Leeftijd tussen de 20 en 30 jaar oud

- Beige trui

- Blauwe spijkerbroek

Mijn zoon zag via de Rabobankapp dat hier toen al direct 1250 euro van mijn bankrekening was afgehaald. Er werd gepind bij de Geldmaat gelegen aan de Maaslandstraat 26 in Horn.

Pintransacties:

Op 15 augustus 2023, om 18.06 uur, is er 800 euro gepind.

Op 15 augustus 2023, om 18.07 uur, is er 200 euro gepind.

Op 15 augustus 2023, om 18.08 uur, is er 150 euro gepind.

Op 15 augustus 2023, om 18.09 uur, is er 100 euro gepind.

8. Het proces-verbaal van bevindingen van 20 juni 2024 (pagina’s 114 tot en met 132), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als relaas van de verbalisant:

Naar aanleiding van de aangifte van [slachtoffer 9] werden de camerabeelden van de Geldmaat aan de Maaslandstraat te Horn gevorderd en ontvangen van 15 augustus 2023, tussen 18.05 uur en 18.13 uur. Op de camerabeelden wordt geen datum en tijdstip weergegeven.

Beelden camera 2

00:13 min

Ik zag dat er een manspersoon in beeld van de camera kwam. Dat de persoon was gekleed in een zwarte broek en lichtkleurig poloshirt. Dat hij een telefoon in zijn

linkerhand droeg en een ander voorwerp gelijkend op een pas in zijn rechterhand vasthield.

03:09 min

Ik zag dat een manspersoon met zijn rechterhand een op een bankpas gelijkend voorwerp naar de pinautomaat bracht. Dat het er vervolgens op leek dat de persoon handelingen verrichte op de pinautomaat.

03:52 min

Ik zag dat de persoon zijn rechterhand naar de pinautomaat bewoog. Dat hij een op een bankpasgelijkend voorwerp in zijn rechterhand vasthield.

04.09

min

Ik zag dat de persoon wederom zijn rechterhand naar de pinautomaat bewoog. Dat hij vervolgens iets in zijn rechterhand vasthield. Dat hij vervolgens een beweging met zijn rechterhand maakte dat leek op het opvouwen van iets.

4.22

min

Ik zag dat de persoon vervolgens met zijn rechterhand bewegingen maakt alsof hij probeert iets in zijn rechter achter broekzak te doen.

4.32

min

Ik zag dat de persoon zijn rechterhand weer bij de pinautomaat hield en het er vervolgens op leek dat hij handelingen verrichte op de pinautomaat.

04.52

min

Ik zag dat de persoon zijn rechterhand naar de pinautomaat bewoog. Dat de persoon een op een bankpasgelijkend voorwerp in zijn hand vasthield.

05.06

min

Ik zag dat de persoon zijn rechterhand naar de pinautomaat bewoog. Dat hij vervolgens iets in zijn rechterhand vasthield. Dat hij vervolgens met zijn rechterhand een beweging maakte dat leek op het opvouwen van iets. Dat hij vervolgens wederom zijn rechterhand naar zijn rechter achter broekzak bewoog en het er vervolgens weer op leek dat hij iets in zijn broekzak stopte.

05.12

min

Ik zag dat de persoon zijn rechterhand wederom naar de pinautomaat bewoog en het er vervolgens op leek dat hij handelingen verrichte op de pinautomaat.

05.41

min

Ik zag dat de persoon zijn rechterhand naar de pinautomaat bewoog.

05.54

min

Ik zag dat de persoon wederom zijn rechterhand naar de pinautomaat bewoog. Dat hij iets in zijn rechterhand vasthield. Dat hij vervolgens met zijn rechterhand een beweging maakte dat leek op het opvouwen van iets. Dat hij vervolgens wederom zijn rechterhand naar zijn rechter achter broekzak bewoog en het er vervolgens weer op leek dat hij iets in zijn broekzak stopte.

05.58

min

Ik zag dat de persoon zijn rechterhand vervolgens wederom naar de pinautomaat bewoog. Dat hij zijn rechterhand weer bij de pinautomaat hield en het er vervolgens op leek dat hij handelingen verrichte op de pinautomaat.

06.36

min

Ik zag dat de persoon zijn rechterhand naar de pinautomaat bewoog. Dat hij een op een bankpasgelijkend voorwerp in zijn rechterhand vasthield.

06.50

min

Ik zag dat de persoon wederom zijn rechterhand naar de pinautomaat bewoog. Dat hij vervolgens iets in zijn rechterhand vasthield. Dat hij vervolgens ook weer met zijn rechterhand een beweging maakte dat leek op het opvouwen van iets.

06.53

min

Ik zag dat de persoon van de pinautomaat wegliep en dat het daarbij leek alsof hij iets met zijn rechterhand in zijn rechter achter broekzak stopte.

9. Het proces-verbaal van verhoor verdachte (pagina’s 600 tot en met 602), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van de verdachte:

V: vraag verbalisant

A: antwoord verdachte

V: We gaan het hebben over een bankhelpdeskfraude zaak, gepleegd op 15 augustus 2023 bij een woning in Horn. Bij deze zaak in Horn is er door een van de daders gepind bij een geldautomaat gelegen aan de Maaslandstraat 26 in Horn. Van deze pintransactie(s) bij deze geldautomaat zijn de beelden opgevraagd en de dader staat hierop. We laten je nu foto’s zien. Wie is de persoon op deze foto's?

A: Dat ben ik.

V: Ook het signalement dat door het slachtoffer werd gegeven, van de persoon die bij de woning was, komt redelijk overeen met jouw signalement. Wat heb je hierop te verklaren?

- licht getinte man

- leeftijd tussen de 20 en 30 jaar oud

- beige trui

- blauwe spijkerbroek

A: Geen blauwe broek, maar ik was wel de pinner. En dus ook degene die aan de deur is geweest.

Zaak E ( [slachtoffer 10] )

10. Het proces-verbaal van aangifte (pagina’s 153 tot en met 155), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van [slachtoffer 10] :

Plaats delict : Panningen

Pleegdatum : 16 augustus 2023

Ik doe aangifte van diefstal in/uit mijn woning.

Op 16 augustus 2023 omstreeks 17.15 uur was ik thuis en hoorde ik dat de telefoon ging. Ik nam op en ik hoorde aan de andere kant van de lijn een mannenstem die zich voorstelde als [naam 4] van de Rabobank. [naam 4] vertelde mij dat er een hack was geweest bij de bank. Hij vertelde mij dat hij van de fraudeafdeling was. Door de hack zouden de oude pasjes onveilig zijn en zou ik nieuwe krijgen. De oude pasjes moest ik in een enveloppe doen. Ik moest al mijn pasjes inleveren. Het gaat dan om twee passen, de creditcard en de betaalpas. Op de enveloppe moest ik een adres opschrijven. [naam 4] gaf mij een code die ik op de enveloppe moest zetten. Deze code was ook voor een kluisje bij de bank. Het was namelijk de bedoeling dat ik mijn sierraden ook af moest geven aldus [naam 4] . De sierraden zouden opgeslagen worden bij de bank. Ik heb [naam 4] verteld wat ik aan sierraden in huis heb. [naam 4] gaf aan dat er iemand langs zou komen om de spullen op te halen. [naam 4] zou aan de telefoon blijven totdat die collega van hem was geweest om de spullen op te halen.

Rond 18.15 uur werd er aangebeld. [naam 4] vertelde mij dat de persoon voor de deur de code die op de enveloppe stond moest vertellen. De persoon deed dat ook. Ik deed de deur open en zag een jongen voor de deur staan die ik als volgt kan omschrijven:

Turks of Marokkaanse man

Tussen de 25 en de 30 jaar oud

Hij heeft niet veel gezegd maar hij was moeilijk te verstaan. Hij sprak ook met een Marokkaans accent.

Omdat ik precies had verteld waar mijn sierraden lagen, liep de man door naar boven. Omdat ik dat nogal apart vond liep ik naar de slaapkamer en daar zag ik dat de man al mijn sierraden in een tasje aan het doen was. Alle sierraden lagen op dat moment nog op bed. Ik wilde hem nog een enveloppe geven maar dat was niet nodig. [naam 4] verzekerde mij dat het allemaal goed was. Uiteindelijk is die man met mijn bankpassen en mijn sierraden vertrokken. Toen de man eenmaal vertrokken was, was [naam 4] nog steeds aan de telefoon. Vervolgens is het gesprek beëindigd.

Later heb ik de echte bank gebeld. Die vertelde mij dat de volgende transacties zijn gedaan:

18.35

uur 300 euro op de Roggelseweg 2 in Helden

18.37

uur 500 euro op de Roggelseweg 2 in Helden.

11. Het proces-verbaal van bevindingen van 18 augustus 2023 (pagina’s 160 tot en met 163), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als relaas van de verbalisant:

Op 18 augustus 2023 zag ik dat ik een aantal e-mails had ontvangen van de zoon van de aangeefster. Hier las ik het volgende in:

Overigens herinnerde mijn moeder zich gisteren dat ze inderdaad telefonisch de

pincode aan haar hebben ontfutseld: toen de handlanger met bankpassen en sieraden de deur uit was, bood de oplichter aan de telefoon aan om haar passen te blokkeren en of mijn moeder dan daarbij haar huidige pincode zou willen behouden voor de nieuwe passen. Zo is dat gebeurd.

12. Het proces-verbaal van bevindingen van 19 juni 2024 (pagina’s 164 tot en met 178), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als relaas van de verbalisant:

Van de door aangeefster [slachtoffer 10] genoemde geldopnames werden camerabeelden gevorderd en vervolgens ook verstrekt.

Beschrijving camerabeelden:

18.34.34

uur

Verdachte verschijnt in beeld voor de pinautomaat.

18.35.11

uur

Verdachte stopt een bankpas in de daarvoor bestemde sleuf.

18.35.22

uur

Verdachte heeft steeds een GSM in zijn hand waarbij het scherm op “open” lijkt te staan.

18.35.29

uur

Verdachte lijkt iets in te toetsen.

18.35.40

uur

Verdachte neemt de bankpas terug.

18.35.53

uur

Verdachte lijkt met iemand te bellen.

18.35.54

uur

Verdachte neemt een geldbedrag uit de pinautomaat.

18.37.03

uur

Verdachte steekt wederom een pasje in de daarvoor bestemde gleuf.

18.37.22

uur

Verdachte lijkt iets in te toetsen.

18.37.35

uur

Verdachte pakt de bankpas weer terug.

18.37.48

uur

Verdachte haalt een onbekend geldbedrag uit de automaat.

18.37.50

uur

Verdachte vouwt het geld dubbel en dan is in ieder geval 1 briefje van 50 euro zichtbaar.

13. Het proces-verbaal van verhoor verdachte (pagina’s 607 tot en met 609), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van de verdachte:

V: vraag verbalisant

A: antwoord verdachte

V: We gaan het hebben over een bankhelpdeskfraude zaak, gepleegd op 16 augustus 2023 bij een woning in Panningen. Bij deze zaak in Panningen is er door een van de daders gepind bij een geldautomaat aan de Roggelseweg in Helden. Van deze pintransactie(s) bij deze geldautomaat zijn de beelden opgevraagd en de dader staat hierop. We laten je nu foto’s zien. Wie is de persoon om deze foto's?

A: Dat ben ik.

Zaak F ( [slachtoffer 5] )

14. Het proces-verbaal van aangifte, inclusief goederenbijlage (pagina’s 186 tot en met 189), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van [slachtoffer 5] :

Plaats delict : Swalmen

Pleegdatum : 22 augustus 2023

Ik doe aangifte van diefstal uit mijn woning door iemand die zich voordeed als medewerker van de bank.

Op 22 augustus 2023, omstreeks 18.00 uur, liet ik iemand binnen in mijn woning die zich voordeed als medewerker van de bank. De man zei dat er iets met mijn bankpas aan de hand was en dat ik een nieuwe bankpas zou krijgen. Ik overhandigde toen mijn bankpas aan de man en hij nam deze mee, ik gaf deze af omdat ik een nieuwe zou krijgen. Ik had op een gegeven moment mijn pincode gedeeld met de man omdat hij deze aan mij vroeg.

Mijn zoon ging op de rekening kijken en zag dat er om 18.52 uur, 700 euro op was genomen bij een pinautomaat in Swalmen.

15. Het proces-verbaal van bevindingen van 19 juni 2024 (pagina’s 195 tot en met 205), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als relaas van de verbalisant:

Van de door aangeefster [slachtoffer 5] genoemde geldopnames werden camerabeelden gevorderd en vervolgens ook verstrekt. In de fragmenten wordt geen tijdstip weergegeven.

Beschrijving camerabeelden:

In de videofragmenten wordt geen tijdstip weer gegeven.

De verdachte verschijnt weer in beeld en steekt direct een pinpas in de pinautomaat. Verdachte heeft in de andere hand een GSM en lijkt een gesprek te voeren.

Verdachte lijkt een pincode in te toetsen.

Verdachte haalt de bankpas weer uit de automaat.

Vervolgens is te zien dat verdachte een stapeltje geld uit de automaat haalt.

16. Het proces-verbaal van verhoor verdachte (pagina’s 613 tot en met 615), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van de verdachte:

V: vraag verbalisant

A: antwoord verdachte

V: We gaan het hebben over een bankhelpdeskfraude zaak, gepleegd op 22 augustus 2023 bij een woning in Swalmen. Bij deze zaak in Swalmen is er door een van de daders gepind bij een geldautomaat aan het Sint Jansplein 1 in Swalmen. Van deze pintransactie(s) bij deze geldautomaat zijn de beelden opgevraagd en de dader staat hierop. We laten je nu foto's zien. Wie is de persoon om deze foto’s?

A: Dat ben ik

Zaak G ( [slachtoffer 4] )

17. Het proces-verbaal van aangifte, inclusief goederenbijlage (pagina’s 211 tot en met 214), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van [slachtoffer 4] :

Plaats delict : Haelen

Pleegdatum : 29 augustus 2023

Ik doe aangifte van horizontale fraude.

Op 29 augustus 2023, omstreeks 16.00 uur, werd ik gebeld door een persoon die zich voordeed als een medewerker van de Rabobank. Hij identificeerde zich als [naam 5] van Rossum. [naam 5] gaf aan dat er 700 euro van mijn rekening was afgeschreven. [naam 5] zei dat ik donderdag twee nieuwe pasjes zou krijgen en dat hij deze pasjes zou gaan blokkeren. Ik heb twee rekeningen bij de Rabobank. [naam 5] zei dat er vanmiddag bij mij iemand aan de deur zou komen om de pasjes op te komen halen. Hij gaf mij een code mee die ik moest doorgeven aan de persoon die de pasjes kwam ophalen. [naam 5] zei dat hij de codes nodig had van beide pasjes voor het onderzoek. Ik moest de codes apart telefonisch inspreken. Ik gaf beide codes door aan [naam 5] .

Op 29 augustus 2023, omstreeks 17.00 uur, stond er een persoon bij mij aan de deur die de pasjes kwam ophalen. De persoon was met de auto. Ik zag dat er ook nog iemand anders in de auto zat. Ik zag dat de persoon uitstapte vanaf de bijrijderskant en naar mijn voordeur liep. Signalement van de persoon die de pasjes kwam ophalen:

- man;

- geen gezichtsbeharing;

- ongeveer 20 en 30 jaar oud;

- zwart gekleed;

- negroïde uiterlijk.

Hij benoemde een code die hij had doorgekregen. De code kwam overeen met de code die ik doorgekregen had van [naam 5] . Ik gaf hem de pasjes mee in een envelop. Hij zei dat hij de pasjes naar de Rabobank zou brengen. Daarna is hij vertrokken.

Een werknemer van de Rabobank gaf mij de informatie dat er op een van mijn rekeningen 750 euro was afgeschreven. Met deze pas is op de Kanaalstraat in Beringe om 17.31 uur gepind.

18. Het proces-verbaal van bevindingen van 19 juni 2024 (pagina’s 215 tot en met 223), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als relaas van de verbalisant:

[slachtoffer 4] heeft aangifte gedaan van bankhelpdesfraude. Er werd 750 euro gepind om 17:31 uur, op de Kanaalstraat in Beringe. De camerabeelden van deze transactie uit de pinautomaat aan de Kanaalstraat in Beringe werden gevorderd. Ik zag dat de tijdstippen van de camerabeelden overeenkwamen met de daadwerkelijke tijd.

BERINGE – 29 augustus 2023 – pintransactie 17:31 uur

Ik zag om 17:31:01 uur een manspersoon in beeld komen. Ik zag dat deze man een donkere polo droeg. Ik zag dat de man een donkere broek droeg en donkere schoenen.

Ik zag dat de man een bankpas in de pinautomaat stopte. Ik zag dat hij met zijn linkerhand een telefoon vasthield. Ik zag dat hij kort daarna de bankpas uit de pinautomaat haalde.

Ik zag dat de man geldbiljetten uit de pinautomaat haalde.

19. Het proces-verbaal van verhoor verdachte (pagina’s 618 tot en met 621), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van de verdachte:

V: vraag verbalisant

A: antwoord verdachte

V: We gaan het hebben over een bankhelpdeskfraude zaak, gepleegd op 29 augustus 2023, bij een woning in Haelen. Bij deze zaak in Haelen is er door een van de daders gepind bij een geldautomaat aan de Kanaalstraat in Beringe. Van deze pintransactie(s) bij deze geldautomaat zijn de beelden opgevraagd en de dader staat hierop. We laten je nu foto's zien. Wie is de persoon om deze foto’s?

A: Dit ben ik.

Zaak H ( [slachtoffer 1] )

20. Het proces-verbaal van aangifte (pagina’s 288 tot en met 232), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van [slachtoffer 1] :

Plaats delict : Heythuysen

Pleegdatum : 20 september 2023

Ik wens aangifte te doen van oplichting.

Op 20 september 2023 omstreeks 16.30 uur, werd ik gebeld op mijn huistelefoon. Ik hoorde dat een mannenstem zich voorstelde als zijnde [naam 6] (fon.) van de ABN AMRO bank. Ik hoorde dat hij zei: Er is geprobeerd om elfhonderd euro van uw rekening weg te sluizen. Volgens de man die zich voorstelde als medewerker van de ABN AMRO had de bank dit weten te voorkomen. Ik hoorde dat de man zei dat ik op 22 september pas een nieuwe pas kon krijgen. Ik hoorde dat de man zei dat hij met spoed een koerier naar mijn adres zou sturen, deze zou mijn bankpasje komen halen. De koerier zou [naam 7] (fon.) heten. Ik hoorde dat de man zei dat ik mijn pincode in moest spreken op de telefoon. Ik kreeg vanuit de medewerker die ik aan de telefoon had een veiligheidscode, deze kon ik verifiëren bij de koerier zodat ik zeker wist dat ik de bankpas mee gaf aan de koerier die door de bank goedgekeurd was. Ik hoorde dat de medewerker van de ABN AMRO zei dat de koerier naar mijn adres onderweg was. Ik moest aan de telefoon blijven totdat de koerier aan mijn voordeur stond. Op het moment dat de koerier aan mijn voordeur stond, wilde de medewerker van de ABN AMRO de veiligheidscode horen van de koerier.

Omstreeks 16:50 uur, hoorde ik dat er aangebeld werd bij mijn voordeur. Ik opende de voordeur en ik zag dat er een man voor de deur stond. Ik zou de man als volgt omschrijven:

- man

- licht getinte huidskleur

- ongeveer 18-25 jaar oud

- t-shirt kleur zwart

- donkerkleurige broek

Ik hoorde dat de koerier zei dat hij [naam 7] heette en namens de ABN AMRO gestuurd was om als koerier mijn bankpas en sieraden op te halen. Ik gaf mijn bankpas mee aan de koerier. Ik had de gehele tijd de medewerker van de ABN AMRO aan de telefoon. Ik hoorde dat de medewerker van de bank zei dat ze via de verzekering informatie hadden dat ik goud en contanten in huis had liggen. Het contant geldbedrag wat ik thuis had moest ik in een envelop doen. Dit betrof tweeduizend euro. Op de envelop moest ik het adres van de ABN-AMRO bank schrijven samen met de veiligheidscode. De sieraden moest ik in een doosje doen, daaromheen een plastic zak en daarna nogmaals een plastic zak. Er zou een kluisje

voor mij geopend worden voor mijn sieraden en contant geld.

Omstreeks 17.29 uur hoorde ik wederom de deurbel van mijn voordeur gaan. Ik opende mijn voordeur en ik zag dat dezelfde koerier voor de deur stond die ik eerder mijn bankpas meegegeven had. Ik gaf het contant geld en de sieraden aan de koerier. Ik had ondertussen de medewerker van de ABN AMRO aan de telefoon.

Ik heb via de ABN AMRO bank de volgende gegevens gekregen. Op 20 september 2023, is er om 17.06 uur, vijfhonderd euro van mijn rekening gepind bij de Geldmaat gelegen aan de Dorpstraat 1 te Heythuysen.

21. Het proces-verbaal van bevindingen van 20 juni 2024 (pagina’s 215 tot en met 223), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als relaas van de verbalisant:

[slachtoffer 1] heeft aangifte gedaan van bankhelpdeskfraude. Naar aanleiding hiervan werden de camerabeelden van de Geldmaat aan de Dorpstraat 1 te Heythuysen gevorderd ontvangen van 20 september 2023 te 17.06 uur.

Beelden camera 1

Omschrijving:

20-09-2023, 17.05.44 uur

Ik zag dat er een persoon geheel in het zwart gekleed de Dorpstraat te Heythuysen overstak naar de pinautomaat.

20-09-2023, 17.05.48 uur

Ik zag dat de persoon een zwarte broek en zwart t-shirt droeg. Dat de persoon een telefoon in zijn linkerhand droeg.

20-09-2023, 17.06.25 uur

Ik zag dat de persoon de bankpas met zijn rechterhand in de pinautomaat schoof.

20-09-2023, 17.06.37 uur

Ik zag dat de persoon zijn rechterhand weer naar de pinautomaat bracht en dat het erop leek alsof hij handelingen op de automaat verrichte. Dat de persoon de telefoon naar zijn mond bracht.

20-09-2023, 17.06.53 uur

Ik zag dat de persoon zijn rechterhand naar de pinautomaat bewoog en de bankpas uit de automaat haalde.

20-09-2023, 17.07.08 uur

Ik zag dat de persoon zijn rechterhand naar de pinautomaat bewoog en vervolgens een bundel bankbiljetten in zijn hand vasthield. Dat het bovenste biljet een biljet van 50 euro betrof.

22. Het proces-verbaal van verhoor verdachte (pagina’s 624 tot en met 626), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van de verdachte:

V: vraag verbalisant

A: antwoord verdachte

V: We gaan het hebben over een bankhelpdeskfraude zaak, gepleegd op 20 september 2023 in Heythuysen. Bij deze zaak in Heythuysen is er door een van de daders gepind bij een geldautomaat aan de Dorpsstraat 1 in Heythuysen. Van deze pintransactie(s) bij deze geldautomaat zijn de beelden opgevraagd en de dader staat hierop. We laten je nu foto’s zien. Wie is de persoon op deze foto’s?

A: Dat ben ik.

Zaak I ( [slachtoffer 11] )

23. Het proces-verbaal van aangifte (pagina’s 247 tot en met 250), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van [slachtoffer 11] :

Plaats delict : Geldrop

Pleegdatum : 29 augustus 2023

Ik doe aangifte van oplichting.

Op 29 augustus 2023 hoorde ik dat ik tussen 18.15 uur en 18.45 uur werd gebeld op mijn vaste nummer. Toen ik opnam hoorde ik een manspersoon die zich voordeed als zijnde een medewerker van politie. Ik hoorde hem zeggen dat er iets mis was met mijn rekening. Ik hoorde de man zeggen dat ik mijn pinpas met pincode in een envelop moest doen. Ik heb de envelop met daarin mijn pinpas en pincode op de tafel gelegd in mijn woonkamer. Ik hoorde hem zeggen dat ik achter de computer moest gaan zitten. Ik weet dat ik van de man verschillende opdrachten kreeg om op de computer te doen. Ik zag dat er pornografische afbeeldingen in beeld kwamen. Toen ik bij de manspersoon, die ik nog aan de lijn had, aangaf dat deze afbeeldingen zichtbaar werden op mijn scherm, hoorde ik de man zeggen: 'Dat is het bewijs dat u bent gehackt, het is goed mis. Wij hebben mensen rondrijden van de bank die komen naar u toe'.

Op dinsdag 29 augustus 2023 tussen 18.45 uur en 19.15 uur stond er jongeman aan de deur. Ik kan deze man als volgt beschrijven:

- Licht getinte huidskleur

- Tussen de 25-30 jaar

- Nette donkere kleding

Omdat de manspersoon die ik aan de telefoon had mij een gevoel had gegeven dat ik hem kon vertrouwen, heb ik de jongeman die aan de deur stond naar binnen gelaten. Op dat moment had ik de manspersoon nog aan de lijn. Vrij kort nadat de jongeman in mijn woning was hebben beide mannen elkaar gesproken via mijn telefoon. Hierna heb ik de telefoon weer terug gekregen. Ik zag dat de jongeman wat rondliep door mijn woonkamer. Ik hoorde de manspersoon aan de telefoon vragen of ik in het bezit was van een ijzeren kistje. Ik heb toen aangegeven dat dat niet het geval was, maar dat ik wel in het bezit was van een sieradenkistje. Ik hoorde de man aan de telefoon zeggen dat ik daarnaartoe moest gaan met de jongeman die in mijn woning aanwezig was. Dit heb ik toen gedaan. Ik heb de jongeman toen gewezen waar de sieraden lagen en ben daarna weer terug naar de woonkamer gegaan. Op enig moment is de jongeman uit mijn woning vertrokken en had ik ook de manspersoon niet meer aan de telefoon.

Ik kwam erachter dat er sieraden waren weggenomen. Ook de envelop met hierin mijn bankpas en bijbehorende pincode. Ook bleek dat er een bedrag van 700 euro van mijn rekening was gehaald.

24. Het proces-verbaal van bevindingen van 12 juni 2024 (pagina’s 256 en 257), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als relaas van de verbalisant:

Naar aanleiding de aangifte van aangever/slachtoffer [slachtoffer 11] werd onderzoek gedaan. Tijdens dit onderzoek werd bevonden dat er op 29 augustus 2023 om 19:23:10 uur een bedrag van 700,- EURO werd opgenomen van de rekening van [slachtoffer 11] . Door de Rabobank werd aangegeven dat de genoemde geldopname had plaatsgevonden bij de geldautomaat van Geldmaat, gelegen aan de Gustaaf de Smetstraat 1 te Eindhoven.

25. Het proces-verbaal van bevindingen van 17 juni 2024 (pagina’s 260 tot en met 266), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als relaas van de verbalisant:

Aangever/slachtoffer [slachtoffer 11] heeft aangifte gedaan terzake oplichting in de vorm van bankhelpdeskfraude. Gebleken is dat er op 29 augustus 2023 om 19:23:10 uur een bedrag van 700,- EURO van zijn rekening werd opgenomen. Door de politie werden bij Geldmaat de camerabeelden gevorderd welke betrekking hebben op de voornoemde geldopname. De gevorderde camerabeelden werden door Geldmaat aan de politie verstrekt. De genoemde camerabeelden werden door mij onderzocht. Ik zag dat de camerabeelden niet zijn voorzien van een dag-/datum-/tijdaanduiding.

Camera 1

Omschrijving:

VE komt beter in beeld en is als volgt te beschrijven:

- Zwarte bovenkleding, voorzien van knoopjes en een kraagje

Camera 2

Omschrijving:

VE komt in beeld

VE heeft in zijn linkerhand een smartphone. Hij draagt een wit draadloos oordopje in zijn linkeroor. Hij draagt een zwarte broek.

VE brengt met zijn rechterhand het pasje naar de geldautomaat.

VE verricht meerdere handelingen met zijn rechterhand bij de geldautomaat.

VE beweegt zijn rechterhand weer naar een hogere plek bij de geldautomaat.

VE beweegt zijn rechterhand naar een lagere plek bij de geldautomaat.

VE beweegt zijn rechterhand weer bij de geldautomaat vandaan. Hij houdt iets in zijn rechterhand dat lijkt op meerdere coupures briefgeld.

VE vouwt het vermoedelijke briefgeld dubbel. Hij maakt bewegingen met zijn rechterarm, erop gelijkende dat hij het vermoedelijke briefgeld in zijn rechter broekzak stopt.

26. Het proces-verbaal van verhoor verdachte (pagina’s 628 tot en met 630), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van de verdachte:

V: vraag verbalisant

A: antwoord verdachte

V: We gaan het hebben over een bankhelpdeskfraude zaak, gepleegd op 29 augustus 2023, bij een woning in Geldrop. Bij deze zaak in Geldrop is er door een van de daders gepind bij een geldautomaat aan de Gustaaf de Smetstraat 1 in Eindhoven. Van deze pintransactie(s) bij deze geldautomaat zijn de beelden opgevraagd en de dader staat hierop. We laten je nu foto’s zien. Wie is de persoon om deze foto’s?

A: Dat ben ik.

Zaak J ( [slachtoffer 12] )

27. Het proces-verbaal van aangifte, inclusief de als bijlagen bijgevoegde screenshots van de bankapp (pagina’s 279 tot en met 284), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van [slachtoffer 12] :

Plaats delict : Sint Anthonis

Pleegdatum : 2 september 2023

Ik doe aangifte van telefonische helpdeskfraude.

Op 2 september 2023 omstreeks 14:10 uur werd ik gebeld op mijn vaste telefoon. Ik kreeg een man aan de telefoon die zei dat hij van de bank was en dat hij [naam 8] heette. Die man zei dat er iets was gebeurd met mijn bankrekening en dat hij daar onderzoek naar deed. Hij zei dat er vreemde bedragen van de bankrekening af waren en dat niet normaal was. Die man vroeg mij of ik nog meer bankrekeningen had. Ik zei dat ik een rekening had bij de ING bank en een bij de Rabobank. Hierna zei die man dat hij een koerier van de bank langs zou sturen om mijn bankpassen van de ING bank en de RABO bank op te halen. Ik moest de bankpassen in een witte enveloppe stoppen. Ik kan het mij niet goed meer herinneren, maar mogelijk heb ik tijdens dat telefoongesprek mijn pincode moeten inspreken, ik kan mij namelijk wel een pieptoon herinneren. Tevens moest ik een codenummer opschrijven. De koerier die aan de deur kwam zou mij die code kunnen opnoemen, zodat ik zekerheid had dat hij van de bank was.

Er werd aangebeld en ik had die man van de bank nog steeds aan de telefoon. Ik deed de deur open en er stond een erg jonge jongen van ongeveer 16 à 17 jaar. Die jongen kon de code opnoemen die mij telefonisch was doorgegeven, het klopte en ik gaf hem de enveloppe af. Toen ging hij weg.

Die man die ik nog aan de telefoon had zei toen, dat hij van [naam 9] , mijn zoon, had gehoord dat ik ook nog gouden sieraden in huis had. Ik zei dat dat wel klopte. Die man zei, dat hij ook mijn sieraden even veilig kon opbergen in een kluis van de bank en dat de koerier die ook zou komen ophalen. Als alles weer veilig was zou ik mijn bankpassen en sieraden maandag weer terugkrijgen. Ook mijn sieraden moest ik in een witte enveloppe stoppen. Ik stopte mijn sieraden in een grote witte enveloppe en plakte die dicht met tape. Heel kort daarna kwam die koerier weer aan de voordeur. Hierna zei die man: "Zo is het goed" en hij sloot het gesprek af.

Op 2 september 2023 om 14:57 uur werd er bij de geldmaat op de Kolonel Silvertoplaan een bedrag gepind van EUR 490,00.

In de bijlagen:

Van mw. [slachtoffer 12]

ING-rekeningnummer

Geldmaat kolonel Silverto

02-09-2023 14:57

-490,00 EUR

28. Het proces-verbaal van bevindingen van 29 november 2023 (pagina’s 287 tot en met 290), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als relaas van de verbalisant:

[slachtoffer 12] heeft aangifte gedaan van oplichting. Op 2 september 2023, om 14.57 uur, werd middels gebruik van haar ING-bankpas 490,- euro opgenomen uit Geldmaat, gevestigd op de Kolonel Silvertoplaan in St. Anthonis. De gevorderde camerabeelden van Geldmaat, van 2 september 2023, tijdstip 14.57 uur, locatie Kolonel Silvertoplaan in St. Anthonis werden ontvangen.

ONDERZOEK CAMERABEELDEN GELDMAAT:

Datum en tijdstip camerabeelden 2 september 2023:

- om 14.56.06 uur:

Verdachte verschijnt lopend in beeld. Verdachte loopt al kijkend op zijn mobiele telefoon naar de Geldmaat.

- om 14.57.29 uur:

Verdachte stopt een oranjekleurige bankpas in de Geldmaat. Aan de kleur en vorm weet ik dat dit een ING-bankpas betreft. Verdachte blijft tijdens het pinnen op zijn mobiele telefoon kijken.

- om 14.57.39 uur

Verdachte strekt op enig moment zijn rechterhand richting de Geldmaat, trekt deze terug en heeft een aantal geldbiljetten vast.

29. Het proces-verbaal van verhoor verdachte (pagina’s 632 tot en met 634), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van de verdachte:

V: vraag verbalisant

A: antwoord verdachte

V: We gaan het hebben over een bankhelpdeskfraude zaak, gepleegd op 2 september 2023 bij een woning in Sint Anthonis. Bij deze zaak in Sint Anthonis is er door een van de daders gepind bij een geldautomaat aan de Kolonel Silvertoplaan in Sint Anthonis. Van deze pintransactie(s) bij deze geldautomaat zijn de beelden opgevraagd en de dader staat hierop We laten je nu foto’s zien. Wie is de persoon op deze foto’s?

A: Dat ben ik

Zaak K ( [slachtoffer 13] )

30. Het proces-verbaal van aangifte (pagina’s 317 en 318), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van [slachtoffer 13] :

Plaats delict : Boxmeer

Pleegdatum/tijd : 4 september 2023 tussen 16:05 uur en 16:30 uur

Ik doe aangifte van gekwalificeerde diefstal in/uit woning.

Ik werd gebeld door iemand die zich uitgaf van de Rabobank. Deze man vertelde dat er gepoogd was geld van mijn rekening naar een ander rekeningnummer en vroeg mij of dit klopte. Ik zei dat ik niets had overgemaakt en hij zei dat hij de overboeking had gestopt. Vervolgens zei hij dat ik met mijn pasje naar het kantoor in Cuijk moest komen. Ik zei dat ik dat niet ging doen en toen zei hij dat een medewerker het pasje wel kwam ophalen. Terwijl ik de man nog aan de lijn had, stond die medewerker al aan de deur. Ik heb de man binnen gelaten. Het was een allochtone jongen en de jongen kreeg van de man aan de telefoon te horen wat hij moest doen. Ik moest vervolgens mijn sieraden halen. Vervolgens zei de man binnen tegen mij dat ik de enveloppen met geld moest halen. Ik ben de slaapkamer ingelopen en meteen weer terug gelopen. Toen ik in de woonkamer terug was zag ik dat de man en mij sieraden weg waren.

31. Het proces-verbaal van bevindingen van 20 december 2023 (pagina’s 319 tot en met 321), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als relaas van de verbalisant:

Ik heb de verstrekte camerabeelden inzake aangifte spoofing gepleegd op 4 september 2023 te Boxmeer.

Het eerste filmpje start op 04-09-2023 16:21:33.

Ik zie een soort van binnenplaats/hofje met aan weerzijde aaneengesloten woningen. Ik zie dat een man de binnenplaats op loopt, ik zie dat deze man zoekend rond kijkt en op zoek is naar een bepaalde woning. Ik zie dat de man praat, ik zie vervolgens dat de man een wit oortje in zijn rechter oor heeft, in zijn rechterhand heeft hij een telefoon vast. Signalement van deze man:

- licht getint.

Het derde filmpje start op 04-09-2023 16:36:40

Ik zie dat diezelfde licht getinte man vanuit de richting van het binnenplaatsje gelopen komt, als hij op het voetpad is, loopt hij vanuit de richting van het binnenplaatsje het voetpad op en zet het op een rennen. Ik zie dat hij in zijn rechterhand iets zwarts vast heeft, het is groter dan een gsm, het is een zwart vierkant iets.

32. Het proces-verbaal van verhoor verdachte (pagina’s 636 tot en met 638), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van de verdachte:

V: vraag verbalisant

A: antwoord verdachte

V: We gaan het hebben over een bankhelpdeskfraude zaak, gepleegd op 4 september 2023 bij een woning in Boxmeer. De woning in deze zaak in Boxmeer is in een appartementencomplex. Hiervan zijn de beelden opgevraagd en de dader staat hierop. We laten je nu foto's zien. Wie is de persoon om deze foto’s?

A: Dat ben ik.

Zaak L ( [slachtoffer 14] )

33. Het proces-verbaal van aangifte (pagina’s 339 tot en met 341), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van [slachtoffer 14] :

Plaats delict : Geffen

Pleegdatum : 11 september 2023

Ik doe aangifte van oplichting.

11 september 2023, omstreeks 13:00 uur, werd ik wakker door de telefoon die ging. Het betreft onze vaste telefoon. De persoon die ik aan de telefoon kreeg was volgens mij een man. Hij overviel mij en zei dat hij van de Rabobank was. Ik weet allemaal niet meer wat hij tegen mij vertelde. Het kwam erop neer dat ik al mijn geld en sieraden in een enveloppe moest doen omdat deze waardevolle spullen niet verzekerd waren in huis. De man vroeg ook of ik mijn bankpas van de Rabobank daarbij moest stoppen. Hij vroeg ook naar de pincode van de rabopas. Ik heb hem toen ook de code gegeven. Ik kreeg van de man een beveiligingscode. Dit nummer moest ik ook op de enveloppe schrijven. De enveloppe moest ik met plakband dichtplakken.

Na een tijdje verscheen een persoon aan de deur. De man de Rabobank bleef constant aan de telefoon met mij. Met de telefoon en de enveloppe ben ik naar de deur gelopen. De persoon aan de deur vertelde vervolgens de veiligheidscode. Toen ik dat hoorde heb ik het geld 700 euro en een gouden ring en het pinpas afgegeven aan de jongen. De jongen zei verder niets tegen mij en vertrok vervolgens. De jongen zag er als volgt uit:

Blanke man;

leeftijd ongeveer 18 jaar.

Mijn man heeft de Rabobank gebeld. Daar kreeg mijn man te horen dat in Geffen, locatie Dorpsplein een bedrag van 1180 euro was gepind.

Om 13:28 uur is 700 euro gepind

Om 13:29 uur is 300 euro gepind

Om 13:30 uur is 180 euro gepind.

34. Het proces-verbaal van bevindingen van 20 juni 2024 (pagina’s 352 tot en met 361), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als relaas van de verbalisant:

Aangeefster deed aangifte van oplichting. Ze verklaarde dat ze op 11 september 2023 omstreeks 13.00 uur gebeld was door een man welke vertelde dat hij van de Rabobank was. Later kwam aangeefster erachter dat er 3 maal gepind was met haar weggenomen pinpas. De pintransacties vonden plaats aan de pinautomaat gelegen aan het Dorpsplein in Geffen. Van de pintransacties werden camerabeelden gevorderd en hierop ook verstrekt.

13.28.10

uur

Verdachte komt aanlopen bij de pinautomaat.

13:28:10 uur

Verdachte stopt een Rabobank pasje in de automaat.

13.28.24

uur

Verdachte lijkt iets in te toetsen op het bedieningspaneel. Verdachte heeft een telefoon bij zijn mond en voert waarschijnlijk een telefoon gesprek.

13.28.35

uur

Verdachte haalt het bankpasje uit de automaat.

13.28.50

uur

Verdachte haalt een geldbedrag uit de pinautomaat waarbij in ieder geval een briefje van 50 euro te zien is.

13.28.54

uur

Verdachte vouwt het stapeltje dubbel en stopt dit in zijn rechter “kont”-zak

13.28.57

uur

Verdachte stopt wederom een Rabobank pasje in de automaat.

13.29.13

uur

Verdachte lijkt iets in te toetsen op het bedieningspaneel.

13.29.22

uur

Verdachte haalt het bankpasje weer uit de automaat.

13.29.35

uur

Verdachte haalt een stapeltje geld uit de automaat. Er zijn in ieder geval drie briefjes van 50 euro te zien.

13.30.15

uur

Verdachte stopt de bankpas weer in de automaat.

13.30.31

uur

Verdachte lijkt weer iets in te toetsen.

13.30.49

Verdachte haalt de bankpas weer uit de automaat.

13.31.06

uur

Verdachte haalt een stapeltje geld uit de automaat.

35. Het proces-verbaal van verhoor verdachte (pagina’s 640 tot en met 642), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van de verdachte:

V: vraag verbalisant

A: antwoord verdachte

V: We gaan het hebben over een bankhelpdeskfraude zaak, gepleegd op 11 september 2023 bij een woning in Geffen. Bij deze zaak in Geffen is er door een van de daders gepind bij een geldautomaat aan het Dorpsplein in Geffen. Van deze pintransactie(s) bij deze geldautomaat zijn de beelden opgevraagd en de dader staat hierop. We laten je nu foto’s zien. Wie is de persoon om deze foto’s?

A: Dat ben ik.

V: Je gaf aan dat daar waar je bij de mensen aan de deur bent geweest, je ook de pinner bent geweest. Dat klopt?

A: Ja.

Zaak M ( [slachtoffer 15] )

36. Het proces-verbaal van aangifte (pagina’s 367 tot en met 370), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van [slachtoffer 15] :

Plaats delict : Nuland

Pleegdatum : 12 september 2023

Adres aangever : [adres 2] te Nuland

Ik doe aangifte van fraude.

Op 12 september 2023, omstreeks 15.30 uur, werd ik via mijn vaste telefoonlijn gebeld. Ik hoorde dat diegene zich voorstelde als medewerker van de Rabobank. Ik hoorde de man zeggen dat er de laatste tijd erg veel fraude werd gepleegd en dat het verstandig was als ik mijn waardevolle spullen in een kluis zou verplaatsen. Deze kluis zou zich in een Rabobankpand bevinden. Ik kreeg te horen dat ik een code mee zou krijgen, zodat ik ten alle tijden in die kluis zou kunnen. Ik kreeg echt het gevoel dat het een medewerker van de Rabobank was en mij wilde helpen. Ik vertrouwde hem en ging mee in het advies wat hij aan mij gaf. Halverwege het gesprek hoorde ik de man zeggen dat ik een envelop moest zoeken. Daarin moest ik mijn bankpas plaatsen. Ik moest deze goed dicht doen van hem. Hierna moest ik nog een enveloppe pakken en er sieraden in stoppen. Ik moest van de bankmedewerker een code voor mijzelf opschrijven. Er zou een medewerker naar mijn woning komen om de spullen op te halen en in de kluis te plaatsen. Die medewerker zou die code moeten noemen om te verifiëren dat dit de juiste persoon was.

Op bovengenoemde datum, kwam er een man aan mijn huis. Ik zag dat er een man aan de achterzijde van mijn woning stond. Ik zag dat de man ineens de achterdeur opentrok en zo ineens op de mat in mijn woonkamer stond. Ik hoorde dat hij een code zei. Dit was de code die eerder aan mij was gegeven aan de telefoon. Ik gaf aan de man de enveloppe met alleen mijn Rabobankpas. Ik gaf ook de tweede enveloppen mee met daarin kralen armbanden. Ik was nog steeds in gesprek met de persoon aan de telefoon toen deze man in mijn woning was. Die man die in mijn woning was, die vertrok na het aannemen van de enveloppen weer. De persoon aan de telefoon die sommeerde mij om contant geld, sierraden en andere waardevolle spullen die ik in bezit had, ook te verzamelen en klaar te leggen om veiliggesteld door de bank te worden. Ik kreeg weer een code en kort daarna kwam de persoon die in mijn woning was terug, dit was dezelfde persoon als bij het eerste fysieke contactmoment. Die persoon noemde weer de code die ik telefonisch had ontvangen en ik gaf die persoon een tas mee. In die tas zat ongeveer 1150 euro aan contant geld en gouden sierraden. Na die overdracht vertrok die man direct weer. Ik heb nog enige tijd de zogenaamde bankmedewerker aan de telefoon gehad. Op enig moment verbrak omstreeks 17.30 uur de telefoonverbinding.

Ik ben er vervolgens achter gekomen dat op mijn lopende betaalrekening bij de Rabobank voor een bedrag van 750,- euro en 250,- euro was opgenomen. Volgens de bankmedewerker is er op de volgende tijden en plaatsen met mijn betaalkaart geld opgenomen:

- 17.43.56 uur, te 's-Hertogenbosch, terminal 910448, totaal 750,- euro

- 17.44.42 uur, te 's-Hertogenbosch, terminal 910448, totaal 250,- euro

Ik omschrijf de persoon die in mijn woning was als volgt:

- Man

- Ongeveer 16-18 jaar oud

- Blanke huidskleur

- Zwartgekleurde kleding

37. Het proces-verbaal bevindingen buurtonderzoek van 13 september 2023 (pagina’s 371 tot en met 373), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als relaas van de verbalisanten:

Op 13 september 2023 kregen wij het verzoek om naar de Heijcamp te Nuland te gaan voor het uitvoeren van een buurtonderzoek met betrekking tot fraude met betaalproducten.

Op 13 september 2023 spraken wij meneer [naam 10] , van [adres 3] . Wij hoorden dat meneer [naam 10] zei dat hij een man had zien lopen welke er als volgt uitzag: licht getinte jongen, ongeveer 20/25 jaar oud, geheel in zwart gekleed en droeg een capuchon.

38. Het proces-verbaal van bevindingen van 19 juni 2024 (pagina’s 378 tot en met 382), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als relaas van de verbalisant:

[slachtoffer 15] heeft aangifte gedaan van bankhelpdeskfraude. Er werden bij de pinautomaat van Geldmaat, gelegen aan de Monsieur van Roosmalenplein 50 in 'sHertogenbosch, onderstaande bedragen gepind:

Om 17:43:56 uur, 750 euro en om 17:44:42 uur, 250 euro.

De camerabeelden van deze transacties uit de Geldmaat aan de Monsieur van Roosmalenplein, werden gevorderd Ik zag dat de tijdstippen van de camerabeelden overeenkwamen met de daadwerkelijke tijd.

Omschrijving:

Ik zag dat er om 17:43:35 uur, een manspersoon in beeld kwam. Ik zag dat het een jonge man betrof en hij geheel in het donker gekleed was. Ik zag dat deze man in zijn

linkerhand een telefoon vasthield, waarvan het scherm oplichtte.

Ik zag dat hij in zijn rechterhand een witte bankpas vasthield en deze om 17:43:36 uur voor het eerst in de pinautomaat stopte.

Bij het draaien van zijn hoofd zag ik dat hij in zijn linkeroor een wit draadloos oordopje had.

Ik zag dat de man vervolgens met zijn rechterhand meerdere handelingen verrichte op de pinautomaat. Ik zag dat hij een witte bankpas uit de pinautomaat pakte.

Ik zag dat de man met zijn rechterhand briefgeld uit de pinautomaat haalde. Ik zag dat dit meerdere biljetten waren van 50.

Ik zag dat hij vervolgens om 17:44:20 uur de witte bankpas voor de tweede keer in de pinautomaat stopte en met zijn rechterhand handelingen verrichte op de pinautomaat. Ik zag dat de man kort daarna wederom met zijn rechterhand briefgeld uit de pinautomaat haalde Ik zag dat dit biljetten van 50 waren.

39. Het proces-verbaal van verhoor verdachte (pagina’s 644 tot en met 646), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van de verdachte:

V: vraag verbalisant

A: antwoord verdachte

V: We gaan het hebben over een bankhelpdeskfraude zaak, gepleegd op 12 september 2023 bij een woning in Nuland. Bij deze zaak is er door een van de daders gepind bij een geldautomaat aan (naar de rechtbank begrijpt) het Monsieur van Roosmalenplein 50 in 'sHertogenbosch. Van deze pintransactie(s) bij deze geldautomaat zijn de beelden opgevraagd en de dader staat hierop. We laten je nu foto's zien. Wie is de persoon om deze foto’s?

A: Dat ben ik.

Zaak N ( [slachtoffer 16] )

40. Het proces-verbaal van aangifte (pagina’s 393 tot en met 396), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van [slachtoffer 16] :

Plaats delict : Tiel

Pleegdatum : 31 augustus 2023

Ik doe aangifte van oplichting.

Op 31 augustus 2023 werd ik omstreeks 13:15 uur gebeld door een man die vertelde te zijn [naam 11] werkzaam bij de Rabobank. De man vertelde mij dat er E 900,00 van mijn bankrekening was gehaald. Er zou bij de KPN een data lek zijn waardoor men bij mijn bankgegevens kon komen. De man heeft mij meerdere malen gezegd aan de lijn te blijven. Nadat ik de bankpas had gevonden vroeg hij mij deze in een witte envelop te doen en op de plaats van de postzegel een code te noteren. Deze envelop zou worden opgehaald door een jongen. 10 minuten later werd er aangebeld door de jongen. Dit betrof een licht getinte jongeman met een geschatte leeftijd rond de 25 jaar. Hij was geheel in het zwart gekleed. Ik ben in de veronderstelling dat deze jongen van Turkse of Marokkaanse afkomst is. Hij vroeg om de code. Wat mij hierbij opviel was dat hij de letter F niet kon onderscheiden van de letter V. Nadat de jongen was vertrokken vroeg de man aan de telefoon mij alsnog om de pincode daar hij er anders niets mee kon. De man was zo dwingend en tenslotte werkzaam bij de Rabobank dat ik de pincode toch heb gegeven. Ik moest nog steeds aan de lijn blijven. Na enige minuten werd plotseling de verbinding verbroken.

Ik belde naar de Rabobank. De echte bankmedewerker vertelde mij dat er E 1000,00 was gepind. Op het bankafschrift zag ik dat er bij de Geldmaat op de Wilhelmina Druckerstraat omstreeks 14:01 uur de geldopname heeft plaatsgevonden.

41. Het proces-verbaal van bevindingen van 11 juni 2024 (pagina’s 404 tot en met 415), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als relaas van de verbalisant:

Op 31 augustus 2023 vond tussen 13:15 uur en 14:30 uur oplichting plaats van de aangeefster, waarbij een bankpas buit werd gemaakt. Met deze bankpas werd dezelfde dag bij de Geldmaat gelegen aan de Wilhelmina Druckerstraat 7 te Tiel geld opgenomen. Door de politie werden de camerabeelden van de camera's van de Geldmaat aan de Wilhelmina Druckerstraat 7 te Tiel gevorderd en ontvangen. Door mij werden de beelden beschreven.

Omschrijving:

Op datum 31-08-2023 om 14:00:59 uur zag ik dat er een persoon in beeld verscheen, hierna te noemen NNM, met een licht getinte huidskleur, een snor en baardje als gezichtsbeharing en gekleed in een donkergekleurde, mogelijk zwart poloshirt en een donkergekleurde broek met daaronder donkergekleurde, mogelijk zwarte schoenen zonder opvallende details. Ik zag dat NNM in de richting van de camera in de Geldmaat liep.

Ik zag dat NNM een pasje in zijn rechterhand vasthield en dat hij een mobiele telefoon in zijn linkerhand vasthield. Het leek erop dat hij iets met de mobiele telefoon aan het doen was.

Ik zag dat NNM het pasje ergens bovenin in stopte en zijn blik daarna direct weer op de telefoon richtte.

Terwijl NNM zijn blik op de telefoon bleef houden, zag ik dat hij met de wijsvinger van zijn linkerhand meermalen onderin ergens op drukte. Mogelijk was hij bezig met het indrukken van toetsen op het toetsenpaneel van de Geldmaat, waar de numerieke toetsen zich bevinden.

Ik zag NNM vervolgens met zijn rechterhand naar reiken en dat hij met zijn vingers daar iets aan het doen was. Mogelijk drukte hij op een van de hoger gelegen toetsen van de Geldmaat ter hoogte van het beeldscherm.

Ik zag dat NNM vervolgens met zijn rechterhand het pasje van bovenin ergens weer uit haalde.

Ik zag dat NNM vervolgens een aantal opgestapelde 50 euro biljetten onderuit de Geldmaat nam.

42. Het proces-verbaal van verhoor verdachte (pagina’s 648 tot en met 650), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van de verdachte:

V: vraag verbalisant

A: antwoord verdachte

V: We gaan het hebben over een bankhelpdeskfraude zaak, gepleegd op 31 augustus 2023, in Tiel. Bij deze zaak in Tiel is er door een van de daders gepind bij een geldautomaat aan de Wilhelmina Druckerstraat 7 in Tiel. Van deze pintransactie(s) bij deze geldautomaat zijn de beelden opgevraagd en de dader staat hierop. We laten je nu foto’s zien. Wie is de persoon om deze foto’s?

A: Dat ben ik.

Zaak O ( [slachtoffer 17] )

43. Het proces-verbaal van aangifte (pagina’s 421 tot en met 424), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van [naam 12] namens [slachtoffer 17] :

Plaats delict : Bruchem, binnen de gemeente Zaltbommel

Pleegdatum : (naar de rechtbank begrijpt) 5 september 2023

Ik doe aangifte van oplichting.

Op 5 september 2023 rond 17.30 uur werd mijn oma gebeld op haar vaste telefoonnummer. Zij hoorde een man aan de lijn. Hij noemde geen naam, maar hij zei dat hij bij een bank werkte. De man zei dat hij te vertrouwen was en dat er een collega van hem langs zou komen. Het gesprek duurde een paar seconden. Mijn oma moest de pinpas in een envelop doen en meegeven aan de meneer die aan de deur kwam. Direct daarna hoorde mijn oma de deurbel gaan. Er stond een man voor de deur. Hij zei alleen maar dat hij het pasje op kwam halen. Mijn oma zei dat het een keurige jongeman was die in het donker was gekleed.

Toen heeft ze mij (haar kleindochter) gebeld. Ik heb op de bankapp van mijn oma gekeken en ik zag dat er op 5 september 2023 om 17.58 uur 500 euro was gepind bij de Geldmaat aan de Steenweg in Zaltbommel. Op 5 september 2023 om 18.25 uur was er een bedrag van 176,75 gepind bij de Jumbo in Zaltbommel.

44. Het proces-verbaal van bevindingen van 25 juni 2024 (pagina’s 430 tot en met 438), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als relaas van de verbalisant:

Op 5 september 2023 vond oplichting plaats van slachtoffer [slachtoffer 17] , waarbij een bankpas buit werd gemaakt. Met deze bankpas werd dezelfde dag bij de Geldmaat gelegen aan de Steenweg te Zaltbommel geld opgenomen en gepind bij een Jumbo filiaal te Zaltbommel. Door de politie werden de camerabeelden van de camera’s van (naar de rechtbank begrijpt) de Geldmaat gelegen aan de Steenweg te Zaltbommel gevorderd en ontvangen. Door mij werden de beelden beschreven.

Camera 1 Geldmaat Steenweg Zaltbommel

Ik zag dat de beelden niet voorzien waren van een datum en tijdsindicatie.

Omschrijving:

Op tijdspositie 00:08/01:55 zag ik dat een persoon in beeld verscheen, die ik hierna aanduid als NNM. Ik zag dat deze persoon een licht getinte huidskleur had, een baardje als gezichtsbeharing, een donkergekleurd, mogelijk zwart poloshirt en een donkergekleurde broek met daaronder donkergekleurde, mogelijk zwarte schoenen zonder opvallende details. Ik zag dat NNM op de Geldmaat af liep.

Op tijdspositie 00:59/01:55 zag ik dat NNM de bankpas ergens naar linksboven bracht. Mogelijk stopte hij de bankpas daar in de kaartgleuf van de pinautomaat.

Op tijdspositie 01:03/01:55 zag ik dat NNM zijn blik weer op het mobiele toestel had gericht dat hij in zijn linkerhand vasthield.

Op tijdspositie 01:10/01:55 zag ik dat NNM met zijn linkerhand drukbewegingen maakte.

Op tijdspositie 01:34/01:55 zag ik dat NNM met zijn rechterhand vervolgens het bankpasje van linksboven weer aan de Geldmaat onttrok.

Op tijdspositie 01:47/01:55 zag ik dat NNM met zijn rechterhand voorwerpen, mogelijk bankbiljetten, van onderin ergens uitnam.

45. Het proces-verbaal van bevindingen van 24 juni 2024 (pagina’s 439 tot en met 463), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als relaas van de verbalisant:

Op 5 september 2023 vond oplichting plaats van slachtoffer [slachtoffer 17] , waarbij een bankpas buit werd gemaakt. Met deze bankpas werd dezelfde dag bij de Geldmaat gelegen aan de Steenweg te Zaltbommel geld opgenomen en gepind bij een Jumbo filiaal te Zaltbommel. Door de politie werden de camerabeelden van de camera’s van het Jumbo filiaal te Bruchem gevorderd en ontvangen. Door mij werden de beelden beschreven.

Camera 1 Jumbo Bruchem

Omschrijving:

Op datum 05-09-2023 om 18:17:37 uur zag ik dat er een persoon in beeld verscheen, hierna te noemen NNM.

Op datum 05-09-2023 om 18:19:55 uur zag ik dat NNM had betaald met een oranjekleurige pinpas met een zwarte magneetstrip door die ergens tegenaan te houden.

Op 05-09-2023 om 18:19:56 uur zag ik dat NNM met de wijsvinger van zijn rechterhand vijfmaal ergens op drukte en vervolgens zijn blik weer richtte op zijn telefoon.

Vervolgens zag ik dat NNM opnieuw een aantal malen ergens op drukte met de wijsvinger van zijn rechterhand.

Op 05-09-2023 om 18:20:45 uur zag ik dat de baliemedewerkster een knikkende beweging maakte.

Op 05-09-2023 om 18:20:48 uur zag ik tot slot dat NNM bij de servicebalie vandaan liep.

46. Het proces-verbaal van verhoor verdachte (pagina’s 653 tot en met 655), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van de verdachte:

V: vraag verbalisant

A: antwoord verdachte

V: We gaan het hebben over een bankhelpdeskfraude zaak, gepleegd op 6 september 2023 bij een woning in Bruchem. Bij deze zaak in Bruchem is er door een van de daders gepind bij een geldautomaat van de Geldmaat in Zaltbommel en bij de Jumbo in Zaltbommel. Van deze pintransacties bij deze geldautomaat (naar de rechtbank begrijpt) en deze Jumbo zijn de beelden opgevraagd en de dader staat hierop. We laten je nu foto’s zien. Wie is de persoon om deze foto’s?

A: Dat ben ik

V: Ben jij degene geweest die aan de deur heeft gestaan?

A: Ja.

V: Uit onderzoek is gebleken dat er 500 euro was gepind bij een pinautomaat van de Geldmaat in Zaltbommel en 176,75 euro bij de Jumbo in Zaltbommel. Wat kan je heb je hierop te verklaren?

A: Ik ben bij de Jumbo geweest om een slof sigaretten te kopen en krasloten.

V: Voor wie waren de sigaretten en krasloten?

A: Ik moest die voor [naam 13] kopen

Zaak P ( [slachtoffer 3] )

47. Het proces-verbaal van aangifte (pagina’s 469 en 472), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van [slachtoffer 3] :

Plaats delict : Aalst

Pleegdatum : 13 september 2023

Ik doe aangifte van bankhelpdeskfraude c.q. oplichting.

Op 13 september 2023 omstreeks 16:00 uur hoorde ik dat de vaste telefoon ging en ik nam de telefoon op. Ik hoorde dat iemand zei dat hij belde namens de Rabobank. Ik hoorde hem vervolgens zeggen dat er was geprobeerd om in te breken op mijn bankrekening. Hij belde om mij te waarschuwen en samen maatregelen te treffen om verdere problemen te voorkomen. Ik hoorde de man vervolgens zeggen dat er iemand bij mij thuis langs zou komen om mijn bankpas op te halen. Ik hoorde hem zeggen dat ik de bankpas in een envelop moest doen en af moest geven aan de medewerker van de bank die bij mij aan de deur zou komen. Tot die tijd moet ik aan de telefoon blijven zodat de fraudeurs geen slag konden slaan. De man aan de telefoon zou tevens voor mij een nieuwe bankpas aanvragen. Om mijn pincode te behouden moest ik de pincode op de envelop schrijven en die afgeven. Ik heb denk ik wel een uur met deze man aan de telefoon gehangen. Plots werd er bij mij aangebeld en stond er een man voor de deur. Deze man had een naamkaartje op van de Rabobank en gaf aan dat hij de bankpas op kwam halen namens de bank. Ondertussen was ik nog altijd aan de telefoon. Ik heb vervolgens de bankpas afgegeven. Waarop de man vertrok.

Helaas was er twee maal een geldbedrag opgenomen met een totaal van 1000 euro. De transacties zijn gedaan op de volgende locatie:

Geldmaat Aalst

Datum: 13/09/2023

Tijdstip 17:54 uur

1x 250 euro

1x 750 euro

48. Het proces-verbaal van bevindingen van 24 juni 2024 (pagina’s 475 tot en met 495), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als relaas van de verbalisant:

Op 13 september 2023 vond er oplichting plaats van de aangeefster te Aalst, waarbij een bankpas buit werd gemaakt. Met deze bankpas werd dezelfde dag bij de Geldmaat te Aalst geld opgenomen. Door de politie werden de camerabeelden van de camera’s van de Geldmaat te Aalst gevorderd en ontvangen. Door mij werden de beelden beschreven.

Camera 1 Geldmaat Aalst

Ik zag dat de beelden niet voorzien waren van een datum en tijdsindicatie.

Omschrijving:

Op tijdspositie 00:36/03:31 zag ik dat een persoon in beeld verscheen, die ik hierna aanduid als NNM. Ik zag dat deze persoon een licht getinte huidskleur had en een snor en baardje als gezichtsbeharing.

Tijdspositie: 00:38/03:31. Mogelijk stopte NNM het pinpasje in de pinautomaat.

Tijdspositie: 00:39/03:31 zag ik dat NNM zijn blik naar beneden had gericht en achtereenvolgens een aantal keren dezelfde beweging maakte met zijn rechterhand.

Op tijdspositie 00:59/03:31 zag ik dat NNM met de duim van rechterhand wat handelingen uitvoerde op een donker voorwerp, mogelijk een mobiele telefoon.

Op tijdspositie 01:14/03:31 zag ik dat NNM iets van papier, vermoedelijk één of meerdere geldbiljetten uit de pinautomaat haalde.

Op tijdspositie 01:19/03:31 zag ik dat NNM zijn rechterhand naar de pinautomaat bracht.

Op tijdspositie 01:27/03:31 zag ik dat NNM zijn blik weer op het donkere voorwerp in zijn linkerhand had gericht.

Op tijdspositie 01:33/03:31 zag ik dat NNM vervolgens wederom met zijn rechterhand allerlei handelingen leek uit te voeren bij de Geldmaat.

Op tijdspositie 01:41/03:31 zag ik dat NNM met zijn rechterhand een voorwerp bij de pinautomaat vandaan haalde.

Op tijdspositie 01:53/03:31 zag ik dat NNM opnieuw wat papieren biljetten, mogelijk geld aan de pinautomaat onttrok.

49. Het proces-verbaal van verhoor verdachte (pagina’s 653 tot en met 655), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van de verdachte:

V: vraag verbalisant

A: antwoord verdachte

V: We gaan het hebben over een bankhelpdeskfraude zaak, gepleegd op 13 september 2023 bij een woning in Aalst. Bij deze zaak in Aalst is er door een van de daders gepind bij een geldautomaat in Aalst. Van deze pintransacties bij deze geldautomaat zijn de beelden opgevraagd en de dader staat hierop. We laten je nu foto’s zien. Wie is de persoon om deze foto's?

A: Dat ben ik

Algemeen

50. Het proces-verbaal van verhoor verdachte (pagina’s 589 tot en met 594), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van de verdachte:

V: vraag verbalisant

A: antwoord verdachte

V: Wat kun jij vertellen wat er gebeurd is?

A: Er was verteld dat je aan moest bellen, per adres en huisnummer. Ik moest er dan naar toelopen, iets ophalen en dan weer weg. Je werd afgezet op een bepaald adres.

V: Je wordt afgezet op een bepaalde locatie. Dan moet je lopen naar een bepaald adres. Wat gebeurd er dan?

A: Ik had dan iemand aan de lijn en moest dan een bepaalde code zeggen. Ik kreeg dan een enveloppe mee.

V: Wie had je dan aan de lijn?

A: Met een beller

V: Wat doet die beller?

A: Die belt met hun. Wat hij allemaal zegt, weet ik niet. Er zijn meerdere bellers. Van een weet ik de voor en achternaam. [naam 14] (fon). De bestuurder was [naam 15] .

V: Gebeurde dat vanuit de auto, het bellen?

A: We waren bijvoorbeeld in Eindhoven en dan werd er gezegd dat wij naar Maastricht moesten gaan. Ik doel dan op [naam 14] .

V: Even terug naar het stukje: met wie zit je in de auto?

A: Ik samen met [naam 15] . [naam 13] belt dan naar [naam 15] en geeft het adres. Alles gebeurde via Snap. We moesten dan zeggen dat we bijvoorbeeld de postbode waren of dat er iets was met een computervirus.

V: Jullie komen bij het adres. Jij gaat aan de deur en dan?

A: Ik belde aan en zei dan dat ik de postbode was. Er werd aan mij dan gevraagd wat de code was. Ik krijg de code door via [naam 13] . Als de codes overeen kwamen dan kreeg ik enveloppes mee, vol met goud of geld. Of pinpassen. Altijd verschillend.

A: Dan maakte [naam 15] de enveloppes open. Dan kreeg ik de pinpas en moest ik gaan pinnen.

A: [naam 13] gaf dan een adres waar we naar toe moesten komen in Eindhoven. Hier werden dan de enveloppes opengemaakt. Ik zag dat er geld en goud in zat.

V: De enveloppes werden opengemaakt en dan?

A: Hij nam het gewoon mee. Wat hij er allemaal mee doet dat weet ik zelf ook niet.

V: Naar welk adres gingen jullie in Eindhoven, waar de spullen naar toegebracht moesten worden?

A: Dat was bij Woensel. Dat was op een parkeerplaats. Het gebeurde altijd op een parkeerplaats.

V: Je gaat aan de deur en hebt een enveloppe gekregen. Je hebt ook al aangegeven dat je een pinpas kreeg van [naam 15] . Wat gebeurde er dan?

A: Hij, [naam 15] , reed naar een pinautomaat. Dat was elke keer zo dat [naam 15] reed. [naam 13] bleef de hele tijd aan de lijn. Dus vanaf het moment dat ik bij de mensen aan de deur sta tot het moment dat wij bij de pinautomaat waren. Dat gebeurde allemaal via Snap.

V: Wie gaat er dan naar de pinautomaat?

A: Ik.

V: [naam 13] geeft dan aan wat de pincode is en welk bedrag er gepind moest worden, vertelde je net?

A: Ja klopt

V: Wat gebeurde er vervolgens met het gepinde geld?

A: Dat moest ik aan [naam 15] geven. Hij bewaarde dat en later gaf hij dat aan [naam 13] .

V: Als je bij de automaat staat heb je dan wel eens meerdere bedragen gepind van dezelfde rekening?

A: Er werd eerst geprobeerd bijvoorbeeld 750 euro te pinnen. Als dat niet lukte bijvoorbeeld 500 euro pinnen en dan steeds lager tot het lukte.

V: Waren er nog anderen die dit deden?

A: Met ons twee niet.

V: Werden jullie altijd samen op pad gestuurd?

A: Ja.

51. Het proces-verbaal van verhoor verdachte (pagina’s 662 tot en met 669), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van de verdachte:

Verdachte:

Geboortedatum: [geboortegegevens] 2005

Geboorteland: Syrië

V: vraag verbalisant

A: antwoord verdachte

V: Je hebt gisteren aangegeven dat jij en [naam 15] naar een parkeerplaats moesten om spullen in te leveren. Was dat dan altijd op deze parkeerplaats of ook op andere plekken?

A: Nee niet altijd hier. Soms werd er ook in de omgeving van het pinnen de spullen opgehaald.

V: Als jullie de spullen hebben, sieraden en geld en dergelijke, moesten jullie dat aan [naam 13] geven, verklaarde je gisteren. Was dat in alle zaken zo, dat je de spullen moest overhandigen aan [naam 13] ?

A: Ja

V: Met wie deden jij en [naam 15] zaken, dus wie was jullie aansturing?

A: [naam 14] (fon)

V: Alleen hij?

A: Ja

V: Hoe sta jij in contact met [naam 13] ?

A: Via Snap

V: Hoe vaak heb jij met [naam 13] contact?

A: Niet vaak. Hij heeft het meeste contact met [naam 15] . Dat is in de tijd dat deze oplichtingen plaats hebben. [naam 13] belt mij en dan spreekt hij met [naam 15] via mijn telefoon. Dat was in alle gevallen zo.

V: Je hebt aangegeven dat jij gebeld wordt via de Snap en dat jij de telefoon dan aan [naam 15] geeft. Hoe gaat dat dan verder?

A: We moeten op een bepaalde plek wachten. Dan krijgt [naam 15] een adres waar we naar toe moeten. Ik stap dan uit en ga naar het adres. Ik bel dan aan, dan ben ik bijvoorbeeld postbode. Ik vraag dan naar de code. Ik heb de telefoon op dat moment in mijn hand Ik krijg van [naam 13] dan de code die gegeven moet worden door de mensen.

V: Je geeft aan dat je dan postbode was. Zeg je dat echt zo? Omdat het niet echt terug komt in de verhalen.

A: Ik weet het zelf ook niet echt meer. Elke keer was het een beetje anders, het waren meerdere dingen.

V: Wat gebeurde er nadat de code gecheckt was?

A: Dan krijg ik gewoon alles mee en dan loop ik terug naar de auto

V: En dan?

A: [naam 15] pakt de spullen en gaat deze verbergen.

V: Waar?

A: In het dashboard of onder de versnellingspook. Hij stopt het dan onder die bekleding die daar bevestigd is. Daar zit dan een vakje of ruimte.

V: En dan?

A: Hij maakt dan de enveloppe open en pakt de pinpas eruit. [naam 15] zoekt de pinautomaat op of hij krijgt dat door van [naam 13] . Hij geeft mij dan de pinpas en zegt dat ik moet gaan pinnen.

V: Jij gaat dan met de pas naar de automaat en dan?

A: Voordat ik uitstap belt [naam 13] . Hij blijft dan aan de lijn. Hij verteld mij dan wat de code is en ik moet dan meerdere malen pinnen.

V: Je hebt gepind en dan?

A: Dan ga ik terug naar de auto en geef ik het geld en de pinpas weer terug aan [naam 15] .

V: Dan ben je dus klaar met deze “klus”. En dan?

A: [naam 13] stuurt ons dan naar ene andere plek waar we moeten wachten. Daar krijgen we dan een nieuwe locatie door waar we naar toe moeten.

V: Dus jullie krijgen meerdere adressen op een dag aangereikt waar jullie naar toe moeten?

A: Ja

V: Hoeveel adressen zijn dat per dag?

A: Dat is heel verschillend

V: Word jij een dag van tevoren gebeld dat jij die dag erna met [naam 15] op pad moet of hoe gaat dat?

A: Ja ik krijg dat dan van tevoren te horen. Ik krijg dat bericht via [naam 13] .

52. De verklaring van de verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht van 20 februari 2026, voor zover inhoudende – zakelijk weergeven:

Ik blijf bij de verklaringen die ik bij de politie heb afgelegd. In de zaak A ( [slachtoffer 6] ), zaak B ( [slachtoffer 7] ), zaak C ( [slachtoffer 9] ) en L ( [slachtoffer 14] ) was ik degene die aan de deur is geweest. In de zaak E ( [slachtoffer 10] ), zaak G ( [slachtoffer 4] ), zaak H ( [slachtoffer 1] ), zaak I ( [slachtoffer 11] ), zaak J ( [slachtoffer 12] ), zaak K ( [slachtoffer 13] ), zaak M ( [slachtoffer 15] ) en zaak N ( [slachtoffer 16] ) weet ik niet of ik degene was die aan de deur/in de woning is geweest.

Anders dan ik bij de politie heb verklaard, was ik, als ik had gepind, niet altijd degene die aan de deur is geweest. Ook [naam 15] ging dan weleens naar de deur. Het was nooit een ander dan [naam 15] of ik.

[naam 15] is blank, tussen de 35 en 40 jaar, heeft geen gezichtsbeharing en spreekt goed Nederlands.

Ik had in de periode van het tenlastegelegde gezichtsbeharing.

[naam 13] had een app waarin alle gegevens, zoals adressen, telefoonnummers en geboortedata, stonden van de mensen waar we heen gingen.

53. De eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht van 20 februari 2026. De rechtbank neemt waar dat de verdachte een licht getinte huid heeft, met een zwaar accent spreekt en geregeld moeilijk te verstaan is.

Bewijsoverwegingen

Organisatie van de helpdeskfraude

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank ten aanzien van de organisatie van de aan de orde zijnde helpdeskfraudes het volgende vast.

De helpdeskfraudes werden door een groep personen gepleegd, waarbinnen [naam 13] als aanstuurder functioneerde. [naam 13] had de beschikking over persoonlijke gegevens van de slachtoffers. Meerdere personen, waaronder [naam 13] , functioneerden als beller. Zij belden de slachtoffers en deden zich voor als medewerkers van een bank of van de politie. Door de slachtoffers voor te houden dat de veiligheid van hun banktegoeden, contante geldbedragen en sieraden in het geding was, wisten zij de slachtoffers ertoe te bewegen hun bankpassen, creditcards, contante geldbedragen en/of sieraden mee te geven aan een zich als koerier voordoende persoon die bij hen aan de deur kwam, dan wel om hun bankpassen, creditcards, contante geldbedragen en/of sieraden klaar te leggen en de koerier binnen te laten, waarna deze de klaargelegde goederen pakte en de woning verliet. Ook wisten de bellers de slachtoffers ertoe te bewegen hun pincodes telefonisch aan hen mee te delen of op een papiertje aan de koerier mee te geven. [naam 15] en de verdachte functioneerden als koeriers. Zij waren altijd samen op pad, met [naam 15] als bestuurder, en [naam 13] instrueerde hen waar ze moesten wachten, naar welke adressen zij moesten gaan en wat zij tegen de slachtoffers moesten zeggen. Een van hen ging dan naar het opgegeven adres en nam de (enveloppen met) bankpas(sen), creditcard(s), contant geld en/of sieraden en eventuele briefjes met pincodes in ontvangst of pakte ze. [naam 15] verborg de goederen daarna in de auto (in het dashboard of in de ruimte onder de versnellingspook). Vervolgens reden [naam 15] en de verdachte naar een pinautomaat en kreeg de verdachte van [naam 15] de pinpas(sen) en/of creditcard(s), waarna hij conform de op dat moment telefonisch door [naam 13] gegeven instructies, waaronder de pincode, geld opnam met deze van de slachtoffers verkregen bankpas(sen) en/of creditcards en pincodes. De bellers bleven veelal aan de telefoon met het slachtoffer tot het geld was gepind. Terug in de auto gaf de verdachte de opgenomen geldbedragen en pasjes aan [naam 15] , waarna zij naar een door [naam 13] aangeduide parkeerplaats reden. Daar droeg [naam 15] de enveloppen met goederen en het gepinde geld over aan [naam 13] en kregen [naam 15] en de verdachte te horen waar ze daarna heen moesten.

Rol van de verdachte in de verschillende zaken

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank ten aanzien van de rol van de verdachte in de verschillende zaken het volgende vast.

De verdachte was in onderstaande zaken de pinner en heeft de hieronder genoemde bedragen opgenomen.

Zaak A ( [slachtoffer 6] ): € 500,- ,

zaak B ( [slachtoffer 7] ): € 1.250,-,

zaak C ( [slachtoffer 9] ): € 1.250,-,

zaak E ( [slachtoffer 10] ): € 800,-,

zaak F ( [slachtoffer 5] ): € 700,-,

zaak G ( [slachtoffer 4] ): € 750,-,

zaak H ( [slachtoffer 1] ): € 500,-,

zaak I ( [slachtoffer 11] ): 700,-,

zaak J ( [slachtoffer 12] ): € 490,-,

zaak L ( [slachtoffer 14] ): € 1.180,-,

zaak M ( [slachtoffer 15] ): € 1.000,-,

zaak N ( [slachtoffer 16] ): € 1.000,-,

zaak O ( [slachtoffer 17] ): € 676,75 en

zaak P ( [slachtoffer 3] ): € 1.000,-.

In zaak A ( [slachtoffer 6] ), zaak B ( [slachtoffer 7] ), zaak C ( [slachtoffer 9] ), zaak E ( [slachtoffer 10] ), zaak G ( [slachtoffer 4] ), zaak H ( [slachtoffer 1] ), zaak I ( [slachtoffer 11] ), zaak J ( [slachtoffer 12] ), zaak K ( [slachtoffer 13] ), zaak L ( [slachtoffer 14] ), zaak M ( [slachtoffer 15] ), zaak N ( [slachtoffer 16] ) en zaak O ( [slachtoffer 17] ) was de verdachte de koerier (degene die bij het slachtoffer aan de deur of in de woning is geweest).

Ten aanzien van de zaak E ( [slachtoffer 10] ), zaak G ( [slachtoffer 4] ), zaak H ( [slachtoffer 1] ), zaak I ( [slachtoffer 11] ), zaak J ( [slachtoffer 12] ), zaak K ( [slachtoffer 13] ), zaak M ( [slachtoffer 15] ) en zaak N ( [slachtoffer 16] ) overweegt de rechtbank hierover als volgt.

Zoals de rechtbank hierboven heeft vastgesteld, waren [naam 15] en de verdachte altijd samen op pad en functioneerde altijd een van hen als koerier. De rechtbank zal daarom in elk van bovengenoemde zaken op basis van het gegeven signalement beoordelen of dit signalement beter past bij de verdachte of bij [naam 15] . De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat [naam 15] een blanke man is van tussen de 35 en 40 jaar, zonder gezichtsbeharing, die goed Nederlands spreek en dat de verdachte een licht getinte huid heeft, ten tijde van het tenlastegelegde achttien jaar was, gezichtsbeharing had en Nederlands spreekt met een zwaar accent en geregeld moeilijk te verstaan is. De rechtbank stelt tevens op grond van de bewijsmiddelen vast dat de verdachte is geboren in Syrië. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat Syriërs geregeld voor Marokkanen worden aangezien.

In zaak E ( [slachtoffer 10] ) heeft aangeefster verklaard dat degene die bij haar in de woning is geweest een Turkse of Marokkaanse man van tussen 25 en 30 jaar was die moeilijk te verstaan was en met een Marokkaans accent sprak. Naar het oordeel van de rechtbank past dit signalement veel beter bij de verdachte dan bij [naam 15] .

In zaak G ( [slachtoffer 4] ) heeft aangever verklaard dat degene die bij hem aan de deur kwam een man van 20 à 30 jaar was, zonder gezichtsbeharing, met donkere kleding en een negroïde uiterlijk. Hoewel de verdachte geen negroïde uiterlijk heeft, acht de rechtbank het waarschijnlijker dat het uiterlijk van de verdachte zo wordt aangeduid dan dat van [naam 15] . Daarnaast heeft de verdachte op de camerabeelden donkere kleding aan. Naar het oordeel van de rechtbank past dit signalement daarom beter bij de verdachte dan bij [naam 15] . Aangever heeft bovendien verklaard dat degene die bij hem aan de deur kwam aan de bijrijderskant uit de auto stapte, terwijl de rechtbank hiervoor heeft vastgesteld dat [naam 15] altijd de bestuurder was. Dit bevestigt naar het oordeel van de rechtbank dat het de verdachte was die bij [slachtoffer 4] aan de deur is geweest.

In zaak H ( [slachtoffer 1] ) heeft aangeefster verklaard dat degene die bij haar aan de deur kwam een man van 18 à 25 jaar was met een licht getinte huid, een zwart t-shirt en een donkerkleurige broek. Gelet op de leeftijd en de huidskleur past dit signalement naar het oordeel van de rechtbank veel beter bij de verdachte dan bij [naam 15] . Bovendien draagt de verdachte op de camerabeelden een zwart t-shirt en een zwarte broek.

In zaak I ( [slachtoffer 11] ) heeft aangever verklaard dat degene die bij hem in de woning is geweest een man van tussen de 25 en 30 was met een licht getinte huidskleur en nette donkere kleding. Gelet op de huidskleur past dit signalement naar het oordeel van de rechtbank beter bij de verdachte dan bij [naam 15] . Bovendien draagt de verdachte op de camerabeelden zwarte bovenkleding, voorzien van knoopjes en een kraagje en een zwarte broek.

In zaak J ( [slachtoffer 12] ) heeft aangeefster verklaard dat degene die bij haar aan de deur kwam een erg jonge jongen van 16 à 17 jaar was. Naar het oordeel van de rechtbank past dit signalement veel beter bij de verdachte dan bij [naam 15] .

In zaak K ( [slachtoffer 13] ) heeft aangeefster verklaard dat degene die bij haar in de woning is geweest een allochtone jongen was. Naar het oordeel van de rechtbank past dit signalement veel beter bij de verdachte dan bij [naam 15] .

In zaak M ( [slachtoffer 15] ) heeft aangeefster verklaard dat degene die bij haar aan de deur kwam een man van 16-18 jaar was met een blanke huidskleur en zwartgekleurde kleding. Getuige [naam 10] heeft verklaard dat hij een man had zien lopen welke er als volgt uitzag: licht getinte jongen, ongeveer 20/25 jaar oud, geheel in zwart gekleed en droeg een capuchon. Gelet op de door aangeefster en getuige genoemde leeftijd past dit signalement naar het oordeel van de rechtbank beter bij de verdachte dan bij [naam 15] . Bovendien heeft de getuige verklaard dat verdachte een licht getinte jongen was en was de verdachte op de camerabeelden geheel donker gekleed.

In zaak N ( [slachtoffer 16] ) heeft aangeefster verklaard dat degene die bij haar aan de deur kwam een licht getinte jongeman was met een geschatte leeftijd van rond de 25 jaar, die geheel in het zwart was gekleed en waarvan zij veronderstelde dat hij van Turkse of Marokkaanse afkomst was. Gelet op de huidskleur en de veronderstelde afkomst past dit signalement naar het oordeel van de rechtbank beter bij de verdachte dan bij [naam 15] . Bovendien draagt de verdachte op de camerabeelden donkergekleurde kleding.

Op grond van de bewijsmiddelen en gelet op het bovenstaande stelt de rechtbank vast dat de verdachte in onderstaande zaken, toen hij als koerier in de woning was, de hieronder genoemde goederen heeft meegenomen.

Zaak E ( [slachtoffer 10] ): een creditcard, een betaalpas en sieraden,

zaak I ( [slachtoffer 11] ): een bankpas en sieraden en

zaak K ( [slachtoffer 13] ): sieraden.

Opzet

De verdachte heeft verklaard dat hij ten tijde van het tenlastegelegde niet wist dat sprake was van oplichting. Hij dacht dat [naam 13] als ZZP-er voor banken werkte en omdat de slachtoffers hem niets vroegen en de pasjes en sieraden meegaven als hij die kwam halen, vond hij het niet vreemd dat [naam 13] hem vroeg die te halen en met de opgehaalde pasjes te pinnen. De raadsman heeft bepleit dat het door de achtergrond en de persoon van de verdachte kwam dat de verdachte niet wist dat hij met zijn handelen een rol in oplichting/ bankhelpdeskfraude speelde en dat wat hij deed niet door de beugel kon. De raadsman heeft daarom vrijspraak bepleit op grond van het ontbreken van het opzet op het inzetten van oplichtingsmiddelen met als doel het bewegen van een ander tot afgifte van goederen.

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen het volgende vast.

De verdachte wist dat hij geld pinde met pasjes die kort daarvoor waren opgehaald bij mensen aan de deur. De verdachte wist dat de enveloppen met pasjes en andere opgehaalde goederen, alsmede de gepinde bedragen buiten aan [naam 13] werden overgedragen. De verdachte wist dat [naam 15] de enveloppen die zij hadden opgehaald in de auto verborg (in het dashboard of in de ruimte onder de versnellingspook). De verdachte heeft in zaak I ( [slachtoffer 11] ), nadat hij in de woning van het slachtoffer de beller had gesproken, een sieradenkistje meegenomen en is hier, zonder dit aan het slachtoffer kenbaar te maken, mee naar buiten gelopen. In zaak O ( [slachtoffer 17] ) heeft de verdachte in opdracht van [naam 13] sigaretten en krasloten gekocht met een kort daarvoor opgehaalde bankpas.

Gelet op het voorgaande kan het naar het oordeel van de rechtbank, ook met inachtneming van de achtergrond en de persoon van de verdachte, niet anders zijn dan dat de verdachte wist dat de slachtoffers werden opgelicht. De rechtbank acht de andersluidende verklaring van de verdachte daarom niet geloofwaardig. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte dan ook opzet gehad op het inzetten van oplichtingsmiddelen met als doel het bewegen van een ander tot afgifte van goederen. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

Gelet het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte ook opzet heeft gehad op de diefstal van de onder 2 tenlastegelegde bedragen door middel van valse sleutels en de diefstal van de onder 3 tenlastegelegde pasjes en sieraden door middel van oplichting.

Medeplegen

De raadsman heeft aangevoerd dat de rol van de verdachte slechts die van een loopjongen was en dat hij een onvoldoende wezenlijke (intellectuele en materiële) bijdrage heeft geleverd om tot een bewezenverklaring van medeplegen te komen.

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van medeplegen en overweegt daarover als volgt.

Naar vaste jurisprudentie kan de betrokkenheid bij een strafbaar feit als medeplegen worden bewezen verklaard, indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan -kort gezegd- sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verschillende betrokkenen.

Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

Het doel van de hier aan de orde zijnde bankhelpdeskfraude was om geld en sieraden te verkrijgen. Gelet op de hiervoor door de rechtbank vastgestelde organisatie van de bankhelpdeskfraude, was een goede planning en organisatie daarbij essentieel, omdat de verschillende door de groep van daders uitgevoerde handelingen naadloos op elkaar moesten aansluiten. De rol van degene die de bankpassen, creditcards, sieraden en contante geldbedragen bij de slachtoffers ophaalde of meenam (de koerier) en de rol van degene die met de opgehaalde bankpassen en creditcards geld van de rekening van de slachtoffers opnam (de pinner), waren daarbij essentieel. Zonder de onderlinge bewuste en nauwe samenwerking kon het uiteindelijke doel niet worden bereikt.

Op grond hiervan en de eerdere vaststellingen over de rol van de verdachte komt de rechtbank tot het oordeel dat de verdachte zich

in zaak A ( [slachtoffer 6] ), zaak B ( [slachtoffer 7] ), zaak C ( [slachtoffer 9] ), zaak E ( [slachtoffer 10] ), zaak G ( [slachtoffer 4] ), zaak H ( [slachtoffer 1] ), zaak I ( [slachtoffer 11] ), zaak J ( [slachtoffer 12] ), zaak K ( [slachtoffer 13] ), zaak L ( [slachtoffer 14] ), zaak M ( [slachtoffer 15] ), zaak N ( [slachtoffer 16] ) en zaak O ( [slachtoffer 17] ) heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van de onder 1 tenlastegelegde oplichtingen,

dat hij zich in zaak A ( [slachtoffer 6] ), zaak B ( [slachtoffer 7] ), zaak C ( [slachtoffer 9] ), zaak E ( [slachtoffer 10] ), zaak F ( [slachtoffer 5] ), zaak G ( [slachtoffer 4] ), zaak H ( [slachtoffer 1] ), zaak I ( [slachtoffer 11] ), zaak J ( [slachtoffer 12] ), zaak L ( [slachtoffer 14] ), zaak M ( [slachtoffer 15] ), zaak N ( [slachtoffer 16] ), zaak O ( [slachtoffer 17] ) en zaak P ( [slachtoffer 3] ) heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van de onder 2 tenlastegelegde diefstallen en

dat hij zich in zaak E ( [slachtoffer 10] ), zaak I ( [slachtoffer 11] ) en J ( [slachtoffer 12] ) heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van de onder 3 tenlastegelegde.

Eendaadse samenloop en voortgezette handeling

De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot feit 1 en feit 2 ten aanzien van

zaak A ( [slachtoffer 6] ), zaak B ( [slachtoffer 7] ), zaak C ( [slachtoffer 9] ), zaak E ( [slachtoffer 10] ), zaak G ( [slachtoffer 4] ), zaak H ( [slachtoffer 1] ), zaak I ( [slachtoffer 11] ), zaak J ( [slachtoffer 12] ), zaak L ( [slachtoffer 14] ), zaak M ( [slachtoffer 15] ), zaak N ( [slachtoffer 16] ) en zaak O ( [slachtoffer 17] ) sprake is van een voortgezette handeling in de zin van artikel 56 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), aangezien de handelingen die de rechtbank in die zaken bewezen zal verklaren, elkaar in de tijd opvolgende gedragingen zijn die (ook met betrekking tot het 'wilsbesluit') zo nauw met elkaar samenhangen dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt, terwijl de strekking van de desbetreffende strafbepalingen slechts enigszins uiteenloopt.

De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot feit 1 en feit 3 ten aanzien van zaak E ( [slachtoffer 10] ), zaak I ( [slachtoffer 11] ) en J ( [slachtoffer 12] ) sprake is van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55, eerste lid, Sr, aangezien de handelingen die de rechtbank in die zaken bewezen zal verklaren in die mate een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex opleveren dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt, terwijl de strekking van de desbetreffende strafbepalingen slechts enigszins uiteenloopt.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

Ten aanzien van feit 1:

hij in de periode van 11 augustus 2023 tot en met 20 september 2023 te

- Reuver (zaak A),

- Swalmen (zaak B),

- Horn (zaak C),

- Panningen (zaak E),

- Haelen (zaak G),

- Heythuysen (zaak H),

- Geldrop (zaak I),

- Sint Anthonis (zaak J),

- Boxmeer (zaak K),

- Geffen (zaak L),

- Nuland (zaak M),

- Tiel (zaak N) en

- Bruchem (zaak O) ,

tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, personen, te weten:

- [slachtoffer 6] (zaak A),

- [slachtoffer 7] (zaak B),

- [slachtoffer 9] (zaak C),

- [slachtoffer 10] (zaak E),

- [slachtoffer 4] (zaak G),

- [slachtoffer 1] (zaak H),

- [slachtoffer 11] (zaak I),

- [slachtoffer 12] (zaak J),

- [slachtoffer 13] (zaak K),

- [slachtoffer 14] (zaak L),

- [slachtoffer 15] (zaak M),

- [slachtoffer 16] (zaak N) en

- [slachtoffer 17] (zaak O),

heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en het ter beschikking stellen van gegevens, te weten

- het ter beschikking stellen van pincodes en

- de afgifte van betaalpassen, sieraden en contante geldbedragen,

door:

- telefonisch contact op te nemen met voornoemde aangevers en zich daarbij voor te doen als een medewerker van de Rabobank of de ABN Amro of ING Bank of een medewerker van de politie, waardoor die aangevers werden bewogen tot afgifte van hun pincodes, bankpassen, creditcards, sieraden en contante geldbedragen en

- naar de woning van voornoemde aangevers te gaan en vervolgens die bankpassen, creditcards, sieraden en contante geldbedragen, toebehorende aan die aangevers in ontvangst te nemen of mee te nemen;

Ten aanzien van feit 2:

hij in de periode van 11 augustus 2023 tot en met 20 september 2023 te

- Swalmen (zaak A, zaak B en zaak F),

- Horn (zaak C),

- Helden (zaak E),

- Beringe (zaak G),

- Heythuysen (zaak H),

- Eindhoven (zaak I),

- Sint Anthonis (zaak J),

- Geffen (zaak L),

- ’ s-Hertogenbosch (zaak M)

- Tiel (zaak N),

- Zaltbommel (zaak O) en

- Aalst (zaak P),

tezamen en in vereniging met een of meer anderen geldbedragen, te weten

- 500 euro, toebehorende aan [slachtoffer 6] (zaak A),

- 1.250 euro, toebehorende aan [slachtoffer 7] (zaak B),

- 1.250 euro, toebehorende aan [slachtoffer 9] (zaak C),

- 800 euro, toebehorende aan [slachtoffer 10] (zaak E),

- 700 euro, toebehorende aan [slachtoffer 5] (zaak F),

- 750 euro, toebehorende aan [slachtoffer 4] (zaak G),

- 500 euro, toebehorende aan [slachtoffer 1] (zaak H),

- 700 euro, toebehorende aan [slachtoffer 11] (zaak I),

- 490 euro, toebehorende aan [slachtoffer 12] (zaak J),

- 1.180 euro, toebehorende aan [slachtoffer 14] (zaak L),

- 1.000 euro, toebehorende aan [slachtoffer 15] (zaak M),

- 1.000 euro, toebehorende aan [slachtoffer 16] (zaak N),

- 676,75 euro, toebehorende aan [slachtoffer 17] (zaak O) en

- 1.000 euro, toebehorende aan [slachtoffer 3] (zaak P),

heeft weggenomen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door gebruik te maken van onrechtmatig verkregen bankpassen, creditcards en pincodes;

Ten aanzien van feit 3:

hij in de periode van 11 augustus 2023 tot en met 20 september 2023 in de gemeente Panningen, Geldrop en Boxmeer tezamen en in vereniging met anderen betaalpassen en sieraden, die toebehoorden aan

[slachtoffer 10] (zaak E),

[slachtoffer 11] (zaak I) en/of

[slachtoffer 13] (zaak K),

heeft weggenomen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, namelijk door:

- telefonisch contact op te nemen met voornoemde aangevers en zich daarbij voor te doen als een medewerker van de Rabobank of een medewerker van de politie, waardoor die aangevers werden bewogen tot het klaarleggen van hun bankpassen en/of sieraden en/of het aanwijzen waar genoemde goederen lagen en

- naar de woning van voornoemde aangevers te gaan en vervolgens die bankpassen en sieraden, toebehorende aan die aangevers te pakken en met deze goederen te vertrekken.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4
De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van feit 1:

oplichting, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 3:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het de feiten uitsluiten.

5
De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6
De straf en/of de maatregel
6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht, rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden met aftrek van het voorarrest op te leggen. Dat het feiten van 2,5 jaar geleden betreft en artikel 63 Sr van toepassing is, heeft hij in aanmerking genomen, maar niet in strafmatigende zin meegewogen.

6.2

Het standpunt van de verdediging

Voor het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring mocht komen, heeft de raadsman naar voren gebracht dat de verdachte niet de enige is die een rol heeft gespeeld bij de bankhelpdeskfraude en dat hij zeker niet het brein daarachter was, dat hij volgens reclassering een kwetsbare, beïnvloedbare jongen is die zijn eigen handelen niet kan overzien en beperkte intellectuele capaciteiten heeft, dat hij op tienjarige leeftijd Syrië is ontvlucht en dat het erop lijkt dat de mededaders gebruik van hem hebben gemaakt. De raadsman heeft verzocht dit alles in strafmatigende zin mee te wegen. De raadsman heeft daarnaast verzocht in strafmatigende zin rekening te houden met het feit dat de verdachte van aanvang af open kaart heeft gespeeld, dat het feiten van 2,5 jaar geleden betreft en dat artikel 63 Sr van toepassing is. De raadsman heeft verder aangevoerd dat de verdachte het behoorlijk goed doet bij het schorsingstoezicht door de reclassering in een andere zaak, hetgeen er toe heeft geleid dat hij een goed lopend schildersbedrijf heeft opgezet, dat hij werkt aan zijn toekomst en dat hij probeert zijn oude leven te laten voor wat het is. De raadsman brengt naar voren dat het voor het bedrijf van de verdachte de nekslag zou zijn als de verdachte weer naar de gevangenis moet en dat het, zeker gelet op de beïnvloedbaarheid van de verdachte, ook voor de ontwikkeling van de verdachte en voor de maatschappij geen goed zal doen als de verdachte opnieuw wordt gedetineerd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden.

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de oplichting, door bankhelpdeskfraude, van veertien personen van (destijds) tussen 70 en 93 jaar oud. Nadat anderen, terwijl ze zich telefonisch voordeden als een bankmedewerker of een medewerker van de politie, de slachtoffers ervan hadden weten te overtuigen dat zij hun bankpassen, pincodes, sieraden en/of contante geldbedragen moesten afgeven, kwam de verdachte bij hen aan de deur of in de woning om de bankpassen, sieraden en/of contante geldbedragen op te halen of mee te nemen. Van dertien van deze personen en twee andere ouderen waarbij een mededader aan de deur was geweest, heeft de verdachte vervolgens geldbedragen gestolen door met de met de oplichting verkregen bankpassen en pincodes geld op te nemen. Ook heeft hij bij drie van de opgelichte personen uit hun woningen bankpassen en/of sieraden gestolen. Hoewel de verdachte niet het brein was achter de bankhelpdeskfraude, heeft hij daar naar het oordeel van de rechtbank wel een aanzienlijke rol in gespeeld. Verdachte heeft met zijn handelen niet alleen het eigendomsrecht van de slachtoffers geschonden, maar ook hun vertrouwen in de samenleving en de medemens geschaad. Dat dit zich afspeelde bij en in de woningen van de slachtoffers, de plek waar men zich bij uitstek veilig moet kunnen voelen, en dat de slachtoffers oudere, kwetsbare personen waren, maakt dit extra kwalijk. Met de bankhelpdeskfraude is bovendien het vertrouwen in het economisch verkeer geschaad. De rechtbank rekent de verdachte dit alles zwaar aan.

De rechtbank heeft rekening gehouden met uitspraken in vergelijkbare zaken. Tevens heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat bankhelpdeskfraude gericht tegen kwetsbare ouderen heden ten dage een vaak gepleegd delict is. Om dit zoveel mogelijk tegen te gaan, dient daar naar het oordeel van de rechtbank streng te worden opgetreden. De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op het strafblad van de verdachte van 19 januari 2026, waaruit blijkt dat artikel 63 Sr van toepassing is. Ook heeft de rechtbank de meewerkende houding van de verdachte tijdens het gehele onderzoek in aanmerking genomen. De rechtbank heeft verder in ogenschouw genomen dat zij ter terechtzitting, evenals de reclassering heeft gerapporteerd, weinig slachtofferempathie en spijt bij de verdachte heeft waargenomen. Hij lijkt de schuld buiten zichzelf te leggen en neemt geen verantwoordelijkheid voor zijn daden. In hetgeen de raadsman heeft aangevoerd over de achtergrond en de persoon van de verdachte ziet de rechtbank geen aanleiding voor strafmatiging. Nu dit vonnis binnen de redelijke termijn wordt gewezen, ziet de rechtbank, anders dan de raadsman heeft bepleit, geen aanleiding rekening te houden met het tijdsverloop sinds de pleegperiode van de feiten.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden is. De rechtbank zal daarom een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden met aftrek van het voorarrest opleggen.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering.

7
De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
7.1

De vorderingen van de benadeelde partijen

Tien slachtoffers hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd.

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert ter zake van feit 1 een vergoeding voor materiële schade, bestaande uit de waarde van diverse haar afhandig gemaakte sieraden, zonder een bedrag te noemen. [slachtoffer 2] vordert daarnaast, eveneens zonder een bedrag te noemen, een vergoeding voor door haar geleden immateriële schade.

De benadeelde partij [slachtoffer 6] vordert ter zake van feit 1 een bedrag van € 10.000,- als vergoeding voor materiële schade, bestaande uit de waarde van diverse haar afhandig gemaakte sieraden. [slachtoffer 6] vordert daarnaast een vergoeding voor door haar geleden immateriële schade, zonder een bedrag te noemen.

[slachtoffer 6] heeft van de Rabobank een vergoeding ter hoogte van € 500,- ontvangen als vergoeding voor het met haar creditcard gepinde bedrag. [slachtoffer 6] heeft geen vergoeding voor het gepinde bedrag gevorderd, dus dit bedrag komt niet in mindering op haar vordering.

De benadeelde partij [slachtoffer 10] vordert ter zake van feiten 1, 2 en 3 een bedrag van € 13.664,24 als vergoeding voor materiële schade, bestaande uit de volgende posten:

ontvreemde sieraden € 8.138,49

pintransacties € 800,00

verhuiskosten Lagerberg € 3.315,00

verhuiskosten Opa Jos ontruiming € 1.216,05

verhuiskosten Huisman Wonen (50%) € 5.950,52

minus een bedrag van € 5.000,- dat zij als vergoeding voor de ontvreemde sieraden heeft ontvangen van haar verzekeraar en een bedrag van € 800,- dat zij heeft ontvangen van de Rabobank als vergoeding voor de met haar bankpas gepinde bedragen.

De benadeelde partij [slachtoffer 13] vordert ter zake van feiten 1 en 3 een bedrag van € 3.050,- als vergoeding voor materiële schade, bestaande uit de waarde van diverse haar afhandig gemaakte sieraden. Zij vordert daarnaast een bedrag van € 1.000,- als vergoeding voor door haar geleden immateriële schade.

De benadeelde partij [slachtoffer 3] vordert ter zake van feiten 1 en 2 een bedrag van € 1.000,- als vergoeding voor door haar geleden immateriële schade. [slachtoffer 3] heeft van de Rabobank een vergoeding ter hoogte van € 1.000,- ontvangen - naar de rechtbank begrijpt – als vergoeding voor de met haar bankpas gepinde bedragen. Dit bedrag komt daarom niet in mindering op de vordering ter zake van immateriële schade.

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert ter zake van feiten 1 en 2 een bedrag van € 3.355,- als vergoeding voor materiële schade, bestaande uit de volgende posten:

goud diverse stukken € 2.710,-

door pinner opgenomen € 500,-

contanten € 2.000,-

minus een bedrag van € 500,- dat zij heeft ontvangen van ABN AMRO als vergoeding voor het met haar bankpas gepinde bedrag en, zo heeft zij ter terechtzitting naar voren gebracht, een bedrag van € 1.355,- dat zij van de verzekering heeft ontvangen als vergoeding voor de gestolen sieraden.

[slachtoffer 1] vordert daarnaast een vergoeding voor door haar geleden immateriële schade, zonder een bedrag te noemen.

De benadeelde partij [slachtoffer 9] vordert ter zake van feiten 1 en 2 een bedrag van € 500,- als vergoeding voor materiële schade, bestaande uit de volgende posten:

bedrag gepind € 1.250,-

diverse sieraden, waaronder trouwring € 500,-

minus een bedrag van € 1.250,- dat zij van de Rabobank heeft ontvangen als vergoeding voor de met haar bankpas gepinde bedragen.

De benadeelde partij [slachtoffer 12] vordert ter zake van feiten 1 en 2 een bedrag van € 3.350,- als vergoeding voor materiële schade, bestaande uit de volgende posten:

pinnen van lopende rekening € 350,-

gouden dameshorloge € 2.000,-

gouden broche afgezet met parels en

ivoren vrouwelijk gezicht € 1.000,-.

[slachtoffer 12] vordert daarnaast een bedrag van € 10.000,- als vergoeding voor door haar geleden immateriële schade.

De benadeeld partij [slachtoffer 11] vordert ter zake van feiten 1 en 3 een bedrag van € 6.410,- als vergoeding voor materiële schade, bestaande uit de waarde van diverse hem afhandig gemaakte sieraden. [slachtoffer 11] vordert daarnaast een bedrag van € 625,- als vergoeding voor door haar geleden immateriële schade.

De benadeelde partij [slachtoffer 15] vordert tere zake van feiten 1 en 2 een bedrag van € 2.150,- plus de waarde van twee gouden ringen en - naar de rechtbank begrijpt – een gouden ketting met diamantje als vergoeding voor materiële schade, bestaande uit de volgende posten:

geldopname met bankpas € 1.000,-

gouden trouwring, 60 jaar oud ?

gouden zegelring, 60 jaar oud ?

gouden ketting met diamantje ?

contant geld € 1.150,-.

De benadeelde partijen hebben verzocht om het toe te wijzen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente en om de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

Immateriële schade

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van [slachtoffer 2] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 13] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 12] en [slachtoffer 11] , in hun vorderingen voor zover deze zien op immateriële schade.

Materiële schade

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van [slachtoffer 6] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 13] en [slachtoffer 3] in hun vorderingen voor zover deze zien op materiële schade.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van [slachtoffer 1] tot een bedrag van € 2.000,- (voor contant geld), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 september 2023 en met oplegging van schadevergoedingsmaatregel. Hij verzoekt [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering ter zake materiële schade.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van [slachtoffer 12] tot een bedrag van € 350,- (voor gepind geld), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 september 2023 en met oplegging van schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van [slachtoffer 11] voor zover deze ziet op materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 augustus 2023 en met oplegging van schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van [slachtoffer 15] tot een bedrag van € 2.150,- (voor gepind geld en contant geld), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 september 2023 en met oplegging van schadevergoedingsmaatregel. Hij verzoekt [slachtoffer 15] voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering ter zake materiële schade..

7.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair verzocht alle benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen in verband met de door hem bepleite vrijspraak. Voor het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring mocht komen, heeft hij het volgende verzocht.

Hoofdelijkheid

De raadsman heeft verzocht om bij een eventuele toewijzing van een (deel van een) vordering het bedrag niet hoofdelijk toe te wijzen, maar naar evenredigheid voor ten hoogste een derde deel. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat de mededaders niet worden vervolgd en dat het in het kader van het gelijkheidsbeginsel niet fair zou zijn als de verdachte de schade in zijn geheel zou moeten dragen.

Immateriële schade

De raadsman heeft verder onder verwijzing naar onder meer het arrest van de Hoge Raad van 8 juli 2025 (ECLI:NL:HR2025:118) verzocht om [slachtoffer 2] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 13] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 12] en [slachtoffer 11] niet-ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen voor zover deze zien op immateriële schade.

Materiële schade

Sieraden

De raadsman heeft verzocht om [slachtoffer 2] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 13] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 12] , [slachtoffer 11] en [slachtoffer 15] niet-ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen ter zake van materiële schade voor zover deze zien op sieraden, omdat hun vorderingen in zoverre onvoldoende zijn onderbouwd.

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 11] heeft de raadsman hiertoe aangevoerd dat er weliswaar veel onderbouwende stukken zijn ingebracht, maar dat deze onvoldoende zijn om de waarde van de sieraden vast te kunnen stellen, waarbij hij erop wijst dat hij er bijvoorbeeld van het gouden medaillon op internet ook voorbeelden te vinden zijn met een veel hogere en met een veel lagere prijs. Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat er niet van alle sieraden foto’s voorhanden zijn.

Verhuiskosten

De raadsman heeft verzocht [slachtoffer 10] niet ontvankelijk te verklaren in haar vordering voor zover deze ziet op verhuiskosten, omdat deze kosten niet rechtstreeks voortvloeien uit de tenlastegelegde gedragingen, dan wel omdat de beantwoording van de vraag of sprake is van causaal verband een onevenredige belasting van het strafproces met zich brengt.

Gepinde bedragen

De raadsman heeft zich niet uitgelaten over de door [slachtoffer 1] gevorderde vergoeding voor het gepinde bedrag.

De raadsman heeft verzocht [slachtoffer 12] niet-ontvankelijk te verklaren in haar hele vordering, dus ook ten aanzien van het gepinde bedrag, maar heeft dit laatste niet gemotiveerd.

De raadsman heeft verzocht [slachtoffer 15] niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering voor zover deze ziet op het gepinde bedrag, omdat de bank dit bedrag mogelijk heeft vergoed, nu dat de gebruikelijke gang van zaken is.

Contant geld

De raadsman heeft verzocht [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering voor zover deze ziet op contant geld, omdat dit bedrag, gelet op de opmerking ‘Mogelijk deels vergoed uit verz. Inboedel’ mogelijk al is vergoed.

De raadsman refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de door [slachtoffer 15] gevorderde vergoeding voor contant geld.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

Hoofdelijkheid

Artikel 6:166, lid 1 BW bepaalt dat indien één van tot een groep behorende personen onrechtmatig schade toebrengt en de kans op het aldus toebrengen van schade deze personen had behoren te weerhouden van hun gedragingen in groepsverband, zij hoofdelijk aansprakelijk zijn indien deze gedragingen hun kunnen worden toegerekend.

Blijkens de wetsgeschiedenis voorziet deze bepaling in een individuele aansprakelijkheid van tot een groep behorende personen (deelnemers) voor onrechtmatig vanuit de groep toegebrachte schade. De mate van betrokkenheid van de afzonderlijke deelnemers bij het onrechtmatig handelen is niet van belang. Deze individuele aansprakelijkheid vindt haar rechtvaardiging in een ieders bijdrage aan het in het leven roepen van de kans dat zodanige schade zou ontstaan (Hoge Raad 3 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1726).

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte, nu de hij de bewezenverklaarde feiten tezamen en in vereniging met anderen heeft gepleegd, hoofdelijk aansprakelijk is voor de door de gedragingen van hem en zijn mededaders veroorzaakte schade. Dat is niet anders als de mededaders niet worden vervolgd. Anders dan de raadsman heeft verzocht, zal de rechtbank de toe te wijzen schadevergoedingen daarom niet naar evenredigheid toewijzen.

[slachtoffer 2]

Nu aan de vordering van [slachtoffer 2] een feitencomplex ten grondslag ligt waarvoor verdachte niet zal worden veroordeeld, zal de rechtbank [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

Immateriële schade

[slachtoffer 6] , [slachtoffer 13] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 12] en [slachtoffer 11]

De rechtbank stelt voorop dat artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) een limitatieve opsomming geeft van de gevallen waarin deze bepaling recht geeft op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen, te weten in geval van:

oogmerk om zodanige schade toe te brengen, bijvoorbeeld indien de verdachte iemand heeft gedood met het oogmerk aan de benadeelde partij immateriële schade toe te brengen;

aantasting in de persoon:

1. door het oplopen van lichamelijk letsel,

2. door schade in zijn eer of goede naam of

3. op andere wijze;

bepaalde gevallen van aantasting van de nagedachtenis van een overledene.

De bewezenverklaarde oplichting en diefstallen vallen onder de in b. 3. bedoelde aantasting in de persoon ‘op andere wijze’. Daarvan is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Van een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ als bedoeld in art. 6:106, aanhef en onder b, BW is niet reeds sprake bij de enkele schending van een fundamenteel recht (HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793).

Het rechtbank stelt vast dat geen van de benadeelde partijen met stukken onderbouwd heeft gesteld dat hij of zij geestelijk letsel heeft opgelopen en ook dat geen van hen met concrete gegevens voldoende heeft onderbouwd dat de gevolgen voor hem of haar dusdanig zijn geweest dat de aard en de ernst van de normschending met zich brengt dat sprake is van aantasting in de persoon. De rechtbank is van oordeel dat de aard en de ernst van het handelen van de verdachte, hoe kwalijk zijn handelen ook was, niet dusdanig was dat de nadelige gevolgen zo voor de hand liggen dat hieruit zonder meer een aantasting in de persoon kan worden afgeleid. Het onderzoek ter terechtzitting aanhouden om de benadeelde partijen in de gelegenheid te stellen alsnog geestelijk letsel of dusdanige gevolgen dat de aard en de ernst van de normschending met zich brengt dat sprake is van aantasting in de persoon voldoende te onderbouwen, zou naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafproces betekenen. Dit betekent dat [slachtoffer 6] , [slachtoffer 13] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 12] en [slachtoffer 11] hun vorderingen ter zake immateriële schade slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen en niet-ontvankelijk zullen worden verklaard in dat deel van hun vorderingen.

Materiële schade

[slachtoffer 6]

Naar het oordeel van de rechtbank heeft [slachtoffer 6] de hoogte van de materiële schade waarvoor zij vergoeding vordert onvoldoende onderbouwd. Het onderzoek ter terechtzitting aanhouden om haar in de gelegenheid te stellen de hoogte van deze schade nader te onderbouwen, zou naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafproces betekenen, zodat Dorsssers haar vordering ter zake materiële schade slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen en nietontvankelijk zal worden verklaard in dat deel van haar vordering.

[slachtoffer 10]

Naar het oordeel van de rechtbank heeft [slachtoffer 10] haar vordering ten aanzien van materiële schade onvoldoende onderbouwd. Met betrekking tot de ontvreemde sieraden ontbreekt voldoende onderbouwing ten aanzien van de hoogte van de schade en ten aanzien van de verhuiskosten is het causaal verband tussen de gestelde schade en de bewezenverklaarde gedragingen van de verdachte onvoldoende onderbouwd. Het onderzoek ter terechtzitting aanhouden om haar in de gelegenheid te stellen de vordering nader te onderbouwen, zou naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafproces betekenen, zodat [slachtoffer 10] haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen en nietontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering.

[slachtoffer 13]

Naar het oordeel van de rechtbank heeft [slachtoffer 13] de hoogte van de materiële schade waarvoor zij vergoeding vordert onvoldoende onderbouwd. Het onderzoek ter terechtzitting aanhouden om haar in de gelegenheid te stellen de hoogte van deze schade nader te onderbouwen, zou naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafproces betekenen, zodat [slachtoffer 13] haar vordering ter zake materiële schade slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen en nietontvankelijk zal worden verklaard in dat deel van haar vordering.

[slachtoffer 1]

Naar het oordeel van de rechtbank heeft [slachtoffer 1] de hoogte van de materiële schade die zij vordert onder de post ‘goud diverse stukken’ onvoldoende onderbouwd. Het onderzoek ter terechtzitting aanhouden om haar in de gelegenheid te stellen de hoogte van deze schade nader te onderbouwen, zou naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafproces betekenen, zodat [slachtoffer 1] haar vordering ter zake van dat deel van de materiële schade slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen en in zoverre nietontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering.

Ten aanzien van het deel van de vordering van [slachtoffer 1] dat ziet op ‘contanten’ is de rechtbank, mede gelet op artikel 6:96 BW, voldoende gebleken dat [slachtoffer 1] als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden tot het daarvoor gevorderde bedrag, te weten € 2.000,-. Dit deel van de vordering zal hoofdelijk worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 september 2023 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

[slachtoffer 9]

Naar het oordeel van de rechtbank heeft [slachtoffer 9] de hoogte van de schade waarvoor zij vergoeding vordert onvoldoende onderbouwd. Het onderzoek ter terechtzitting aanhouden om haar in de gelegenheid te stellen de hoogte van deze schade nader te onderbouwen, zou naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafproces betekenen, zodat [slachtoffer 9] haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen en nietontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering.

[slachtoffer 12]

Naar het oordeel van de rechtbank heeft [slachtoffer 12] de hoogte van de materiële schade die zij vordert onder de posten ‘gouden dames horloge’ en ‘goud broche afgezet met parels & ivoren vrouwelijk gezicht’ onvoldoende onderbouwd. Het onderzoek ter terechtzitting aanhouden om haar in de gelegenheid te stellen de hoogte van deze schade nader te onderbouwen, zou naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafproces betekenen, zodat [slachtoffer 12] haar vordering ter zake van dat deel van de materiële schade slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen en in zoverre nietontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering.

Ten aanzien van het deel van de vordering van [slachtoffer 12] dat ziet op ‘pinnen van lopende rek.’ is de rechtbank, mede gelet op artikel 6:96 BW, voldoende gebleken dat [slachtoffer 12] als gevolg van de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade heeft geleden tot het daarvoor gevorderde bedrag, te weten € 350,-. Dit deel van de vordering zal hoofdelijk worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 september 2023 en met oplegging van de schadevergoedings- maatregel.

[slachtoffer 11]

Naar het oordeel van de rechtbank heeft [slachtoffer 11] zijn vordering voor zover deze ziet op het geelgouden dameshorloge onvoldoende onderbouwd, nu van dit horloge geen foto beschikbaar is en het niet is vermeld op de bij de aangifte gevoegde Bijlage Goederen. Het onderzoek ter terechtzitting aanhouden om hem in de gelegenheid te stellen de hoogte van deze schade nader te onderbouwen, zou naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafproces betekenen, zodat [slachtoffer 11] zijn vordering ter zake van dat deel van de materiële schade slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen en in zoverre nietontvankelijk zal worden verklaard in zijn vordering.

Ten aanzien van de rest van de vordering van [slachtoffer 11] ter zake van materiële schade is de rechtbank, mede gelet op artikel 6:96 BW, voldoende gebleken dat [slachtoffer 11] als gevolg van de onder 1 en 3 bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade heeft geleden tot het daarvoor gevorderde bedrag, te weten € 6.075,-. De rechtbank overweegt in dit verband dat de ring en hanger waarvan geen foto beschikbaar is, zijn vermeld op de bij de aangifte gevoegde Bijlage Goederen, zodat de rechtbank het aannemelijk acht dat ook deze sieraden zijn gestolen. Verder overweegt de rechtbank dat er weliswaar, zoals de raadsman heeft bepleit, ook vergelijkbare sieraden op internet zijn te vinden met andere dan de in de onderbouwing genoemde prijzen, maar dat dit zowel hogere als lagere prijzen zijn. De rechtbank is daarom van oordeel dat de schade schattenderwijs begroot kan worden op de in de vordering gehanteerde bedragen. Dit deel van de vordering zal hoofdelijk worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 augustus 2023 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

[slachtoffer 15]

heeft in haar vordering voor zover deze ziet op sieraden de hoogte van de schade genoemd noch onderbouwd. Het onderzoek ter terechtzitting aanhouden om haar daar alsnog toe in de gelegenheid te stellen, zou naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafproces betekenen, zodat [slachtoffer 15] dit deel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen en in zoverre nietontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering.

Ten aanzien van het deel van de vordering van [slachtoffer 12] dat ziet op ‘geldopname met bankpas’ en ‘contant geld’ is de rechtbank, mede gelet op artikel 6:96 BW, voldoende gebleken dat [slachtoffer 15] als gevolg van de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade heeft geleden tot het daarvoor gevorderde bedrag, te weten € 2.150,-. Hierbij heeft de rechtbank in acht genomen dat er geen aanwijzingen zijn dat de bank, zoals de raadsman heeft gesuggereerd, het gepinde bedrag al heeft vergoed. Dit deel van de vordering zal hoofdelijk worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 september 2023 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8
De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 47, 55, 56, 57, 310, 311, 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing

9
De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

veroordeelt de verdachte voor het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf van 32 maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]:

Bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding.

Veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6]:

Bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding.

Veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 10]:

Bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding.

Veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 13]:

Bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding.

Veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]:

Bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding.

Veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

t.a.v. feit 1:

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]:

Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 1] , van een bedrag van 2.000,00 euro, bestaande uit materiële schade.

De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (een van) zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 1] , van een bedrag van 2.000,00 euro.

Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 20 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade.

De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde partij bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot betaling.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9]:

Bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding.

Veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

t.a.v. feit 1 en feit 2:

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 12]:

Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 12] , van een bedrag van 350,00 euro, bestaande uit materiële schade.

De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (een van) zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 12] , van een bedrag van 350,00 euro.

Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 3 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade.

De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde partij bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot betaling.

t.a.v. feit 1 en feit 3:

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 11]:

Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 11] , van een bedrag van 6.075,00 euro, bestaande uit materiële schade.

De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (een van) zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 11] , van een bedrag van 6.075,00 euro.

Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 55 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade.

De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde partij bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot betaling.

t.a.v. feit 1 en feit 2:

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 15]:

Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 15] , van een bedrag van 2.150,00 euro, bestaande uit materiële schade.

De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (een van) zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 15] , van een bedrag van 2.150,00 euro.

Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 21 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade.

De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde partij bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot betaling.

Dit vonnis is gewezen door mr. D. Osmic, voorzitter, mr. H.E.G. Peters en mr. dr. W. Kieboom, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.W. Levelt-Iseger, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 6 maart 2026.

Buiten staat

Mr. dr. W. Kieboom en mr. I.W. Levelt-Iseger zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

T.a.v. feit 1:

hij in of omstreeks de periode van 11 augustus 2023 tot en met 20 september 2023 te

- Reuver (zaak A),

- Swalmen (zaak B en zaak F),

- Horn (zaak C),

- Grubbenvorst (zaak D)

- Panningen (zaak E),

- Haelen (zaak G),

- Heythuysen (zaak H),

- Geldrop (zaak I),

- Sint Anthonis (zaak J),

- Boxmeer (zaak K),

- Geffen (zaak L),

- Nuland (zaak M),

- Tiel (zaak N),

- Bruchem (zaak O) en/of

- Aalst (zaak P),

althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

een of meer personen, te weten:

- [slachtoffer 6] (zaak A),

- [slachtoffer 7] (zaak B),

- [slachtoffer 9] (zaak C),

- [slachtoffer 2] (zaak D),

- [slachtoffer 10] (zaak E),

- [slachtoffer 5] (zaak F),

- [slachtoffer 4] (zaak G),

- [slachtoffer 1] (zaak H),

- [slachtoffer 11] (zaak I),

- [slachtoffer 12] (zaak J),

- [slachtoffer 13] (zaak K),

- [slachtoffer 14] (zaak L),

- [slachtoffer 15] (zaak M),

- [slachtoffer 16] (zaak N),

- [slachtoffer 17] (zaak O), en/of

- [slachtoffer 3] (zaak P),

heeft/hebben bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten

- het ter beschikking stellen van een of meer pincode(s) en/of

- de afgifte van een of meer betaalpas(sen), sieraden, contant(e) geldbedrag(en) en/of telefoon(s),

door (telkens):

- telefonisch contact op te nemen met voornoemde aangevers en zich daarbij voor te doen als (een medewerker van) de Rabobank en/of de ABN Amro en/of ING Bank, althans een medewerker van de bank, en/of een medewerker van de politie, waardoor die aangevers werden bewogen tot afgifte van diens pincode(s), bankpas(sen), creditcard(s), sieraden, contante geldbedragen en/of telefoon(s) en/of

- naar de woning van voornoemde aangevers te gaan en (vervolgens) die bankpas(sen), creditcard(s), sieraden, contant( e) geldbedrag(en) en/of telefoon(s), toebehorende aan die aangevers in ontvangst te nemen en/of mee te nemen;

T.a.v. feit 2:

hij in of omstreeks de periode van 11 augustus 2023 tot en met 20 september 2023 te

- Reuver (zaak A),

- Swalmen (zaak A, zaak B en zaak F),

- Horn (zaak C),

- Panningen (zaak E),

- Helden (zaak E)

- Haelen (zaak G),

- Beringen (zaak G)

- Heythuysen (zaak H),

- Geldrop (zaak I),

- Eindhoven (zaak I)

- Sint Anthonis (zaak J),

- Geffen (zaak L),

- Nuland (zaak M),

- ’ s-Hertogenbosch (zaak M)

- Tiel (zaak N),

- Bruchem (zaak O),

- Zaltbommel (zaak O) en/of

- Aalst (zaak P),

althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer geldbedragen, in elk geval enig goed, te weten

- 500 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] (zaak A),

- 1.250 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] (zaak B),

- 1.250 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] (zaak C),

- 800 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10] (zaak E),

- 700 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] (zaak F),

- 1.450 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] (zaak G),

- 500 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] (zaak H),

- 700 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11] (zaak I),

- 490 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 12] (zaak J),

- 1.180 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 14] (zaak L),

- 1.000 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 15] (zaak M),

- 1.000 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 16] (zaak N),

- 676,75 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 17] (zaak O), en/of

- 1.000 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] (zaak P),

althans enig geldbedrag dat in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door meermalen, althans eenmaal gebruik te maken van onrechtmatig verkregen bankpas(sen), creditcard(s) en/of pincode(s), althans door onbevoegd gebruik te maken van voornoemde bankpas(sen), creditcard(s) en/of pincode(s)

T.a.v. feit 3:

hij, in of omstreeks de periode van 11 augustus 2023 tot en met 20 september 2023 in de gemeente Panningen, Geldrop en/of Boxmeer, in ieder geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, meermalen althans eenmaal

een of meerdere betaalpassen, sieraden, contante geldbedragen, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan

[slachtoffer 10] (zaak E),

[slachtoffer 11] (zaak I) en/of

[slachtoffer 13] (zaak K),

in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (namelijk) door (telkens):

- telefonisch contact op te nemen met voornoemde aangevers en zich daarbij voor te doen als (een medewerker van) de Rabobank en/of de ABN Amro en/of ING Bank, althans een medewerker van de bank, en/of een medewerker van de politie, waardoor die aangevers werden bewogen tot het klaarleggen van hun bankpas(sen), creditcard(s), sieraden, contante geldbedragen en/of het aanwijzen waar genoemde goederen lagen en/of

- naar de woning van voornoemde aangevers te gaan en (vervolgens) die bankpas(sen), creditcard(s), sieraden, contant( e) geldbedrag(en), toebehorende aan die aangevers te pakken en met deze goederen te vertrekken.

Voetnoot

Voetnoot 1

Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal Voorgeleidingsdossier tevens einddossier Devonrex van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer LB1R023113-55, gesloten op 15 oktober 2024, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 669.