Rechtbank Limburg, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBLIM:2026:6963

Op 14 July 2026 heeft de Rechtbank Limburg een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 03.093401.25, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBLIM:2026:6963. De plaats van zitting was Roermond.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
03.093401.25
Datum uitspraak:
14 July 2026
Datum publicatie:
14 July 2026

Indicatie

Vrijspraak voor het medeplegen van dan wel medeplichtig zijn aan het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer : 03.093401.25

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 juli 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te Tilburg op [geboortedatum] 2005,

wonende te [adres] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. G.J. Woodrow, advocaat, kantoorhoudende te Tilburg.

1
Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 30 juni 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

[slachtoffer 1] en restaurant [Naam restaurant] hebben zich als benadeelde partijen gevoegd in het strafproces. Namens de benadeelde partijen is op de terechtzitting gehoord mr. L.P.H. Hameleers. De rechtbank heeft de vorderingen tot schadevergoeding behandeld.

Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen medeverdachten:

[medeverdachte 1] met het parketnummer 03.056429.25;

[medeverdachte 2] met het parketnummer 03.056432.25;

[medeverdachte 3] met het parketnummer 03.093415.25.

2
De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op 21 februari 2025 in Roermond, al dan niet samen met (een) ander(en), een vuurwerk brandstof combinatie tot ontploffing heeft gebracht in/bij restaurant [Naam restaurant] waardoor gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was (primair) dan wel hieraan medeplichtig is geweest (subsidiair).

Overwegingen

3
De beoordeling van het bewijs
3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het primair tenlastegelegde en een bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde, met uitzondering van het bestanddeel ‘levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel’. De verdachte dient daarvan partieel te worden vrijgesproken. De verdachte is medeplichtig omdat hij, gezien het tijdstip, de bestemming, het niet stellen van vragen, voorwaardelijk opzet had op het plegen van het delict, te weten de explosie.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit. De verdachte heeft de medeverdachten vervoerd, maar wist niet wat ze gingen doen. Hij wist niks van het doel noch van het vuurwerk. Voor medeplichtigheid is dubbel opzet vereist, ook daarvoor ontbreekt wettig en overtuigend bewijs.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Aan de verdachte is primair het medeplegen van het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing ten laste gelegd. Subsidiair is aan de verdachte ten laste gelegd dat hij daaraan medeplichtig is geweest door de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar de plaats delict te rijden en op hen te wachten om hen weer terug te vervoeren.

Voor medeplegen is vereist dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking, waarbij de bijdrage van de verdachte voldoende substantieel moet zijn. De rechtbank is, met de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat de bijdrage van de verdachte zoals deze uit het dossier blijkt, van onvoldoende gewicht is om te spreken van het medeplegen van het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing. De rechtbank spreekt de verdachte dan ook vrij van het primair tenlastegelegde. Het dossier bevat naar het oordeel van de rechtbank eveneens onvoldoende aanknopingspunten om vast te kunnen stellen dat de verdachte medeplichtig is geweest aan het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing. Voor een bewezenverklaring van medeplichtigheid aan een misdrijf is immers vereist dat niet alleen wordt bewezen dat het opzet van de verdachte was gericht op de behulpzaamheid zelf, maar ook dat zijn opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, was gericht op het door de dader(s) gepleegde misdrijf (het gronddelict, in dit geval het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing). De verdachte heeft verklaard dat hem is gevraagd of hij twee jongens ( [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ) op en neer naar Roermond wilde brengen, dat hij 50 euro van medeverdachte [medeverdachte 3] heeft gekregen om te tanken en dat hij wel vaker mensen ergens naartoe bracht of ophaalde. De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat om vast te kunnen stellen dat de verdachte wist of bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de twee jongens, die hij naar Roermond zou brengen, een vuurwerk brandstof combinatie bij restaurant [Naam restaurant] naar binnen zouden gooien. Dit kan ook niet worden afgeleid uit de bestemming en het nachtelijke tijdstip, aangezien deze niet zodanig opmerkelijk waren dat verdachte daarmee de aanmerkelijke kans op de koop toe nam, zich aan een strafbaar feit schuldig te maken. De verdachte zal daarom integraal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.

4
De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen
4.1

De vordering van de benadeelde partij

[Naam restaurant]

De benadeelde partij restaurant [Naam restaurant] vordert schadevergoeding tot een bedrag van 1.000,00 euro bestaande uit materiële schade, te weten het eigen risico. De benadeelde heeft daarbij verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

[slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert schadevergoeding tot een bedrag van 4.000,00 euro aan immateriële schade. Zij heeft daarbij verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

[Naam restaurant] en [slachtoffer 1]

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van beide gevorderde bedragen, vermeerderd met de wettelijke rente en hoofdelijk op te leggen, en heeft gevorderd hierover de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

4.3

Het standpunt van de verdediging

[Naam restaurant] en [slachtoffer 1]

De verdediging heeft zich – gelet op de bepleite vrijspraak – op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen afgewezen dienen te worden dan wel niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

[Naam restaurant] en [slachtoffer 1]

Nu aan de vorderingen een feitencomplex ten grondslag ligt waarvoor verdachte niet zal worden veroordeeld, zal de rechtbank de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen.

Beslissing

5
De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde;

Voorlopige hechtenis:

- heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;

Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

[Naam restaurant]

bepaalt dat de benadeelde partij [Naam restaurant] niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

[slachtoffer 1]

bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.A.M.C. van de Winkel, voorzitter, mr. M.J.H. van den Hombergh en mr. dr. M.E. Notermans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.A.J.A.P. Merk en mr. L.M.N.F. Roelofs griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 juli 2026.

Buiten staat

mr. dr. M.E. Notermans en mr. L.A.J.A.P. Merk zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 21 februari 2025 te Roermond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door op/bij/ter hoogte van een pand gelegen aan de [adres restaurant] te Roermond (Restaurant [Naam restaurant] ) een vuurwerk brandstof combinatie althans een brandbaar en/of explosief materiaal en/of een voorwerp in aanraking te brengen met open vuur, terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor goederen, te weten de omliggende panden/ woningen en/of de inboedels van die omliggende panden/woningen en/of auto’s en/of

- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de personen die zich op het moment van de ontploffing in de nabijheid van de plek waar de ontploffing plaatsvonden bevonden,

te duchten was;

T.a.v. feit 1 subsidiair:

[medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] en/of een of meer andere perso(o)n(en) op of omstreeks 21 februari 2025 te Roermond, tezamen en in vereniging, opzettelijk een ontploffing teweeg hebben gebracht door op/bij/ter hoogte van een pand gelegen aan de [adres restaurant] te Roermond (Restaurant [Naam restaurant] ) een vuurwerk brandstof combinatie althans een brandbaar en/of explosief materiaal en/of een voorwerp in aanraking te brengen met open vuur, terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor goederen, te weten de omliggende panden/ woningen en/of de inboedels van die omliggende panden/woningen en/of auto’s en/of

- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de personen die zich op het moment van de ontploffing in de nabijheid van de plek waar de ontploffing plaatsvonden bevonden,

te duchten was,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 21 februari 2025 te Roermond en/of elders in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest bij en/of gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door

- met die voornoemde [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] in een auto richting de plaats delict te rijden, en/of

- ( aldaar) in het overtuig op (de terugkeer van) die [medeverdachte 2] en/of Guiva heeft gewacht teneinde die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] weer terug te vervoeren vanaf de plaats delict.