3.3.1
De bewijsmiddelen
Op woensdagavond 2 oktober 2024 ontmoeten de verdachte en aangeefster elkaar bij hotel café ‘ [café] ’ in Venray. Later die avond (iets na middernacht op 3 oktober 2024) haalt de verdachte met zijn auto aangeefster thuis op en rijden ze naar de parkeerplaats naast de begraafplaats in Oostrum.
Het proces-verbaal van aangifte van [naam 1] (geboren op [geboortedatum 1] 2009) vermeldt – onder meer – het volgende: (Voetnoot 2)
V: Zeg eens in je eigen woorden waar je aangifte van doet?
A: Ik ben gedrogeerd en verkracht.
V: Je zegt gedrogeerd, wat bedoel jij hiermee?
A: De man die dit bij mij heeft gedaan die heeft mij water aangeboden, hier heb ik van gedronken. Na het drinken werd ik heel erg duizelig, ik was van de wereld af.
V: En wat bedoel je met verkracht?
A: Hij heeft mij meegenomen naar de achterbank van zijn auto. Hij begon mij te zoenen en toen heeft hij mijn kleren uit gedaan en heeft hij seks met mij gehad.
V: Tegen wie doe je aangifte?
A: [verdachte] .
V: Wanneer is dat gebeurd?
A: Op donderdag 3 oktober.
V: Waar is dat gebeurd?
A: In het bos, langs de begraafplaats van Venray en dan een stukje verder door. (Voetnoot 3)
V: Hoe laat is dat gebeurd?
A: Tussen 01.00 uur en 03.00 uur.
[…]
V: Vertel, wat is er gebeurd?A: Ik ben met mijn zus [naam 2] naar ‘ [café] ’ gegaan, meestal drinken we daar wat met z'n tweeën. Toen zijn we naar buiten gegaan om te roken. Hier zijn wij twee mannen tegen gekomen. Wij zijn met hun in gesprek gegaan. Later zijn wij nog een keer naar buiten gegaan om te roken. Toen stonden ze daar ook weer. Ik ben door [verdachte] gevraagd naar mijn Snap. [naam 2] en ik zijn samen naar huis gegaan. Toen ik thuis was kreeg ik een berichtje van [verdachte] dat ik mijn aansteker daar op tafel had laten liggen. Wij hadden daar app contact over gehad. [verdachte] zei dat hij het wel even kwam brengen. Toen is hij onder invloed naar mijn huis komen rijden. Ik heb mijn adres gegeven aan hem. [naam 2] was al naar boven gegaan. Ik kreeg een appje dat hij in de straat was en nam toen mijn telefoon en sleutels mee naar de auto om de aansteker te gaan halen. Ik maakte de bijrijdersdeur open en ik stond daar met hem te praten. Gewoon van 'he hoe is het'. Ik moest vervolgens heel veel hoesten, hij pakte een fles water uit de auto en vroeg of ik wat wilde drinken. Ik kon niet stoppen met hoesten. Ik nam die fles dus aan. Een paar minuten later werd ik heel duizelig, ik voelde geen kracht meer in mijn benen en voelde mij van de wereld. Toen vroeg hij of ik even moest zitten. Dat heb ik gedaan. Toen is de deur dicht gegaan en is hij weggereden. We zijn langs de Mc Donalds gereden dan naar rechts, stukje verderop langs de begraafplaats. Dan een stukje verderop heeft hij zijn auto stil gezet. Hij heeft zijn koplampen aan laten staan en hij vroeg in een keer aan mij wat ik wilde doen. Ik heb daar geen antwoord op gegeven. Hij begon mij te zoenen. Toen nam hij mij mee naar de achterbank en vroeg hij meerdere keren of ik mijn kleren kon uit doen. Uiteindelijk heeft hij het witte hemdje wat ik aanhad naar beneden getrokken. Hij heeft mijn broek uitgetrokken en de rest van mijn kleren ook. Hij heeft mij gevingerd. En vervolgens seks met mij gehad. Het moment dat ik weer kon nadenken wilde ik ook mijzelf naar achter trekken. Toen pakte hij mij bij mijn keel en kreeg ik bijna geen lucht meer. Er was heel snel een uur voor bij. Dus net iets na 2en weet ik dat ik mijn kleren weer aan deed en wilde hij mij naar huis gaan brengen. […]
V: Die twee mannen waar je mee ging praten, kende jij die?
A: [naam 2] herkende een van die mannen wel. Dat was [verdachte] . Ik kende ze allebei niet.
V: [verdachte] vroeg je naar je Snap?
A: Ja, en hij vroeg ook naar mijn leeftijd. Ik heb toen 15 jaar oud gezegd. […]
V: Heb jij überhaupt nog berichten van hem?A: Nee, tussen mij en hem heb ik niets meer. Maar [naam 3] , de bedrijfsleider van [café] heeft wel met hem geappt. Dit kan ik wel laten zien.O: Het bericht tussen [naam 3] en [verdachte] word als bijlage 2 toegevoegd aan deze aangifte.
Het geschrift, zijnde bijlage 2 van het hiervoor opgenomen proces-verbaal van aangifte, vermeldt – onder meer – het volgende: (Voetnoot 4)
Ik (de rechtbank begrijpt, [naam 3] )
Ah ja hoorde er wat over via via dat je [naam 1] op de achterbank had
[verdachte]
Ja
Dat had ik […]
Maar die 15 nuchterde wel goed op
Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 4] (de moeder van aangeefster) vermeldt – onder meer –het volgende: (Voetnoot 5)
V: Wat kunt u zeggen over gedragsverandering van [naam 1] na het incident?
A: Veel boosheid, veel schuldgevoel. Soms ook wel uitbarstingen, woeduitbarstingen uit het niets. De randjes opzoeken. Daar bedoel ik mee bijvoorbeeld drinken om maar niet te voelen. Niet aan afspraken houden bijvoorbeeld, hoe laat thuis te zijn. Veel huilen. Letterlijk opgebrand zijn dat zie ik aan haar en de slapenloosheid steeds. Dat zijn de hoofdingen die er plaats vinden. […]
V: Wat zag u aan [naam 1] op het moment dat ze dit aan u vertelde?
A: Ze was emotioneel maar anderzijds ook alsof ze nog in shock was en niet helemaal besefte wat er was gebeurd.
Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 5] vermeldt – onder meer – het volgende: (Voetnoot 6)
V: Ik ben op vrijdag 11 of zaterdag 12 oktober bij een vriend, [naam 6] , een biertje gaan drinken. Toen was er ook een vriend van [naam 6] bij, dat was [verdachte] . We hadden allemaal een paar biertjes op.
Ik hoorde dat [verdachte] vertelde dat wij op het werk bij [café] , een mooie afwasser hadden en dat het zo'n mooie meid was. Dat ging dus over [naam 1] . [verdachte] zei ook dat hij met haar had geneukt. […]
V: Hoe kwam dat gesprek tot stand over neuken?
A: […] [verdachte] vroeg aan mij: "Hoe heet dat mooie meisje wat bij ' [café] ’ werkt in de afwaskeuken" Toen zei ik dus " [naam 1] ". Toen kwam hij met dat verhaal.
V: Wat bedoel je met dat verhaal?
A: Ja, hij zei: "Die heb ik ook gedaan". […]
V: Wat bedoel jij met als je zegt: "Die heb ik ook gedaan"?
A: Dat je seks hebt gehad met die persoon.
De verdachte heeft – zakelijk weergeven – ter terechtzitting van 8 juli 2026 het volgende verklaard:
In de nacht van 2 op 3 oktober ben ik met wat vrienden wat gaan drinken in de ‘ [café] ’. Daar heb ik met [naam 1] gepraat. […] Het idee was dat wij ergens naartoe zouden gaan om seksuele handelingen te verrichten. […] Ik heb haar later die avond opgehaald met de bedoeling om seksuele handelingen te verrichten. […] Wij zijn toen naar die plek toegereden [de rechtbank begrijpt: de parkeerplaats bij de begraafplaats van Venray], daar hebben we gezoend. Dat zoenen duurde relatief lang – 45 minuten schat ik. Ik heb toen voorgesteld om naar de achterbank van de auto te gaan. Daar hebben we nogmaals zitten zoenen.
3.3.2
De bewijsoverweging
Om tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde te kunnen komen, moet de rechtbank eerst beoordelen of de aangifte van aangeefster als betrouwbaar kan worden beschouwd. Indien dat het geval is, moet de rechtbank daarna beoordelen of er voldoende steunbewijs is voor de aangifte.
Betrouwbaarheid aangifte
De rechtbank acht de aangifte van [naam 1] betrouwbaar. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt. Het slachtoffer heeft op meerdere momenten consistente verklaringen afgelegd. Zo komt hetgeen zij tegen haar moeder en de politie heeft verteld op grote lijnen en op essentiële onderdelen overeen en heeft ze uitvoerig en gedetailleerd verklaard. Aangeefster kan zich bijvoorbeeld de route die ze hebben gereden nog herinneren en de aangeefster beschrijft hoe ze op een gegeven moment naar de achterbank van de auto is verplaatst, alwaar de seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. Daarnaast wordt haar verklaring op veel punten – behalve de seksuele handelingen en het drogeren – bevestigd door de verdachte. Zo verklaren beide over dat er in de auto gezoend is en dat op het einde de wegenwacht is gekomen om de autoproblemen te verhelpen.
Daar tegenover staat de verklaring van de verdachte, die op cruciale punten op verschillende moment volstrekt wisselend is. Zo verklaarde de verdachte eerst dat er contact via snapchat is geweest, dat er niet gezoend was en dat hij ‘directe pleite’ was toen hij niet meer verder wilde. Op zitting verklaarde hij echter dat er géén snapchat contact was geweest en dat ze 45 minuten gezoend hebben. Zijn verklaring acht de rechtbank dan ook onbetrouwbaar.
Steunbewijs aangifte
Over de aanwezigheid van steunbewijs voor de aangifte van [naam 1] overweegt de rechtbank het volgende.
Zoals hiervoor reeds omschreven wordt de aangifte op veel punten bevestigd door de verdachte. Verdachte bekent dat hij de aangeefster die avond heeft ontmoet in de ‘ [café] ’. Hij heeft haar later die avond thuis opgepikt met zijn auto met de bedoeling seksuele handelingen met haar te gaan verrichten. Ze zijn daarna samen naar de afgelegen parkeerplaats bij de begraafplaats gereden, waar ze langdurig hebben gezoend, waarna ze naar de achterbank van de auto zijn verhuisd waar ze weer hebben gezoend. Over wat er daarna gebeurt lopen de verklaringen van de verdachte en aangeefster uiteen.
De verdachte verklaarde op zitting dat hij na het zoenen, op het moment dat hij zich samen met [naam 1] op de achterbank van de auto bevond, opeens ‘geen zin’ meer had (naar de rechtbank begrijpt: in verdere intimiteiten tussen hemzelf en [naam 1]) en – na tussenkomst van de wegenwacht – naar huis is gegaan. Op de vraag waarom verdachte opeens geen zin meer had, nu hij [naam 1] toch eerder had opgepikt met de bedoeling om seksuele handelingen met haar te verrichten, kwam de verdachte op zitting – ook na doorvragen door de rechtbank – niet verder dan dat hij daar “geen echte toelichting” bij had. De rechtbank volgt deze verklaring niet, mede ook gelet op het feit dat verdachte op meerdere cruciale punten wisselend en tegenstrijdig heeft verklaard. Ook verklaarde de verdachte wisselend op vragen wat hij wist over de leeftijd van [naam 1] .De aangifte daarentegen vindt steun in meerdere bewijsmiddelen. Zo neemt de moeder van de aangeefster een duidelijke gedragsverandering waar bij de aangeefster na het incident en vertelt de verdachte tegenover getuige [naam 5] dat hij en de aangeefster wel degelijk seks hebben gehad. Uit de aangifte blijkt voorts dat de aangeefster aan de verdachte tijdens hun eerste gesprek bij café [café] heeft verteld dat zij 15 jaar oud was, wat wordt ondersteund door het berichtje dat de verdachte hier later over verstuurt aan [naam 3] .
De rechtbank is dan ook van oordeel dat er voldoende steunbewijs in het dossier aanwezig is voor de aangifte van [naam 1] .
Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte op 3 oktober 2024 te Oostrum seksuele handelingen heeft verricht bij [naam 1] , mede bestaande uit het seksueel binnendringen van haar lichaam, waarbij hij voorts geweld heeft gebruikt door [naam 1] bij haar keel te pakken. Het tenlastegelegde feit kan dan ook wettig en overtuigend worden bewezen.