3.3
Het oordeel van de rechtbank
Inleiding
Op 25 juni 2025 had een groep jongeren, waaronder de goede vrienden [benadeelde] en de verdachte, gezwommen bij een brug over [adres 2] in Stevensweert. Terwijl zij zich klaarmaakten om te vertrekken, werd vanaf de brug een steen naar beneden gegooid. [benadeelde] kreeg deze steen op zijn rug. Nadat een van de jongeren 112 had gebeld, kwamen een ambulance en de politie. [benadeelde] werd meegenomen naar het ziekenhuis.
Overweging met betrekking tot het bewijs
De rechtbank is van oordeel dat het namens de verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het onder 1 primair tenlastegelegde wordt weersproken door de bewijsmiddelen, zoals deze hieronder zijn uitgewerkt. De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.
1. Het proces-verbaal van aangifte (pagina’s 40 tot en met 43), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van [naam 2] :
Ik doe aangifte namens mijn zoon [benadeelde] van zware mishandeling.
Op 25-06-2025 in Stevensweert kwam er een steen vanaf de brug naar beneden en landde op mijn zoon [benadeelde] zijn rug.
In het ziekenhuis werd geconstateerd dat [benadeelde] een klaplong had. We weten nu ook dat er 3 ribben gebroken zijn, scheurtje in het staartbeen, fractuur in bekken.
2. Het proces-verbaal van verhoor getuige (pagina’s 52 tot en met 54), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van [getuige 1] :
Op 25 juni 2025 was ik in Stevensweert. Toen ik onder bij het water met [benadeelde] was, zag ik dat boven op de brug twee jongens stonden. Deze jongens ken ik als [getuige 2] en [verdachte] . Ik zag dat [verdachte] een grote steen vast hield. Ik zag dat [verdachte] de steen naar onder gooide. Ik zag dat de kei op [benadeelde] kwam en ik hoorde dat [benadeelde] hard schreeuwde.
3. Een schriftelijk stuk, te weten het ongetekende proces-verbaal van verhoor getuige (pagina’s 50 en 51), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van [getuige 2] :
Op 25 juni 2025 was ik in Stevensweert. Toen ik op de brug stond zag ik [verdachte] . Ik zag dat hij met een hele grote kei richting de rand van de brug liep. Ik zag dat [verdachte] zonder naar beneden te kijken deze kei over de rand naar beneden gooide. Op dat moment zag ik onder de brug, bij de waterkant, [benadeelde] liggen. Ik zag dat de kei die [verdachte] naar onder gooide op [benadeelde] terecht kwam.
4. Het proces-verbaal van verhoor getuige (pagina’s 69 tot en met 71), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van [getuige 3] :
Op 25 juni 2025 was ik in Stevensweert. Ik zag dat [verdachte] met een steen van beneden naar boven liep. Ik zag dat de steen ongeveer 20 centimeter lang was, 15 centimeter breed en 15 centimeter hoog. Ik hoorde dat [benadeelde] ineens schreeuwde van de pijn. Toen hoorde ik dat [getuige 1] en [naam 3] ook schreeuwden, ik hoorde dat ze riepen dat [verdachte] een steen had gegooid.
5. Het proces-verbaal van verhoor slachtoffer (pagina’s 47 tot en met 49), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven – als verklaring van [benadeelde] :
Op 25 juni 2025 was ik aan het zwemmen in Stevensweert bij de brug die over [adres 2] loopt. Op het moment toen wij eigenlijk klaar waren met zwemmen en wilden vertrekken, ging ik mij nog even afspoelen bij het water. Dit omdat ik onder de modder zat. [getuige 1] , [naam 4] en nog een paar stonden bij mij onder aan het water. Ik hoorde dat [getuige 1] zei: "pas op er zit hier nog iemand!". Toen kwam er een steen omlaag en deze steen kwam op mij terecht.
Op 26 juni 2025 kreeg ik een bericht van [verdachte] op Snapchat. Dit bericht heb ik niet opgeslagen. Maar ik zag dat [verdachte] naar mij stuurde dat hij zijn excuses aanbood aan mij en zei dat het niet zijn bedoeling was om de steen op mij te gooien. Ik stuurde toen terug naar [verdachte] dat ik wel geloofde dat het niet de bedoeling was om de steen op mij te gooien, maar vroeg hem wel waarom hij überhaupt de steen naar onder gooide. Ik zag dat [verdachte] stuurde dat het zijn bedoeling was om de steen langs de kant te gooien net in het water. Zodat de spetters van het water de mensen langs de kant zouden nat maken.
6. Een schriftelijk stuk, te weten een brief van drs. [naam 5] , chirurg, aan drs. [naam 6] , huisarts (pagina’s 44 en 45), voor zover inhoudende – zakelijk weergeven:
25-6 opname met thoraxtrauma: # costa 9,1 0,11 L, hematopneumothorax waarvoor drainage
Verder # proc transversus T 10, 11,12 en LI
#os sacrum L bij Sl-gewricht, allen stabiel
Bewijsoverwegingen
Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte een grote steen vanaf de brug naar beneden heeft gegooid, dat deze steen [benadeelde] heeft geraakt en dat [benadeelde] daardoor zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Ook stelt de rechtbank vast dat de verdachte wist dat, toen hij de steen gooide, mensen onder de brug aanwezig waren.
Voorwaardelijk opzet
Naar het oordeel van de rechtbank brengt het gooien van een grote steen van een brug, terwijl zich onder die brug mensen bevinden, de aanmerkelijke kans op het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel met zich. Gelet op de uiterlijke verschijningsvorm van zijn handelen, heeft de verdachte die kans ook aanvaard. De rechtbank is dan ook van oordeel dat sprake is van voorwaardelijk opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.
Betrouwbaarheid van getuigenverklaringen
De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat de verklaringen van de diverse getuigen niet geheel met elkaar in overeenstemming zijn. Anders dan de raadsman heeft bepleit, acht de rechtbank deze verklaringen daardoor echter niet onbetrouwbaar. Ieder van de jeugdige getuigen heeft immers over zijn eigen waarnemingen verklaard en daarvan uitgaande verschillen de verklaringen naar het oordeel van de rechtbank niet zodanig dat aan de betrouwbaarheid daarvan getwijfeld moet worden. Naar het oordeel van de rechtbank weerspreken de discrepanties tussen de verschillende verklaringen juist dat de getuigen hun verklaringen met elkaar hebben afgestemd, zoals door de verdachte is gesuggereerd.
Betrouwbaarheid van verklaring van [benadeelde] over bericht op Snapchat
De verdachte heeft verklaard dat hij het bericht, waarover [benadeelde] in bewijsmiddel 5 verklaart, niet heeft verzonden. De rechtbank heeft echter geen reden om te twijfelen aan de juistheid van deze verklaring van [benadeelde] . Niet is gebleken dat [benadeelde] enige reden had om over zijn goede vriend, de verdachte, te liegen. Dat [benadeelde] , zoals de verdachte naar voren heeft gebracht, geen screenshot van het bericht heeft gemaakt, weerspreekt de verklaring van [benadeelde] niet. [benadeelde] hoefde er destijds immers niet op bedacht te zijn dat hij later een screenshot van het bericht nodig zou hebben als bewijs in een strafzaak.