Rechtbank Limburg, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBLIM:2026:8045

Op 5 August 2026 heeft de Rechtbank Limburg een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 03.167449.24, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBLIM:2026:8045. De plaats van zitting was Maastricht.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
03.167449.24
Datum uitspraak:
5 August 2026
Datum publicatie:
5 August 2026

Indicatie

Vrijspraak ontuchtige handelingen met minderjarige ondanks de betrouwbare verklaring van het slachtoffer en de aanwezigheid van steunbewijs, nu de rechtbank op basis van de bewijsmiddelen in het dossier niet kan vaststellen dat de ontuchtige handelingen hebben plaatsgevonden in de periode die op de tenlastelegging staat.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03.167449.24

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 5 augustus 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] 1964,

wonende te [adres] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. K.D. Regter, advocaat kantoorhoudende te Heerlen.

1
Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 22 juli 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

Het slachtoffer, de minderjarige [benadeelde] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De wettelijk vertegenwoordiger van benadeelde, [moeder benadeelde] , heeft namens de benadeelde een vordering tot schadevergoeding ingediend en is op zitting gehoord. Ook gehoord op zitting is mr. A.F.G. Pennino, advocaat van de benadeelde, kantoorhoudende te Kerkrade. De benadeelde partij is niet op zitting verschenen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.

2
De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

in de periode van 1 mei 2023 en 31 januari 2024 in Heerlen ontuchtige handelingen heeft gepleegd met de minderjarige, aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde,

[benadeelde] .

Overwegingen

3
De beoordeling van het bewijs
3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het feit bewezen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte vrijgesproken dient te worden wegens een gebrek aan bewijs.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Inleiding:

In maart 2024 vertelt de dan vijf jaar oude [benadeelde] (hierna: [benadeelde] ) op verschillende momenten en los van elkaar tegen zowel haar vader als haar moeder dat haar opa aan haar plasser heeft gelikt. De vader van [benadeelde] , [vader benadeelde] (hierna: [vader benadeelde] ), neemt op zaterdag 27 maart 2024 twee video’s op van [benadeelde] waarin zij verklaart dat opa aan haar plasser heeft gelikt. De inhoud van de filmpjes is verbatim opgenomen in een proces-verbaal van bevindingen. [vader benadeelde] legt tevens een verklaring af bij de politie over wat [benadeelde] hem verteld heeft. De moeder van [benadeelde] , [moeder benadeelde] (hierna: [moeder benadeelde] ), zijnde tevens de dochter van de verdachte, doet aangifte tegen de betreffende opa, [verdachte] (hierna: de verdachte). In hun verklaringen noemen de ouders meerdere grensoverschrijdende handelingen die zouden hebben plaatsgevonden. Zo verklaart [moeder benadeelde] dat [benadeelde] heeft gezegd dat zij vloeistof uit opa’s plasser heeft geproefd en [vader benadeelde] verklaart dat [benadeelde] hem heeft verteld dat zij aan de piemel van opa heeft gezeten. Er is gepoogd om [benadeelde] te horen tijdens een studioverhoor, echter dit is niet gelukt, nu [benadeelde] dit niet wilde. Nu [benadeelde] niet op een professionele en kindvriendelijke manier is gehoord, heeft de rechtbank, voor wat betreft de verweten handelingen als uitgangspunt genomen de video van [benadeelde] , waarop zij zelf verklaart over het een en ander.

Juridisch kader

Bij de beoordeling van het bewijs stelt de rechtbank voorop dat zedenzaken zich doorgaans kenmerken door het gegeven dat slechts twee personen aanwezig waren bij de ten laste gelegde seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader.

Op grond van het bepaalde in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan door de rechtbank niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Voor een bewezenverklaring dient sprake te zijn van steunbewijs, afkomstig van een andere bron dan het vermeende slachtoffer. In zedenzaken kan een geringe mate van steunbewijs in combinatie met een betrouwbare verklaring van het slachtoffer voldoende wettig bewijs opleveren.

Dit betekent dat – in een geval als het onderhavige, waarin de verdachte het ten laste gelegde feit ontkent en er geen getuigen van de verweten ontuchtige handelingen zijn – de rechtbank eerst de betrouwbaarheid van de verklaring van [benadeelde] moet beoordelen en vervolgens moet bepalen of voor die verklaring voldoende steunbewijs in het dossier aanwezig is.

De verklaringen van de ouders van [benadeelde] betreffen de-auditu verklaringen en kunnen, nu zij uit dezelfde bron komen, te weten [benadeelde] zelf, niet bijdragen aan het steunbewijs. De handelingen waar [benadeelde] niet zelf op de video over verklaart worden buiten beschouwing gelaten.

Betrouwbaarheid van de verklaring van [benadeelde] :

Hetgeen [benadeelde] in de filmpjes verklaart is beperkt. Zij verklaart enkel dat opa aan haar plasser heeft gelikt. Uit haar verklaring blijkt niet wanneer, hoe vaak of onder welke concrete omstandigheden het misbruik plaats heeft gevonden. Er wordt enkel verklaard over de specifieke handeling, het likken aan de plasser, en niet over de context waarin dat heeft plaatsgevonden. [benadeelde] verklaart wel dat het bij opa is gebeurd, maar de verklaring dat het in haar bedje gebeurd zou zijn is mogelijk ingegeven door een suggestieve vraag van [vader benadeelde] . Nu [benadeelde] niet uit zichzelf verklaart dat het in bedje gebeurd is en er geen verantwoorde nadere vraagstelling heeft kunnen plaatsvinden neemt de rechtbank dat deel van de verklaring niet mee in haar overweging.

Hoewel de verklaring van [benadeelde] beperkt is en geen concrete details bevat is de rechtbank toch van oordeel dat haar verklaring betrouwbaar is. [benadeelde] vertelt uit zichzelf tegen [vader benadeelde] wat er is gebeurd. De aanleiding daarvoor is een filmpje op tv. [benadeelde] ziet een zwembad en begint daardoor te vertellen over haar vakantie. Zij zegt dan tegen [vader benadeelde] dat opa niet mee was op vakantie, omdat hij iets stouts heeft gedaan. Hij heeft aan haar plasser gelikt.

Een ander opvallend gegeven is dat [benadeelde] haar verklaring duiding geeft door er een gevoel aan te koppelen. Als [vader benadeelde] tegen [benadeelde] zegt ‘Dat is een beetje gek he?’ antwoordt [benadeelde]ja, maar het voelde wel heel fijn’. Dat [benadeelde] haar verklaring onderbouwt met een gevoelsmatige toelichting, geeft aan dat zij in staat is om uit eigen ervaring te vertellen wat er is gebeurd en hoe zij zich daarbij voelde.

[benadeelde] geeft eerlijk aan wanneer ze iets niet (meer) weet. Als [vader benadeelde] vraagt ‘wanneer heeft hij dat gezegd’ antwoordt [benadeelde]dat weet ik niet meer’. Hiermee geeft ze aan dat ze niet op elke vraag zomaar een antwoord geeft. Op meerdere momenten tijdens het gesprek biedt [benadeelde] weerstand aan de suggestieve vragen van [vader benadeelde] , corrigeert hem en voegt uit zichzelf informatie toe. Bijvoorbeeld als vader vraagt ‘dus hij zegt dat je liegt’ en [benadeelde] antwoordt: ‘nee, hij zei het, hij zei het is niet waar omdat omdat hij wil, hij wou niet dat ik het had gezegd en, en dan wilde hij niet dat iedereen het weet. Omdat het verboden is en hij dadelijk, dat hij in de gevangenis gaat"’. Dat geeft aan dat [benadeelde] zich geen woorden in de mond laat leggen en dat, hoewel [vader benadeelde] hier en daar suggestieve en sturende vragen stelt, haar uitspraken grotendeels niet als gevolg van die sturende vraagstelling tot stand komen.

Ook tegenover moeder verklaart [benadeelde] spontaan over het misbruik. Aanleiding voor het gesprek was, aldus moeder, dat [benadeelde] vertelde dat ze iets aan haar papa had verteld en dat ze daar spijt van had, dat ze het eerder aan moeder wilde vertellen maar dat ze niet wist wat ze moest doen.

Tot slot komt een deel van de informatie die [benadeelde] geeft niet overeen met de kennis die kinderen van haar leeftijd, 5 jaar oud, doorgaans hebben. [benadeelde] verklaart dat haar opa niet wilde dat zij iets zou zeggen, omdat hij niet wil dat iedereen het weet want het is verboden en dan zou hij de gevangenis in gaan. Ook vertelt [benadeelde] dat opa zou hebben gezegd dat het wel kon als [benadeelde] 18 jaar zou zijn. Een kind van vijf jaar oud is er doorgaans niet bewust van wat ontucht is en dat het kan leiden tot een gevangenisstraf en evenmin dat er een leeftijdsgrens is, omdat dit soort kennis meestal niet tot zijn of haar belevingswereld of ontwikkeling behoort. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat [benadeelde] informatie reproduceert die haar verteld is door haar opa.

Al deze feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang beschouwd maken dat de rechtbank geen aanleiding ziet om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van [benadeelde] , zoals die uit de video’s naar voren komen. Zij heeft in de kern, over het likken aan haar vagina, consistent en authentiek verklaard. De rechtbank acht de verklaring van [benadeelde] dan ook voldoende betrouwbaar en daarmee bruikbaar voor het bewijs.

Steunbewijs

De volgende vraag die de rechtbank moet beantwoorden is de vraag, of er voldoende steunbewijs aanwezig is in het dossier ter ondersteuning van de verklaring van [benadeelde] .

De verdachte heeft tijdens zijn verhoor bij de politie op 8 mei 2024 verklaard dat hij er ergens rond half januari 2024 door [moeder benadeelde] mee werd geconfronteerd dat hij haar vertrouwen had geschaad. [benadeelde] had haar verteld over grensoverschrijdend gedrag en sindsdien heeft hij geen contact meer met hen. [moeder benadeelde] heeft verklaard dat zij op 24 maart 2024 een mail ontving van de verdachte, welke zij als een bekentenis zag. In deze mail schrijft de verdachte dat hij het schuld is dat hij [moeder benadeelde] en [benadeelde] niet meer ziet en dat hij spijt heeft. Zo zegt de verdachte ‘natuurlijk ben ik het zelf schuld dat ik jullie verschrikkelijk mis. Ik heb vreselijk veel spijt van wat er allemaal is gebeurd. Ik weet niet wat mij bezielde. Ik schaam mij kapot voor het feit dat ik niet meer helder kon denken en zoveel geliefden diep teleurgesteld en enorm gekwetst heb.’ en ‘Ik hoop dat je mij ooit de kans geeft om het allemaal goed te maken.’ Nu de verdachte voor het versturen van de mail geconfronteerd werd door [moeder benadeelde] met het misbruik van [benadeelde] en de inhoud van de mail past binnen de context waarin hij zich daar schuldig over voelde, biedt de mail naar het oordeel van de rechtbank voldoende steun aan de opgenomen verklaringen van [benadeelde] .

De verdachte heeft een andere lezing van de feiten gegeven. Tijdens het politieverhoor verklaarde hij dat hij het appartement van [moeder benadeelde] mocht gebruiken om daar overspel te plegen. [moeder benadeelde] zou vervolgens de partner van de verdachte ingelicht hebben over het overspel en dat is volgens de verdachte de reden dat hij geen contact meer heeft met [moeder benadeelde] en hij haar de mail heeft gestuurd. De uitleg die de verdachte geeft voor het schrijven van de mail past niet bij de inhoud daarvan. De verklaring van de verdachte bevat geen aannemelijke oorzaak voor het verbreken van het contact of waarom de verdachte [moeder benadeelde] excuses schuldig zou zijn. Als klopt wat de verdachte zegt, dan zat [moeder benadeelde] met hem in een complot om vreemd te gaan. Zij stelde immers welbewust haar appartement beschikbaar, zodat de verdachte een andere vrouw kon ontmoeten. [moeder benadeelde] zou daarna de partner van de verdachte hebben ingelicht. Dat het overspel van de verdachte reden is voor diens partner om boos op hem te zijn is een logische gang van zaken. Dat [moeder benadeelde] boos op hem zou zijn, is dat, in die lezing, evenwel niet. In de mail beschrijft de verdachte dat hij hoopt dat hij ooit de kans krijgt om het goed te maken met [moeder benadeelde] . Indien de verklaring van de verdachte zou kloppen, ziet de rechtbank geen aanleiding waarom de verdachte iets goed te maken heeft [moeder benadeelde] . In de achterliggende reden voor de mail die de verdachte geeft ligt meer voor de hand dat [moeder benadeelde] iets goed te maken heeft met hem, omdat zij verklapte aan de partner van verdachte dat hij was vreemdgegaan. De rechtbank is om die reden van oordeel dat de alternatieve lezing van de verdachte onaannemelijk is en schuift deze terzijde.

Vrijspraak

Ondanks de betrouwbare verklaring van [benadeelde] en de aanwezigheid van steunbewijs zal de rechtbank de verdachte toch vrijspreken van hetgeen aan hem is ten laste gelegd.

[moeder benadeelde] heeft verklaard dat de verdachte sinds het derde levensjaar van [benadeelde] weer contact met haar had. [benadeelde] is 3 jaar geworden op 9 mei 2021. [moeder benadeelde] heeft ook verklaard dat ze denkt dat het misbruik na de kerstvakantie (naar de rechtbank begrijpt uit de context van haar verklaring: 2023) of begin januari (2024) heeft plaatsgevonden, maar geeft vervolgens toe: “maar ik weet het niet zeker”. Zij verklaart verder niet over hoe zij tot deze tijdsinschatting komt. De inschatting dat het misbruik rond kerst 2023 heeft plaatsgevonden is kennelijk een gissing. Het kan dus ook daarvoor zijn geweest. Het dossier bevat geen verdere aanknopingspunten om te kunnen bepalen wanneer het misbruik heeft plaatsgevonden. Nu de tenlastegelegde periode ziet op 1 mei 2023 tot en met 31 januari 2024 en de verdachte sinds 9 mei 2021 (of ergens tussen 9 mei 2021 en 9 mei 2022) weer contact had met [benadeelde] en [benadeelde] sindsdien ook bij de verdachte thuis kwam, kan de rechtbank niet uitsluiten dat het misbruik voor 1 mei 2023 heeft plaatsgevonden. Nu de rechtbank op basis van de bewijsmiddelen in het dossier niet kan vaststellen dat de ontuchtige handelingen hebben plaatsgevonden in de periode die op de tenlastelegging staat, kan de rechtbank niet anders dan de verdachte vrijspreken.

4
De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
4.1

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij vordert schadevergoeding tot een bedrag van 7.500,- euro bestaande uit immateriële schade.

De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van het gevorderde bedrag met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair bepleit dat de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk verklaard dient te worden bij vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de vordering fors gematigd dient te worden.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

Nu aan de vordering een feitencomplex ten grondslag ligt waarvoor verdachte niet zal worden veroordeeld, zal de rechtbank de benadeelde niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

Beslissing

5
De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde feit;

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij

bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.P.E. Mullers, voorzitter, mr. E.B.A. Ferwerda en

mr. C.G.A. Wouters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Hartgerink, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 5 augustus 2026.

Buiten staat

Mr. J.P.E. Mullers is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

T.a.v. feit 1 primair:

Hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2023 tot en met 31 januari 2024 in

de gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

met een aan zijn, verdachtes, zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde

minderjarige, genaamd [benadeelde] (geboren op [geboortedatum] 2018), die toen de

leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer

ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het meermalen, althans

eenmaal, (telkens)

- ( gedeeltelijk) uittrekken van zijn, verdachtes, kleding en/of onderkleding en/of (gedeeltelijk) ontbloten van zijn, verdachtes, penis in het bijzijn en/of ten overstaan van die [benadeelde] en/of tonen van zijn, verdachtes, (gedeeltelijk) ontblote penis aan die [benadeelde] en/of

- zijn, verdachtes, (gedeeltelijk) (ontblote) penis door die [benadeelde] doen en/of laten aanraken en/of betasten en/of

- ( gedeeltelijk) uittrekken van de kleding en/of de onderkleding van die [benadeelde] en/of die [benadeelde] zich (gedeeltelijk) doen en/of laten uitkleden in zijn, verdachtes, bijzijn en/of

- ( met zijn, verdachtes, mond en/of tong) aanraken en/of betasten en/of likken van de vagina en/of de schaamlippen van die [benadeelde] ;

T.a.v. feit 1 subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2023 tot en met 31 januari 2024 in de gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [benadeelde] , geboren op [geboortedatum] 2018,

door meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- zijn, verdachtes, kleding en/of onderkleding (gedeeltelijk) uit te trekken en/of zijn, verdachtes, penis (gedeeltelijk) te ontbloten in het bijzijn en/of ten overstaan van die [benadeelde] en/of zijn, verdachtes, (gedeeltelijk) ontblote penis te tonen aan die [benadeelde] en/of

- zijn, verdachtes, (gedeeltelijk) (ontblote) penis door die [benadeelde] te doen en/of te laten aanraken en/of betasten en/of

- de kleding en/of de onderkleding van die [benadeelde] (gedeeltelijk) uit te trekken en/of die [benadeelde] zich (gedeeltelijk) te doen en/of te laten uitkleden in zijn, verdachtes, bijzijn en/of

- ( met zijn, verdachtes, mond en/of tong) de vagina en/of de schaamlippen van die [benadeelde] aan te raken en/of te betasten en/of te likken;