Rechtbank Limburg, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBLIM:2026:8048

Op 5 August 2026 heeft de Rechtbank Limburg een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 03.249319.24 en 03.184500.26, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBLIM:2026:8048. De plaats van zitting was Maastricht.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
03.249319.24 en 03.184500.26
Datum uitspraak:
5 August 2026
Datum publicatie:
5 August 2026

Indicatie

Inhoudsindicatie: Veroordeling voor tweemaal belaging, diefstal, vernieling en het misbruiken van identificerende persoonsgegevens. Oplegging van een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Tevens oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht. Gedeeltelijke toewijzing vorderingen benadeelde partijen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummers : 03.249319.24 en 03.184500.26 (ttz.gev.)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 5 augustus 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] 1980,

wonende te [adres 1]

De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.C. Sneep, advocaat kantoorhoudende te Breda.

1
Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 22 juli 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. Namens de benadeelde partijen is op de zitting gehoord mr. F.W. Oehlen. De rechtbank heeft de vorderingen tot schadevergoeding behandeld.

2
De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

In de zaak met parketnummer 03.249319.24

feit 1: in de periode van 1 maart 2024 tot en met 2 augustus 2024 [slachtoffer 1] heeft belaagd;

feit 2: in de periode van 1 maart 2024 tot en met 9 augustus 2024 [slachtoffer 2] heeft belaagd;

feit 3: in de periode van 30 juli 2024 tot en met 2 augustus 2024 een bankpas, een geboortekaartje en een brief van het CJIB heeft gestolen van [slachtoffer 2] ;

feit 4: in de periode van 25 juli 2024 tot en met 26 juli 2024 een personenauto van [slachtoffer 2] heeft vernield en/of beschadigd.

In de zaak met parketnummer 03.184500.26

in de periode van 9 mei 2024 tot en mei 17 mei 2024 opzettelijk misbruik heeft gemaakt van de cijfer-lettercombinatie van de kentekenplaat op naam van [slachtoffer 2] .

Overwegingen

3
De beoordeling van het bewijs
3.1

Het standpunt van de officier van justitie

Parketnummer 03.249319.24 De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten.

Parketnummer 03.184500.26

De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

Parketnummer 03.249319.24

De raadsman heeft zich ten aanzien van feit 3 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 4 heeft hij vrijspraak bepleit. Daartoe heeft hij aangevoerd dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat de verdachte stelselmatig inbreuk op het leven van [slachtoffer 1] heeft gemaakt. De raadsman heeft verder genoemd dat geen sprake is van een wederrechtelijke inbreuk op het leven van [slachtoffer 2] . Al het contact tussen hen was namelijk wederkerig. Bovendien is er geen stopgesprek met de verdachte gevoerd terwijl dit tot een gedragsverandering had kunnen leiden. Ten aanzien van de in feiten 2 en 4 tenlastegelegde vernielingen van de auto van [slachtoffer 2] heeft de raadsman aangevoerd dat het dossier geen bewijs bevat dat de verdachte aan deze vernielingen koppelt.

Parketnummer 03.184500.26

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de identiteitsfraude, omdat het dossier volgens hem onvoldoende bewijs bevat dat de verdachte de verkeersboetes heeft gereden.

3.3

Het oordeel van de rechtbank  (Voetnoot 1)

3.3.1

Inleiding

De verdachte heeft in 2021 een relatie met [slachtoffer 2] gekregen. De verdachte was toen bevriend met [slachtoffer 1] en via de verdachte hebben [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] elkaar leren kennen. Op 12 maart 2024 heeft [slachtoffer 2] deze relatie verbroken. [slachtoffer 2] geeft aan dat zij sindsdien door de verdachte wordt gestalkt. (Voetnoot 2) Zij vermoedt dat de verdachte een tracker onder haar auto heeft geplaatst. Tevens zijn meermalen auto’s van haar vernield, is haar post gestolen en is identiteitsfraude gepleegd, door haar kentekenplaat na te maken en daarmee verkeersboetes te rijden. Volgens [slachtoffer 2] zijn deze feiten gepleegd door de verdachte. Ook [slachtoffer 1] stelt dat zij, nadat [slachtoffer 2] de relatie met de verdachte had beëindigd, wordt gestalkt door de verdachte, kennelijk omdat hij haar de schuld geeft van de breuk.

Aan de verdachte zijn 5 feiten ten laste gelegd. De rechtbank zal hierna de bewijsmiddelen en de overwegingen van al deze feiten tegelijk bespreken gelet op hun aard, onderlinge samenhang en het oordeel van de rechtbank over deze feiten. Zij zal allereerst de belaging van [slachtoffer 2] en het vernielen van de auto’s van [slachtoffer 2] (Voetnoot 3) bespreken, gevolgd door de diefstal van de post van [slachtoffer 2] (Voetnoot 4) en de identiteitsfraude (Voetnoot 5). Vervolgens zal de belaging van [slachtoffer 1] (Voetnoot 6) besproken worden.

3.3.2

Bewijsmiddelen

De onderstaande bewijsmiddelen zijn in dit vonnis zakelijk weergegeven, tenzij anders is vermeld.

In het kader van de leesbaarheid zijn er kopjes gemaakt. Alle bewijsmiddelen dienen echter in onderling verband en samenhang bezien te worden.

Belaging en vernielingen van de auto’s van [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2] , woonachtig aan de [adres 2] , deed aangifte en klacht op 30 april 2024. (Voetnoot 7) Zij verklaarde: (Voetnoot 8)

Ik doe aangifte van stalking tegen mijn ex-partner [verdachte] . Tevens doe ik aangifte van vernielingen aan mijn auto. Ik heb sinds 2021 een relatie met [verdachte] . In die tijd is het een aantal keren uit geweest. Dit kwam omdat hij flirtte met andere vrouwen en omdat er op een gegeven moment een politie-inval in zijn woning plaatsvond. In september 2023 heb ik [verdachte] voor de laatste keer teruggenomen. Hij had mij verteld dat hij hulp had gezocht en een lifecoach in de arm had genomen. In het begin ging het daardoor heel goed, maar na een tijdje kwam hij weer in aanraking met de politie en daar wilde ik wederom niks mee te maken hebben. Ik was op 12 maart 2024 in de avond naar [verdachte] gegaan om te vertellen dat ik geen relatie meer met hem wilde. Toen ik de volgende ochtend wakker werd zag ik dat hij zijn profielfoto had gewijzigd naar een foto van hem op mijn bank. Ik zag dat de foto gemaakt was op een moment dat ik niet thuis was, dat zag ik aan de afwas die op de achtergrond te zien was.

Toen ik die ochtend van 13 maart 2024, bij mijn auto kwam zag ik dat de rechter achterband van mijn auto was lek gestoken. Ik zag dat er een splinternieuwe schroef in mijn band zat. Toen ik het een keer eerder uitgemaakt had, had [verdachte] eenzelfde schroef in exact dezelfde band gestoken. Ik heb diezelfde dag de sloten van mijn woning vervangen omdat ik toen al het vermoeden had dat het niet bij een lek gestoken band zou blijven en omdat hij blijkbaar een foto van zichzelf gemaakt had toen ik niet thuis was. Ik bleef in contact met hem omdat ik hem niet durfde te blokkeren. Ik was erg bang voor zijn gedrag. Toch besloot ik die dag, nadat ik de sloten had laten vervangen, hem een bericht te sturen dat ik geen contact meer met hem wilde.

Op 17 maart 2024 zag ik dat hij mij een mail gestuurd had. Ik zag dat ik een mail ontvangen had van [e-mailadres 1] . Ik las in die mail dat hij toegaf dat hij stom was geweest en dat hij mij wilde beschermen in plaats van in aanraking laten komen met de politie. Vanaf 17 maart 2024 bleef hij mij op allerlei mogelijke manieren lastigvallen. Hij appte mij vanaf verschillende simkaarten en stuurde een stuk of 5 e-mails vanaf steeds hetzelfde mailadres: [e-mailadres 1] . Ik zag dat hij steeds een foto van ons samen op het profiel van de simkaarten zette. Ik las in die berichten dat hij mij steeds vroeg bij hem terug te komen en om een kans vroeg. Ik reageerde daar dan kort op omdat ik eigenlijk geen contact meer wilde. Ik reageerde toch omdat ik bang was dat hij anders boos zou worden, ik reageerde dus eigenlijk uit angst.

Op 6 april 2024 is er ingebroken in mijn auto. Ik had [verdachte] de avond er voor op 5 april 2024 overal op geblokkeerd. Ik had dat gedaan omdat ik gezien had dat [verdachte] op 29 maart 2024 omstreeks 15:00 uur, probeerde mijn woning in te komen toen ik aan het werk was. Ik kreeg namelijk een melding op mijn deurbel camera app en ik herkende op deze beelden het postuur van [verdachte] .

Ondanks dat ik [verdachte] geblokkeerd had via WhatsApp bleef ik berichten van hem ontvangen. Ik zag dat hij steeds met nieuwe nummers contact met mij probeerde te zoeken.

In de weken na zaterdag 6 april zijn er naast de WhatsApp berichten en mails die ik van hem ontving nog meer incidenten geweest. [verdachte] appte mij dat hij mij op mijn werk zou gaan opzoeken.

Op 10 april 2024 werd ik gebeld door een telefoonnummer van de [bedrijf 1] . Ik kende dat nummer omdat ik daar altijd mijn brood bestel. Toen ik opnam hoorde ik dat ik [verdachte] aan de telefoon had. Ik hoorde dat hij tegen mij zei dat hij op verhoor was gekomen. Ik had kort daarvoor bij de politie gemeld dat ik dacht dat hij mijn auto vernield had en in die melding had ik gezegd dat ik niet wilde dat de politie iets met mijn melding zou doen. Ik schrok dus enorm toen [verdachte] tegen mij zei dat hij op verhoor was geweest. Ik was bang dat de politie toch iets met mijn melding gedaan had. Om die reden bleef ik aan de telefoon met [verdachte] . Ik wilde weten waarom hij op verhoor was gekomen. Diezelfde avond heeft [verdachte] weer geprobeerd over mijn balkon te klimmen. Ik hoorde gestommel aan mijn balkon en toen ik polshoogte ging nemen zag ik dat hij het balkon van mijn onderbuurman opdook. Het was 21:30 uur ‘s avonds. [verdachte] heeft toen ook nog 2 keer bij mij aangebeld. Ik heb toen staan schreeuwen dat hij op moest flikkeren. Ik deed dat zodat de buurt kon horen dat ik door hem lastiggevallen werd en zodat de buurt wist dat hij niet welkom was. Die avond heeft [verdachte] mijn voicemail huilend ingesproken dat hij spijt had van zijn actie. De volgende dag stuurde hij mij met een nieuw nummer een WhatsApp bericht waarin hij nogmaals zijn excuses aanbood.

Op 15 april 2024 ontving ik een mail van hem waarin ik las dat hij weer contact had met zijn lifecoach en zichzelf wilde verbeteren. Ik heb toen niet op die e-mail gereageerd. Op 16 april 2024, ontving ik die e-mail nog een keer maar nu via de echte post. Ik rook dat hij dat poststuk ingespoten had met zijn parfum. Ik zag dat er wel een postzegel op zat maar deze was niet afgestempeld dus ik denk dat hij deze persoonlijk is komen brengen. Ik herkende de parfum als de parfum die hij altijd droeg. De brief was er bijna mee doordrenkt. Ik heb uit boosheid deze brief toen verbrand.

Op 19 april 2024 kwam ik er 's morgens achter dat een rood voertuig tegen de bijrijderskant van mijn leenauto was aangereden. Ik reed in deze leenauto omdat mijn eigen auto nog ter reparatie naar aanleiding van de inbraak bij een garage stond. Ik heb de camerabeelden van de [bedrijf 1] opgevraagd. Ik woon aan de parkeerplaats van deze [bedrijf 1] en mijn auto stond daar geparkeerd. Ik hoorde van de manager van de [bedrijf 1] die de beelden bekeken had dat er die nacht om 01:00 uur een rode kleine auto de parkeerplaats komt opgereden en moedwillig een paar keer tegen mijn leenauto aanrijdt en vervolgens weer verdwijnt.

Op 25 april 2024 werd ik gebeld door een privé nummer. Toen ik opnam hoorde ik dat ik [verdachte] aan de telefoon had dus hing ik meteen weer op. Op 28 april 2024 belde een vriendin (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] ) mij om te vertellen dat haar auto die nacht vernield was. Deze vriendin woont in [plaats] . Ik had meteen het vermoeden dat mijn auto dan ook weer vernield zou zijn dus ik ben toen bij mijn auto gaan kijken en ik zag dat mijn rechter voorband en rechter achterband wederom lek gestoken waren. Mijn auto stond bij mij thuis in Aalst. Op 29 april 2024 hebben mijn vriendin en ik het glas wat bij mijn auto lag vergeleken met haar ingeslagen ramen. Van haar auto waren namelijk alle ruiten ingeslagen. Het glas wat ik bij mijn auto vond was hetzelfde blauwige glas als dat van haar autoramen. Ik heb wederom beelden opgevraagd bij de [bedrijf 1] . Ik hoorde van de manager dat op de beelden te zien is dat iemand mijn banden aan het vernielen is. Op de beelden van de [bedrijf 1] is ook te zien dat die persoon 2 uur na de vernieling van mijn auto probeert over het hekwerk van mijn appartementencomplex te klimmen.

Op 29 april 2024 was ik op visite bij mijn vriendin ( [slachtoffer 1] ) in [plaats] voor haar verjaardag. Toen een paar vrienden van mij buiten gingen roken hoorde ik dat zij ineens voeten zagen onder de carport. Een vriend van haar is daar toen naartoe gelopen en heeft de poort opengemaakt. Achter de poort stond [verdachte] en hij stond met zijn hand omhoog te filmen. De vrienden hebben hem toen verzocht weg te gaan en hij heeft toen gevraagd wat ik op dat adres deed. Ik heb toen 112 gebeld.

Ik heb geen idee hoe [verdachte] wist dat ik op dat moment in [plaats] zat maar ik begin

steeds meer te vermoeden dat hij een tracker of iets dergelijks in mijn auto geplaatst

heeft.

Op 30 april 2024, vlak voor ik naar het politiebureau ging om deze aangifte te doen, zag ik dat de ruitenwissers van mijn auto rechtovereind stonden. Ik heb dit opgepakt als signaal van [verdachte] met als boodschap: “let op, ik ben in de buurt”. Ik ben toen naar de [bedrijf 1] gelopen om te vragen of ze op beelden konden zien wie dit gedaan had. Op het moment dat ik daar binnen stond hoorde ik dat de medewerker zei dat [verdachte] binnen kwam lopen. Ik heb toen gevraagd of ik op hun kantoortje mocht schuilen. Ik heb toen 112 gebeld. Ik was volledig in paniek. De politie kwam gelukkig snel ter plaatse en ik ben met hen meegereden naar het politiebureau om deze aangifte kunnen doen. Ik hoorde toen ik in de politieauto onderweg was naar het bureau dat de [bedrijf 1] op de camerabeelden gezien had dat [verdachte] rond 08:00 uur blijkbaar onder mijn auto had gelegen. Ik heb nog geen idee of hij iets geplaatst of juist kapot gemaakt heeft.

Voordat ik vanmorgen de [bedrijf 1] in was gegaan werd ik gebeld door een anoniem nummer. Toen ik opnam hoorde ik dat ik [verdachte] aan de telefoon had. Ik hoorde dat hij tegen mij zei: “ik zou opletten wat je …”. Ik heb hem niet uit laten praten omdat ik de opdracht gekregen heb van de politie dat ik meteen op moet hangen als ik zijn stem hoor en dat heb ik ook meteen gedaan.

Ik wil vooral dat [verdachte] stopt met mij stalken. Ik word steeds banger door zijn gedrag. [verdachte] heeft het geld en de middelen om anderen dingen voor hem te laten oplossen. Hij heeft meerdere keren, gisteren nog, gezegd dat hij maar hoeft te bellen en anderen gaan voor hem aan de slag als ik teveel vertel aan de politie. Ik ben erg bang dat [verdachte] mij, mijn familie of mijn kind te pakken gaat nemen. Ik weet dat [verdachte] van vuurwapens houdt en hij heeft wel eens tegen mij gezegd dat hij ooit iemand bedreigd heeft met een vuurwapen dat bij hem in huis zou liggen. Ik ben zo bang voor [verdachte] dat ik vanavond niet thuis ga slapen. Ik voel me absoluut niet veilig. Ik heb ook een dochter van 13 jaar en ik vrees ook voor haar veiligheid. Ze krijgt er helaas best wat van mee en door dit alles durft zij nu niet meer bij mij te slapen.

Over 29 maart 2024 verklaarde [slachtoffer 2] in haar aangifte(Voetnoot 9)

Op 29 maart 2024 om 13.50 uur kreeg ik een melding van mijn camera-app dat er iemand voor mijn voordeur stond en zag aan de handeling dat iemand een sleutel in het slot van mijn voordeur probeerde te stoppen. Ik zag van deze persoon enkel de rechterzijde van zijn romp en zijn rechterbeen/voet. Ik herkende direct de werkschoenen en werkbroek van [verdachte] . Ik appte hem vervolgens met de vraag wat hij voor mijn deur moest. Hij informeerde naar hoe ik dit wist. [verdachte] gaf via een spraakbericht toe dat hij voor mijn deur had gestaan. Later die avond vond ik een nieuwe huissleutel in de brievenbus van mijn woning. De sleutel heeft [verdachte] zonder mijn toestemming en medeweten bij laten maken. Op de sleutel zag ik ook een slotenmaker uit Weert afgedrukt staan en dat is [verdachte] zijn woonplaats.

Door aangeefster [slachtoffer 2] zijn spraakmemo’s aan de politie overhandigd die [verdachte] naar haar heeft gestuurd. Verbalisant [naam 1] relateerde over een van die geluidsopnames dat zij het volgende hoorde: (Voetnoot 10)

Ik ben een bericht, een appje aan het sturen naar [slachtoffer 1] omdat jij mij gewoon elke keer blokt. Ik krijg niet eens de kans om wat te zeggen en je blokt me. (…) Ik had een sleutel gevonden. Daar staat op [slachtoffer 2] berging. Dus ik weet niet waar die

van is dus daarom was ik naar je toe gereden ik dacht ja of is die van bij je afvalcontainer of wat ik weet niet waar die van is. Dus daarom was ik bij jou aan de

deur. We zijn 2,5 jaar samen geweest nou en schijnbaar werkte dat niet. Dat zie ik nou ook gewoon in.

Verbalisant [naam 1] relateerde over een door [slachtoffer 2] verstrekte geluidsopname(Voetnoot 11)

Ik beluisterde dit geluidsfragment en ik hoorde dat een vrouw zei: "Hoi met [slachtoffer 2] ".

Ik hoorde vervolgens een man zeggen: "ik zou opletten wat je". Ik hoorde dat het

geluidsfragment daarna stopt.

Verbalisant [naam 2] heeft de hierboven genoemde geluidsopname beluisterd en daarover het volgende gerelateerd:

Op donderdag 21 november 2024, hoorde ik, verbalisant [naam 2] , samen met collega [naam 3] , verdachte [verdachte] . Dit verhoor duurde ruim 2,5 uur.

Op donderdag 28 november 2024, luisterde ik naar het geluidsfragment, waarover het proces verbaal 2024091754-15 werd gemaakt.

Ik hoorde ook dat een man de volgende tekst uitsprak: "ik zou opletten wat je..."

Ik herkende de stem van deze man als zijnde de stem van verdachte [verdachte] .

Verbalisant [naam 1] relateerde over de door [slachtoffer 2] verstrekte screenshots (gevoegd bij haar aangifte van 30 april 2024) met de telefoonnummers waarop zij is gebeld: (Voetnoot 12)

Ik zag dat bij de volgende telefoonnummers een profielfoto geplaatst was waarop ik

[verdachte] en [slachtoffer 2] herkende: [nummer 1] en [nummer 2] .

Ik zag bij het volgende telefoonnummer een initiaal en een profielfoto waarop ik

[verdachte] herkende: + [nummer 3] .

Het telefoonnummer + [nummer 3] staat bij de politie in het systeem als een van de telefoonnummers die door [verdachte] gebruikt worden.

Ook heeft [slachtoffer 2] e-mailberichten aan de politie overhandigd die de verdachte aan haar heeft gestuurd. Verbalisant [naam 1] relateerde daarover: (Voetnoot 13)

Ik zag dat op de volgende data en tijden mails verzonden waren vanaf het

e-mailadres: [e-mailadres 1] naar het mailadres: [e-mailadres 2] :

- 17 maart 2024 om 18:18 uur.

- 18 maart 2024 om 07:44 uur.

- 19 maart 2024 om 10:01 uur.

- 21 maart 2024 om 09:26 uur.

- 24 maart 2024 om 06:42 uur.

- 24 maart 2024 om 12:12 uur.

- 15 april 2024 om 14:53 uur.

Ik heb in het politiesysteem gekeken welk e-mailadres van [verdachte] er bij de politie bekend is. Ik zag het mailadres [e-mailadres 1] staan.

Ik zag in de e-mail van [verdachte] aan [slachtoffer 2] van 17 maart 2024 dat hij zegt dat hij weet dat zij geen contact wil maar dat hij haar wil laten weten hoeveel hij haar mist en van haar houdt.

Ik las in de e-mail van 21 maart 2024 dat hij sorry zegt voor het feit dat hij haar een

appje stuurde maar dat hij dat deed omdat hij zin in haar had en haar miste en zijn

zelfbeheersing verloor.

Ik las in de e-mails van 24 maart 2024 dat hij haar nog steeds mist, smeekt om nog een kans en dat ze beiden nooit meer iemand zullen vinden waarmee ze het net zo fijn zullen kunnen hebben.

De politie heeft de telefoon van [slachtoffer 2] uitgelezen. Daarover heeft verbalisant [naam 2] het volgende gerelateerd: (Voetnoot 14)

Op 5 april 2024, blokte [slachtoffer 2] , gebruiker [letter] met nummer [nummer 3] . [slachtoffer 2] schreef in haar laatste bericht op 5 april 2024 ook dat ze hem zou blokken. Contact [letter] antwoordde met: Oke.

Op 11 april 2024, is er een WhatsApp bericht waarin gebruiker [verdachte] , met gsm-nummer [nummer 4] , zijn excuses aanbood voor een stomme actie. Hij beloofde ook dat dit het laatste appje wat ze van hem hoorde. Daarin stond verder: ik heb morgen met [naam 4] (de rechtbank begrijpt dat dit de lifecoach van de verdachte is) afgesproken om mezelf te herpakken en aan mezelf te gaan

werken en dit te gaan verwerken en te accepteren dat het klaar is tussen ons zoals

jij ook graag wilt en ik je keuze hoor te respecteren.

Op 3 juni 2024 ontving verbalisant [naam 1] een e-mailbericht van [slachtoffer 2] met een screenshot van een e-mailbericht dat zij om 00.36 uur van de verdachte had ontvangen. De verbalisant relateerde daarover: (Voetnoot 15)

Ik zag als onderwerpregel "spijt" staan. Ik zag een deel van de naam staan: [verdachte]

... Ik zag de tijd 00:36 staan. Ik zag voor de gedeeltelijk zichtbare naam de

letter " [letter] " staan. Ik zag geen volledig mailadres van de afzender staan.

Ik las in de mail dat de afzender spijt betuigde voor bepaalde dingen die hij gedaan had en dat hij de ontvanger van de mail nooit pijn zou doen. Ik las dat de verzender vraagt waarom hij het zo verknald had met het meisje waar alles zo fijn en lief mee was en dat hij oprecht spijt heeft en haar nog iedere dag mist. Ik zag dat de mail ondertekend was met "Liefs [verdachte] ".

Getuige [naam 5], de overbuurman van aangeefster [slachtoffer 2] , woonachtig aan de [adres 3] , verklaarde over 10 april 2024 omstreeks 21.50 uur: (Voetnoot 16)

Ik hoorde bij mijn overburen wat geschreeuw en gestommel. Door dit geschreeuw keek ik uit mijn raam wat uitkijkt op het balkon van mijn overbuurvrouw. Ik zag op dat moment dat er een man op het muurtje stond, dit muurtje is de afscherming van de tuin van de onderbuurman. Ik zag dat hij op die manier bij haar balkon kon en schreeuwde naar haar dat ze open moest doen, of woorden van gelijke strekking.

De camerabeelden van de [bedrijf 2] zijn door verbalisant [naam 1] bekeken en zij heeft het volgende waargenomen en daarover gerelateerd (proces-verbaal 2024091754-14): (Voetnoot 17)

10 april 2024 om 19.34.59 uur

Ik zag om 19:40:44 uur een man in beeld komen die ik herken als [verdachte] .

Aangeefster [slachtoffer 2] heeft naar aanleiding van haar verklaring dat de verdachte op 10 april 2024 geprobeerd had om over haar balkon te klimmen camerabeelden hiervan aan de politie verstrekt. Verbalisant [naam 1] heeft deze camerabeelden bekeken en het volgende waargenomen en daarover gerelateerd (proces-verbaal 2024091754-16): (Voetnoot 18)

VID-20240412-WA0025

Ik zag op enig moment dat het beeld inzoomde op een man die vanaf links gezien in

beeld kwam lopen. Ik zag dat deze persoon een blanke man was met donker haar, een shirt met korte mouwen aan had die aan de bovenkant wit was en aan de onderkant zwart, een donkere broek en donkere schoenen droeg, kort donker haar en een normaal postuur had. Ik herkende de kleding en het postuur van de man die ik op camerabeelden had gezien (proces-verbaalnummer 20240191754-14) en herkende daarop [verdachte] .

VID- 20240412-WA0026

Ik zag op deze beelden wederom de man die ik herkende als [verdachte] .

Ik zag dat hij stilstond voor de portiek van een gebouw waar de brievenbussen en deurbellen zich bevinden.

Ik zag dat de man weer liep in de richting waarin hij als eerst in beeld kwam en vervolgens stil bleef staan bij een balkon van een van de woningen.

Ik zag dat hij eventjes over de balustrade van een balkon keek en een keer naar boven keek om vervolgens links uit beeld te verdwijnen.

De wijkagent is vervolgens gaan kijken bij de woning van aangeefster [slachtoffer 2] . Ik hoorde dat de wijkagent tegen mij zei dat de balustrade met het witte doek links

zit ten opzichte van het paneel waar men aan kan bellen en het balkon wat zich

daarboven bevindt, van aangeefster is.

De camerabeelden van de [bedrijf 2] zijn door verbalisant [naam 1] bekeken en zij heeft het volgende waargenomen en daarover gerelateerd (proces-verbaal 2024091754-14): (Voetnoot 19)

19 april om 01:03:17

Ik zag dat een kleine auto van links het beeld kwam gereden en dwars over de parkeerplaats naar de parkeervakken reed die bovenaan in beeld te zien waren. Ik zag dat de kleine auto voorzichtig een aantal geparkeerde voertuigen naderde en naar voren reed in de richting van deze voertuigen. Ik zag dat daar een kleine witte auto tussen stond. Ik weet dat aangeefster in het bezit was van een kleine witte auto. Ik zag dat de kleine auto in totaal 4 keer naar voren reed en 4 keer naar achteren reed om vervolgens weg te rijden. Van de beschadigingen van dit voertuig (van aangeefster) heb ik proces-verbaal van bevindingen 2024091754-20 opgemaakt. (opmerking rechtbank: aan de achtergebleven rode lakresten op de witte auto is te zien dat er meerdere horizontale rode kras- c.q schaafsporen te zien zijn over vrijwel de gehele linkerzijde.) (Voetnoot 20)

28 april 2024 om 00:38:49

Ik zag dat er om 00:38:58 uur van links een persoon in beeld kwam lopen en ik zag

deze persoon naar een drietal geparkeerde auto's lopen die in de parkeervakken voor

de gevel van een pand staan. Ik kon niet zien of het een man of een vrouw betrof maar op basis van de kleding en de houding van deze persoon durf ik wel met enige zekerheid te stellen dat dit een man betrof. Ik zag dat hij donkere kleding en een pet droeg. Ik zag dat hij een normaal postuur had.

28 april 2024 om 02.40.39 uur

Ik zag dat deze camerabeelden zicht hadden op de gevel van een pand en een met een hekwerk afgesloten wenteltrap. Ik zag op Google Maps dat deze wenteltrap hoort bij het appartementencomplex van de woningen aan de [adres 4] , de straat waar aangeefster op [nummer 5] een appartement heeft.

Ik zag dat er om 02:40:49 een persoon vanuit links in beeld komt gelopen. Ik zag dat de man donkere kleding en een donkere pet droeg en een normaal postuur had, dezelfde kleding, pet en postuur van de man die ik eerder op de beelden van de [bedrijf 1] zag om 00.38.49 uur. Ik zag dat hij vervolgens naar de rechterzijde van het hekwerk van de wenteltrap liep en om 02:42:17 uur dit hekwerk beklom om er vervolgens overheen te gaan en de wenteltrap naar boven op liep. Ik zag dat hij vervolgens de galerij van de eerste verdieping betrad.

Verbalisant [naam 1] relateerde naar aanleiding van de camerabeelden van 28 april 2024 van de [bedrijf 1] (proces-verbaalnummer 20240191754-14) het volgende over de herkenning van de verdachte: (Voetnoot 21)

Op de camerabeelden van 20 april 2024 om 19:34 uur van de [bedrijf 1] waar ik mijn bevindingen van heb opgemaakt in proces-verbaal 2024091754-14

herkende ik [verdachte] , omdat ik zijn foto gezien had in het politiesysteem.

Op de camerabeelden van 10 april 2024 waar ik mijn bevindingen van heb

opgemaakt in proces-verbaal 2024091754-16 herkende ik [verdachte] aan de kleding die hij droeg, die hij ook droeg op de beelden die ik beschreven had in proces-verbaal 2024091754-14.

Ik zag op de camerabeelden van 28 april 2024 om 02:40 uur die ik beschreven had

in proces-verbaal 2024091754-14 dat de man die daar in beeld kwam hetzelfde loopje, houding en postuur had als de man die op de beelden zoals beschreven in proces-verbaal 2024091754-16 te zien was en waarin ik [verdachte] herkende.

Ik zag op de camerabeelden van 28 april 2024 om 00:38 uur die ik beschreven had in registratie 2024091754-14 dat de man die daar in beeld kwam dezelfde kleding droeg als de man die op 28 april 2024 om 02:40 uur op camerabeelden te zien was.

Verbalisant [naam 2] heeft de historische verkeersgegevens van de mobiele telefoon van [verdachte] bekeken. De verbalisant relateerde hierover: (Voetnoot 22)

28 april 24: vernieling auto Waalre

- mast Malvalaan Waalre om 00:28 uur

- mast A2 rijksweg Waalre: om 01:36 uur

Verbalisant [naam 2] relateerde: (Voetnoot 23)

Op 9 augustus 2024, nam ik twee aangiftes op van aangeefster [slachtoffer 2] .

Na deze aangiftes vroeg ik haar of er nog iets was gebeurd. Ik hoorde van haar dat ze nadat ze terugkwam van haar vakantie op haar balkon een pak De Ruijter roze-witte muisjes, een pak Noodles en een zandloper had gevonden. Haar dochter at bij [verdachte] altijd roze muisjes en noodles. [slachtoffer 2] wist meteen dat dit een dreigement was van [verdachte] aan haar dochter. De zandloper zag zij als zijnde de tijd tikt voordat ik je kind pak.

[slachtoffer 2] deed aangifte van vernieling van haar personenauto en verklaarde: (Voetnoot 24)

Op 17 mei 2024 omstreeks 17:30 uur, parkeerde ik mijn auto, een zwarte [merk 3] , met kenteken [kenteken 1] , op de [adres 5] in Waalre. De [adres 5] is een zijstraat van de straat waarin ik woon, de [adres 4] . Ik parkeerde mijn auto wat meer uit het zicht aangezien mijn auto al vier keer eerder was vernield, sinds ik op 12 maart 2024 mijn relatie met [verdachte] heb beëindigd. Op 19 mei 2024, omstreeks 02:00 uur, werd ik door een vriendin van mij gebeld. Ze vertelde mij dat ze zojuist had gezien dat mijn ex-vriend [verdachte] bij mij in de straat kwam rijden met zijn auto, uitstapte en vervolgens een baseball petje opzette en naar mijn woning liep. Ik keek stiekem uit mijn raam en zag [verdachte] voor mijn balkon staan. Ik belde meteen 112, want ik was bang dat [verdachte] weer bij mij de woning in wilde dringen of iets zou gaan vernielen.

Op 19 mei 2024 omstreeks 12.00 uur, ging ik met mijn auto naar het BP-tankstation in Waalre. Ik merkte na enkele honderden meters dat mijn auto rare geluiden maakte en dat er zwarte rook onder mijn motor uitkwam. De volgende dag kwam mijn automonteur kijken naar mijn auto. Van hem hoorde ik dat iemand ijzerslijpsel in mijn motor had gedaan. Mijn automonteur wist dit omdat er ook ijzerslijpsel op de motor lag, en naast de olievuldop.

Verbalisant [naam 2] relateerde over een melding van [slachtoffer 2] op 19 mei 2024 als volgt: (Voetnoot 25)

Op 19 mei 2024 net na 02.00 uur belde [slachtoffer 2] de politie. Ze meldde dat haar ex-vriend [verdachte] trachtte bij haar op haar balkon te klimmen. Collega’s van de politie troffen [verdachte] aan in Waalre op de [adres 6] .

[slachtoffer 2] heeft camerabeelden van 19 mei 2024 om 02.44 uur verstrekt aan de politie. Verbalisant [naam 2] heeft deze camerabeelden bekeken en het volgende waargenomen en daarover gerelateerd: (Voetnoot 26)

Ik zag dat er op de beelden een straat, met haaks op de straat vijf parkeervakken.

Ik zag dat er in parkeervak vier (van links naar rechts geteld) een zwarte [merk 3]

geparkeerd stond. Ik zag dat een man vanaf linksboven het beeld in kwam lopen. Ik zag dat deze man direct naar de [merk 3] liep. Deze man opende met zijn rechter hand het bestuurdersportier. Hierna sloot hij het portier weer rustig.

Aangeefster [slachtoffer 2] had de politie ook een foto gestuurd van [verdachte] . Deze foto had ze verkregen van social media. Op de foto stond [verdachte] op het festival waar hij op 19 mei 2024 was geweest. Opvallend was dat de kleding die [verdachte] op het festival droeg overeenkwam met de kleding die de man droeg op de beelden.

Via Google Maps kwam ik erachter dat de straat op de beelden de [adres 5] in Waalre was. Dit is een zijstraat van de [adres 6] .

Verbalisant [naam 2] relateerde over het contact met de automonteur van [slachtoffer 2] als volgt: (Voetnoot 27)

Ik sprak telefonisch met de automonteur van [slachtoffer 2] . Hij verklaarde dat [slachtoffer 2] hem op 19 mei 2024 belde. Ze vertelde hem dat haar auto, een zwarte [merk 3] , sinds die ochtend een raar geluid maakte. Hij opende de motorklep. Hij zag dat er ijzerslijpsel lag op de motor, te weten op de klepdeksel en rond de olievuldop. Het was vers-nieuw ijzerslijpsel. Dit ijzer in de motor zorgde ervoor dat de motor dermate werd beschadigd, en dat deze vervangen diende te worden. Hierdoor was de auto van [slachtoffer 2] total loss. Hij had voor [slachtoffer 2] haar auto naar de autosloop gebracht. Hij wist zeker dat er sprake was van opzet. Iemand heeft ijzerslijpsel in de motor van de auto van [slachtoffer 2] gedaan.

Verbalisant [naam 2] relateerde over een melding van [slachtoffer 2] op 21 mei 2024 als volgt: (Voetnoot 28)

Op 21 mei 2024, om 00:19 uur, belde [slachtoffer 2] met de politie dat er meerdere keren

werd aangebeld bij haar, en dat zij vermoedde dat haar ex-vriend weer aan de deur

stond. Collega’s van de politie troffen [verdachte] in Waalre aan. Hij reed in een opvallende [automerk] .

Deze nacht belde [slachtoffer 2] nog twee keer de politie, omdat er weer iemand bij haar aan

de deur aanbelde die nacht. Opvallend was dat bij deze laatste melding de collega’s aan de collega's in Weert hadden gevraagd om te kijken bij de woning van [verdachte] of daar de opvallende [automerk] , met kenteken [kenteken 2] , stond. Deze stond NIET bij de woning van [verdachte] .

Verbalisant [naam 1] relateerde over een door [slachtoffer 2] op 10 juni 2024 ontvangen kaart(Voetnoot 29)

Ik las in die kaart het volgende:

Lieve [slachtoffer 2] . Ik stuur je deze kaart omdat ik sorry wil zeggen, sorry voor dingen

dingen die ik gezegd heb. Sorry voor dingen die ik gedaan heb Sorry voor hoe dingen gelopen zijn

ik heb dingen gezegd en gedaan uit boosheid frustratie verdriet

Ik snap dat je bang voor me bent door mijn gedrag,

Xx [verdachte]

Verbalisant [naam 2] relateerde over een melding van [slachtoffer 2] op 16 juni 2024 als volgt: (Voetnoot 30)

Op 16 juni 2024 om 15:42 uur, nam [slachtoffer 2] contact op met de politie omdat haar ex-vriend [verdachte] om haar appartementen complex heen rondjes liep, en steentjes tegen haar raam aangooide. Ze vertelde dat hij op de parkeerplaats geparkeerd had en allemaal naar haar aan het roepen was. Politieagenten troffen de auto van [verdachte] , aan de achterzijde de woning van [slachtoffer 2] aan. Zij legden het volgende vast: [slachtoffer 2] was erg angstig en trilde. Barstte meerdere keren in tranen uit.

[slachtoffer 2] , woonachtig aan de [adres 4] in Waalre, deed opnieuw aangifte van vernieling van haar personenauto en verklaarde: (Voetnoot 31)

Ik had mijn auto, [merk 2] , kleur rood en voorzien van Nederlands

kenteken [kenteken 3] , geparkeerd aan de voorzijde van mijn woning, ter hoogte van mijn balkon. Ik had mijn auto daar op 1 juli 2024 rond 17:30 uur geparkeerd. Mijn

auto was toen nog onbeschadigd en intact. Ik zag op 2 juli 2024 dat er glas op de grond rondom mijn auto lag en dat er glasscherven in mijn auto lagen. Ik zag dat het raam aan de bijrijderskant, rechtsvoor, ingeslagen was.

Verbalisant [naam 2] heeft camerabeelden van 2 juli 2024 vanaf 03:32:44 uur bekeken. De verbalisant heeft daarop het navolgende waargenomen en daarover gerelateerd: (Voetnoot 32)

Ik zag op de beelden een straat met daarop enkele huizen en geparkeerde auto's.

Ik herken op de beelden de [adres 4] . Deze beelden waren van het appartementencomplex van aangeefster [slachtoffer 2] .

Ik zag dat er een man het beeld in liep. Ik kan deze man als volgt omschrijven:

- blanke man

- ongeveer 1.80-1.90 meter lang gezien zijn lengte ten opzichte van de geparkeerde

[merk 2] . Een [merk 2] is 1.45 meter hoog (bron: google)

- slank postuur

- donker petje

- donker gekleurde jas of trui, met capuchon welke hij op had onder zijn petje

Op de borst van de trui stond een witte print

- donkere broek

- zwarte schoenen

Ik zag dat deze man zijn beide handen in de zakken van zijn trui/jas had. De man

keek veel om zich heen. Vervolgens liep hij naar een geparkeerde auto, een rode

[merk 2] . Ik zag dat deze man hurkte bij het linker voorwiel. Ik zag dat hij een

zilverkleurig voorwerp uit zijn zak haalde wat op een mes leek. Ik zag dat deze man

verder bukte bij deze autoband.

Hierna liep de man weg van de auto en keek op zich heen en ging in een donker hoekje staan naast het deurbelbord van het appartementencomplex.

Hier pakte hij iets uit zijn linker broekzak. Deze man keek schichtig om zich heen.

Na een kleine minuut liep de man weer naar de rode [merk 2] . Hij had iets

zilverkleurigs in zijn rechter hand. De man liep vervolgens naar de rechter

achterkant van de [merk 2] .

Ik zag dat de man naar de bijrijdersportier liep. Om zich heen keek, en daarna met

zijn rechterhand het raam insloeg, met waarschijnlijk een hamer. De klappen op het

raam en het glasgerinkel was ook goed hoorbaar.

[slachtoffer 2] deed wederom aangifte van vernieling van haar personenauto van het [merk 2] op 26 juli 2024 tussen 3.00 uur en 3.30 uur en verklaarde: (Voetnoot 33)

Op 25 juli 2024 stond mijn auto geparkeerd aan de [adres 4] in Waalre. Ik schrok op 26 juli 2026 om 03.00 uur wakker van een harde knal. Vervolgens hoorde ik nog twee knallen en heb ik de Aware knop ingedrukt. Ik hoorde vervolgens het geluid van kapotgaand glas. Doordat ik de Aware knop had ingedrukt kreeg ik direct contact met de centrale van Securitas. Ik was hartstikke bang, ik beefde als een rietje. Ik was alleen in mijn woning. Ik hoorde op enig moment de centralist zeggen dat de politie voor de deur stond. Ik hoorde hun stemmen en ik heb ze binnengelaten. Mijn bel is er namelijk afgehaald door de woningbouw, omdat vermoedelijk [verdachte] eerder mij ook lastig viel door veelvuldig aan te bellen. Toen ik om 06.00 uur opstond keek ik door het raam naar mijn auto. Ik zag dat alle ruiten van mijn auto waren ingeslagen, behalve de voorruit. Ik zag dat de banden aan de linkerzijde van mijn auto leegstonden. Ik ben een uur later naar buiten gegaan en toen zag ik dat al mijn banden leegstonden en dat heel mijn auto bekrast was.

Verbalisanten [naam 6] en [naam 7] relateerden over de melding om naar de woning van [slachtoffer 2] te gaan: (Voetnoot 34)

Op 26 juli 2024 omstreeks 03.40 uur kregen wij de melding om te rijden naar de [adres 4] te Waalre. Ter plaatse spraken wij met [slachtoffer 2] . Zij was aan het trillen en sprak met trillende stem dat de ruiten van haar auto waren ingegooid. Wij zagen dat er aan de openbare weg, ter hoogte van huisnummer [huisnummer 1] , een roodkleurige, [merk 2] voorzien van het kenteken [kenteken 3] stond. Wij zagen dat alle ruiten van het voertuig, behalve de vooruit, kapot waren. Wij zagen dat alle 4 de

banden op de velg stonden. Ik, verbalisant [naam 7] , zag dat in alle banden een

puntige inkeping zat, gelijkend op een inkeping van een schroevendraaier, dan wel een sleutel.

Verbalisanten [naam 8] en [naam 17] relateerden over het verzoek om naar de woning van de verdachte gaan: (Voetnoot 35)

Op 26 juli 2024 omstreeks 04.00 uur kregen wij het verzoek te rijden naar de [adres 7] in Weert voor een incident dat zich in Waalre had afgespeeld. Het voertuig van [slachtoffer 2] is hierbij deze nacht vernield. Het vermoeden bestaat dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan deze vernieling. [verdachte] staat ingeschreven op het adres [adres 7] in Weert en is vermoedelijk na het incident naar huis gereden in het voertuig met Nederlands kenteken [kenteken 4] . Wij kwamen omstreeks 04.25 uur, aan op het adres van [verdachte] . Voor de garagebox stond het voertuig van [verdachte] met Nederlands kenteken [kenteken 4] . Gedurende de nacht regende het in Weert, maar gedurende de melding verminderde deze regen naar een miezerregen. Het was relatief windstil gedurende de nacht. Ik, [naam 8] , zag een drogere plek op de ondergrond, ter grootte van het voertuig. Ik zag dat het voertuig deels op deze droge plek stond. Ik zag echter dat het voertuig ongeveer een halve meter verder vooruit en een halve meter meer naar links stond ten opzichte van deze drogere plek. Ik, [naam 8] , voelde met mijn handen aan de banden en de motorkap van het voertuig. Ik voelde dat deze warm waren, warmer dan de buitentemperatuur.

Verbalisant [naam 2] heeft vervolgens camerabeelden van 26 juli 2024 vanaf 03:36 uur bekeken. De verbalisant heeft daarop het navolgende waargenomen en daarover gerelateerd: (Voetnoot 36)

Ik herken op de beelden de [adres 4] . Ik zag dat er een man het beeld in liep. Ik kan deze man als volgt omschrijven:

- ongeveer 1.80-1.90 meter lang gezien zijn lengte ten opzichte van de geparkeerde

[merk 2] ;

- slank postuur;

- donker petje;

- iets voor zijn gezicht, een lichtgekleurde doek of een lichtgekleurd masker op;

- donker gekleurde jas of trui;

- donkere broek;

- zwarte schoenen.

Ik zag dat deze man naar een parkeerde auto liep, een [merk 2] . Ik zag dat de man tegen de auto aanleunde, en steeds stilhield langs de auto. Ik zag dat deze man de [merk 2] bekraste.

Hierna liep de man weg van de auto dit duurde een minuut en diezelfde man kwam een minuut later weer in beeld.

Ik zag dat hij met versnelde pas naar dezelfde [merk 2] liep en in snel tempo bukte bij alle vier de autobanden. Ik zag dat deze man iets in zijn hand had. Ik zag dat er enkele malen een lampje ging branden bij dit voorwerp. De man drukte dit voorwerp tegen de autobanden van de [merk 2] .

Na alle vier de autobanden te hebben gehad, stopte man iets weg in zijn jaszak.

Hierna liep de man rond deze [merk 2] en sloeg met zijn een voorwerp in zijn

rechterhand alle ramen van de [merk 2] in. De klappen tegen de ramen en het glas gerinkel waren goed hoorbaar.

Verbalisant [naam 2] bekeek de camerabeelden van de vernielingen van de auto’s van [slachtoffer 2] op 28 april 2024, 19 mei 2024, 2 juli 2024 en 26 juli 2024 en relateerde daarover: (Voetnoot 37)

Ik zag dat de man op de beelden die de vernielingen pleegde steeds hetzelfde

signalement had, te weten:

- blank

- gemiddelde lengte, 1.80-1.90 meter lang

- slank postuur

- donker gekleed

- donkerkleurig petje dragend

- opvallende sneakers, die overeenkwamen met de Nike Air Max schoenen, die verdachte droeg bij zijn aanhouding op 2 augustus 2024.

Op 2 augustus 2024 werd in de auto van de verdachte een zwarte pet, een rubberen masker en een bankpas op naam van [slachtoffer 2] aangetroffen. (Voetnoot 38) Verbalisant [naam 2] relateerde over de camerabeelden van de vernielingen van de auto’s van [slachtoffer 2] het volgende: (Voetnoot 39)

Op de beelden van verschillende vernielingen van de auto's van [slachtoffer 2] droeg de dader elke keer een donkerkleurig baseball petje.

Op 2 augustus 2024 werd de mobiele telefoon van de verdachte inbeslaggenomen. (Voetnoot 40) Hierin staat een chatgesprek dat plaatsvond tussen [verdachte] met telefoonnummer [nummer 3] en een contact genaamd [naam 9] :  (Voetnoot 41)

15 maart 2024

[verdachte] : Maat kun je zien laatste tracker

[verdachte] : adres

[naam 9] : Centerparcs Peelheideweg 25, America.

22 maart 2024 [verdachte] : Maak bel me effe nr 6 [slachtoffer 2] gisteravond eronder gedaan staat al 2 uur stil en ik weet dat ze nu op werk is ergens anders.

M: ik ga dat ding na het weekend als ik terug ben weg halen

M: je bent er hele tijd mee bezig

S: ja beter want je moet haar loslaten

M: en kijken

M: ja klopt want nu zit ik me druk te maken wat ze aan doen is

M: maar haar auto staat sinds gisteravond stil

M: dus ze is opgehaald

14 juni 2024

[verdachte] stuurt een foto van een bruinkleurige personenauto naar [naam 9] (opmerking rechtbank: dit is de rode [merk 2] van [slachtoffer 2] )

[naam 9] : wat is dat voor frikandel

[verdachte] : mijn ex heeft sinds paar dagen nieuwe auto wat zou er met de [merk 3] gebeurt zijn? ze gaat er niet echt op voorruit

(opmerking rechtbank: [slachtoffer 2] had op 10 juni 2024 een [merk 2] gekocht nadat haar [merk 3] op 19 mei 2024 total loss was door het ijzerslijpsel in de motor.)

De verdachte heeft bij de politie verklaard:

In zijn verhoor van 2 augustus 2024:  (Voetnoot 42)

V: Op welk telefoonnummer kunnen wij jou bereiken?

A: [nummer 3] .

V: En van welk emailadres?

A: [nummer 3] .

In zijn verhoor van 24 oktober 2024:  (Voetnoot 43)

O: Op die 10 april 2024, omstreeks 19:40 uur, belde jij [slachtoffer 2] haar gsm-nummer

vanuit de [bedrijf 1] , middels hun telefoontoestel.

V: Waarom belde jij [slachtoffer 2] vanuit de [bedrijf 1] met hun telefoontoestel?

A: Ja, dat klopt. Dat was omdat de politie mij toen had gebeld. Daarom reed ik toen

naar haar toe. Ik had aangebeld, en ze had mijn gsm geblokkeerd. Daarom belde ik haar via de [bedrijf 1] .

O: Diezelfde dag 10 april 2024 in de avond, om 21:30 uur, wilde jij het balkon van

[slachtoffer 2] opklimmen.

V: Waarom deed je dat?

A: Ik wilde niet het balkon opklimmen, ik ben op de verhoging van de onderbuurman

gaan staan.

0: In de gsm van [slachtoffer 2] zag de politie dat er op 11 april 2024, een WhatsApp

bericht was binnengekomen tussen [slachtoffer 2] haar gsm nummer en een ander gsm-nummer te weten [nummer 4] .

V: Waarom stuurde jij haar dit bericht?

A: Omdat in de relatie met haar, ben ik mezelf... Ik ben tijdens de relatie vaker in

de sorry modus gekomen.

O: Op 16 juni 2024, om 15:39 uur, waren er beelden dat jij in jouw auto, de zilveren

CMC, met kenteken [kenteken 4] , aan de achterzijde van de woning van [slachtoffer 2] stond.

Je hing uit het raam en riep meerdere dingen naar [slachtoffer 2] .

V: Wat deed jij daar?

A: Toen was ik daar heen gereden, omdat haar moeder mij een bericht had gestuurd

waarin ze me uitschold.

De verdachte heeft ter terechtzitting van 22 juli 2026 onder meer verklaard: (Voetnoot 44)

Het klopt dat ik na het verbreken van de relatie op 12 maart 2024 tot en met 2 augustus 2024 heb geprobeerd met [slachtoffer 2] in contact te komen. Het klopt dat ik haar berichten, e-mails en kaarten heb gestuurd. Ik heb [slachtoffer 2] in die periode ook wel eens een bericht gestuurd met een ander nummer. Ik ben ook vaker bij haar woning in Waalre aan de deur geweest. Ook op 29 maart 2024. Het klopt dat ik op 10 april 2024 ook naar het huis van [slachtoffer 2] ben gereden. Ik heb aangebeld maar zij deed niet open. Ik ben toen naar de [bedrijf 1] gereden in Aalst. Ik heb bij de [bedrijf 1] gevraagd of kon bellen. Ik heb vervolgens [slachtoffer 2] gebeld. Het klopt dat ik een tracker onder de auto van [slachtoffer 2] heb bevestigd. De man die op 30 april 2024 op de beelden van de Albert Hein te zien is, die onder de auto van [slachtoffer 2] ligt, dat was ik. Ik heb toen die tracker er onder uit gehaald. Ik heb ook de noodles, muisjes en zandloper op het balkon van [slachtoffer 2] gegooid.

Diefstal post

[slachtoffer 2] , woonachtig aan de [adres 4] te Waalre, deed aangifte van diefstal van haar post en verklaarde: (Voetnoot 45)

Op 30 juli 2024 omstreeks 08:30 uur, keek ik in mijn brievenbus. Ik had geen post. Hierna ging ik op vakantie. Op vakantie zag ik op de PostNL app dat ik drie poststukken had ontvangen op 30 juli 2024. Dit waren:- een brief vermoedelijk van het CJIB- een geboortekaartje, ik wist dit vanwege de postzegel met een ooievaar erop- mijn nieuwe Rabobank bankpas.

Op 2 augustus 2024 werd ik telefonisch geïnformeerd door een vriendin van mij dat zij op 30 juli 2024, tegen middernacht, een WhatsApp bericht had ontvangen van [verdachte] . In dit bericht feliciteerde hij haar met de geboorte van haar dochter. [verdachte] kende deze vriendin alleen via mij. Na mijn telefoongesprek nam ik meteen contact op met een buurvrouw van mij in Waalre. Ik liet haar mijn brievenbus nakijken. De drie poststukken, de Rabobankpas, het geboortekaartje en de brief van vermoedelijk het CJIB, trof ze niet aan.

De verdachte heeft bij de politie verklaard: (Voetnoot 46)

Het klopt dat ik een bankpas, een geboortekaartje en een brief van het CJIB die [slachtoffer 2] op 30 juli 2024 had ontvangen uit haar brievenbus heb gepakt. Ik wilde contact met haar krijgen.

Identiteitsfraude

[slachtoffer 2] deed aangifte en verklaarde: (Voetnoot 47)

Op 18 mei 2024, ontving ik drie brieven waarin drie verkeersboetes zichtbaar waren met mijn voertuig, voorzien van kenteken [kenteken 1] . Dit betreft een zwarte [merk 3] op mijn naam. Op 19 mei 2024, logde ik met mijn DigiD gegevens in en zag ik dat er nog zes verkeersboetes gereden waren met mijn voertuig. Ik was op vakantie van 7 mei 2024 tot en met 19 mei 2024.

Tussen donderdag 9 mei 2024 en vrijdag 17 mei 2024 ontving ik 9 verkeersboetes. Dit betroffen onderstaande boetes:- verkeersboete 1: op 9 mei 2024, € 351 ter hoogte van N612 Stipdonk 82.8;- verkeersboete 2: op 9 mei 2024, € 300 ter hoogte van N270 Europaweg kruising Hortsedijk;- verkeersboete 3: op 9 mei 2024, € 78 ter hoogte van Piuslaan Eindhoven;- verkeersboete 4: op 10 mei 2024, € 369 ter hoogte N612 Stipdonk 82.8- verkeersboete 5: op 15 mei 2024, € 317 ter hoogte N612 Stipdonk 82.8- verkeersboete 6: op 15 mei 2024, € 309 Kanaaldijkzuid Helmond- verkeersboete 7: op 17 mei 2024 € 390 ter hoogte N612 Stipdonk 82.8- verkeersboete 8: op 17 mei 2024, € 166 Heeklaan Helmond- verkeersboete 9: op 17 mei 2024, € 309 Hugo van der Goeslaan EindhovenMijn kentekenplaten, zowel aan de voor- als achterzijde van mijn voertuig hebben een duplicaatcode 1. Deze duplicaatcode was al zichtbaar op de kentekenplaten voor deze in mijn bezit kwamen. Ik zag dat bij de eerste vier gekregen verkeersboetes, zichtbaar was op foto dat mijn kenteken niet in het bezit was van deze duplicaatcode. Hierdoor was dus zichtbaar dat het niet mijn voertuig was die deze boetes reed. Ik zag dat de laatste vijf verkeersboetes wel zichtbaar op foto waren dat hier een duplicaatcode had. Op foto's is wel zichtbaar dat de verkeersboetes gereden worden met een zwarte [merk 3] .

Ik zag dat op alle 9 verkeersboetes een foto werd toegevoegd waarop zowel een kenteken, gelijkend op het kenteken in mijn bezit, als een gedeelte van een voertuig, met hierop zichtbare velgen te zien waren. Ik zag dat deze velgen niet overeenkwamen met mijn velgen. Ik zag dat de velgen op de foto grijs/zilverkleurig waren. Mijn voertuig is voorzien van zwarte velgen.

Verbalisant [naam 3] relateerde over de historische verkeersgegevens van de telefoon van de verdachte(Voetnoot 48)

Door mij werden de historische gegevens van de telefoon van [verdachte] in de applicatie Digitale Communicatie Sporen (DCS) geladen. Door mij werd in DCS gekeken of de telefoon van [verdachte] gebruikt was op de onderstaande datums. [slachtoffer 2] had namelijk op deze dagen bekeuringen gekregen terwijl zij niet op de locaties was geweest waar de overtredingen waren gepleegd. Op het moment dat de telefoon gebruikt wordt maakt deze contact met een zendmast. In de historische gegevens van de telefoon is te zien van welke zendmast gebruik werd gemaakt.

9 mei 2024 om 10:02 uur: Verkeersboete € 351,- thv N612 Stipdonk 82.8 (Lierop)

Ik zag dat de telefoon van [verdachte] op 9 mei 2024 om 09.57.03 uur gebruikt had gemaakt van de zendmast gelegen aan de Busselseweg 72 te Asten.

9 mei 2024 om 10:07 uur: Verkeersboete € 300,- thv N270 Europaweg/Hortsedijk (Helmond)

Ik zag dat de telefoon van [verdachte] op 9 mei 2024 om 10.05.56 uur gebruikt had gemaakt van de zendmast gelegen aan het Wethouder van Deutekomplein te Helmond.

17 mei 24 om 17:30 uur: Verkeersboete € 390,- thv N612 Stipdonk 82.8 (Lierop)

Ik zag dat de telefoon van [verdachte] op 17 mei 2024 om 17.21.26 uur gebruikt had

gemaakt van de zendmast gelegen aan de Busselseweg 72 te Asten.

Zowel de Busselseweg 71 te Asten als het Wethouder van Deutekomplein te Helmond liggen in de nabijheid van de N612.

Verbalisant [naam 2] relateerde met betrekking tot een zwarte [merk 3] op naam van verdachte(Voetnoot 49)

Op 19 september 2024, ontving ik van een medewerker van het LIV (Landelijk Intelligence en expertisecentrum Voertuigcriminaliteit) een e-mail met daarin het antwoord op mijn vraag welke kentekens verdachte [verdachte] op naam had staan in 2024. En dan specifiek een zwarte [merk 3] .

Ik zag dat [verdachte] in die periode een zwarte [merk 3] in zijn bezit had gehad met kenteken, [kenteken 5] . Deze [merk 3] was het model 2009. Hij had deze in zijn bezit voor de periode: 7 mei 2024 tot en met 26 mei 2024, slechts 20 dagen op naam. De zwarte [merk 3] van [slachtoffer 2] had kenteken [kenteken 1] , en was modeljaar 2010,

hetzelfde type auto als de [merk 3] , met kenteken [kenteken 5] .

Precies in de periode dat de verkeersboetes met vals kenteken [kenteken 1] werden gereden had [verdachte] de beschikking over een zwarte [merk 3] . En deze auto had hij slechts 20 dagen op naam gehad.

Verbalisant [naam 2] relateerde over de [merk 3] met kenteken [kenteken 5](Voetnoot 50)

Op 4 oktober 2024 vroeg ik aan wijkagent [naam 10] of zij een foto wilde maken van de [merk 3] , met kenteken [kenteken 5] . Deze [merk 3] werd op 26 mei 2024 op naam gezet van een derde, wonende te Roggel. Dit adres valt in het verzorgingsgebied van wijkagent [naam 10] . Mijn verzoek werd doorgezet. Verbalisant [naam 11] maakte vervolgens een foto van de [merk 3] met kenteken [kenteken 5] . De auto komt volledig overeen met de foto welke er werd gemaakt van de [merk 3] waarmee de verkeersovertredingen werden gereden, met het valse kenteken [kenteken 1] . Dit betrof het kenteken van aangeefster [slachtoffer 2] .

Op de mobiele telefoon van de verdachte [verdachte] is een foto van het kenteken [kenteken 1] met duplicaatcode -1- aangetroffen. Die foto dateert van 15 mei 2024 om 10:55:57 uur. (Voetnoot 51)

De politie heeft de telefoon van de verdachte onderzocht. Daarin heeft de politie een bericht van verdachte d.d. 6 mei 2024 aangetroffen gericht aan een autobedrijf waarin hij aangeeft dat hij op zoek is naar een zwarte [merk 3] , model 2010. (Voetnoot 52)

Belaging [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1] deed aangifte en klacht (Voetnoot 53) en verklaarde volgt: (Voetnoot 54)

Op 27 april 2024 is mijn auto vernield. Mijn banden zijn lek gestoken, er is met een scherp voorwerp het woord ‘slet’ op de motorkap geschreven en de ramen zijn ingeslagen. Ik hoorde van mijn vriendin [slachtoffer 2] dat 40 minuten nadat mijn auto vernield was, ook haar auto vernield was. Haar autobanden waren toen lek gestoken. Bij haar auto lag nog glas van mijn ingeslagen ruiten. Na het bekijken van de camerabeelden herkende ik de persoon die mijn ruiten had ingeslagen als [verdachte] . Ik herkende hem aan zijn postuur en zijn loopje. Ik belde hem in de ochtend van 29 april 2024 op om hem te confronteren met het feit dat ik wist dat hij mijn auto had vernield.

Op 29 april 2024 omstreeks 12.45 uur, ontving ik een whatsapp bericht van [verdachte] . Ik zag dat hij het volgende bericht stuurde naar mij: 'Ik ben er klaar mee dat ik beschuldigd word van iets wat ik niet gedaan heb! Ik heb geen ruzie met jullie en ook niet met [slachtoffer 2] dus zou niet weten waarom ik iets zou doen bij jou of bij haar. En wat betreft je bedreiging na mij toe als er bij mij iets gebeurt of in de toekomst is het oorlog en geloof mij die ga je niet winnen dus denk goed na wat je doet.'

Op 29 april 2024 vierde ik mijn verjaardag op het adres [adres 8] in America, binnen de gemeente Horst aan de Maas. Hier woont mijn vriend [naam 12] . Op een gegeven moment zag mijn vriend voeten onder de poort van de tuin vandaan komen. Hierop zagen we dus dat iemand ons stond te bespieden. Mijn vriend liep hierop af en zag dat dit [verdachte] betrof.

[slachtoffer 2] bleef toen bij mij slapen. Dit omdat ze niet naar huis durfde, omdat [verdachte]

bij ons voor de deur had gestaan, zojuist. Vervolgens stuurde [verdachte] mijn vriend een berichtje met: 'Fijn dat [slachtoffer 2] blijft slapen, dan kan ze ook lekker wat drinken.' [slachtoffer 2] auto stond achter in onze garage. [verdachte] kon dus niet weten dat [slachtoffer 2] bij ons bleef slapen, of dat haar auto bij ons stond.

Een dag erna kwamen [slachtoffer 2] en ik erachter dat [verdachte] een tracker of iets van een

Airtag onder [slachtoffer 2] auto had geplakt. Dit hebben we zelf niet gezien. Een paar uur later ging het scenario door [slachtoffer 2] en mijn hoofd: 'Wat als hij nou ook

iets onder mijn auto heeft geplakt?' Daarom keek ik 's avonds onder mijn auto met

kenteken [kenteken 6] . Tot mijn grote verbazing zag ik dat er een Airtag vastgemaakt zat aan de onderkant van mijn personenauto. Ik zag dat de Airtag met een tie-wrap vastgemaakt zat.

Deze situatie geeft mij enorm veel stress. Sinds dat de liefdesrelatie uitging tussen

[slachtoffer 2] en [verdachte] , voel ik mij niet meer veilig. Ik vermoed dat [verdachte] denkt dat ik

een aanstichter ben geweest van de relatiebreuk tussen [verdachte] en [slachtoffer 2] . Dit omdat ik mijn zorgen geuit had over de relatie tussen hen. Zelf heb ik een 6-jarige zoon, die alles ook meekrijgt van de thuissituatie. Mijn zoon ziet ook dat wij allemaal stress hebben door deze situatie. Elke dag moet ik voortaan achterom kijken, over mijn schouder, omdat ik mij niet meer veilig voel. Ik durf niet meer thuis te slapen.

Verbalisant [naam 13] relateerde over de aangetroffen Airtag(Voetnoot 55)

Op 30 april 2024 werden wij, verbalisanten [naam 14] en [naam 13] , gestuurd naar de

[adres 8] te America. Aldaar zou melder [slachtoffer 1] een Airtag onder haar personenauto hebben aangetroffen. Ik [naam 13] zag dat personenauto van melder voorzien was van kenteken [kenteken 6] . Ik hoorde dat [slachtoffer 1] zei dat aan de achterzijde aan de onderzijde van de personenauto een Airtag zat. Ik keek aan de onderzijde van de personenauto aan zag dat aan de onderzijde aan de bijrijderszijde een witte Airtag zat. Ik zag dat deze bevestigd was met een zwarte tie-wrap.

De Airtag werd inbeslaggenomen. (Voetnoot 56)Er werd forensisch onderzoek verricht naar de biologische sporen aan de aangetroffen Airtag (SIN AARD7484NL). Deze werd vervolgens bemonsterd en er werd een spoor voorzien van SIN AART5392NL veiliggesteld. (Voetnoot 57)

Het TMFI (The Maastricht Forensic Institute) heeft het DNA-profiel van de verdachte vergeleken met de sporendrager met SIN AART5392NL afkomstig van de Airtag. Het spoor bevat een DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal twee donoren, van wie zeker één man. Uit dit mengprofiel is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard. De mogelijke donor van het celmateriaal betrof [verdachte](Voetnoot 58)

In een sfeer proces-verbaal opgemaakt rond de persoon van de verdachte is het volgende opgenomen:  (Voetnoot 59)

[slachtoffer 1] verklaart dat ze bij Karma Outdoor (opmerking rechtbank: dit vond volgens openbare bronnen plaats op 5 en 6 juli 2024) [verdachte] waren tegengekomen. [verdachte] zou contact hebben proberen te zoeken met haar. Zij had hier geen zin in en heeft hem min of meer weggestuurd. Kort daarna zou [slachtoffer 1] over iets gelachen hebben, wat gezien is door [verdachte] . [slachtoffer 1] zou een appje gekregen hebben van ‘Mister Karma”. [slachtoffer 1] vermoedt dat deze van [verdachte] afkomstig is. In het appje stond onder andere: “ik wilde geen drama, toch zorgde jij voor drama”. “Je hebt een trein in beweging gezet waar je spijt van gaat krijgen. het lachen zal je een der deze dagen snel vergaan, dat beloof ik jou” of woorden van gelijke strekking/betekenis.

Op de camerabeelden zagen [naam 12] en [slachtoffer 1] dat [verdachte] op maandag 8 juli omstreeks 00.15 uur langs is geweest en kennelijk op zoek is gegaan naar de auto van [slachtoffer 1] . Deze had zij uit zicht gezet.

[slachtoffer 1] , woonachtig aan de [adres 9] in Horst, deed opnieuw aangifte en klacht (Voetnoot 60) op 2 augustus 2024 en verklaarde als volgt: (Voetnoot 61)

Op 22 juli 2024 kwam ik met mijn vriend [naam 12] bij zijn woning aan de [adres 8] in America. Ik bekeek de camerabeelden en daarop zag ik dat [verdachte] in de nacht van 21 juli 2024 op 22 juli 2024 om 00.27 uur weer bij de woning [naam 12] was. Op de camerabeelden is te zien dat [verdachte] over de poort kijkt.

Op 25 juli 2024 omstreeks 10.30 uur zag ik op de camerabeelden dat [verdachte] aanbelt bij mijn overburen aan de [adres 9] . Op de camerabeelden is te zien dat er niemand opendoet. Wel is te zien dat mijn buurman van huisnummer [huisnummer 2] de straat in komt lopen. Op dat moment loopt [verdachte] ook in de straat. [verdachte] spreekt de buurman aan en vraagt of ik thuis ben of dat ik op vakantie ben. De buurman zegt dat ik bij mijn vriend in America ben, omdat ik bang ben. Op de camerabeelden [naam 12] is daarna te zien dat [verdachte] over de poort kijkt. Dit is ongeveer 10 minuten later, nadat hij bij mijn woning is geweest.

Op 1 augustus 2024, parkeerde ik mijn auto bewust achter de poort bij de woning [naam 12] . Op 2 augustus 2024 om 01.05 uur keek via mijn mobiele telefoon naar de camerabeelden. Op de camerabeelden zag ik dat [verdachte] weer over de poort van de woning [naam 12] keek. [verdachte] droeg zwarte kleding, een petje en een rugzak. Ook zag ik dat [verdachte] met zijn mobiele telefoon een foto maakte. Dat is te zien, omdat de flits van zijn mobiele telefoon oplicht.

Toen ik dit zag raakte ik volledig in paniek en was doodsbang. Ik dacht dat hij over

de poort zou klimmen en dat hij alles kort en klein zou gaan slaan. Wat is de reden

dat hij dit continu doet bij de woning [naam 12] en bij mijn woning. Ik vrees voor

het allerergste. Waar is [verdachte] toe in staat? Ik heb meteen 112 gebeld.

Getuige [naam 15] verklaarde onder meer als volgt:

Ik ben op de hoogte dat mijn buurvrouw [slachtoffer 1] , wonende aan de [adres 9] in [plaats] , wordt gestalkt. Op 25 juli 2024 was de man die haar stalkt ook hier in de [adres 9] bij haar woning en hij sprak mij toen dat hij een vriend van [slachtoffer 1] was. Hij vroeg mij of ik wist of ze thuis was. Later liet [slachtoffer 1] mij een foto zien waarop ik hem herkende.

Verbalisanten relateren dat zij op 2 augustus 2024 om 01.10 uur de melding kregen dat [slachtoffer 1] op de camerabeelden van de woning aan de [adres 8] in America zag dat [verdachte] voor de poort stond. De verdachte zou zich verplaatsen in een grijze pick-up truck. Om 01.20 uur zagen verbalisanten een grijze pick-up truck waarvan het kenteken op naam stond van [verdachte] rijden op de N277 in de richting van Weert, en hielden deze auto vervolgens staande. De bestuurder bleek [verdachte] te zijn. Zij zagen dat [verdachte] gekleed was in een zwarte lange broek met meerdere zakken, een zwarte trui met capuchon en zwarte schoenen. De verdachte [verdachte] werd vervolgens aangehouden(Voetnoot 62) Na zijn aanhouding zijn foto’s gemaakt van de verdachte. (Voetnoot 63)

Verbalisant [naam 16] heeft de camerabeelden van 2 augustus 2024 van de [adres 8] te America bekeken. Verbalisant heeft onder meer het navolgende waargenomen en gerelateerd: (Voetnoot 64)

Video – begint 00.59.05 en 01.01.10 AM

Om 00.59.05 uur zie ik vanuit de linkerzijde van het beeld dat er een persoon vanuit

de richting van de [adres 10] rechtstreeks en zonder ogenschijnlijke twijfel

in de richting van de tuinpoort onder in het beeld loopt. Ik zie dat deze persoon een

voorwerp (vermoedelijk een smartphone) in zijn rechterhand vasthoudt. Ik zie dat de

persoon dit voorwerp omhoog houdt en tussen de tralies van de tuinpoort in de

richting van de achtertuin wijst. Ik zie vervolgens dat de persoon met zijn hand iets

op het voorwerp doet en er hierop volgend twee korte felle witte lichtflitsen vanaf

het voorwerp komen in de richting van de achtertuin. Het lijkt hierbij alsof de

persoon een foto maakt van de achter de tuinpoort gelegen omgeving. Ik zie vervolgens dat de persoon wegloopt. Ik zie dat de persoon vervolgens aan de linkerzijde de weg oversteekt en wegloopt in de richting van de parkeervakken aan de [adres 10] waar hij vervolgens uit beeld verdwijnt. Om 01.00.37 uur zie ik dat linksboven in beeld, ter hoogte van de parkeervakken aan de [adres 10] , en tevens de precieze richting waar de persoon heen liep, twee witte koplampen en twee rode achterlichten van een personenauto aan gaan.

Ik kan de persoon op de beelden als volgt omschrijven:

- blank;

- lengte circa 185 cm;

- zwarte schoenen met witte zolen;

- zwarte workerbroek met opvallend lichtkleurig reflecterend driehoekje aan zijkant

van de broek op kniehoogte;

- zwarte hoodie met capuchon over het hoofd;

- zwarte pet;

- zwarte rugzak.

Verbalisant [naam 16] heeft vervolgens de verdachte in zijn ophoudcel bezocht en heeft de kleding die hij ten tijde van zijn aanhouding aanhad vergeleken met de bekeken en beschreven camerabeelden. Verbalisant heeft vastgesteld dat het signalement en de kleding op de camerabeelden volledig overeenkwam met de aangehouden verdachte [verdachte](Voetnoot 65)

Na zijn aanhouding op 2 augustus 2024 werd het voertuig van de verdachte inbeslaggenomen en doorzocht. In de auto werd onder meer aangetroffen: een zwarte pet, een Apple Airtag, een rubberen masker en een Rabobank pinpas van [slachtoffer 2](Voetnoot 66)

3.3.1

Overwegingen van de rechtbank

[slachtoffer 2]

Op basis van de hiervoor opgesomde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte, nadat [slachtoffer 2] de relatie met hem op 12 maart 2024 heeft beëindigd, op diverse manieren contact is blijven zoeken met haar, ook al was het hem duidelijk dat zij daar geen prijs op stelde. Als ze hem blokkeerde probeerde hij haar te bereiken via andere telefoonnummers. Het gedrag van de verdachte had daarnaast een veel indringendere dimensie dan het alleen ongewenst bellen, appen of mailen. De verdachte heeft een tracker onder de auto van [slachtoffer 2] geplaatst en was daardoor op de hoogte van haar komen en gaan. Hij hield zich vaak in de buurt van de woning van [slachtoffer 2] op, ook in de late avond en de nachtelijke uren, hij belde aan of probeerde op haar balkon te klimmen. Hij liet spullen achter op haar balkon, stopte dingen in haar brievenbus of haalde haar post er juist uit. Dit alles om duidelijk te laten merken dat hij daar was of was geweest.

De rechtbank acht ook bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde vernielingen aan de auto’s van [slachtoffer 2] heeft gepleegd. De eerste vernieling dateert van 13 maart 2024 en is gepleegd net nadat de relatie is verbroken. Volgens aangeefster past dit in het patroon dat zij eerder heeft meegemaakt nadat ze de relatie had verbroken. Verbalisant [naam 2] constateert dat de persoon die op de beelden van de vernielingen van 28 april, 19 mei, 2 juli en 26 juli 2024 te zien is, steeds hetzelfde signalement heeft. Dit signalement komt overeen met dat van de verdachte, getuige de foto’s die van de verdachte zijn genomen na zijn aanhouding op 2 augustus 2024. Deze persoon draagt opvallende sneakers, die overeenkomen met de sneakers die de verdachte droeg ten tijde van zijn aanhouding op 2 augustus 2024. Verbalisant [naam 1] relateert dat de man die op beelden van de vernieling van 28 april 2024 te zien is, hetzelfde loopje, houding en postuur had als de man op eerdere beelden waarop zij [verdachte] herkende. Naast deze herkenningen geeft ook ander bewijs steun aan de conclusie dat de verdachte deze vernielingen heeft gepleegd. Op 28 april 2024 was de telefoon van de verdachte (die zelf in Weert woont) in de buurt van de plaats delict te Waalre. Op 19 mei 2024 draagt de persoon op de beelden dezelfde kleding als de verdachte op een festival die dag en treft de politie de verdachte ten tijde van de vernieling aan in de buurt. De politie beschrijft dat de persoon die op de beelden van 26 juli 2024 te zien is een lichtgekleurde doek of een lichtgekleurd masker voor zijn gezicht heeft. In de auto van de verdachte is op 2 augustus 2024 een lichtgekleurd rubberen masker aangetroffen. Toen de politie op 26 juli 2024 om 4.25 uur (zijnde ongeveer een uur na de vernieling) de auto van de verdachte bij zijn woning in Weert aantrof voelde deze nog warm aan. Voorts blijkt uit de beschrijving van de beelden van de vernieling van 19 april 2024 dat het niet om willekeurig vandalisme gaat, maar dat de bestuurder van de auto die op de beelden te zien is bewust de auto van [slachtoffer 2] eruit pikt en vervolgens meermalen tegen die auto aanrijdt. In het licht van de overige bewijsmiddelen, waarbij [slachtoffer 2] op allerlei manieren voortdurend slachtoffer is van het handelen van de verdachte, kan het niet anders dan dat de verdachte ook voor deze vernieling verantwoordelijk is.

Door te handelen zoals bewezen is verklaard heeft de verdachte in een periode van ongeveer 5 maanden stelselmatig en op indringende en zeer belastende wijze inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 2] . Hij heeft haar daardoor angst aangejaagd en haar gevoel van veiligheid ernstig aangetast. De raadsman heeft aangevoerd dat, nu er geen stopgesprek heeft plaatsgevonden en al het contact volgens hem wederkerig was, er geen sprake kan zijn van wederrechtelijkheid. De rechtbank volgt de raadsman daar niet in. Uit de bewijsmiddelen blijkt immers dat de verdachte heel goed wist dat [slachtoffer 2] geen contact meer met hem wilde. Daaruit blijkt ook dat absoluut geen sprake was van wederkerig contact. [slachtoffer 2] reageerde niet op de vele e-mails en appjes die zij van de verdachte kreeg, als bleek dat zij de verdachte aan de telefoon had, hing zij snel op en als de verdachte bij haar naar binnen wilde, liet ze dat niet toe. De enkele keren dat [slachtoffer 2] wel op de verdachte reageerde of met hem (aan de telefoon) bleef praten, kwamen allemaal voort uit angst. En uit onder meer de kaart die de verdachte op 10 juni 2024 naar [slachtoffer 2] heeft gestuurd, blijkt ook dat de verdachte heel goed wist dat zij bang voor hem was.

Alles overwegende acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de rechtbank de feiten 2 (belaging) en 4 (vernieling van een auto op 28 juli 2024) in de zaak met parketnummer 03.249319.24 bewezen acht. Dit geldt ook voor de diefstal van de drie poststukken op 30 juli 2024 (feit 3 in de zaak met parketnummer 03.249319.24).

Met betrekking tot de onder parketnummer 03.184500.26 tenlastegelegde identiteitsfraude overweegt de rechtbank als volgt.

Uit het dossier blijkt dat [slachtoffer 2] in de periode van 9 mei 2024 tot en met 17 mei 2024 negen verkeersboetes heeft ontvangen. Op de foto’s van deze bekeuringen is een zwarte [merk 3] met lichte velgen te zien. De [merk 3] van [slachtoffer 2] was voorzien van zwarte velgen. De verdachte is in de daaraan voorafgaande periode actief op zoek gegaan naar een vergelijkbare zwarte [merk 3] als die van [slachtoffer 2] . Die heeft hij gevonden. De verdachte had deze in de periode waarin de bekeuringen gereden zijn op zijn naam staan. Deze auto had lichte velgen. Op de flitsfoto’s van het CJIB van de eerste vier verkeersboetes (daterend van 9 mei 2024 en 10 mei 2024) is geen duplicaatcode op de kentekenplaat zichtbaar. Het kenteken van de auto van [slachtoffer 2] is wel voorzien van duplicaatcode -1-. De politie heeft op de mobiele telefoon van de verdachte een foto van het kenteken van [slachtoffer 2] met duplicaatcode -1- aangetroffen. Die foto is op 15 mei 2024 gemaakt. Op de flitsfoto’s van de verkeersboetes die dateren vanaf 15 mei 2024 is wel duplicaatcode -1- op de kentekenplaat zichtbaar. Voorts straalde de mobiele telefoon van de verdachte ten tijde van drie verkeersboetes zendmasten aan in de buurt van de locatie waar deze verkeersboetes waren gereden.

De rechtbank acht gelet op alle bewijsmiddelen en in het bijzonder de bewijsmiddelen inzake de belaging van [slachtoffer 2] , in onderling verband en samenhang bezien, eveneens bewezen dat de verdachte diegene is geweest die de kentekenplaat van [slachtoffer 2] heeft nagemaakt, die kentekenplaat op een soortgelijke auto als die van [slachtoffer 2] heeft geplaatst en daarmee vervolgens verkeersboetes heeft gereden.

[slachtoffer 1]

Met betrekking tot de belaging van [slachtoffer 1] overweegt de rechtbank het volgende. (feit 1 in de zaak met parketnummer 03.249319.24).

Nadat [slachtoffer 2] de relatie met de verdachte verbroken had, is hij zich ook onheus gaan opstellen tegen [slachtoffer 1] .

De rechtbank stelt vast dat de Airtag die op 30 april 2024 onder de auto van [slachtoffer 1] is aangetroffen aldaar door de verdachte is geplaatst. Verdachtes DNA is op deze Airtag aangetroffen en voorts heeft hij in diezelfde periode onder vergelijkbare omstandigheden een Airtag onder de auto van [slachtoffer 2] geplaatst. De verdachte heeft ter terechtzitting aangevoerd dat er een plausibele verklaring kan worden gegeven voor de aanwezigheid van zijn DNA op de Airtag. De partner van [slachtoffer 1] zou aan de verdachte een Airtag hebben gevraagd omdat hij [slachtoffer 1] niet vertrouwde. De rechtbank acht deze verklaring tegen de achtergrond van het dossier volstrekt ongeloofwaardig. Voorts past deze verklaring niet bij het feit dat op de Airtag enkel één DNA-hoofdprofiel is aangetroffen, welk DNA-hoofdprofiel overeenkomt met dat van de verdachte. Het behoeft geen uitleg dat het voor [slachtoffer 1] heel beangstigend is geweest om te ontdekken dat er een Airtag onder haar auto was geplaatst en dat al haar bewegingen met de auto dus nauwlettend in de gaten zijn gehouden.

Voorts heeft de verdachte zich met name in de maand juli 2024 meermalen opgehouden rond de woning van [slachtoffer 1] en/of die van haar vriend [naam 12] . Deels was dit in de nachtelijke uren. Over zijn aanwezigheid op 2 augustus 2024 bij de woning van de vriend van [slachtoffer 1] heeft de verdachte verklaard dat hij geen foto van de auto van [slachtoffer 1] maakte, maar enkel met de zaklamp van zijn telefoon op de woning scheen om te kijken of iemand thuis was. Hij wilde namelijk praten. Los van het gegeven dat 01:00 uur in de nacht een zeer ongepast tijdstip is om onaangekondigd bij iemand langs te gaan, acht de rechtbank ook overigens de verklaring van de verdachte ongeloofwaardig. De verdachte had – op dat tijdstip – door de enkele vaststelling dat er geen licht brandt gemakkelijk kunnen constateren dat er niemand aanwezig was.

De verdachte heeft door aldus te handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] en zich schuldig gemaakt aan belaging. Deze belaging van [slachtoffer 1] kan niet losgezien worden van de belaging van [slachtoffer 2] . Zij zijn vriendinnen van elkaar, hebben allebei op een onaangename manier te maken met de verdachte en van beiden is hun auto vernield. Hoewel het aantal contactmomenten met [slachtoffer 1] veel minder is dan die met [slachtoffer 2] is de impact hiervan groot geweest. Het aantreffen van de Airtag werd gevolgd door een aantal intimiderende berichten met de strekking ‘als je oorlog wil kun je het krijgen’ en ‘het lachen zal je nog vergaan’ waarvan de intimiderende strekking telkens versterkt werd door het zich in de nachtelijke uren rond de woning ophouden en over de poort kijken.

Conclusie

De rechtbank acht aldus alle tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

In de zaak met parketnummer 03.249319.24

feit 1

in de periode van 12 maart 2024 tot en met 2 augustus 2024 te America en/of Horst , gemeente Horst aan de Maas, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op een anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door

- die [slachtoffer 1] (intimiderende) berichten te sturen en

- een Apple Airtag onder de auto van die [slachtoffer 1] te bevestigen en

- zich meermalen op te houden bij/rondom de woning van die [slachtoffer 1] en (hierbij) over de poort te kijken en/of over/door de poort een foto te maken van het voertuig van die [slachtoffer 1] , met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

feit 2

in de periode van 12 maart 2024 tot en met 2 augustus 2024 te Weert en/of Waalre en/of Aalst, gemeente Waalre, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op een anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 2] , door

- veelvuldig contact te zoeken met die [slachtoffer 2] door die [slachtoffer 2] te bellen en (spraak)berichten en emailberichten en poststukken te sturen en

- zich meermalen op te houden bij/rondom de woning van die [slachtoffer 2] en (hierbij) op het balkon te klimmen en

- een tracker onder de auto van die [slachtoffer 2] te bevestigen en

- verschillende spullen (te weten noodles en muisjes en een zandloper) achter te laten op het balkon van die [slachtoffer 2] en

- meermalen een personenauto van die [slachtoffer 2] te vernielen,

met het oogmerk die [slachtoffer 2] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

feit 3

in de periode van 30 juli 2024 tot en met 2 augustus 2024 te Waalre,

- een bankpas en

- een geboortekaartje, en

- een brief van het CJIB,

toebehorende aan [slachtoffer 2] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

feit 4

in de periode van 25 juli 2024 tot en met 26 juli 2024 te Waalre en/of Aalst, gemeente Waalre, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het [merk 2] , toebehorende aan [slachtoffer 2] , heeft vernield.

In de zaak met parketnummer 03.184500.26

in de periode van 9 mei 2024 tot en mei 17 mei 2024 te Lierop en/of Eindhoven en/of Helmond opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander, te weten de cijfer-letter combinatie van de kentekenplaat op naam van [slachtoffer 2] , heeft gebruikt door met (gedupliceerde) kentekenplaten voorzien van deze cijfer-lettercombinatie verkeersovertredingen te plegen,

met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en de identiteit van de ander te misbruiken, waardoor enig nadeel kon ontstaan.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4
De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

In de zaak met parketnummer 03.249319.24

feit 1 en feit 2: belaging;

feit 3: diefstal;

feit 4: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

In de zaak met parketnummer 03.184500.26

opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om de identiteit van een ander te verhelen en de identiteit van een ander te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5
De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6
De straf en/of de maatregel
6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en ambulante behandeling. Daarnaast vordert hij de oplegging van een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid ex artikel 38v Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) inhoudende een contactverbod met de slachtoffers en een locatieverbod voor de duur van 5 jaren, waarbij per keer dat dit contact- en/of locatieverbod wordt overtreden de verdachte twee weken hechtenis dient te ondergaan met een maximum van 6 maanden.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht te volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest. Wat de raadsman betreft kan hierbij eventueel nog een voorwaardelijke gevangenisstraf met een contactverbod zoals geadviseerd door de reclassering n een taakstraf worden opgelegd. De raadsman heeft verder verzocht het door de reclassering geadviseerde locatieverbod te beperken.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Op 12 maart 2024 heeft [slachtoffer 2] de relatie met de verdachte verbroken. De verdachte wist dat [slachtoffer 2] geen contact meer met hem wilde, maar trok zich hier niets van aan. Hij bleef contact zoeken en zette steeds zijn eigen behoeftes voorop. Het bleef echter niet bij het ongewenst zoeken van contact. Gedurende ongeveer 5 maanden heeft hij [slachtoffer 2] op een ernstige en indringende wijze belaagd. Aan deze belaging (en die van [slachtoffer 1] ) is pas een eind gekomen door de aanhouding van de verdachte. Het gedrag van de verdachte richting [slachtoffer 2] was ronduit intimiderend en beangstigend. Hij heeft een Airtag onder haar auto gehangen en wist daardoor waar ze was, verscheen meermaals (in de nacht) bij haar woning, belde aan of riep dat zij de deur moest openen en probeerde op haar balkon te klimmen. Deze belaging ging voorts gepaard met een aanzienlijk aantal vernielingen van haar auto’s. Deze vernielingen varieerden van het inslaan van ruiten, het lek steken van banden tot het vervuilen van de motorolie met ijzerslijpsel met een onherstelbare motor tot gevolg. De verdachte heeft voorts met valse kentekenplaten boetes van in totaal € 2.589,- gereden op naam van [slachtoffer 2] . Uit de bewezenverklaring volgt dat het opzet van de verdachte gericht was op het zoveel mogelijk ‘raken’ van [slachtoffer 2] . Terwijl hij in de mails schreef dat hij haar nooit iets zou aandoen, was hij ondertussen bezig haar mentaal en financieel ten gronde te richten. Kennelijk was de verdachte niet in staat om de afwijzing die hij kennelijk ervoer op een andere manier te verwerken.

In dezelfde periode heeft de verdachte ook [slachtoffer 1] belaagd. [slachtoffer 1] gaf aan dat zij dit zag als wraak van de verdachte omdat [slachtoffer 1] in zijn ogen [slachtoffer 2] er toe had bewogen de relatie te beëindigen. Ook onder de auto van [slachtoffer 1] heeft verdachte een tracker geplaatst. Daar waar hij in de contacten met [slachtoffer 2] ogenschijnlijk zijn grote liefde voor haar betuigde, stuurde hij [slachtoffer 1] intimiderende berichten. Beide slachtoffers verklaren over de grote angst die dit gedrag van de verdachte bij hen veroorzaakt. Deze angst is ook vaker door de politie waargenomen. Dat deze angst objectief gerechtvaardigd werd bevonden, blijkt ook uit het gegeven dat zowel [slachtoffer 2] als [slachtoffer 1] een Aware-knop is verstrekt. Uit de aangiftes en de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaringen komt naar voren dat de verdachte een ernstige inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer heeft gemaakt en dat zij zich ernstig bedreigd en geïntimideerd voelden. Ook de minderjarige kinderen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] hebben hier behoorlijk nadeel van ondervonden.

De verdachte heeft ook op de zitting geen enkel inzicht in de ernst en het strafwaardige van zijn handelen laten zien. Volgens hem is [slachtoffer 2] iemand met een grote fantasie en stoken [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] elkaar op. De verdachte vindt ook dat hij onterecht als een boeman wordt neergezet en dacht dat het wel oké was om een tracker onder de auto van [slachtoffer 2] te plaatsen. Ook de verklaring van de verdachte dat hij de spullen op het balkon van [slachtoffer 2] alleen maar had willen teruggeven laat zien dat de verdachte geen enkele verantwoordelijkheid voor zijn kwalijke gedrag neemt. Het is namelijk volstrekt ongeloofwaardig dat de verdachte bijna vijf maanden na het eindigen van de relatie een geopend pak muisjes, een pak noodles en een zandloper op het balkon van [slachtoffer 2] gooit alleen maar met de bedoeling om deze spullen terug te geven.

Evenals de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat er, gelet op de ernst van de feiten die de verdachte heeft gepleegd, niet kan worden volstaan met een andere straf dan een gevangenisstraf.

Uit het reclasseringsadvies van 7 juli 2026 volgt dat er door de grotendeels ontkennende houding van de verdachte ten aanzien van de feiten beperkt zicht is verkregen op de achterliggende motieven, gedachten, gevoelens en omstandigheden die mogelijk een rol hebben gespeeld bij het ontstaan en het voortduren van het gedrag. In het lopende schorsingstoezicht werd eveneens geen zicht verkregen op mogelijke psychosociale problematiek. Gedurende het toezicht liet de verdachte zien dat hij zich aan afspraken conformeerde. Echter, doordat hij de feiten grotendeels ontkende, was het niet mogelijk om een nadere delictanalyse uit te voeren, delictverbanden vast te stellen en te werken aan gedragsverandering. Het toezicht richtte zich dan ook voornamelijk op controle (in beginsel middels elektronische monitoring en praktische zaken). Dit verliep naar behoren. Indien er een veroordeling volgt, acht de reclassering het van belang dat er middels diagnostiek meer zicht op het psychosociaal functioneren komt en indien geïndiceerd ook behandeling start. Gezien de nog altijd aanwezige risico's vindt de reclassering het van belang dat de contact- en locatie verboden voortgezet worden voor de veiligheid van de slachtoffers. De reclassering adviseert daarom een (deels) voorwaardelijke straf met daarbij als bijzondere voorwaarden: een meldplicht, ambulante behandeling, een contactverbod met [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] en [naam 12] en een locatieverbod voor [plaats] , America, Waalre en Aalst met uitzondering van de A2 en A67.

De verdachte heeft in het kader van de controle van het contact- en locatieverbod ongeveer 15 maanden lang een enkelband gedragen. Deze beperking in zijn bewegingsvrijheid zal de rechtbank meewegen bij het bepalen van de strafmaat. Gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten, zal zij het voorstel van de verdediging om het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf niet langer te laten zijn dan het voorarrest niet volgen. Alles afwegende, acht de rechtbank de door de officier gevorderde straf passend, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. Het voorwaardelijk strafdeel dient ertoe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Aan deze voorwaardelijke gevangenisstraf verbindt de rechtbank als bijzondere voorwaarden een contactverbod- en locatieverbod. De rechtbank ziet geen reden om het locatieverbod te beperken door niet het hele dorp op te nemen maar bijvoorbeeld alleen de straat zoals door de verdediging is verzocht. Een dergelijk ruimer locatieverbod beperkt de verdachte niet onnodig in zijn bewegingsvrijheid omdat hij geen objectief gerechtvaardigde reden heeft om in Waalre, Horst en America aanwezig te zijn. Met die ene vriend, die volgens de verdachte bij [slachtoffer 2] in de buurt woont en waarvan hij weigert de naam en het adres te noemen, moet hij dan maar elders afspreken. De rechtbank zal geen meldplicht en ambulante behandeling als bijzondere voorwaarden aan de verdachte opleggen, omdat het tijdens het langdurige schorsingstoezicht gelet op de ontkennende houding van de verdachte niet mogelijk gebleken was om aan een gedragsverandering te werken. De rechtbank ziet daarom op dit moment geen meerwaarde in het opleggen van deze voorwaarden.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan misdrijven die, gezien de ernst daarvan, een vrijheidsbeperkende maatregel rechtvaardigen. Om te waarborgen dat de verdachte in de nabije toekomst geen contact met [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] en haar partner [naam 12] zoekt en opnieuw strafbaar feiten jegens hen pleegt of zich belastend jegens hen gedraagt, zal de rechtbank aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht opleggen, namelijk een contactverbod- en locatieverbod. De vrijheidsbeperkende maatregel zal worden opgelegd voor de duur van 5 jaren. Voor iedere keer dat door de verdachte niet aan de maatregel wordt voldaan zal vervangende hechtenis worden toegepast voor de duur van 2 weken. De totale duur van de bij overtreding ten uitvoer te leggen vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste 6 maanden.

7
De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
7.1

De vorderingen van de benadeelde partijen

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert schadevergoeding tot een bedrag van € 8.087,69. Deze vordering is opgebouwd uit de navolgende posten:

eigen risico: € 385,-

kosten therapie: € 480,-

reiskosten: € 368,-

telefoonkosten: € 90,-

kosten videodeurbel en beveiliggingscamera’s: € 935,15

kosten slaapdoppen: € 115,-

camera en harde schijf: € 274,

toekomstige schade: € 2.000,-

immateriële schade: € 3.500,-

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert schadevergoeding tot een bedrag van € 14.067,77. Deze vordering is opgebouwd uit de navolgende posten:

eigen risico en eigen bijdrage: € 2.270,54

reiskosten: € 89,23

telefoonkosten: € 30,-

kosten vernielingen auto’s: € 4.500,-

kosten vakantiehuisje: € 178,-

toekomstige schade: € 2.000,-

immateriële schade: € 5.000,-

De benadeelde partijen hebben tevens verzocht om het toe te wijzen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 1] in de vordering voor zover die vordering ziet op toekomstige schade (h.). De overige materiële schadeposten (a. t/m g.) en de immateriële schade (i.) acht hij voldoende onderbouwd en toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie heeft eveneens geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 2] in de vordering voor zover die vordering ziet op toekomstige schade (f.). De overige materiële schadeposten (a. t/m e.) en de immateriële schade (g.) acht hij voldoende onderbouwd en toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft het eigen risico (a.), de kosten therapie (b.), reiskosten (c.) en telefoonkosten (d.). Hij heeft de niet-ontvankelijkheid bepleit van de kosten voor de videodeurbel en de beveiligingscamera’s (e.), de kosten voor de slaapdoppen (f.), de camera en de harde schijf (g.) en de toekomstige schade (h.). Voor wat betreft de immateriële schade (i.) heeft de raadsman primair de niet-ontvankelijkheid bepleit, subsidiair verzocht dat deel van de vordering af te wijzen en meer subsidiair om het toe te wijzen bedrag te matigen.

Voor wat betreft de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft de raadsman primair verzocht de kosten voor de vernielingen (d.) af te wijzen gelet op de bepleitte vrijspraak. Subsidiair heeft hij verzocht om de benadeelde in deze post niet-ontvankelijk verklaren. Verder heeft hij de niet-ontvankelijkheid bepleit van de toekomstige schade (f.). Ten aanzien van de immateriële schade (i.) heeft de raadsman primair de niet-ontvankelijkheid bepleit, subsidiair verzocht dat deel van de vordering af te wijzen en meer subsidiair om het toe te wijzen bedrag te matigen. De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van het eigen risico en eigen bijdrage (a.) reiskosten (b.), de telefoonkosten (c.) en de kosten voor het vakantiehuisje (e.).

7.4

Het oordeel van de rechtbank

De benadeelde partij [slachtoffer 1]

De rechtbank is voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] als gevolg van het bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank overweegt en oordeelt als volgt.

Materiële schade

De posten a., b., c. en d. zijn door de verdediging niet weersproken. De posten komen de rechtbank ook anderszins niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze als onbetwist zullen worden toegewezen.

De rechtbank is van oordeel dat er tussen het bewezenverklaarde en het aanschaffen van een videodeurbel en beveiligingscamera’s (e.), de slaapdoppen (f.) en de camera en harde schijf (g.) voldoende rechtstreeks verband bestaat en dat deze posten daarom voor vergoeding in aanmerking komen. Voornoemde kosten het rechtstreekse gevolg van de bewezen verklaarde belaging door de verdachte en zijn redelijkerwijs toe te rekenen aan de verdachte. De verdachte heeft immers de benadeelde partij gedurende een aantal maanden (in de nacht) belaagd, waardoor zij veel gevoelens van angst en onveiligheid heeft ervaren. Het plaatsen van een camera met toebehoren draagt in dit soort situaties bij aan een gevoel van rust en veiligheid en is daarmede tevens schadebeperkend. Dit geldt ook voor de slaapdoppen die maken dat iemand niet telkens van het kleinste geluid wakker schrikt.

Voor wat betreft de vordering tot vergoeding van de toekomstige schade (h.), zal de rechtbank nu onvoldoende vaststaat of en, zo ja, in welke omvang deze kosten zich zullen voordoen, de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren.

Immateriële schade

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De benadeelde partij heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat er sprake is van een aantasting van de persoon. Uit het onderzoek op de zitting en het dossier blijkt dat zij naar aanleiding van de belaging PTSS en een depressieve stoornis heeft opgelopen. Tot op heden ondervindt de benadeelde partij de gevolgen van de klachten die zijn ontstaan door de belaging, zoals ook blijkt uit haar slachtofferverklaring. De benadeelde partij komt dan ook in aanmerking voor vergoeding van immateriële schade. Gelet op de Rotterdamse schaal is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde vergoeding billijk is. De rechtbank wijst dit deel van de vordering van de benadeelde partij daarom geheel toe tot een bedrag van € 3.500,-.

Conclusie

De rechtbank komt aldus tot toewijzing van de schadevergoedingsvordering van [slachtoffer 1] tot een bedrag van € 6.087,69 bestaande uit € 2.587,69 aan materiële schade en € 3.500,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 augustus 2024.

De benadeelde partij [slachtoffer 2]

De rechtbank is voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] als gevolg van de bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank overweegt en oordeelt als volgt.

Materiële schade

De posten a. b., c. en e. zijn door de verdediging niet weersproken. De posten komen de rechtbank ook anderszins niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze als onbetwist zullen worden toegewezen.

De gevorderde kosten voor het eigen risico en de eigen bijdrage (a.) en de kosten voor de vernielingen van de auto’s van [slachtoffer 2] (d.) is naar het oordeel van de rechtbank schade die rechtstreeks uit de bewezenverklaarde feiten voortvloeit. Daarnaast is deze schade voldoende onderbouwd. De rechtbank zal deze posten daarom geheel toewijzen.

Voor wat betreft de vordering tot vergoeding van de toekomstige schade (f.), zal de rechtbank nu onvoldoende vaststaat of en, zo ja, in welke omvang deze kosten zich zullen voordoen, de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren.

Immateriële schade

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De benadeelde partij heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat er sprake is van een aantasting van de persoon. Uit het onderzoek op de zitting en het dossier blijkt dat zij naar aanleiding van de belaging PTSS heeft opgelopen, waarvoor ze gedurende een jaar een intensieve behandeling heeft gevolgd. Tot op heden ondervindt de benadeelde partij de gevolgen van de klachten die zijn ontstaan door de belaging, zoals ook blijkt uit haar slachtofferverklaring. De benadeelde partij komt dan ook in aanmerking voor vergoeding van immateriële schade. Gelet op de Rotterdamse schaal is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde vergoeding billijk is. De rechtbank wijst dit deel van de vordering van de benadeelde partij daarom geheel toe tot een bedrag van € 5.000-.

Conclusie

De rechtbank komt aldus tot toewijzing van de schadevergoedingsvordering van [slachtoffer 2] tot een bedrag van € 12.067,77, bestaande uit € 7.067,77 aan materiële schade en € 5.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 augustus 2024.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal ter zake de toegewezen schadeposten de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Sr op leggen.

8
De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 38v, 38w, 57, 231b, 285b, 310, 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9
De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

veroordeelt de verdachte voor tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

stelt de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:

dat de veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 1] ;

dat de veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] ;

dat de veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met [naam 12] ;

at de veroordeelde zich gedurende de proeftijd niet bevindt in de dorpen Horst , America, Waalre en Aalst, met uitzondering van de A2 en de A67. Het Openbaar Ministerie kan dit locatieverbod (deels) laten vervallen;

Vrijheidsbeperkende maatregel (contact- en gebiedsverbod)

- legt op aan de verdachte de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid en beveelt de verdachte dat hij zich voor de duur van 5 jaren:

onthoudt van – direct of indirect – contact met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 1] ;

onthoudt van – direct of indirect – contact met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] ;

onthoudt van – direct of indirect – contact met [naam 12] ;

niet ophoudt in de dorpen Horst , America, Waalre en Aalst met uitzondering van de A2 en de A67;

- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan, welke vervangende hechtenis ten hoogste 2 weken bedraagt voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft en waarbij op grond van artikel 38w lid 3 Sr van rechtswege geldt dat de totale duur van de ten uitvoer gelegde vervangende hechtenis ten hoogste zes maanden bedraagt;

Benadeelde partij [slachtoffer 1] (03.249319.24, feit 1) en schadevergoedingsmaatregel

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 6.087,69, bestaande uit € 2.587,69 aan materiële schade en € 3.500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 augustus 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;

bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor zover deze ziet op de meer gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk is en dat zij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 1] , van een bedrag van € 6.087,69, bestaande uit € 2.587,69 aan materiële schade en € 3.500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 augustus 2024;

bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 55 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;

Benadeelde partij [slachtoffer 2] (03.249319.24, feiten 2, 3 en 4 en 03.184500.26) en schadevergoedingsmaatregel

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 12.067,77, bestaande uit € 7.067,77 aan materiële schade en € 5.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 augustus 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;

bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor zover deze ziet op de meer gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk is en dat zij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 2] , van een bedrag van € 12.067,77, bestaande uit € 7.067,77 aan materiële schade en € 5.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 augustus 2024;

bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 85 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.S. Vijn, voorzitter, mr. M.J.A.G. van Baal en mr. drs. M.A.M. Pijnenburg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.H.M. Meisen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 5 augustus 2026.

Buiten staat

Mr. M.A.M Pijnenburg is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

Parketnummer 03.249319.24

1

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2024 tot en met 2 augustus 2024 te America en/of Horst , gemeente Horst aan de Maas, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig

opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op een anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door

- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, (intimiderende) berichten te sturen en/of

- een Apple Airtag, dan wel in ieder geval een tracker en/of plaatsbepalingsapparatuur op/onder/aan de auto van die [slachtoffer 1] te (laten) bevestigen en/of

- zich meermalen, althans eenmaal, op te houden bij/rondom de woning van die [slachtoffer 1] en (hierbij) over de poort te kijken en/of over/door de poort een of meer foto('s) te maken van het voertuig van die [slachtoffer 1] ,

met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2024 tot en met 9 augustus 2024 te Weert en/of Waalre en/of Aalst, gemeente Waalre, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op een anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 2] , door

- veelvuldig contact te zoeken met die [slachtoffer 2] door die [slachtoffer 2] te bellen en/of (spraak)berichten en/of emailberichten en/of poststukken te sturen en/of

- zich meermalen, althans eenmaal, op te houden bij/rondom de woning van die [slachtoffer 2] en (hierbij) op het balkon te klimmen en/of

- een tracker en/of plaatsbepalingsapparatuur op/onder/aan de auto van die [slachtoffer 2] te (laten) bevestigen en/of

- verschillende spullen (te weten noodles en/of muisjes en/of een zandloper) achter te laten op het balkon van die [slachtoffer 2] en/of

- meermalen, althans eenmaal, een personenauto van die [slachtoffer 2] te vernielen,

met het oogmerk die [slachtoffer 2] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

3.

hij in of omstreeks de periode van 30 juli 2024 tot en met 2 augustus 2024 te Waalre en/of Aalst, gemeente Waalre, althans in Nederland,

- een bankpas en/of

- een geboortekaartje, althans een poststuk en/of

- een brief van het CJIB, althans een poststuk,

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

4.

hij in of omstreeks de periode van 25 juli 2024 tot en met 26 juli 2024 te Waalre en/of Aalst, gemeente Waalre, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het [merk 2] , in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 2] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

In de zaak 03.184500.26

hij in of omstreeks de periode van 9 mei 2024 tot en mei 17 mei 2024 te Lierop en/of Eindhoven en/of Helmond, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander, te weten de cijfer-letter combinatie van de kentekenplaat op naam van [slachtoffer 2] , heeft gebruikt door met (gedupliceerde) kentekenplaten voorzien van deze cijfer-lettercombinatie verkeersovertredingen te plegen, met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en/of de identiteit van de ander te misbruiken, waardoor enig nadeel kon ontstaan.

Voetnoot

Voetnoot 1

Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2024071313, gesloten d.d. 10 april 2025, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 653.

Voetnoot 2

Stalking is de Engelstalige term die doorgaans wordt gebruikt en waarvan de portee duidelijk is. De Nederlandstalige juridische term is echter belaging.

Voetnoot 3

De feiten 2 en 4 in de zaak met parketnummer 03.249319.24.

Voetnoot 4

Feit 3 in de zaak met parketnummer 03.249319.24.

Voetnoot 5

Het feit in de zaak met parketnummer 03.184500.26.

Voetnoot 6

Feit 1 in de zaak met parketnummer 03.249319.24.

Voetnoot 7

Proces-verbaal van ontvangst klacht door hulpofficier van justitie d.d. 30 april 2014, pg. 291.

Voetnoot 8

Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 30 april 2024, pg. 284-288.

Voetnoot 9

Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 6 april 2024, pg. 516.

Voetnoot 10

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 juli 2024, pg. 333-334.

Voetnoot 11

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 juli 2024, opgemaakt onder nummer 2024091754-15, pg. 325.

Voetnoot 12

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 juli 2024, pg. 357.

Voetnoot 13

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 juli 2024, pg. 337.

Voetnoot 14

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juli 2024, pg. 416-418.

Voetnoot 15

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 juli 2024, pg. 340.

Voetnoot 16

Proces-verbaal verhoor getuige [naam 5] , d.d. 22 mei 2024, pg. 293.

Voetnoot 17

Proces-verbaal van bevindingen, pg. 312, met de daarbij als bijlage gevoegde fotobladen pg. 318-324

Voetnoot 18

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 juli 2024, pg. 327-328.

Voetnoot 19

Proces-verbaal van bevindingen, pg. 312, met de daarbij als bijlage gevoegde fotobladen pg. 318-324

Voetnoot 20

Proces-verbaal van bevindingen, met de daarbij als bijlage gevoegde fotobladen, pg. 344-348.

Voetnoot 21

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 juli 2024, pg. 367.

Voetnoot 22

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 oktober 2024, pg. 458-459.

Voetnoot 23

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 augustus 2024, pg. 392.

Voetnoot 24

Proces-verbaal van aangifte d.d. 16 november 2024, pg. 534-535.

Voetnoot 25

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 september 2024, pg. 400.

Voetnoot 26

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 november 2024, pg. 362-363.

Voetnoot 27

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 november 2024, pg. 539.

Voetnoot 28

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 september 2024, pg. 400.

Voetnoot 29

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 juli 2024, pg. 369.

Voetnoot 30

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 september 2024, pg. 400.

Voetnoot 31

Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 10 juli 2024, pg. 551-552.

Voetnoot 32

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 augustus 2024, pg 555-556.

Voetnoot 33

Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 26 juli 2024, pg. 569-570.

Voetnoot 34

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juli 2024, pg. 574.

Voetnoot 35

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juli 2024, pg. 577.

Voetnoot 36

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 augustus 2024, pg 584.

Voetnoot 37

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 november 2024, pg. 410.

Voetnoot 38

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 augustus 2024, pg. 156.

Voetnoot 39

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 november 2024, pg. 404.

Voetnoot 40

Een geschrift, te weten de kennisgeving van inbeslagneming d.d. 2 augustus 2024, pg. 225.

Voetnoot 41

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 augustus 2024, pg. 171-172.

Voetnoot 42

Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 2 augustus 2024, pg. 615-617.

Voetnoot 43

Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 24 oktober 2024, pg. 629-646.

Voetnoot 44

De verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2026.

Voetnoot 45

Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , d.d. 9 augustus 2024, pg. 506-507.

Voetnoot 46

Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 24 oktober 2024, pg. 638.

Voetnoot 47

Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 5 augustus 2024, pg. 468-469.

Voetnoot 48

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 oktober 2024, pg. 487.

Voetnoot 49

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 oktober 2024, pg. 490.

Voetnoot 50

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 oktober 2024, pg.492.

Voetnoot 51

Een geschrift, te weten de fotomap: 2024120363-7: Foto’s gsm van verdachte [verdachte] , pg. 501.

Voetnoot 52

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 november 2024, pg. 423.

Voetnoot 53

Proces-verbaal aanvullend verhoor aangeefster [slachtoffer 1] d.d. 3 juni 2024, pg. 79.

Voetnoot 54

Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] d.d. 7 mei 2024, pg. 53-55 met als bijlage gevoegd het fotoblad, pg. 73.

Voetnoot 55

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 mei 2024, pg. 124.

Voetnoot 56

Een geschrift, te weten de kennisgeving van inbeslagneming d.d. 1 mei 2024, pg. 126.

Voetnoot 57

Proces-verbaal vooronderzoek lab d.d.13 mei 2024, pg. 128-129.

Voetnoot 58

Deskundigenrapportages Forensisch DNA-onderzoek van The Maastricht Forensic Institute d.d. 14 mei 2024, pg. 130-132.

Voetnoot 59

Porces-verbaal van bevindingen d.d. 4 augustus 2024, pg. 47.

Voetnoot 60

Proces-verbaal ontvangst klacht door hulpofficier van justitie d.d. 2 augustus 2024, pg. 138.

Voetnoot 61

Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] d.d. 2 augustus 2024, pg. 134-236.

Voetnoot 62

Proces-verbaal van aanhouding verdachte, d.d. 26 juli 2026, pg. 601-602.

Voetnoot 63

Pg. 148-155.

Voetnoot 64

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 augustus 2024, pg. 140-141.

Voetnoot 65

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 augustus 2024, pg. 143, met als bijlage gevoegd het fotoblad, pg. 145-155.

Voetnoot 66

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 augustus 2024, pg. 156.