Rechtbank Limburg, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBLIM:2026:8749

Op 19 August 2026 heeft de Rechtbank Limburg een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 03.303673.25 en 03.008482.26, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBLIM:2026:8749. De plaats van zitting was Roermond.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
03.303673.25 en 03.008482.26
Datum uitspraak:
19 August 2026
Datum publicatie:
19 August 2026

Indicatie

Veroordeling voor dealen in harddrugs en bezit wapens en munitie. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op van 20 maanden.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummers : 03.303673.25 en 03.008482.26

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 19 augustus 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] 1997,

thans gedetineerd in [P.I.] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. A.A.T.X. Vonken, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1
Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 5 augustus 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2
De tenlastelegging

De – gewijzigde - tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

In de zaak met parketnummer 03.303673.25

al dan niet samen met (een) ander(en):

Feit 1: in de periode van 15 juli 2025 tot en met 28 januari 2026 in cocaïne en/of heroïne heeft gedeald;

Feit 2: op 28 januari 2026 twee vuurwapens en/of 103 kogelpatronen van categorie II en 85 kogelpatronen van categorie III voorhanden heeft gehad;

Feit 3: op 28 januari 2026 1,2 gram cocaïne en/of 1,38 gram heroïne aanwezig heeft gehad.

In de zaak met parketnummer 03.008482.26

op 17 november 2025 1290 gram lachgas aanwezig heeft gehad.

Overwegingen

3
De beoordeling van het bewijs
3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van feit 1 en feit 2 zoals ten laste gelegd onder parketnummer 03.303673.25 en van het feit zoals ten laste gelegd onder parketnummer 03.008482.26.

Wat betreft feit 3 in de zaak met parketnummer 03.303673.25 heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van feit 1 en feit 2 zoals ten laste gelegd onder parketnummer 03.303673.25 en het feit zoals ten laste gelegd onder parketnummer 03.008482.26.

Ten aanzien van feit 3 in de zaak met parketnummer 03.303673.25 heeft de raadsman vrijspraak bepleit.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak feit 3 (parketnummer 03.303673.25)

De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat er onvoldoende bewijs is dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van de 1,2 gram cocaïne en de 1,38 gram heroïne. De rechtbank zal de verdachte hiervan vrijspreken.

Ten aanzien van parketnummer 03.303673.25 feiten 1 en 2  (Voetnoot 1) :

Evenals de officier van justitie en de verdediging, acht de rechtbank de feiten wettig en overtuigd bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op:

Feit 1:

- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting; (Voetnoot 2)

- het proces-verbaal van bevindingen; (Voetnoot 3)

Feit 2:

- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting; (Voetnoot 4)

- het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming; (Voetnoot 5)

- het proces-verbaal van wapenonderzoek; (Voetnoot 6)

Ten aanzien van parketnummer 03.008482.26  (Voetnoot 7) :

Evenals de officier van justitie en de verdediging, acht de rechtbank het feit wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op:

- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting; (Voetnoot 8)

- het proces-verbaal van bevindingen; (Voetnoot 9)

- het proces-verbaal van bevindingen. (Voetnoot 10)

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03.303673.25:

Feit 1:

in de periode van 15 juli 2025 tot en met 28 januari 2026 in Nederland, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/ofvervoerd een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïneen/of heroïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwetbehorende lijst I;

Feit 2:

op 28 januari 2026 te Sittard wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten- een vuurwapen van het merk Fabrique National, model High-Power,kaliber 9x19mm, zijnde een vuurwapen in de vorm van eensemiautomatisch pistool en - een vuurwapen van het merk FEG, model PA-63, kaliber 7,65x17mm,zijnde een vuurwapen in de vorm van een semiautomatisch pistool,en munitie van categorie II, onder 4, te weten- 100 kogelpatronen van het merk RWS, kaliber 9mm, en- 3 kogelpatronen van het merk FEDERAL, kaliber 9x19mm,en munitie van categorie III, te weten- 13 kogelpatronen van het merk JSC Barnaul, kaliber 9x19mm, en - 50 kogelpatronen van het merk FIOCCHI, kaliber 7,65x17 mm, en - 7 kogelpatronen van het merk Sellier & Bellot, kaliber 9x19mm, en - 11 kogelpatronen van het merk Sellier & Bellot, kaliber 9x17mm, en - 4 kogelpatronen van het merk JSC Barnaul, kaliber 9x19mmvoorhanden heeft gehad;

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03.008482.26:

op 17 november 2025 te Sittard, aanwezig heeft gehad 1290 gram distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4
De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

T.a.v. de zaak met parketnummer 03.303673.25, feit 1:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

T.a.v. de zaak met parketnummer 03.303673.25, feit 2:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit is begaan met een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

T.a.v. de zaak met parketnummer 03.008482.26:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5
De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6
De straf
6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om de door de officier van justitie gevorderde straf te matigen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich ruim een half jaar schuldig gemaakt aan de handel in harddrugs.

Hij heeft hierover verklaard dat het dealen stom is geweest en dat hij eigenlijk niet weet waarom hij ermee is begonnen. De rechtbank stelt vraagtekens bij deze verklaring. Het ligt voor de hand dat het doel van het dealen financieel gewin was. De verdachte heeft met die handel een bijdrage geleverd aan het in stand houden van een illegaal circuit dat gepaard gaat met verslavingsproblematiek, overlast en andere vormen van criminaliteit.

Daarbij komt dat op het adres van zijn vriendin twee vuurwapens en veel munitie is aangetroffen. De verdachte heeft hierover verklaard dat deze spullen van hem zijn en dat hij dit juist bij zijn vriendin had verstopt, zodat dit door de politie niet zo snel gevonden zou worden. Het ongecontroleerde bezit van wapens en munitie vormt een ernstig gevaar voor de veiligheid van personen en draagt bij aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De combinatie van handel in harddrugs en de aanwezigheid van wapens baart de rechtbank in het bijzonder zorgen, nu deze combinatie het risico op ernstig geweld vergroot. De verklaring van de verdachte dat hij deze wapens enkel had omdat hij het ‘sjiek’ vond, maakt dit niet anders.

Uit het strafblad van de verdachte komt naar voren dat hij eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Hoewel deze veroordelingen inmiddels dateren van enige tijd geleden, blijkt daaruit wel dat eerdere contacten met politie en justitie de verdachte er niet van hebben weerhouden opnieuw de fout in te gaan.

De verdachte heeft ervoor gekozen heeft om geen medewerking te verlenen aan het reclasseringsonderzoek. Daardoor ontbreekt inzicht in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, de oorzaak van zijn delictgedrag en de mogelijkheden om het risico op herhaling te beperken. De rechtbank acht dit zorgelijk omdat de verdachte ter zitting heeft verklaard dat het hem nog nooit is gelukt om gedurende langere tijd regulier werk te behouden. Dat roept bij de rechtbank vragen op over zijn toekomstperspectief en de wijze waarop hij na detentie in zijn levensonderhoud zal voorzien.

Alles overwegende acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde straf passend. De rechtbank veroordeelt de verdachte daarom tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden.

De verdachte verblijft tijdens de gevangenisstraf in een penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

7
De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing

8
De beslissing

De rechtbank:

Strafbeschikking

- vernietigt de aan de verdachte opgelegde strafbeschikking in de zaak met parketnummer 03.008482.26;

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het in de zaak met parketnummer 03.303673.25 onder 3 ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 20 maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.A.G. van Baal, voorzitter, mr. L. Feuth en mr. S.S. Vijn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Z. Houkes, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 augustus 2026.

Buiten staat

Mr. Vijn is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE: De – gewijzigde - tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

In de zaak met parketnummer 03.303673.25:

Feit 1:

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 juli2025 tot en met 28 januari 2026 te Sittard en/of Geleen, althans inNederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althansalleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/ofvervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheidvan een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïneen/of heroïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwetbehorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel3a van die wet;

Feit 2:

hij op of omstreeks 28 januari 2026 te Sittard, althans in Nederlandtezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleenwapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, teweten- een vuurwapen van het merk Fabrique National, model High-Power,kaliber 9x19mm, zijnde een vuurwapen in de vorm van eensemiautomatisch pistool en/of- een vuurwapen van het merk FEG, model PA-63, kaliber 7,65x17mm,zijnde een vuurwapen in de vorm van een semiautomatisch pistool,en/of munitie van categorie II, onder 4, te weten- 100 kogelpatronen van het merk RWS, kaliber 9mm, en/of- 3 kogelpatronen van het merk FEDERAL, kaliber 9x19mm,en/of munitie van categorie III, te weten- 13 kogelpatronen van het merk JSC Barnaul, kaliber 9x19mm, en/of- 50 kogelpatronen van het merk FIOCCHI, kaliber 7,65x17 mm, en/of- 7 kogelpatronen van het merk Sellier & Bellot, kaliber 9x19mm, en/of- 11 kogelpatronen van het merk Sellier & Bellot, kaliber 9x17mm, en/of- 4 kogelpatronen van het merk JSC Barnaul, kaliber 9x19mmen/of hulpstukken voor en onderdelen van wapens van categorie III,onder 1 van de Wet wapens en munitie, die essentieel en van wezenlijkeaard zijn voor die wapens, te weten een of meerderepatroonmagazijn(en),voorhanden heeft gehad;

Feit 3:

hij op of omstreeks 28 januari 2026 te Geleen en/of Sittard, althans inNederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althansalleen opzettelijk aanwezig heeft gehad- ongeveer 1,2 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende cocaïne, en/of- ongeveer 1,38 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende heroïne,zijnde cocaïne en/of heroïne,(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

In de zaak met parketnummer 03.008482.26:

hij op of omstreeks 17 november 2025 te Sittard, gemeente Sittard-Geleenaanwezig heeft gehad(ongeveer) 1290 distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij deOpiumwet behorende lijst II.

Voetnoot

Voetnoot 1

Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2025118888, gesloten d.d. 22 juni 2026, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 362.

Voetnoot 2

De verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 5 augustus 2026.

Voetnoot 3

Het proces-verbaal van bevindingen tapgesprekken dealen van verbalisant [naam 6] van 13 januari 2026, pg. 48-59.

Voetnoot 4

De verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 5 augustus 2026.

Voetnoot 5

Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming van verbalisant [naam 4] van 28 januari 2026, pg. 259.

Voetnoot 6

Het proces-verbaal van onderzoek van verbalisant [naam 5] van 29 januari 2026, pg. 160-171.

Voetnoot 7

Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2025195653, gesloten d.d. 11 januari 2026, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 24.

Voetnoot 8

De verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 5 augustus 2026.

Voetnoot 9

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] van 18 november 2025, pg. 5.

Voetnoot 10

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam 1] van 18 november 2025, pg. 8.