Op 24 October 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van bestuursrecht overig, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is UTR25/1613, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBMNE:2025:7285. De plaats van zitting was Utrecht.
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
zaaknummer: UTR 25/1613
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 oktober 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden
(gemachtigde: C. de Heer).
Inleiding
1. Eiseres heeft op 11 september 2024 een e-mail ontvangen van Cazas Wonen. Eiseres werd geïnformeerd dat het woningaanbod wordt ingetrokken. De woning aan de [adres] te [plaats] is een sociale huurwoning en het inkomen van eiseres is te hoog om een sociale huurwoning te huren.
2. Eiseres heeft bij het college bezwaar gemaakt tegen de intrekking van het woningaanbod. Het college heeft het bezwaar bij besluit van 23 december 2024 (verzonden op 15 januari 2025) niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld bij de rechtbank.
3. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
4. De zitting was op 24 oktober 2025. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van het college.
5. Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
Overwegingen
6. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
7. De rechtbank stelt voorop dat, hoewel de woning die eiseres op het oog had ondertussen is vergeven, eiseres wel voldoende procesbelang heeft bij een inhoudelijk oordeel van de rechtbank. Eiseres wil namelijk dat het college inhoudelijk op het bezwaar beslist. Dat is voldoende.
8. De rechtbank is van oordeel dat het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De beslissing van Cazas Wonen in de e-mail van 11 september 2024 om de woning niet aan eiseres aan te bieden, is geen besluit waartegen bestuursrechtelijke rechtsbescherming openstaat. (Voetnoot 1) Dat is alleen zo als het gaat om een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. De rechtbank begrijpt de verwarring die is ontstaan, omdat Cazas Wonen door het college is gemandateerd om ook op een aanvraag voor een huisvestigingsvergunning te beslissen. Dat betekent namelijk dat Cazas Wonen zowel publiekrechtelijke als privaatrechtelijke beslissingen neemt, waardoor het systeem door elkaar loopt. Hier gaat het om zo’n privaatrechtelijke beslissing. De e-mail van Cazas Wonen is namelijk geen beslissing op een aanvraag voor een huisvestingsvergunning. Daaraan voorafgaand beslist Cazas Wonen of zij een huurovereenkomst met eiseres aan wil gaan. Dat is wat hier is gebeurd en dat is een privaatrechtelijke aangelegenheid, geen beslissing die een publiekrechtelijke rechtshandeling inhoudt. Het is dan ook geen besluit en er staat geen bestuursrechtelijke rechtsbescherming open, maar een procedure bij de klachtencommissie en/of een beroepsprocedure bij de civiele rechter. Het college heeft het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard.
9. De rechtbank begrijpt dat deze uitkomst onbevredigend is voor eiseres. Ten overvloede wijst de rechtbank erop, dat het college op de zitting heeft gezegd dat het inkomen van eiseres te hoog is om te kunnen doorschuiven naar een andere sociale huurwoning en dat dus – ook als er inhoudelijk was gekeken naar haar bezwaren – dit niet tot een andere conclusie had geleid.
Conclusie en gevolgen
10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Het college heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Omdat het beroep ongegrond is, krijgt eiseres het griffierecht niet terug.
11. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 oktober 2025 door mr. A.A.M. Elzakkers, rechter, in aanwezigheid van mr. N.A.P. Vrijsen, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Voetnoot
Voetnoot 1
In de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).