Rechtbank Midden-Nederland, eerste aanleg - enkelvoudig civiel recht overig

ECLI:NL:RBMNE:2026:6076

Op 12 August 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van civiel recht overig, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is 12051807 \ UC EXPL 26-306, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBMNE:2026:6076. De plaats van zitting was Utrecht.

Soort procedure:
Zaaknummer(s):
12051807 \ UC EXPL 26-306
Datum uitspraak:
12 August 2026
Datum publicatie:
1 September 2026

Indicatie

Geschil over gekocht leren bankstel. De kantonrechter oordeelt dat niet is komen vast te staan dat het bankstel non-conform is. Afwijzing vordering tot ontbinding.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 12051807 \ UC EXPL 26-306 BJvd/61169

Vonnis van 12 augustus 2026

in de zaak van

1
[eiser sub 1] ,

wonend in [woonplaats] ,2. [eiseres sub 2],

wonend in [woonplaats] ,

eisende partijen,

hierna samen te noemen: [eiser sub 1] c.s.,

gemachtigde: mr. M.J.A. Arts,

tegen

[gedaagde] B.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: INretail service B.V..

1
De procedure
1.1

De kantonrechter heeft de volgende stukken:

- de dagvaarding,- de conclusie van antwoord,- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,

- de mondelinge behandeling van 14 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

1.2

Op 14 juli 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij zijn verschenen de heer [eiser sub 1] en mevrouw [eiseres sub 2] , bijgestaan door hun gemachtigde mr. M.J.A. Arts. Namens [gedaagde] is verschenen de heer [A] , bijgestaan door de gemachtigde de heer E. Hunneman.

1.3

Ten slotte is bepaald dat er een vonnis zal worden gewezen.

2
De kern van de zaak
2.1

[eiser sub 1] c.s. heeft op 20 april 2024 een leren bankstel gekocht bij [gedaagde] , dat op 19 juli 2024 aan hem geleverd is. [eiser sub 1] c.s. stelt dat de bank non-conform is, omdat de kussens vrijwel direct na levering begonnen te verslappen en te rimpelen. [eiser sub 1] c.s. heeft op 10 juni 2026 de koop buitengerechtelijk ontbonden en eist dat [gedaagde] hem het aankoopbedrag terugbetaalt en de bank terugneemt. De kantonrechter oordeelt dat niet is komen vast te staan dat de bank non-conform is. De vorderingen van [eiser sub 1] c.s. zijn allemaal op non-conformiteit gebaseerd en worden afgewezen.

Overwegingen

3
De beoordeling

De klachten en eisen van [eiser sub 1] c.s.

3.1

De klachten van [eiser sub 1] c.s. over de non-conformiteit zien alleen op de uitstraling van het bankstel. [eiser sub 1] c.s. zocht een strak bankstel en stelt dat dit bankstel als zodanig werd verkocht in de winkel van [gedaagde] . Desondanks stelt [eiser sub 1] c.s. dat het bankstel er al begin augustus 2024 niet meer strak bij stond en dat er inmiddels sprake is van plooivorming die onacceptabel is.

3.2

[eiser sub 1] c.s. vordert dat [gedaagde] hem binnen twee weken na betekening van het vonnis het aankoopbedrag van € 8.000,00 moet terugbetalen en dat [gedaagde] binnen vier weken het bankstel op eigen kosten bij [eiser sub 1] c.s. moet komen ophalen en meenemen. [eiser sub 1] c.s. vordert ook betaling van de expertisekosten van € 1.369,90.

De hoofdregels over conformiteit bij consumentenkoop

3.3

Er is sprake van een consumentenkoop. Bij een consumentenkoop moet de afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoorden, de zaak moet ‘conform’ zijn. De wet omschrijft wanneer de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt en er dus sprake is van non-conformiteit. De zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst als deze – mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over die zaak heeft gedaan – niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. (Voetnoot 1) Dus de zaak moet aan de gerechtvaardigde verwachting van de koper voldoen.

3.4

Als de afgeleverde zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt (non-conform is), kan een koper herstel van de afgeleverde zaak en daarna schadevergoeding vorderen als de verkoper niet binnen een redelijke tijd tot herstel overgaat. De consument die herstel of schade vordert, moet in de procedure stellen (en zo nodig bewijzen) dat de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt (non-conform is).

De bevindingen uit het deskundigenrapport

3.5

[eiser sub 1] c.s. heeft [onderneming] gevraagd om in een deskundigenrapport zijn bevindingen over het leren bankstel vast te leggen. Uit het deskundigenrapport volgt onder andere het volgende:

- Wanneer materiaal- en/of producteigenschappen niet aansluiten op het verwachtingspatroon van een eindgebruiker hoeft dit niet automatisch te betekenen dat daarmee sprake is van een minderwaardig meubel. Als het verwachtingspatroon niet in overeenstemming is met de werkelijke eigenschappen kan sprake zijn van

miscommunicatie tussen verkoper en koper.

Ondanks dat de kussens optisch een andere uitstraling hebben, hebben de kussens van [eiser sub 1] c.s. geen lager vulgewicht dan de kussens van de bank uit de toonzaal en is het vulmateriaal hetzelfde.

Vaak ontstaan klachten door onwetendheid en een verkeerd verwachtingspatroon dat wordt verward met het idee dat een meubel non-conform zou zijn. Volgens de deskundige is het aannemelijk dat de eigenschappen van het leren bankstel onvoldoende bekend waren bij [eiser sub 1] c.s.

De mate van plooivorming is voor een jong meubel aan de forse kant.

De ruimte in het leer op het hoekkussen acht de deskundige te fors, waardoor een groot risico bestaat dat zich op termijn een vouw in het leer zal ontwikkelen, waardoor de toplaag vroegtijdig beschadigd zal raken.

De toename van plooivorming zal zich meer gaan verdelen maar niet verder toenemen.

Plooivorming zal altijd inherent blijven aan deze rugkussens.

Er is sprake van zeer fraai, bijzonder soepel zacht aanvoelend leer. Dit materiaal kan wel een wat ruimere mate van rek gaan vertonen dan wat stuggere minder soepele leersoorten.

Hoewel de deskundige de plooivorming fors vindt, concludeert hij dat van een gebrek geen sprake is. Het gaat volgens de deskundige niet om een technisch gebrek, maar om een optisch verschijnsel waarvan hij zich ‘goed kan voorstellen’ dat dit teleurstellend is voor de eindgebruiker.

Het is niet gebleken dat het bankstel non-conform is

3.6

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat het bankstel non-conform is. [eiser sub 1] c.s. heeft weliswaar een deskundigenrapport overgelegd waaruit volgens hem de non-conformiteit van het bankstel volgt, maar dat kan uit het deskundigenrapport niet worden opgemaakt. Hoewel de deskundige de plooivorming fors vindt en in het hoekkussen zelfs te fors, wordt hiermee niet de non-conformiteit vastgesteld. De deskundige stelt namelijk dat er een risico bestaat dat zich een vouw in het leer zal ontwikkelen, maar dat betekent niet dat dit risico zich daadwerkelijk zal voordoen in de toekomst. Verder is nergens in het rapport door de deskundige vastgesteld dat de bank niet voldoet aan de (kwaliteits-)vereisten die daarvan verwacht mogen worden. Sterker nog, de deskundige stelt dat hij niet vindt dat er sprake is van een gebrek aan het bankstel. Daarom moet in ieder geval op dit moment door de kantonrechter worden vastgesteld dat het bankstel van [eiser sub 1] c.s. niet non-conform is.

De overeenkomst wordt niet vernietigd

3.7

[eiser sub 1] c.s. stelt nog dat er naast non-conformiteit sprake is van dwaling, op grond waarvan hij de overeenkomst kan vernietigen en de koop feitelijk teruggedraaid moet worden. Voor een geslaagd beroep op dwaling is nodig dat [eiser sub 1] c.s. bij het aangaan van de overeenkomst een onjuiste voorstelling van zaken had. (Voetnoot 2) De vraag die dus overblijft is of [gedaagde] [eiser sub 1] c.s. voldoende heeft geïnformeerd over de eigenschappen van het bankstel, zodat [eiser sub 1] c.s. bij het aangaan van de overeenkomst een juiste voorstelling van het bankstel heeft gehad. De kantonrechter is van oordeel dat die vraag bevestigend moet worden beantwoord, zodat ook van dwaling geen sprake is.

[eiser sub 1] c.s. is voldoende geïnformeerd over de eigenschappen van het bankstel

3.8

Volgens de deskundige is het aannemelijk dat de eigenschappen van het leren bankstel onvoldoende bekend waren bij [eiser sub 1] c.s., maar de deskundige merkt daarover in zijn rapport terecht op dat een juridische beoordeling tot een andere conclusie kan leiden. De kantonrechter oordeelt in deze procedure inderdaad anders, namelijk dat [eiser sub 1] c.s. voldoende is geïnformeerd over de eigenschappen van het bankstel. Bij dat oordeel speelt het volgende een rol.

3.9

[eiser sub 1] c.s. stelt de bank te hebben gekocht op basis van een showroommodel van een tweezitsbank met daartussen een tafeltje, dat de twee zit gedeelten van elkaar scheidt. [eiser sub 1] c.s. heeft zelf een ander model gekozen, namelijk een hoekbank variant. In de showroom van [gedaagde] staat de bank ook getoond in een hoekopstelling. Volgens [gedaagde] is deze hoekbank ook laten zien aan [eiser sub 1] c.s. bij het sluiten van de koop. [eiser sub 1] c.s. stelt dat deze bank weliswaar is getoond, maar alleen voor de kleur en niet voor het model. De bank in de hoekopstelling is verder niet ter sprake gekomen volgens [eiser sub 1] c.s..

3.10

Wat hier ook van zij, zelfs als [eiser sub 1] c.s. de bank in de showroom van [gedaagde] in de hoekopstelling niet goed heeft bekeken, dan nog is duidelijk dat de tweezitsbank met tafeltje in de showroom een compleet ander model is dan de hoekbank waar [eiser sub 1] c.s. uiteindelijk voor heeft gekozen. [eiser sub 1] c.s. hadden er dus rekening mee moeten houden dat een bank in een hoekopstelling er anders uit komt te zien dan een tweezitsbank met vast tafeltje. Dat het ene model er in de woonkamer veel minder strak uit komt te zien dan het andere model, en dat [eiser sub 1] c.s. daarvoor gewaarschuwd had moeten worden, dat kan niet geoordeeld worden. De deskundige heeft namelijk gerapporteerd dat de optische verschillen tussen het tweezitsmodel in de showroom en het bankstel van [eiser sub 1] c.s. niet gezocht hoeven te worden in eventuele kwaliteitsverschillen tussen de toegepaste kussenvullingen, maar het gebruik van de meubelen. Volgens de deskundige zijn de zitkussens in de showroom veel strakker dan in de woonsituatie bij [eiser sub 1] c.s. omdat een bankstel in een woonkamer veel meer en intensiever gebruikt wordt dan een bankstel in een showroom. De deskundige heeft gerapporteerd dat het een algemeen geldend beeld is dat zitmeubelen in een toonzaal er altijd strakker uitzien. Dat [eiser sub 1] c.s. een verkeerd beeld is voorgeschoteld met het showroommodel is dan ook niet gebleken.

3.11

Verder is volgens [eiser sub 1] c.s. geen enkele informatie gegeven over de (mogelijke) plooivorming, maar gelet op de door hem overgelegde verkooporder is deze stelling onjuist. Voorafgaand aan de koop is [eiser sub 1] c.s. geïnformeerd over de gekozen bekleding: leer. Op de door [eiser sub 1] c.s. getekende koopovereenkomst staat omcirkeld, in dikke zwarte letters het volgende vermeld: ‘Leer is een natuurproduct. Plooivorming, afwijkingen in kleur en structuur zijn mogelijk.’ Ook is er met pen op de overeenkomst geschreven: ‘Leer bevat natuurlijke kenmerken en is UV, vet en vochtgevoelig. Plooivorming in leer mag. Leer wekelijks afnemen met warme, vochtige, zachte doek.[gedaagde] heeft [eiser sub 1] c.s. dus duidelijk gewezen op de mogelijkheid van plooivorming bij leer en de eigenschappen van leer. Dat [eiser sub 1] c.s. een verkeerde voorstelling van zaken heeft gehad, die ontstaan is door inlichtingen of gebrekkige voorlichting van [gedaagde] , is dus niet gebleken.

De vorderingen van [eiser sub 1] c.s. worden afgewezen

3.12

Gelet op het bovenstaande worden de vorderingen van [eiser sub 1] c.s. tot terugname van het bankstel en terugbetaling van het aankoopbedrag afgewezen. Daarom heeft [eiser sub 1] c.s. ook geen recht op vergoeding van de expertisekosten van € 1.369,90 en wordt ook deze vordering afgewezen.

[eiser sub 1] c.s. moet de proceskosten betalen

3.13

[eiser sub 1] c.s. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:

- salaris gemachtigde

720,00

(2 punten × € 360,00)

- nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

864,00

3.14

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

3.15

De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

Beslissing

4
De beslissing

De kantonrechter

4.1

wijst de vorderingen van [eiser sub 1] c.s. af,

4.2

veroordeelt [eiser sub 1] c.s. in de proceskosten van € 864,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser sub 1] c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.3

veroordeelt [eiser sub 1] c.s. tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

4.4

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A.M. Pinckaers en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.

Voetnoot

Voetnoot 1

Artikel 7:17 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Voetnoot 2

Artikel 6:228 lid 1 BW.