2.3.
Bij e-mail van 29 november 2024 schrijft [eisende partij] het volgende aan [gedaagde sub 1] :
“Naar aanleiding van uw verzoek d.d. 24 november jl. bericht ik u als volgt.
Huidige situatie:
U huurt op dit moment een ligplaats voor een woonschip met een afmeting van 11,90m x 4,40m. Deze
ligplaats omvat tevens het gebruiksrecht voor 1 parkeerplaats. De huidige jaarvergoeding voor het
voorgaande bedraagt € 3.321,=.
Ten westen van uw huidige woonark is een terras gesitueerd. Dit terras is momenteel geen onderdeel
van het gehuurde maar wordt wel door u gebruikt.
Nieuwe situatie:
Medio juni 2025 verwacht u dat uw nieuwe woonark arriveert. U krijgt hierbij toestemming uw
woonark te vervangen, Deze woonark is groter dan de bestaande ark en meet 12,09m x 4,59m.
Uitgangspunt is dat uw woonark ( [nummer] ) alleen via de ligplaats van [C] ( [nummer] ) vervangen kan
warden. Eventuele andere mogelijkheden zijn optioneel maar in eerste aanleg niet het uitgangspunt!
Wij hebben begrepen dat u voornemens bent het bestaande terras te vervangen en uit te breiden. Wij
stellen voor het water onder het terras tot het gehuurde te laten behoren. Dit watergedeelte mag
worden ingericht en gebruikt als een terras, zonder permanente bebouwing. Eventueel benodigde
vergunningen vanuit overheidswegen zijn voor rekening en risico van de huurder.
De afmetingen van het te bouwen terras is (na de herstructurering) maximaal 3,0m ten westen van uw
ark en een lengte van maximaal 12,0 m. Wij zullen hiervoor een allonge op de huurovereenkomst
opmaken, onder het voorbehoud dat partijen overeenstemming hebben over de
vierpartijenovereenkomst (zie onderstaand). Het totaal gehuurde waterperceel wordt daarmee
maximaal 91,50 m2.
Vierpartijenovereenkomst:
Gezien het feit dat u het voornemen heeft uw woonark te vervangen, zult u hiervoor in principe de
medewerking moeten hebben van [C] .
Door in principe te blijven liggen op dezelfde ligplaatsen, is het niet meer mogelijk dat woonschip [nummer] ( [D] & [E] ) zonder medewerking van [C] en u kan uitvaren / kan warden vervangen.
Bijgevoegd treft u in concept een vier partijenovereenkomst, welke als voorbehoud en als
kettingbeding voor jullie rechtsopvolgers, aan de huurovereenkomsten wordt gehecht waarin deze
afspraken warden verwoord tussen de eigenaren van [nummer] , [nummer] en [nummer] .
Huurprijzen:
Conform artikel 1.2 van de huurovereenkomst zal per de datum dat uw nieuwe woonark is afgemeerd
de huurprijs verhoogd warden, evenredig naar het oppervlakte van uw nieuwe ark en derhalve
€ 3.755,47 per jaar bedragen.
Per de datum van de herstructurering zal de huurprijs warden verhoogt conform artikel 13.2 van de
huurovereenkomst. De afronding van de herstructurering staat vooralsnog gepland op 1 juli 2025. De
huurprijs zal alsdan € 4.131,02 per jaar gaan bedragen.”
2.5.
Verder is [eisende partij] in dit vonnis veroordeeld om toe te staan dat [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] na de indeplaatsstelling de nieuwe woonark afmeren op ligplaats [nummer] . Dit onder verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 voor elke dag of elk dagdeel dat [eisende partij] hieraan niet voldoet met een maximum van € 100.000,00.
2.7.
Bij exploot van 10 februari 2026 maken [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] aanspraak op betaling door [eisende partij] van € 64.000,00 omdat [eisende partij] zich in de periode van 8 december 2025 tot en met 10 februari 2026 niet aan de veroordeling in het vonnis van 12 november 2025 zou hebben gehouden.