Rechtbank Midden-Nederland, kort geding civiel recht overig

ECLI:NL:RBMNE:2026:6562

Op 14 September 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland een kort geding procedure behandeld op het gebied van civiel recht overig, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is 12276047 \ UV EXPL 26-151, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBMNE:2026:6562. De plaats van zitting was Utrecht.

Soort procedure:
Zaaknummer(s):
12276047 \ UV EXPL 26-151
Datum uitspraak:
14 September 2026
Datum publicatie:
25 September 2026

Indicatie

vordering tot ontruiming huurwoning na opzeggen begeleidingsovereenkomst afgewezen. Overlast die ten grondslag lag aan opzeggen begeleidingsovereenkomst onvoldoende vast komen te staan.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 12276047 \ UV EXPL 26-151

Vonnis in kort geding van 14 september 2026

in de zaak van

STICHTING KWINTES,

gevestigd in Zeist,

eisende partij,

hierna te noemen: Kwintes,

gemachtigde: mr. H.C.J. Oomen,

tegen

[gedaagde] ,

wonende in [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. I.J. Penning.

1
De procedure
1.1

De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen:

- de dagvaarding met producties 1 t/m 12 van 24 juni 2026,

- de aanvullende productie 13 van Kwintes van 28 augustus 2026,

- de producties 1 en 2 van [gedaagde] van 28 augustus 2026.

1.2

Op 31 augustus 2026 heeft een zitting plaatsgevonden. Hierbij waren namens Kwintes de heer [A] en haar gemachtigde, mr. H.C.J. Oomen aanwezig. [gedaagde] was ook bij de zitting aanwezig, samen met zijn gemachtigde mr. I.J. Penning, zijn persoonlijk begeleider mevrouw [B] en zijn vriend de heer [C] . Partijen hebben de vragen van de kantonrechter beantwoord en hebben op elkaar gereageerd. Mr. Oomen en mr. Penning hebben een pleitnotitie voorgedragen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.

1.3

Aan het einde van de zitting heeft de kantonrechter partijen laten weten dat het vonnis vandaag wordt uitgesproken.

2
De kern van de zaak
2.1

Kwintes en [gedaagde] zijn een begeleidingsovereenkomst aangegaan, op grond waarvan [gedaagde] persoonlijke begeleiding ontvangt van Kwintes. Tegelijkertijd met deze begeleidingsovereenkomst, zijn Kwintes en [gedaagde] ook een huurovereenkomst aangegaan voor de woning aan de [adres] in [plaats] (hierna: de woning). Kwintes huurt deze woning van Veenvesters. In de huurovereenkomst tussen Kwintes en [gedaagde] staat dat deze eindigt op het moment dat de begeleidingsovereenkomst eindigt. Kwintes heeft met ingang van 16 mei 2026 de begeleidingsovereenkomst met [gedaagde] opgezegd, omdat [gedaagde] volgens haar overlast veroorzaakt aan omwonenden en omdat hij meer zorg nodig heeft dan hij nu ontvangt. Met het eindigen van de begeleidingsovereenkomst is volgens Kwintes ook de huurovereenkomst beëindigd. Zij vraagt daarom in dit kort geding toestemming aan de kantonrechter om [gedaagde] te ontruimen. De kantonrechter oordeelt dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de bodemrechter zal oordelen dat de begeleidingsovereenkomst door Kwintes rechtsgeldig is beëindigd. De vordering van Kwintes wordt daarom afgewezen.

Overwegingen

3
De beoordeling

Toetsingskader in kort geding

3.1

In een kort geding kan de kantonrechter een voorlopige voorziening geven. Dat is een voorlopige maatregel die vooruit loopt op de beslissing die wordt verwacht in een gewone rechtszaak (bodemzaak), die na het kort geding kan worden ingesteld. Een vordering in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt, in dit geval Kwintes, hierbij zoveel spoed heeft dat zij de uitkomst van een gewone rechtszaak niet hoeft af te wachten. Daarnaast geldt dat de kantonrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vordering in een eventuele bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft, dat vooruitlopend daarop toewijzing daarvan gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.

Kwintes heeft een spoedeisend belang bij haar vordering

3.2

Kwintes heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een spoedeisend belang heeft bij de vordering tot ontruiming. Kwintes heeft voldoende gesteld dat zij – als zij gelijk krijgt en de huurovereenkomst inderdaad is geëindigd door het (rechtsgeldig) beëindigen van de begeleidingsovereenkomst– recht en belang heeft bij een spoedige beslissing. In dat geval woont [gedaagde] namelijk onrechtmatig in de woning.

Kwintes heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat [gedaagde] ernstige overlast veroorzaakt

3.3

De kantonrechter beoordeelt eerst of Kwintes de begeleidingsovereenkomst met [gedaagde] mocht opzeggen, voordat zij toekomt aan het gevolg die deze beëindiging volgens Kwintes moet hebben, namelijk het eindigen van de huurovereenkomst tussen [gedaagde] en Kwintes. Kwintes heeft twee gronden gegeven voor de opzegging van de begeleidgingsovereenkomst. (Voetnoot 1) Als eerste noemt zij dat [gedaagde] in strijd met de huisregels en vele waarschuwingen die [gedaagde] heeft gekregen, overlast heeft veroorzaakt. De kantonrechter oordeelt echter dat het in deze kort geding procedure onvoldoende aannemelijk is geworden dat [gedaagde] daadwerkelijk overlast (heeft) veroorzaakt. Dit legt zij als volgt uit.

3.4

Kwintes heeft de overlast van [gedaagde] op meerdere manieren willen onderbouwen. Als eerste heeft zij zeer veel meldingen overgelegd waarin volgens Kwintes buren van [gedaagde] klagen over geluidsoverlast vanuit de woning van [gedaagde] . Deze meldingen zijn echter onvoldoende onderbouwing voor de gestelde geluidsoverlast door [gedaagde] . De meldingen zijn namelijk allemaal anoniem. Het is daarom niet vast te stellen van wie de meldingen afkomstig zijn en of er daadwerkelijk (meerdere) buren zijn die overlast ervaren van [gedaagde] . Zoals [gedaagde] heeft uitgelegd tijdens de zitting, is het ook mogelijk dat het slechts één of twee buren zijn die meldingen doen bij Kwintes. Wanneer slechts één of twee buren meldingen doen van overlast, kan dit in beginsel ook voldoende zijn om vast te stellen dat er overlast veroorzaakt. In dit geval gaat dit echter niet op, omdat [gedaagde] heeft uitgelegd dat twee van zijn buren die waarschijnlijk overlast hebben gemeld, mogelijk niet objectief zijn als het aankomt op de gestelde overlast van [gedaagde] . Als eerste wil zijn buurvrouw (nummer [nummer] ) er namelijk alles aan doen om [gedaagde] uit de woning te krijgen, door vaak de politie te bellen en overlast te melden, omdat [gedaagde] haar op romantisch vlak heeft afgewezen. Ten tweede is de bovenbuurman, die vermoedelijk ook overlast meldt, chronisch vermoeid en gevoelig voor overlast. Dit is ook bevestigd door een andere buurman van [gedaagde] . (Voetnoot 2) Kwintes heeft deze stellingen van [gedaagde] over zijn buren niet betwist. Dat maakt dat als de overlastmeldingen van enkel deze twee buren afkomstig zouden zijn, dit onvoldoende aannemelijk maakt dat [gedaagde] overlast veroorzaakt en dat de bodemrechter zal oordelen dat Kwintes de begeleidingsovereenkomst hierom terecht heeft opgezegd. Aangezien de meldingen anoniem zijn is niet vast te stellen of alleen deze twee voornoemde buren klagen over overlast, of dat andere buren dit ook doen. Kwintes heeft daarom de overlast onvoldoende aannemelijk gemaakt met de meldingen.

3.5

Naast de meldingen, onderbouwt Kwintes de gestelde geluidsoverlast van [gedaagde] met het rapport Burenlawaai. (Voetnoot 3) Ook dit is echter onvoldoende onderbouwing voor de gestelde geluidsoverlast. Het rapport is gebaseerd op metingen die bij de hiervoor genoemde buurvrouw van [gedaagde] , wonend op nummer [nummer] , zijn uitgevoerd. Tijdens de zitting is duidelijk geworden dat de buurvrouw niet in een aanliggend appartement, maar schuin tegenover [gedaagde] woont en dat er een hal tussen zijn en haar appartement ligt. In het rapport Burenlawaai staat vermeld dat er geluidsoverlast wordt gemeten in het appartement [nummer] , maar de overlast komt volgens het rapport de ene keer vanuit het ondergelegen perceel en de andere keer vanuit het aanpandige perceel. Het is onduidelijk welke woningen hiermee bedoeld worden. Kwintes stelt dat het rapport met beide benamingen, aanpandig en ondergelegen, het appartement van [gedaagde] heeft willen aanduiden. Kwintes heeft dit echter niet onderbouwd en [gedaagde] heeft het wel betwist. De kantonrechter meent dat hierdoor onvoldoende uit het rapport blijkt dat de overlast die in appartement nummer [nummer] is gemeten, afkomstig is uit het appartement van [gedaagde] en door hem wordt veroorzaakt.

3.6

Kwintes heeft verder nog gesteld dat één van de buren van [gedaagde] is verhuisd vanwege de overlast die [gedaagde] zou veroorzaken. Hier blijkt volgens Kwintes nogmaals uit dat [gedaagde] overlast veroorzaakt. Maar ook dit is op geen enkele manier onderbouwd door Kwintes en wel door [gedaagde] betwist.

Kwintes heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de zorgvraag van [gedaagde] moet worden verzwaard

3.7

De tweede reden voor Kwintes om de begeleidingsovereenkomst met [gedaagde] op te zeggen, is omdat [gedaagde] volgens Kwintes meer zorg nodig heeft. Volgens [gedaagde] is dit niet het geval en gaat het de laatste tijd juist beter met zijn (mentale) gezondheid. De kantonrechter gaat mee in deze betwisting. Het blijkt namelijk nergens uit dat [gedaagde] meer zorg nodig heeft dan hem op grond van de begeleidingsovereenkomst werd geboden. Dit is enkel door Kwintes gesteld, maar zij heeft dit niet onderbouwd met bijvoorbeeld verklaringen of rapporten van de begeleiders van [gedaagde] .

Conclusie: [gedaagde] hoeft de woning niet te ontruimen

3.8

Nu niet met voldoende mate van zekerheid kan worden gezegd dat [gedaagde] daadwerkelijk overlast heeft veroorzaakt of meer zorg nodig had, concludeert de kantonrechter dat het onvoldoende aannemelijk is dat de bodemrechter in een bodemprocedure zal vaststellen dat Kwintes terecht de begeleidingsovereenkomst heeft opgezegd.

3.9

Daarmee komt de kantonrechter niet toe aan de beoordeling van de vraag of de beëindiging van de begeleidingsovereenkomst tot gevolg heeft dat de huurovereenkomst ook geëindigd is. [gedaagde] zal daarom niet veroordeeld worden tot ontruiming van de woning. De kantonrechter merkt nog wel op dat in het dossier wel degelijk indicaties van overlast te vinden zijn. De uitkomst van dit kort geding biedt dan ook geen garanties voor rechterlijke uitspraken in de toekomst, zeker als het dossier van Kwintes verder wordt opgebouwd met informatie over de overlast. [gedaagde] doet er goed aan zich te realiseren dat hij zich als goed huurder moet gedragen en geen overlast moet veroorzaken.

Kwintes moet de proceskosten betalen

3.10

Kwintes is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:

- salaris gemachtigde

€

865,00

- nakosten

€

108,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

973,50

Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard

3.11

De kantonrechter zal het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

Beslissing

4
De beslissing

De kantonrechter

4.1

wijst de vorderingen van Kwintes af,

4.2

veroordeelt Kwintes in de proceskosten van € 973,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Kwintes niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.3

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2026.

62938

Voetnoot

Voetnoot 1

Zie punt 13 dagvaarding.

Voetnoot 2

Zie productie 2 [gedaagde] .

Voetnoot 3

Productie 9 Kwintes.