Rechtbank Midden-Nederland, wraking civiel recht overig

ECLI:NL:RBMNE:2026:1039

Op 16 March 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland een wraking procedure behandeld op het gebied van civiel recht overig, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is 608358 HA RK 26-46, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBMNE:2026:1039. De plaats van zitting was Utrecht.

Soort procedure:
Zaaknummer(s):
608358 HA RK 26-46
Datum uitspraak:
16 March 2026
Datum publicatie:
18 March 2026

Indicatie

Wrakingszaak. Wrakingsverzoek. Buiten zitting beslissing. Verzoekster niet-ontvankelijk. In de hoofdzaak geldt verplichte procesvertegenwoordiging. In procedures waarin procesvertegenwoordiging verplicht is, is ondertekening van een schriftelijk wrakingsverzoek door een advocaat vereist. Verzoekster is hiervan op de hoogte, althans had daarvan op de hoogte kunnen en moeten zijn door een eerdere uitspraak van de wrakingskamer.

Uitspraak

Beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

WRAKINGSKAMER

Locatie: Utrecht

Zaaknummer: 608358 HA RK 26-46

Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van

16 maart 2026

op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:

1
[verzoeker sub 1] ,

wonende in [woonplaats] ,

2
[verzoeker sub 2] ,

wonende in [woonplaats] ,

hierna: samen te noemen ‘verzoekers’ en afzonderlijk te noemen ‘ [verzoeker sub 1] ’ en ‘ [verzoeker sub 2] ’.

1
De procedure
1.1.

Verzoekers hebben per e-mail van 12 maart 2026 mr. L. van ’t Hof gewraakt.

1.2.

Mr. Van ‘t Hof (hierna: de rechter) is de behandelend rechter in de zaak met het zaaknummer 598985 HA ZA 25-450 (hierna: de hoofdzaak).

1.3.

De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.

1.4.

De uitspraak is bepaald op vandaag.

Overwegingen

2
De beoordeling
2.1.

In artikel 36 Rv staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

2.2.

In de hoofdzaak geldt verplichte procesvertegenwoordiging. In procedures waarin procesvertegenwoordiging verplicht is, is ondertekening van een schriftelijk wrakingsverzoek door een advocaat vereist. (Voetnoot 1) Dit betekent dat verzoekers alleen met bijstand van een advocaat een schriftelijk wrakingsverzoek kunnen indienen. [verzoeker sub 1] is hiervan op de hoogte, althans had daarvan op de hoogte kunnen en moeten zijn, omdat zij daarop is gewezen in de beslissing van de Wrakingskamer van 9 februari 2026 in de zaak met zaaknummer 606228 HA RK 26-14. (Voetnoot 2) Verzoekers hebben hun wrakingsverzoek niet ingediend met bijstand van een advocaat.

2.3.

De conclusie is dat verzoekers niet-ontvankelijk zijn in hun wrakingsverzoek.

Beslissing

3
De beslissing

De wrakingskamer

3.1.

verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun wrakingsverzoek;

3.2.

draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoekers, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank;

3.3.

bepaalt dat de procedure van verzoekster met zaaknummer 598985 HA ZA 25-450 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.

Deze beslissing is genomen door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, en mr. M.S.T. Belt en

mr. B.F. Hammerle als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. D. van Wijk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2026.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoot

Voetnoot 1

Zie artikel 2.1.2 van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank.

Voetnoot 2

Onder rechtsoverweging 2.5.