Rechtbank Midden-Nederland, beschikking personen- en familierecht

ECLI:NL:RBMNE:2026:2088

Op 2 April 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland een beschikking procedure behandeld op het gebied van personen- en familierecht, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is C/16/609229 / FV RK 26-822, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBMNE:2026:2088. De plaats van zitting was Utrecht.

Soort procedure:
Zaaknummer(s):
C/16/609229 / FV RK 26-822
Datum uitspraak:
2 April 2026
Datum publicatie:
1 May 2026
Advocaat:
mr. A.M.P.M. Adank.

Indicatie

VCM toegwezen voor max. één week.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/609229 / FV RK 26-822

Datum uitspraak: 2 april 2026

Beschikking voortzetting crisismaatregel

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats] ,

hierna: betrokkene,

wonende in [woonplaats] ,

verblijvende bij [instelling] , locatie [locatie] in [plaats] ,

advocaat: mr. A.M.P.M. Adank.

1
Het verloop van de procedure
1.1.

De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen op 30 maart 2026 ontvangen.

1.2.

De zitting heeft plaatsgevonden op 2 april 2026. Daarbij zijn gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

[A] , arts;

[B] , echtgenote.

2
Wat vaststaat

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel bij [instelling] , locatie [locatie] in [plaats] . De burgemeester van Woerden heeft de crisismaatregel op 28 maart 2026 afgegeven.

3
Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

Overwegingen

4
De beoordeling
4.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van één week. Er is voldaan aan de voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.

4.2.

Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.

4.3.

Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Er is sprake van een manisch-psychotische ontregeling bij een bipolaire I stoornis. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 28 maart 2026.

4.4.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

4.5.

De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:

- het toedienen van vocht en voeding;

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;

- opnemen in een accommodatie.

4.6.

Betrokkene verzet zich tegen de zorg.

4.7.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

4.8.

De arts heeft verklaard dat betrokkene aan de betere hand is en op korte termijn met ontslag gaat. Maar het herstel is nog pril en daarom acht de arts een termijn van maximaal één week passend. De advocaat sluit zich hierbij aan en pleit voor een termijn van maximaal één week.

Beslissing

5
De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.5. staan kunnen worden toegepast;

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 april 2026;

5.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2026 door mr. J.P.M. Schwillens, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 2 april 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.