RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
zaaknummers: C/16/607427 / FO RK 26-232, C/16/607452 / FO RK 26-233
Beschikking van 9 juli 2026
de gecertificeerde instelling
STICHTING NIDOS,
gevestigd in Utrecht,
hierna te noemen: de GI,
[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
- en -
[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
[pleegmoeder]
,
wonende in [woonplaats 1] ,
hierna te noemen: de pleegmoeder.
[de moeder] ,
wonende in [woonplaats 2] , gemeente [gemeente] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. N.S. van Es,
[de (stief)vader]
, volgens de BRP genaamd: [naam],
wonende in [woonplaats 3] ,
hierna te noemen: de (stief)vader,
advocaat mr. M. Dorgelo.
2
Waar de procedure over gaat
2.1
De kinderen van de moeder zijn:
[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats 1] ,
[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats 2] ,
[minderjarige 3]
, geboren op [geboortedatum 3] 2015 in [geboorteplaats 3] .
2.2
[minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn erkend door de vader, die hun biologische vader is. [minderjarige 1] beschouwt de vader als haar stiefvader.
2.3
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen vrijwel hun hele leven bij de pleegmoeder.
2.4
[minderjarige 3] woont bij een andere pleegouder.
In de beschikking van 12 mei 2026 van deze rechtbank is de GI ontslagen van de voogdij over [minderjarige 3] en is de pleegouder van [minderjarige 3] met de voogdij over haar belast.
2.5
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben eenmaal per zes weken omgang met de (stief)vader en ongeveer eenmaal per twee maanden omgang met de moeder, bij de pleegmoeder thuis.
2.6
In de beschikkingen van 9 december 2015 van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, is het gezag van de moeder over de kinderen – en het gezag van de (stief)vader over [minderjarige 2] – beëindigd. De GI is daarbij belast met de voogdij over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Dit betekent dat de GI de belangrijke beslissingen over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] mag nemen.
2.7
De GI verzoekt de rechtbank, op grond van artikel 1:322 lid 1 sub c van het Burgerlijk Wetboek, om de GI te ontslaan van de voogdij over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ten gunste van de pleegmoeder. De pleegmoeder heeft zich bereid verklaard om de voogdij uit te oefenen.
3 De beoordeling
Conclusie
3.1
De rechtbank zal het verzoek toewijzen en de pleegmoeder belasten met de voogdij over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Hierna zal de rechtbank uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.
3.2
De rechtbank merkt de moeder en de (stief)vader (hierna: de ouders) in het kader van deze procedure aan als informanten, ondanks het verzoek van mr. Van Es om hen aan te merken als belanghebbenden. Uit de rechtspraak volgt dat de rechtbank het begrip ‘belanghebbende’ strikt moet interpreteren. (Voetnoot 1) Slechts indien het onderwerp van de zaak ertoe kan leiden dat de rechten of verplichtingen waarop de betrokkene zich beroept, rechtstreeks door de rechterlijke beslissing worden geraakt, is de betrokkene in die zaak belanghebbende in de zin van artikel 798 lid 1, eerste volzin, Rv. In deze zaak worden de ouders door het verzoek tot overdracht van de voogdij niet rechtstreeks geraakt in hun belangen, maar hebben de ouders een afgeleid belang dat ziet op de omgangsregeling. De voogdij ziet op rechten en plichten waar de ouders buiten staan, omdat het gezag van de ouders over de kinderen in 2015 is beëindigd. Alleen de GI en de pleegmoeder zijn belanghebbende bij het verzoek om de voogdij over te dragen van de GI naar de pleegmoeder. De verklaring van de ouders kan voor de beoordeling van het verzoek wel van betekenis zijn en daarom zijn de ouders aangemerkt als informanten.
3.3
De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat voortaan de pleegmoeder de voogdij over hen zal uitoefenen. De kinderen worden namelijk vrijwel hun hele leven al verzorgd en opgevoed door de pleegmoeder en zij ontwikkelen zich goed bij haar. De pleegmoeder heeft zich bereid verklaard om de voogdij uit te oefenen.
3.4
De GI wil de voogdij al een aantal jaar overdragen aan de pleegmoeder, omdat de pleegmoeder de volledige zorg en verantwoordelijkheid draagt voor de kinderen. De pleegmoeder regelt ook al 3,5 jaar zelf de contactmomenten tussen de ouders en de kinderen. Daarnaast regelt de pleegmoeder sinds het overlijden van de pleegmoeder van [minderjarige 3] ook de contactmomenten tussen de vader en [minderjarige 3] . Tijdens de zitting is besproken dat de contacten tussen de ouders en de kinderen ook na de voogdijoverdracht blijven doorgaan. De pleegmoeder zet zich daarvoor in, want zij vindt deze contacten erg belangrijk voor de kinderen.
3.5
De ouders hebben het gevoel dat zij nergens bij worden betrokken. Ook zouden zij een beter contact met de kinderen willen hebben. Daar gaat deze procedure niet over, maar de rechtbank begrijpt dat het erg moeilijk is voor de ouders om ‘ouders op afstand’ te zijn en niet betrokken te zijn bij de dagelijkse gang van zaken rondom de kinderen. De rechtbank hoopt dat de ouders inzien dat zij heel belangrijk voor de kinderen zijn en dat zij via het goed nakomen van de omgangsregeling een goede band met de kinderen kunnen blijven onderhouden. Dat is heel belangrijk voor de ontwikkeling van de kinderen.
Na de voogdijoverdracht zal de huidige omgangsregeling tussen de ouders en de kinderen worden voortgezet. Begeleiding van de pleegmoeder en de ouders is daarbij gewenst, bij voorkeur door [instantie] (deze instantie is al betrokken bij [minderjarige 3] ), omdat deze procedure de goede verstandhouding tussen de pleegmoeder en de ouders onder druk heeft gezet.
3.6
In beginsel ontvangen alleen belanghebbenden een afschrift van de beschikking. In dit geval zal de rechtbank ook een afschrift van deze beschikking versturen naar mr. Van Es, zodat voor de ouders duidelijk is hoe deze procedure is verlopen.