Rechtbank Midden-Nederland, beschikking personen- en familierecht

ECLI:NL:RBMNE:2026:5210

Op 9 July 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland een beschikking procedure behandeld op het gebied van personen- en familierecht, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is C/16/607427 / FO RK 26-232, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBMNE:2026:5210. De plaats van zitting was Utrecht.

Soort procedure:
Zaaknummer(s):
C/16/607427 / FO RK 26-232
Datum uitspraak:
9 July 2026
Datum publicatie:
7 August 2026

Indicatie

De rechtbank ontslaat de GI van de voogdij en belast de pleegmoeder met de voogdij over de kinderen. De ouders zijn aangemerkt als informanten, niet als belanghebbenden, omdat zij niet rechtstreeks worden geraakt in hun belangen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummers: C/16/607427 / FO RK 26-232, C/16/607452 / FO RK 26-233

voogdij

Beschikking van 9 juli 2026

in de zaak van:

de gecertificeerde instelling

STICHTING NIDOS,

gevestigd in Utrecht,

hierna te noemen: de GI,

over de kinderen:

[minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats 1] ,

hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

- en -

[minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats 2] ,

hierna te noemen: [minderjarige 2] ,

met als belanghebbende:

[pleegmoeder] ,

wonende in [woonplaats 1] ,

hierna te noemen: de pleegmoeder.

met als informanten:

[de moeder] ,

wonende in [woonplaats 2] , gemeente [gemeente] ,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. N.S. van Es,

[de (stief)vader] , volgens de BRP genaamd: [naam],

wonende in [woonplaats 3] ,

hierna te noemen: de (stief)vader,

advocaat mr. M. Dorgelo.

1
De procedure
1.1

De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:

de verzoekschriften van de GI, met bijlagen, binnengekomen op 23 februari 2026;

het bericht van 5 maart 2026 van de pleegmoeder;

het bericht van 10 maart 2026 van de jobcoach van de moeder;

het bericht van 24 maart 2026 van mr. Van Es;

het bericht van 26 maart 2026 van mr. Van Es;

het bericht van 19 mei 2026 van de GI.

1.2

De rechtbank heeft aan [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gevraagd wat zij van de verzoeken vinden. Zij hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om hun mening te geven.

1.3

De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 11 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

mevrouw [A.] , mevrouw [B.] en mevrouw [C.] , namens de GI,

de pleegmoeder,

de moeder en de (stief)vader met mr. Van Es, die ook waarnam voor mr. Dorgelo,

de heer [D.] , als tolk voor de moeder en de (stief)vader.

2
Waar de procedure over gaat
2.1

De kinderen van de moeder zijn:

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats 2] ,

[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2015 in [geboorteplaats 3] .

2.2

[minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn erkend door de vader, die hun biologische vader is. [minderjarige 1] beschouwt de vader als haar stiefvader.

2.3

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen vrijwel hun hele leven bij de pleegmoeder.

2.4

[minderjarige 3] woont bij een andere pleegouder.

In de beschikking van 12 mei 2026 van deze rechtbank is de GI ontslagen van de voogdij over [minderjarige 3] en is de pleegouder van [minderjarige 3] met de voogdij over haar belast.

2.5

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben eenmaal per zes weken omgang met de (stief)vader en ongeveer eenmaal per twee maanden omgang met de moeder, bij de pleegmoeder thuis.

2.6

In de beschikkingen van 9 december 2015 van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, is het gezag van de moeder over de kinderen – en het gezag van de (stief)vader over [minderjarige 2] – beëindigd. De GI is daarbij belast met de voogdij over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Dit betekent dat de GI de belangrijke beslissingen over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] mag nemen.

2.7

De GI verzoekt de rechtbank, op grond van artikel 1:322 lid 1 sub c van het Burgerlijk Wetboek, om de GI te ontslaan van de voogdij over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ten gunste van de pleegmoeder. De pleegmoeder heeft zich bereid verklaard om de voogdij uit te oefenen.

3 De beoordeling

Conclusie

3.1

De rechtbank zal het verzoek toewijzen en de pleegmoeder belasten met de voogdij over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Hierna zal de rechtbank uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.

Informanten

3.2

De rechtbank merkt de moeder en de (stief)vader (hierna: de ouders) in het kader van deze procedure aan als informanten, ondanks het verzoek van mr. Van Es om hen aan te merken als belanghebbenden. Uit de rechtspraak volgt dat de rechtbank het begrip ‘belanghebbende’ strikt moet interpreteren. (Voetnoot 1) Slechts indien het onderwerp van de zaak ertoe kan leiden dat de rechten of verplichtingen waarop de betrokkene zich beroept, rechtstreeks door de rechterlijke beslissing worden geraakt, is de betrokkene in die zaak belanghebbende in de zin van artikel 798 lid 1, eerste volzin, Rv. In deze zaak worden de ouders door het verzoek tot overdracht van de voogdij niet rechtstreeks geraakt in hun belangen, maar hebben de ouders een afgeleid belang dat ziet op de omgangsregeling. De voogdij ziet op rechten en plichten waar de ouders buiten staan, omdat het gezag van de ouders over de kinderen in 2015 is beëindigd. Alleen de GI en de pleegmoeder zijn belanghebbende bij het verzoek om de voogdij over te dragen van de GI naar de pleegmoeder. De verklaring van de ouders kan voor de beoordeling van het verzoek wel van betekenis zijn en daarom zijn de ouders aangemerkt als informanten.

Voogdij

3.3

De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat voortaan de pleegmoeder de voogdij over hen zal uitoefenen. De kinderen worden namelijk vrijwel hun hele leven al verzorgd en opgevoed door de pleegmoeder en zij ontwikkelen zich goed bij haar. De pleegmoeder heeft zich bereid verklaard om de voogdij uit te oefenen.

3.4

De GI wil de voogdij al een aantal jaar overdragen aan de pleegmoeder, omdat de pleegmoeder de volledige zorg en verantwoordelijkheid draagt voor de kinderen. De pleegmoeder regelt ook al 3,5 jaar zelf de contactmomenten tussen de ouders en de kinderen. Daarnaast regelt de pleegmoeder sinds het overlijden van de pleegmoeder van [minderjarige 3] ook de contactmomenten tussen de vader en [minderjarige 3] . Tijdens de zitting is besproken dat de contacten tussen de ouders en de kinderen ook na de voogdijoverdracht blijven doorgaan. De pleegmoeder zet zich daarvoor in, want zij vindt deze contacten erg belangrijk voor de kinderen.

3.5

De ouders hebben het gevoel dat zij nergens bij worden betrokken. Ook zouden zij een beter contact met de kinderen willen hebben. Daar gaat deze procedure niet over, maar de rechtbank begrijpt dat het erg moeilijk is voor de ouders om ‘ouders op afstand’ te zijn en niet betrokken te zijn bij de dagelijkse gang van zaken rondom de kinderen. De rechtbank hoopt dat de ouders inzien dat zij heel belangrijk voor de kinderen zijn en dat zij via het goed nakomen van de omgangsregeling een goede band met de kinderen kunnen blijven onderhouden. Dat is heel belangrijk voor de ontwikkeling van de kinderen.

Na de voogdijoverdracht zal de huidige omgangsregeling tussen de ouders en de kinderen worden voortgezet. Begeleiding van de pleegmoeder en de ouders is daarbij gewenst, bij voorkeur door [instantie] (deze instantie is al betrokken bij [minderjarige 3] ), omdat deze procedure de goede verstandhouding tussen de pleegmoeder en de ouders onder druk heeft gezet.

3.6

In beginsel ontvangen alleen belanghebbenden een afschrift van de beschikking. In dit geval zal de rechtbank ook een afschrift van deze beschikking versturen naar mr. Van Es, zodat voor de ouders duidelijk is hoe deze procedure is verlopen.

Beslissing

4
De beslissing

De rechtbank

4.1

ontslaat Stichting Nidos van de voogdij over:

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats 2] ;

4.2

belast [pleegmoeder] met de voogdij over:

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats 2] ;

4.3

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. M.C. Oostendorp, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. A. Verouden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Voetnoot

Voetnoot 1

ECLI:NL:HR:2018:463 en ECLI:NL:HR:2018:488