Rechtbank Midden-Nederland, beschikking personen- en familierecht

ECLI:NL:RBMNE:2026:5678

Op 21 July 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland een beschikking procedure behandeld op het gebied van personen- en familierecht, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is C/16/610666 / FO RK 26-551, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBMNE:2026:5678. De plaats van zitting was Utrecht.

Soort procedure:
Zaaknummer(s):
C/16/610666 / FO RK 26-551
Datum uitspraak:
21 July 2026
Datum publicatie:
19 August 2026

Indicatie

informele rechtsingang

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/610666 / FO RK 26-551

Datum uitspraak: 21 juli 2026

Informele rechtsingang

Beschikking naar aanleiding van de op 17 april 2026 ingekomen vraag van:

[minderjarige] ,

wonende in [woonplaats 1] ,

hierna te noemen: [minderjarige] ,

als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder] ,

wonende in [woonplaats 1] ,

hierna te noemen: de moeder,

[de vader] , wonende in [woonplaats 2] ,hierna te noemen: de vader,

1
Het verloop van de procedure
1.1

De rechtbank heeft op 17 april 2026 een brief van [minderjarige] ontvangen. Op 28 mei 2026 heeft [minderjarige] naar aanleiding van deze brief een gesprek gehad met de kinderrechter.

1.2

Naar aanleiding van de brief en het gesprek heeft de rechtbank de ouders en de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) uitgenodigd voor een mondelinge behandeling (zitting).

1.3

De rechtbank heeft daarna op 10 juli 2026 een brief van de moeder met producties 1 tot en met 11 ontvangen.

1.4

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 13 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

de moeder;

de vader;

[A] namens de Raad.

2
De feiten
2.1

De ouders zijn met elkaar getrouwd geweest.

2.2

De ouders hebben samen het gezag over [minderjarige] . Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over haar nemen.

3
De aanvraag[minderjarige] heeft aan de rechtbank gevraagd om te bepalen dat voortaan alleen de moeder met het gezag over haar wordt belast

Overwegingen

4
De beoordeling

De beslissing

4.1

De rechtbank zal geen ambtshalve beslissing nemen over het gezag. Zij zal dat hierna uitleggen.

Wat zegt de wet?

4.2

De rechtbank kan, als haar blijkt dat de minderjarige van twaalf jaar of ouder hierop prijs stelt, ambtshalve beslissingen nemen over het gezag. (Voetnoot 1)

Afspraken tussen de ouders 4.3 De ouders hebben op de zitting afspraken gemaakt over het contact tussen de vader en [minderjarige] en de informatieregeling. Zij vinden allebei dat de huidige situatie waarbij [minderjarige] geen contact heeft met haar vader, niet in het belang is van [minderjarige] . Om tot een goede identiteitsontwikkeling te komen is het voor [minderjarige] namelijk belangrijk dat zij fijn contact heeft met beide ouders. Om de drempel tot contactherstel te verlagen hebben de ouders afgesproken dat de vader tijdens de eerste vijftien minuten van een korfbalwedstrijd van [minderjarige] blijft kijken als deze wedstrijd aansluit op de korbalwedstrijd van haar broertje [broertje] . De moeder zal aan [minderjarige] uitleggen dat de ouders deze afspraak samen hebben gemaakt toen zij bij de rechter waren omdat zij het allebei belangrijk vinden dat er contactherstel plaatsvindt tussen [minderjarige] en de vader. Verder hebben de ouders afgesproken dat de moeder aan het einde van de maand aan de vader een e-mail zal sturen met daarin informatie over de ontwikkeling van [minderjarige] , zoals over haar schoolgang, welzijn, gezondheid, hobby’s en sport. Het is belangrijk dat de vader geïnformeerd wordt over het leven van [minderjarige] , zodat hij goed geïnformeerd samen met de moeder gezagsbelissingen kan nemen en bij [minderjarige] kan aansluiten als hij haar ziet.

4.4

Tijdens de zitting hebben de ouders toegelicht dat zij begin september gaan starten met een traject ouderschapsbemiddeling bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (het CJG). Het is de bedoeling dat de ouders daar leren om in gezamenlijkheid afspraken te maken, ook als zij een verschillende visie hebben op wat goed is voor [minderjarige] en [broertje] , en om te werken aan het verbeteren van hun onderlinge communicatie. De rechtbank vindt het positief dat de ouders het traject ouderschapsbemiddeling gaan volgen. Ook onderschrijft de rechtbank de uitleg van de Raad over het belang dat een kind heeft bij ouders die gezamenlijk beslissingen nemen over het kind. Het is in het belang van [minderjarige] dat zij zich niet langer bezig houdt met volwassenzaken, maar dat de ouders haar hierin ontlasten en geruststellen.

De brief aan [minderjarige] 4.5 Tegelijk met de beschikking stuurt de rechtbank een brief aan [minderjarige] . Daarin is het volgende opgenomen:

“Beste [minderjarige] ,

Op 28 mei 2026 hebben wij met elkaar gesproken omdat je een brief aan de rechtbank had gestuurd. We hebben het gehad over die brief en over jouw wens dat je wil dat voortaan alleen je moeder met het gezag over jou wordt belast. Op 5 juni 2026 heb ik je een brief gestuurd om je te vertellen dat ik je ouders heb uitgenodigd voor een zitting op 13 juli 2026. Nu schrijf ik je weer. Dit keer om uit te leggen wat we op de zitting hebben besproken en hoe het nu verder gaat.

Bij de zitting waren jouw moeder, jouw vader en iemand van de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig. Tijdens de zitting heb ik verteld over de brief die je aan de rechtbank hebt geschreven en het gesprek dat wij hebben gehad.

Tijdens de zitting hebben je ouders verteld dat zij in september zullen starten met ouderschapsbemiddeling om te leren om samen als ouders van jou en [broertje] beslissingen over jullie te nemen en beter met elkaar te communiceren. Zij willen dat de situatie voor jou en [broertje] beter wordt. Ik vind het heel positief dat je ouders dit gaan doen. Het is belangrijk dat je ouders voortaan samen de zaken over jou en [broertje] gaan regelen en dat jij je hier niet meer mee bezig hoeft te houden.

Verder hebben je ouders samen afgesproken dat je vader voortaan tijdens de eerste vijftien minuten van een korfbalwedstrijd van jou blijft kijken als deze wedstrijd aansluit op de korfbalwedstrijd van jouw broertje [broertje] . Zij hebben dit samen afgesproken omdat zij het belangrijk vinden dat het contact tussen jou en je vader langzaam weer hersteld wordt. Het is niet de bedoeling dat jij hier veel stress van ervaart, maar dat het de drempel voor contactherstel tussen jou en je vader weer wat kleiner maakt.

Ik ga niet – zoals jij mij hebt gevraagd – beslissen dat je moeder voortaan alleen met het gezag over jou wordt belast. Ouders moeten namelijk samen beslissingen over hun kinderen nemen, ook als zij uit elkaar zijn. Alleen als dat echt niet lukt, de kinderen er heel veel last van hebben en er ook geen verbetering van de situatie te verwachten is of er een andere noodzaak is, dan kan een rechter beslissen dat een ouder voortaan alleen met het gezag moet worden belast. Dat is nu niet het geval, omdat je ouders hebben besloten om samen met hulpverlening aan de slag te gaan om de situatie voor jou te verbeteren. Verder hebben je ouders afgesproken dat je moeder elke keer aan het einde van de maand per e-mail aan je vader laat weten hoe het met jou gaat en wat er speelt in je leven. Daardoor kan je vader ook beter samen met je moeder beslissingen over jou nemen.

Ik hoop dat ik je hiermee duidelijk mijn beslissing heb uitgelegd.”

Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt hier de begrippen uit de wet.

Beslissing

5
De beslissing

De rechtbank:

5.1

neemt geen ambtshalve beslissingen.

Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. L.A. Banga, (kinder)rechter in samenwerking met mr. I.J.R. Stoffels, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Voetnoot

Voetnoot 1

Artikel 1:251a lid 4 BW.