RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
StrafrechtZittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16.292133.20 (vordering verlenging tbs)
Beslissing op grond van artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 12 februari 2026
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] ,
op dit moment verblijvende in [verblijfplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene.
3
Het standpunt van de inrichting
Het standpunt van de inrichting blijkt uit het onder 1 genoemde rapport, dat op zitting door de deskundige nader toegelicht is.
Bij betrokkene is nog steeds sprake van een stoornis. Het recidiverisico bij beëindiging van de maatregel wordt ingeschat als oplopend tot hoog op de middellange termijn. Het advies is de tbs te verlengen voor de duur van twee jaar.
7
Het oordeel van de rechtbank
Maximering
Betrokkene is bij vonnis van 27 augustus 2021 veroordeeld voor het bezit en verspreiden van kinderporno. Aan betrokkene is de maatregel van tbs met voorwaarden opgelegd. De rechtbank heeft bij de oplegging overwogen dat de maatregel niet wordt opgelegd voor misdrijven gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zodat deze gemaximeerd is wanneer de tbs met voorwaarden wordt omgezet in tbs met dwangverpleging.
De rechtbank heeft bij vonnis van 29 juli 2024 de tbs van betrokkene omgezet in tbs met dwangverpleging. De tbs van betrokkene is dus in duur gemaximeerd.
Stoornis en recidivegevaar
Uit het verlengingsadvies en de Pro Justitia-rapportage blijkt dat er nog steeds sprake is van een stoornis bij betrokkene, te weten:
- een autismespectrumstoornis;
- een pedofiele stoornis van het niet exclusieve type.
Het recidiverisico bij voorzetting van de maatregel wordt door de niet aan de inrichting verbonden deskundige ingeschat als laag tot matig, waarbij vooral een risico aanwezig is ten aanzien van hands-off delicten. Bij beëindiging van de maatregel vallen er belangrijke beschermende factoren weg zodat het recidiverisico kan oplopen naar hoog op middellange termijn ten aanzien van het downloaden van kinderpornografisch materiaal. De inschatting is dat er sprake is van een glijdende schaal waarbij op de langere termijn, als de gelegenheid zich voordoet, dit kan leiden tot een hands-on delict. De inrichting sluit zich bij deze inschatting aan.
De rechtbank heeft geen reden aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het verlengingsadvies en de rapportage van de deskundige te twijfelen en neemt deze over.
Verlenging
Gelet op het advies van de inrichting en van de niet aan de inrichting verbonden deskundige en hetgeen overigens ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de tbs van betrokkene eist. Ook is zij van oordeel dat wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.
Betrokkene verblijft in het kader van de tbs met dwangverpleging sinds een maand in de [verblijfplaats] verblijft voor een tweede behandelpoging. Betrokkene werd sinds maart 2022 intensief behandeld en begeleid in de [verblijfplaats] , toen nog in het kader van tbs met voorwaarden. Het is toen niet gelukt de kans op herhaling van delictgedrag bij betrokkene te verminderen, aangezien hij in mei 2024 is gerecidiveerd. Gebleken is dat betrokkene gedurende zijn eerste behandeling onvoldoende open en transparant is geweest en zich beter heeft voorgedaan dan hij was. Dit laat zien hoe hardnekkig de bij betrokkene bestaande problematiek is, hoe sterk zijn seksuele drang is en hoezeer hij de neiging heeft om alles onder de pet te houden.
Op zitting heeft de deskundige verklaard dat betrokkene een uitgebreid programma volgt. Hij is onlangs naar het ziekenhuis geweest om de mogelijkheid van libido-remmende medicatie te onderzoeken. Daarnaast wordt gestart met een terugval-analyse om het gedrag van betrokkene tijdens de vorige behandeling te duiden. Betrokkene werkt hier goed aan mee. Betrokkene heeft op de zitting verklaard dat hij blij is dat hij een nieuwe kans krijgt bij de [verblijfplaats] .
De rechtbank stelt op basis van de schriftelijke adviezen en de door de deskundige ter zitting gegeven toelichting vast dat bij betrokkene sprake is van duurzame problematiek, die om intensieve behandeling vraagt. De behandeling van betrokkene is pas zeer recent gestart. Zowel de kliniek als de niet aan de inrichting verbonden deskundige hebben duidelijk onderbouwd dat en waarom de behandeling van betrokkene langer dan een jaar zal gaan duren. De rechtbank heeft gezien de voorgeschiedenis van betrokkene geen reden om hieraan te twijfelen. Daarbij komt dat de deskundige op zitting naar voren heeft gebracht dat de kliniek bij de behandeling van betrokkene rekening houdt met het feit dat de tbs van betrokkene gemaximeerd is en dat er mogelijkheden zijn om in het kader van zijn resocialisatie tijdens zijn behandeling te oefenen met begeleid en onbegeleid verlof.
Naar het oordeel van de rechtbank valt gezien het vorenstaande niet te verwachten dat binnen een jaar gronden aanwezig kunnen zijn die een (voorwaardelijke) beëindiging van de tbs met verpleging van overheidswege rechtvaardigen. De rechtbank gaat dan ook voorbij aan het verzoek van de verdediging de termijn van tbs met een jaar te verlengen. De rechtbank ziet in de enkele omstandigheid dat de tbs is gemaximeerd geen aanleiding een vinger aan de pols te houden.
De rechtbank zal daarom de maatregel met twee jaar verlengen.
Beslissing
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene] met twee jaar.
Deze beslissing is genomen door mr. L.C. Michon, voorzitter, mr. L.M.M. Heppe en mr. J.I.M. Kuin, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Troostheide als griffier en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2026.
Mrs. Heppe, Michon en de griffier zijn niet in staat
de beslissing mede te ondertekenen