Rechtbank Midden-Nederland, eerste aanleg - meervoudig strafprocesrecht

ECLI:NL:RBMNE:2026:685

Op 12 February 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafprocesrecht, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 16.292133.20, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBMNE:2026:685. De plaats van zitting was Utrecht.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
16.292133.20
Datum uitspraak:
12 February 2026
Datum publicatie:
2 March 2026

Indicatie

Verlenging van gemaximeerde tbs met twee jaar. De tbs met voorwaarden is in 2024 omgezet naar tbs met dwangverpleging. Bij betrokkene is sprake van duurzame problematiek. Zijn behandeling is pas zeer recent gestart. De behandeling van betrokkene zal langer dan een jaar gaan duren.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

StrafrechtZittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16.292133.20 (vordering verlenging tbs)

Beslissing op grond van artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 12 februari 2026

in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] ,

op dit moment verblijvende in [verblijfplaats] ,

hierna te noemen: betrokkene.

1
De stukken

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:

het vonnis van deze rechtbank van 27 augustus 2021, waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met voorwaarden (hierna: tbs), omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het bezit en de verspreiding van kinderporno;

stukken waaruit blijkt dat de tbs is ingegaan op 11 maart 2022;

de beslissing van deze rechtbank van 19 maart 2024, waarbij de termijn van de tbs voor het laatst is verlengd met twee jaar;

de beslissing van deze rechtbank van 29 juli 2024, waarbij de vordering van de officier van justitie tot omzetting van tbs met voorwaarden naar tbs met dwangverpleging toegewezen is en de verpleging van overheidswege van betrokkene bevolen is;

het Pro Justitia-rapport van 15 december 2025, opgemaakt door M.M. Sprock, psychiater;

het verlengingsadvies van 19 december 2025 van de [verblijfplaats] , opgemaakt door drs. [A] (klinisch psycholoog/psychotherapeut tevens plaatsvervangend hoofd van de inrichting) en drs. [B] (gz-psycholoog);

de vordering van de officier van justitie van 29 december 2025, die strekt tot verlenging van de tbs met twee jaar;

de voortgangsverslagen van 7 maart 2024 tot en met 7 juni 2024.

2
Het onderzoek ter terechtzitting

De vordering van de officier van justitie tot verlenging van de tbs van betrokkene is behandeld op de zitting van 12 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:

de officier van justitie, mr. A.L. Rinsma;

de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. J.A. Aaldijk, advocaat te Den Haag;

de aan de inrichting verbonden deskundige, drs. [B] .

3
Het standpunt van de inrichting

Het standpunt van de inrichting blijkt uit het onder 1 genoemde rapport, dat op zitting door de deskundige nader toegelicht is.

Bij betrokkene is nog steeds sprake van een stoornis. Het recidiverisico bij beëindiging van de maatregel wordt ingeschat als oplopend tot hoog op de middellange termijn. Het advies is de tbs te verlengen voor de duur van twee jaar.

4
Het standpunt van de niet aan de inrichting verbonden deskundige

De deskundige concludeert dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Het recidiverisico bij beëindiging van de maatregel wordt ingeschat als oplopend tot hoog op de middellange termijn.

Het advies luidt de tbs te verlengen voor de duur van twee jaar.

5
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting zijn vordering strekkende tot verlenging van de tbs met dwangverpleging met twee jaar gehandhaafd.

6
Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft gepleit voor een verlenging van de maatregel voor de duur van een jaar. Daartoe is aangevoerd dat de tbs van betrokkene gemaximeerd is. Dat betekent dat in de komende twee jaar ook ruimte moet zijn voor zijn resocialisatietraject. Mogelijk zou na verlenging met een jaar de dwangverpleging voorwaardelijk beëindigd kunnen worden. De rechtbank kan zo de vinger aan de pols houden. Bij verlenging van de termijn met twee jaar, blijft het voor de rechtbank onduidelijk hoe de behandeling en resocialisatie van betrokkene verloopt en verlopen is.

7
Het oordeel van de rechtbank

Maximering

Betrokkene is bij vonnis van 27 augustus 2021 veroordeeld voor het bezit en verspreiden van kinderporno. Aan betrokkene is de maatregel van tbs met voorwaarden opgelegd. De rechtbank heeft bij de oplegging overwogen dat de maatregel niet wordt opgelegd voor misdrijven gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zodat deze gemaximeerd is wanneer de tbs met voorwaarden wordt omgezet in tbs met dwangverpleging.

De rechtbank heeft bij vonnis van 29 juli 2024 de tbs van betrokkene omgezet in tbs met dwangverpleging. De tbs van betrokkene is dus in duur gemaximeerd.

Stoornis en recidivegevaar

Uit het verlengingsadvies en de Pro Justitia-rapportage blijkt dat er nog steeds sprake is van een stoornis bij betrokkene, te weten:

- een autismespectrumstoornis;

- een pedofiele stoornis van het niet exclusieve type.

Het recidiverisico bij voorzetting van de maatregel wordt door de niet aan de inrichting verbonden deskundige ingeschat als laag tot matig, waarbij vooral een risico aanwezig is ten aanzien van hands-off delicten. Bij beëindiging van de maatregel vallen er belangrijke beschermende factoren weg zodat het recidiverisico kan oplopen naar hoog op middellange termijn ten aanzien van het downloaden van kinderpornografisch materiaal. De inschatting is dat er sprake is van een glijdende schaal waarbij op de langere termijn, als de gelegenheid zich voordoet, dit kan leiden tot een hands-on delict. De inrichting sluit zich bij deze inschatting aan.

De rechtbank heeft geen reden aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het verlengingsadvies en de rapportage van de deskundige te twijfelen en neemt deze over.

Verlenging

Gelet op het advies van de inrichting en van de niet aan de inrichting verbonden deskundige en hetgeen overigens ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de tbs van betrokkene eist. Ook is zij van oordeel dat wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.

Betrokkene verblijft in het kader van de tbs met dwangverpleging sinds een maand in de [verblijfplaats] verblijft voor een tweede behandelpoging. Betrokkene werd sinds maart 2022 intensief behandeld en begeleid in de [verblijfplaats] , toen nog in het kader van tbs met voorwaarden. Het is toen niet gelukt de kans op herhaling van delictgedrag bij betrokkene te verminderen, aangezien hij in mei 2024 is gerecidiveerd. Gebleken is dat betrokkene gedurende zijn eerste behandeling onvoldoende open en transparant is geweest en zich beter heeft voorgedaan dan hij was. Dit laat zien hoe hardnekkig de bij betrokkene bestaande problematiek is, hoe sterk zijn seksuele drang is en hoezeer hij de neiging heeft om alles onder de pet te houden.

Op zitting heeft de deskundige verklaard dat betrokkene een uitgebreid programma volgt. Hij is onlangs naar het ziekenhuis geweest om de mogelijkheid van libido-remmende medicatie te onderzoeken. Daarnaast wordt gestart met een terugval-analyse om het gedrag van betrokkene tijdens de vorige behandeling te duiden. Betrokkene werkt hier goed aan mee. Betrokkene heeft op de zitting verklaard dat hij blij is dat hij een nieuwe kans krijgt bij de [verblijfplaats] .

De rechtbank stelt op basis van de schriftelijke adviezen en de door de deskundige ter zitting gegeven toelichting vast dat bij betrokkene sprake is van duurzame problematiek, die om intensieve behandeling vraagt. De behandeling van betrokkene is pas zeer recent gestart. Zowel de kliniek als de niet aan de inrichting verbonden deskundige hebben duidelijk onderbouwd dat en waarom de behandeling van betrokkene langer dan een jaar zal gaan duren. De rechtbank heeft gezien de voorgeschiedenis van betrokkene geen reden om hieraan te twijfelen. Daarbij komt dat de deskundige op zitting naar voren heeft gebracht dat de kliniek bij de behandeling van betrokkene rekening houdt met het feit dat de tbs van betrokkene gemaximeerd is en dat er mogelijkheden zijn om in het kader van zijn resocialisatie tijdens zijn behandeling te oefenen met begeleid en onbegeleid verlof.

Naar het oordeel van de rechtbank valt gezien het vorenstaande niet te verwachten dat binnen een jaar gronden aanwezig kunnen zijn die een (voorwaardelijke) beëindiging van de tbs met verpleging van overheidswege rechtvaardigen. De rechtbank gaat dan ook voorbij aan het verzoek van de verdediging de termijn van tbs met een jaar te verlengen. De rechtbank ziet in de enkele omstandigheid dat de tbs is gemaximeerd geen aanleiding een vinger aan de pols te houden.

De rechtbank zal daarom de maatregel met twee jaar verlengen.

Beslissing

8
De beslissing

De rechtbank:

verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene] met twee jaar.

Deze beslissing is genomen door mr. L.C. Michon, voorzitter, mr. L.M.M. Heppe en mr. J.I.M. Kuin, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Troostheide als griffier en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2026.

Mrs. Heppe, Michon en de griffier zijn niet in staat

de beslissing mede te ondertekenen