- verklaart het onder 3 primair ten laste gelegde feit niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 4 is omschreven;
verklaart bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 4 is omschreven;
verklaart bewezen dat de verdachte het onder 3 subsidiair ten laste gelegde feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 4 is omschreven;
verklaart bewezen dat de verdachte het onder 4 ten laste gelegde feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 4 is omschreven;
verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Strafbaarheid van de feiten
- verklaart de bewezenverklaarde feiten strafbaar en kwalificeert deze zoals hierboven in paragraaf 5 is vermeld;
Strafbaarheid van verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor de bewezenverklaarde feiten;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 66 maanden (vijf jaar en zes maanden);
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
legt aan de verdachte op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking (artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht);
legt aan de verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid (artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht), inhoudende dat de verdachte zich voor de duur van vijf jaren onthoudt van ieder – direct of indirect – contact met:
1. [slachtoffer 4] (geboren op [2001] te [geboorteplaats] );
2. [slachtoffer 3] (geboren op [2003] te [geboorteplaats] );
3. [slachtoffer 1] (geboren op [2005] te [geboorteplaats] );
4. [slachtoffer 2] (geboren op [2002] te [geboorteplaats] );
- beveelt dat twee weken vervangende hechtenis zal worden toegepast voor elke keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een gezamenlijk maximum van zes maanden. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op;
beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
veroordeelt de verdachte tot een ontzetting van het recht tot het uitoefenen van beroepen waarbij hij zorg en/of verantwoordelijkheid draagt voor het vervoer van personen, voor de duur van acht jaren;
In beslag genomen voorwerpen
- verklaart het volgende voorwerp onttrokken aan het verkeer:
1. STK USB-stick, memorykaart (G3476595);
- gelast de teruggave aan de verdachte van de volgende voorwerpen:
1 STK USB-stick, memorykaart (G3474457);
1 STK telefoontoestel (G3478656);
1 STK pas (G3478705);
- gelast de teruggave aan de rechthebbende (zijnde [slachtoffer 4] , geboren op [2001] te [geboorteplaats] ) van de volgende voorwerpen:
1 STK schoenen (G3474135);
1 STK broek (G3474134);
1 STK ondergoed (G3474139);
1 STK trui (G3474140);
1 STK ondergoed (G3474137);
Benadeelde partij [slachtoffer 4] (feit 1)
wijst de vordering van [slachtoffer 4] toe tot een bedrag van € 18.768,61, waarvan een bedrag van € 14.768,61 wordt toegewezen voor materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 april 2026 januari 2025 tot aan de dag van volledige betaling, en een bedrag van € 4.000,- wordt toegewezen voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2025 tot aan de dag van volledige betaling;
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 4] ;
verklaart [slachtoffer 4] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat de vordering voor dit deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 4] aan de Staat een bedrag van € 18.768,61 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 april 2026 over de materiële schade van € 14.768,61 en de wettelijke rente vanaf 29 januari 2025 over de immateriële schade van € 4.000,- tot aan de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 118 dagen gijzeling;
bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
veroordeelt de verdachte in de kosten door [slachtoffer 4] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
Benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 3)
wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 7.521,47, waarvan een bedrag van € 521,47 wordt toegewezen voor materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 april 2026 tot aan de dag van volledige betaling, en een bedrag van € 7.000,- wordt toegewezen voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 april 2024 tot aan de dag van volledige betaling;
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1] ;
verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat de vordering voor dit deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat
€ 7.521,47 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 april 2026 over de materiële schade van € 521,47 en de wettelijke rente vanaf 8 april 2024 over de immateriële schade van € 7.000,- tot aan de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 62 dagen gijzeling;
bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
veroordeelt de verdachte in de kosten door [slachtoffer 1] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
Benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 4)
wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 1.200,-, voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 november 2024 tot aan de dag van volledige betaling;
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 2] ;
verklaart [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat de vordering voor dit deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat
€ 1.200,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 november 2024 tot aan de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 12 dagen gijzeling;
bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
veroordeelt de verdachte in de kosten door [slachtoffer 2] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
Benadeelde partij [slachtoffer 3] (feit 2)
wijst de vordering van [slachtoffer 3] toe tot een bedrag van € 1.200,-, voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 oktober 2024 tot aan de dag van volledige betaling;
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 3] ;
verklaart [slachtoffer 3] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat de vordering voor dit deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 3] aan de Staat
€ 1.200,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 oktober 2024 tot aan de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 12 dagen gijzeling;
bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
veroordeelt de verdachte in de kosten door [slachtoffer 3] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. O. Böhmer, voorzitter, mr. I.G.C. Bij de Vaate en mr. J.E.S. Dolmans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Mol als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 9 april 2025.
De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: de tenlastelegging
Aan de verdachte is na nadere omschrijving van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 29 januari 2025 te Oud Zuilen, gemeente Stichtse Vecht, althans in Nederland, met een persoon, te weten [slachtoffer 4] , een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
- zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 4] te brengen/duwen en/of te houden en/of te bewegen en/of
- op de mond en/of de wangen van die [slachtoffer 4] te zoenen en/of
- zijn, verdachtes, handen onder de (boven)kleding van die [slachtoffer 4] te brengen en/of (vervolgens) de borsten en/of de buik, althans het bovenlichaam, van die [slachtoffer 4] te betasten en/of over de borsten wrijven
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 4] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door
- met die [slachtoffer 4] naar een afgelegen plek te rijden en/of
- met zijn, verdachtes, handen het gezicht van die [slachtoffer 4] vast te pakken en/of
- op het lichaam van die [slachtoffer 4] te gaan liggen en/of het lichaam van die [slachtoffer 4] vast te pakken en/of
- de broek van die [slachtoffer 4] los te maken en/of
- de handelingen onverhoeds uit te voeren en/of
- de handelingen uit te voeren terwijl de gordel van die [slachtoffer 4] vastzat waardoor die [slachtoffer 4] niet weg kon en/of
- voorbij te gaan aan de verbale en non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer 4] en/of
- terwijl die [slachtoffer 4] voor haar vervoer van hem, verdachte, afhankelijk was en/of niet wist waar zij zich op dat moment bevond, die [slachtoffer 4] aan zijn, verdachtes, wil te onderwerpen en/of zodoende misbruik te maken van zijn rol als taxichauffeur;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 29 januari 2025 te Oud Zuilen, gemeente Stichtse Vecht, althans in Nederland, met een persoon, te weten [slachtoffer 4] , een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten
- met zijn, verdachtes, vinger(s) de vagina van die [slachtoffer 4] te betasten/aan te raken en/of
- op de mond en/of de wangen van die [slachtoffer 4] te zoenen en/of
- zijn, verdachtes, handen onder de (boven)kleding van die [slachtoffer 4] te brengen en/of (vervolgens) de borsten en/of de buik, althans het bovenlichaam, van die [slachtoffer 4] te betasten en/of over de borsten wrijven,
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door
- met die [slachtoffer 4] naar een afgelegen plek te rijden en/of
- met zijn, verdachtes, handen het gezicht van die [slachtoffer 4] vast te pakken en/of
- op het lichaam van die [slachtoffer 4] te gaan liggen en/of het lichaam van die [slachtoffer 4] vast te pakken en/of
- de broek van die [slachtoffer 4] los te maken en/of
- de handelingen onverhoeds uit te voeren en/of
- de handelingen uit te voeren terwijl de gordel van die [slachtoffer 4] vastzat waardoor die [slachtoffer 4] niet weg kon en/of
- voorbij te gaan aan de verbale en non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer 4] en/of
- terwijl die [slachtoffer 4] voor haar vervoer van hem, verdachte, afhankelijk was en/of niet wist waar zij zich op dat moment bevond, die [slachtoffer 4] aan zijn, verdachtes, wil te onderwerpen en/of zodoende misbruik te maken van zijn rol als taxichauffeur;
2
hij op of omstreeks 25 oktober 2024 te Utrecht, althans in Nederland, met een persoon, te weten [slachtoffer 3] een of meer seksuele handelingen heeft verricht, door
- meermalen, althans eenmaal, gedurende de (gehele) taxirit, over de (blote) benen van die [slachtoffer 3] te wrijven en/of de (blote) benen te betasten en/of de binnenkant van de benen van die [slachtoffer 3] te betasten en/of haar benen tot net onder haar schaamstreek te betasten en/of de (met kleding bedekte) billen van die [slachtoffer 3] te betasten en/of
- een knuffel te geven aan die [slachtoffer 3] , en/of
- een kus te geven op de wang(en) van die [slachtoffer 3] ,
terwijl hij, verdachte, wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [slachtoffer 3] daartoe de wil ontbrak;
3
hij op of omstreeks 8 april 2024 te Utrecht, althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het
seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten:
- het meermalen, althans eenmaal, brengen en/of duwen en/of (heen en weer) bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer 1] ,
en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hierin dat verdachte:
- die [slachtoffer 1] hulp heeft aangeboden met het zoeken van haar telefoon en/of
- ( vervolgens) meermalen, althans eenmaal, met die [slachtoffer 1] rondjes heeft gereden in zijn taxi en/of
- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] naar een steegje heeft gereden en/of
- zijn, verdachtes, auto aan de kant heeft gezet en/of tot stilstand heeft gebracht, en/of
- naast die [slachtoffer 1] op de achterbank heeft plaatsgenomen en/of
- de kleding van die [slachtoffer 1] heeft uitgetrokken en/of
- op het lichaam van die [slachtoffer 1] is gaan liggen en/of
- de voornoemde handelingen onverhoeds heeft uitgevoerd en/of
- de voornoemde handelingen heeft uitgevoerd terwijl die [slachtoffer 1] (deels) niet bij bewustzijn was en/of
- terwijl die [slachtoffer 1] voor haar vervoer van hem, verdachte, afhankelijk was en/of niet wist waar zij zich op dat moment bevond, die [slachtoffer 1] aan zijn, verdachtes, wil heeft onderworpen en/of zodoende misbruik heeft gemaakt van zijn rol als taxichauffeur;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 8 april 2024 te Utrecht, althans in Nederland, met [slachtoffer 1] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening en/of verstandelijke handicap leed dat deze niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer
handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , immers heeft hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer 1] gebracht en/of geduwd en/of (heen en weer) bewogen;
4
hij op of omstreeks 28 november 2024 te Utrecht, althans in Nederland, met een persoon, te weten [slachtoffer 2] een of meer seksuele handelingen heeft verricht, door meermalen, althans eenmaal, gedurende de gehele taxirit, over de (blote) benen van die [slachtoffer 2] te wrijven en/of de (blote) benen te betasten, terwijl hij, verdachte, wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [slachtoffer 2] daartoe de wil ontbrak.
Feit 1 (aangeefster [slachtoffer 4] )
Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Plaats delict: Utrecht
Pleegdatum: woensdag 29 januari 2025
Ik was wezen stappen die avond. Ik besloot een taxi te nemen en zag een taxi staan. Ik ben gewoon ingestapt en heb niet echt gepraat met de chauffeur. Ik zag dat hij voorbij mijn huis reed. Ik sprak de chauffeur hierop aan. Even later zette hij de auto aan de zijkant van de weg neer. Ik zag dat hij zijn gordel losdeed. Hij begon mij te zoenen. Ik draaide mijn hoofd weg tegen het raam. Ik heb niet teruggezoend. Hij zoende op mijn wangen. Daarna ging hij met zijn handen onder mijn trui, shirt en BH. Daarna ritste hij mijn broek los en ging hij met zijn handen in mijn broek en string. Daarna ging hij met zijn vinger in mijn vagina. In het begin verstijfde ik, ik was in shock. Ik zei eerst vrij zacht dat ik het niet wilde. Daarna ben ik steeds harder gaan zeggen dat ik dit niet wilde. Ik heb dit in totaal drie keer gezegd. (Voetnoot 5) Ik heb hem ook van mij afgeduwd. (Voetnoot 6)
Opmerking verbalisanten: je verklaarde eerder dat de taxi ineens tot stilstand kwam ter hoogte van een weiland.
V: Wat vond je daarvan?
A: Hij zette de auto half in het gras en half op de straat. Dit was in de berm. Het
was echt pikdonker, bijna geen licht. Alleen de koplampen. Ik zag geen lantaarnpalen.
Alleen huizen in de verte.
V: Wat gebeurde er toen?
A: Toen begon hij mij te zoenen. Volgens mij niet op mijn mond want ik draaide gelijk
weg. Dus op mijn wang. Ik deed mijn hoofd naar rechts dus kwam die zoen op mijn
linkerwang aan. (Voetnoot 7)
V: Wat deed hij toen?
A: Hij ging door terwijl ik mijn hoofd wegtrok. Tijdens het zoenen ging hij ook met
zijn handen onder mijn kleding.
V: Wat deed hij daarna?
A: Toen ging hij met zijn handen onder mijn trui en onder mijn shirt en in mijn bh.
V: Hoe ging dat precies?
A: Snel. Het overviel mij heel erg en ik voelde me kleiner dan hem. Maar wederom was
het niet met geweld. Maar dat hij machtiger was dan ik, hij was een oudere en grotere
man. Ook omdat ik kleiner ben. Ik voelde me eigenlijk een beetje een klein meisje. Ik
voelde me bang en in shock
V: Had je het gevoel dat je iets tegen de man kon beginnen?
A: Nou fysiek in ieder geval niet. We stonden bij een weiland en ik kon geen kant op.
V: Waarmee ging hij onder jouw kleding?
A: Met zijn handen. Hij draaide met zijn lijf over het midden alsof hij iets wilde
pakken wat vanaf de bijrijdersstoel was gevallen. Hij zat helemaal over mij heen. (Voetnoot 8)
V: Wat deed hij met zijn hand?
A: Mijn lichaam aanraken
V: Waar?
A: In mijn bh.
V: Wat deed hij dan?
A: Voelen, niet knijpen ofzo.
V: Wat raakte hij aan?
A: Mijn borsten
V: Hoe stopte het?
A: Toen hij met zijn handen mijn broek open ging maken met twee handen.
V: Hoe ging dat?
A: Hij deed eerst de knoop open en toen de rits en ging toen met zijn hand in mijn broek.
V: Wat deed hij toen hij met zijn hand in jouw broek ging?
A: Hij ging met zijn hand in mijn onderbroek en met zijn vingers bij mij naar binnen bij mijn vagina.
V: Wat deed hij met zijn vingers bij jouw vagina?
A: Gewoon voelen. (Voetnoot 9)
V: Op welke manier?
A: Vingeren.
V: Wat versta jij onder vingeren?
A: Met zijn vinger erin, voelen en bewegingen maken. (Voetnoot 10)
Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 29 januari 2025 omstreeks 04:40 uur zagen wij dat er een vrouw in de deuropening stond. Wij vroegen of zij de meldster was. Wij zagen dat zij haar hoofd knikte. Zij overhandigde een rijbewijs waarop stond: [slachtoffer 4] , geboren op [2001] .
Wij zagen dat [slachtoffer 4] hoog in haar emoties zat. Zij was zichtbaar aan het huilen. Wij hoorden haar kort en oppervlakkig ademen. Wij hoorden dat zij slecht uit haar woorden kwam en zichtbaar troost bij haar vriendin zocht. Wij hoorde haar zeggen dat zij heel graag water wilde drinken, zij zich heel vies voelde en zich schoon wilde maken. (Voetnoot 11)
Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik kreeg berichtjes waarin stond: ‘is iemand wakker’ (04:38 uur) en ‘jongens het gaat echt niet goed’ (04.34 uur). [slachtoffer 4] belde mij en zei dat er iets ergs was gebeurd. Dat zij verkracht was. (Voetnoot 12)
Ze vertelde ons dat ze een taxi had genomen vanaf Vredenburg naar huis. De taxichauffeur reed door naar [woonplaats] , waarna hij bij een weiland stopte. Ze zat op de bijrijdersstoel. Hij begon haar aan te raken. Hij begon bij haar bovenlichaam en ging daarna naar onderen. Ook stak hij zijn vingers in haar. Ze zei dat ze het niet wilde tegen die man.
V: Wat zag je aan [slachtoffer 4] toe zij de deur opende?
A: Ik zag verdriet en ik zag haar huilen. Ze was geschrokken en wat verward en in paniek.
V: Waar begon de man met aanraken?
A: Ik begreep dat hij haar eerst begon te zoenen en aan haar borsten voelde. Daarna ging de man met zijn vinger in haar. (Voetnoot 13)
Feit 3 (aangeefster [slachtoffer 1] )
Een proces-verbaal, inhoudende het informatief gesprek met [slachtoffer 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Datum gesprek: 8 april 2024
[slachtoffer 1] vertelt dat ze naar een groot feest op het Janskerkhof in Utrecht was (de rechtbank begrijpt dat dit feest plaatsvond in de nacht van 7 op 8 april 2024). Er was een roeiwedstrijd geweest en omdat ze hadden gewonnen was het bier voor hun gratis. Daar hebben ze goed gebruik van gemaakt. [slachtoffer 1] was behoorlijk dronken. Ze wilde naar huis gaan, rond 04:00 denkt ze. Toen kwam ze erachter dat ze haar telefoon niet meer had. Ze rende terug om haar telefoon te halen en zag een grote, zwarte auto waar ze instapte. Ze dacht dat het een taxi was, maar ze had helemaal geen taxi nodig dus ze weet niet waarom ze ingestapt is. Ze is ingestapt via de linker achterdeur en zat achter de bestuurder. (Voetnoot 14)
Ze zei tegen de bestuurder dat ze haar telefoon kwijt was en de bestuurder zei dat hij zou helpen zoeken. Ze hebben een paar rondjes gereden waarbij ze uit het raam heeft gekeken of ze haar telefoon ergens zag, maar ze herinnert zich niet waar ze precies zijn geweest. Op een gegeven moment zet de bestuurder de auto aan de kant en komt hij naar de achterbank. [slachtoffer 1] herinnert zich niet hoe haar kleren zijn uit gegaan. Ze kan zich alleen vaag herinneren dat hij haar laars probeert uit te trekken, maar dat dit moeilijk gaat. Daarna herinnert ze zich dat haar broek en onderbroek uit zijn. Vervolgens herinnert zij zich dat hij zijn lul uit zijn broek heeft en dat hij een hele kleine lul heeft. De lul van de man was in erectie. Daarna voelt ze dat hij met zijn lul in haar vagina naar binnen gaat. Verder kan ze zich niets herinneren totdat ze haar onderbroek weer zelf aantrekt. (Voetnoot 15)
Een geschrift, te weten een rapportage van het NFI, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
AASU0269NL#01, linker binnenzijde tailleband
DNA kan afkomstig zijn van:
minimaal twee personen
Bewijskracht:
- slachtoffer [slachtoffer 1]
- niet van toepassing
- verdachte [verdachte]
- meer dan 1 miljard
Getest op type celmateriaal:
Testresultaat:
- spermavloeistof
- positief
- spermacellen
- waargenomen
Op basis van de resultaten van het DNA-onderzoek naar de aanwezigheid van sperma en het vergelijkend DNA-onderzoek is geconcludeerd dat deze bemonstering sperma bevat dat afkomstig kan zijn van verdachte [verdachte] .
AASU0269NL#02, rechter binnenzijde tailleband
DNA kan afkomstig zijn van:
minimaal twee personen
Bewijskracht:
- slachtoffer [slachtoffer 1]
- niet van toepassing
- verdachte [verdachte]
- meer dan 1 miljard
Getest op type celmateriaal:
Testresultaat:
- spermavloeistof
- positief
- spermacellen
- waargenomen
Op basis van de resultaten van het DNA-onderzoek naar de aanwezigheid van sperma en het vergelijkend DNA-onderzoek is geconcludeerd dat deze bemonstering sperma bevat dat afkomstig kan zijn van verdachte [verdachte] .
AASU0269NL#03, spoor boven kruis
DNA kan afkomstig zijn van:
minimaal twee personen
Bewijskracht:
- slachtoffer [slachtoffer 1]
- niet van toepassing
- verdachte [verdachte]
- meer dan 1 miljard
Getest op type celmateriaal:
Testresultaat:
- spermavloeistof
- positief
- spermacellen
- waargenomen
Op basis van de resultaten van het DNA-onderzoek naar de aanwezigheid van sperma en het vergelijkend DNA-onderzoek is geconcludeerd dat deze bemonstering sperma bevat dat afkomstig kan zijn van verdachte [verdachte] . (Voetnoot 16)
AASU0269NL#04, spoor in kruis
DNA kan afkomstig zijn van:
minimaal twee personen
Bewijskracht:
- slachtoffer [slachtoffer 1]
- niet van toepassing
- verdachte [verdachte]
- meer dan 1 miljard
Getest op type celmateriaal:
Testresultaat:
- spermavloeistof
- positief
- spermacellen
- waargenomen
Op basis van de resultaten van het DNA-onderzoek naar de aanwezigheid van sperma en het vergelijkend DNA-onderzoek is geconcludeerd dat deze bemonstering sperma bevat dat afkomstig kan zijn van verdachte [verdachte] .
AASU0269NL#05, rechter buitenzijde tailleband
DNA kan afkomstig zijn van:
minimaal twee personen
Bewijskracht:
- slachtoffer [slachtoffer 1]
- niet van toepassing
- verdachte [verdachte]
- meer dan 1 miljard
Getest op type celmateriaal:
Testresultaat:
- spermavloeistof
- positief
- spermacellen
- waargenomen
Op basis van de resultaten van het DNA-onderzoek naar de aanwezigheid van sperma en het vergelijkend DNA-onderzoek is geconcludeerd dat deze bemonstering sperma bevat dat afkomstig kan zijn van verdachte [verdachte] .
AASU0269NL#06, linker buitenzijde tailleband
DNA kan afkomstig zijn van:
minimaal twee personen
Bewijskracht:
- slachtoffer [slachtoffer 1]
- niet van toepassing
- verdachte [verdachte]
- meer dan 1 miljard
Getest op type celmateriaal:
Testresultaat:
- spermavloeistof
- positief
- spermacellen
- waargenomen
Op basis van de resultaten van het DNA-onderzoek naar de aanwezigheid van sperma en het vergelijkend DNA-onderzoek is geconcludeerd dat deze bemonstering sperma bevat dat afkomstig kan zijn van verdachte [verdachte] . (Voetnoot 17)
Bewijskracht van het vergelijkend DNA-onderzoek
DNA-mengprofielen AASU0269NL#0l tot en met #06 zijn ieder meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer deze bemonsteringen DNA bevatten van slachtoffer [slachtoffer 1] en sperma van verdachte [verdachte] , dan wanneer deze bemonsteringen DNA bevatten van slachtoffer [slachtoffer 1] en sperma van een willekeurige onbekende man. (Voetnoot 18)
Een proces-verbaal, inhoudende het verhoor van getuige [getuige 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
V: Wat zie je aan [slachtoffer 1] als ze veel heeft gedronken?
A: Als ze heel dronken is gaat ze raar uit haar ogen kijken en raar lopen. Ik bedoel dan dat ze niet meer recht kan lopen. [slachtoffer 1] heeft heldere grote ogen en als ze dronken is worden ze steeds kleiner.
V: Vanaf hoe laat zijn jullie alcohol gaan drinken die dag.
A: ik denk vanaf ongeveer 13:00 uur in de middag.
V: Wat drinken jullie dan?
A: Vooral bier, ik denk op die dag zelfs alleen maar bier.
V: Hoeveel glazen denk je?
A: Ik houd de tel niet bij maar ik denk wel tientallen bier per persoon. Ontzettend veel.
V: Hoe goed had je door hoe het met vriendinnen was op dat moment?
A: Ik had wel door dat [slachtoffer 1] het meest dronken was van iedereen maar dat is wel vaker het geval.
V: Heb jij nog iets tegen [B] gezegd toen je wegging?
A: Ik heb gezegd tegen [B] dat ik naar huis ging en dat hij een beetje op [slachtoffer 1] moest letten.
V: Wat heb je precies gezien aan [slachtoffer 1] als het gaat om hoeveel ze gedronken had?
A: Dubbele tong praten. Dat hele eigenwijze wat ze normaal niet heeft. Niet recht kunnen lopen en anders uit haar ogen kijken. (Voetnoot 19)
V: In hoeverre denk je dat andere mensen op die avond hebben gezien dat [slachtoffer 1] dronken was?
A: Iedereen heeft dat gezien. Zelfs een leek zou gezien hebben dat ze dronken was. (Voetnoot 20)
Feit 4 (aangeefster [slachtoffer 2] )
Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 28 november 2024 omstreeks 03.00 uur in nacht bestelde ik een Uber vanaf de
Nobelstraat in Utrecht naar mijn huisadres in [woonplaats] . Ik was die avond licht aangeschoten maar ik kan me alles van die avond goed herinneren. Ik zag dat de Uber aan kwam rijden. Ik stapte voor in op de passagiers stoel. De gehele rit heb ik weinig met de bestuurder gepraat.
Halverwege de rit zag en voelde ik dat de bestuurder zijn rechterhand op mijn bovenbeen legde. Ik voelde dat hij zijn hand op en neer bewoog in de richting van mijn geslachtsdeel. Ik schrok hiervan en zei tegen de bestuurder dat ik dat niet wilde. Ik haalde zijn hand van mijn been af. Ik zag dat de bestuurder met zijn rechterhand mijn jurk omhoog trok. Ik voelde zijn hand op mijn binnenbeen. Ik haalde weer zijn hand weg. Ik zei meerdere malen dat ik dit niet wilde.
Ik zag en voelde dat de Uber driver meermaals zijn handen op mijn been legde. Ik voelde dat hij zijn hand dan richting mijn geslachtsdeel bewoog. De bestuurder heeft mijn geslachtsdeel niet aangeraakt. Ik heb meerdere keren tegen de bestuurder gezegd dat ik dat niet wilde en dat ik wilde dat hij ophield. De bestuurder reageerde daar niet op. Hij was de hele rit erg stil en zei niks. Ik denk dat de bestuurder tot op het moment dat we mijn straat inreden aan mij heeft gezeten.
Ik wilde opstaan maar hoorde de bestuurder zeggen dat ik nog moest betalen. Ik dacht dat ik had ingesteld dat ik vooraf kon betalen maar ik moest achteraf betalen. Ik heb uiteindelijk via een tikkie 25 euro overgemaakt naar zijn bankrekening: [rekeningnummer] . (Voetnoot 21)
Een proces-verbaal, inhoudende het aanvullend verhoor van [slachtoffer 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik stond op mijn Uber taxi te wachten op de Nobelstraat in Utrecht. Ik zag een Uber taxi aankomen en stak mijn hand op. Ik was in de veronderstelling dat dit de Uber taxi was die ik besteld had. Voordat ik instapte heb ik niet gecontroleerd in de Uber app of dit ook daadwerkelijk zo was. (Voetnoot 22)
De volgende ochtend werd ik wakker en merkte ik dat ik er toch echt last van had. Ik keek in mijn Uber app en zag op dat moment pas dat de rit die ik geboekt had, geannuleerd was. Het enige wat ik nog zag was de profielfoto van de chauffeur en ik heb hier toen gelijk een screenshot van gemaakt. Omdat dit het enige was wat ik had, was ik er heilig van overtuigd dat dit de dader moest zijn, ook al was de man op de foto donker getint en de man in de taxi licht getint. (Voetnoot 23)
Een proces-verbaal, inhoudende het verhoor van getuige [getuige 3] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik lag te slapen en werd wakker omdat mijn dochter [de rechtbank begrijpt: aangeefster [slachtoffer 2]] thuis kwam. Ik hoorde dat mijn dochter tegen mij zei dat de chauffeur van de Uber haar meerdere malen tussen haar benen had gegrepen.
V: Hoe was [slachtoffer 2] toen ze thuis kam?
A: Ze kwam naar mij toe en ze zei "pap er is net iets ergs gebeurd". Ik vond haar vrij nuchter eigenlijk op dat moment nog.
V: Hoe merkte u dat aan haar?
A: Ze was wel wat onder invloed van alcohol maar totaal niet dronken ofzo. Ze kwam ook direct naar me toe en zei dat er wat was gebeurd. Ik kon niet vragen hoe het gala zelf was geweest. (Voetnoot 24)
Een proces-verbaal, inhoudende het verhoor van getuige [getuige 4] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik weet dat ze [de rechtbank begrijpt: aangeefster [slachtoffer 2]] ’s ochtends overstuur was van wat er gebeurd was.
V: Wat bedoelt u met overstuur?
A: Ze was er echt van ontdaan. Vreselijk wat er gebeurd is, vies, bah. Zo overstuur. Een akelige gebeurtenis die ze heeft meegemaakt. Gewoon, verschrikkelijk wat er gebeurd is. V: Wat heeft [slachtoffer 2] tegen u gezegd wat ze heeft meegemaakt waardoor ze overstuur was?A: Dat die man ongevraagd aan haar benen zat en in haar kruis wilde gaan. En dat ze steeds zijn hand wegduwde. (Voetnoot 25)
Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik heb [slachtoffer 2] gevraagd of zij de omschrijving wilde sturen die onder de overschrijving staat. Ik zag dat in de omschrijving het volgende stond:
Naam: hr. [verdachte]
IBAN: [rekeningnummer] .
Ik hoorde [slachtoffer 2] zeggen dat zij contact had gehad met de bank en dat het bedrag op 28 november 2024 om 03:28 uur overgemaakt was. (Voetnoot 26)
Feit 2 (aangeefster [slachtoffer 3] )
Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Plaats delict: Utrecht
Pleegdatum: 25 oktober 2024 (Voetnoot 27)
Ik heb een taxi besteld via Bolt. Op een gegeven moment kwam de taxi. Ik vroeg de taxichauffeur nog of ik voor of achterin zou zitten. Hij zei tegen mij dat ik wel voorin kon zitten. Hij vroeg gelijk of die jongen, [C] , mijn vriend was. Ik zei dat dat niet zo was. Hij zei toen: ‘Domme jongen, als ik hem was zou ik je zoenen tot de ochtend.’ Ik voelde dat hij zijn rechterhand op mijn linkerknie legde.
Ik hoorde hem zeggen: ‘Mooie auto hè?’ Daarna zei hij iets van dat de auto romantisch en sexy was.
Ik hoorde hem zeggen dat het heel koud was buiten. Hij leunde met zijn rechterarm schuin over mij heen om het knopje in de portier van de stoelverwarming aan te zetten. Ik zei dat de stoelverwarming al aanstond. Hij wreef toen met zijn rechterhand over mijn linkerbeen. Hij heeft ongeveer 5 keer over mijn been gewreven. Het ging eerst op mijn bovenbeen en toen aan de binnenkant van mijn been richting mijn kruis. Hij heeft mijn kruis niet aangeraakt. Het stopte toen ik ging verzitten. Ik zei toen dat ik het echt niet koud had weggeduwd. Dit ging eigenlijk in de beweging met het verzitten. Ik heb toen mijn benen opgetrokken en mijn armen om mijn onderbenen geslagen. Omdat ik met mijn handen om mijn knieën zat waren mijn benen iets opgetrokken. Hierdoor ontstond er een ruimte tussen de stoel en mijn been.
Ik zag dat hij zijn hand omdraaide en mij aan de onderzijde van mijn been aanraakte. Ik voelde dat hij zijn hand bewoog over mijn been en mijn bil. Ik heb toen heel duidelijk tegen hem gezegd: ‘Zo koud heb ik het niet!’ Daarna stopte hij.
Nadat ik betaald had vroeg hij mij om een knuffel. Ik zei hem dat ik dat niet nodig vond. Hij zei iets van dat het wel nodig was. Hij had zijn armen wijd. Ik gaf hem vervolgens een knuffel. Toen ik uit de knuffel ging voelde ik iets op mijn rechter wang. Ik denk dat dit een kus was. Toen ik uitstapte heb ik direct een voice-bericht gestuurd in de groepsapp naar de mensen met wie ik die avond was. (Voetnoot 28)
Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik hoorde een spraakmemo welke door aangeefster [slachtoffer 3] aan mij ter beschikking werd gesteld. Deze spraakmemo had zij op vrijdag 25 oktober 2024 om 04.13 uur verzonden in de whatsappgroep ' [whatsappgroep naam] '. In deze spraakmemo hoorde ik letterlijk het volgende:
"O mijn god mensen, luister .. wat ik nu heb meegemaakt is echt niet oké. Ik zat… [A] heeft me afgedropt bij de taxi.. wacht even, ik ben echt bijna aan het janken. En die dude... ik stapte in die auto en reden de straat uit en [C] stond ook bij de taxi en hij zegt zo: ‘is dat jouw vriend?’ Ik zeg: ‘nee dat is niet mijn vriend.’ Zegt hij: ‘domme jongen, domme jongen. Ik zeg: ‘naja, oke haha.’ Zegt hij: ‘als ik hem was zou ik jou heel de avond zoenen, heel de avond zoenen. Tot morgenochtend.’ Oke, toen legde hij echt zo zijn hand op mijn been, oh my .. wacht even, oh mijn god, het is helemaal niet grappig en toen legde hij zijn hand op mijn been en ik duwde die hand echt weg, ja, subtiel want ja, hij moest mij nog steeds naar huis brengenEn toen zei hij: ‘het is buiten heel erg koud he?’ Ik zeg ja: ‘het is
inderdaad wel fris.’ Zegt ie: ‘ja, je hebt stoelverwarming.’ Dus ik zeg ‘ja die staat al
aan.’ Zegt hij: ‘ja maar jij hebt het zo koud’ begint hij helemaal te wrijven over mijn
been. Ik zo: ‘ik ben oké.’. Zegt hij echt zo, begint hij weer te wrijven. Ik zeg: ‘nee,
ik ben echt oké dus je hoeft niet te wrijven over mijn been want ik ben oké.’ Toen zei
hij: ‘o o o, ja ja ja’ en toen heeft hij me afgezet en ik dacht echt o mijn god. En toen wou hij een knuffel toen ik wegging dus ik heb een knuffel gegeven en toen kreeg ik een vieze kus op mijn wang en toen ben ik die auto uitgestapt. Jongens ... uhm .. ik ben niet oké. Ik ben echt niet oké’.
Ik herken de stem van aangeefster en ik hoor dat zij bij de laatste zin: "Ik ben niet
oké, ik ben echt niet oké" snikt en begint te huilen. (Voetnoot 29)
Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
(Voetnoot 30)
Op maandag 2 december 2024 omstreeks 13.30 uur nam ik, samen met collega [verbalisant] de aangifte op van aangeefster [slachtoffer 3] . Zij vertelde dat ze de taxirit geboekt had via de app Bolt. Ze liet ons de app zien. Daar op zag ik het volgende:Fri 25 oct 2024
Ride with [verdachte]
License plate nurnber [kenteken]
Company [verdachte]
[adres] [woonplaats] GO 03.56 uur
[adres] [woonplaats] TO 04.10 uur.
Ook zag ik dat [slachtoffer 3] mij een afschrift van de betaling liet zien. Hierop zag ik dat zij op 25 oktober 2024 om 04.10 uur een bedrag van 21.50 euro had betaald aan het rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van HR [verdachte] .
De verklaring van de verdachte ter terechtzitting:
Ik heb op 25 oktober 2024 in mijn taxi aangeefster [slachtoffer 3] in Utrecht van [adres] naar [adres] vervoerd.