Rechtbank Midden-Nederland, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBMNE:2026:1432

Op 9 April 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 16/108186-25 en 16/346695-25 (t.t.z. gevoegd), bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBMNE:2026:1432. De plaats van zitting was Utrecht.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
16/108186-25 en 16/346695-25 (t.t.z. gevoegd)
Datum uitspraak:
9 April 2026
Datum publicatie:
9 April 2026

Indicatie

Veroordeling voor twee gekwalificeerde opzetverkrachtingen, belaging en dwang. Schakelbewijs. Bij plegen van de feiten maakte verdachte doelbewust misbruik van de culturele/religieuze achtergrond van zijn slachtoffers, waarbinnen seks voor het huwelijk niet is toegestaan. Gevangenisstraf van 5 jr, contactverboden o.g.v. 38v Sr, gedragsbeïnvloedende/vrijheidsbeperkende maatregel o.g.v. 38z Sr. Gedeeltelijke toewijzing vorderingen benadeelde partij. Nadelige gevolgen liggen zo voor de hand dat aantasting in persoon kan worden aangenomen. Geen verhoging van de gevorderde immateriële schade met 25% (Rotterdamse schaal), omdat onvoldoende is gebleken dat verdachte opzet had op toebrengen van psychisch letsel.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummers: 16/108186-25 en 16/346695-25 (t.t.z. gevoegd)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 9 april 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [2002] in [geboorteplaats] (Syrië),

gedetineerd in de [verblijfplaats] ,

(hierna: de verdachte).

1
Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 18 maart 2026. Op 9 april 2026 is het onderzoek enkelvoudig gesloten, waarna direct uitspraak is gedaan.

Op de zitting van 18 maart 2026 waren aanwezig:

de officier van justitie: mr. J. Boon;

de verdachte;

de advocaat van de verdachte: mr. M.G. Vos (hierna: de advocaat);

de advocaat van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] : mr. C.E. Hok-A-Hin.

2
Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:

16/108186-25

feit 1

in de periode van 4 februari 2025 tot en met 15 april 2025 in Leersum, [slachtoffer 1] heeft belaagd (gestalkt);

feit 2

in de periode van 20 januari 2025 tot en met 15 april 2025 in Leersum, [slachtoffer 1] met (bedreiging met) geweld heeft gedwongen met hem mee te gaan en/of hem tegen haar zin op te zoeken, door te dreigen compromitterende foto’s van haar naar haar familie te sturen en/of op social media te plaatsen;

feit 3

op 7 juli 2024 in Wassenaar [slachtoffer 2] heeft verkracht, terwijl deze opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging;

16/346695-25

op 10 februari 2025 in Leersum, [slachtoffer 1] heeft verkracht, terwijl deze opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging.

De rechtbank nummert in dit vonnis de feiten achtereenvolgens als de feiten 1, 2 en 3 (parketnummer 16/108186-25) en feit 4 (parketnummer 16/346695-25).

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3
Bewijs
3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte alle feiten heeft gepleegd. Het standpunt wordt – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van alle feiten. De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden – voor zover van belang voor de beoordeling – hierna besproken onder paragraaf 3.3.

3.3.

Oordeel van de rechtbank

3.3.1.

Bewijsmiddelen feiten 1, 2, 3 en 4

De rechtbank oordeelt dat de feiten 1, 2, 3 en 4 zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.

3.3.2.

Algemene bewijsoverwegingen

Inleiding

Op 12 juli 2024 doet [slachtoffer 2] (hierna: aangeefster 2) aangifte tegen de verdachte van verkrachting (feit 3). Aangeefster 2 verklaart dat zij nadat zij de verdachte leerde kennen al snel een relatie met hem kreeg. Aangeefster 2 verklaart dat zij zich gedwongen voelde op 7 juli 2024 naar het AZC in [plaats] te gaan, waar de verdachte toen verbleef, waar hij vervolgens seks (met binnendringen van haar lichaam) met haar had tegen haar wil.

De verdachte verklaart dat hij op 7 juli 2024 vrijwillige seks had met aangeefster 2.

[slachtoffer 1] (hierna: aangeefster 1) maakt op 16 maart 2025 melding bij de politie van belaging (feit 1), dwang (feit 2) en verkrachting (feit 4) door de verdachte. Vervolgens doet zij op 27 maart 2025 en op 18 april 2025 aangifte van deze feiten. Aangeefster 1 verklaart dat zij kort nadat zij de verdachte heeft leren kennen een relatie met hem kreeg. Aangeefster 1 verklaart dat zij zich op 10 februari 2025 gedwongen voelde naar het AZC in [plaats] te gaan, waar de verdachte toen verbleef, waarna hij seks (met binnendringen van haar lichaam) met haar had tegen haar wil. Vervolgens belde en berichtte de verdachte aangeefster 1 veelvuldig, volgde hij haar, wachtte hij bij haar werk en huis, nam hij contact op met haar familie en heeft hij haar bloemen en eten bezorgd.

De verdachte verklaart dat hij op 10 februari 2025 vrijwillige seks had met aangeefster 1. Daarna zocht hij op verschillende manieren contact met aangeefster 1, omdat hij zo verliefd op haar was en zijn best deed de (door haar verbroken) relatie te herstellen.

Juridisch kader seksuele misdrijven

In zaken waarbij de verdachte wordt beschuldigd van een seksueel misdrijf zijn vaak alleen een aangeefster en een verdachte aanwezig geweest bij die vermeende seksuele handelingen. De verklaring van een aangeefster staat in dat geval tegenover de verklaring van een verdachte, net als in deze zaak. Om in zo’n geval tot een veroordeling te kunnen komen, moet de rechtbank in de eerste plaats nagaan of de verklaring van een aangeefster op zichzelf voldoende betrouwbaar is. De rechtbank bekijkt verder of de verklaring van een aangeefster wordt ondersteund door ander bewijs in het dossier. Daarbij betrekt zij ook of er tegenaanwijzingen (contra-indicaties) zijn.

De rechtbank kan alleen een betrouwbare verklaring gebruiken voor het bewijs. Bij het beoordelen van de betrouwbaarheid kijkt de rechtbank onder andere naar de consistentie, de gedetailleerdheid en de wijze waarop de verklaring tot stand is gekomen.

De verklaring van een aangeefster alleen is – zelfs als die betrouwbaar is – onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. (Voetnoot 1) Voor een bewezenverklaring is bewijs uit een andere bron nodig (steunbewijs). Of sprake is van voldoende steunbewijs is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat niet is vereist dat de gedragingen (de verweten seksuele handelingen) als zodanig bevestiging vinden in ander bewijsmateriaal. Het is voldoende wanneer de betrouwbare verklaring van een aangeefster op onderdelen steun vindt in bewijsmiddelen die afkomstig zijn van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd. Daar komt bij dat in zedenzaken een geringe mate aan steunbewijs in combinatie met de betrouwbare verklaring van een aangeefster voldoende wettig bewijs kan opleveren.

De rechtbank beoordeelt hierna of de verklaringen van aangeefster 2 en aangeefster 1 betrouwbaar zijn én of deze verklaringen voldoende steun vinden in andere bewijsmiddelen.

3.3.3.

Bewijsoverweging feit 3: gekwalificeerde opzetverkrachting van aangeefster 2

De verklaring van aangeefster 2

Aangeefster 2 verklaart dat zij de verdachte heeft leren kennen nadat hij haar aansprak op straat. Zij kreeg daarna al snel een relatie met de verdachte, die ongeveer een week heeft geduurd. De eerste dagen van deze relatie was de verdachte lief. Op de dag dat zij elkaar ontmoetten, stond de verdachte ‘s avonds ineens met rozen bij haar werk. De verdachte wachtte buiten op haar terwijl zij nog twee uur moest werken. Hij stuurde haar een bericht dat zij moest opschieten. De verdachte bracht haar die avond naar huis en stelde voor haar de volgende ochtend naar school te brengen. Hij bleef die volgende dag van ‘s ochtends vroeg tot aan het eind van de middag op haar wachten op school en liep zelfs met haar mee als zij naar de wc ging. De verdachte zei die avond dat hij iets serieus met aangeefster 2 wilde. Zij zei toen tegen de verdachte dat zij wel een relatie met hem wilde, maar nog geen gevoelens voor hem had. De volgende dag bracht de verdachte aangeefster 2 weer naar school en wachtte hij weer op haar. Zij wilde die dag na school iets doen met een vriendin, maar de verdachte maakte daar een probleem van. De verdachte liep vervolgens drie uur lang achter aangeefster 2 en haar vriendin aan. De verdachte en aangeefster 2 kregen toen ruzie. Aangeefster 2 zei dat zij het gedrag van de verdachte heftig vond. Vervolgens stond de verdachte weer met bloemen bij haar werk en zei dat hij op haar zou wachten. De volgende dag stond de verdachte bij haar sportschool en belde hij haar en zei dat zij nog maar tien minuten had om te sporten. Hij bleef haar bellen en ging steeds naar binnen om te zeggen dat zij moest komen. Na afloop kregen zij ruzie en heeft zij de verdachte verwijderd op Instagram en geblokkeerd op Whatsapp.

Aangeefster 2 verklaart dat het hierna toch weer goed kwam tussen hen. De verdachte ging steeds weer mee naar school. Ze kregen weer ruzie, omdat de verdachte zichzelf sneed in zijn onderarm toen zij de relatie wilde uitmaken. Ook moest zij zich van de verdachte ziekmelden op haar werk, zodat ze naar het strand konden gaan. De verdachte wilde dat aangeefster 2 met hem meeging naar zijn moeder. Hij dreigde dat zij mee moest, anders zou hij zich weer snijden. Hij dreigde ook aan aangeefster 2 haar ouders te vertellen dat zij een relatie hadden.

Op 5 juli 2024 reisden zij samen naar de moeder van de verdachte en droeg hij haar op om leuk te doen over hun relatie. Op de terugweg zei aangeefster 2 dat zij klaar was met de verdachte.

Een dag later, op 6 juli 2024, stond de verdachte weer met bloemen en excuses bij haar werk. Hij zei dat hij het aan haar ouders zou vertellen. Aangeefster 2 zei toen dat zij de verdachte niet wilde spreken. De verdachte liep met haar mee naar huis en bleef tot 05:00 uur aan de overkant van haar ouderlijke woning in de bushalte zitten.

Op 7 juli 2024 dreigde de verdachte naar aangeefster 2 toe te komen als zij niet naar hem in [plaats] kwam. Zij ging toen naar hem toe. De verdachte vertelde dat hij met aangeefster 2 wilde trouwen en zij zei dat zij het wilde uitmaken. De verdachte werd meteen boos, tilde haar op en liep naar zijn kamer, waar hij haar op het bed gooide. De verdachte trok haar broek en onderbroek uit, draaide haar om en ging bovenop haar zitten. De verdachte haalde toen zijn penis uit zijn broek en wilde in haar vagina gaan, maar zij hield haar benen dicht tegen elkaar waardoor dit niet lukte. De verdachte drukte haar hoofd naar beneden, trok haar benen uit elkaar en deed zijn penis in haar vagina. Aangeefster 2 schreeuwde dat de verdachte moest stoppen, maar de verdachte deed zijn penis nog een keer hard in haar vagina. De verdachte ging weer uit haar en benoemde dat zij bloed had. Aangeefster 2 verklaart dat zij in shock was en veel pijn had. Zij liep naar de verdachte toe en sloeg hem in zijn gezicht. De verdachte zei: “Luister, ik heb jouw “maagdheid” genomen en misschien heb ik mijn kind in jou zitten. Mijn kind en jij gaan nergens heen en jij gaat bij mij blijven.” De verdachte belde daarna zijn moeder en zei tegen haar dat zij naar de moeder van aangeefster 2 moest gaan om aangeefster 2 haar hand te vragen zodat zij samen konden trouwen, omdat zij net seks hadden gehad. Aangeefster 2 ging uiteindelijk weg, ondanks dat de verdachte dat niet wilde. Hij belde haar vervolgens veelvuldig.

Op 9 juli 2024 belde de verdachte de moeder van aangeefster 2 gebeld en kwam hij naar haar ouderlijke woning. De verdachte vertelde toen aan haar moeder dat hij met aangeefster 2 wilde trouwen en dat zij seks hadden gehad. Aangeefster 2 zei dat de verdachte loog en dat de seks tegen haar wil was.

Betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster 2

De verklaringen van aangeefster 2 zijn in de kern consistent en gedetailleerd. Aangeefster 2 verklaart op meerdere momenten over de seksuele handelingen, namelijk tijdens een informatief gesprek zeden op 10 juli 2024, tijdens haar aangifte op 12 juli 2024 en bij de rechter-commissaris op 18 december 2025. Zij verklaart niet alleen consistent en gedetailleerd over de seksuele handelingen die verdachte tegen haar wil verrichtte, maar ook over wat er daarvoor en daarna gebeurde. De verklaringen bevatten ook authentieke details. Zo verklaart aangeefster 2 dat zij de deken wilde pakken om haar lichaam te bedekken en dat de verdachte direct na de seks zijn moeder belde. De rechtbank ziet, gelet op het voorgaande, geen redenen om aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster 2 te twijfelen en gebruikt deze dan ook voor het bewijs.

Steunbewijs

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van aangeefster 2 steun vindt in ander bewijs in het dossier. Ten eerste door de verklaringen van de verdachte. De verdachte verklaart namelijk dat hij op 7 juli 2024 seks had met aangeefster 2 en dat hij daarbij met zijn penis in de vagina van aangeefster 2 kwam, dat aangeefster 2 toen pijn had en dat zij na de seks boos op hem was en hem in zijn gezicht sloeg. Ten tweede door de resultaten van het forensisch medisch onderzoek, waaruit blijkt dat in het slijmvlies van haar vagina een kleine schaafwond zichtbaar was en dat er bloedverlies was bij het maagdenvlies. Dit letsel sluit aan bij de verklaring van aangeefster 2 dat de verdachte hardhandig zijn penis in haar vagina deed en toen stopte, omdat hij bloed zag. Steun voor de verklaring van aangeefster 2 volgt, ten derde, uit de verklaring van haar vriendin, getuige [getuige 1] , over het gedrag van aangeefster 2. Getuige [getuige 1] zag dat aangeefster 2 zich anders gedroeg en verklaart daarover dat zij merkte dat aangeefster 2 na 7 juli 2024 niet lekker in haar vel zat. Ook reageerde aangeefster 2 op 8 juli 2024 heel raar. Het leek toen alsof aangeefster 2 zou flauwvallen. Later in de avond/nacht toen de getuige haar belde vertelde aangeefster 2 haar, op gedetailleerde wijze, dat zij door de verdachte was verkracht. De getuige zag dat aangeefster 2 bleek was en in zichzelf gekeerd. Aangeefster 2 zag eruit alsof ze ging huilen.

De verdediging ziet een contra-indicatie (aanwijzing voor vrijwilligheid van het seksuele contact) in de omstandigheid dat aangeefster 2 en de verdachte nog contact met elkaar hadden in de dagen na het seksuele contact. De rechtbank ziet dat anders. Dat er na 7 juli 2024 sprake was van contact duidt niet zonder meer op vrijwillig seksueel contact. In dit geval blijkt bovendien uit de bewijsmiddelen en uit wat hiervoor is overwogen juist dat de verdachte het contact met aangeefster 2 afdwong door haar te blijven bellen en haar moeder te benaderen om langs te komen. Een contra-indicatie is dit dus niet.

Gekwalificeerde opzetverkrachting

Van gekwalificeerde opzetverkrachting is sprake als een verdachte seksuele handelingen verrichtte, die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van een ander, terwijl hij wist dat bij de ander de wil daartoe ontbrak en deze verkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging.

Uit de voorgaande overwegingen en de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte evident tegen de wil van aangeefster 2 seks, mede bestaand uit seksueel binnendringen in haar lichaam, met haar had. Aangeefster 2 maakte meermalen verbaal (onder meer door te schreeuwen dat de verdachte moest stoppen) en non-verbaal (door te proberen haar ontblote lichaam te bedekken met een deken en haar benen dicht tegen elkaar aan te houden) duidelijk dat zij geen seks met de verdachte wilde. De verdachte wist dus dat bij aangeefster 2 de wil ontbrak, maar trok zich daar niets van aan en penetreerde haar lichaam desondanks, wat gepaard ging met dwang en geweld.

Conclusie

Gelet op het voorgaande oordeelt de rechtbank dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gekwalificeerde opzetverkrachting van aangeefster 2.

3.3.4.

Bewijsoverweging feiten 1, 2, 4: belaging, dwang en gekwalificeerde opzetverkrachting van aangeefster 1

De verklaring van aangeefster 1

Aangeefster 1 deed twee keer aangifte en is meerdere keren gehoord door de politie. Zij verklaart, onder meer, het volgende. Zij leerde de verdachte kennen via TikTok, waarna zij na een paar dagen met elkaar afspraken om elkaar te ontmoeten. Kort daarna, eind januari 2025, kregen zij een relatie. Vanaf dat moment kwam de verdachte dagelijks naar aangeefster 1 toe. De verdachte belde vaak, ook als zij nog op school zat. De verdachte wilde dan dat zij naar hem toe kwam en schreeuwde daarbij. Al na een aantal dagen kreeg zij het gevoel dat de verdachte haar probeerde te controleren en dat hij vond dat zij naar hem moest luisteren. Dat waren voor aangeefster 1 redenen om de relatie te beëindigen.

Vanaf dat moment chanteerde de verdachte aangeefster 1 met afbeeldingen die hij van haar had, waarop zij te zien was zonder haar hoofddoek. Zij wilde dat de verdachte die afbeeldingen verwijderde en daarover kregen zij ruzie met elkaar.

Op 4 februari 2025 kwam de verdachte naar de school van aangeefster 1, bleef daar wachten tot ze klaar was en zei hij dat zij met hem mee moest komen, want anders zou hij de afbeeldingen op social media plaatsen en naar haar familie sturen. In de dagen daarna belde de verdachte haar meerdere keren met de mededeling dat zij naar hem moest komen, anders zou hij de afbeeldingen openbaar maken.

Op 10 februari 2025 belde de verdachte aangeefster 1 en zei hij dat zij naar hem toe moest komen in het AZC in [plaats] , waar de verdachte toen verbleef. Zij is toen naar hem toegegaan omdat zij bang was dat de verdachte de afbeeldingen zou verspreiden. Toen aangeefster 1 eenmaal in de kamer van de verdachte was, schoof hij de tafel voor de deur. Vervolgens ging hij naast aangeefster 1 zitten op bed, duwde hij haar en pakte hij haar bij haar mond. Hierdoor kon zij niet schreeuwen of praten. De verdachte duwde haar knieën naar haar gezicht en trok de broek en onderbroek van aangeefster 1 en van zichzelf uit, terwijl zij hem probeerde te trappen en te duwen. De verdachte duwde zijn penis en (later) ook zijn vingers in de vagina van aangeefster 1. Zij begon te huilen. Even later probeerde zij naar buiten te gaan, maar de verdachte hield haar tegen. De verdachte zei tegen haar dat hij heeft gemerkt dat hij de eerste was die seks met haar had dus dat zij goed was om zijn vrouw te worden. Later die dag, bij de bushalte, zei aangeefster 1 dat zij naar de politie zou gaan. De verdachte begon te schreeuwen, zei dat zij bij elkaar moesten blijven en dat hij van een gebouw af zou springen. Aangeefster 1 gaf aan dat zij niet meer verder wilde en blokkeerde de verdachte.

Vervolgens belde en berichtte de verdachte aangeefster 1 veelvuldig. Hij volgde haar, wachtte bij haar werk en huis en bezorgde haar bloemen en eten.

Op 9 maart 2025 zocht de verdachte contact met de moeder en de broer van aangeefster 1. De verdachte stuurde dat hij van aangeefster 1 hield, dat hij iets doms had gedaan en dat hij het wilde oplossen. Aangeefster 1 had haar moeder verteld was er was gebeurd, maar de verdachte vertelde een heel ander verhaal. Hij wilde contact leggen met leden van de familie om met aangeefster 1 te trouwen en om haar hand te vragen. Vervolgens had de verdachte contact met de oom van aangeefster 1, om haar hand te vragen. Toen de oom zei dat de verdachte niet met aangeefster 1 mocht trouwen, zei de verdachte dat hij seks had gehad met haar. De familie van haar vaderskant in Syrië, waaronder haar oom, is streng religieus.

Betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster 1

De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van aangeefster 1 in de kern consistent en gedetailleerd zijn. Aangeefster 1 verklaart op meerdere momenten over de seksuele handelingen, namelijk tijdens het eerste gesprek met de politie op 16 maart 2025 nadat zij melding deed over de verdachte, tijdens haar eerste aangifte over alle feiten op 27 maart 2025, tijdens een informatief gesprek zeden op 9 april 2025, tijdens haar aangifte over de verkrachting op 18 april 2025, en bij de rechter-commissaris op 18 december 2025. Zij heeft niet alleen consistent en gedetailleerd verklaard over de seksuele handelingen die de verdachte tegen haar wil heeft verricht, maar ook over de hele situatie ervoor en daarna. De verklaringen bevatten ook authentieke details. Zo verklaart aangeefster 1 dat zij iets van een dekje over zich heen wilde doen toen de verdachte haar broek en onderbroek had uitgedaan, omdat zij zich schaamde. Bovendien blijkt uit haar verklaring over de verkrachting dat zij het zeer moeilijk vond om over seks te praten en in eerste instantie niet eens het Arabische woord voor ‘geslachtsdeel’ durfde uit te spreken tegen de politie of een tolk.

De verdediging voert aan dat de verklaringen van aangeefster 1 onbetrouwbaar zijn, omdat aangeefster 1 na 10 februari 2025 contact bleef houden met de verdachte en er zelfs tussen de families is gesproken over een huwelijk. Een huwelijk werd op voorhand ook niet afgewezen door aangeefster 1 en haar familie. Volgens de verdediging volgt uit groepsgesprekken tussen de families dat men op de hoogte was van de seks tussen de verdachte en aangeefster 1, maar dat niemand sprak over verkrachting. Uit het telefoonverkeer tussen aangeefster 1 en haar moeder blijkt, volgens de verdediging, van een plan om de eer van aangeefster 1 te redden. Haar moeder instrueerde aangeefster 1 heeft geïnstrueerd om naar de politie te gaan en dicteerde wat aangeefster 1 dan moest zeggen.

De rechtbank ziet in wat de verdediging aanvoert geen aanleiding de verklaringen van aangeefster 1 onbetrouwbaar te achten. Het dossier bevat, onder meer, Whatsappberichten die zijn gewisseld tussen aangeefster 1 en haar moeder, tussen aangeefster 1 en de verdachte en tussen de verdachte en de moeder van aangeefster 1. Uit geen enkel bericht kan worden afgeleid dat sprake was van vrijwillige seks. Dat er is gesproken over een huwelijk en dat er contact is geweest tussen de families, komt voort uit het gedrag van de verdachte. De verdachte dwong het contact met aangeefster 1 en haar familie af door haar familieleden, zonder toestemming van aangeefster 1, te benaderen en te vertellen over zijn contact met aangeefster 1 en dat zij vrijwillig seks met elkaar hadden gehad. De verdachte, zo verklaart hij zelf, wilde daarmee bereiken dat aangeefster 1 (het meisje) zijn vrouw werd. Het contact van aangeefster 1 en haar familie met de verdachte en zijn moeder moet in het licht van de culturele en religieuze achtergrond van aangeefster 1 en de verdachte – waarbinnen seks voor het huwelijk niet is toegestaan – worden gezien. Vanuit deze achtergrond was de familie van aangeefster 1 bereid om te praten over een huwelijk om de eer te herstellen. Uit Whatsappberichten die aangeefster 1 op 12 maart 2025 naar de verdachte stuurde blijkt duidelijk dat zij dat huwelijk niet wilde, zoals zij steeds verklaart. Zij stuurde namelijk: uiteindelijk bleek dat we niet verplicht zijn om te trouwen. Zoals ik het wil. (Voetnoot 2)

Ook het feit dat aangeefster 1 en haar moeder spraken over de aangifte en de politie, maakt de verklaringen van aangeefster 1 niet onbetrouwbaar. De rechtbank ziet in het dossier geen enkele aanwijzing om aan te nemen dat aangeefster 1 door haar moeder is aangezet om onware verklaringen af te leggen. De rechtbank ziet, gelet op het voorgaande, geen redenen om aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster 1 te twijfelen en gebruikt deze dan ook voor het bewijs.

Steunbewijs

De rechtbank ziet, anders dan de verdediging, steun voor de verklaring van aangeefster 1 in ander bewijs in het dossier en maakt daarbij gebruik van schakelbewijs. Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat het (steun)bewijs dat een verdachte een bepaald feit heeft begaan ook uit schakelbewijs kan bestaan. Met schakelbewijs wordt bedoeld dat voor de bewezenverklaring van een feit mede redengevend wordt geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat een verdachte bij één of meer andere strafbare feiten betrokken was. Daarbij is ten minste vereist dat de wijze waarop de verschillende feiten zijn begaan (de ‘modus operandi’) op essentiële punten overeenkomt. (Voetnoot 3)

De rechtbank is op basis van de inhoud van de bewijsmiddelen van oordeel dat de wijze waarop de verdachte heeft gehandeld tegenover aangeefster 2 en aangeefster 1 op essentiële punten overeenkomt. De rechtbank stelt vast dat de verdachte in beide gevallen dezelfde modus operandi heeft gebruikt. Deze modus operandi kenmerkt zich door het volgende. Al een paar dagen na het eerste contact ontstaat er, op initiatief van de verdachte, een relatie waarbij hij de aangeefsters veel aandacht en steeds bloemen geeft. Vanaf dat moment oefent de verdachte meer en meer controle uit over de aangeefsters. De verdachte gaat mee naar school en werk en blijft daar dan wachten. De aangeefsters moeten (mee)komen als de verdachte dat wil en hij probeert hun leven in te richten naar zijn behoefte. Op de zitting verklaart de verdachte dat hij tegen aangeefster 2 – die geen moslima is – zei dat zij een hoofddoek moest dragen. De aangeefsters voelen zich niet vrij in de relatie en het is moeilijk om de relatie te beëindigen. Aangeefster 2 verklaart bijvoorbeeld dat de verdachte haar dingen begon te verbieden en aangeefster 1 verklaart dat hij haar probeerde te controleren en hij afhankelijk van haar aan het worden was. Het gedrag van de verdachte verergert als de aangeefsters zeggen dat zij de relatie willen beëindigen. De verdachte dreigt met zelfmoord en zelfbeschadiging door zichzelf te snijden. En de verdachte dreigt om de families van de aangeefsters te benaderen. Daarna escaleert de situatie. Op een moment waarop de relatie al beëindigd is, zet de verdachte de verkrachting van beide aangeefsters in als een middel om de controle over hen terug te krijgen en om een huwelijk af te dwingen. De verdachte trekt bij de aangeefsters snel al hun onderkleding uit en gaat direct over tot penetratie. De verdachte weet dat de aangeefsters vanwege hun culturele en religieuze achtergrond kwetsbaar zijn, omdat seks voor het huwelijk niet wordt geaccepteerd. Ook probeert de verdachte de controle weer terug te krijgen door opnieuw te dreigen met zelfmoord en zelfbeschadiging en door te dreigen de families van de aangeefsters te benaderen. En het blijft niet bij dreigen: de verdachte benadert de families van de aangeefsters daadwerkelijk en hij vertelt dat zij seks hebben gehad en dat zij moeten trouwen.

Gelet op al het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de werkwijze van de verdachte in beide gevallen zodanige specifieke overeenkomsten vertoont, dat het bewijs voor de verkrachting van aangeefster 1 mede kan worden gebaseerd op het feit dat de verdachte tevens betrokken was bij de (overeenkomstige) verkrachting van aangeefster 2.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van aangeefster 1 steun vindt in de verklaring van getuige [getuige 2] , over het gedrag van aangeefster 1 toen zij de verdachte bezocht in het AZC: toen zij aankwam was ze spontaan en bij vertrek was ze angstig en vroeg ze om bescherming.

De verklaring van aangeefster 1 wordt voldoende ondersteund door ander bewijs in het dossier. Contra-indicaties ziet de rechtbank niet.

Gekwalificeerde opzetverkrachting

Uit wat hiervoor is overwogen en de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte evident tegen de wil van aangeefster 1 seks, mede bestaand uit seksueel binnendringen in haar lichaam, met haar had. Aangeefster 1 maakte meermalen verbaal (door te huilen) en non-verbaal (door te duwen en te trappen) duidelijk dat zij geen seks met de verdachte wilde. De verdachte wist dus dat bij aangeefster de wil ontbrak. De verdachte trok zich daar niets van aan en penetreerde het lichaam van aangeefster 1 desondanks, wat gepaard ging met dwang en geweld.

Belaging en dwang

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte, nadat aangeefster 1 de relatie beëindigde op 10 februari 2025, vanaf 13 februari 2025 veelvuldig en op allerlei manieren contact met haar zocht, tot één dag voor zijn aanhouding op 15 april 2025. Die handelingen van de verdachte moeten, in onderling verband en in samenhang bezien, worden gekwalificeerd als een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster 1. De verdachte bleef voortdurend en op indringende manieren contact met aangeefster 1 zoeken, hoewel zij duidelijk had laten weten dat zij niet meer met hem verder wilde. De verdachte heeft contact gezocht, gehouden en afgedwongen om tot een huwelijk te komen, terwijl hij wist dat aangeefster 1 daar niet achter stond. Dat aangeefster 1 ook een enkele keer contact zocht met de verdachte en berichten heeft gestuurd naar zijn moeder, maakt het gedrag van de verdachte niet minder inbreukmakend op aangeefster 1 haar persoonlijke levenssfeer.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de bewijsmiddelen en de voorgaande bewijsoverwegingen dat de verdachte aangeefster 1 heeft gedwongen om met hem mee te gaan en hem op te zoeken, door te dreigen om compromitterende afbeeldingen van aangeefster 1 op social media te plaatsen en naar haar familie te sturen.

Conclusie

Gelet op het voorgaande oordeelt de rechtbank dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gekwalificeerde opzetverkrachting van aangeefster 1, en vervolgens, belaging en dwang.

3.4.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

feit 1 van 13 februari 2025 tot en met 14 april 2025 in Nederland wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] , door die [slachtoffer 1]- veelvuldig te bellen en berichten te sturen en- die [slachtoffer 1] te achtervolgen en- zich langere tijd bij het werk en de woning van die [slachtoffer 1] op te houden en- die [slachtoffer 1] bloemen en eten te (laten) bezorgenmet het oogmerk die [slachtoffer 1] te dwingen iets te doen, niet te doen en te dulden;

feit 2 in de periode van 20 januari 2025 tot en met 14 april 2025 in Nederland [slachtoffer 1] door bedreiging met enige feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 1] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen en te dulden, te weten tegen de zin van die [slachtoffer 1] met hem, verdachte, mee te gaan en tegen de zin van die [slachtoffer 1] hem, verdachte op te zoeken,door te dreigen compromitterende foto's van die [slachtoffer 1] naar haar familie te sturen enop social media te plaatsen;

feit 3 op 7 juli 2024 te [plaats] , met [slachtoffer 2] seksuele handelingen die bestonden uit hetseksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten

- het duwen van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 2]terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 2] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van engevolgd door dwang en geweld door- voorbij te gaan aan de verbale ennon-verbale uitingen/verzet van die [slachtoffer 2] en - die [slachtoffer 2] hardhandig op te tillen en op het bed te gooien en vervolgens de kleding van die [slachtoffer 2] uit te trekken en- die [slachtoffer 2] op haar buik te draaien en vervolgens op het lichaam van die[slachtoffer 2] te gaan zitten enhet hoofd van die [slachtoffer 2] naar beneden in derichting van het bed te duwen en- de benen van die [slachtoffer 2] uit elkaar te duwen en- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen: “Luister, ik heb jouw maagdheid genomen en misschien heb ik mijn kind in jou zitten. Mijn kind en jij gaan nergens heen en jij gaat bij mij blijven”;

feit 4

op 10 februari 2025 te [plaats] , met [slachtoffer 1] seksuele handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten- het duwenvan zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer 1] en- het duwenvan zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 1]terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door en vergezeld van dwang en geweld door- die [slachtoffer 1] te chanteren met foto’s waarop zij geen hoofddoek draagt en

- een tafel voor de deur van zijn, verdachtes, kamerdeur te schuiven waardoor die [slachtoffer 1] de kamer niet kon verlaten en

- voorbij te gaan aan de verbale en non-verbale uitingen/verzet van die [slachtoffer 1] en- die [slachtoffer 1] op het bed te duwen en vervolgens de kleding van die [slachtoffer 1] uit te trekken en- de knieën van die [slachtoffer 1] naar haar gezicht te duwen enzijn, verdachtes, hand op de mond van die [slachtoffer 1] te houden.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4
Kwalificatie en strafbaarheid
4.1.

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

feit 1: belaging;

feit 2: een ander door bedreiging met een feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen en iets te dulden;

feit 3 en feit 4: gekwalificeerde opzetverkrachting.

4.2.

Strafbaarheid feiten en verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5
Straf en maatregel
5.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 jaar, met aftrek van het voorarrest.

De officier van justitie eist ook dat aan de verdachte wordt opgelegd:

een contactverbod als vrijheidsbeperkende maatregel voor de duur van 5 jaar, te vervangen door 2 weken hechtenis voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet. En dat deze maatregel direct na de uitspraak ingaat (dadelijk uitvoerbaar is);

een locatieverbod als vrijheidsbeperkende maatregel voor de duur van 5 jaar, te vervangen door 2 weken hechtenis voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet, maar alleen als de rechtbank een lagere straf dan 5 jaar oplegt.

de gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel, op grond van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (Sr).

5.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt een gevangenisstraf/jeugddetentie op te leggen, waarvan het onvoorwaardelijke deel niet (veel) langer is dan de duur van het voorarrest. Daarbij kan dan een fors voorwaardelijk gedeelte met bijzondere voorwaarden worden opgelegd. Dit is passend, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Dat de verdachte nog in de aanvraagprocedure voor een verblijfsvergunning in Nederland zit is geen reden om simpelweg voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf te kiezen. Daarnaast blijkt uit het psychologisch onderzoek dat bij de verdachte sprake is van psychische problematiek en zwakbegaafdheid. De psycholoog heeft zich niet uitgelaten over de mate van toerekening, maar de psycholoog geeft wel een behandeling in overweging. De verdediging verzoekt het bewezenverklaarde in (enigszins) verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.

De verdediging vraagt daarnaast het jeugdstrafrecht toe te passen, omdat de verdachte 22 jaar oud was ten tijde van feit 3, omdat het de vraag is of hij de consequenties heeft kunnen overzien en omdat er geen doorslaggevende contra-indicaties zijn voor het toepassen van het jeugdstrafrecht.

5.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf en maatregelen houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank persoonlijke omstandigheden van de verdachte mee.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetverkrachting met dwang en geweld van twee jonge vrouwen. Toen hun korte relaties, op initiatief van de aangeefsters, tot een einde kwamen, heeft hij de aangeefsters totaal overvallen met zijn handelen en hen gedwongen tot het ondergaan van seks. Beide aangeefsters hadden voorheen nog geen geslachtsgemeenschap gehad. De verdachte heeft hiermee een zeer grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de aangeefsters.

Uit de spreekrechtverklaringen van de aangeefsters blijkt hoeveel impact het handelen van de verdachte op hun leven heeft gehad en nog steeds heeft. Aangeefster 2 moest stoppen met haar opleiding en aangeefster 1 verblijft door de veiligheidsrisico’s, die het gevolg zijn van de verkrachting, nog steeds in een safe house. Wat in het oog springt in deze zaak is dat de verdachte zich niet zozeer heeft laten leiden door lustgevoelens, maar dat hij de verkrachtingen heeft gepleegd met het doel de aangeefsters aan zich te binden door een huwelijk af te dwingen. De verdachte was en is zich er heel goed van bewust dat seks voor het huwelijk binnen de culturele en religieuze achtergrond van de aangeefsters niet wordt geaccepteerd. Door verkrachting in te zetten als middel om een huwelijk met de aangeefsters af te dwingen maakte hij doelbewust misbruik van de kwetsbare positie van vrouwen met zo’n achtergrond. Dit toont aan dat de verdachte geen enkel respect had voor de aangeefsters en geen ‘nee’ wilde horen. De verdachte heeft zich niets aangetrokken van de gevolgen die zijn gedrag voor de aangeefsters zou hebben. Door de familie van aangeefster 1 te benaderen en te vertellen dat hij seks met haar had gehad, heeft hij haar in grote problemen gebracht, waar zij nu nog steeds de gevolgen van ondervindt.

Verder heeft de verdachte aangeefster 1 ook nog onderworpen aan stalking en dwang. Vanaf het moment dat aangeefster 1 de relatie met verdachte verbrak, ging de verdachte over tot dwang en dreigde hij met het verspreiden van afbeeldingen van aangeefster 1 zonder hoofddoek. Ook ging de verdachte een grens over, door in een periode van ongeveer twee maanden veelvuldig en stelselmatig op indringende wijze contact te zoeken met aangeefster 1. De rechtbank merkt op dat de verdachte deze stalking en dwang, net als de verkrachting, ook heeft gepleegd met het doel om aangeefster 1 aan zich te binden. Ook dit rekent de rechtbank de verdachte aan.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft ten aanzien van de persoon van de verdachte kennisgenomen van zijn strafblad van 10 januari 2026. Daaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. De rechtbank weegt dit niet in strafverzwarende of strafmatigende zin mee.

De rechtbank heeft ook kennisgenomen van de Pro Justitia-rapportage van 9 december 2025, opgemaakt door M.G.H. van Willigenburg, klinisch psycholoog. Uit dit psychologisch onderzoek volgt dat bij de verdachte sprake is van:

- een andere gespecificeerde psychotrauma- of stressorgerelateerde stoornis,

- een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met borderline kenmerken, en - zwakbegaafdheid.

Volgens de deskundige was ook sprake van deze stoornissen ten tijde van de feiten, maar omdat het onderzoek veel beperkingen kende, kan het advies over de mate van toerekening niet goed worden geformuleerd. Wel kunnen de kenmerken van het scenario dat beide aangeefsters schetsen, passen bij de vastgestelde borderline persoonlijkheidskenmerken, versterkt door de zwakbegaafdheid. Het blijft echter onduidelijk of de verdachte en zijn motieven voldoende in beeld zijn gekomen. De deskundige onthoudt zich daarom van een advies over de doorwerking.

De deskundige benoemt in het rapport dat de borderline-problematiek in combinatie met de zwakbegaafdheid het meest relevant lijken voor het recidiverisico. Deze zijn structureel aanwezig. En omdat er mogelijk geen volledig beeld is ontstaan van de psychische problematiek, is niet uit te sluiten dat er nog onbekend gebleven psychische factoren zijn die bijdragen aan het recidiverisico. Het risico dat de verdachte in de komende periode tot (algemeen) gewelddadig handelen zal komen wordt ingeschat als matig gezien de indicatoren binnen de historische en klinische domeinen, de risicohantering en de hoeveelheid beschermende factoren. Het risico dat de verdachte in de komende periode tot seksueel gewelddadig handelen zal komen wordt ingeschat als matig tot hoog.

De rechtbank herkent het door de deskundige geschetste beeld over de verdachte in wat zij van hem zag op de zitting. De verdachte presenteerde zich als het enige slachtoffer in deze zaak. De aangeefsters zijn uit op zijn geld en de (Nederlandse) wet beschermt hem niet tegen de – in zijn ogen – ongefundeerde aanklachten. De verdachte lijkt, mede ingegeven door de bij hem vastgestelde beperkingen, niet in staat verantwoordelijkheid te nemen voor zijn daden en inzicht te tonen in wat hij de aangeefsters heeft aangedaan.

Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 11 maart 2026, opgemaakt door reclasseringswerker N. Schepers. De reclassering komt tot de conclusie dat toepassing van het volwassenstrafrecht passend is. De verdachte maakt in zijn gedrag, functioneren en mate van zelfstandigheid een meer volwassen indruk, dan passend bij het jeugdstrafrecht. Hoewel er sprake is van zwakbegaafdheid lijkt de verdachte een vrij zelfstandig leven te leiden en lijkt hij beperkt ontvankelijk voor sociale, emotionele of praktische ondersteuning door volwassenen. Daarnaast is sprake van een verdenking van ernstige strafbare feiten, waardoor aansluiting bij een kader en de interventiemogelijkheden binnen het volwassenstrafrecht passender worden geacht.

Het recidiverisico wordt door de reclassering ingeschat als gemiddeld. Tevens blijkt uit het overleg met Landelijk Expertisecentrum Eer Gerelateerd Geweld (LEC) dat er zorgen zijn ten aanzien van eergerelateerd geweld. De reclassering vindt, gelet op de omvang van de risico’s en aanwezige problematiek, een interventie geïndiceerd. Tegelijkertijd bestaat aanzienlijke onzekerheid over de haalbaarheid en effectiviteit van een interventie binnen een deels voorwaardelijk kader. Er is sprake van een lage responsiviteit: de verdachte is analfabeet, zwakbegaafd, er is sprake van psychische problematiek, hij is de Nederlandse taal niet machtig en zijn verblijfsstatus is nog onduidelijk in het kader van een lopende asielprocedure. De reclassering concludeert dat zij op dit moment onvoldoende mogelijkheden zien om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag te veranderen.

De reclassering geeft in overweging om bij een veroordeling tot een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf een gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 38z Sr, hierna: GVM) op te leggen, zodat gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende voorwaarden toegepast kunnen worden na het uitzitten van een gevangenisstraf. Omdat er op dit moment nog een asielprocedure loopt en nog niet bekend is of de verdachte een verblijfsvergunning zal krijgen, kan richting het einde van de gevangenisstraf nogmaals getoetst worden of deze GVM haalbaar is.

Straf

De rechtbank zal het volwassenenstrafrecht toepassen, zoals geadviseerd door de reclassering. Voor (gedeeltelijke) toepassing van het jeugdstrafrecht zijn geen aanknopingspunten, ook niet in wat de verdediging heeft aangevoerd.

De rechtbank veroordeelt de verdachte voor twee gekwalificeerde verkrachtingen, belaging en dwang. Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Voor verkrachting wordt doorgaans een langdurige gevangenisstraf opgelegd. Gelet op de aard en ernst van de feiten is dan ook geen andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van forse duur op zijn plaats.

De rechtbank rekent in strafverzwarende zin mee dat de verdachte de feiten heeft gepleegd met het doel om de aangeefsters aan zich te binden en niet heeft geschroomd om hun families te benaderen, met alle gevolgen van dien. Op basis van de eerder besproken rapportages, komt de rechtbank tot de conclusie dat de verdachte een beschadigde jongeman is met verschillende stoornissen. Ondanks dat de deskundige zich heeft onthouden van een advies over de toerekening, is de rechtbank van oordeel dat de feiten in verminderde mate aan de verdachte kunnen worden toegerekend, vanwege zijn stoornissen. De rechtbank neemt hierin ook mee dat de beperkingen van de verdachte op zitting kenbaar waren.

Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf op van 5 jaar, met aftrek van het voorarrest. Bij een straf van deze duur kan niet worden bepaald dat een gedeelte daarvan niet ten uitvoer wordt gelegd, zodat het opleggen van bijzondere voorwaarden ook niet mogelijk is. De rechtbank wijkt af van de eis van de officier van justitie, onder meer omdat de rechtbank andere uitgangspunten voor straftoemeting hanteert en rekening houdt met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte.

Tenuitvoerlegging van de straf

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

Vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 38v Sr) – contactverbod

De rechtbank zal de gevorderde vrijheidsbeperkende maatregel inhoudende een contactverbod opleggen. De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde vrijheidsbeperkende maatregel inhoudende het locatieverbod op dit moment niet noodzakelijk is.

De rechtbank ziet, ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten, aanleiding om aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen in de zin van artikel 38v Sr. De rechtbank zal bevelen dat de verdachte op geen enkele wijze – direct of indirect – contact opneemt, zoekt of heeft met aangeefster 2 en met aangeefster 1, zoals nader omschreven in het dictum.

De rechtbank zal deze vrijheidsbeperkende maatregel opleggen voor de duur van 5 jaar. Voor iedere keer dat de verdachte deze maatregel overtreedt, zal vervangende hechtenis worden opgelegd voor de duur van maximaal 4 weken, met een maximale totale duur van 6 maanden. Daarbij geldt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verdachte niet ontslaat van het nakomen van deze maatregel.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee gekwalificeerde opzetverkrachtingen en aan belaging. Dit zijn misdrijven die zijn gericht tegen en gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Gelet op de eerder besproken rapportages, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de vrijheidsbeperkende maatregel die aan de verdachte zal worden opgelegd, dadelijk uitvoerbaar is. De rechtbank vindt vooral van belang dat de verdachte ook tijdens zijn detentie op geen enkele manier contact zoekt met de eerdergenoemde personen.

De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod.

Gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel, GVM (artikel 38z Sr)

De rechtbank zal de GVM opleggen, omdat moet worden voorkomen dat de verdachte, na het uitzitten van zijn straf, recidiveert. Op dit moment loopt nog een asielprocedure en is nog niet bekend of de verdachte een verblijfsvergunning zal krijgen. Tegen het einde van de gevangenisstraf van de verdachte kan worden getoetst of een GVM haalbaar is. Daarmee wordt de mogelijkheid gecreëerd dat de verdachte, indien hij in Nederland mag blijven, na zijn gevangenisstraf langdurig onder toezicht wordt gesteld en kan ook in de verdere toekomst het recidiverisico worden teruggedrongen of op een aanvaardbaar niveau worden gehouden. Aan de wettelijke vereisten voor de oplegging van een maatregel langdurig toezicht is voldaan.

6
In beslag genomen voorwerpen
6.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de twee telefoons verbeurd moeten worden verklaard, omdat deze telefoons verband houden met de feiten en de verdachte hiermee contact heeft gehouden met de aangeefsters. Het geld kan teruggegeven worden aan de verdachte.

6.2.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt teruggave van het geld en van de twee telefoons van de verdachte.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Verbeurdverklaring

De rechtbank zal de in beslag genomen iPhone 16 Pro Max verbeurdverklaren, omdat met behulp van deze telefoon de feiten 1 en 2 zijn begaan.

Teruggave aan verdachte

De rechtbank zal teruggave gelasten aan de verdachte van de in beslag genomen Samsung A14, aangezien niet is gebleken dat de bewezenverklaarde feiten zijn gepleegd met of betrekking hebben op deze telefoon en het strafvorderlijke belang zich niet tegen teruggave verzet. Daarnaast zal de rechtbank teruggave gelasten van het in beslag genomen geld.

7
Vordering benadeelde partij
7.1.

Vordering van de benadeelde partijen

[slachtoffer 2] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 10.000,- (feit 3), maar op de zitting heeft haar advocaat de vordering verhoogd tot € 12.500,-. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade (smartengeld).

[slachtoffer 1] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 18.750,- (feiten 1, 2, en 4). Dit bedrag bestaat uit immateriële schade (smartengeld).

Verder verzoeken de benadeelde partijen om de schadevergoedingen te vermeerderen met de wettelijke rente en om de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

7.2.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie verzoekt de gevorderde schadevergoedingen toe te wijzen, inclusief de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.3.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt het toe te wijzen bedrag te matigen tot bedragen tussen de € 2.500,- en € 7.500,-, gelet op de Rotterdamse schaal. Hij stelt dat de gevraagde verhoging van 25% niet moet worden toegepast, wegens onvoldoende onderbouwing.

7.4.

Oordeel van de rechtbank

Immateriële schade

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.

In dit geval is naar het oordeel van de rechtbank sprake van zo’n uitzonderlijke situatie, zodat de benadeelde partijen recht hebben op vergoeding van immateriële schade.

Rotterdamse schaal

Voor de vaststelling van de hoogte van de immateriële schadevergoeding zoekt de rechtbank aansluiting bij de ‘Rotterdamse schaal’. Dit betreft een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen en bevat indicaties voor het toekennen van een passende immateriële schadevergoeding. De rechtbank hanteert de volgende uitgangspunten bij het gebruik van de Rotterdamse schaal voor de vaststelling van de immateriële schade. De Rotterdamse schaal wordt uitsluitend gebruikt als hulpmiddel. Daartoe kijkt de rechtbank naar de indicatieve smartengeldbedragen die worden genoemd bij de voor deze zaak toepasselijke categorie van de Rotterdamse schaal. Deze bedragen betrekt de rechtbank bij de billijkheidsafweging.

De Rotterdamse schaal geeft een bandbreedte voor verkrachting onder de oude wetgeving (artikel 242 Sr oud). De rechtbank heeft gelet op de relevante factoren voor de omvang van het smartengeld, zoals de ernst van de seksuele handelingen, de handelwijze van de verdachte, de kwetsbaarheid van de benadeelden en de aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelden. De verdachte heeft de seksuele handelingen gepleegd om zo de relatie af te dwingen met twee jonge vrouwen voor wie seks voor het huwelijk niet was toegestaan. Gelet hierop komt de rechtbank uit bij de subcategorie ‘ernstig’. Daarvoor is de indicatie een bandbreedte van € 7.500,- tot € 15.000,-.

De Rotterdamse schaal geeft ook een bandbreedte voor belaging. De rechtbank heeft gelet op de relevante factoren voor de omvang van het smartengeld, zoals de handelwijze van de verdachte en de aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelden. Gelet hierop komt de rechtbank uit bij de subcategorie ‘meest ernstig’. Daarvoor is de indicatie een bandbreedte van € 5.000,- tot € 8.000,-.

Benadeelde [slachtoffer 2]

De rechtbank acht toewijzing van het oorspronkelijk gevorderde bedrag van € 10.000,- billijk. Voor het meer gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding om dit bedrag met 25% te verhogen zoals de advocaat van benadeelde heeft gevorderd, omdat onvoldoende is gebleken dat de verdachte opzet heeft gehad op het toebrengen van psychisch letsel. De rechtbank heeft hiervoor namelijk beschreven dat het handelen van de verdachte was gericht op het verkrijgen/behouden van een relatie met de benadeelde partij.

De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 7 juli 2024 (de datum van het ontstaan van de schade), tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.

Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vaststaat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen en toelichten van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet.

Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 75 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.

Benadeelde [slachtoffer 1]

De verkrachting en de belaging zijn beiden (net als de dwang) door de verdachte als middel ingezet om een relatie met de benadeelde partij te verkrijgen/behouden. De rechtbank acht gelet op dit alles toewijzing van een bedrag van € 15.000,- billijk. Voor het meer gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank ziet, om dezelfde redenen als bij de benadeelde partij [slachtoffer 2] , geen aanleiding om dit bedrag met 25% te verhogen zoals de advocaat van benadeelde heeft gevorderd.

De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 10 februari 2025 (de datum van het ontstaan van de schade), tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.

Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen en toelichten van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet

Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 100 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.

8
Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf, de maatregelen en de beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

- 33, 33a, 36f, 38v, 38w, 38z, 57, 243, 284 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

9
De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2, 3 en 4 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4. is omschreven;

verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1. is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het onder feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 5 jaar;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

maatregelen

legt aan verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 5 jaar, inhoudende een contactverbod;

beveelt dat verdachte op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met:

[slachtoffer 2] , geboren op [2006] ;

[slachtoffer 1] , geboren op [2007] ;

- beveelt dat voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan de maatregel wordt vervangen door maximaal 4 weken hechtenis, met een maximum van 6 maanden;

- beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

- legt aan de verdachte op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht;

beslag

- verklaart het volgende voorwerp verbeurd:

? iPhone 16 Pro Max (telefoon);

- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:

Samsung A14 (telefoon);

500,- euro;

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 3)

wijst de vordering van [slachtoffer 2] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 10.000,-;

veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2024 tot de dag van volledige betaling;

verklaart [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 10.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 75 dagen gijzeling;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 1] (feiten 1, 2 en 4)

wijst de vordering van [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 15.000,-;

veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 februari 2025 tot de dag van volledige betaling;

verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 15.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 februari 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 100 dagen gijzeling;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M.M. Heppe, voorzitter, mr. drs. S.M. van Lieshout en mr. S. Ourahma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.S. Stekkel als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026.

De jongste rechter en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

in de zaak met parketnummer 16/108186-25:

1

hij in of omstreeks de periode van 4 februari 2025 tot en met 15 april 2025 te

[plaats] , gemeente Utrechtse Heuvelrug, althans in Nederland,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk

inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] ,

door die [slachtoffer 1]

- veelvuldig te bellen en/of telefonische berichten te sturen en/of

- die [slachtoffer 1] te achtervolgen en/of

- zich langere tijd bij het werk en/of de woning van die [slachtoffer 1] op te houden en/of

-die [slachtoffer 1] bloemen en/of eten te (laten) bezorgen

met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of

vrees aan te jagen;

2

hij in of omstreeks de periode van 20 januari 2025 tot en met 15 april 2025 te

[plaats] , gemeente Utrechtse Heuvelrug, althans in Nederland

een ander, te weten [slachtoffer 1] ,

door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige

andere feitelijkheid gericht tegen die ander en/of derden, te weten [slachtoffer 1]

wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten

tegen de zin van die [slachtoffer 1] met hem, verdachte, mee te gaan en/of tegen de zin van

die [slachtoffer 1] hem, verdachte op te zoeken,

door te dreigen (compromitterende) foto's van die [slachtoffer 1] naar haar familie te

sturen en/of (compromitterende) foto's van die [slachtoffer 1] op social media te plaatsen;

3

hij op of omstreeks 7 juli 2024 te [plaats] , althans in Nederland,

met een persoon, te weten [slachtoffer 2]

een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het

seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten

- het brengen/duwen/houden van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer 2] en/of

- het brengen/duwen/houden van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 2]

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 2] daartoe de wil ontbrak

en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd

door dwang, geweld en/of bedreiging, door

- meermalen, althans eenmaal, voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale

uitingen/verzet van die [slachtoffer 2] en/of

- meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer 2] hardhandig op te tillen en/of op het

bed te gooien en/of (vervolgens) de kleding van die [slachtoffer 2] uit te trekken en/of

- die [slachtoffer 2] op haar buik te draaien en/of (vervolgens) op het lichaam van die

[slachtoffer 2] te gaan zitten en/of het hoofd van die [slachtoffer 2] naar beneden in de

richting van het bed te duwen en/of

- de benen van die [slachtoffer 2] uit elkaar te duwen en/of

- meermalen, althans eenmaal, tegen die [slachtoffer 2] te zeggen: "Luister, ik heb jouw

maagdheid genomen en misschien heb ik mijn kind in jou zitten. Mijn kind en jij

gaan nergens heen en jij gaat bij mij blijven." en/of

- terwijl zij onder de douche staat die [slachtoffer 2] te betasten bij haar vagina en/of

tussen haar schaamlippen;

in de zaak met parketnummer 16/346695-25:

hij op of omstreeks 10 februari 2025 te [plaats] , althans in Nederland,

met een persoon, te weten [slachtoffer 1] ,

een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden

uit het seksueel

binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten

- het brengen/duwen/houden van zijn vingers in de vagina van die

[slachtoffer 1] en/of

- het brengen/duwen/houden van zijn penis in de mond van die [slachtoffer 1] en/of

- het brengen/duwen/houden van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 1]

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak

en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of

gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door

- meermalen, althans eenmaal, voorbij te gaan aan de verbale en/of

non-verbale uitingen/verzet van die [slachtoffer 1] en/of

- meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer 1] (hardhandig) op het bed te

duwen en/of (vervolgens) de kleding van die [slachtoffer 1] uit te trekken en/of

- de knieën van die [slachtoffer 1] naar haar gezicht te duwen en/of zijn,

verdachtes, hand op de mond van die [slachtoffer 1] te houden en/of

- een tafel voor de deur van zijn, verdachtes, kamerdeur te schuiven

waardoor die [slachtoffer 1] de kamer niet kon verlaten en/of

- die [slachtoffer 1] te chanteren met foto’s waarop zij geen hoofddoek draagt.

Bijlage II: Bewijsmiddelen  (Voetnoot 4)

Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.

De verklaring van de verdachte op de zitting

Op 7 juli 2024 heb ik in [plaats] seks gehad met [slachtoffer 2] . Ik was met mijn penis in haar vagina. Ik trok me terug toen ik zag dat zij bloed had. Het is in onze cultuur niet toegestaan om seks te hebben voor het huwelijk. (Voetnoot 5)

Op 4 februari 2025 heb ik [slachtoffer 1] opgehaald van school. Ik heb op 10 februari 2025 in [plaats] seks gehad met [slachtoffer 1] . Op 16 februari 2025 ben ik naar [slachtoffer 1] toegelopen toen ze met collega’s was. Ik liep achter haar aan naar haar bushalte en ben samen in de bus gestapt en uitgestapt bij haar in de buurt. Ik was bij haar woning. Ik nam altijd bloemen mee als ik naar haar toe ging. Ik heb haar meerdere keren gebeld en geprobeerd om contact te krijgen met haar. De laatste keer dat wij contact hadden zei ze dat zij geen contact wilde hebben. Toen heb ik contact opgenomen met haar moeder. Ik heb ook contact opgenomen met haar broer en haar oom. Ik wilde het meisje dus waarom zou ik dan geen contact opnemen met de familie? Op 15 maart 2025 heb ik [slachtoffer 1] eten bezorgd. Ik heb daarna spullen en bloemen aan haar voordeur gehangen en een foto daarvan naar haar gestuurd. Het klopt dat ik op 8 april 2025 berichten heb gestuurd over Park de Watertoren. Op 13 en 14 april 2025 heb ik ook berichten naar haar gestuurd. Het klopt dat er een afbeelding op mijn telefoon is gevonden waarop [slachtoffer 1] te zien is zonder hoofddoek, dat was een video waar een foto van is gemaakt. (Voetnoot 6)

Een proces-verbaal van verhoor verdachte

We hebben seks gehad. Met seks bedoel ik dan dat ik mijn piemel in [slachtoffer 2] ’s kutje heb gestoken. (Voetnoot 7) Ze lag op het bed op haar buik en ik lag boven haar. Ze had wel pijn van het neuken, het was de eerste keer. Toen we klaar waren met de seks heeft zij mij in de woonkamer in mijn gezicht geslagen, ze was boos. (Voetnoot 8)

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2]

De eerste vier dagen was [verdachte] heel lief, en daarna begon hij me opeens dingen te verbieden. Ik had tijd voor mezelf nodig en dat begreep hij niet. Ik had een relatie met [verdachte] van nog geen week. Ik had het uitgemaakt en toen kwam hij met een boeket en zei dat hij het niet meer zou doen en het begreep. Daarna heb ik het meteen weer uitgemaakt. Maar toen begreep hij het niet. Hij ging naar station Leiden, naar mijn school, naar mijn werk, naar mijn sportschool, of achter mij en mij vriendinnen aanlopen. (Voetnoot 9)

V: Wanneer heb je [verdachte] leren kennen en vertel eens hoe dat precies ging?

A: Ik denk drie weken geleden. Ik zag een jongen zitten en ik had wel gezien dat hij mij bekeek. Voordat ik wegging hoorde ik [verdachte] om mijn Instagramgegevens vragen. Ik zag dat ik rond 18.00 uur een bericht had ontvangen van hem. Hierop stuurde hij mij een spraakbericht waarin hij vroeg om mijn adresgegevens van het werk. (Voetnoot 10) Hij zei dat hij mij wilde zien en ik heb hem het adres gestuurd. Ongeveer 45 minuten later zag ik hem opeens staan met een boeket rozen in zijn hand. Ik zei hem dat ik nog twee uur moest werken en hij zei dat hij op me zou wachten. Om 21.00 uur stuurde hij mij een spraakbericht en zei: “Ik sta buiten, schiet op”. Hij is met mij meegelopen naar huis en hij is toen ook naar huis gegaan.

We hebben toen gebeld met elkaar. Hij vroeg mij of ik school had en hij stelde voor om mij te brengen. Hij stelde voor om om 07:00 uur bij de bushalte in Katwijk te staan en op mij te wachten. Om 07:40 uur vertrok ik van huis en rond 07:45 uur zag ik hem bij de bus staan. Op school aangekomen is hij met mij mee gelopen de school in. Hij bleef tot 17:30 uur op school wachten op mij. Hij liep zelfs met mij mee wanneer ik naar de wc ging. Om 17:30 uur was ik klaar met school en ik ben met [verdachte] naar Leiden gegaan waar we hebben gegeten. [verdachte] ging met de bus mee naar Katwijk. [verdachte] vroeg of ik wat met hem wilde. Hij wilde iets serieus. Ik heb gezegd dat ik wel een relatie met hem wilde, maar nog geen gevoelens voor hem had. Hij zei toen dat hij het goed vond en dat dat wel vanzelf zou komen. Toen ik thuis kwam zag ik dat hij een spraakbericht had gestuurd. Ik zei dat het al 24.00 uur was en hij zei dat het niet uitmaakte en ik zag dat hij rond 01.00 uur voor mijn flat stond. Ik keek naar buiten en zei dat hij weg moest gaan, waarop hij zei dat hij me nu had gezien en naar huis ging.

De volgende dag begon ik om 09.00 uur. Hij ging toen weer mee met de bus vanuit Katwijk naar Leiden. Hij wilde toen weer met me mee naar school, waar hij op me wachtte. Ik was om 14:00 uur klaar met school en ik wilde toen met een vriendin naar Den Haag. [verdachte] maakte gezeik hierover op school. (Voetnoot 11) Wij zijn naar de Haagse Markt gelopen en hebben wat gegeten en hij heeft al die tijd wel drie uren achter ons aangelopen. Telefonisch gaven we door dat we het vervelend vonden en dat hij ons met rust moest laten. Hij begreep het niet. Ik kreeg weer ruzie met hem en ik heb toen tegen [A] gezegd dat ze weg moest gaan en dat was eigenlijk de dag dat hij zich weer voor de derde keer sneed. (Voetnoot 12)

We kregen ruzie want hij vond het niet goed hoe ik mijn leven indeelde en hoe ik met mijn neef omging. (Voetnoot 13)

Ik heb uitgelegd dat ik zijn gedrag heftig vond. Hij wist dat ik op zaterdag moest werken en om 13:00 uur kwam hij met weer een ander boeket de winkel in en zei dat hij ging wachten tot 17.00 uur. In verband met een zieke moest ik langer doorwerken tot 21:00 uur. Ik heb dat buiten aan hem doorgegeven en hij vond het niet erg om tot 21:00 uur te wachten op mij. We zijn weer in het park tegenover het gemeentehuis gaan zitten. Ik heb gezegd tijd nodig te hebben voor mezelf en dat ik het aan hem zou laten weten wat ik wilde. Rond 18:00 uur belde hij mij, omdat hij vond dat ik genoeg bedenktijd had gehad. Ik zei dat ik ging sporten en nog voordat ik binnen was zei hij dat hij buiten voor de sportschool zou wachten. Hij belde en zei dat ik nog maar 10 minuten had om te sporten. Hij bleef maar bellen, ging steeds naar binnen en zeggen dat ik moest komen. Na afloop kreeg ik ruzie met hem. Ik hem toen verwijderd op Instagram en geblokkeerd op Whatsapp. Toch was het weer goed tussen ons.

Die maandag daarop ging hij weer mee naar school en na afloop zijn we naar Wassenaar gegaan. We hadden gezeik en toen pakte hij een los navulmesje van een verfkrabber, waar hij zichzelf mee sneed. Ik zag dat hij sneetjes sneed op zijn onderarm. Ik zag dat het ging bloeden. Hij zei toen: “Ja je wil het toch uitmaken?” Ik weet nog dat we daarna nog ruzie hebben gehad omdat hij zich weer ging snijden. Hij deed tape op mijn mond en armen en hij deed dit bij mij, omdat hij niet wilde dat ik tijdens de ruzie weg ging. Hij maakte een foto met mijn telefoon. (Voetnoot 14) Hij belde en zei dat ik hem moest deblokkeren. [verdachte] zei dat zijn moeder wilde praten met mij. [verdachte] stelde voor om samen naar zijn moeder te gaan en dan mocht ik het later uitmaken.

Op zaterdag gingen we naar het strand in Den Haag. Die dag moest ik mij ziekmelden van hem op mijn werk, waardoor ik dus niet ben gegaan. Die dagen erop was hij steeds met me samen en ging hij steeds met me mee naar school.

Op 5 juli 2024 zijn we samen met de trein vanaf Leiden naar [plaats] naar zijn moeder gegaan. Daarvoor wilde hij steeds foto's van ons samen maken, zodat hij aan zijn moeder kon laten zien dat we een goede relatie hadden. Onderweg naar het huis van zijn moeder sommeerde hij mij om leuk te doen over zijn relatie. Hij wilde dat we een relatie hadden met elkaar. Zij mocht niet weten dat het niet meer een relatie was.

V: Waarom ging je dan wel mee naar zijn moeder toe?

A: Hij werd helemaal gek. Hij dreigde mij dat ik mee moest gaan, want anders zou hij

zich snijden om zijn borst en armen. Hij dreigde ook om het aan mijn ouders te vertellen, waardoor ik toch mee ging naar zijn moeder. (Voetnoot 15) Op de terugweg zei ik dat ik nu klaar was met hem. Hij begon ruzie met mij te maken in de trein. Hij pakte me beet op station Leiden en hield me tegen. Ik zei dat hij niet naar mijn ouders mocht gaan, omdat ik had gedaan wat hij wilde. Hij werd boos omdat ik alleen met mijn vriendinnen, neef, ouders en mezelf bezig was en niet aan hem dacht.

De volgende dag 6 juli 2024 verscheen hij weer met bloemen op mijn werk. Ik zei hem dat ik hem niet wilde spreken na de bedreigingen. Hij bood zijn excuses aan, maar dreigde toch weer om het aan mijn ouders te vertellen. Die dag heb ik tot 21:00 uur doorgewerkt. Na afloop liep hij mee naar mijn flat. Hij belde mij en vertelde waar hij zat en dat ik naar buiten moest kijken. Toen ik naar buiten zag ik hem aan de overkant bij de bushalte zitten. Hij is daar gebleven tot 05:00 uur.

Op 7 juli 2024 belde hij mij in de ochtend, waarvan ik het gesprek negeerde. In de middag nam ik wel op en hij vroeg mij om naar [plaats] te komen. Ik moest van hem komen, want hij dreigde om naar mij toe te komen. Ik besloot toen om naar hem toe te gaan en pakte de bus. We zijn naar binnen gegaan. Bij binnenkomst bij het AZC is een receptie waar ik mijn ID-kaart heb laten zien. Ik stond hand in hand met [verdachte] . Dit moest van hem. Ik wilde dit niet, maar hij hield mijn hand stevig vast.Bij binnenkomst zijn we in de woonkamer gaan zitten, waar ik hem vroeg wat er was. Hij vertelde mij dat hij wilde trouwen en ik zei dat ik het uit wilde maken. Hij werd meteen boos op me. Hij tilde mij op en liep met mij naar die kamer. Hij gooide mij op bed, waardoor ik op mijn rug op bed viel. Hij trok meteen al mijn kleren naar beneden uit. Toen ik de deken wilde pakken om mijn lichaam te bedekken draaide hij mij om, waardoor ik op mijn buik terecht kwam. Toen kwam hij op mij zitten. Hij zat bovenop mij, waardoor mijn benen tussen zijn benen lagen. (Voetnoot 16)

Hij haalde zijn ding eruit en wilde in mij gaan. Ik hield mijn benen dicht tegen elkaar, waardoor dit niet lukte. Ik kon toen met mijn hoofd naar boven gaan en hij drukte toen mijn hoofd weer naar beneden richting het bed. Hij pakte toen met zijn beide handen mijn billen beet en trok mijn benen een beetje uit elkaar. Hij deed hem toen een beetje erin wat een klein beetje lukte. Ik schreeuwde toen; “NEE [verdachte] , STOP IK WIL HET NIET”, “genoeg, genoeg, genoeg!” en toen deed hij hem er nog een keer hard in. Hij ging er toen weer uit en zei: “Shit, [slachtoffer 2] je hebt bloed of zoiets”. Ik kon niet opstaan, ik was in shock. Ik had vet veel pijn. Ik probeerde op te staan en moest de muur vast houden om mezelf te ondersteunen. Ik ben naar hem toegelopen en schreeuwde: “Wat heb je gedaan?” Toen hij opkeek heb ik hem met mijn hand in zijn gezicht geslagen.

Hij zei: “Luister, ik heb jouw “maagdheid” genomen en misschien heb ik mijn kind in jou zitten. Mijn kind en jij gaan nergens heen en jij gaat bij mij blijven.” Toen belde hij zijn moeder, middels videobellen. Hij vertelde aan zijn moeder en zei dat zij naar mijn moeder moest gaan om haar hand te vragen, zodat wij samen konden trouwen want we hadden net samen geneukt! Ik zei toen dat we niks samen hadden gedaan en ik ga niet met uw zoon trouwen. Hierop verbrak hij meteen de verbinding, zodat ik niet verder kon praten. Hij zei daarna tegen mij dat hij mij niet had gedwongen om hierheen te komen, waarop ik zei dat hij mij bedreigde om het aan mijn ouders te vertellen dus dat hij wel iets had gedaan om te zorgen dat ik hier naartoe zou komen.  (Voetnoot 17) Hij stelde voor om naar mijn ouders te gaan en ik zei dat hij maar niet stopte. Hij zei dat we nu moesten gaan trouwen na dit. Ik zei laat mij nu naar huis gaan, want hij liet mij eerst niet weggaan. Ik heb alleen de bus naar huis gepakt. Hij bleef de hele tijd bellen.

Op 9 juli 2024 belde hij weer. Ik heb gezegd dat ik aangifte ging doen en toen ging hij mijn moeder bellen. Hij belde toen mijn moeder met zijn eigen telefoon. Hij had al eens eerder het telefoonnummer van mijn moeder opgeslagen in zijn telefoon. Hij belde haar en zei: Hoi, bent u thuis? Ik zou graag langs willen komen om met u te praten over mij en uw dochter. Hij trok mij mee naar mijn huis. Hij vertelde wie hij was en vertelde dat hij al een tijdje met mij praat, dat hij serieus is en dat hij wilde trouwen en dat wij samen hadden geneukt. Ik zei dat hij loog en dat het zonder mijn toestemming was. Hij zei dat het niet klopte en dat we het samen hebben gedaan. Mijn moeder en ik stuurden hem weg uit ons huis en toen heb ik alles aan mijn moeder verteld. (Voetnoot 18)

V: We gaan nog even het stukje met betrekking tot de verkrachting uitvragen. A: Toen hij op me zat haalde hij zijn lul eruit. Hij had zijn broek en onderbroek nog aan, maar deze was maar een beetje naar beneden. Ik was met mijn rug naar hem toe. Hij probeerde zijn lul in mijn vagina te stoppen. Ik schreeuwde en probeerde mijn hoofd om hoog te doen. Hij haalde met zijn hand mijn hoofd tegen. Hierdoor kon hij zijn geslachtsdeel alsnog in mijn vagina stoppen. Hij haalde hem eruit omdat hij er niet verder in kon gaan. Ik denk dat dit niet lukte, omdat ik mijn benen dicht hield. Toen ging hij nog één keer hard met zijn lul in mijn vagina. Ik had hiervoor nooit eerder seks gehad. (Voetnoot 19)

V: Hoe kan het dat je zolang met hem door bleef gaan, terwijl je wist dat dit niet leuk was voor jou?A: Ik had medelijden met hem. Ook was ik bang dat hij naar mijn ouders zou gaan. Ik wist niet hoe ze zouden reageren, ik was bang dat ze mij zouden haten. (Voetnoot 20)

Een proces-verbaal forensisch onderzoek persoon te weten [slachtoffer 2]

Slachtoffer

[slachtoffer 2]

BevindingenOp 10 juli 2024 zijn wij gestart met het onderzoek. Wij hoorden forensisch arts Strop zeggen dat in het slijmvlies van de vagina een kleine schaafwond zichtbaar was. (Voetnoot 21)

Onderzoeksrapport zedendelict. Eventuele bijzonderheden: minimaal bloedverlies bij virgo bij bemonstering. (Voetnoot 22)

Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] (vriendin van [slachtoffer 2] )

Ze nam die avond (de rechtbank begrijpt: de avond van 7 juli 2024) ook niet op toen ik haar belde. De volgende dag (de rechtbank begrijpt: 8 juli 2024) belde ik haar. Ze reageerde heel raar, alsof ze zou flauwvallen. (Voetnoot 23) Ze had mij 9 juli om 00:10 uur gebeld, maar ik nam niet op. Ik belde haar terug en toen vertelde ze mij het verhaal. (Voetnoot 24) Ze wou het eerst niet vertellen. Ik zag aan haar dat zij zich niet goed voelde. Ze was heel bleek en in zichzelf gekeerd. Ze zag eruit alsof ze ging huilen. (Voetnoot 25) Ze heeft mij verteld dat ze onder dwang naar [verdachte] toe moest komen die dag (de rechtbank begrijpt: 7 juli 2024). Als ze dat niet deed, zou hij naar haar ouders toekomen. Hij heeft haar toen seksueel misbruikt. Hij heeft zijn penis in haar vagina gestopt. (Voetnoot 26)

Een proces-verbaal van aangifte (stalking, dwang en verkrachting) van [slachtoffer 1] van 27 maart 2025

Ik doe aangifte tegen [verdachte] . Ik had hem voor het eerst leren kennen via TikTok. Wij hadden een aantal dagen later voor het eerst afgesproken in Utrecht Overvecht. Dit was half januari 2025.

Hij had liefdesgevoelens voor mij na ongeveer tien dagen kreeg ik ook verliefdheidgevoelens voor hem. Omstreeks eind januari kregen wij een relatie. Vanaf dat moment kwam [verdachte] dagelijks naar Utrecht toe. Als ik nog bezig op school was belde hij mij ook. Hij belde per dag sowieso meer dan tien keer. Het gebeurde met regelmaat dat ik nog op school zat en hij wilde dat ik naar hem toe zou komen in Utrecht. Ik vertelde hem dat dit niet kon omdat ik op school zat. Hij schreeuwde dat ik moest komen.

[verdachte] heeft foto’s van mij zonder hoofddoek. Daarna ging ik nadenken over de relatie. Ik had het gevoel dat hij mij probeerde te controleren en ik naar hem moest luisteren. Ik had het gevoel dat hij afhankelijk van mij aan het worden was. Al deze redenen waren voor mij de reden om de relatie te beëindigen. Ik had dit telefonisch gedaan. (Voetnoot 27) Vanaf dit moment gebruikte [verdachte] deze foto’s om mij te chanteren. Ik vroeg hem om deze foto’s te verwijderen. Hierover kregen wij ruzie. Hij schreeuwde naar mij en duwde mij. (Voetnoot 28)

Op 4 februari 2025 kwam [verdachte] naar mijn school. Hij zei dat ik nu met hem mee moest komen. Ik zei dat ik dit niet kon doen. Toen ik klaar was met de les stond hij buiten op mij te wachten. Ik vroeg hem waarom hij nog steeds hier was. Hij zei kom met mij mee we gaan samen iets doen. Ik zei dat ik moe was en geen zin had. Hij zei tegen mij dat ik met hem mee moest komen naar het Asielzoekerscentrum in [plaats] . Hij zei dat als ik dat niet zou doen dan zou hij de foto’s plaatsen op social media. Ik was bang dat hij de foto’s echt zou plaatsen en dat iedereen het zou komen te weten. Ik besloot toen met hem mee te gaan. Ik was bang dat hij mij met de foto’s zou chanteren als ik niet mee zou gaan. Hij dreigde om de foto’s niet alleen op social media te zetten maar ook naar mijn familie te sturen. Hij dreigde ook om mijn gegevens en de foto zonder hoofddoek te verspreiden naar andere Syrische jongeren in Nederland. Dit deed hij onder dwang zodat ik bij hem zou blijven. In de dagen daarna belde [verdachte] mij meerdere keren om te zeggen dat ik naar [plaats] moest komen. Als ik dit niet zou doen zou hij de foto’s openbaar maken. (Voetnoot 29)

Op 7 februari 2025 was hij toch weer naar de [straat] gekomen (de rechtbank begrijpt: de toenmalige woning van aangeefster). [verdachte] stuurde mij een screenshot van het account van mijn broer. Ik heb hier niet op gereageerd. Hij belde mij daarna op en zei: “Heb je begrepen wat ik ga doen? Weet je wat dit betekent?”

Op 10 februari 2025 kreeg ik van [verdachte] een telefoontje dat ik naar hem toe moest komen. Ik deed dit omdat ik nog steeds bang was dat hij mij met de foto’s zou chanteren. Omstreeks 17:00 uur kwam ik daar aan. Ik was van plan om de foto's van zijn telefoon te verwijderen om de chantage te doen stoppen. Ik moest naar zijn kamer naar binnen. Ik werd vervolgens door hem verkracht, dit was tegen mijn zin in gebeurd en ik wilde dit niet.

Een uur later liep ik samen met [verdachte] naar de receptie om mij af te melden. Ik vroeg de receptiemedewerker in het Nederlands advies over wat ik moest doen. Ik vertelde de receptiemedewerker dat [verdachte] mij chanteerde met foto’s van mij. De receptiemedewerker heeft mij doorverwezen naar de politie. Bij de bushalte zei ik tegen [verdachte] dat ik naar de politie zou gaan. Hij begon te schreeuwen tegen mij dat hij alles had gedaan omdat wij bij elkaar moesten blijven. Hij zei toen dat hij van een gebouw af zou springen en zichzelf wilde doden. (Voetnoot 30) Hij vroeg mij drie keer of ik verder met hem wilde. Drie keer gaf ik aan dat ik dat niet meer wilde. In de bus had ik op dat moment [verdachte] geblokkeerd. Drie of vier dagen later was ik op stage. Ik werd op stage gebeld door een onbekend nummer. Ik nam de telefoon op en hoorde dat het [verdachte] was. Hij vroeg mij hoe het ging en ik hing de telefoon op. Ik had dit nummer weer geblokkeerd. Hij belde mij daarna weer met een ander nummer. Dit nummer had ik ook geblokkeerd.

Op 16 februari 2025 was ik aan het werk. Ik was klaar met werken en liep samen met een collega naar buiten. Ik zag ineens dat [verdachte] daar was. Ik zag dat [verdachte] een bos bloemen in zijn hand had. Ik zag dat [verdachte] de bos bloemen naar mij toe gooide en voor mij gehurkt ging zitten. Hij wilde aandacht maar ik probeerde hem te negeren. [verdachte] bleef mij volgen. Hij bleef mij achtervolgen en probeerde mij telkens de bos bloemen te geven. Toen ik eenmaal thuis was zag ik dat [verdachte] op een muurtje voor mijn woning ging zitten. Ik zag dat hij hier meer dan anderhalf uur heeft gezeten.

Op 9 maart 2025 werd ik vijftien keer anoniem gebeld. Ik had de telefoon een enkele keer opgenomen omdat ik het vermoeden had dat het [verdachte] was. Ik hoorde zijn stem en toen wist ik het zeker dat hij het was. Diezelfde dag belden mijn moeder en broer mij op en vroegen mij wie [verdachte] was. Zij vertelden mij dat [verdachte] contact met hen had gezocht op Facebook. Zij zeiden dat [verdachte] een bericht had gestuurd dat hij van mij hield, dat hij iets doms had gedaan en dat hij het wilde oplossen.

Ik had mijn moeder verteld wat er allemaal gebeurd was. Mijn moeder had [verdachte] gebeld om te vragen wat er aan hand was. Hij had mijn moeder een compleet ander verhaal verteld. Hij gaf toe dat hij een fout had gemaakt en dat hij spijt had. Hij zei dat hij zich schuldig voelde. [verdachte] vertelde mijn moeder dat hij contact wilde leggen met leden van mijn familie om met mij te trouwen en om mijn hand te vragen. Hij had het gevoel dat mijn moeder hier niet mee in zou stemmen en wilde daarom met iemand anders van mijn familie praten. Hij had contact gehad met mijn oom. Mijn oom gaf hem wederom geen toestemming. Hij dreigt nu naar mijn broer te stappen. Ik ben bang dat mijn broer dit te horen krijgt. (Voetnoot 31)

Op 15 maart 2025 was ik op mijn werk. Op dat moment kwam er een bezorger naar mij toe en zei dat hij eten voor mij had. De bestelling had hij kregen van een man. Hij omschreef de man als [verdachte] . In de nacht zag ik in mijn WhatsApp berichten dat hij had toegegeven eten naar mij toe had gestuurd. Diezelfde dag liep ik met mijn collega’s op Station Utrecht Centraal. Ik zag dat [verdachte] halverwege de trap stond en richting mij liep. Ik zag dat hij halverwege de trap naar mij bleef kijken. Ik was vervolgens naar huis gelopen en toen ik thuis kwam zag ik dat een plastic tas met een bos witte rozen aan mijn deur hing. Ik kreeg vervolgens een app van [verdachte] . Ik zag dat er een foto was gemaakt van de tas met de witte bloemen erin met de tekst: “Eet smakelijk, geniet ervan.” (Voetnoot 32)

Een proces-verbaal van aanvullend verhoor aangeefster [slachtoffer 1] van 4 april 2025

A: Later heeft mijn oom gezegd dat hij niet met mij kan trouwen. Toen werd [verdachte] boos en heeft [verdachte] verteld dat wij seks hebben gehad en dat dit met mijn toestemming geweest zou zijn. (Voetnoot 33)

Een proces-verbaal van aangifte (verkrachting) van [slachtoffer 1] van 6 mei 2025 V: Tegen wie wil je aangifte doen?A: Tegen [verdachte] van verkrachting op 10 februari van dit jaar in [plaats](Voetnoot 34)A: Ik ben naar hem toe gegaan want hij chanteert mij met de foto’s. Dat hij het gewoon gaat

delen op sociale media. En het enige wat ik wilde, was gewoon die foto’s verwijderen van zijn telefoon. (Voetnoot 35) Hij heeft de tafel voor de deur gedaan.

Hij heeft naast mij gezeten op bed en begint dichtbij te komen. Ik duw hem een beetje. Hij heeft gewoon mijn mond zo gepakt om niet te schreeuwen of niet te kunnen praten. Hij heeft mij geduwd op de bed. Ik begin om hem te trappen en ik probeer ook zijn handen gewoon weg te duwen maar dat lukt niet. (Voetnoot 36)

Hij heeft mijn been vastgehouden op bed, zodat ik niet kan bewegen. En hij heeft deze hele tijd nog steeds mij mijn mond vastgepakt om niet te kunnen praten. Daarna heeft hij mijn broek gepakt. Daarna heeft hij nog steeds zijn hand gewoon op mijn mond hij heeft mijn benen gepakt naar boven, zodat mijn knie op mijn mond komt. Hij heeft ook zijn broek en onderbroek uitgetrokken. Dus hij heeft dat gedaan en ik probeer hem ook gewoon te duwen want ik schaamde mij toen ook want ik heb geen kleren meer aan (de rechtbank begrijpt: geen broek en onderbroek). (Voetnoot 37) Ik wil gewoon een dekje of zoiets op mij doen. Dus hij pakt zelf zijn ding en begint het aan te raken. Hij begint zich soort van voor te bereiden en komt nog dichterbij en ik probeer hem te duwen. Hij heeft dus gewoon zijn ding in mij gedaan. Hij heeft de hele tijd nog steeds mijn knie op mijn mond, daarom kan ik gewoon niks doen. Ik probeer hem nog steeds te duwen. (Voetnoot 38) Ik begon toen echt te huilen. Hij zegt van je gaat niks zeggen en of ik ga gewoon jouw foto’s delen, ik ga dit nu niet alleen maar delen op de social media ik ga die naar jouw broer sturen. (Voetnoot 39)

Daarna ik heb geprobeerd om naar buiten te gaan. (Voetnoot 40) Ik probeer te rennen naar de deur, dus hij heeft mij zo maar gepakt, hij heeft mij gewoon vasthouden. (Voetnoot 41)

En hij zei dat dit is de eerste keer dat gebeurt met mij dat hij seks met mij heeft gehad. En dat hij ziet dat hij is de eerste man die dat met mij heeft gedaan dus ik ben goed om zijn vrouw te worden. (Voetnoot 42)

Ik heb maar tegen de beveiliger gezegd, hij chanteert mij, diegene die naast mij staat, met mijn foto’s hij wil dat delen en zo wat kan ik doen. (Voetnoot 43)

Hij zegt van we gaan nog steeds op dates. Hij begint ook te schreeuwen, als je niet met mij gaat blijven, ga ik de foto delen. Er is een verhaal dat een Libanese in het kamp in die hoge dingen is geklommen om te springen en om zichzelf dood te maken. Dus hij zegt van ik ga hetzelfde als die Libanese man doen en mezelf afmaken. (Voetnoot 44)

V: Met de foto’s daar bedoel je dan mee de foto's… (Voetnoot 45)

A: Die foto’s die zonder hoofddoek en ook foto’s van die uitjes die we hebben gedaan.

V: En wat is daar dan erg aan als je foto’s staat waar je samen met hem opstaat?

A: Een relatie mag niet en ook een vriendschap met een jongen mag niet, alleen maar met meisjes. (Voetnoot 46)

V: Voor een aangifte is het heel belangrijk dat je precies vertelt wat je bedoelt.A: Kan ik het misschien translate gebruiken?O: Ik verbalisant lees voor van de vertaalapp, welke aangeefster mij in haar telefoon laat zien. “Hij haalde zijn geslachtsdeel te voorschijn, en begon het te stimuleren om mij sneller te kunnen verkrachten, en geen moeite te hebben.” Dit is de vertaling wat zij in het Arabisch opschrijft. (Voetnoot 47)

V: En ik heb eigenlijk alleen broek opgeschreven, had hij alleen jouw broek uit gedaan?

A: De onderbroek ook in zelfde tijd. (Voetnoot 48) Hij raakt gewoon met zijn geslachtsdeel mijn geslachtsdeel. (Voetnoot 49) En daarna heeft hij hem in mijn geslachtdeel gedaan. (Voetnoot 50)

V: Heeft hij je voor de rest nog ergens aangeraakt op je lichaam?A: Hij heeft ook mijn geslachtsdeel in zijn hand aangeraakt onder mijn kleding op mijn blote huid. Hij heeft zijn vingers in mijn geslachtsdeel gedaan. (Voetnoot 51)

Een proces-verbaal van bevindingen, berichten van de verdachte begin april 2025

Op 6 april 2025 en 7 april 2025 begon [verdachte] weer berichten via de whatsapp te sturen en te bellen. Ik ontving de screenshots van deze Whatsappberichten via de whatsapp van [slachtoffer 1] . Ik zag dat de berichten afkomstig waren van het telefoonnummer [telefoonnummer] , in gebruik bij de verdachte.[slachtoffer 1] zij stuurde mij twee screenschots van Whatsappberichten, welke de verdachte haar op 8 april 2025 had gestuurd. Het waren in totaal 5 berichten, één was een locatie van Google Maps van de watertoren. Ik zag dat de berichten afkomstig waren van het telefoonnummer in gebruik bij de verdachte. Vervolgens kreeg ik weer een foto doorgestuurd daar op was een treinstation te zien. Met het bord 3 min Zwolle via Overvecht. (Voetnoot 52) Daarna stuurde [slachtoffer 1] mij een foto door van met een link in Google Maps met de locatie Park de Watertoren. Vervolgens kreeg ik van [slachtoffer 1] een video. Zij had met een vermoedelijk andere telefoon haar telefoon gefilmd. Op de video was een telefoon te zien met een contactenlijst daarin het telefoonnummer in gebruik bij de verdachte. Verder was te zien dat er in de whatsapp van dit telefoonnummer een foto was gestuurd. Nadat de foto werd geopend zag je een foto van een park met water en een bankje daaronder stond een tekst in het Arabisch. (Voetnoot 53)

Een proces-verbaal van bevindingen, berichten van de verdachte midden april 2025

Aangeefster [slachtoffer 1] verklaarde mij dat de verdachte haar weer via Whatsapp heeft benaderd. Hij had gisteren 13 april 2025 een video gestuurd. Hij belde vervolgens via de Whatsapp zij niet had opgenomen. Hij begon via de Whatsapp allemaal berichten te sturen. Ik kreeg vaan aangeefster een screenshot van de Whatsappberichten van de verdachte. Boven de screenschots staat het telefoonnummer [telefoonnummer] , dit telefoonnummer is in gebruik bij de verdachte. (Voetnoot 54) In de berichten, vertaald door tolk, stond ook: Let wel op hoe je je gedraagt.

Dit is het laatste spelletje dat zweer ik bij God De tweede waarschuwing zal het bij je vader komen.  (Voetnoot 55)

Op 14 april 2025 kreeg ik weer een Whatsappbericht van aangeefster dat de verdachte vandaag 14 april 2025 berichten had gestuurd. Zij stuurde mij een screenshot. (Voetnoot 56)

Een proces-verbaal van bevindingen, historische gegevens van het telefoonnummer van [slachtoffer 1]

In een periode van 10 dagen, namelijk 13, 14 en 16 februari 2025; 9, 10, 11, 12, 14, 15 en 27 maart 2025 is er in totaal 268 keer van het telefoonnummer [telefoonnummer] , in gebruik bij de verdachte, gebeld naar het telefoonnummer in gebruik bij aangeefster [slachtoffer 1](Voetnoot 57)

Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] (beveiliger AZC [plaats] )

[verdachte] had in principe verkering met dat meisje (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] ). Ik weet dat omdat zij tegen mij zei dat zij verkering hadden en dat zij het ging uitmaken. Toen zij kwam was ze spontaan en gaf aan dat zij het uit wilde maken. Bij het terugbrengen van de pas was zij angstig en gaf aan of wij haar konden beschermen. Zij gaf aan dat hij misbruik ging maken van haar foto’s. (Voetnoot 58)

Voetnoot

Voetnoot 1

Artikel 342 lid 2 Wetboek van Strafvordering.

Voetnoot 2

Zie pag. 277 van het dossier van de politie Eenheid Midden-Nederland met onderzoeksnummer MD4R025040 (Zaak 31LILA25), doorgenummerd pagina 1 tot en met 1035.

Voetnoot 3

Vgl. Hoge Raad 23 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:654.

Voetnoot 4

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie Eenheid Midden-Nederland met onderzoeksnummer MD4R025040 (Zaak 31LILA25), doorgenummerd pagina 1 tot en met 1035. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. De bewijsmiddelen zijn zakelijk weergegeven.

Voetnoot 5

De verklaring van de verdachte op de zitting van 18 maart 2026.

Voetnoot 6

De verklaring van de verdachte op de zitting van 18 maart 2026.

Voetnoot 7

Pag. 1006.

Voetnoot 8

Pag. 1007.

Voetnoot 9

Pag. 893.

Voetnoot 10

Pag. 893.

Voetnoot 11

Pag. 894.

Voetnoot 12

Pag. 901.

Voetnoot 13

Pag. 894.

Voetnoot 14

Pag. 895.

Voetnoot 15

Pag. 896.

Voetnoot 16

Pag. 897.

Voetnoot 17

Pag. 898.

Voetnoot 18

Pag. 899.

Voetnoot 19

Pag. 900.

Voetnoot 20

Pag. 901.

Voetnoot 21

Pag. 907.

Voetnoot 22

Pag. 921.

Voetnoot 23

Pag. 951.

Voetnoot 24

Pag. 950-951.

Voetnoot 25

Pag. 950.

Voetnoot 26

Pag. 949.

Voetnoot 27

Pag. 51.

Voetnoot 28

Pag. 52.

Voetnoot 29

Pag. 52.

Voetnoot 30

Pag. 53.

Voetnoot 31

Pag. 54.

Voetnoot 32

Pag. 55.

Voetnoot 33

Pag. 60.

Voetnoot 34

Pag. 100.

Voetnoot 35

Pag. 101.

Voetnoot 36

Pag. 102.

Voetnoot 37

Pag. 103.

Voetnoot 38

Pag. 104.

Voetnoot 39

Pag. 108.

Voetnoot 40

Pag. 105.

Voetnoot 41

Pag. 106.

Voetnoot 42

Pag. 107.

Voetnoot 43

Pag. 109.

Voetnoot 44

Pag. 110.

Voetnoot 45

Pag. 117.

Voetnoot 46

Pag. 118.

Voetnoot 47

Pag. 120.

Voetnoot 48

Pag. 123.

Voetnoot 49

Pag. 124.

Voetnoot 50

Pag. 125.

Voetnoot 51

Pag. 131.

Voetnoot 52

Pag. 70.

Voetnoot 53

Pag. 71.

Voetnoot 54

Pag. 87.

Voetnoot 55

Pag. 89-90.

Voetnoot 56

Pag. 90.

Voetnoot 57

Pag. 478.

Voetnoot 58

Pag. 205.