Rechtbank Midden-Nederland, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBMNE:2026:2808

Op 22 May 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 16.276291.24, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBMNE:2026:2808. De plaats van zitting was Utrecht.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
16.276291.24
Datum uitspraak:
22 May 2026
Datum publicatie:
22 May 2026

Indicatie

Zwaar lichamelijk letsel door schuld. Een achtjarige zonder helm laten rijden op een pitbike (kindercrossmotor) op een plateau op een hoogte van 3,5 meter en vervolgens onvoldoende toezicht houden, terwijl hij als oppas fungeerde. Daardoor heeft verdachte schuld aan het zwaar lichamelijk letsel dat de achtjarige heeft opgelopen toen hij met de crossmotor door een hek van het plateau af reed. Verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16.276291.24

Vonnis van de meervoudige kamer van 22 mei 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1998] in [geboorteplaats]

ingeschreven op het adres [adres] in [woonplaats]hierna: de verdachte

1
Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 24 april 2026. Het onderzoek is op 22 mei 2026 gesloten.

Op de zitting waren aanwezig:

de verdachte;

de officier van justitie: mr. M.M.L. Kalsbeek;

de advocaat van de verdachte: mr. M.B. Mobach (hierna: de advocaat);

de ouders van de benadeelde partij [slachtoffer] : [A] en [B] ;

de advocaat van de benadeelde partij: mr. B.C.M. Sprenger.

2
Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte er, samengevat, van dat het zijn schuld is dat [slachtoffer] op 2 september 2023 in Mijdrecht zwaar gewond is geraakt.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3
Bewijs
3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het feit uit de tenlastelegging heeft gepleegd. De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van het feit uit de tenlastelegging. De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden – voor zover van belang voor de beoordeling – hierna besproken onder paragraaf 3.3.

3.3.

Oordeel van de rechtbank

3.3.1.

Bewijsmiddelen

De rechtbank oordeelt dat het feit is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.

3.3.2.

Bewijsoverwegingen: inleiding

[slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) is het broertje van de toenmalige partner van de verdachte. Op 2 september 2023 paste de verdachte op [slachtoffer] , die toen 8 jaar oud was. De verdachte is met [slachtoffer] naar een complex met garageboxen in [plaats] gegaan, waar hij een garagebox huurde op de eerste verdieping van het complex. De verdachte had in die garagebox een pitbike: een kleine crossmotor. De pitbike had een motorinhoud van 110 cc.

De verdachte heeft [slachtoffer] die dag op de pitbike laten rijden, op het betonnen plateau voor de garageboxen op de eerste verdieping. [slachtoffer] had geen helm op. [slachtoffer] heeft eerst een paar minuten heen en weer gereden, terwijl de verdachte toekeek. De verdachte is vervolgens de garagebox ingegaan. [slachtoffer] is toen heen en weer blijven rijden op de pitbike. Enkele minuten later is hij met de pitbike door het hek gereden, van het betonnen plateau af, waar hij ongeveer 3,5 meter lager op de verharde ondergrond is gevallen.

Hoewel de verwondingen eerst leken mee te vallen, ging de toestand van [slachtoffer] daarna snel achteruit. Er is een traumateam per helikopter gekomen en [slachtoffer] is ter plaatse in slaap gebracht en geïntubeerd. In het kinderziekenhuis is vastgesteld dat [slachtoffer] twee schedelbasisfracturen, een bloeduitstorting in de schedel, hersenkneuzingen en een slechte leverfunctie had. [slachtoffer] ’ situatie is daarna gelukkig snel verbeterd. Hij mocht na enkele dagen naar huis om verder te herstellen.

3.3.3.

Bewijsoverweging: schuld

De rechtbank heeft op de zitting al benadrukt en herhaalt hier dat de beschuldiging níet is dat de verdachte [slachtoffer] met opzet van het betonnen plateau heeft laten afrijden. De rechtbank moet beoordelen of het de schuld van de verdachte is dat het ongeluk met de pitbike is gebeurd. De maatstaf daarbij is of de verdachte tekortschoot in vergelijking met een gemiddelde andere persoon in vergelijkbare omstandigheden en met een vergelijkbare hoedanigheid.

Deze ‘hoedanigheid’ is in dit geval het zijn van oppas, aan wie de zorg voor een achtjarig kind was toevertrouwd. Kinderen van deze leeftijd kunnen niet zelfstandig afwegingen maken over hoe gevaarlijk dingen zijn. De verdachte had als oppas in zoverre een bijzondere zorgplicht: hij was als volwassene op dat moment verantwoordelijk voor [slachtoffer] en zijn veiligheid.

De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij zelf een korte testrit heeft gemaakt voordat hij [slachtoffer] liet rijden, dat de remmen goed werkten, dat er geen andere problemen met de pitbike waren en dat hij via een app op zijn telefoon de snelheidsbegrenzing heeft geactiveerd. De rechtbank zal er bij haar beoordeling van uitgaan dat de pitbike inderdaad geen technische gebreken had en dat de snelheid was begrensd op maximaal 35 kilometer per uur.

De rechtbank overweegt dat een pitbike van 110 cc weliswaar (ook) bedoeld is voor motorsport voor kinderen, maar dat daarop op de openbare weg niet door kinderen mag worden gereden. Dat maakt al dat degene die voor een achtjarig kind verantwoordelijk is, ook buiten die openbare weg heel voorzichtig moet zijn om het kind (toch) op een pitbike te laten rijden. De rechtbank oordeelt dat deze verantwoordelijkheid (of: deze zorgplicht) ten minste inhoudt dat de volwassene er zorg voor draagt dat het kind steeds een goed passende helm draagt en dat diegene steeds toezicht houdt op het rijden met de pitbike. Als de snelheid van de pitbike is begrensd, betekent dit niet dat van dit toezicht of van het dragen van een helm kan worden afgezien. Ook dan blijft immers sprake van een potentieel gevaarlijke situatie waarbij een jong kind op een relatief zwaar gemotoriseerd voertuig rijdt.

Alleen al vanwege het ontbreken van een goede helm was het daarom de verantwoordelijkheid van de verdachte om [slachtoffer] te verbieden om op de pitbike te rijden. Dat de verdachte geen goed passende helm voor [slachtoffer] had, is geen goede reden om [slachtoffer] (dan maar) zonder helm te laten rijden. Door [slachtoffer] zonder helm op de pitbike te laten rijden en door niet continu toezicht te houden, heeft de verdachte gehandeld in strijd met zijn zorgplicht als oppas.

De rechtbank komt niet meer toe aan de vraag wat het betekent dat de verdachte bekend was met (de gevaren van) de motorsport. Volgens de advocaat moet dit niet leiden tot het aannemen van een zwaardere zorgplicht (‘garantenstellung’). De rechtbank laat dit onbesproken, omdat de verdachte immers al tekort is geschoten in vergelijking met een andere, gemiddelde, volwassene die de zorg heeft over een achtjarig kind.

De advocaat heeft verder aangevoerd dat de verdachte zich ervan heeft vergewist dat het betonnen plateau een veilige omgeving was om met de pitbike te rijden en dat dit een betere locatie was dan de openbare weg met mogelijk ander verkeer. Omdat het plateau ook toegankelijk was voor auto’s, ging de verdachte ervan uit dat het hek zwaar genoeg was om de pitbike zo nodig tegen te houden. De rechtbank oordeelt dat dit niet tot een andere conclusie over de schuld van de verdachte leidt. De verdachte had [slachtoffer] helemaal niet zonder helm en zonder continu toezicht moeten laten rijden, ongeacht zijn inschatting over de veiligheid van de locatie. Hoewel de verdachte misschien niet heeft kunnen voorzien het hek [slachtoffer] niet zou houden, heeft hij hoe dan ook een gevaarlijke situatie laten ontstaan door hem zonder toezicht en niet goed beschermd op de pitbike te laten rijden. Als het hek niet had meebewogen, was [slachtoffer] niet gevallen maar had hij met 35 kilometer per uur met zijn onbeschermde hoofd tegen het hek kunnen botsen.

De rechtbank oordeelt dat het handelen van de verdachte moet worden aangemerkt als grovelijk onvoorzichtig, onachtzaam en nalatig, zoals in de tenlastelegging staat.

3.3.4.

Bewijsoverweging: zwaar lichamelijk letsel

In het kinderziekenhuis zijn de volgende verwondingen vastgesteld:

- een breuk over de hele schedelbasis, van het rechteroor tot de linker voorhoofdsholte

(“schedelfractuur van mastoid rechts tot sinus frontalis links”);

- een breuk op de grens van de schedel met de eerste nekwervel

(“fractuur occipitale condyl rechts”);

een kleine bloeduitstorting in de schedel

(“dun schilletje subduraal hematoom rechts frontaal”);

hersenkneuzingen aan de voorzijde van het hoofd links en rechts

(“bifrontale contusiehaarden”);

- verhoogde leverenzymen in het bloed.

[slachtoffer] heeft zware (pijn)medicatie gekregen.

De rechtbank oordeelt dat deze verwondingen, vanwege de aard daarvan, juridisch moeten worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. Naast de aard van de verwondingen weegt daarbij mee dat het een feit van algemene bekendheid is dat dit soort ernstig hersenletsel een lange hersteltijd heeft en onzekerheid met zich meebrengt over het daadwerkelijke herstel, ook als er geen operatie is geweest. De rechtbank volgt niet het standpunt van de advocaat dat geen sprake is van zwaar lichamelijk letsel.

3.3.5.

Bewijsoverweging: causaal verband

De advocaat heeft erop gewezen dat de verwondingen misschien minder ernstig waren geweest als het hek [slachtoffer] wel had tegengehouden, omdat hij dan niet van 3,5 meter hoogte was gevallen. De rechtbank overweegt echter dat deze val direct volgde op de botsing met het hek, die weer plaatsvond omdat de verdachte [slachtoffer] op de pitbike liet rijden. Het is bovendien aannemelijk dat de ernstige verwondingen niet alleen komen door de val van deze hoogte, maar (juist) ook omdat [slachtoffer] geen helm droeg. Hoewel het de verdachte niet wordt verweten dat hij heeft nagelaten om de deugdelijkheid van het hek te controleren, is de rechtbank van oordeel dat de verwondingen die [slachtoffer] bij de val heeft opgelopen redelijkerwijs moeten worden toegerekend aan het nalatige handelen van de verdachte.

3.4.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

op 2 september 2023 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam en nalatig - [slachtoffer] op achtjarige leeftijd op een pitbike heeft laten rijden op een betonnen/ijzeren plateau (met een hoogte van ongeveer 3,5 meter) en- heeft nagelaten [slachtoffer] een helm te laten dragen en- vervolgens is weggelopen en onvoldoende toezicht heeft gehouden, terwijl hij, verdachte, belast was met de zorg en het toezicht over die [slachtoffer] en als oppas fungeerde,

waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten (onder meer) een uitgebreide schedelfractuur en een fractuur van de occipitale condyl, heeft bekomen;

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

4
Kwalificatie en strafbaarheid
4.1.

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op: aan zijn schuld te wijten zijn dat een ander zwaar lichamelijk letsel bekomt.

4.2.

Strafbaarheid feit en verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

5
Straf en/of maatregel
5.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 140 uur, te vervangen door 70 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert.

5.2.

Standpunt van de verdediging

De advocaat heeft verzocht om bij de bepaling van de straf rekening te houden met de impact die het ongeluk op de verdachte heeft gehad. Hij heeft daarvoor psychologische hulp gezocht. Verder heeft de verdachte zijn leven op orde. De advocaat stelt zich op het standpunt dat de redelijke termijn van berechting is geschonden. Hij heeft verzocht om daarom, en vanwege de proceshouding en de persoonlijke omstandigheden, de verdachte geen straf op te leggen of een geheel voorwaardelijke taakstraf.

5.3.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank legt aan de verdachte een taakstraf op van 120 uur, te vervangen door 60 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert.

Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van het feit

[slachtoffer] heeft een vreselijk ongeluk gehad met een pitbike, waardoor hij zwaar gewond is geraakt. Dit ongeluk was niet gebeurd als de verdachte [slachtoffer] niet op de pitbike had laten rijden. De verdachte heeft zijn verantwoordelijkheid als oppas niet serieus genoeg genomen, door [slachtoffer] toch te laten rijden, zonder helm en zonder steeds toezicht op hem te houden. Hoewel een ongeluk altijd kan gebeuren en hoewel het overduidelijk is dat de verdachte dit ongeluk ook nooit heeft gewild, had hij voorzichtiger moeten zijn in de zorg over een nog maar achtjarige jongen. [slachtoffer] heeft angstige momenten meegemaakt: toen het ongeluk gebeurde, maar ook toen hij later wakker werd in het kinderziekenhuis. Ook voor zijn ouders is het heel moeilijk geweest. Zij waren in het buitenland, juist in de veronderstelling dat zij hun zoon bij de verdachte in goede handen hadden achtergelaten. Het gaat nu gelukkig goed met [slachtoffer] , maar zijn vader heeft op de zitting verteld dat de periode van herstel lang heeft geduurd en dat [slachtoffer] nog steeds last heeft van de gevolgen van het hersenletsel.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Op de zitting heeft de verdachte verteld dat hij veel spijt heeft en dat hij [slachtoffer] nooit zonder helm had moeten laten rijden. De rechtbank heeft er oog voor dat het ongeluk ook op de verdachte veel impact heeft gehad. Het heeft hem zijn relatie, woonplek en goede verstandhouding met zijn ex-schoonfamilie gekost.

De verdachte heeft een blanco strafblad, afgezien van enkele verkeersdelicten. Wel vindt de rechtbank het opvallend dat hij in 2024, dus na het ongeluk met de pikbike, nog een forse snelheidsoverschrijding met een motorvoertuig binnen de bebouwde kom heeft gepleegd. De rechtbank maakt zich zorgen over de mate waarin de verdachte het gevaar inschat dat motorvoertuigen met zich meebrengen en de gevolgen die dat gevaar voor anderen kan

hebben. Na het meemaken van zo’n ernstig ongeluk als in deze zaak, zou daarvoor niet

opnieuw een waarschuwing nodig moeten zijn in de vorm van een geldboete voor een snelheidsoverschrijding.

Duur van de procedure

Het ongeluk met de pitbike is in september 2023 gebeurd en het heeft dus lang geduurd voordat de rechtbank nu uitspraak doet. Daar zal zij enigszins rekening mee houden. De rechtbank volgt echter niet het standpunt van de advocaat dat de redelijke termijn van berechting in de zin van artikel 17, eerste lid, van de Grondwet is overschreden. Deze termijn van twee jaar startte namelijk op 31 januari 2025, toen de verdachte voor de tweede keer werd verhoord door de politie. Toen hij op 17 januari 2024 voor de eerste keer werd verhoord, kon hij vanwege de aard van de zaak en het nog uit te voeren onderzoek daaraan nog niet in redelijkheid de verwachting ontlenen dat hij strafrechtelijk zou worden vervolgd.

Strafkader

Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. In deze zaak gaat het om het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel door schuld, buiten situaties in het verkeer om. Daarvoor zijn geen oriëntatiepunten. Die zijn er wel voor het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel door schuld bij een verkeersongeval. Het oriëntatiepunt daarvoor is een taakstraf van 120 uur en dat zal de rechtbank ook in deze zaak als uitgangspunt nemen.

Een geheel voorwaardelijke straf of de verdachte schuldig verklaren zonder straf doet gelet op het voorgaande onvoldoende recht aan de ernst van het feit. Vanwege het tijdverloop en de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd wijkt de rechtbank ook af van de door de officier van justitie geëiste straf.

Alles afwegend legt de rechtbank aan de verdachte een taakstraf op van 120 uur, te vervangen door 60 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert.

6
Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d, 63 en 308 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

7
De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 120 uren;

- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 60 dagen hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. de Meulder, voorzitter, mr. O. Böhmer en mr. C. Van Wambeke, rechters, in aanwezigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 mei 2026.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 2 september 2023 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, althans in Nederland, grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam en/of nalatig - [slachtoffer] (op achtjarige leeftijd) op een pitbike/crossmotor heeft laten rijden op een betonnen/ijzeren plateau (met een hoogte van ongeveer 3,5 meter) en/of- heeft nagelaten [slachtoffer] een helm te laten dragen en/of- (vervolgens) is weggelopen en/of onvoldoende toezicht heeft gehouden, terwijl hij, verdachte, belast was met de zorg en/of het toezicht over die [slachtoffer] en/of als oppas fungeerde,waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten (onder meer) een uitgebreide schedelfractuur en/of een fractuur van de occipitale condyl, heeft bekomen, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de ambts- of beroepsbezigheden van deze was ontstaan;

Bijlage II: Bewijsmiddelen  (Voetnoot 1)

- de verklaring van de verdachte op de zitting van 24 april 2026, voor zover deze inhoudt, zakelijk weergegeven:

Ik paste op 2 september 2023 op [slachtoffer] . Ik heb hem die dag meegenomen naar mijn garagebox in [plaats] . Deze garagebox bevond zich op een platform op de eerste verdieping. Aan beide uiteinden van het platform stond een hek. Ik had een pitbike van 110 cc in de garagebox. Ik heb [slachtoffer] zonder helm op de pitbike over het platform laten rijden. Na een tijdje ben ik de garagebox ingegaan terwijl [slachtoffer] nog op de pitbike reed.

- het proces-verbaal van bevindingen van het bekijken van camerabeelden, voor zover daarin staat, zakelijk weergegeven:

Ik bekeek camerabeelden van een incident aan de [adres] te [plaats](Voetnoot 2) Ik zag een datumnotatie: 02-09-2023. Ik zag op de camerabeelden een platform met aanliggende garageboxen. (Voetnoot 3)

Om 12:13:54 uur zag ik dat de jongen op de crossmotor ging zitten.

Om 12:14:09 uur zag ik dat de jongen stapvoets reed en af en toe met zijn beide benen richting de grond bewoog. Ik zag dat man 1 achter de jongen aanliep. Ik zag dat de jongen slingerde tijdens het stapvoets rijden. Om 12:14:33 uur zag ik dat de jongen stapvoets reed en af en toe licht de snelheid verhoogde en direct weer vertraagde. Ik zag dat man 1 naar de jongen bleef kijken.Om 12:14:52 uur zag ik dat de jongen in tegengestelde richting reed, in de richting van het hek. Ik zag dat de snelheid hoger was dan stapvoets.

Om 12:15:11 uur zag ik dat de jongen een bocht maakte om in tegengestelde richting terug te rijden. Ik zag dat hij bij het maken van de bocht zijn linkerbeen uitstak en hiermee 1 keer heeft afgezet tegen de grond. Om 12:16:21 uur zag ik dat de jongen met enige snelheid richting het hek reed. Ik zag dat hij stapvoets een bocht maakte en hierbij meermaals met zijn voet de grond aantikte.Om 12:16:43 uur zag ik dat man 1 de garagebox weer in liep.Om 12:16:53 uur zag ik dat de jongen met enige snelheid in de richting van het hek reed en vervolgens vertraagde op geruime afstand voor het hek. Ik zag dat de jongen nog twee keer heen en weer reed over het plateau. Ik zag dat man 1 gedurende deze momenten in de garagebox was.Om 12:18:34 uur zag ik dat de jongen over het midden van het plateau reed en zijn snelheid verhoogde. (Voetnoot 4)Om 12:18:37 uur zag ik dat de jongen uit het beeld reed.

Om 12:18:38 uur zag ik dat de jongen met de crossmotor tegen het hek aanreed. Ik zag dat het hek omhoog klapte. Om 12:18:39 uur zag ik dat de jongen met de crossmotor volledig de rand van het plateau was gepasseerd en naar beneden viel. (Voetnoot 5)

Om 12:18:40 uur zag ik dat de jongen met zijn hoofd op de bestrating viel, ik zag dat zijn hoofd met snelheid weer terug omhoog kwam. (Voetnoot 6)

- Een medisch dossier, voor zover daarin staat, zakelijk weergegeven:

OVERDRACHT AMBULANCE en MMT (de rechtbank begrijpt: mobiel medisch team)

Bij aankomst ambulance initieel aanspreekbaar, daarna wisselende bewustzijn waarvoor MMT ingeschakeld en geïntubeerd.

Geïntubeerd vanwege achteruitgang M4 (de rechtbank begrijpt: score op motoriek) en slaperiger worden in ambulance

ging snel achteruit.

Geïntubeerd met tubemaat 6.0, diepte 17, 2x midazolam 2.5 mg

INLEIDING (is nagevraagd bij MMT):

Esketamine 30mg

Rocuronium 30mg

Midazolam 2x2,5mg

Propofol gekregen

Ondansetron (Voetnoot 7)

NEUROLOGISCH ONDERZOEK

Geïntubeerd en gesedeerd; ook rocuronium gehad

Pupillen isocoor en lichtreactief

Bij uitwerkensedatie symmetrisch bewegen armen en benen; sedatie hierop weer wat opgehoogd

14:50 sedatie gestaakt

Werd initieel wat lastig wakker, had ook veel propofol gekregen.

Uiteindelijke beoordeling om 15:50; patiënt is in de tussentijd lx goed wakker geweest waarbij hij overeind kwam en daardoor weer propofol bolus heeft gehad.

E3, kijkt dan gericht (is wel wisselend in ogen openen), M5 beiderzijds, symmetrisch krachtig, V2, (de rechtbank begrijpt: score op verbale reacties) kreunen en huilen

Pupillen isocoor en lichtreactief beiderzijds; waren initieel wel iets

vervormd, bij de beoordeling om 15:50 niet meer zichtbaar.

Nu symmetrische motoriek gelaat

AANVULLEND ONDERZOEK

CT-hersenen en CT-CWK (de rechtbank begrijpt: CT-scan van de cervicale wervelkolom) (02-09-2023, mondeling): dun schilletje subduraal hematoom rechts frontaal met minimale massawerking, geenduidelijke aanwijzingen voor zwelling. Wel bifrontale contusiehaarden.

Schedelfractuur van mastoid rechts tot sinus frontalis links.

Fractuur occipitale condyl rechts.

[C] , arts-assistant neurologie-kinderen, mede namens [D] , kinderneuroloog (Voetnoot 8)

Voetnoot

Voetnoot 1

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie-eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2023267096, doorgenummerd pagina 1 tot en met 163. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

Voetnoot 2

Proces-verbaal van bevindingen, pagina 56.

Voetnoot 3

Proces-verbaal van bevindingen, pagina 58.

Voetnoot 4

Proces-verbaal van bevindingen, pagina 59.

Voetnoot 5

Proces-verbaal van bevindingen, pagina 60.

Voetnoot 6

Proces-verbaal van bevindingen, pagina 56.

Voetnoot 7

Pagina 13.

Voetnoot 8

Pagina 14.